Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR751592
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR751592/1
Verordening op de heffing en de invordering van leges Rheden 2026 (Legesverordening Rheden 2026)
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en de invordering van leges Rheden 2026 (Legesverordening Rheden 2026)De raad van de gemeente Rheden;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeente wet. De artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;
b e s l u i t :
vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van leges Rheden 2026 (Legesverordening Rheden 2026)
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
- -
dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
- -
jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
- -
kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;
- -
maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;
- -
week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:
- a.
het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;
- b.
het verlenen van een dienst op aanvraag; of
- c.
het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;
een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.
Artikel 4 Vrijstellingen
Leges worden niet geheven voor:
- a.
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;
- b.
diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;
- c.
het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen over inkomen en vermogen;
- d.
beschikkingen of afschriften van beschikkingen, genomen krachtens een rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente;
- e.
beschikkingen of afschriften van beschikkingen, houdende een beslissing op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas;
- f.
beschikkingen of afschriften van beschikkingen op aanvragen ter zake van bijstand ingevolge de Participatiewet en andere uitkeringen in het persoonlijk belang van de uitkeringsgerechtigden; nasporingen in de bij het gemeentearchief berustende stukken;
- g.
indien het verlangde onderzoek uitsluitend of voor een overwegend deel strekt ten behoeve van een wetenschappelijk doel;
- h.
stukken en diensten, welke al uit anderen hoofde tot enige betaling aan de gemeente aanleiding geven en voor zover zij in de tarieventabel niet in het bijzonder zijn genoemd;
- i.
voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (artikel 1.25, onder a, van de tarieventabel) omtrent personen, die vrijwilligerswerk verrichten t.b.v. een vrijwilligersorganisatie;
- j.
beschikkingen voor het treffen van bepaalde duurzaamheidsmaatregelen zijnde gevel- of dakisolatie, zonnepanelen, zonnepannen en warmtepompen of daarmee naar beoordeling van bevoegd gezag gelijk te stellen duurzaamheidsmaatregel waarbij de vergunningplicht wordt veroorzaakt door een (beperkt) beschermde status als gevolg van een (voorgenomen) aanwijzing als (Rijks)monument, stedenbouwkundig waardevol pand en/of bij niet-monumenten in de Rijksbeschermde dorpsgezichten, die zonder de hiervoor genoemde status vergunningsvrij zouden zijn.
De vrijstelling geldt voor zowel de activiteiten met betrekking tot bouwwerken (paragraaf 2.3 van de tarieventabel) als voor de activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed (paragraaf 2.4 van de tarieventabel). De vrijstelling geldt niet voor advies met betrekking tot welstand (artikel 2.50 van de tarieventabel);
- k.
voor andere (bouw)activiteiten op hetzelfde perceel maar niet in of aan monumenten en/of binnen beschermd gezicht die anders vergunningsvrij waren geweest. De vrijstelling geldt voor zowel de activiteiten met betrekking tot bouwwerken (paragraaf 2.3 van de tarieventabel) als voor de activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed (paragraaf 2.4 van de tarieventabel), de vrijstelling geldt niet voor advies met betrekking tot welstand (artikel 2.50 van de tarieventabel);
- l.
vergunningen tot het houden van openbare inzamelingen.
Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven
- 1.
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
- 2.
Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Vermindering van het belastingbedrag
- 1.
Indien is voldaan aan wat is bepaald in de volgende leden van dit artikel, worden de leges per belastbaar feit verminderd met een bedrag van maximaal € 500,00, doch met niet meer dan het op grond van de tarieventabel verschuldigde bedrag voor:
- a.
belastbare feiten als bedoeld in paragraaf 3.2 tot en met 3.10 van de tarieventabel, voor zover die betrekking hebben op het organiseren in één wijk of buurt van kleinschalige, niet-commerciële activiteiten, die niet langer duren dan drie dagen;
- b.
belastbare feiten als bedoeld in paragraaf 2.3, 2.4, 2.6, 2.7, 2.8 en 2.12 van de tarieventabel, met uitzondering van artikel 2.47a.
- a.
- 2.
De vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend aan een stichting of rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging:
- a.
die geen bedrijfsmatige activiteiten verricht en die niet belastingplichtig is voor de omzetbelasting of de vennootschapsbelasting; en
- b.
die in hoofdzaak activiteiten ontwikkelt in de gemeente Rheden, of in hoofdzaak activiteiten ontwikkelt die de gemeenschap van de gemeente Rheden ten goede komen, waarbij de behartiging van een kerkelijk, levensbeschouwelijk, charitatief, cultureel of wetenschappelijk belang op de voorgrond staat en waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers; en
- c.
waarvan de inkomsten in de twee kalenderjaren voorafgaand aan de indiening van het verzoek om vermindering voor meer dan 90% hebben bestaan uit bijdragen van leden of vrijwillige bijdragen van contribuanten.
- a.
- 3.
Aanspraak op vermindering, als bedoeld in het eerste lid, bestaat alleen indien een verzoek daartoe wordt ingediend tegelijkertijd met de aanvraag van de vergunning of ontheffing waar het verzoek betrekking op heeft.
Artikel 7 Wijze van heffing
De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8 Termijnen van betaling
- 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:
- a.
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
- a.
- 2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 9 Kwijtschelding
Kwijtschelding van de belasting vindt plaats op basis van de geldende Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Rheden 2023.
Artikel 10 Vermindering of teruggaaf
Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.
Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag.
Artikel 11 Overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:
- a.
van zuiver redactionele aard zijn;
- b.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:
- 1.
paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);
- 2.
paragraaf 1.3 (rijbewijzen inclusief gezondheidsverklaring);
- 3.
artikel 1.17 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);
- 4.
artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag);
- 5.
artikel 1.31 (Wet op de kansspelen);
- 1.
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 12 Overgangsrecht
- 1.
De ‘Legesverordening Rheden’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
- 2.
Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 13 Inwerkingtreding
- 1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
- 2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: 'Legesverordening Rheden 2026'.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025.
De Steeg, 16 december 2025
De raad voornoemd,
voorzitter.
griffier.
Tarieventabel bij de Legesverordening gemeente Rheden
|
Hoofdstuk 1 |
Algemene Dienstverlening |
|
|
Paragraaf 1.1 |
Burgerlijke stand |
|
|
Artikel 1.1 |
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap: |
|
|
a. |
op het gemeentehuis kortstondig op de maandagochtend op de twee vastgestelde tijdstippen |
€ 0,00 |
|
b. |
op het gemeentehuis maandag t/m vrijdag tussen 10.00 en 17.00 uur |
€ 432,10 |
|
c. |
op het gemeentehuis voor een bescheiden huwelijk of registratie van een partnerschap op woensdag om 14.00 of 14.30 uur |
€ 216,00 |
|
d. |
buiten de in onderdeel a, b en c genoemde locaties: |
|
|
€ 562,80 |
|
|
€ 693,20 |
|
|
€ 898,60 |
|
|
Artikel 1.2 |
Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk |
|
|
a. |
Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte, zijn de tarieven onder artikel 1.1 van toepassing. |
|
|
b. |
Omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk kortstondig aan een balie of in een spreekkamer |
€ 52,35 |
|
Artikel 1.3 |
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis [gereserveerd] |
|
|
Artikel 1.4 |
Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis [gereserveerd] |
|
|
Artikel 1.5 |
Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag |
€ 123,55 |
|
Artikel 1.6 |
Beschikbaar stellen getuige door gemeente |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige |
€ 47,65 |
|
Artikel 1.7 |
Annuleren of wijzigen datum |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen |
€ 40,10 |
|
Artikel 1.8 |
Trouwboekje of partnerschapsboekje |
|
|
|
Het tarief bedraagt: |
|
|
a. |
voor het verstrekken van een trouwboekje |
€ 46,55 |
|
b. |
voor het verstrekken van een duplicaat trouwboekje |
€ 46,55 |
|
Paragraaf 1.2 |
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart |
|
|
Artikel 1.9 |
Paspoorten of andere reisdocumenten |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: |
|
|
a. |
een nationaal paspoort: |
|
|
€ 88,65 |
|
|
€ 67,05 |
|
|
b. |
een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): |
|
|
€ 88,65 |
|
|
€ 67,05 |
|
|
c |
een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): |
|
|
€ 88,65 |
|
|
€ 67,05 |
|
|
d. |
een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen |
€ 67,05 |
|
Artikel 1.10 |
Nederlandse identiteitskaart |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: |
|
|
a. |
een Nederlandse identiteitskaart: |
|
|
|
|
€ 80,10 |
|
€ 43,20 |
|
|
b. |
een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon |
€ 39,05 |
|
Artikel 1.11 |
Modaliteiten |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen |
€ 60,30 |
|
Paragraaf 1.3 |
Rijbewijzen |
|
|
Artikel 1.12 |
Rijbewijzen |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs |
€ 53,65 |
|
Artikel 1.13 |
Modaliteiten |
|
|
1. |
Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met |
€ 39,65 |
|
2. |
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een gezondheidsverklaring betreffende lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorvoertuigen waarvoor een rijbewijs is vereist |
€ 56,10 |
|
Paragraaf 1.4 |
Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens |
|
|
Artikel 1.14 |
Definities |
|
|
1. |
Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. |
|
|
2. |
Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. |
|
|
Artikel 1.15 |
Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking |
€ 13,80 |
|
Artikel 1.16 |
Verstrekking van aangehaakte gegevens |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking |
€ 13,80 |
|
Artikel 1.17 |
Schriftelijke verstrekking |
|
|
|
In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen |
€ 7,70 |
|
Artikel 1.18 |
Op aanvraag doornemen basisregistratie personen |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier |
€ 21,40 |
|
2. |
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
Paragraaf 1.5 |
Bestuursstukken [gereserveerd] |
|
|
Paragraaf 1.6 |
Vastgoedinformatie |
|
|
Artikel 1.21 |
Plan- of kaartinformatie |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b: |
|
|
€ 8,45 |
|
|
€ 12,55 |
|
|
€ 16,55 |
|
|
€ 20,65 |
|
|
€ 0,65 |
|
|
2. |
Voor een gekleurde kaart, indien geen plot gemaakt kan worden, het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde externe kosten van vervaardiging. |
|
|
3. |
Voor de toepassing van het bepaalde onder lid 1 wordt de aanvraag in behandeling genomen op de achtste werkdag na de dag waarop de kosten aan de aanvrager ter kennis zijn gebracht. |
|
|
Artikel 1.22 |
Informatie uit registers [gereserveerd] |
|
|
Artikel 1.23 |
Informatie uit adressenbestanden |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres: |
|
|
€ 35,15 |
|
|
€ 35,15 |
|
|
€ 64,20 |
|
|
2. |
De onder onderdeel a tot en met c vermelde bedragen worden verdubbeld, indien zij van toepassing zijn op vervallen percelen of toestanden. |
|
|
3. |
Het tarief bedraagt voor het verlenen van inzage: |
|
|
€ 35,15 |
|
|
€ 35,15 |
|
|
Paragraaf 1.7 |
Overige publiekszaken |
|
|
Artikel 1.24 |
Gemeentegarantie |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening |
€ 262,55 |
|
Artikel 1.25 |
Overige publiekszaken |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
a. |
tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag |
€ 41,35 |
|
b. |
tot het legaliseren van een handtekening |
€ 13,80 |
|
c. |
tot het verstrekken van een bewijs van in leven zijn, met uitzondering van die, afgegeven voor pensioen of wachtgeld |
€ 13,80 |
|
d. |
tot het verstrekken van een bewijs van Nederlanderschap |
€ 13,80 |
|
Paragraaf 1.8 |
Gemeentearchief [gereserveerd] |
|
|
Paragraaf 1.9 |
Bijzondere wetten |
|
|
Artikel 1.29 |
Huisvestingswet 2014 |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 |
€ 60,30 |
|
Artikel 1.30 |
Leegstandwet |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
€ 215,55 |
|
|
€ 215,55 |
|
|
2. |
Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. |
|
|
Artikel 1.31 |
Wet op de kansspelen |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: |
|
|
€ 56,50 |
|
|
€ 56,50 |
|
|
|
en voor iedere volgende kansspelautomaat |
€ 34,00 |
|
2. |
Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden. |
|
|
3. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) |
€ 75,40 |
|
Artikel 1.32 |
Telecommunicatiewet |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in de Telecommunicatiewet en betrekking hebbend op werkzaamheden van niet ingrijpende aard als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Rheden |
€ 143,85 |
|
2. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in de Telecommunicatiewet |
€ 520,20 |
|
|
Indien de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond wordt het in 1.32.2 genoemde bedrag per strekkende meter sleuf verhoogd met |
€ 2,70 |
|
|
Indien de in 1.32.2 genoemde sleuflengte langer is dan 10.000 m1 wordt vanaf 10.000 m1 een tarief per strekkende meter sleuf aangehouden van |
€ 1,25 |
|
Artikel 1.32a |
Kabels en leidingen |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard in verband met het verkrijgen van toestemming voor het leggen, houden, onderhouden, verleggen of opruimen van kabels en leidingen in de openbare ruimte en in of op kunstwerken als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Rheden |
€ 143,85 |
|
2. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een vergunning voor het leggen, houden, onderhouden, verleggen of opruimen van kabels en leidingen in de openbare ruimte en in of op kunstwerken als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Rheden |
€ 520,20 |
|
|
Indien de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond wordt het in 1.32a.2 genoemde bedrag per strekkende meter sleuf verhoogd met |
€ 2,70 |
|
|
Indien de in 1.32a.2 genoemde sleuflengte langer is dan 10.000 m1 wordt vanaf 10.000 m1 een tarief per strekkende meter sleuf aangehouden van |
€ 1,25 |
|
Artikel 1.33 |
Wegenverkeerswetgeving |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
a. |
een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 |
€ 36,05 |
|
b. |
een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen |
€ 36,05 |
|
c. |
verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) |
€ 40,65 |
|
Paragraaf 1.10 |
Diversen |
|
|
Artikel 1.34 |
Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: |
|
|
a. |
een uittreksel uit de Basisregistratie Personen persoonsgegevens ten name van één persoon |
€ 13,80 |
|
b. |
gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen |
€ 13,80 |
|
c. |
een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen |
€ 0,30 |
|
d. |
stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen |
€ 13,80 |
|
e. |
kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: |
|
|
€ 0,30 |
|
|
€ 0,60 |
|
|
Artikel 1.35 |
Diverse vergunningen of beschikkingen |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: |
|
|
a. |
bouwarchiefstukken welke niet bij het Gelders Archief kunnen worden opgevraagd; |
€ 35,15 |
|
b. |
indien verzocht wordt om deze op papier te verstrekken wordt dit bedrag vermeerderd met: |
|
|
€ 8,45 |
|
|
€ 12,55 |
|
|
€ 16,55 |
|
|
€ 20,65 |
|
Hoofdstuk 2 |
Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet |
|
|
Paragraaf 2.1 |
Algemene bepalingen |
|
|
Artikel 2.1 |
Definities |
|
|
1. |
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. |
|
|
2. |
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. |
|
|
3. |
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4. |
In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:
|
|
|
5. |
Wanneer een initiatiefnemer verplicht is een aanvraag, melding of informatieplicht in te dienen, gebeurt dit digitaal. In het digitaal stelsel wordt dit aangeduid als een verzoek, bestaande uit één of meer activiteiten zoals wettelijk vastgelegd. |
|
|
Artikel 2.2 |
Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven |
|
|
|
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
a. |
conceptverzoek; |
|
|
b. |
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; |
|
|
c. |
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; |
|
|
d. |
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; |
|
|
e. |
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; |
|
|
f. |
intrekking van een omgevingsvergunning; |
|
|
g. |
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; |
|
|
h. |
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. |
|
|
Artikel 2.3 |
Bepalen tarief |
|
|
1. |
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. |
|
|
2. |
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. |
|
|
3. |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. |
|
|
4. |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. |
|
|
5. |
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. |
|
|
6. |
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. |
|
|
Paragraaf 2.2 |
Voorfase |
|
|
Artikel 2.4 |
Conceptverzoek |
|
|
1. |
Als de aanvraag betrekking heeft op het indienen van een conceptverzoek voor een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: |
|
|
€ 150,00 |
|
|
€ 500,00 |
|
|
2. |
De in artikel 2.49 vermelde tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van rapporten in de voorfase. |
|
|
Artikel 2.4a |
Principeverzoek |
|
|
|
Nadat uit de beoordeling van het in een concept verzoek voorgelegde plan ambtelijk als kansrijk is beoordeeld en door initiatiefnemer verzocht wordt om een besluit op het ingediende principeverzoek bedraagt het tarief: |
|
|
a. |
Voorbereiding principebesluit college op ingediend principeverzoek |
€ 600,00 |
|
Paragraaf 2.3 |
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken |
|
|
Artikel 2.5 |
Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
1. |
met een woonfunctie |
€ 3,41 |
|
|
per m³, met een minimumtarief van |
€ 102,27 |
|
2. |
met een agrarische of industrie-functie |
€ 3,55 |
|
|
per m² vloeroppervlak, met een minimumtarief van |
€ 102,27 |
|
3. |
met een overige functie, per m³ |
€ 3,59 |
|
|
per m³, met een minimumtarief van |
€ 102,27 |
|
4. |
voor bouwwerken, niet zijnde gebouwen, civieltechnische constructies, tijdelijke bouwwerken met een instandhoudingstermijn van minder dan tien jaar, onderhoudswerkzaamheden aan gebouwen, functiewijzigingen in bestaande gebouwen, woningtoevoegingen of woningonttrekkingen en bouwwerken die niet in kubieke meters kunnen worden berekend |
0,75% |
|
|
van de bouwkosten, met een minimumtarief van |
€ 102,27 |
|
Artikel 2.6 |
Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit (ruimtelijke deel) |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
1. |
met een woonfunctie: |
|
|
€ 6,95 |
|
|
|
|
€ 238,63 |
|
€ 347,66 |
|
|
|
|
€ 8,31 |
|
|
|
|
|
€ 5.399,94 |
|
|
|
|
€ 8,61 |
|
|
|
|
|
2. |
|
|
|
€ 7,25 |
|
|
|
|
€ 238,63 |
|
€ 362,67 |
|
|
|
|
€ 8,67 |
|
|
|
|
|
€ 5.633,16 |
|
|
|
|
€ 8,98 |
|
|
|
|
|
3. |
met een overige functie: |
|
|
€ 7,32 |
|
|
|
|
€ 238,63 |
|
€ 437,46 |
|
|
|
|
€ 8,75 |
|
|
|
|
|
€ 5.893,03 |
|
|
|
|
€ 9,07 |
|
|
|
|
|
4. |
voor bouwwerken, niet zijnde gebouwen, civieltechnische constructies, tijdelijke bouwwerken met een instandhoudingstermijn van minder dan tien jaar, onderhoudswerkzaamheden aan gebouwen, functiewijzigingen in bestaande gebouwen, woningtoevoegingen of woningonttrekkingen en bouwwerken die niet in kubieke meters kunnen worden berekend |
1,75% |
|
|
van de bouwkosten, met een minimumtarief van |
€ 238,63 |
|
Artikel 2.7 |
Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 365,00 |
|
Paragraaf 2.3a |
Afwijken van het omgevingsplan |
|
|
Artikel 2.7a |
Afwijken van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan |
|
|
1. |
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief: |
|
|
€ 365,00 |
|
|
€ 600,00 |
|
|
€ 720,00 |
|
|
blijkend uit een begroting |
|
|
2. |
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid is uitgebracht wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
3. |
Geen tarief is verschuldigd indien de kosten van het wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan krachtens afdeling 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet worden verhaald. |
|
|
Paragraaf 2.4 |
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed |
|
|
Artikel 2.8 |
Monumenten, archeologie en cultureel erfgoed (Omgevingsplanactiviteit en Rijksmonumentenactiviteit) |
|
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, en deze activiteit betrekking heeft op een gemeentelijk of provinciaal monument (waaronder voorbeschermde monumenten), een archeologisch monument, een beschermd stads- of dorpsgezicht of op cultureel of werelderfgoed waarvoor het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk |
€ 365,00 |
|
2. |
Als de aanvraag betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een activiteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk |
€ 365,00 |
|
3. |
Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, mede betrekking heeft op een archeologisch monument, worden de genoemde tarieven verhoogd met |
€ 182,50 |
|
4. |
De eerste drie leden zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen met betrekking tot monumenten of archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening, zolang in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan nog geen functieaanduiding is opgenomen of voorbeschermingsregel geldt als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit. |
|
|
Artikel 2.9 t/m 2.11 |
(Gereserveerd) |
|
|
Paragraaf 2.5 |
Milieubelastende activiteiten |
|
|
Artikel 2.12 |
Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die bestaat uit een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet en als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, of uit een activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, die valt onder hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), bedraagt het tarief |
€ 2.084,72 |
|
Artikel 2.13 t/m 2.20 |
(Gereserveerd) |
|
|
Paragraaf 2.6 |
Lozingsactiviteiten |
|
|
Artikel 2.21 |
Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 365,00 |
|
Artikel 2.22 |
Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 365,00 |
|
Paragraaf 2.7 |
Aanlegactiviteiten |
|
|
Artikel 2.23 t/m 2.25 |
(Gereserveerd) |
|
|
Artikel 2.26 |
Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden, of in het geldende omgevingsplan zodra dit artikel daarin is opgenomen, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 600,00 |
|
Artikel 2.27 |
Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden, of in het geldende omgevingsplan zodra dit artikel daarin is opgenomen, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 600,00 |
|
Artikel 2.28 |
Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
a. |
voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit) die niet in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is genoemd |
€ 600,00 |
|
b. |
voor het kappen van een boom of het vellen van een houtopstand, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel daarin is opgenomen, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit |
€ 365,00 |
|
c. |
voor het kappen van een beschermde boom of het vellen van een beschermde houtopstand zoals opgenomen op de Beschermde Bomenlijst van de gemeente Rheden, welke tevens een activiteit vormt als bedoeld in artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel daarin is opgenomen, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit |
€ 0,00 |
|
Paragraaf 2.8 |
Overige activiteiten |
|
|
Artikel 2.29 |
(Gereserveerd) |
|
|
Artikel 2.30 |
Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden |
|
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden, of in het geldende omgevingsplan zodra dit artikel daarin is opgenomen, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 0,00 |
|
2. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het kappen van een beschermde boom of het vellen van een beschermde houtopstand zoals gedefinieerd in de Beschermde Bomenlijst van de gemeente Rheden, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 0,00 |
|
Artikel 2.31 |
Omgevingsplanactiviteit: reclame |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4:15 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden, of in het geldende omgevingsplan zodra dit artikel daarin is opgenomen, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 210,00 |
|
Artikel 2.32 |
Omgevingsplanactiviteit: objecten plaatsen op de weg |
|
|
|
Als het verzoek om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10A van de Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 105,00 |
|
Artikel 2.33 |
Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen |
|
|
|
Zie paragraaf 3.5. |
|
|
Artikel 2.34 |
Andere activiteiten |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan in deze paragraaf of de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld, en die activiteit is aangewezen als vergunningplichtige activiteit bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten |
€ 365,00 |
|
Paragraaf 2.9 |
Maatwerkvoorschriften |
|
|
Artikel 2.35 |
Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten |
|
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op ingebruikname van een bouwwerk met een kleine afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geconstateerd binnen het stelsel van private kwaliteitsborging, per maatwerkvoorschrift |
€ 1.600,00 |
|
Artikel 2.36 |
Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten |
|
|
|
Voor een aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften met betrekking tot milieubelastende activiteiten, ongeacht of deze onder hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving vallen of een andere milieubelastende activiteit betreffen, bedraagt het tarief |
€ 1.363,08 |
|
Artikel 2.37 |
(Gereserveerd) |
|
|
Paragraaf 2.10 |
Gelijkwaardigheid |
|
|
Artikel 2.38 |
Gelijkwaardige maatregel |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het aanvragen van toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld |
blijkend uit een begroting |
|
2. |
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
Paragraaf 2.11 |
Overige tarieven |
|
|
Artikel 2.39 |
Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit |
€ 365,00 |
|
Artikel 2.40 |
Wijzigen omgevingsvergunning |
|
|
|
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. |
|
|
Artikel 2.41 |
Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning |
€ 365,00 |
|
Artikel 2.42 |
Intrekken omgevingsvergunning |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is |
€ 0,00 |
|
Artikel 2.43 |
Beoordeling aanvullende gegevens |
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het beoordelen van aanvullende gegevens die behoren bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, waarvoor de aanvraag reeds in behandeling is genomen: |
|
|
a. |
voor het beoordelen van aanvullende gegevens na een eerste verzoek om aanvullingen |
€ 0,00 |
|
b. |
voor het beoordelen van aanvullende gegevens na een tweede en ieder daaropvolgend verzoek om aanvullingen, per keer |
€ 365,00 |
|
Artikel 2.44 |
Beoordeling onderzoeksrapporten |
|
|
|
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. |
|
|
Artikel 2.45 |
Wijzigen van het omgevingsplan |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het (tijdelijke) omgevingsplan: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld |
blijkend uit een begroting |
|
2. |
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
3. |
Geen tarief is verschuldigd indien de kosten van het wijzigen van het (tijdelijke) omgevingsplan krachtens afdeling 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet worden verhaald. |
|
|
Artikel 2.46 |
Niet genoemd besluit op aanvraag |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het (tijdelijke) omgevingsplan |
€ 105,00 |
|
Paragraaf 2.12 |
Modaliteiten |
|
|
Artikel 2.47 |
Achteraf ingediende aanvraag |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met |
10% |
|
|
met een maximum van |
€ 10.000,00 |
|
Artikel 2.48 |
Uitgebreide voorbereidingsprocedure |
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit en sprake is van een milieubelastende activiteit |
€ 1.607,54 |
|
Artikel 2.49 |
Beoordeling onderzoeksrapporten |
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: |
|
|
a. |
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport |
€ 365,00 |
|
b. |
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport |
€ 365,00 |
|
c. |
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER) |
€ 2.271,80 |
|
d. |
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport |
€ 365,00 |
|
Artikel 2.50 |
Advies |
|
|
1. |
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: |
|
|
€ 365,00 |
|
|
zie bijlage A |
|
|
€ 1.673,94 |
|
|
€ 720,15 |
|
|
blijkend uit een begroting |
|
|
2. |
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
Artikel 2.51 |
Instemming |
|
|
1. |
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan |
|
|
|
het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. |
|
|
2. |
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
Paragraaf 2.13 |
Vermindering |
|
|
Artikel 2.52 |
Vermindering na conceptverzoek |
|
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag voor een conceptverzoek als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt |
100% |
|
|
van de voor het conceptverzoek geheven leges. |
|
|
2. |
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een conceptverzoek gedaan: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.53 |
(Gereserveerd) |
|
|
Paragraaf 2.14 |
Teruggaaf |
|
|
Artikel 2.54 |
Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig |
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt |
85% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
|
|
Artikel 2.55 |
Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten |
|
|
|
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt |
85% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
|
|
Artikel 2.56 |
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift |
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift, op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt |
50% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
|
|
Artikel 2.57 |
(Gereserveerd) |
|
|
Artikel 2.58 |
Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten |
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt |
25% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. |
|
|
Artikel 2.59 |
Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten |
|
|
a. |
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt |
25% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. |
|
|
b. |
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. |
|
|
Artikel 2.60 |
Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten |
|
|
|
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. |
|
|
Artikel 2.61 |
Minimumbedrag voor teruggaaf |
|
|
|
Een bedrag minder dan € 150,00 wordt niet teruggegeven. |
|
|
Hoofdstuk 3 |
Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is |
|
|
Paragraaf 3.1 |
Horeca |
|
|
Artikel 3.1 |
Exploitatie openbare inrichting |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: |
|
|
a. |
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan |
€ 358,35 |
|
b. |
een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan |
€ 200,00 |
|
Artikel 3.2 |
Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 en 4 van de Alcoholwet |
€ 606,40 |
|
2. |
Indien de vergunning als bedoeld in artikel 3 en 4 van de Alcoholwet uitsluitend de toevoeging van een bestuursreglement betreft bedraagt het tarief |
€ 77,10 |
|
€ 77,10 |
|
|
€ 66,10 |
|
|
3. |
Indien de vergunning als bedoeld in 30A van de Alcoholwet uitsluitend de toevoeging van een leidinggevende betreft bedraagt het tarief |
€ 137,85 |
|
Paragraaf 3.2 |
Seksbedrijven |
|
|
Artikel 3.3 |
Vergunning seksbedrijf |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 en artikel 3:10 van de Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan: |
|
|
a. |
voor een seksinrichting |
€ 1.102,60 |
|
b. |
voor een escortbedrijf |
€ 722,15 |
|
c. |
voor een sekswinkel |
€ 187,40 |
|
Artikel 3.4 |
Wijzigen vergunning seksbedrijf |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging |
€ 198,40 |
|
Paragraaf 3.3 |
Winkeltijdenwet |
|
|
Artikel 3.5 |
Ontheffing winkeltijden |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
a. |
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet |
€ 71,60 |
|
b. |
wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing |
€ 71,60 |
|
Paragraaf 3.4 |
Organiseren evenement of markt |
|
|
Artikel 3.6 |
Organiseren evenement |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Rheden (evenementenvergunning), dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan, als het betreft: |
|
|
€ 0,00 |
|
|
€ 110,00 |
|
|
€ 225,00 |
|
|
€ 540,00 |
|
|
2. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan |
€ 110,20 |
|
3. |
Een kennisgeving van een festiviteit als bepaald in artikel 4:3 van de Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan, geldig voor één dag |
€ 71,60 |
|
Artikel 3.7 |
Organiseren markt [gereserveerd] |
|
|
Paragraaf 3.5 |
Standplaatsen |
|
|
Artikel 3.8 |
Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt [gereserveerd] |
|
|
Artikel 3.9 |
Overige administratieve dienstverlening markt [gereserveerd] |
|
|
Artikel 3.10 |
Losse standplaatsen |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan: |
|
|
a. |
één dag |
€ 38,55 |
|
b. |
één week |
€ 49,55 |
|
c. |
één maand |
€ 110,20 |
|
d. |
één jaar |
€ 231,55 |
|
Paragraaf 3.6 |
Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap |
|
|
Artikel 3.11a |
Exploitatie kamerverhuurbedrijf |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:38b van de Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan |
€ 358,35 |
|
Artikel 3.11 t/m 3.17 |
[gereserveerd] |
|
|
Paragraaf 3.7 |
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit |
|
|
Artikel 3.18 |
Niet benoemd besluit op aanvraag |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking |
€ 69,85 |
|
Artikel 3.18a |
Teruggaaf |
|
|
1. |
Indien besloten wordt een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning en/of ontheffing als bedoeld in artikel 3:4, 4:15 en 4:18 Algemene plaatselijke verordening Rheden, dan wel het geldende omgevingsplan zodra dit artikel wordt omgezet naar een nieuw omgevingsplan, niet in behandeling te nemen, op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt op aanvraag teruggaaf van |
25% |
|
|
van de geheven leges verleend. |
|
|
2. |
Indien van een verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt en deze vergunning wordt ingetrokken, wordt op aanvraag teruggaaf van |
25% |
|
|
van de geheven leges verleend. |
|
|
3. |
Indien binnen één maand na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning doch voor het verlenen van de vergunning, deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt op aanvraag teruggaaf van |
50% |
|
|
van de geheven leges verleend. |
|
|
4. |
Indien op een later tijdstip dan in artikel 3.18a, lid 3, bedoeld na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning doch voor het verlenen van de vergunning deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt op aanvraag teruggaaf van |
25% |
|
|
van de geheven leges verleend. |
|
|
5. |
Indien de gevraagde vergunning niet wordt verleend, wordt op aanvraag teruggaaf van |
25% |
|
|
van de geheven leges verleend. |
|
|
Artikel 3.18b |
Minimumbedrag voor teruggaaf |
|
|
|
Een bedrag minder dan € 120,00 wordt niet teruggegeven. |
|
Bijlage A - Tarieven Gelders Genootschap (Tariefregeling advisering per 01.01.2026)
A. Advisering omgevingskwaliteit van bouw- en verbouwplannen
Tarief op basis van een promillage van de bouwsom:
(bedragen bouwsom zijn inclusief BTW)
|
1a. |
van € 0,00 tot en met € 500.000,00 |
-> |
2,1 0/00 per aanvraag, met een minimum van € 100,00 |
|
|
|
|
Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen |
|
|
plus over het gedeelte van de bouwsom |
-> |
1,3 0/00 per aanvraag |
|
|
van € 500.001,00 tot en met € 1.000.000,00 |
|
Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen |
|
|
plus over het gedeelte van de bouwsom |
-> |
0,9 0/00 per aanvraag, maximaal |
|
|
van € 1.000.001,00 tot en met € 2.500.000 |
|
Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen |
|
|
plus over het gedeelte van de bouwsom |
-> |
0,6 0/00 per aanvraag, maximaal |
|
|
van € 2.500.001,00 tot en met € 5.000.000,00 |
|
Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen |
|
|
plus over het gedeelte van de bouwsom |
-> |
0,3 0/00 per aanvraag, maximaal |
|
|
van € 5.000.001,00 en meer |
|
Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen |
|
1b. |
Indien het woningbouw betreft wordt per aanvraag bezien hoeveel grondgebonden woningen er per locatie worden uitgevoerd en deze worden per type in rekening gebracht. De volgende regeling per type is daarbij van toepassing: |
||
|
|
• |
complexen van 1 tot en met 5 gelijke woningen |
|
|
|
|
-> tarief volgens 1a. |
|
|
|
• |
complexen van 6 tot en met 10 gelijke |
|
|
|
|
-> tarief over de bouwsom van |
5 woningen |
|
|
• |
complexen van 11 tot en met 20 gelijke woningen |
|
|
|
|
-> tarief over de bouwsom van |
6 woningen |
|
|
• |
complexen van 21 tot en met 30 gelijke woningen |
|
|
|
|
-> tarief over de bouwsom van |
8 woningen |
|
|
• |
complexen van 31 tot en met 40 gelijke woningen |
|
|
|
|
-> tarief over de bouwsom van |
10 woningen |
|
|
• |
complexen van 41 tot en met 50 gelijke woningen |
|
|
|
|
-> tarief over de bouwsom van |
12 woningen |
|
|
|
en zo vervolgens. |
|
|
|
(Etage- en galerijwoningen e.d. worden als één bouwblok beschouwd. Het tarief wordt dan berekend over de totale bouwsom van het bouwblok.) |
||
|
2. |
Integrale advisering |
|
|
|
|
omgevingskwaliteit + 1 extra overige discipline |
-> 1,8 x regulier tarief |
|
|
|
omgevingskwaliteit + discipline Rijksmonument |
-> 2,0 x regulier tarief |
|
|
|
omgevingskwaliteit + meerdere extra disciplines |
-> 2,2 x regulier tarief |
|
|
3. |
Illegale bouwwerken |
-> 1,5 x regulier tarief |
|
|
4. |
Reclameobjecten -> € 100 (excl. BTW) |
|
|
B. Vooroverleggen
Voor alle vormen van vooroverleg wordt € 100,00 (excl. BTW) in rekening gebracht. Voor dit bedrag kan een initiatiefnemer maximaal drie keer een vooroverleg aanvragen. Volgt er na het laatste vooroverleg een definitieve vergunningaanvraag, dan wordt het bedrag van € 100,00 verrekend bij de definitieve aanvraag met een minimaal factuurbedrag van € 0,00. Het gaat om de volgende varianten:
|
-> |
€ 100,00 per 3 behandelingen |
|
-> |
€ 100,00 per 3 behandelingen |
|
-> |
€ 100,00 per 3 behandelingen |
Zijn er meer dan drie vooroverleggen nodig, dan wordt vanaf het vierde overleg per extra overleg €100,00 (excl. BTW) in rekening gebracht. Dit bedrag wordt niet verrekend bij de definitieve aanvraag.
C. Overige adviezen
De uurtarieven voor aanvullende advisering en specifieke projecten worden jaarlijks geïndexeerd conform de indexberekeningen van het CBS. De hoogte van deze tarieven varieert en is afhankelijk van het soort project/advies.
Bijlage B - Definitie kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
|
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is:
Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vallen onder artikel 2.47a, onderdeel c, ‘grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit’, tenzij de activiteit valt binnen de volgende categorieën. Dan is het een artikel 2.47a, onderdeel b, ‘kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit’: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl