Reglement kunstcommissie gemeente Oosterhout 2025

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Reglement kunstcommissie gemeente Oosterhout 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout;

In haar vergadering van 16 - 12 - 2025

gelet op artikel 84 van de Gemeentewet;

besluit het volgende reglement vast te stellen:

Reglement kunstcommissie gemeente Oosterhout 2025

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • kunstcommissie: de kunstcommissie van de gemeente Oosterhout;

  • budget: het budget dat door het gemeentebestuur van Oosterhout beschikbaar is gesteld voor opdrachten voor kunsttoepassing en kunstaankopen in de openbare ruimte in de gemeente Oosterhout en voor het beheer en onderhoud van kunst in de openbare ruimte;

  • kunstenaar: een persoon die een opdracht voor kunsttoepassing uitwerkt, in de vorm van een schetsontwerp of een definitief ontwerp;

  • uitvoeringskader: Uitvoeringskader Kunst in de Openbare Ruimte 2025

  • voor de overige (technische) definities wordt naar de begrippenlijst van de Landelijke Algemene Voorwaarden Kunstopdrachten 2015 verwezen.

Hoofdstuk 2 Taken en bevoegdheden van de kunstcommissie

Artikel 2 Taken en bevoegdheden

  • 1.

    De kunstcommissie heeft tot taak het college, gevraagd (geagendeerd) en ongevraagd, voor te lichten en te adviseren over de huidige kunstcollectie, opdrachten voor kunsttoepassing, kunstaankopen, plaatsing van kunst van derden, kunst als onderdeel van projecten in de openbare ruimte en onderhoud en beheer van kunst, presentatie en kunsteducatie.

  • 2.

    Het college vraagt de kunstcommissie te adviseren over / bij:

    • a.

      het beoordelen en bestendigen van de huidige kunstcollectie;

    • b.

      opdrachten voor kunsttoepassing;

    • c.

      kunstaankopen;

    • d.

      plaatsing van kunst van derden;

    • e.

      de keuze van locaties voor- en inpassing van kunst in de openbare ruimte;

    • f.

      het benodigde budget;

    • g.

      het beheer en het onderhoud van kunst in de openbare ruimte;

    • h.

      participatie rondom kunstopdrachten.

Hoofdstuk 3 Procedures

Artikel 3 Huidige kunstcollectie

  • 1.

    De kunstcommissie adviseert het college over de huidige (kunst)collectie, op basis van een waardestellingsformulier en het uitvoeringskader.

  • 2.

    Het college stelt het waardestellingsformulier vast.

Artikel 4 Opdrachten voor kunsttoepassing en kunstaankopen

  • 1.

    De kunstcommissie adviseert het college over een voornemen van het college om over te gaan tot verstrekking van een opdracht voor kunsttoepassing of tot een kunstaankoop.

  • 2.

    Het advies bevat een plan van aanpak voor het verstrekken van een opdracht voor kunsttoepassing of voor het verrichten van een kunstaankoop, waarbij de kunstcommissie aandacht besteedt aan in ieder geval de locatie, de aard van de kunsttoepassing, de te hanteren financiële randvoorwaarde(n), de technische randvoorwaarde(n) en beperkingen, het gebruik, het beheer en onderhoud, de planning en de wijze waarop participatie vorm krijgt.

  • 3.

    De kunstcommissie begeleidt het traject om te komen tot verstrekking van een opdracht voor kunsttoepassing, na verkregen instemming van het college met het plan van aanpak, met inachtneming van de volgende bepalingen:

    • a.

      De kunstcommissie doet een uitvraag voor het verrichten van een opdracht voor kunsttoepassing aan minimaal drie kunstenaars, op basis van het plan van aanpak.

    • b.

      De kunstcommissie maakt een selectie uit de ingezonden reacties op de uitvraag en nodigt minimaal één en maximaal drie kunstenaars uit voor het maken van een schetsontwerp;

    • c.

      De kunstcommissie beoordeelt de ingezonden schetsontwerpen op artistieke kwaliteiten, op basis van het plan van aanpak en uitgangspunten vanuit het Uitvoeringskader, en nodigt daarna eventueel één kunstenaar uit tot het maken van een definitief ontwerp;

    • d.

      De kunstcommissie beoordeelt het definitieve ontwerp op artistieke kwaliteiten, op basis van het plan van aanpak en het uitvoeringskader. De kunstcommissie adviseert het college om al dan niet over te gaan tot verstrekking van een opdracht voor kunsttoepassing, onder mededeling van en met toelichting op haar oordeel.

  • 4.

    Het college kan na advies van de kunstcommissie over het definitieve ontwerp besluiten om tot verstrekking van een opdracht voor kunsttoepassing over te gaan. Voordat het college de kunsttoepassing aanvaardt, adviseert de kunstcommissie na een schouw het college om al dan niet tot aanvaarding over te gaan.

  • 5.

    De kunstcommissie begeleidt het traject om te komen tot een kunstaankoop, na verkregen instemming van het college met het plan van aanpak.

  • 6.

    De kunstcommissie selecteert een aantal kunstenaars op wier werk een nadere oriëntatie volgt, op basis van het plan van aanpak.

  • 7.

    Het college kan besluiten om tot een kunstaankoop over te gaan.

  • 8.

    Verstrekking van een opdracht voor kunsttoepassing en het overgaan tot een kunstaankoop vinden plaats in de vorm van een overeenkomst tussen de gemeente en de kunstenaar, waarin ook afspraken worden gemaakt over de eerste plaatsingstermijn.

  • 9.

    De kunstcommissie houdt rekening met algemene en specifieke eisen die de gemeente stelt aan (verkeers)veiligheid, toegankelijkheid en andere aspecten met betrekking tot de kwaliteit van de openbare ruimte.

Artikel 5 Honorarium

  • 1.

    Voor het maken van een schetsontwerp ontvangt een kunstenaar een honorarium. De hoogte van dit honorarium is mede afhankelijk van het budget en van de eisen die aan het schetsontwerp worden gesteld. Hierbij worden de richtlijnen van de LAVK 2015 (gemiddeld 30% van het totale beschikbare projectbudget) gehanteerd. Voor de uitvoeringskosten resteert dan 70%.

  • 2.

    Indien het college na ontvangst van het definitieve ontwerp niet tot opdrachtverstrekking overgaat, zijn de ontwerpkosten voor de gemeente. Ook hierbij worden de richtlijnen van LAVK 2015 gevolgd.

Artikel 6 Plaatsing van kunst van derden

  • 1.

    De kunstcommissie adviseert het college over de plaatsing van kunst die in eigendom blijft van derden, op basis van een waardestellingsformulier.

  • 2.

    Het college stelt het waardestellingsformulier vast.

  • 3.

    Het college kan plaatsing van kunst van derden toestaan, met inachtneming van de volgende bepalingen:

    • a.

      De gemeente wordt geen eigenaar van de kunst van derden.

    • b.

      De initiatiefnemer draagt de vervaardigings- en plaatsingskosten inclusief de kosten van onderzoeken en vergunningen.

    • c.

      Vanaf het moment van plaatsing draagt de initiatiefnemer de kosten van beheer, onderhoud en verzekering voor de duur van de plaatsing.

    • d.

      Onder onderhoud wordt verstaan het in stand houden van het kunstwerk conform het bij plaatsing overeengekomen onderhoudsniveau.

    • e.

      Indien het college van oordeel is dat de initiatiefnemer het beheer en onderhoud niet conform de overeenkomst verricht, verwijdert de initiatiefnemer het kunstwerk op eigen kosten.

    • f.

      De initiatiefnemer is gehouden aan de regelgeving op het gebied van de auteursrecht en erfgoed.

    • g.

      De maximale duur van plaatsing is tien jaar. Tegen het einde van de overeengekomen plaatsingsduur, bespreekt het college met de initiatiefnemer of voortzetting van de plaatsing is gewenst. Wanneer dat het geval is, adviseert de kunstcommissie over de voortzetting van de plaatsing, op basis van een waardestellingsformulier.

    • h.

      De aanleg, constructie en aanwezigheid van het kunstwerk levert geen schade op aan de openbare ruimte en levert geen gevaar op voor het veilig en doelmatig gebruik van de openbare ruimte.

    • i.

      Het kunstwerk wordt nagelvast aan de ondergrond bevestigd, zodat verplaatsen, omvallen of omduwen niet mogelijk is.

    • j.

      Het kunstwerk is vandalismebestendig waardoor beschadiging en/of bekladding wordt voorkomen en/of eenvoudig te herstellen is.

    • k.

      De kunstuiting is goed bereikbaar voor onderhoud en vormt geen belemmering voor het beheer van het openbaar groen en van omliggende objecten en voorzieningen. Ook staat het niet in de weg voor de hulpdiensten.

    • l.

      Het college kan het kunstwerk (tussentijds) laten verwijderen of verplaatsen door initiatiefnemer indien het college de grond voor andere doeleinden nodig acht.

    • m.

      Het college gaat met de initiatiefnemer een overeenkomst aan, waarin de bovenstaande bepalingen worden gewaarborgd..

Artikel 7 Budget

  • 1.

    De kunstcommissie adviseert het college over het benodigde budget. De kunstcommissie adviseert over de hoogte van het honorarium, de kosten van het schetsontwerp en van het definitieve ontwerp, het aankoopbedrag, de kosten voor de opening / onthulling, de mogelijkheden om gebruik te maken van provinciale of landelijke regelingen en eventuele andere kosten.

  • 2.

    In geval het budget dreigt te worden overschreden, adviseert de kunstcommissie het college over de mogelijk te nemen maatregelen.

Artikel 8 Participatie

  • 1.

    Bij opdrachten voor kunsttoepassing, kunstaankopen en plaatsing van kunst van derden kunnen betrokken inwoners, ondernemers en instellingen participeren door wensen en ideeën mee te geven.

  • 2.

    De kunstcommissie adviseert het college over de vorm van participatie en de betrokkenen.

Hoofdstuk 4 Samenstelling en werkwijze van de kunstcommissie

Artikel 9 Samenstelling van de kunstcommissie

  • 1.

    De kunstcommissie bestaat uit tenminste drie professionals afkomstig uit alle drie de volgende disciplines:

    • beeldende kunst;

    • architectuur / stedenbouwkunde;

    • beeldende kunst in relatie tot ruimtelijke vormgeving.

  • 2.

    Voor lidmaatschap komen professionele beeldende kunstenaars of personen die anderszins beroepsmatig werkzaam zijn op bovengenoemde terreinen in aanmerking. De kunstcommissieleden zijn deskundig op hun vakgebied en hebben oog voor de ontwikkelingen in de kunsten.

  • 3.

    Het college benoemt, herbenoemt en ontslaat de leden van de kunstcommissie, na overleg met de kunstcommissie.

  • 4.

    Afhankelijk van de invulling van het participatietraject kunnen maximaal twee extra vertegenwoordigers uit de directe fysieke (leef)omgeving tijdelijk als adviseur bij de kunstcommissie worden betrokken. Het college accordeert deze tijdelijke vertegenwoordigers na een voorstel vanuit de kunstcommissie.

  • 5.

    Maximaal één van de drie vaste kunstcommissieleden is woonachtig in de gemeente Oosterhout.

  • 6.

    Vertegenwoordigers die als adviseur bij de kunstcommissie worden betrokken kunnen woonachtig zijn in de gemeente Oosterhout.

  • 7.

    Leden van de kunstcommissie worden voor een periode van vier jaar benoemd en zijn na vier jaar terstond, voor maximaal nog één periode van vier jaar, herbenoembaar.

  • 8.

    De kunstcommissie werkt met een rooster van aftreden.

  • 9.

    In een tussentijdse vacature van de leden wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

  • 10.

    De kunstcommissie wordt in haar werkzaamheden ambtelijk bijgestaan door een medewerker van de gemeente. De bijstand is ondersteunend van aard, in geen geval inhoudelijk.

Artikel 10 Werkwijze van de commissie

  • 1.

    De kunstcommissie kiest uit haar leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Van dit besluit wordt binnen een maand na installatie mededeling gedaan aan het college.

  • 2.

    De kunstcommissie vergadert gemiddeld drie keer per kalenderjaar en minimaal twee keer per kalenderjaar.

  • 3.

    De voorzitter belegt de vergaderingen en bepaalt de plaats en het tijdstip van de vergadering.

  • 4.

    De leden worden ten minste twee weken van te voren, met gelijktijdige toezending van de agenda, schriftelijk ter vergadering opgeroepen. Bij urgente onderwerpen kan hiervan worden afgeweken.

  • 5.

    De kunstcommissie neemt geen besluiten wanneer minder dan de helft van de leden aanwezig is.

  • 6.

    Besluiten over een uit te brengen advies worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

Artikel 11 Uitbrengen van het advies

De kunstcommissie brengt haar adviezen uit aan het college, na voorbespreking met de portefeuillehouder Cultuur.

Artikel 12 Jaarverslag

De kunstcommissie brengt jaarlijks verslag uit aan het college over de verrichte werkzaamheden, na voorbespreking van het verslag met de portefeuillehouder Cultuur.

Artikel 13 Onpartijdigheid van de leden

De leden van de kunstcommissie mogen direct noch indirect deelnemen aan leveringen en aan het verrichten van diensten die gerelateerd zijn aan de onderwerpen waarover de commissie adviseert.

Artikel 14 Evaluatie, schorsing en ontslag

  • 1.

    Het evalueren van het functioneren van de leden gebeurt periodiek door het college, uit eigen beweging of na advies van de voorzitter.

  • 2.

    Het college kan een lid schorsen of ontslaan als tegen dit lid zwaarwegende bezwaren bestaan, danwel als een lid niet naar behoren functioneert.

  • 3.

    Een lid dat wordt ontslagen of geschorst, voert vanaf dat moment zijn taken in de kunstcommissie niet meer uit.

Artikel 15 Beëindigen lidmaatschap

Het lidmaatschap van een lid van de kunstcommissie eindigt (buiten de afloop van de zittingsperiode):

  • a.

    op eigen verzoek;

  • b.

    in het geval het college constateert, dat het lid niet meer voldoet aan het bepaalde in artikelen 9 en 13;

  • c.

    door overlijden.

Artikel 16 Vergoeding

  • 1.

    De leden van de kunstcommissie ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van een vergadering. De vergoeding bedraagt € 225,- per vergadering (peildatum 01-01-2025).

  • 2.

    De leden ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfskosten, zowel binnen als buiten de gemeente. Deze vergoeding bedraagt € 0.23 (ex. Btw.) per kilometer of een volledige onkostenvergoeding voor gebruik van openbaar vervoer.

  • 3.

    Het college bepaalt jaarlijks of de in leden 1 en 2 genoemde vergoedingen dienen te worden geïndexeerd, met dien verstande dat genoemde vergoedingen de minimale vergoeding betreffen.

  • 4.

    Indien een lid tevens zitting heeft in de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit Oosterhout of andere bij verordening aangestelde commissie in de gemeente Oosterhout, geldt de vergoedingsbepaling volgend uit de verordening van desbetreffende commissie.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 17

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 18

Het reglement wordt aangehaald als: Reglement kunstcommissie gemeente Oosterhout 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2025.

G.J. van Grootheest, burgemeester

B. de Vries, gemeentesecretaris