Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR751587
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR751587/1
Regeling vervalt per 01-01-2029
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam voor de verstrekking van individuele bijzondere bijstand en een vaste tegemoetkoming aan huishoudens met alleenverdienersproblematiek (Beleidsregels alleenverdienersproblematiek Edam-Volendam 2023-2027)
Geldend van 20-12-2025 t/m 31-12-2028
Intitulé
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam voor de verstrekking van individuele bijzondere bijstand en een vaste tegemoetkoming aan huishoudens met alleenverdienersproblematiek (Beleidsregels alleenverdienersproblematiek Edam-Volendam 2023-2027)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op artikelen 35, eerste lid en 78gg van de Participatiewet;
gezien het handelingsperspectief van het Ministerie van SZW van 19 april 2023;
overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen voor de verstrekking van individuele bijzondere bijstand aan huishoudens die vanwege alleenverdienersproblematiek over de jaren 2023 en 2024 te weinig toeslagen hebben ontvangen alsmede om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming als bedoeld in artikel 78gg van de Participatiewet zal worden toegekend of geweigerd voor de jaren 2025, 2026 en 2027;
B E S L U I T :
vast te stellen de volgende Beleidsregels alleenverdienersproblematiek Edam-Volendam 2023-2027.
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1 Definities
In deze beleidsregels wordt bedoeld met:
- •
alleenverdienersproblematiek: situatie die bestaat wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 78gg, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de wet;
- •
bestaansminimum: toepasselijke bijstandsnorm plus maximale toeslagen;
- •
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
- •
huishouden: twee personen die volgens de wet als gehuwd worden aangemerkt en ook fiscaal partners en toeslagpartners zijn in het kalenderjaar waarop de bijzondere bijstand of tegemoetkoming betrekking heeft;
- •
lijst van het Inlichtingenbureau: op grond van artikel 78gg, vijfde lid, van de wet van de Belastingdienst verkregen Burgerservicenummers van inwoners van de gemeente voor het betreffende jaar;
- •
tegemoetkoming: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 78gg van de wet;
- •
toeslagen: huurtoeslag, zorgtoeslag en in voorkomende gevallen kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget;
- •
wet: Participatiewet.
Artikel 2 Reikwijdte beleidsregels
Deze beleidsregels gelden voor:
- a.
besluiten op aanvraag als bedoeld in deze beleidsregels.
- b.
besluiten waarbij het recht op een tegemoetkoming zonder aanvraag (ambtshalve) wordt vastgesteld.
Artikel 3 Afbakening met reguliere beleidsregels
De ‘Nota bijzondere bijstand en minimaregelingen Edam-Volendam 2016’ geldt niet bij aanvragen bijzondere bijstand voor het gemis aan toeslagen als gevolg van de alleenverdienersproblematiek.
Artikel 4 Behandeling van een aanvraag
-
1. Een aanvraag wordt in behandeling genomen wanneer deze op tijd is ingediend via het daarvoor bedoelde aanvraagformulier en compleet is.
-
2. Het college stelt de aanvraagmogelijkheid voor:
- a.
bijzondere bijstand over de jaren 2023 en 2024 open tot en met 31 december 2026;
- b.
het kalenderjaar 2025 open tot en met 31 december 2028;
- c.
het kalenderjaar 2026 open vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028;
- d.
het kalenderjaar 2027 open vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 december 2028.
- a.
Hoofdstuk 2 Individuele bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek 2023-2024
Artikel 5 Bijzondere bijstand voor misgelopen toeslagen door alleenverdienersproblematiek
-
1. In de situatie waarin een huishouden vanwege alleenverdienersproblematiek onder het bestaansminimum uitkomt, is er sprake van een ‘reeds jarenlang bestaande samenloop van overheidsregelingen en fiscaliteit, die voor bepaalde categorieën tot een niet voorziene benadeling heeft geleid’. Deze situatie wordt aangemerkt als bijzondere omstandigheid voor individuele bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de wet.
-
2. Het college verstrekt op aanvraag individuele bijzondere bijstand voor te hoge zelf te dragen huurkosten en/of zorgpremie als de situatie genoemd in het vorige lid zich in 2023 en/of 2024 heeft voorgedaan en er onvoldoende draagkracht is binnen het vermogen, zoals bedoeld in artikel 6.
-
3. Het college verstrekt geen bijzondere bijstand als het huishouden al eerder bijzondere bijstand voor de kosten bedoeld in het vorige lid heeft ontvangen.
Artikel 6 Beoordelen draagkracht uit vermogen
-
1. Het college gebruikt dezelfde vermogensgrenzen die de Belastingdienst gebruikt voor de toeslagen. Hieruit volgt of het huishouden onvoldoende draagkracht heeft uit vermogen. De Belastingdienst kijkt voor het bepalen van het recht op toeslagen naar het vermogen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Daar sluit het college bij aan voor de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand.
-
2. Bij de berekening van het vermogen wordt aangesloten bij de werkwijze van de Belastingdienst voor de toeslagen. Dit betekent in ieder geval dat een auto en (overwaarde in) de eigen woning niet tot het vermogen worden gerekend.
Artikel 7 Beoordelen inkomen en periode
Bij de beoordeling of er sprake is geweest van alleenverdienersproblematiek en de berekening van het bedrag aan misgelopen toeslagen maakt het college gebruik van de landelijke proefberekening toeslagen. Dit betekent dat het college onder meer – en voor zover nodig - de volgende gegevens over het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft vraagt:
- a.
de beschikkingen met betrekking tot toeslagen;
- b.
gegevens over het jaarinkomen van de aanvrager en partner, en bij huurtoeslag ook van de eventuele kinderen en medebewoners;
- c.
informatie over de woonsituatie;
- d.
huurspecificaties waarop de kale huur en de servicekosten staan;
- e.
alle wijzigingen en veranderingen die van invloed waren op de (bijstands)uitkering en/of op de hoogte van de toeslagen.
Artikel 8 Toekenning, hoogte en uitbetaling bijzondere bijstand
- a.
Het college kent de bijzondere bijstand in één keer voor het betreffende kalenderjaar of -jaren toe.
- b.
De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het bedrag aan misgelopen toeslagen die voor zorgkosten en woonlasten bestemd zijn.
- c.
Het college betaalt de bijzondere bijstand in één bedrag uit.
Hoofdstuk 3 Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek 2025-2027
Artikel 9 Toekenning zonder aanvraag (ambtshalve)
-
1. Het college kent zonder aanvraag een tegemoetkoming voor de jaren 2025, 2026 en 2027 toe wanneer:
- a.
het huishouden op de lijst van het Inlichtingenbureau staat; en
- a.
-
b. het huishouden voor het betreffende jaar nog geen tegemoetkoming heeft ontvangen op aanvraag.
-
2. Naast het vorige lid kent het college de tegemoetkoming voor de jaren 2026 en 2027 ook zonder aanvraag toe wanneer:
- a.
het huishouden niet op de lijst van het Inlichtingenbureau staat;
- b.
het huishouden voor het betreffende jaar nog geen tegemoetkoming heeft ontvangen op aanvraag en deze ook niet is afgewezen;
- c.
het huishouden over het vorige jaar wel een tegemoetkoming toegekend heeft gekregen op aanvraag; en
- d.
er tussentijds geen belangrijke veranderingen zijn geweest in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten. Zoals een verandering van woonplaats, overlijden, verandering in inkomens- en vermogenssituatie. Voor deze check worden de huishoudens proactief benaderd.
- a.
Artikel 10 Uitnodigen tot het doen van een aanvraag
Het college nodigt een huishouden uit om over 2025 een aanvraag voor een tegemoetkoming in te dienen wanneer:
- a.
op basis van bij het college bekende gegevens het vermoeden bestaat dat het huishouden aanspraak kan maken op de tegemoetkoming;
- b.
het huishouden niet op de lijst van het Inlichtingenbureau staat;
- c.
het huishouden voor het kalenderjaar 2025 nog geen vaste tegemoetkoming heeft gekregen op aanvraag en deze niet is afgewezen;
- d.
de meestverdienende partner inwoner is van de gemeente.
Artikel 11 Beoordeling tegemoetkoming op aanvraag
Om te beoordelen of recht bestaat op een tegemoetkoming bekijkt en beoordeelt het college op aanvraag of:
- a.
het gaat om een huishouden met alleenverdienersproblematiek; en
- b.
de meestverdienende partner inwoner is op de aanvraagdatum; en
- c.
het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen; en
- d.
het vermogen van het huishouden lager is dan de vermogensgrens bedoeld in artikel 12, derde lid.
Artikel 12 Vaststellen inkomen, vermogen en periode
-
1. Bij een aanvraag maakt het college gebruik van de landelijke proefberekening toeslagen. Hiervoor kijkt het college:
-
a. bij een vast inkomen: naar het inkomen over de maand van aanvraag.
-
b. bij wisselende inkomsten: naar het gemiddelde inkomen over die maand en de 5 kalendermaanden daarvoor.
-
Het inkomen wordt vervolgens omgerekend naar een verwacht jaarinkomen ([gemiddeld] inkomen x 12). Bijzondere beloningen als vakantiegeld en eindejaarsuitkeringen worden in de berekening van het jaarinkomen meegenomen, omdat dit ook meetelt voor het toetsingsinkomen dat de Belastingdienst gebruikt bij de berekening voor toeslagen.
-
2. In plaats van het vorige lid gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen uit de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking toeslagen over het kalenderjaar waarvoor de tegemoetkoming wordt aangevraagd, wanneer deze al bekend is.
-
3. Het college gebruikt de vermogensgrens die de Belastingdienst gebruikt voor de zorgtoeslag. De Belastingdienst kijkt voor het bepalen van het recht op toeslagen naar het vermogen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Daar sluit het college bij aan. Dit betekent dat bij een vermogen beneden die grens nog recht kan bestaan op een tegemoetkoming voor dat jaar. Bij een vermogen erboven niet meer, omdat een huishouden dan ook niet meer voor de toeslagen in aanmerking zou komen.
-
4. Anders dan het vorige lid, wordt voor het jaar 2026 het bedrag van een op grond van deze beleidsregels toegekende tegemoetkoming over 2025 en eventuele toegekende bijzondere bijstand voor 2023, 2024 of 2025 buiten beschouwing gelaten voor de vaststelling van de hoogte van het vermogen, als dit de reden is dat het vermogen op 1 januari 2026 boven de vermogensgrens is uitgestegen.
Artikel 13 Toekenning, hoogte en uitbetaling tegemoetkoming
-
1. Het college kent de tegemoetkoming één keer voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het volledige bedrag.
-
2. De hoogte van de tegemoetkoming volgt uit artikel 15ba van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. Voor 2025 is de hoogte vastgesteld op €1.000.
-
3. Het college betaalt de tegemoetkoming per kalenderjaar in één keer uit.
Artikel 14 Individuele bijzondere bijstand bovenop de tegemoetkoming in uitzonderlijke situaties
In heel uitzonderlijke situaties kan het zijn dat de tegemoetkoming niet hoog genoeg is om de daadwerkelijk misgelopen toeslagen te compenseren. In die situaties kan het college op aanvraag individuele bijzondere bijstand verstrekken voor het nog ontbrekende bedrag waarbij wordt aangesloten bij de beoordelingswijze opgenomen in het vorige hoofdstuk.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum
-
1. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
-
2. Dit besluit vervalt per 1 januari 2029.
Artikel 16 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels alleenverdienersproblematiek Edam-Volendam 2023-2027.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 16 december 2025,
het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,
de secretaris, de burgemeester,
C. Rijnberg. R.J. Beukers.
Toelichting
Doordat verschillende fiscale en sociale regelingen ongelukkig op elkaar inwerken, ontvangt een groep inwoners in ons land minder toeslagen dan een vergelijkbaar huishouden met alleen een bijstandsuitkering (het gaat om partners/echtparen). Sommige huishoudens hebben door deze ongelukkige samenloop een lager inkomen dan mensen met een bijstandsuitkering. De som van hun netto-inkomen en toeslagen, oftewel hun besteedbaar inkomen, is lager dan het zou zijn als zij samen alleen een bijstandsuitkering met maximale toeslagen zouden hebben.
De uitkeringen en toeslagen zijn hierbij volgens de wettelijke regels bepaald en uitgekeerd, maar leiden tot een onwenselijke uitkomst. Deze huishoudens leven hierdoor namelijk onder het bestaansminimum. Dit kan binnen de bestaande regelgeving (nog) niet worden opgelost. Het probleem is ontstaan door de ongelijke afbouw van de ‘dubbele’ algemene heffingskorting voor werkenden (de zogenaamde overdraagbaarheid) en de gesimuleerde afbouw van de algemene heffingskorting die wordt gebruikt voor de berekening van bijstandsuitkeringen. Dit wordt de ‘alleenverdienersproblematiek’ genoemd.
Een structurele oplossing voor dit probleem wordt uitgewerkt binnen de belastingwetgeving. Deze wordt vanaf 2028 verwacht. Tot die tijd zijn gemeenten aangewezen om huishoudens financieel te steunen in 2 fases.
Fase 1: Voor de jaren 2023 en 2024 heeft het Ministerie van SZW een handelingsperspectief geboden. Via individuele bijzondere bijstand kunnen wij de huishoudens die te maken hebben met alleenverdienersproblematiek compenseren voor de daadwerkelijk gemiste toeslagen.
Fase 2: Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 is de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek in het leven geroepen. Deze tijdelijke regeling binnen de Participatiewet stelt ons verplicht om huishoudens die te maken hebben met alleenverdienersproblematiek en daardoor te weinig toeslagen ontvangen en onder het bestaansminimum leven jaarlijks een vaste tegemoetkoming te verstrekken.
Voor beide fases geldt dat gemeenten worden opgeroepen om beleidsregels vast te stellen en daarin de (voor fase 2) beperkte beleidsruimte verder in te vullen. Deze beleidsregels geven invulling aan beide fases en hebben tot doel de specifieke groep van huishoudens die vanwege alleenverdienersproblematiek onder het bestaansminimum (hebben) moeten leven financieel te kunnen ondersteunen.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1
In dit artikel wordt uitleg gegeven aan de begrippen die in de beleidsregels worden gebruikt.
Artikelen 2 en 3
Deze artikelen zijn opgenomen om duidelijk te maken dat we de reguliere beleidsregels voor bijzondere bijstand niet toepassen wanneer een aanvraag wordt gedaan voor misgelopen toeslagen vanwege alleenverdienersproblematiek. Daarvoor in de plaats gebruiken we deze beleidsregels. Deze beleidsregels wijken namelijk af van de reguliere beleidsregels, omdat het handelingsperspectief voor de alleenverdienersproblematiek (Gemeentenieuws SZW 2023-1, nr. 5) ervoor zorgt dat we voor veel onderdelen het beste aan kunnen sluiten bij de werkwijze van de Belastingdienst. De reguliere beleidsregels voorzien hier niet in.
Artikel 4
Het eerste lid volgt feitelijk uit de Algemene wet bestuursrecht en is daarom instructief van aard. Met het tweede lid sluiten we aan bij het handelingsperspectief waar het gaat om de jaren 2023 en 2024. Bijzondere bijstand kan formeel niet met onbeperkte terugwerkende kracht worden verstrekt. Bijzondere bijstand is gericht op kosten die zich voordoen en nog niet zijn betaald. Omdat we de beleidsregels pas in 2025 vaststellen, willen we inwoners toch nog een heel jaar de mogelijkheid bieden om dit aan te kunnen vragen over 2023 en 2024.
Voor 2025, 2026 en 2027 geldt dat wij een aanvraag voor die jaren pas inhoudelijk kunnen behandelen wanneer bijvoorbeeld inkomensgegevens over die jaren bekend zijn. We kunnen deze namelijk niet ‘voorlopig’ beoordelen zoals de Belastingdienst dat doet, want een tegemoetkoming over 2025, 2026 en 2027 mag volgens de wet niet worden herzien of worden teruggevorderd.
Artikel 5
Uit artikel 35 van de wet en vaste jurisprudentie volgt een vaste beoordelingsvolgorde voor bijzondere bijstand, namelijk:
- 1.
Doen de kosten zich voor?
- 2.
Zijn de kosten noodzakelijk?
- 3.
Is er sprake van individuele bijzondere omstandigheden?
- 4.
Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm? Wij hebben daarbij beleidsvrijheid in welk inkomen en vermogen we in aanmerking nemen en over welke periode (hoe we de draagkracht bepalen).
In dit artikel komt tot uiting wanneer de kosten zich voordoen en als noodzakelijk worden gezien en zijn de individuele bijzondere omstandigheden nader ingevuld voor deze problematiek. Met toevoeging van het derde lid wordt voorkomen dat voor dezelfde kosten twee keer bijzondere bijstand wordt verstrekt.
Artikel 6
In dit artikel is uitgewerkt hoe we beoordelen of er draagkracht is binnen het vermogen. Hiermee wordt voor een deel invulling gegeven aan vraag 4 van de beoordeling voor bijzondere bijstand. Zie ook de toelichting bij artikel 5.
Artikel 7
In dit artikel is opgenomen dat we gebruik maken van de landelijke proefberekening toeslagen. Ook zijn voorbeelden gegeven van informatie en gegevens die hierbij nodig kunnen zijn. De lijst is niet limitatief. Dat betekent dat in sommige gevallen ook (extra) andere gegevens nodig kunnen zijn. Soms zijn gegevens al bij ons bekend. Bijvoorbeeld wanneer iemand een aanvullende bijstandsuitkering ontvangt. Dan kan het zijn dat minder gegevens hoeven te worden uitgevraagd.
Artikel 8
We hebben de mogelijkheid om te kiezen of we bijzondere bijstand in één keer of periodiek uitbetalen. Omdat het gaat over een afgesloten kalenderjaar kiezen we ervoor de bijzondere bijstand in één keer toe te kennen en uit te betalen.
Artikel 9
Artikel 78gg van de wet schrijft voor dat we ambtshalve (zonder aanvraag) een tegemoetkoming verstrekken wanneer is voldaan aan de voorwaarden. We hebben de keuzemogelijkheid om te bepalen welke groepen we de tegemoetkoming ambtshalve verstrekken. Dat kan zijn aan huishoudens die op de lijst van het Inlichtingenbureau voorkomen - dit wordt ook nadrukkelijk gevraagd door het Rijk - maar ook aan huishoudens die in een eerder jaar een tegemoetkoming hebben ontvangen op aanvraag waarbij de situatie onveranderd is gebleven. We kiezen ervoor om huishoudens zo veel als mogelijk te ontlasten en daarom ook die laatste groep ambtshalve een tegemoetkoming te verstrekken. In dit artikel is verder uitgewerkt onder welke voorwaarden we dat doen.
Ambtshalve verstrekken van individuele bijzondere bijstand is bij wet nog niet mogelijk gemaakt (zoals dat eerder bij de energietoeslag wel werd gedaan), daarom komt die mogelijkheid ook niet voor in de beleidsregels.
Artikel 10
Het is bekend dat niet iedereen die op dit moment te maken heeft met de alleenverdienersproblematiek op de lijst van het Inlichtingenbureau voorkomt. Dat komt doordat deze lijst gebaseerd is op inkomensgegevens van 2 jaar ervoor. We hebben de mogelijkheid om in onze eigen systemen een bestandsanalyse uit te voeren waarmee we mogelijk een extra deel van de potentiële doelgroep kunnen bereiken. Het is niet toegestaan om deze groep ambtshalve een tegemoetkoming te verstrekken. Wel mogen we deze huishoudens proactief benaderen en uitnodigen om een aanvraag in te dienen. Van die mogelijkheid maken we gebruik.
Artikel 11
In dit artikel is vastgelegd aan welke voorwaarden wij toetsen voor het recht op de tegemoetkoming. Als alle onderdelen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord, kennen we de tegemoetkoming toe. Als het antwoord op een of meerdere onderdelen ‘nee’ is, dan wordt de tegemoetkoming gemotiveerd afgewezen. Tenzij artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht noodzaakt tot afwijking van de beleidsregels.
Door de definities ‘huishouden’ en ‘alleenverdienersproblematiek’ op te nemen in artikel 1 kan dit artikel kort worden gehouden en wordt voorkomen dat we de wettelijke voorwaarden herhalen in beleidsregels. Van de voorwaarden die in artikel 78gg, eerste lid, van de wet zijn opgenomen kunnen wij namelijk niet afwijken. Die moeten ook worden getoetst om te kunnen bepalen of sprake is van alleenverdienersproblematiek.
Artikel 12
Ook bij de beoordeling van een aanvraag voor een tegemoetkoming gebruiken we de landelijke proefberekening toeslagen. Deze aanvragen kunnen ook tijdens het lopende kalenderjaar worden ingediend. Dat betekent dat het jaarinkomen dan nog niet (definitief) bekend is. In dit artikel wordt uitgewerkt hoe we het jaarinkomen in dat geval berekenen. Ook de aansluiting bij de vermogensgrens van de Belastingdienst voor de zorgtoeslag is in dit artikel geregeld.
Artikel 13
We hebben de mogelijkheid om te kiezen of we de tegemoetkoming in één keer of periodiek uitbetalen. Om de uitvoeringslasten te beperken kiezen we ervoor het bedrag in één keer uit te betalen. De verwijzing naar de regeling waarin het bedrag van de tegemoetkoming is opgenomen is instructief van aard. De hoogte wordt jaarlijks op landelijk niveau bepaald.
Artikel 14
Het Rijk heeft ingeschat dat de hoogte van de tegemoetkoming voor meer dan 95% van de doelgroep toereikend zal zijn om het gemiste bedrag aan toeslagen te compenseren. Er kunnen dus uitzonderlijke situaties zijn waarin de jaarlijks te ontvangen tegemoetkoming toch niet toereikend is. In dat soort gevallen voorzien deze beleidsregels in de mogelijkheid om aanvullende individuele bijzondere bijstand te verstrekken op aanvraag.
Artikel 15
Gelet op het voornemen van het Rijk om vanaf 2028 een structurele oplossing klaar te hebben voor deze problematiek en de opdracht aan gemeenten om over de jaren 2023 tot en met 2027 via 2 fases en regelingen huishoudens met alleenverdienersproblematiek te ondersteunen kent deze regeling een vervaldatum. We hebben gekozen voor 1 januari 2029, omdat de aanvraagmogelijkheid voor de tegemoetkoming en eventuele aanvullende individuele bijzondere bijstand open wordt gesteld tot 31 december 2028. Dit biedt huishoudens de mogelijkheid om nog tot een jaar na afloop van kalenderjaar 2027 een aanvraag te doen voor een tegemoetkoming over 2027 (of eerder). Deze beleidsregels zijn daarmee bedoeld voor een beperkte periode, totdat het Rijk een structurele oplossing heeft ingericht.
Artikel 16
Dit artikel heeft geen verdere toelichting nodig.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl