Marktverordening gemeente Rucphen 2025

Geldend van 11-12-2025 t/m heden

Intitulé

Marktverordening gemeente Rucphen 2025

De raad van de gemeente Rucphen,

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025,

overwegende dat een actualisatie van de Marktverordening gewenst is,

gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet,

gehoord de commissie ABM op 27 november 2025,

besluit:

de Marktverordening gemeente Rucphen 2025 vast te stellen onder intrekking van de Marktverordening 1995,

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op door het college ingestelde weekmarkten.

Artikel 2. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    artikelgroepen: de door het college vastgestelde goederen die op de markt worden aangeboden;

  • b.

    branche-indeling: de indeling van groepen van waren en het aantal vastgestelde marktplaatsen per warengroep per markt;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen;

  • d.

    dagplaats: standplaats welke voor de duur van één marktdag wordt toegewezen;

  • e.

    markt: de wekelijkse warenmarkt, welke gehouden wordt op zaterdag van 08.30 tot 12.00 uur op een nader door het college aangewezen of aan te wijzen plaats;

  • f.

    marktmeester: de als zodanig door het college aangewezen persoon;

  • g.

    standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor het uitoefenen van markthandel;

  • h.

    standplaatshouder: de vergunninghouder van een vaste-standplaatsvergunning dan wel degene aan wie door het college een dagplaats of standwerkplaats is toegewezen;

  • i.

    standwerken: het op de markt om zich heen verzamelen van publiek, om door een aansprekende uiteenzetting te proberen het publiek over te halen om artikelen te kopen;

  • j.

    standwerkplaats: standplaats die voor de duur van één marktdag wordt toegewezen en bestemd is voor standwerken;

  • k.

    vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste-standplaatsvergunning;

  • l.

    vaste-standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van twintig jaar voor het op de markt bedrijven van handel;

  • m.

    vergunninghouder: de natuurlijk persoon aan wie door het college een vergunning is verleend voor het innemen van een vaste standplaats gedurende de markt.

Artikel 3. Inrichtingsplan

  • 1.

    Het college stelt een inrichtingsplan voor elke markt vast, met daarin in ieder geval:

    • a.

      de dagen en uren waarop de markt wordt gehouden;

    • b.

      een kaart van de markt.

  • 2.

    Op de kaart van de markt zijn in ieder geval aangegeven:

    • a.

      de grenzen van de markt;

    • b.

      de vaste standplaatsen;

    • c.

      de afmetingen van de standplaatsen.

  • 3.

    Op de kaart van de markt kunnen worden aangegeven:

    • a.

      de standplaatsen die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen;

    • b.

      het maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen dat voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kan worden afgegeven;

    • c.

      de dagplaatsen;

    • d.

      de standwerkplaatsen.

Artikel 4. Tijdelijk andere plaats of dag

Het college kan, indien zeer dringende redenen hiertoe noodzakelijk, in afwijking van artikel 3, incidenteel bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op:

  • a.

    een andere dag;

  • b.

    een andere tijd;

  • c.

    een andere plaats.

Artikel 5. Vergunningplicht

  • 1.

    Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder vaste-standplaatsvergunning van het college dan wel toewijzing van een dagplaats of standwerkplaats door het college.

  • 2.

    Het college verleent alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien een standplaats door de marktmeester wordt toegewezen voor een beperkte proefperiode.

Artikel 6. Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning.

  • 2.

    De vergunninghouder is verplicht aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.

Artikel 7. Markttijden in acht nemen

  • 1.

    Het is verboden meer dan twee en een half uur voor de aanvang en meer dan twee uur na afloop van de markt op welke wijze dan ook ruimte in te doen nemen op het marktterrein, of goederen aan of af te (laten) voeren.

  • 2.

    De standplaatshouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens door het college verleende ontheffing.

  • 3.

    Het college kan aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. De houder van de ontheffing is verplicht aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.

Artikel 8. Marktterrein schoonhouden

  • 1.

    De standplaatshouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegdheden kan worden verwijderd. De standplaatshouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af, of laat het afvoeren.

  • 2.

    De standplaatshouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.

Artikel 9. Verboden

  • 1.

    Het college verbiedt:

    • a.

      het innemen van een andere standplaats dan de standplaatshouder is toegewezen;

    • b.

      meer ruimte en/of kramen of verkoopwagens in beslag te nemen dan de standplaatshouder is toegewezen;

    • c.

      andere waren en goederen te verkopen, ten verkoop aan te bieden of aanwezig te hebben, dan voor welke de standplaats is toegewezen.

  • 2.

    Het college kan, indien hen dit in het belang van de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt, de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden.

Paragraaf 2. Vaste standplaatsen

Artikel 10. Verdeling beschikbare vaste standplaatsen

  • 1.

    Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kan het college deze verdelen via loting.

  • 2.

    Bij de verdeling via loting maakt het college door een openbare kennisgeving bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van twintig jaar beschikbaar komt, en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

  • 3.

    Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.

  • 4.

    Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde en welke voldoen aan de vereisten op basis van artikelgroep en/of branche, krijgen een lotnummer.

  • 5.

    De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd.

  • 6.

    Het college verleent de vaste-standplaatsvergunning op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking.

Artikel 11. Verlenging na afroep

  • 1.

    Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kan het college de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn.

  • 2.

    Bij de verlenging na afroep maakt het college acht weken voor het einde van de duur van de vaste-standplaatsvergunning door een openbare kennisgeving bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van twintig jaar.

  • 3.

    Bij deze openbare kennisgeving worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste-standplaatsvergunning binnen vier weken na de kennisgeving kenbaar te maken op de door het college aangegeven wijze.

  • 4.

    Als binnen de gestelde termijn alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlengt het college zijn vaste-standplaatsvergunning met de in het tweede lid genoemde duur.

  • 5.

    Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval passen burgemeester en wethouders de in artikel 10 beschreven procedure toe, met uitzondering van lid 2 van dit artikel.

  • 6.

    In het in het vijfde lid bedoelde geval stelt het college de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van artikel 10 wordt toegepast en dat zij vóór de door het college genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

Artikel 12. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning

  • 1.

    Het college kan een vaste-standplaatsvergunning vergunning verlenen voor de duur van 20 jaar en voor de op de vergunning vermelde standplaats.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen.

  • 3.

    Een vaste-standplaatsvergunning is niet overdraagbaar.

  • 4.

    De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Artikel 13. Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging

  • 1.

    De vergunninghouder neemt de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in.

  • 2.

    In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan de marktmeester erin toestemmen dat een vervanger de standplaats inneemt. Een aanvraag om toestemming vermeldt de reden en verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de vervanger.

  • 3.

    De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.

Artikel 14. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning

  • 1.

    Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste-standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind, mits wordt voldaan aan hetgeen is bepaald krachtens of bij deze verordening. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.

  • 2.

    Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kan het college de vaste-standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf, mits wordt voldaan aan de criteria uit deze verordening en deze minimaal één jaar werkzaam is geweest voor de vergunninghouder. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.

  • 3.

    De overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de procedure van artikel 10.

  • 4.

    In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen acht weken nadien ingediend.

  • 5.

    Het college wijst de aanvraag tot overschrijving als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

  • 6.

    Als de nieuwe vergunninghouder al over een vaste-standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, kan het college deze intrekken.

Artikel 15. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats

  • 1.

    Als een vaste standplaats beschikbaar komt voor het einde van de duur van de vaste-standplaatsvergunning, kan een vergunninghouder van een vaste-standplaatsvergunning een verzoek indienen om van standplaats te veranderen.

  • 2.

    Als meerdere aanvragen zijn ingediend voor plaatsverandering, wijst het college de standplaats toe via loting, waarvoor de aanvragers worden uitgenodigd.

Artikel 16. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning

  • 1.

    Het college trekt de vaste-standplaatsvergunning in:

    • a.

      op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of

    • b.

      acht weken na dienst overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 14 een aanvraag tot overschrijving is ingediend.

  • 2.

    Het college kan de vaste-standplaatsvergunning intrekken als:

    • a.

      de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

    • b.

      de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;

    • c.

      van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt, behoudens afwezigheid wegens ziekte, vakantie en bijzondere omstandigheden;

    • d.

      de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of

    • e.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd.

  • 3.

    Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vaste-standplaatsvergunning voor de rest van de dag.

Paragraaf 3. Dagplaatsen en standwerkplaatsen

Artikel 17. Verdeling beschikbare dagplaatsen

  • 1.

    Het college kan een dagplaats toewijzen voor de duur van een dag, voor een in het inrichtingsplan aangewezen dagplaats of voor het innemen van een vaste standplaats, wanneer die niet is ingenomen door de houder van de vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger.

  • 2.

    Voor een dagplaats komen in aanmerking de gegadigden die op de marktdag vóór aanvang van de markt een melding hebben ingediend, mits zij:

    • a.

      niet reeds in het bezit zijn van een vaste-standplaatsvergunning;

    • b.

      voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste;

  • 3.

    Het college verdeelt de beschikbare dagplaatsen op volgorde van ontvangst van de meldingen.

  • 4.

    Een toegewezen dagplaats is niet overdraagbaar. De indiener van de melding moet de standplaats persoonlijk innemen en kan zich niet laten vervangen.

  • 5.

    De indiener van de melding kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

  • 6.

    Het college kan besluiten eenieder aan wie een dagplaats is toegewezen voor de duur van maximaal één jaar de toewijzing van een standplaats op de markt te weigeren, wanneer:

    • a.

      de indiener van de melding of degene die hem heeft bijgestaan zich op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;

    • b.

      de indiener van de melding niet of niet tijdig het marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

Artikel 18. Verdeling beschikbare standwerkplaatsen

  • 1.

    Het college kan een standwerkplaats toewijzen voor de duur van een dag, voor een in het inrichtingsplan aangewezen standwerkplaats.

  • 2.

    Voor een standwerkplaats komen in aanmerking de gegadigden die op de marktdag vóór aanvang van de markt bij de marktmeester een melding hebben ingediend, mits zij:

    • a.

      niet reeds in het bezit zijn van een vaste-standplaatsvergunning;

    • b.

      voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste;

  • 3.

    Het college verdeelt de beschikbare standwerkplaatsen op volgorde van ontvangst van de meldingen.

  • 4.

    Een toegewezen standwerkplaats is niet overdraagbaar. De indiener van de melding moet de standplaats persoonlijk innemen en kan zich niet laten vervangen.

  • 5.

    De indiener van de melding kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

  • 6.

    Het college kan besluiten eenieder aan wie een standwerkplaats is toegewezen voor de duur van maximaal één jaar de toewijzing van een standplaats op de markt te weigeren, wanneer:

    • a.

      de indiener van de melding of degene die hem heeft bijgestaan zich op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;

    • b.

      de indiener van de melding niet of niet tijdig het marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

Paragraaf 4. Handhaving

Artikel 19. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders.

Artikel 20. Toonplicht vergunning of toestemming

Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.

Artikel 21. Onmiddellijke verwijdering

Het college kan een standplaatshouder of degene die hem bijstaat of vervangt, gelasten zich met zijn goederen of waren onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden.

Artikel 22. Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 23. Overgangsrecht

  • 1.

    Besluiten op grond van de Marktverordening 1995 blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat het college deze ambtshalve hebben gewijzigd of ingetrokken.

  • 2.

    De voor het tijdstip, waarop deze verordening in werking treedt, verleende vergunningen voor vaste standplaatsen voor onbepaalde tijd, worden gewijzigd in vergunningen voor een vaste standplaats voor een periode van 20 jaar ingaande op de dag van de inwerkingtreding van deze verordening.

  • 3.

    De op grond van de Marktverordening 1995 vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten komen te vervallen.

  • 4.

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening 1995 is ingediend en voor het tijdstip van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

  • 5.

    Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Marktverordening 1995 waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de Marktverordening 1995 beslist.

Artikel 24. Intrekking oude regeling

De Marktverordening 1995 en het raadsbesluit van 12 december 1963 tot instelling van de weekmarkt wordt worden ingetrokken.

Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 11 december 2025.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Rucphen 2025.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen

in zijn openbare vergadering van 10 december 2025,

de griffier,

J.J.H. Lahaije.

de voorzitter,

mr. M. van der Meer Mohr