Aansluitverordening riolering Waalwijk 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Aansluitverordening riolering Waalwijk 2026

De raad van de gemeente Waalwijk;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

b e s l u i t:

De volgende verordening vast te stellen:

Aansluitverordening riolering Waalwijk 2026

Afdeling I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    aansluitleiding: het particulier riool, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding tezamen.

  • b.

    aansluitpunt:

    • 1.

      bij gemengde en gescheiden rioolstelsels: het punt, gelegen op particulier terrein op maximaal 1,00 meter vanaf de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten.

    • 2.

      bij een drukriool: het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput.

  • c.

    aanvraagformulier: een door het college vastgesteld formulier, waarmee vergunning voor een of meerdere aansluitingen op het openbaar riool kan worden aangevraagd dan wel ten behoeve van wijzigingen.

  • d.

    afvalwater: alle water waarvan de houder zich voornemens is te ontdoen of moet ontdoen.

  • e.

    bedrijfsafvalwater: afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater.

  • f.

    bronneringswater: grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand.

  • g.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk

  • h.

    controlevoorziening:

    • 1.

      een controleput met deksel en doorgaand stroomprofiel, die is gemaakt van PE met een schacht van 315 mm doorlopend tot 0,40 m boven de aansluitende buis;

    • 2.

      put, te situeren op het kadastrale eigendom van het aan te sluiten perceel, alwaar door de daartoe bevoegde personen inspectie van het particulier riool, het drukriool, de aansluitleiding en het aansluitpunt, kan plaatsvinden;

    • 3.

      ontstoppingsstuk met deksel, te situeren op het kadastrale eigendom van het aan te sluiten perceel, alwaar door de daartoe bevoegde personen inspectie van het particulier riool, de aansluitleiding en het aansluitpunt, kan plaatsvinden.

  • i.

    drainagewater: grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend buizensysteem.

  • j.

    drukriool: het openbaar riool, inclusief een inspectievoorziening, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk en/of vrij verval.

  • k.

    gemeente: de gemeente Waalwijk.

  • l.

    gemengd rioolstelsel: het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van vrij verval.

  • m.

    gescheiden rioolstelsel: het openbaar riool met een apart buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een apart buizenstelsel voor de afvoer van het overige afvalwater.

  • n.

    huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens.

  • o.

    openbaar riool: het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voorinzameling en transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen, werken en installaties van overeenkomstige aard, met uitzondering van de aansluitleidingen.

  • p.

    particulier riool: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen-, buiten- of terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt.

  • q.

    perceelaansluitleiding: het riool en de voorzieningen die deel uit maken van het riool, tussen het openbaar riool en het aansluitpunt, in beheer bij de gemeente.

  • r.

    rechthebbende:

    • 1.

      de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden.

    • 2.

      de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1. bedoelde personen.

  • s.

    schoon hemelwater: water afkomstig van dakoppervlakken van woningen, mits die daken niet kunnen worden vervuild door een luchtafvoer en de gebruikte dakbedekking, zoals een koperen of zinkendakbedekking.

  • t.

    tarieventabel: door de raad jaarlijks vast te stellen lijst met de aanlegkosten per eenheid van een perceelaansluitleiding, inclusief het aansluitpunt.

  • u.

    vervuild hemelwater: water afkomstig van dakvlakken met een vervuilende luchtafvoer en een vervuilende dakbedekking, zoals een koperen of zinken dakbedekking, en al het overige hemelwater dat geen schoon hemelwater is.

  • v.

    industrieel afvalwater: afvalwater afkomstig van productieproces.

Afdeling II. De vergunning

Artikel 2. Vergunningplicht

  • 1.

    Het is verboden zonder een daartoe door het college verleende aansluitvergunning een particulier riool aan te sluiten op het openbaar riool, of dit te wijzigen. Op de rechthebbende rust de verplichting aan te sluiten op het ter plaatse aanwezige buizenstelsel van het openbaar riool. De rechthebbende dient zorg te dragen voor het afvoeren van de diverse soorten water via de daarvoor aangewezen aansluitleidingen.

  • 2.

    Het college verleent een aansluitvergunning alleen voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluitpunt en van een perceelaansluitleiding:

    • a.

      voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien ter plaatse een gemengd stelselaanwezig is;

    • b.

      voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is;

    • c.

      voor de afvoer van schoon hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een daartoe geschikt systeem aanwezig is;

    • d.

      voor de afvoer van vervuild hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel of een ander geschikt systeem aanwezig is;

    • e.

      voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter plaatse riolering onder over- en/of onderdruk aanwezig is.

  • 3.

    Indien meer dan één aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand dient te worden gebracht, en ook wanneer meer dan één aansluiting dient te worden gewijzigd, is het eerste lid voor iedere aansluiting of wijziging afzonderlijk van toepassing.

  • 4.

    In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot:

    • a.

      het tot stand brengen van de aansluiting;

    • b.

      het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de perceelaansluitleiding;

    • c.

      sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;

    • d.

      de periode waarvoor de vergunning wordt verleend, indien de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater;

    • e.

      de controlevoorziening, inclusief ontstoppingsstukken.

  • 5.

    Indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die aansluitvergunning betrekking heeft, uit te voeren, kan het college de aansluitvergunning intrekken.

Artikel 3. De vergunningaanvraag

  • 1.

    De aanvraag voor een aansluitvergunning dient schriftelijk met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier, bij het college te worden ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten perceel.

  • 2.

    Bij de aanvraag voor een aansluitvergunning dienen de volgende gegevens door de rechthebbende te worden verstrekt:

    • a.

      de naam en het adres van de rechthebbende;

    • b.

      de ligging van het aan te sluiten perceel:

      • I.

        aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastrale adres van het betreffende perceel (gemeente, sectie en nummer);

      • II.

        aangegeven op een situatieschets met een schaal van 1:500;

    • c.

      voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft: de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij dient te worden aangegeven of niet-verontreinigd water (zoals schoon hemelwater vuil hemelwater of koelwater) en/of verontreinigd water (zoals huishoudelijk- of industrieel afvalwater) zal worden afgevoerd;

    • d.

      voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft: of er huishoudelijk afvalwater of hemelwater zal worden afgevoerd;

    • e.

      de drainage;

    • f.

      van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens:

      • I.

        het leidingverloop en de dimensionering;

      • II.

        de hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt;

      • III.

        een duidelijk verschil in kleur tussen de diverse afvoerleidingen;

      • IV.

        de kleur van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt, waarbij de volgende kleuren moeten worden toegepast:

        • 1.

          hemelwaterriool: middelgrijs;

        • 2.

          vuilwateriool: roodbruin;

        • 3.

          schoon hemelwaterriool: groen;

      • V.

        de wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden gemarkeerd.

    • g.

      de dagtekening.

  • 3.

    Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd in een voor een activiteit op het perceel afgegeven vergunning of melding op grond van de Omgevingswet, kan bij de aanvraag van een aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning of melding.

  • 4.

    De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde gegevens zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen 

Artikel 4. Weigering van een aansluitvergunning

  • 1.

    Een aansluitvergunning kan worden geweigerd indien aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische-, juridische- of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.

  • 2.

    Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk indien:

    • a.

      de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding;

    • b.

      de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de weg, tenzij via een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt aangesloten;

    • c.

      de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl een openbaar riool met een gescheiden stelsel aanwezig is;

    • d.

      de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar deze niet is verleend, of niet aan geldende algemene regels is voldaan;

    • e.

      het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren;

    • f.

      het een lozing van niet-verontreinigd drainagewater betreft;

    • g.

      de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet-verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of dat door middel van retourbemaling kan worden afgevoerd;

    • h.

      een vergunning op grond van de Omgevingswet voor een activiteit op het aan te sluiten perceel is geweigerd.

Artikel 5. Verlening van de aansluitvergunning

  • 1.

    Het college besluit binnen acht weken na ontvangst een besluit op een aanvraag.

  • 2.

    Indien de aanvraag of de daarbij behorende bescheiden niet voldoen aan het bepaalde in het tweede lid van artikel 3 van deze verordening, wordt de in het eerste lid genoemde termijn opgeschort met ingang van de dag na die waarop het bestuursorgaan de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid houdt het college de beslissing op een aanvraag om een aansluitvergunning aan indien er geen reden is de vergunning te weigeren en er voor een activiteit op het aan te sluiten perceel nog een vergunning moet worden aangevraagd of verleend dan wel een melding moet worden gedaan op grond van de Omgevingswet.

  • 4.

    Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

  • 5.

    Na verlening van een in het derde lid bedoelde vergunning en/of het indienen van een in dat derde lid bedoeld melding, moet het college alsnog binnen acht weken besluiten op de aanvraag om een aansluitvergunning.

Afdeling III. De feitelijk aansluiting

Artikel 6. Het verzoek tot aanleg of wijziging perceelaansluitleiding

  • 1.

    De rechthebbende aan wie op grond van afdeling II van deze verordening een aansluitvergunning is verleend, dient de gemeente te verzoeken de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die vergunning betrekking heeft, feitelijk uit te voeren. De rechthebbende dient daartoe een schriftelijk verzoek in bij het college.

  • 2.

    Bij het verzoek tot feitelijke aansluiting dienen in ieder geval de volgende gegevens door de rechthebbende te worden vermeld:

    • a.

      de naam en het woonadres van de rechthebbende;

    • b.

      het nummer en de datum van de aansluitvergunning;

    • c.

      de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering.

      Het verzoek tot feitelijke aansluiting wordt slechts in behandeling genomen indien deze gegevens volledig zijn vermeld.

  • 3.

    Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn voldaan op grond van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit naast de in het tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting te vermelden en aan te tonen.

  • 4.

    Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de ontvangst van het verzoek tot feitelijke aansluiting, stelt het college zoveel mogelijk in overleg met rechthebbende, een tijdstip vast voor uitvoering van de aansluiting.

Artikel 7. Kosten van de aansluiting

  • 1.

    Het college bepaalt de kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding en het aansluitpunt aan de hand van een jaarlijks door de raad vast te stellen tarieventabel.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde tabel wordt als bijlage toegevoegd aan deze verordening.

  • 3.

    De aansluitkosten dienen te worden voldaan, tegelijkertijd met het indienen van het onder artikel 6, eerste lid van deze verordening bedoelde verzoek tot feitelijke aansluiting.

  • 4.

    De gemeente is niet gehouden tot feitelijke uitvoering over te gaan, voordat de kosten van aansluiting door de rechthebbende aan de gemeente zijn voldaan.

  • 5.

    Indien de omstandigheden daartoe noodzaken dat de gemeente de aansluiting realiseert voordat de aansluitkosten zijn voldaan, dan zal deze aansluiting op kosten van de aanvrager worden verwijderd indien de aansluitkosten niet worden betaald en niet invorderbaar blijken te zijn.

Artikel 8. Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding

  • 1.

    De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding, inclusief de aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding, dient plaats te vinden door of in opdracht van de gemeente.

  • 2.

    De aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding vindt slechts plaats als het aan te sluiten particulier riool tot aan het aansluitpunt aanwezig is en voldoet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 9. De kwaliteit van het op het openbaar riool te lozen afvalwater

  • 1.

    Het afvalwater afkomstig van de percelen mag geen stoffen bevatten die het materiaal van de rioleringen aantasten of het zuiveringsproces van de ontvangende zuiveringsinstallatie verstoren. De nadelige gevolgen van het afvalwater voor het oppervlakte water moeten bovendien zoveel mogelijk worden beperkt.

  • 2.

    Het is verboden vaste stoffen, verontreinigende stoffen en schadelijke stoffen die in het gebruik vrijkomen, met behulp van versnijdende apparatuur op de riolering te lozen.

  • 3.

    De rechthebbende is verantwoordelijk voor een in alle opzichten juist gebruik van de particuliere aansluitleiding.

Afdeling IV. Onderhoud

Artikel 10. Onderhoud, renovatie en vervanging

  • 1.

    Het onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of in opdracht van de gemeente en voor rekening van de gemeente. Indien het aannemelijk is dat de betreffende onderhouds- dan wel herstelwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van onjuist gebruik van het particulier riool, of indien sprake is van schade door wortels van een boom, niet zijnde een boom van de gemeente, komen de kosten voor rekening van de rechthebbende.

  • 2.

    Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:

    • a.

      het via deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het hoofdriool veroorzaken;

    • b.

      het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding aantasten.

  • 3.

    De kosten voor het onderhoud van het particulier riool komen voor rekening van de rechthebbende.

  • 4.

    Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het gemeentelijk rioolstelsel.

  • 5.

    In geval van verstoppingen in de aansluitleiding, dient de controlevoorziening op particulier terrein door de rechthebbende te zijn blootgelegd vóórdat de gemeente komt schouwen. Indien de verstopping zich bevindt in de perceelaansluitleiding en niet te wijten is aan onjuist gebruik door rechthebbende wordt het probleem voor rekening van de gemeente verholpen. Indien de verstopping een gevolg is van onjuist gebruik door de rechthebbende, worden de kosten doorberekend aan de rechthebbende.

Afdeling V. Verwijdering aansluiting, sloop

Artikel 11. Zorgplicht

  • 1.

    Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het openbaar riool aangesloten perceel, dient de rechthebbende hiervan melding te maken aan de gemeente. De voorziening zal door of in opdracht van de gemeente worden afgesloten ter voorkoming van verzanding van het openbaar riool en de perceelaansluitleiding.

  • 2.

    Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende.

  • 3.

    Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt de aansluitleiding op kosten van de rechthebbende door de gemeente afgesloten en verwijderd.

  • 4.

    Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in kennis te stellen.

  • 5.

    Indien de rechthebbende de onder artikel 11, eerste lid, van deze verordening genoemde zorgplicht niet nakomt, dan is de gemeente gerechtigd de aansluiting van het perceel op het riool af te sluiten. De rioolaansluitleidingen worden door of in opdracht van de gemeente dichtgezet totdat de rechthebbende aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De hieruit voortvloeiende kosten komen voor rekening van de rechthebbende.

Afdeling VI. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12. Hardheidsclausule

Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken voor zover toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze verordening te dienen doelen.

Artikel 13. Overgangsrecht

  • 1.

    De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die vóór de datum van inwerkingtreding zijn ingediend, en waarop nog geen besluit is bekend gemaakt, vallen onder de bepalingen van deze verordening.

  • 2.

    Op de aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV en afdeling V van deze verordening rechtstreeks van toepassing.

  • 3.

    Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in deze overeenkomsten.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 2.

    De ‘Aansluitverordening riolering Waalwijk 2024’ van 23 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van het inwerking treden van deze verordening.

  • 3.

    De Aansluitverordening riolering - tarieventabel wordt ingetrokken met ingang van het inwerking treden van deze verordening.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Aansluitverordening riolering Waalwijk 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2025.

De raad van Waalwijk

De griffier, de voorzitter,

Jeroen Deneer, Sacha Ausems

Bijlage 1.

Tarieventabel behorende bij de Aansluitverordening riolering gemeente Waalwijk 2026

Rioolaansluiting met een diameter van resp. 125 mm of 160 mm en een maximale aansluitlengte van 10 m, gemeten vanaf de perceelsgrens tot hart hoofdriolering

€ 1.200,--

Kosten per meter boven de 10 m

€ 60,--

Tijdelijke rioolaansluiting met een diameter van resp. 125 mm of 160 mm en een maximale aansluitlengte van 10 m, gemeten vanaf de perceelsgrens tot hart hoofdriolering

€ 1.500,--

Kosten per meter boven de 10 m

€ 60,--

De kosten voor rioolaansluitingen met een diameter groter dan 160 mm worden geheel op basis van vooraf geraamde kosten bepaald.