Kempisch MeerjarenBeleidskader Jeugd 2026-2029

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Kempisch MeerjarenBeleidskader Jeugd 2026-2029

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025, nummer RA25.086

Gelet op het artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende beleidsregel:

Kempisch MeerjarenBeleidskader Jeugd 2026-2029 (gemeente Reusel-De Mierden)

VOORWOORD

“It takes a village to raise a child” – een oud Afrikaans gezegde dat stelt dat opvoeding en ontwikkeling van een kind niet alleen de verantwoordelijkheid is van ouders, maar van de hele gemeenschap.

Als wethouders Jeugd van de vier Kempengemeenten geloven we hier oprecht in. Als gemeenten hebben wij hierin een belangrijk rol. Opgroeien doe je samen – in een omgeving waar kinderen zich veilig voelen, gezien worden en de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Dat is waar wij als gemeenten voor staan: een stevige pedagogische basis, waarin jongeren zo veel mogelijk onbezorgd kunnen opgroeien.

We willen dat onze jeugdhulp er is voor wie het écht nodig heeft. Tegelijkertijd zien we dat er steeds vaker en sneller een beroep op die hulp wordt gedaan en de (maatschappelijke) druk op jeugdigen toeneemt. Hoewel we in onze gemeenten

nog onder het landelijk gemiddelde zitten, nemen de aantallen toe. Dat vraagt om keuzes. We moeten blijven zorgen voor een houdbaar jeugdstelsel: toekomstbestendig, betaalbaar én gericht op wat echt helpt. Dat betekent ook dat we als samenleving anders moeten leren kijken naar opvoeden, gedrag en ontwikkeling. Niet alles wat lastig is, is een probleem dat moet worden opgelost. Soms is het leven gewoon even ingewikkeld – en dat mag.

We kiezen daarom bewust voor meer normaliseren en minder problematiseren. Dat vraagt om begrenzing, maar ook om vertrouwen in wat er wél goed gaat. Daarin speelt ons CJG+ de Kempen een cruciale rol. We zijn trots op hoe we in

onze gemeenten de afgelopen jaren de ondersteuning dichtbij, laagdrempelig en deskundig hebben georganiseerd. Veel vragen kunnen lokaal worden opgepakt – met vaste teams vol kennis van zaken. We koesteren onze jeugd- en gezinswerkers, die zich dag in dag uit inzetten voor het welzijn van onze jongeren.

Ook de samenwerking in onze (sub)regio verdient een compliment. Onze gemeenten trekken al jaren samen op in het jeugdbeleid en specialistische inkoop. We stemmen beleid af en versterken elkaar. Die lijn zetten we door – eveneens richting de toekomst. Ook met onze partners in onder andere het onderwijs werken we aan een stevige basis en zoeken we nadrukkelijker de verbinding. Mede dankzij input van onze partners is dit beleidsplan tot stand gekomen.

We zijn ons ervan bewust dat landelijke ontwikkelingen, zoals de Hervomingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, impact hebben op wat we lokaal doen. Die veranderingen bieden kansen, maar vragen ook om duidelijke keuzes. Dit beleidskader geeft daarin de richting voor de komende jaren weer.

Samen naar een sterk fundament voor onze jeugd!

Hanneke van Dongen-Hermans, gemeente Bladel

Marko van Dalen, gemeente Bergeijk

Eric Beex, gemeente Eersel

Maarten Maas, gemeente Reusel-De Mierden

SAMENVATTING

De vier Kempengemeenten werken intensief samen op het gebied van jeugdhulp, met de uitvoering van de Jeugdwet gecentraliseerd binnen één Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG+). Dit verbetert de kwaliteit en efficiëntie van de jeugdhulp. Daarnaast bundelen we onze krachten met zes andere gemeenten voor de inkoop van gespecialiseerde jeugdhulp onder de naam ‘Samen voor Jeugd’. In dit nieuwe beleidskader kiezen we ervoor de bestaande samenwerkingen verder te versterken en waar nodig te verbeteren.

Sinds de decentralisatie van jeugdhulp in 2015 hebben we een meer lokale en integrale benadering van jeugdhulp ontwikkeld. Toch blijkt de volledige transformatie uit te blijven, mede door de stijging in jeugdhulpgebruik en de bijbehorende kosten. Dit zien we ook terug in de Kempen. Deze ontwikkelingen vragen om inhoudelijke en financiële begrenzing, zodat jeugdhulp beschikbaar blijft voor degenen die het écht nodig hebben. De beweging richting ‘Stevige Lokale Teams’ is hierin van

cruciaal belang.

We zien dat jeugdigen in de Kempen zich niet aan gemeentegrenzen houden en dat veel uitdagingen binnen onze gemeenten overeenkomen. Daarom is het belangrijk om gezamenlijke doelstellingen te formuleren, met oog voor lokale verschillen.

In dit beleidskader breiden we de samenwerking niet alleen uit op het gebied van jeugdhulp, maar versterken we de verbinding met preventief jeugdbeleid.

Preventie is niet alleen het voorkomen van problemen, maar ook het versterken van alle jeugdigen, hun ouders en de samenleving, zodat zij zich kunnen ontwikkelen tot gezonde en zelfstandige jongvolwassenen.

De afgelopen jaren hebben we binnen het complexe jeugdhulplandschap veel bereikt. Op Kempenniveau is er een sterke infrastructuur voor toegang tot hulp, met goed samenwerkende teams en partners zoals het onderwijs. Dit willen we

blijven koesteren. Tegelijkertijd zien we uitdagingen, met name in de domeinoverstijgende samenwerking. De problematiek van kwetsbare jongeren en gezinnen is vaak complex en verweven, denk aan schulden, armoede, GGZ-problematiek,

veiligheid, onderwijsachterstanden, criminaliteit en verslaving. Landelijke ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming 2023–2026 hebben invloed op ons beleid. De Hervormingsagenda richt zich op het verbeteren van de kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp, terwijl we de stijgende zorgkosten onder controle moeten houden. Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming benadrukt een gezinsgerichte en integrale aanpak van Jeugdbescherming, met een centrale rol voor lokale teams.

Om deze ontwikkelingen bij te houden en gericht te kunnen sturen, willen we meer datagericht werken. Dit maakt het mogelijk om bewuste keuzes te maken, bijvoorbeeld met betrekking tot preventie.

De voorgestelde koerswijziging willen we realiseren via drie hoofddoelstellingen op drie niveaus: Preventie, Jeugdhulp en Veiligheid en vier bijbehorende strategieën. Zie ook de figuur op de volgende pagina.

Als gemeenten werken we samen met onze (strategisch) partners om deze doelstellingen te behalen. Dit doen we met behulp van een meerjarenkader voor de komende vier jaar en een bijbehorend uitvoeringsplan dat in samenwerking met onze (strategisch) partners wordt opgesteld en jaarlijks wordt bijgesteld.

HOE IS DIT BELEIDSPLAN TOT STAND GEKOMEN?

Middels een akkoord op het procesvoorstel ‘hoe te komen tot het nieuwe MeerJaren BeleidsKader’ (MJBK) en het benoemen van de stuurgroep ‘Kempisch beleidspoho Sociaal Domein’ in de vier colleges van B&W, is het proces in het eerste kwartaal van het jaar 2024 van start gegaan. Na het uitvoeren van de evaluatie van het vorige MJBK en het opstellen van de ‘verkenning’ is er input opgehaald bij diverse betrokkenen: jeugdigen1, Jeugdgezondheidszorg, ouders, Adviesraden Sociaal Domein, samenwerkingspartners zoals zorgaanbieders, scholen, de welzijnsorganisaties, kinderopvangorganisaties en raads- en commissieleden tijdens het Kempencongres in maart 2025. Op basis van al deze input is het MJBK tot stand gekomen en is een bijbehorend jaarlijks uitvoeringsplan opgesteld in samenwerking met onze strategisch partners. Tevens is er een globale 4-jaren uitvoeringsagenda opgesteld en toegevoegd aan dit MJBK. Eind 2025 wordt het uitvoeringsplan 2026 ter vaststelling voorgelegd aan de stuurgroep: het Kempisch Beleidspoho Sociaal Domein. In de afbeelding hieronder ziet u hoe dit proces er in grote lijnen uit heeft gezien.

afbeelding binnen de regeling

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de volledige uitvoering van de jeugdhulp. Deze verantwoordelijkheid geldt voor alle jeugdigen én hun ouders of opvoeders die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien en opvoeden. Om richting te geven aan deze verantwoordelijkheid stellen gemeenten periodiek een beleidsplan vast waarin zij hun visie, ambities en aanpak voor het jeugdbeleid concretiseren.

De Jeugdwet (zie figuur 1) beoogt niet alleen een andere inrichting van het jeugdstelsel, maar ook een fundamentele verandering in de manier waarop hulp wordt georganiseerd. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en hun gezinnen en het optimaal benutten van het sociale netwerk rondom hen. De regie over het eigen leven dient zoveel mogelijk bij de jeugdige en het gezin zelf te blijven liggen. Hulp en ondersteuning worden in een ideale situatie gevonden in de directe leefomgeving, met ondersteuning van professionals waar nodig. De komst van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd geeft aan dat de gewenste transformatie tot op heden nog niet geslaagd is.

De vier Kempengemeenten hebben de toegang tot én de uitvoering van jeugdhulp gezamenlijk georganiseerd, waaronder ook diverse preventieve activiteiten vallen. In lijn met deze samenwerking is ook gekozen voor een gezamenlijk beleidskader. Waar in het verleden de nadruk lag op een Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp, is er nu bewust gekozen voor een bredere benadering waarbij de Kempengemeenten breder uniformiteit nastreven. Deze benadering sluit beter aan bij het belang van preventief jeugdbeleid (zonder enkel de nadruk op hulpverlening vanuit de Jeugdwet): het voorkomen van problemen door tijdige en passende ondersteuning in de leefomgeving (zie ook figuur 1). Het blijven ontwikkelen en investeren met elkaar op het gebied van preventie is cruciaal om de doelen en resultaten uit dit MJBK te bereiken.

In dit eerste hoofdstuk schetsen we de context waarbinnen het jeugdbeleid in de komende jaren verder vorm krijgt. We starten met een korte terugblik op tien jaar Jeugdwet: wat is er bereikt, waar liepen we tegenaan en wat vraagt om herziening of versterking? Vervolgens vatten we de belangrijkste conclusies en aanbevelingen samen uit de evaluatie van het vorige MJBK. Daarna richten we de blik op de huidige maatschappelijke context, zowel landelijk als regionaal: welke trends,

knelpunten en kansen zien we en welke ontwikkelingen beïnvloeden het jeugdbeleid? Denk daarbij aan thema’s zoals toenemende mentale druk onder jongeren, stijgende kosten, personeelstekorten en veranderende gezinsstructuren.

Tot slot plaatsen we het nieuwe MJBK in deze context. We leggen uit hoe het beleidskader aansluit bij de actuele uitdagingen en kansen. Daarbij leggen we het accent op wat wij als regio belangrijk vinden: onze prioriteiten, de aanpak die we hanteren en de gezamenlijke inspanning die we als gemeenten willen leveren om de jeugd in onze regio een veilige, gezonde en kansrijke omgeving te bieden.

Figuur 1 Jeugdwet en Jeugdhulpbeleid versus preventief jeugdbeleid

afbeelding binnen de regeling

Deel 1: Waar komen we vandaan?

1.1 Tien jaar Jeugdwet

Sinds de jaren ‘70 wordt er in Nederland gewerkt aan het verbeteren van de jeugdhulp. In 1989 werd deze vanuit het rijk deels gedecentraliseerd naar provincies, gevolgd door de Wet op de Jeugdhulp in 2005 met Bureaus Jeugdhulp als toegangspoort. Een evaluatie in 2009 bracht meerdere structurele problemen aan het licht, waaronder een overbelasting van gespecialiseerde zorg, gebrekkige samenwerking, medicalisering van gedrag, lange wachtlijsten en versnipperde financiering.

Om deze knelpunten aan te pakken, is in 2015 de Jeugdwet ingevoerd. Hiermee werd de gehele jeugdhulp gedecentraliseerd naar gemeenten, met als doel een eenvoudiger, effectiever en meer preventiegericht stelsel, gericht op het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en hun omgeving. Deze stap naar een pedagogische civil society2 maakt van de Jeugdwet niet alleen een organisatorische transitie, maar ook een inhoudelijke transformatie van het jeugdstelsel, gepaard gaand met een forse bezuiniging, toename van jeugdhulpaanbieders en doorverwijzingen via externe partijen zoals medici en rechters (evaluatie 2009).

Sinds de invoering is het voor gemeenten lastig gebleken om structureel te investeren in het jeugdbeleid, mede door oplopende kosten. Die stijgende kosten – onder andere door langduriger en zwaarder zorggebruik – maken duidelijk dat veel van de problemen uit de evaluatie van 2009 nog steeds actueel zijn. Anno nu, zien we dat kosten van jeugdhulp landelijk blijven stijgen, o.a. door toegenomen kosten per cliënt door langduriger gebruik van jeugdhulp en meer gebruik van zwaardere vormen van jeugdhulp. Anticiperend daarop zijn er landelijk en regionaal maatregelen getroffen, dan wel in voorbereiding. Deze worden onder andere in deel II van dit hoofdstuk toegelicht.

1.2 Evaluatie van het huidige MJBK Jeugdhulp

In het voorjaar van 2024 zijn de jaren 2020 t/m 2023 van het huidige MJBK geëvalueerd aan de hand van de zes opgenomen actielijnen, de maatschappelijke resultaten en de beschikbare data, aangevuld met kwalitatieve informatie. Hiervan zijn conclusies en aanbevelingen afgeleid. Uit de evaluatie van het huidige MJBK komen de volgende aanbevelingen naar voren:

  • Stel meetbare indicatoren op bij de doelstellingen;

  • Geef Kempisch vorm aan preventief jeugdbeleid;

  • Zet in op netwerksamenwerking en strategisch partnerschap;

  • Zorg voor meer verbinding tussen professionals en vrijwilligers in het lokale veld;

  • Zet in op normaliseren en draag dit breed uit.

Zie voor de volledige evaluatie de bijlagenbundel.

We kunnen spreken van een periode die anders is verlopen dan we vooraf hadden kunnen voorzien. In 2020 hadden we al te maken met corona en lockdowns, wat van grote invloed is geweest op de dienstverlening van CJG+ de Kempen. Een oorlog in Oekraïne volgde met een energiecrisis en forse inflatie tot gevolg. We kunnen de evaluatie van het huidige MJBK dan ook niet los zien van de bredere maatschappelijke context waarin het jeugdbeleid zich heeft afgespeeld.

We zien dat er een breed aanbod aan (preventieve) activiteiten voor ouders en kinderen/jeugdigen is ontwikkeld om, onder andere, de toegang tot hulp te verbeteren en te voorkomen dat problemen groter worden. Denk aan ‘Samen Doen’, De ‘JIM’ methodiek, voorliggende trainingen en het preventief voorliggend spreekuur. Hier ligt ook direct een belangrijk aandachtspunt: de effecten van deze maatregelen willen we beter monitoren. Er kan nog meer ingezet worden op samenwerking tussen jeugdhulp (CJG+) en het brede voorliggende veld en integraal handelen in het sociaal domein, met disciplines zoals Wmo en Schuldhulpverlening.

In de afgelopen periode is op verschillende manieren meer vorm en inhoud gegeven aan de samenwerking met het onderwijs en (huis)artsen. Ook is er regionaal ingezet op de afbouw van gesloten jeugdzorg en opbouw van meer kleinschalige verblijfsvoorzieningen en zien we een verdergaande afname van jeugdigen in verblijf.

De inzet van het Kempenteam voor jeugdhulp (KTJ) levert een fundamentele bijdrage aan het gegeven dat over de afgelopen periode voor relatief weinig jongeren een jeugdbeschermingsmaatregel ingezet moest worden. Dit komt voort uit de kwalitatieve en kwantitatieve bezetting van het team en de samenwerking die opgebouwd is met Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen.

Gedurende de looptijd van het huidige MJBK Jeugdhulp heeft het project ‘Grip op het Sociaal Domein’ gelopen. Aan de hand van bestaande vraagstukken en knelpunten in het cluster Jeugdhulp is onderzocht welke mogelijkheden en kansen beschikbaar zijn binnen de invloed van het CJG+ en het beleid van de lokale gemeenten om meer grip en sturing te krijgen binnen de jeugdhulp. Voorbeelden hiervan zijn; zelf meer deskundigheid in huis nemen, verbinding met onderwijs en huisartsen. Deze maatregelen hebben in de periode 2020 t/m 2023 bijgedragen aan stabiliteit op het gebied van jeugdhulp in de Kempen. Het is, over het algemeen, niet eenvoudig om een duidelijke relatie vast te stellen tussen de inspanningen ter verbetering van de toegang en de daling van de instroom in specialistische jeugdhulp in die periode, vanwege de complexiteit van de problematiek. Tegenover deze afname staat de landelijke trend die een groei van de vraag naar jeugdhulp laat zien, welke we vanaf 2024 ook in de Kempengemeenten zien.

Tot slot zien we dat de medewerkerstevredenheid bij CJG+ de Kempen over het algemeen groot is. De werkdruk is echter soms te hoog als gevolg van een complexer wordende zorgvraag. Hierdoor is er sprake van een gebrek aan tijd en ruimte voor leren/ontwikkelen en voor optimale afstemming en samenwerking met partners in de keten en het netwerk.

1.3 Jeugd in de Kempen

Dit beleidskader focust zich in beginsel op jeugdigen tot 18 jaar woonachtig in één van de vier Kempengemeenten en hun ouders/opvoeders. Wanneer men spreekt over de Jeugdwet, kan in sommige situaties (sinds 2022) ook sprake zijn van verlengde Jeugdwet tot 23 jaar. Dit is bijvoorbeeld aan de orde wanneer er geen passende andere voorzieningen beschikbaar zijn. Deze paragraaf schetst een beeld op hoofdlijnen.

De vier Kempengemeenten samen tellen zo’n 75.000 inwoners. De jeugd vormt een belangrijke en dynamische groep, die zich niet aan ‘gemeentegrenzen’ houdt.

Met diverse basisscholen binnen iedere Kempengemeente, één SO-VSO (speciaal onderwijs- voortgezet speciaal onderwijs)-school, één SBO (speciaal basisonderwijs)-school en twee (grote) VO (voortgezet onderwijs)-scholen zien we tevens dat veel jeugdigen onderwijs volgen binnen eigen gemeente of subregio. In figuur 2 zie je de aantallen jeugdigen en jongeren tot 25 jaar per gemeente en per leeftijdscategorie onderverdeeld.

afbeelding binnen de regeling

De meeste jeugdigen in de Kempen groeien op in een stabiele en veilige omgeving. Ze gaan naar school, hebben sociale contacten, zijn actief binnen het uitgebreide verenigingsleven en ontwikkelen zich op een positieve manier. De GGD-gezondheidsmonitors geven een algemeen beeld weer hoe het met jeugdigen in onze gemeenten gaat. De laatste jaren zien we dat, mede veroorzaakt door de (naar verwachting) coronapandemie, toenemende prestatiedruk en de komst van sociale media het mentaal welbevinden van jeugdigen is afgenomen. Een aantal zaken die hierbij noemenswaardig zijn:

  • Alcohol (en middelengebruik) onder jongeren ligt over het algemeen in de vier Kempengemeenten hoog ten opzichte van het landelijke beeld. Volgens de drinkende jongeren vindt een groot deel van de ouders het goed dat hun kind drinkt

  • Opvoedstress en het aandeel ouders dat professionele hulp inschakelt is toegenomen wat overeenkomt met het regionale/landelijke beeld

  • Het beeld van de mentale gezondheid van jongvolwassenen in de Kempen is gemiddeld tot positief in vergelijking tot de regio

  • Mentale gezondheidsproblemen komen in de Kempengemeenten overeen met de bredere regionale trends voor jongeren, met een toenemend aantal jongeren dat zich somber of gestrest voelt

Tegelijkertijd is er ook een deel van de jeugd (en/of hun ouders of opvoeders) in de Kempen dat extra ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld vanwege opgroei- of opvoedvragen, jonge aanwas3, problemen in het gezin, mentale gezondheid of schooluitval. Zie figuur 3 voor een actueel overzicht van het aantal jeugdigen dat een vorm van jeugdhulp heeft ontvangen in 2024. Het gaat hier enkel om de jeugdigen die hulp krijgen van een specialistische jeugdhulpaanbieder.

Denk dan bijvoorbeeld aan specialistische begeleiding, behandeling, verblijf (zoals pleegzorg of gesloten jeugdhulp) of diagnostiek. We zien een lichte stijging t.o.v. voorgaande jaren. Jeugdigen die ondersteuning krijgen van het CJG+ zijn hierin niet meegenomen4.

afbeelding binnen de regeling

Wat valt op binnen de groep jeugdigen die specialistische jeugdhulp ontvangt in de Kempen?

  • Elke Kempengemeente heeft minder jeugdigen die jeugdhulp ontvangen dan het landelijke gemiddelde.

  • In alle Kempengemeenten ontvangen meer jongens dan meisjes jeugdhulp. Dit past bij het landelijke beeld.

  • De grootste groep jeugdigen die jeugdhulp ontvangt valt in de categorie 4-12 jaar. Dit past bij het landelijke beeld.

  • Binnen de vier Kempengemeenten ontvangen meer 18-23 jarigen jeugdhulp dan 0-4 jarigen, terwijl het landelijke beeld juist andersom is.

  • Op wijkniveau (per dorpskern) zijn er geen opvallende verschillen.

Wat opvalt is dat met name de productgroepen ‘begeleiding’ en ‘behandeling’ (zie ook begrippenlijst voor toelichting) een forse stijging laten zien in zowel cliëntaantal als in kosten. In figuur 4 lichten we ter illustratie twee productcodes onder deze productgroepen toe en laten we zien hoe vaak dit product is ingezet de afgelopen jaren en wat de kosten zijn geweest.

afbeelding binnen de regeling

Deel 2: Ontwikkelingen

Het jeugdhulpdomein is complex en speelt zich af op diverse niveaus. Zowel de bredere maatschappelijke context als landelijke en regionale ontwikkelingen zijn van invloed op het lokale/subregionale jeugdhulpbeleid. Er zijn een aantal niveaus die specifiek voor de Kempengemeenten relevant zijn om te onderscheiden: het landelijke niveau en de regionale schaal; zowel 21vdjeugd als de regio Samen voor Jeugd. We schetsen de ontwikkelingen op hoofdlijnen.

1.4 De maatschappelijke context: jeugdbeleid midden in de samenleving

De maatschappelijke context waarin zich het jeugdbeleid in Nederland (en ook in de Kempen) aftekent is van belang om te benoemen. Een aantal belangrijke ontwikkelingen (niet uitputtend) in deze maatschappelijke context zijn o.a. de oorlogen

in Oekraïne en Israël, digitalisering van de samenleving, het vertrouwen in de overheid, sociale media, onzekerheid continuïteit in het verenigingsleven, de wooncrisis en groeiende prestatiedruk. Daarnaast brengt de schaalsprong in de regio Zuidoost-Brabant een toename in aantallen inwoners en diverse doelgroepen zoals statushouders, expats en arbeidsmigranten. Door deze verschillende maatschappelijke ontwikkelingen neemt de druk op de (lokale) samenleving toe. Tegelijk zien we een toenemend gebruik van jeugdhulp in Nederland.

Het Nederlands Jeugd instituut (NJI) stelt: “Het gebruik van jeugdhulp is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Bij het NJI zien we dat als een symptoom van een diepere maatschappelijke ontwikkeling: een uiting van vervreemding en fragmentatie bij opgroeien en opvoeden. Dit zien we niet alleen in Nederland, maar in de hele Westerse wereld.’’ Het idee dat kinderen opgroeien in een community, waar mensen het samen doen, verandert steeds meer in een individuele opgave; voor zowel ouders als kinderen zelf. Dat is problematisch, want opgroeien doe je met anderen. De kwaliteit van relaties en verbinding is voor bepaalde mate bepalend voor de mate waarin jongeren zich kunnen ontplooien. Het logische gevolg van de individualisering is een steeds grotere roep om professionele hulp wat vraagt om de beweging van individueel naar collectief.

1.5 De landelijke beleidscontext

Op landelijk niveau onderscheiden zich meerdere beleidstrajecten die de komende periode bepalend zijn voor het jeugdbeleid; de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, het Integraal Zorg Akkoord, het Gezond en Actief Leven Akkoord, Opgroeien in een Kansrijke Omgeving en Kansrijke Start5. Deze landelijke beleidslijnen kennen deels een verplichtend karakter, worden in meer of mindere mate al geïmplementeerd in de Kempen en spelen daarmee een grote rol in het lokale beleid. Ze worden allemaal gekenmerkt door een beweging naar voren, van curatief naar preventief, normaliseren en verbinding en integrale samenwerking over de domeinen heen plus het voorliggende veld. Een aantal van bovengenoemde ontwikkelingen en andere relevante ontwikkelingen, lichten we hieronder verder toe.

1.5.1 De Hervormingsagenda Jeugd

De Hervormingsagenda Jeugd (Hervormingsagenda), vastgesteld in juni 2023, is een gezamenlijk initiatief van het Rijk, gemeenten, jeugdhulpaanbieders, professionals en cliëntenorganisaties. Deze agenda, die doorloopt tot en met 2028, beoogt het jeugdhulpstelsel te verbeteren en financieel houdbaar te maken. De aanleiding hiervoor zijn de stijgende instroom van jongeren in jeugdhulp en de oplopende kosten, die in 2024 landelijk zijn gestegen naar 7,2 miljard euro.

Doelen en kernpunten

De Hervormingsagenda richt zich op een aantal hoofdthema’s, namelijk:

  • 1.

    Versterken van lokale toegang en teams: Door het opbouwen van Stevige Lokale Teams die integraal werken en de toegang tot jeugdhulp verbeteren;

  • 2.

    De politiek-maatschappelijke discussie over opvoeden en opgroeien, en alle ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan het toenemende beroep op de jeugdhulp, moet gevoerd worden: Normaliseren;

  • 3.

    Regionale samenwerking: Gemeenten worden verplicht specialistische hulp regionaal in te kopen om de beschikbaarheid en continuïteit van zorg te waarborgen;

  • 4.

    Afbouw van residentiële zorg: Er wordt ingezet op het verminderen van residentiële hulp en het omvormen naar kleinschaligere en geïntegreerde zorgvormen.

Daarnaast wordt de Jeugdwet aangepast c.q. ingeperkt op landelijk niveau om duidelijker te maken welke hulp onder jeugdhulp valt en welke niet (welk minimum aan basisvoorzieningen een gemeente beschikbaar moet stellen voor jeugd en gezin) zodat hulp beschikbaar is voor degenen die dat het hardst nodig hebben. De consequenties van deze inperking landen direct bij gemeenten en andere verwijzers in het kader van de Jeugdwet.

Financiën

Het financieel kader van de Hervormingsagenda draait om het structureel terugbrengen van de uitgaven aan jeugdhulp met €1 miljard, zoals geadviseerd door de Commissie van Wijzen6. De commissie adviseert om deze besparingen als een postmaterieel in de rijksbegroting op te nemen tot 2028, zodat gemeenten voldoende financiële ruimte hebben om de transformatie door te voeren.

Implementatie en vervolgstappen

Het landelijke implementatieplan, vastgesteld op 16 november 2023, biedt praktische afspraken voor de uitvoering van de Hervormingsagenda tussen 2023 en 2028. Een deel hiervan wordt vormgegeven op regionaal niveau in het Meerjarenplan Samen voor Jeugd (zie paragraaf 1.6.2), een deel op rijksniveau en een deel op gemeentelijk niveau.

1.5.2 Stevige Lokale Teams

De Hervormingsagenda pleit voor Stevige Lokale Teams (SLT’s) als oplossing voor de overbelasting van het huidige systeem, gekarakteriseerd door lange wachttijden en stijgende vraag naar specialistische hulp. De focus van SLT’s ligt op preventie, samenredzaamheid en maatschappelijke participatie van gezinnen. Ze werken met een brede, systemische aanpak die het hele huishouden en de sociale context omvat. Daarnaast versterken ze het ‘gewone leven’ in de wijk en stimuleren ze

samenwerking met de sociale basis.

Kernkenmerken van een SLT zijn:

• Passende omvang en expertise, afgestemd op de lokale opgave.

• Zichtbaarheid in de wijk, nabij en herkenbaar.

• Samenwerking met de sociale basis en het stimuleren van collectieve oplossingen.

• Aansluiting bij gezinnen, met ruimte voor meebeslissen en maatwerk.

• Zelf hulp bieden, ook bij onveiligheid, met directe en duurzame ondersteuning.

• Breed kijken en handelen, met een integrale werkwijze over domeinen heen.

• Expertise erbij halen door consultatie en samenwerking met specialistische hulp.

Onderzoek toont aan dat gemeenten die succesvol transformeren, professionals in lokale teams de ruimte geven om samen met gezinnen de juiste hulp en ondersteuning te bepalen. In de praktijk stuit men echter op uitdagingen zoals hoge werkdruk, personeelsverloop en een gebrek aan tijd en ruimte voor samenwerking, waardoor de potentie van SLT’s nog niet volledig benut wordt. SLT’s zijn in principe ‘vormvrij’.

1.5.3 Wet Verbetering beschikbaarheid jeugdhulp

In april 2025 is deze wet aangenomen als onderdeel van de Hervormingsagenda en een belangrijke stap naar betere beschikbaarheid van (hoog)specialistische jeugdhulp. Deze pakken wij als Kempen op regionaal niveau met Samen voor Jeugd op.

Enkele onderdelen:

  • Gemeenten worden verplicht samen te werken bij de inkoop van dure en complexe zorg en er wordt voorgeschreven wat er minimaal op regionaal niveau gezamenlijk ingekocht moet worden;

  • De wet vormt de basis om meer uniform te gaan werken door bijvoorbeeld overal op dezelfde manier te gaan registreren. Zo is er minder papierwerk, meer tijd voor zorg en komt er meer vergelijkbare data, bijvoorbeeld over wachttijden;

  • De wet stelt eisen aan de financiële administratie van zorgaanbieders met als doel dat de bedrijfsvoering op orde is;

  • De Jeugdautoriteit wordt vastgelegd in de wet en wordt onderdeel van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De NZa krijgt een nieuwe taak om – op basis van beter vergelijkbare data – vroegtijdig risico’s te signaleren zodat gemeenten en aanbieders tijdig maatregelen kunnen nemen.

1.5.4 Commissie van Ark rapport ‘Groeipijn’

In januari 2025 bracht de Commissie Van Ark7 het rapport ‘Groeipijn’ uit, waarin zij concludeerde dat de Hervormingsagenda onvoldoende aandacht heeft voor het wegnemen van structurele factoren die leiden tot instroom in jeugdhulp. Zij heeft hierover een zwaarwegend advies uitgebracht.

De commissie pleit voor:

  • Versterking van lokale steunstructuren en basisvoorzieningen;

  • Meer inzet op natuurlijke omgevingen zoals scholen;

  • Een gezaghebbende rol voor lokale teams, als kern van de transformatie;

  • Een inhoudelijke benadering van de reikwijdte van de Jeugdwet, en niet enkel op financiële gronden.

Financiële adviezen:

De commissie stelt dat het gebrek aan geld niet het grootste probleem is, maar dat de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde jeugdprofessionals een grotere uitdaging zal vormen.

Zij adviseert:

• De geplande bezuinigingen vanaf 2026 op te schorten;

• De kosten van jeugdhulp tot 2028 als PM-post (voorlopige post) op te nemen in de rijksbegroting;

• De uitgaven van 2024 als uitgangspunt te nemen voor toekomstige bekostiging.

Voorjaarsnota 2025

Als reactie op zorgen van gemeenten over jeugdhulpfinanciering heeft het kabinet begin 2025 extra middelen beschikbaar gesteld voor de periode tot en met 2027, zoals bevestigd in het overhedenoverleg van 16 april 2025 en vastgelegd in de

Voorjaarsnota.

1.5.5 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming

De kind- en gezinsbeschermingsketen komt in werking bij onveiligheid in een gezin, waarbij vaak niet-vrijwillige hulp nodig is, zoals Jeugdbescherming of Jeugdreclassering. Het huidige systeem is echter complex en gefragmenteerd, wat de

effectiviteit van de hulp belemmert. Gezinnen krijgen te maken met meerdere instanties, missen continuïteit en moeten hun verhaal steeds opnieuw vertellen. Het landelijke Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wil dit veranderen door een gezinsgerichte, samenhangende aanpak met één regisseur per gezin, meer tijd voor maatwerk en nauwe samenwerking tussen organisaties.

Een belangrijke wijziging is de oprichting van ‘Regionale Veiligheidsteams’ (RVT’s), die verschillende betrokken organisaties (denk aan Veilig Thuis, jeugdbeschermingsorganisaties en de Raad voor de Kinderbescherming) bundelen.

In onze regio wordt dit vormgegeven onder het programma ‘Veilig voor elkaar’. Ondanks het ontbreken van landelijke middelen om de RVT’s verder te ontwikkelen (bekend geworden met de voorjaarsnota 2025), blijven we werken aan de implementatie van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Er worden regionale werkgroepen opgericht om werkprocessen te verbinden en bestuurlijke ambassadeurs geworven om draagvlak te creëren. Binnen de Kempenregio werken we tevens al intensief samen op gebied van (on)veiligheid, onder andere door medewerkers te scholen in de “visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid”. Dit heeft geleid tot een nieuwe benadering van hulpverlening. Ook wordt de ondersteuning integraal georganiseerd, met één casusregisseur per gezin. Er wordt zorgvuldig doorverwezen naar specialistische hulp en, in een pilotfase, worden meldingen van Veilig Thuis voor volwassencasuïstiek opgepakt door medewerkers van het Kempenteam voor jeugdhulp. Deze aanpak bevordert de samenwerking tussen domeinen en wordt geëvalueerd en waar mogelijk voortgezet.

1.6 De regionale beleidscontext

In de regio Zuidoost-Brabant kennen we diverse samenwerkingsverbanden waarbinnen op diverse niveaus zorgvormen worden ingekocht.

1.6.1 De regio 21 voor de jeugd

Op de schaal van de 21 is een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) opgesteld waarin afspraken omtrent inkoop en contractmanagement ten aanzien van Jeugdbescherming, Jeugdreclassering en crisishulp zijn opgenomen. Dit zijn doorgaans minder voorkomende vormen van jeugdhulp, welke we (mede hierdoor) op grotere schaal inkopen. Daarnaast werken we vanuit de 21 gemeenten samen met alle gemeenten in landsdeel Zuid aan onder andere de inkoop én transformatie

van JeugdzorgPlus (gesloten plaatsing).

1.6.2 De regio Samen voor Jeugd

De vier Kempengemeenten werken met de gemeenten Best, Cranendonck, Eindhoven, Heeze-Leende, Oirschot en Valkenswaard samen binnen de inkoopregio Samen voor Jeugd. Gezamenlijk kopen we gespecialiseerde jeugdhulp in voor deze tien gemeenten op diverse contracten. Ook werken we beleidsmatig intensief samen op diverse opgaves in het kader van de transformatie.

Een belangrijk aandachtspunt binnen Samen voor Jeugd is dat de continuïteit van zorg onder druk staat vanwege financiële problemen van aanbieders en krapte op de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld:

  • Voor diverse zorgaanbieders die in onze regio vormen van jeugdhulp met verblijf en/of gezinsgerichte jeugdhulp uitvoeren, geldt dat ze in meer of mindere mate in een financieel zorgelijke situatie verkeren;

  • Andere aanbieders hebben kenbaar gemaakt hun diensten niet langer voor Samen voor Jeugd te kunnen leveren dan wel die niet voor het overeengekomen tarief te kunnen blijven leveren;

  • Door de krapte op de arbeidsmarkt is in toenemende mate sprake van het ontbreken van adequaat ingezet passend aanbod. Met als gevolg wachtlijsten en escalerende en zwaarder wordende casuïstiek.

Meerjarenplan voor Samen voor jeugd 2026 - 2029

De beleidslijn voor de komende jaren is vastgelegd in het meerjarenplan 2026-2029 ‘Samen voor Jeugd: Onze koers naar de toekomst’. Daarin staan de gezamenlijke regionale ambities en veranderopgaven die aansluiten bij de landelijke opgaven. Onderdeel hiervan is dat projectmatig, dan wel opgavegericht gewerkt gaat worden, waarbij de veranderopgaven uit de Hervormingsagenda richtinggevend zijn.

Vanuit de Kempen leveren wij ook één opgaveregisseur (ambtelijk). De bestuurders zijn verdeeld over de diverse opgaven.

  • Reikwijdte: gespecialiseerde jeugdhulp voor jeugdigen en gezin wanneer dat bijdraagt aan de oplossing;

  • Integraliteit: jeugdhulp inzetten vanuit integraliteit, systeemgericht en zowel sector- als domein overstijgend;

  • Verblijf: Meer kinderen groeien veilig op, thuis of in de omgeving (zo thuis mogelijk);

  • Organisatie: verbeteren van de organisatie, inkoop en beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp. Hieronder valt ook de omvorming van Samen voor jeugd tot een Gemeenschappelijke Regeling (GR).

We zorgen er vanuit de Kempengemeenten voor dat deze opgaven en de daaraan verbonden ambities aansluiten bij het MJBK.

1.7 Afbakening en hoe sluiten we Kempisch aan op deze ontwikkelingen?

1.7.1 Zo werken we in de Kempen

De vier Kempengemeenten hebben bij de start van de Jeugdwet in 2015 gekozen voor een gezamenlijk beleid en uitvoering van de Jeugdwet. Hierbij speelt een grote rol dat de individuele gemeenten te klein zijn om de uitgebreide taken met

betrekking tot jeugdhulp alleen vorm te geven en voldoende op elkaar lijken.

De uitvoering van de jeugdhulp is belegd bij het CJG+ de Kempen. Het huidige dienstverleningsmodel ziet er als volgt uit:

afbeelding binnen de regeling

Dienstverleningsmodel CJG+ de Kempen

De vier gemeenten hebben één gezamenlijke toegang voor jeugdhulp die in alle gemeenten aanwezig is. Dit is een verschil met de andere gemeenten binnen onze jeugdhulpregio. Naast het team dat de toegangstaken uitvoert, werken de uitvoerende jeugd- en gezinswerkers in twee lokale ondersteuningsteams (LOT’s), het Kempenteam voor jeugdhulp (KTJ) en het team ‘Samen Doen’ dat verbonden is aan de scholen. Door dit voor de vier gemeenten samen te organiseren, is er veel expertise beschikbaar, wat bijdraagt aan de kwaliteit van de teams.

Deze kwalitatieve meerwaarde zien we terug in de volle breedte van de casuïstiek waar gespecialiseerde jeugdhulp voor wordt ingezet. Onze Jeugd en Gezinswerkers richten zich zowel op relatief lichte vragen om ondersteuning bij opvoeden en opgroeien (LOT’s), maar ook in het preventief spreekuur, Samen Doen op de scholen en de preventieve trainingen, als op casuïstiek met een grote mate van complexiteit, risico’s en onveiligheid. Hierbij wordt casusregie en procesregie door één team uitgevoerd (KTJ), in samenwerking met -waar nodig- Veilig Thuis en de jeugdbeschermingsketen. Waar mogelijk staan de teams naast het gezin, regisseren de benodigde hulp en bieden zelf ondersteuning. Specialistische hulp vanuit aanbieders wordt alleen ingezet als deze zelf niet geboden kan worden.

Ook kan expertise van deze specialisten eerder al ter consultatie ingezet worden. Deze manier voldoet al aan een groot gedeelte van de verbeterpunten en werkwijze van de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Dit is bevestigd in het rekenkameronderzoek dat in het najaar van 2024 in drie van de vier Kempengemeenten is uitgevoerd.

Waar het gaat om preventief jeugdbeleid wordt dit deels gezamenlijk uitgevoerd binnen het CJG+ de Kempen en deels in de lokale gemeenten. Elke gemeente heeft op dit moment een verschillend lokaal aanbod aan preventieve activiteiten.

We signaleren hier versnippering in de samenhang van het aanbod, waar dit op sommige vlakken uniform is voor de vier gemeenten en op andere lokaal is ingericht. Ook de uitvoerende partijen verschillen.

1.7.2 Wat we zien in de Kempen

Tot voor kort leek de landelijke trend van de stijgende vraag naar jeugdhulp en daarmee gepaard gaande kostenstijging zich in de Kempen niet, dan wel in mindere mate te manifesteren dan in de meeste gemeenten in de rest van het land. Hoewel we in de Kempen nog steeds achterblijven bij de landelijke trend zien we vanaf 2024 een forse kostenstijging ten opzichte van de voorgaande jaren. Ook voor de Kempengemeenten geldt dus dat financiering van de jeugdhulp onder (zware) druk staat. Oorzaken die hierboven (en o.a. in het rapport van de Commissie van Ark ‘Groeipijn’) genoemd worden, herkennen we ook in de Kempen.

Zo zien we in de Kempen de afgelopen beleidsperiode een toenemende vraag naar jeugdhulp en meer complexere vragen, onder andere als gevolg van prestatiedruk, polarisatie en de invloed van sociale media. Prestatiedruk wordt niet alleen

door kinderen maar ook door ouders en scholen gevoeld wat leidt tot een vraag naar jeugdhulp om te kunnen voldoen aan de hoge verwachtingen. De hoge verwachtingen spelen al op een jonge leeftijd in bijvoorbeeld de kinderopvang of de onderbouw. Ook zien we in de Kempen een steeds grotere groep jongeren die uitvallen op school waarvoor jeugdhulp wordt ingezet. Kinderen waarvoor een beroep op jeugdhulp wordt gedaan zitten vaak niet lekker in hun vel en hebben een laag zelfbeeld. De negatieve impact van de coronaperiode heeft ook bijgedragen aan een groter beroep op jeugdhulp. Jeugdigen in de Kempen bewegen zich over de gemeentegrenzen heen. Wat we steeds meer zien is dat groepen jeugdigen zich verenigen en tegenover elkaar komen te staan. Ook zien we hierin potentieel crimineel gedrag terug (jonge aanwas).

HOOFDSTUK 2

SAMEN NAAR EEN STERK FUNDAMENT

De in het vorige hoofdstuk genoemde ontwikkelingen en veranderopgaven én de resultaten van de evaluatie van het huidige MJBK vormen de context voor het nieuwe MBJK 2026-2029. We verbreden het MJBK door het preventief jeugdbeleid te verbinden aan het jeugdhulpbeleid en gezamenlijke ‘piketpalen’ te slaan (thema’s en ambities op te nemen) die we hierbij nastreven op Kempisch niveau. Zo kunnen we de beweging maken naar onder andere nog meer inzetten op het versterken van de sociale basis als stevig fundament, integrale samenwerking in het sociaal domein voor het hele gezin inclusief het (para)medisch domein, onderwijs en bestaanszekerheid, waarborgen van de veiligheid en zorgen voor een goede verbinding tussen formele en informele zorg. De kracht van de samenwerking van de vier Kempengemeenten is van groot belang voor onze positie en slagkracht ten opzichte van onze partners in het sociaal domein.

De in dit hoofdstuk opgenomen visie, uitgangspunten en doelen geven richting aan waar we voor staan, onze keuzes en de beweging die we willen maken. Het gaat niet alleen om wat we doen maar ook om waarom we het doen. Hiermee kunnen we koers houden, prioriteiten stellen en voorkomen we dat we ons laten (af)leiden door wat er vrijwel dagelijks op ons afkomt op dit dynamische terrein.

2.1 Onze visie

Alle bovenstaande ontwikkelingen leiden tot een nieuwe Kempische visie op jeugd en jeugdhulp, namelijk:

Kinderen en jongeren in De Kempen groeien op in een gezonde, vitale samenleving waarin mensen naar elkaar omzien en elkaar ondersteunen. Ze leven in een veilige, kansrijke omgeving waar ze zichzelf kunnen zijn, zich kunnen ontwikkelen en actief kunnen meedoen. Wanneer hulp nodig is, kijken we eerst naar de kracht van het gezin en het eigen netwerk. Als dat niet voldoende is, bieden we passende ondersteuning, domeinoverstijgend en op maat. We werken integraal en gezinsgericht, met oog voor de samenhang tussen problemen en de behoeften van het hele gezin. Daarbij streven we naar een duurzaam effect dat gezinnen verder helpt.

afbeelding binnen de regeling

Kortom:

We willen een samenleving waarin kinderen en jongeren in De Kempen veilig, zelfredzaam en kansrijk opgroeien, met ondersteuning die versterkt wat er al is, aansluit bij het gezin en blijvende positieve impact heeft.

2.2 Uitgangspunten

Onderstaande uitgangspunten zijn gebaseerd op de visie en vormen een leidraad om te komen tot concrete doelen. Deze uitgangspunten vormen de waarden die leidend zijn op zowel beleidsniveau als in de uitvoering.

  • Kinderen en ouders worden zoveel mogelijk laagdrempelig en vanuit preventief oogpunt ondersteund vanuit lokale voorzieningen binnen de sociale basis.

  • Bij een hulpvraag wordt er samen met kind en ouders gekeken naar mogelijkheden vanuit eigen kracht, binnen het netwerk en voorliggende (collectieve) ondersteuning. Scholen en verenigingen zijn voorbeelden van vind- en werkplaatsen van collectief preventief aanbod.

  • Jeugdhulp is niet per definitie het antwoord op een hulpvraag.

  • Benodigde hulp en ondersteuning wordt gezinsgericht en domeinoverstijgend geboden vanuit Stevige Lokale Teams, waarbij maatwerk mogelijk is.

  • Kinderen worden thuis of zo dicht mogelijk bij huis, geholpen en als dat niet kan, is ‘thuis’ onderdeel van de hulp of ondersteuning die gezinsgericht is vormgegeven en waarbij maatwerk mogelijk is.

  • Professionele ondersteuning is begrensd om deze beschikbaar te houden voor inwoners die deze het hardst nodig hebben.

  • Voor jongeren met zorg die door moet lopen na hun 18e verjaardag, is de continuïteit van de hulpverlening geborgd en is er tijdig en voldoende afstemming tussen professionals 18- en 18+.

  • We werken cultuursensitief om passende ondersteuning te bieden die toegankelijk, begrijpelijk en effectief is voor álle jeugdigen en gezinnen.

2.3 De doelen van het MJBK

Onze visie en uitgangspunten leiden tot drie hoofddoelen voor de komende beleidsperiode:

1. Preventie

We dragen bij aan een sterke, zoveel mogelijk voor zichzelf zorgende, samenleving, door het faciliteren en organiseren van gerichte activiteiten/ondersteuning met de focus op preventie en samenredzaamheid.

2. Jeugdhulp

We bieden kwalitatief goede en betaalbare jeugdhulp die snel beschikbaar is voor kinderen en gezinnen die het nodig hebben.

3. Veiligheid

We dragen zorg voor een omgeving waarin jeugdigen zo veilig mogelijk kunnen opgroeien.

2.4 Hoe gaan we onze doelen bereiken?

Deze doelen kunnen we als gemeenten niet alleen bereiken. Hiervoor is gedeeld partnerschap en gedeelde verantwoordelijkheid nodig met al onze maatschappelijke partners. Alleen als we werken vanuit dezelfde visie en uitgangspunten en gezamenlijk monitoren en bijsturen op basis van data kunnen we echt een verschil maken. In datagericht werken ligt dan ook een duidelijk verbeterpunt voor ons als Kempen. De landelijke hervormingen geven richting maar we zullen ook zelf scherpere keuzes moeten maken in samenwerking met onze partners én onze inwoners. Voor het behalen van de doelen is een inhoudelijke kwaliteitsverbetering en een duurzame financiering bij zowel gemeenten als zorgaanbieders nodig.

De huidige werkwijze voldoet niet op alle punten en de kosten lopen alsmaar op. Het door het Rijk beschikbaar gestelde financieel kader is niet toereikend, de opdrachten worden steeds groter en de druk op voorzieningen neemt toe. Een inhoudelijk en financiële koerswijziging, is dan ook noodzakelijk.

Gezamenlijk met onze partners en inwoners moeten we de al ingezette beweging versterken van steeds meer inzet van dure professionele zorg op individueel niveau naar een meer integrale, gezinsgerichte en laagdrempelige ondersteuning vanuit het informele netwerk. Of vanuit Stevige Lokale Teams waarbij de gezinnen uiteindelijk beter en duurzamer geholpen zijn. De ‘dure’ zorg is op deze manier minder nodig en sneller beschikbaar voor degenen waarvoor dit de enige oplossing is.

Deze beweging kent de volgende onderdelen:

  • De beweging van zorg naar preventie

  • De beweging van individueel naar collectief

  • De beweging van jeugdhulp op zichzelf staand naar jeugdhulp in de context

Stevige Lokale Teams

Het Stevig Lokaal Team (SLT) is een van de belangrijkste instrumenten om dit te bereiken. SLT’s opereren integraal en generalistisch, zijn laagdrempelig toegankelijk, bieden zelf ondersteuning en staan goed in verbinding met professionals en vrijwilligers. De mate van integraliteit, sociaal domein breed of alleen gericht op jeugd, is erg bepalend voor de samenstelling, functie en werkwijze van dit team/netwerk. De rode draden uit de akkoorden en VNG-proposities wanneer het gaat over SLT’s zijn als volgt: onze gemeentelijke toegang en lokale teams zijn 1) dichtbij, 2) werken integraal, en 3) met mandaat8.

De komende periode starten we, als opdrachtgevende gemeenten, een proces dat leidt tot een kader voor de doorontwikkeling van Stevige Lokale Teams in de vier Kempengemeenten. Dit is tevens een opdracht die we als gemeenten hebben vanuit de landelijke Hervormingsagenda. Tevens werkt het ministerie van VWS momenteel aan een conceptwettekst voor de Wmo en Jeugdwet waarin verkend wordt hoe lokale teams een plek kunnen krijgen in wet- en regelgeving.

Uitgangspunt is dat we voortzetten en waar nodig versterken van hetgeen al is opgebouwd in de Kempen (en werkt), o.a. vanuit de huidige jeugdteams (CJG+ de Kempen) en ontwikkelen waar we echt verbeterkansen zien. We leggen daarbij de focus op de volgende strategieën:

  • Normaliseren

  • Preventief werken

  • Regievoeren

  • Werken met en voor veiligheid

2.4.1 Normaliseren

Normaliseren is een breed begrip. De volgende betekenissen kunnen er bijvoorbeeld aan worden gegeven in het kader van jeugdbeleid:

  • Als tegenbeweging van problematiseren.

  • Niet meedoen aan prestatiedruk: de lat niet te hoog leggen.

  • Opvoeden doen we samen in plaats van ouders alleen.

  • Professionele jeugdhulp is niet altijd de beste oplossing.

  • Benut de kracht van een sterke sociale basis: een leefomgeving waarin kinderen gehoord worden en waarin meer aandacht voor ze is; versterken van het alledaagse leven.

  • ‘Zelf oplossen’ kan ook een passend antwoord zijn op een hulpvraag.

  • Oog hebben voor en uitgaan van de kracht van het individu, zowel van ouders als van het kind.

Normaliseren als strategie om onze doelen te bereiken betekent een gedragsverandering op vele fronten en van alle betrokkenen. Daarmee willen we niet wachten op ontwikkelingen op landelijk niveau of vanuit Samen voor Jeugd, maar op de schaal van Kempengemeenten doen wat we zelf kunnen. Onder andere in gesprek gaan met partners en ouders over hoe we deze gedragsverandering gezamenlijk in kunnen zetten. De landelijke inperking van de reikwijdte van de Jeugdwet zal ook hieraan bijdragen, doordat wat onder ‘jeugdhulp’ verstaan wordt, smaller geformuleerd zal worden.

Wat gaan we anders doen:

  • Werken vanuit een gedeeld referentiekader rondom ’Normaliseren’ dat samen met partners wordt vormgegeven.

  • Op basis van data (dus vraaggericht) collectief, voorliggend (en licht) aanbod organiseren.

  • (Sport-) verenigingen en scholen als vind- en werkplaats voor collectief aanbod versterken en benutten.

2.4.2 Preventief werken

Problemen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen of in een vroeg stadium worden onderkend. Gemeenten hebben een wettelijke taak m.b.t. jeugdpreventie vanuit de Wet publieke gezondheidszorg (Wpg) en de Jeugdwet, en zijn verantwoordelijk voor de lokale invulling en uitvoering hiervan. Meer preventie is een belangrijk doel van een van de transformatiedoelen in de Jeugdwet. Het gemeentelijk preventieve beleid dient gericht te zijn op het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, ouders die elkaar kunnen ontmoeten, wijken, buurten, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen en integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders.

Er zijn drie preventieniveaus:

  • 1.

    Universele preventie richt zich op alle kinderen en jongeren en hun opvoeders. Het doel is een gezonde ontwikkeling te bevorderen en problemen te voorkomen.

  • 2.

    Selectieve preventie richt zich op groepen kinderen, jongeren en opvoeders met een verhoogd risico op problemen. Het doel is deze jongeren extra te ondersteunen en risico’s te verminderen, bv. d.m.v. collectieve trainingen.

  • 3.

    Geïndiceerde preventie richt zich op individuele kinderen, jongeren en opvoeders met een verhoogd risico op problemen, en op jeugdigen en opvoeders met een (beginnend) probleem. Het doel is om deze problemen te signaleren en aan te pakken, voordat ze verergeren.

Onder preventie vallen collectieve voorzieningen, maar ook de lokale CJG-teams, huisartsen en lichte vormen van jeugdhulp (zonder beschikking). Preventief werken gaat echter niet alleen over wat er gebeurt voorafgaand een inzet van jeugdhulp; ook tijdens de gespecialiseerde jeugdhulp vanuit het CJG+, de jeugdhulpaanbieders, Veilig Thuis, Jeugdbescherming (JB), Jeugdreclassering (JR) wordt er preventief gewerkt. Het onderscheid tussen preventie, toegang en jeugdhulp is niet zwart-wit.

In de Kempen zien we pedagogische hulp en lichte opvoedondersteuningsvragen, bv. maatschappelijk werk, jongerenwerk, signalering, toeleiding naar specialistische jeugdhulp, vroeg- en voorschoolse educatie en onderwijsachterstandsvoorzieningen en coördinatie van zorg en vraagverheldering niet als jeugdhulp en behoort dit bij preventie of toegangstaken. Omdat zowel preventie als toegang én jeugdhulp bij gemeenten is belegd, kunnen deze in samenhang worden georganiseerd.

De organisatie en uitvoering van preventie vindt zowel plaats binnen de lokale gemeenten als binnen het CJG+ en vanuit andere partners. Gemeenten organiseren dit aanbod d.m.v. subsidie/inkoop bij partners en sluiten aan bij landelijke opdrachten zoals het Gezond Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA). Ook werken de Kempengemeenten samen in het programma Kempenbranie (OKO: opgroeien in een kansrijke omgeving) dat bijdraagt aan de doelen die we in dit MJBK hebben geformuleerd. Het CJG+ de Kempen biedt onder andere collectieve preventieve trainingen. De verantwoordelijkheden m.b.t. het preventieve aanbod zijn dus versnipperd waardoor er goede afstemming nodig is tussen gemeenten, CJG+ en andere partners in het belang van een samenhangend geheel. Gewenste wijzigingen in het preventieve aanbod dienen daarom door zowel gemeenten als CJG+ de Kempen vooraf afgestemd te worden met elkaar.

Om de doelen in dit MJBK te bereiken is een voorwaarde dat de Kempengemeenten een gelijk (basis)aanbod hebben vanuit een gezamenlijke visie dat past in de driehoek preventie, toegang en hulp. Daarbij wordt rekening gehouden met de lokale leefomgeving en sociale basis in iedere individuele gemeente. Het jeugdhulplandschap en de toegang naar hulp is in de vier gemeenten al gelijk. Voor een samenhangend geheel van preventie, toegang en jeugdhulp moet het preventieve aanbod tot op een bepaalde hoogte ook gelijk zijn (basisaanbod). Extra inzet op basis van lokale wensen bovenop de basis blijft mogelijk maar jeugdigen moeten in elke gemeente wel dezelfde kansen hebben. Ze bewegen zich ook tussen de gemeenten en verblijven niet alleen in hun eigen woonplaats. Ook de inperking van de Jeugdwet en aangekondigde minimaal op te nemen aanbod aan basis- voorzieningen (in gemeentelijke verordening) zal voor meer uniformiteit zorgen. Meer uniformiteit in het aanbod moet ook bijdragen aan meer verbinding en een betere samenwerking tussen de professionals (en vrijwilligers) die het preventieve aanbod uitvoeren.

afbeelding binnen de regeling

We willen in het kader van preventie ook bereiken dat specialistische kennis m.b.t. preventief werken vanuit hogere niveaus ook beschikbaar is op andere niveaus. Dit moet leiden tot een betere verbinding tussen professionals, meer kennis-

uitwisseling, domeinoverstijgende samenwerking tussen verschillende professionals in het lokale en regionale veld en het meer spreken van een gezamenlijke taal die aansluit bij de (vraag van) de inwoner. Het uiteindelijke doel is dat onze inwoners vaker vanuit de sociale basis antwoorden vinden.

Wat gaan we anders doen:

  • Het jongerenwerk vanuit een Kempische visie positie geven binnen het preventieve veld.

  • Het preventieve aanbod meer uniformeren.

  • Specialistische expertise meer naar voren halen om kennis aan de voorkant te versterken. Dit doen we door de consultatiefunctie voort te zetten/te verstevigen.

2.4.3 Regievoeren

Onder regievoeren verstaan we dat gemeenten sturing geven aan samenwerkingsprocessen met betrekking tot:

  • de verbinding met strategische partners op het gebied van jeugd

  • de uitvoering van jeugdhulp (proces- en casusregie)

  • de verbinding zoeken met aanpalende beleidsterreinen zoals Wmo, onderwijs en schuldhulpverlening

We geven al vorm en inhoud aan structureel overleg met lokale en regionale strategische samenwerkingspartners, waaronder jeugdhulpaanbieders, CJG+ de Kempen, Jeugdgezondheidszorg en het onderwijs. Middels het versterken van deze gemeentelijke regievoering met heldere afspraken en gezamenlijke opdrachten waarbij gelijkwaardigheid een belangrijk uitgangspunt is, willen we initiatieven vanuit de sociale basis beter stroomlijnen en deze verbinden met de lokale teams. Als we in een vroeg stadium een goede verbinding hebben kunnen we een vraag naar jeugdhulp voorkomen en kan er snel op- en afgeschaald worden. Ook willen we de verbinding verder verstevigen waar het de samenwerking in de aanpalende beleidsterreinen betreft. Zoals bijvoorbeeld Wmo, schuldhulpverlening, onderwijs, sport, werk en inkomen, gezondheid en veiligheid. Het gezamenlijke plan van aanpak doorontwikkeling jeugdopgave9, waaronder proces- en casusregie op veiligheidsvraagstukken, zijn ontwikkelingen die hieraan bijdragen. Inclusief onderwijs of de decentralisatie beschermd wonen kan een relatie hebben met een vraag naar jeugdhulp en dient zoveel mogelijk integraal opgepakt te worden, waarvoor regie nodig is. Dit past bij de ontwikkeling richting Stevige Lokale Teams waarbij er sprake is van een gezamenlijke opdracht met duidelijke afspraken en taken. Het antwoord op groeiend jeugdhulpgebruik ligt namelijk niet bij het bieden van nog meer jeugdhulp, omdat we weten dat de oorzaak vaak niet bij het kind ligt.

Van groot belang voor het slagen hiervan is het werken met actuele data. Dataverzameling en -analyse gebruiken we als middel om gesprekken te voeren en afspraken te maken met onze partners over de te behalen doelen en resultaten. Ook worden deze gebruikt om beleidsmatig bij te kunnen sturen met als doel een duurzaam effect van de ondersteuning voor het kind of gezin. Door gebruik te maken van data kunnen we de impact van onze inzet volgen en bijsturen. Tevens kunnen we sneller ingrijpen wanneer dat nodig is en interventies gerichter inzetten. Dit vergroot de effectiviteit van de zorg en maakt de besluitvorming transparanter.

Wat gaan we anders doen:

  • Binnen de Stevige Lokale Teams wordt integraal samengewerkt vanuit een gezamenlijke visie en een heldere opdracht.

  • Het Stevige Lokale Team werkt domeinoverstijgend op basis van samenwerkingsafspraken.

  • Samen met onze strategisch partners voeren we regie op ons uitvoeringsplan op basis van actuele data.

2.4.4 Werken met en voor veiligheid

Sommige kinderen groeien op in onveiligheid. Een substantieel deel van deze kinderen of hun ouders wordt niet bereikt. Ze stellen bijvoorbeeld geen hulpvraag of weigeren hulp. Vroegsignalering, outreachend en integraal werken is bij deze doelgroep daarom extra belangrijk en een opdracht binnen het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Binnen het Kempenteam voor jeugdhulp is de afgelopen jaren krachtige expertise opgebouwd omtrent complexe veiligheidsvraagstukken. Dit team biedt zowel casusregie als ondersteuning voor de doelgroep 0-18 jaar en casusregie waar het zorgmeldingen vanuit Veilig Thuis betreft voor de doelgroep 0-100 jaar.

We zien echter bij veel professionals buiten de jeugdhulp handelingsverlegenheid rondom adequate vroegsignalering, outreachend werken en als er sprake is van (een vermoeden van) onveiligheid. Ook zien we dat samenwerking wanneer het gaat om (on)veiligheid, versterkt dient te worden. Deze constatering vraagt bijzondere aandacht en is tevens een opdracht vanuit het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

Wat gaan we anders doen:

  • De opgebouwde expertise rondom (on)veiligheid wordt zoveel mogelijk domeinoverstijgend ingezet vanuit een (gezinsaanpak) van 0-100.

  • Oog voor (on)veiligheid heeft een duidelijke plaats in het Stevige Lokale Team.

HOOFDSTUK 3

RESULTATEN EN VERANTWOORDING

3.1 Resultaten

Om (bij) te kunnen sturen, is betrouwbare data onmisbaar. Monitoring helpt om trends en knelpunten vroegtijdig te signaleren, effecten van beleid te meten en onderbouwde keuzes te maken. Hier zien we een duidelijke verbeterslag. Zoals beschreven in hoofdstuk 2 hebben we drie hoofddoelen waar we ons gedurende de looptijd van het beleidskader op gaan richten.

1. Preventie

We dragen bij aan een sterke, zoveel mogelijk voor zichzelf zorgende, samenleving, door het faciliteren en organiseren van gerichte activiteiten/ondersteuning met de focus op preventie en samenredzaamheid.

2. Jeugdhulp

We bieden kwalitatief goede en betaalbare jeugdhulp die snel beschikbaar is voor kinderen en gezinnen die het nodig hebben.

3. Veiligheid

We dragen zorg voor een omgeving waarin jeugdigen zo veilig mogelijk kunnen opgroeien.

Deze doelen worden in dit hoofdstuk uitgewerkt tot concrete doelstellingen en/of inspanningsverplichtingen met bijbehorende streefwaarden voor de komende vier jaar. De voortgang wordt gemonitord door een combinatie van de indicatoren

“tellen en vertellen”. Een indicator geeft informatie over de resultaten van de beleidsdoelstellingen. We maken dus gebruik van een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren om een compleet beeld te kunnen schetsen.

De specifieke uitwerking van de manier waarop uitvoering gegeven wordt aan de doelstellingen komt terug in het uitvoeringsplan. Daar wordt ook een koppeling gemaakt met de strategieën.

De evaluatie is gebaseerd op indicatoren uit diverse bronnen. De beschikbaarheid hangt af van de meetfrequentie van uitvoerende partijen, zoals de GGD. Indicatoren van het CJG+ zijn ofwel direct beschikbaar of zijn in ontwikkeling. Daardoor is het (nog) niet mogelijk gebleken om bij alle indicatoren een 0-meting te formuleren. Omdat het gaat om een kempisch beleidskader zijn de data weergegeven op Kempenniveau.

Door gericht te werken aan deze doelen streven we naar onderstaande maatschappelijke resultaten, waarmee we het positieve effect op de samenleving als geheel meten. In de Kempengemeenten:

  • voelen meer jeugdigen zich fysiek en mentaal gezond;

  • staan ouder(s)/verzorger(s) steviger in hun rol en beschikken zij over de nodige opvoedvaardigheden;

  • is het normaal om met elkaar over mentaal welzijn en opvoeden/opgroeien te praten;

  • doorlopen kinderen een zoveel mogelijk doorgaande ontwikkel- en leerlijn;

  • is er zo min mogelijk wachttijd met betrekking tot toegang tot jeugdhulp;

  • ervaren jeugdigen en gezinnen een goede aansluiting en samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs;

  • is het lokale aanbod op het gebied van preventie en lichte opvoedondersteuning een integraal en overzichtelijk geheel;

  • groeien meer jeugdigen veilig en zo thuis nabij mogelijk op;

  • groeien meer jeugdigen op in een kansrijke omgeving;

  • weten jeugdigen en ouders in kwetsbare situaties hoe ze toegang kunnen krijgen tot ondersteuning, kunnen zij laagdrempelig hun hulpvraag stellen en ontvangen snel passende hulp als dat nodig is.

Hoofddoel 1

Preventie

We dragen bij aan een sterke, zoveel mogelijk voor zichzelf zorgende samenleving, door het faciliteren en organiseren van gerichte activiteiten/ondersteuning met de focus op preventie en samenredzaamheid.

Doelstellingen en/of inspanningsverplichting:

  • 1.

    Antwoorden op opvoed- en opgroeivragen worden eerder gezocht en gevonden in de (sociale) omgeving, zonder tussenkomst van een professionele organisatie.

  • 2.

    Er is inzicht en samenhang in het lokale voorliggende/preventieve aanbod bij netwerkpartners.

  • 3.

    De Kempengemeenten hebben een Stevig Lokaal Team dat werkt volgens het vastgestelde kader.

  • 4.

    Het Stevige Lokale Team werkt vanuit een gedeeld referentiekader rondom ’Normaliseren’ dat samen met partners wordt vormgegeven.

  • 5.

    De inwoner weet waar hij/zij terecht kan.

  • 6.

    Jeugd- en gezinswerkers en jeugdhulpaanbieders werken samen met partners in het preventieve veld voor het afschalen naar voorliggende oplossingen, wat leidt tot duurzame uitstroom uit de jeugdhulp.

  • 7.

    Op basis van data-analyse wordt ingezet op effectief preventief aanbod.

  • 8.

    We realiseren een afname op inzet van specialistische jeugdhulp.

  • 9.

    We versterken de structurele samenwerkingsafspraken tussen jeugdhulp en onderwijs, zodat problemen vroegtijdig gesignaleerd worden en er snel hulp kan worden geboden.

afbeelding binnen de regeling

Hoofddoel 2

Jeugdhulp

We bieden kwalitatief goede en betaalbare jeugdhulp die snel beschikbaar is voor kinderen en gezinnen die het nodig hebben.

Doelstellingen en/of inspanningsverplichting

  • 1.

    Kinderen en ouders in kwetsbare situaties weten hoe ze toegang kunnen krijgen tot hulp of ondersteuning, kunnen laagdrempelig hun hulpvraag stellen en ontvangen, indien nodig, snel passende hulp.

  • 2.

    Voor jongeren die te maken krijgen met overgang naar 18+ borgen we de continuïteit van de hulpverlening.

  • 3.

    De jeugdhulp die wordt ingezet is tijdelijk en effectief.

  • 4.

    De wachttijden voor gezinnen/jeugdigen nemen af.

  • 5.

    We realiseren een afname van de instroom in specialistische jeugdhulp en in het aantal afgegeven beschikkingen.

  • 6.

    We realiseren een afname van de behandelduur (inzet op samenwerking/verbinding) en eerdere mogelijkheid tot afschalen verbinding tussen bijv. specialistische aanbieder en lokale teams/voorliggend veld).

  • 7.

    We realiseren een afname van het aantal directe verwijzingen jeugdhulp door de huisarts.

  • 8.

    We realiseren meer inzicht op aantallen, doorlooptijd en klanttevredenheid door de inrichting van datamonitoring en analyse.

  • 9.

    We zetten in op passend collectief aanbod op basis van data vanuit CJG+ de Kempen.

  • 10.

    De gemiddelde kosten per kind per jaar in jeugdhulp zonder verblijf dalen.

  • 11.

    De totale uitgave voor jeugdhulp zonder verblijf zijn lager dan in 2025 (exclusief indexering en tariefeffecten).

  • 12.

    Gezinnen/jeugdigen hoeven minder lang te wachten op (passende) ondersteuning.

afbeelding binnen de regeling

Hoofddoel 3

Veiligheid

We dragen zorg voor een omgeving waarin jeugdigen zo veilig mogelijk kunnen opgroeien.

Doelstellingen en/of inspanningsverplichting

  • 1.

    Kinderen worden thuis of zo dicht mogelijk bij huis, geholpen en als dat niet kan, is ‘thuis’ onderdeel van de hulp of ondersteuning die gezinsgericht is vormgegeven.

  • 2.

    We implementeren Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in de Kempen, samen met Wmo en Integrale veiligheid.

  • 3.

    Het opzetten van vroegsignalering bij risicosituaties thuis, bijvoorbeeld via scholen, huisartsen, en Jeugdgezondheidszorg, zodat problemen snel worden opgespoord en ouders tijdig ondersteund worden.

  • 4.

    Zorg ervoor dat jeugdigen zelf een actieve rol spelen in het bevorderen van een veilige omgeving voor henzelf en hun peers.

afbeelding binnen de regeling

3.2 Positie van jeugdigen, ouders, cliëntervaringen en raadsleden

We vinden het van belang om het perspectief van jeugdigen en ouders/opvoeders te positioneren in het beleid. Het is belangrijk om te weten wat er speelt bij jeugdigen en hun ouders/opvoeders. Ouders en jeugdigen zijn voor de totstandkoming van dit beleidskader dan ook benaderd en hebben via fysieke bijeenkomsten (en online vragenlijsten) input kunnen leveren. Zij zijn ervaringsdeskundigen in hun eigen situatie en kunnen als geen ander aangeven wat werkt en wat niet. Dat geldt niet enkel voor ‘ontvangers’ van jeugdhulp, maar ook als het gaat om preventie. Cliëntparticipatie en cliënttevredenheidsonderzoek is tevens een wettelijke verplichting in het kader van de Jeugdwet10. Daarom zetten we in op het verzamelen en benutten van cliëntervaringen. Dit doen we onder andere via:

Verdere versterking van cliënttevredenheidsonderzoeken, zoals de verplichte meting van de ervaringen in de jeugdhulp. Deze voert de afdeling MD/GRSK al jaarlijks uit voor de vier Kempengemeenten. Deze kan verder versterkt worden en de Kempische resultaten kunnen ook gedeeld worden met bijvoorbeeld jeugdhulpaanbieders.

Aandacht voor jongerenparticipatie, door aan te sluiten bij bestaande structuren. Denk hierbij aan leerlingenraden in het voortgezet onderwijs, de regionale Adviesvangers en ervaringsdeskundigen (zoals jongeren die deelnemen aan Bondgenoten). Draagvlak en doelbepaling zijn hierbij cruciaal.

Wettelijke cliëntondersteuning verder onder de aandacht brengen om jeugdigen en ouders beter te begeleiden in het proces van hulpverlening. We vinden het ook van belang om gemeenteraads- en commissieleden nadrukkelijker te betrekken bij zowel:

  • De voortgang op resultaten gesteld binnen het beleidskader.

  • De uitvoeringspraktijk jeugdhulp.

We doen dit onder andere via:

  • Jaarlijks per gemeente een (digitale) informatiebijeenkomst (‘warme overdracht’) waarin vanuit data een toelichting gegeven wordt van de ontwikkelingen binnen verschillende onderdelen van het sociaal domein waaronder jeugdhulp. Ook op niveau van de regio Samen voor Jeugd worden deze structureel georganiseerd voor raadsleden (bestaand).

  • Lokale P&C cyclus waarin gemeenteraadsleden een actueel beeld krijgen van de kosten en welke invloed deze eventueel hebben op de begroting (bestaand).

  • Wanneer we raadsinformatiebrieven delen met de gemeenteraad, zorgen we ervoor dat we, indien mogelijk, een duidelijke koppeling maken met de doelstellingen en indicatoren uit het MJBK (deels bestaand, deels nieuw).

  • Indien nodig benutten we het Kempencongres (deels bestaand, deels nieuw).

  • Jaarlijks organiseren we minimaal één Kempisch werkbezoek voor raads- en commissieleden bij een jeugdhulpaanbieder en/of bij CJG+ de Kempen (nieuw).

3.3 Van MJBK naar uitvoeringsplan (met de strategische partners)

Met dit MJBK leggen we de koers vast voor de jaren 2026–2029. De visie, uitgangspunten, doelen en strategieën vormen het fundament voor de manier waarop we binnen de vier gemeenten (en regio) werken aan jeugdhulp en preventief

jeugdbeleid. De doelstellingen worden in samenwerking met onze strategisch partners omgezet in een uitvoeringsplan. In dit uitvoeringsplan worden:

  • De beleidsdoelen uit het kader uitgewerkt in concrete activiteiten en projecten gekoppeld aan de vier strategieën.

  • Waar mogelijk linken gelegd met het landelijke implementatieplan van de Hervormingsagenda.

  • Duidelijke resultaatafspraken gemaakt, inclusief planning en eigenaar.

  • Rollen, verantwoordelijkheden en samenwerkingsvormen met onze strategisch partners (zoals CJG+ de Kempen, zorgaanbieders, Jeugdgezondheidszorg, onderwijs etc.) benoemd. Tevens wordt het uitvoeringsplan tezamen met deze partners vormgegeven.

  • Inzichten gegeven in hoe de middelen worden ingezet.

Het uitvoeringsplan is een dynamisch document. Deze kent een globale 4-jaren uitvoeringsagenda (zie bijlage 1.7) met een gedetailleerde uitwerking voor het betreffende jaar. Zo bouwen we ruimte in voor de praktijk van veranderde wet- en regelgeving, ontwikkelingen waar plots op ingespeeld dient te worden, voortgang en signalen van partners of derden.

HOOFDSTUK 4

FINANCIËN

In dit hoofdstuk brengen we in beeld hoe financiën rondom jeugd(hulp) zijn opgebouwd, welke uitgaven (programma- en bedrijfsvoeringskosten) reeds zijn begroot en wat de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot financiën in het jeugd-

domein zijn. Daarnaast maken we inzichtelijk welk ontwikkelbudget er nodig is.

Gemeenten ontvangen een algemene uitkering voor jeugd in het gemeentefonds. De Jeugdwet is een zogenoemde open-eind-regeling, wat inhoudt dat wanneer een inwoner voldoet aan de gestelde voorwaarden hij of zij recht heeft op door de gemeente gefinancierde jeugdhulp, ongeacht het budget dat vooraf begroot is en ongeacht het budget dat gemeenten ontvangen via het gemeentefonds. Tevens is het zo dat er externe verwijzers zijn, zoals (huis)artsen, rechters en gecertificeerde instellingen, die zelf rechtstreeks mogen verwijzen in het kader van de Jeugdwet. De gemeente is vervolgens verantwoordelijk voor de financiering van de kosten van jeugdhulp. We begroten in de Kempen dan ook op basis van wat nodig is. We maken onderscheid in programmakosten en bedrijfsvoeringskosten.

4.1 Programmakosten

Programmakosten zijn de zorgkosten. Dat zijn kosten die we als gemeenten betalen aan jeugdhulpaanbieders voor het uitvoeren van specialistische jeugdhulp op basis van beschikkingen die we afgeven op grond van de Jeugdwet. De programmakosten landen in de gemeentelijke P&C documenten.

afbeelding binnen de regeling

Wat valt op?

  • De programmakosten zijn gestegen, door o.a. volumestijging cliënten, langere behandelduur, en indexatie van jeugdhulptarieven.

  • Er is ook sprake van reguliere groei, door bijvoorbeeld groei van aantal inwoners of veranderingen in de doelgroep.

4.2 Bedrijfsvoering

Hier gaat het om personele inzet van jeugd- en gezinswerkers binnen het CJG+ de Kempen die de toegang naar jeugdhulp verzorgen en ook zelf jeugdhulp uitvoeren. Dat betekent concreet de inzet binnen het team Toegang, het Lokaal ondersteuningsteam, het Kempenteam voor jeugdhulp en het team Samen Doen op het basis- en voortgezet onderwijs. Hier valt ook onder de inzet van Jeugd- en gezinswerkers in activiteiten met een preventief karakter waar de vier Kempengemeenten voor hebben gekozen. Denk bijvoorbeeld aan inzet in het project STORM, het preventieve spreekuur, Nu Niet Zwanger (Kansrijke start), de Pubertraining en training Kind & scheiding. De gemeentelijke bijdrage aan Buurtgezinnen in de Kempen valt tevens onder de bedrijfsvoeringskosten, evenals de bijdrage aan de inkooporganisatie Samen voor Jeugd en de Dienstverleningsovereenkomst 21vdjeugd (regionale jeugdhulpdossiers). De pilot ‘CJG+ bij de huisarts en consultatiefunctie GGZ’ wordt tot en met 2025 nog bekostigd uit subsidiemiddelen vanuit de regio Samen voor Jeugd.

4.3 Overige budgetten t.a.v. preventieve activiteiten

Iedere Kempengemeente kent daarnaast lokale budgetten die worden ingezet voor preventieve jeugdactiviteiten. De scope is breed. Veel gemeentelijke activiteiten raken aan ‘opgroeien’ of focussen zich op de doelgroep jeugd. Het beeld is over

het algemeen dat deze budgetten versnipperd zijn, soms tijdelijk van aard en qua hoogte niet (altijd) overeenkomen per gemeente. Denk hierbij bijvoorbeeld aan inzet van:

  • Het jongerenwerk;

  • Het uitvoeringsbudget voor OKO/Kempenbranie en de coördinatiekosten;

  • Kansrijke Start

  • Het programma STORM (niet zijnde bedrijfsvoeringskosten GRSK);

  • Inzet SPUK-GALA gelden en SPUK GOAB (gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid)

Een aantal van deze budgetten komt tevens voort uit landelijke programma’s en financiële regelingen. We beogen met dit MJBK niet om uitgaven in deze categorie te uniformeren of samen te brengen tot één budget. Wel beogen we om vanuit een gezamenlijk inhoudelijk beleidskader te ontwikkelen, zodat in elke gemeente de preventieve activiteiten en de jeugdhulp een logisch geheel vormen.

4.4 Landelijke ontwikkelingen

De financiële context rondom jeugdhulp staat al geruime tijd onder druk. Tegelijkertijd is er sprake van een hernieuwde koers, waarin zowel extra middelen beschikbaar komen als structurele besparingsopgaven worden verwacht op de langere termijn. De voorjaarsnota 2025 en septembercirculaire 2025 geven richting aan het financiële speelveld voor gemeenten voor de komende jaren.

1. Extra middelen voor jeugdhulp (2025–2027)

Gemeenten ontvangen in de periode 2025–2027 extra financiële ruimte om de aanhoudende tekorten binnen de jeugdhulp op te vangen. Het Rijk stelt hiervoor in totaal landelijk € 414 miljoen structureel beschikbaar via het gemeentefonds. Daarnaast wordt landelijk een aanvullende compensatie van € 400 miljoen ingezet om de scherpe terugval van het gemeentefonds in 2026 te dempen. Deze middelen bieden tijdelijke lucht voor lokale inzet op jeugdhulp. Zie ook figuur 7.

2. Hervormingsagenda: opmaat naar structurele taakstelling

In lijn met de afspraken uit de Hervormingsagenda worden vanaf 2027 ingrijpende besparingen voorzien. Gemeenten dienen zich voor te bereiden op een structurele taakstelling van circa € 1 miljard11, waarvan:

  • € 260 miljoen via invoering van een eigen bijdrage (vanaf 2028),

  • € 68 miljoen via beperking van ‘onnodig’ lange trajecten (trajectduursturing),

  • overige efficiencymaatregelen via regionale inkoop en stelselverschuiving.

Hoewel deze taakstelling nog beleidsmatig nader ingevuld wordt, is duidelijk dat gemeenten zich tijdig moeten voorbereiden op een fundamentele herziening van het zorglandschap en de financieringsstructuur.

3. Implicaties voor gemeenten

Voor ons als gemeenten betekent dit het volgende:

  • Tijdelijke financiële ruimte voor versterking van lokale jeugdhulp (2025–2027), mede inzetbaar voor het opvangen van de huidige druk en tekorten en het voorbereiden op aanpassingen.

  • Verplichting tot transformatie van het zorgaanbod: minder residentiële zorg, meer lichte en ambulante vormen, betere samenwerking met huisartsen, onderwijs en wijkteams.

Daarnaast heeft het kabinet, met de septembercirculaire 2025, besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdhulp. Het gaat hier om een incidentele bijdrage voor iedere gemeente in het jaar 2025. Deze middelen kunnen ingezet worden ter ondersteuning van de transformatie van de jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda.

afbeelding binnen de regeling

4.5 Ontwikkelbudget voor de Kempen

Een ontwikkelbudget gekoppeld aan het Meerjarenbeleidskader Jeugd de Kempen is nodig:

  • • om te kunnen voldoen aan de transformatieopgaven uit de Hervormingsagenda zoals bijvoorbeeld de doorontwikkeling Stevige Lokale Teams, versterking van het collectief preventief voorliggend aanbod en het bestendigen van de samenwerking met onderwijs;

  • omdat de maatschappelijke veranderingen vragen om continu te blijven leren en ontwikkelen.

Het uitvoeringsplan is verbonden met het MJBK en de daarin beschreven (hoofd-) doelen. Voor de uitvoering van de projecten en activiteiten van het uitvoeringsplan is budget nodig. Op basis van onderstaande inschatting van de projectkosten,

bedraagt dit meerjarig € 150.000,- per jaar voor de looptijd van dit beleidskader. Deze middelen zijn globaal verdeeld over de projecten. Onderliggende verschuiving van de budgetten kan plaatsvinden binnen de looptijd van het MJBK. Hiermee kunnen we de benodigde transformatie een impuls geven. Als er uit projecten structurele kosten volgen worden deze via de reguliere P&C producten aan de gemeenteraad voorgelegd. Elke gemeente draagt bij op basis van inwonertal. Dit is een pragmatische invulling die recht doet aan de grootte van de gemeenten en die praktisch te hanteren is.

We zien het ontwikkelbudget als een investering die op de langere termijn kan bijdragen aan het beheersen, stabiliseren en mogelijk terugdringen van de programmakosten Jeugd. Op dit moment kunnen we dat nog niet concreet door vertalen in de meerjarenbegroting programmakosten Jeugd. Daarom kiezen we er in figuur 6 voor om een realistische begroting weer te geven gebaseerd op ‘wat nodig is’ (de uitgaven). We zullen deze ontwikkelingen nauw blijven volgen en op sturen waar mogelijk.

Dit betekent dat de bijdrage aan het ontwikkelbudget per gemeente per jaar als volgt is:

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

HOOFDSTUK 5

BIJLAGEN

5.1 Begrippenlijst

Jeugdhulp

De term jeugdhulp omvat alle vormen van hulp en ondersteuning (licht verstandelijke beperking (lvb), opvoedvragen, opvoedhulp, en geestelijke gezondheidszorg) variërend van licht ambulant tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting.

CJG+ de Kempen (Centrum voor Jeugd en Gezin)

Uitvoeringsorganisatie van de Kempengemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden voor de toegang tot jeugdhulp en de uitvoering van jeugdhulpvoorzieningen.

CTO

Cliënttevredenheidsonderzoek.

Domeinoverstijgende samenwerking

Samenwerking waarbij verschillende domeinen (sectoren) over hun eigen grenzen heen samenwerken.

Domeinaansluitende samenwerking

Samenwerking waarbij één domein de aansluiting zoekt bij een ander domein om een soepele overgang of doorverwijzing te realiseren.

Samen Doen

Samen Doen is een team van het CJG+ de Kempen dat samenwerkt met en aanwezig is op alle scholen van het basis- en voortgezet onderwijs in de Kempen.

JIM-methodiek

JIM staat voor Jouw Ingebrachte Mentor. De jongere kiest zelf iemand uit zijn of haar netwerk als mentor: vertrouwenspersoon, iemand die meedenkt en meebeslist, die zij aan zij staat met de hulpverlener en die door de jongere als ondersteunend ervaren wordt.

Passend onderwijs

Onderwijs dat is afgestemd op de individuele mogelijkheden, behoeften en omstandigheden van elke leerling, waarbij extra ondersteuning wordt geboden zodat alle leerlingen, ook met speciale behoeften, zich optimaal kunnen ontwikkelen en deelnemen aan het onderwijsaanbod.

Inclusief onderwijs

Inclusief onderwijs is een onderwijssysteem waarbij alle kinderen en jongeren, ongeacht hun achtergrond, beperkingen, of ontwikkelingsachterstanden, zoveel mogelijk samen naar dezelfde school gaan dichtbij huis, deel uitmaken van een inclusieve leeromgeving waarin iedereen meetelt, meedoet en gelijkwaardig is en waar samen geleerd en ontwikkeld wordt.

Gesloten jeugdhulp

Gesloten jeugdhulp is een vorm van jeugdhulp met verblijf voor jongeren tussen 12 en 18 jaar. Bij gesloten jeugdhulp wordt de vrijheid van jongeren beperkt en kan zorg verplicht worden opgelegd.

Kleinschalig verblijf

Kleinschalige verblijf is een 24/7-voorziening binnen een gesloten of open jeugdzorginstelling, waarin maximaal zes jongeren in een huiselijke setting door een vast team van begeleiders een intensieve, individuele behandeling en/of begeleiding op maat krijgen.

Gecertificeerde instellingen

Gecertificeerde instellingen zijn organisaties die, maatregelen van Jeugdbescherming en Jeugdreclassering uitvoeren.

Verlengde jeugdwet

Als jeugdhulp al vóór de 18e verjaardag is gestart, kan deze onder bepaalde voorwaarden doorlopen tot 23 jaar door de Jeugdwet te ‘verlengen’.

De GGD-gezondheidsmonitor

De GGD Gezondheidsmonitor is een landelijk én regionaal grootschalig onderzoek naar de gezondheid, leefstijl en het welzijn van inwoners in Nederland, uitgevoerd door de GGD in samenwerking met het RIVM en het CBS.

Begeleiding

Begeleiding is een vorm van jeugdhulp die zich richt op ondersteuning in het dagelijks leven van de jongere (en/of het gezin). Het is vaak praktisch van aard, gericht op structuur, vaardigheden aanleren en zelfredzaamheid vergroten.

Behandeling

Behandeling is een vorm van jeugdhulp die zich richt op het veranderen of verminderen van psychische of gedragsproblemen of van een onderliggende stoornis.

Residentiële zorg

Residentiële zorg is een vorm van hulpverlening waarbij een kind of jongere (tijdelijk) woont in een zorginstelling omdat thuis wonen niet (meer) mogelijk of verantwoord is.

Jeugdautoriteit

De Jeugdautoriteit is een onafhankelijke overheidsorganisatie die toeziet op de continuïteit van jeugdhulp, vooral als die in gevaar komt. Ze treedt op als er risico’s zijn dat aanbieders van jeugdhulp of Jeugdbescherming uitvallen, bijvoorbeeld door financiële problemen of organisatorische instabiliteit.

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

De NZa is een zelfstandig bestuursorgaan dat toezicht houdt op zorgaanbieders en zorgverzekeraars en zorgt voor duidelijke regels, tarieven en goede werking van het zorgstelsel in Nederland.

Schaalsprong

Als gevolg van de economische ontwikkeling van de Brainportregio Eindhoven groeit de regio rondom Eindhoven heel hard. Dit leidt tot een groeiende vraag naar woningen, onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en andere voorzieningen én

de opgave deze mee te laten groeien.

Sociale basis

De sociale basis verwijst naar het geheel van voorzieningen, netwerken en activiteiten in de buurt of wijk die bijdragen aan het welzijn van inwoners. Laagdrempelig, dichtbij en voor iedereen toegankelijk.

Pedagogische basis

De pedagogische basis bestaat uit alle contacten, sociale relaties en leefomgevingen die bijdragen aan het opgroeien van kinderen. Dat zijn bijvoorbeeld buren, vrienden, leerkrachten, medewerkers van de opvang en sporttrainers. Niet alleen professionals, maar alle mensen om kinderen heen.

Collectief aanbod

Collectief aanbod verwijst naar ondersteuning en zorg die wordt geboden aan een groep kinderen en jongeren met vergelijkbare behoeften of problemen, in plaats van aan individuen.

Zorg in onderwijstijd

Collectieve financiering van specialistische jeugdhulp in het onderwijs.

STORM (Strong TeensandResilientMinds)

De STORM-aanpak is een gezamenlijk preventief programma dat de ontwikkeling van een positief zelfbeeld, weerbaarheid en veerkracht onder jongeren stimuleert.

Nu niet zwanger

Het programma Nu Niet Zwanger (NNZ) is een landelijk erkende interventie die kwetsbare mensen ondersteunt om een bewuste keuze te maken over het moment van hun kinderwens, zodat zij niet onbedoeld een kind krijgen.

Jonge aanwas

Kinderen en jongeren (t/m 23 jaar), waarbij signalen en/of risicofactoren aanwezig zijn waardoor de kansen om af te glijden in de (drugs)criminaliteit verhoogd aanwezig zijn (en waar beschermende en/of versterkende factoren minder sterk aanwezig zijn).

5.2 Bronnenlijst

Sociaal en Cultureel Planbureau; Uitdagingen in het sociaal domein, nieuwe gemeentebesturen aan zet; (Den Haag, maart 2022)

https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/03/15/uitdagingen-in-het-sociaal-domein

Jeugdzorg autoriteit 2024 de stand van de jeugdzorg 2024

https://www.jeugdautoriteit.nl/publicaties/de-stand-van-de-jeugdzorg#:~:text=In%20de%20Stand%20van%20de,voor%20de%20continu%C3%AFteit%20van%20jeugdzorg.

Meerjarenplan 2026-2029 ‘Samen voor Jeugd: Onze koers naar de toekomst’

https://beleidsradar.nl/documenten/meerjarenplan-samen-voor-jeugd-2026-2029-955ceac0-d4e5-4cb9-bbcf-c61cc68f69c1

Rapport ‘Groeipijn’, commissie Van Ark

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/01/30/advies-deskundigencommissie-hervormingsagenda-jeugd

Hervormingsagenda Jeugd

https://vng.nl/sites/default/files/2023-06/hervormingsagenda-jeugd-2023-2028.pdf

Richtinggevend kader: toegang, lokale teams en integrale dienstverlening -VNG 2024/2025

Richtinggevend kader: toegang, lokale teams en integrale dienstverlening | VNG

Werkpakketten Stevige Lokale Teams - VNG 2025

Werkpakketten Stevige Lokale Teams beschikbaar | VNG

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming – VNG en overheid 2021

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming | Rapport | Rijksoverheid.nl

Voorjaarsnota 2025

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/04/18/voorjaars-nota-2025

Data CBS

https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/jeugd-en-jeugdhulp-verlening

Onderzoeksresultaten GGD monitor

https://www.ggdbzo.nl/professional/gemeenten/ggd-onderzoek/onderzoeks-resultaten/

Nederlands Jeugd Instituut

https://www.nji.nl/impact-maken-met-jeugdbeleid/samenwerken-aan-preventief-jeugdbeleid

https://www.nji.nl/impact-maken-met-jeugdbeleid/hoe-kom-ik-tot-effectief-jeugdbeleid

Verordening Jeugdhulp Kempengemeenten 2022

Voorbeeld gemeente Eersel

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR677544

Nadere regels persoonsgebonden budget Jeugdhulp de Kempen 2022

Voorbeeld gemeente Eersel

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR679494

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Kempisch MeerjarenBeleidskader Jeugd 2026-2029 (gemeente Reusel-De Mierden).

De raad van de gemeente Reusel-De Mierden;

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 16 december 2025;

Ondertekening

Vastgesteld door de raad van de gemeente Reusel-De Mierden op 16 december 2025.

de griffier, mw. I.A.C. de Groot

de voorzitter, mw. A.J.M.H. van de Ven

Bijlagebundel apart toegevoegd


Noot
1

Voor de begrippen jeugdigen en ouders in dit document volgen we de definitie van de Jeugdwet.

Noot
2

Een gemeenschap die er voor iedereen anders uit kan zien, waarbij alle personen uit de omgeving van een gezin betrokken zijn bij het opvoeden en opgroeien van kinderen en jongeren, niet enkel de ouders/directe opvoeders (Nederlands Jeugdinstituut, NJI).

Noot
3

Kinderen en jongeren (t/m 23 jaar), waarbij signalen en/of risicofactoren aanwezig zijn waardoor de kansen om af te glijden in de (drugs)criminaliteit verhoogd aanwezig zijn (en waar beschermende en/of versterkende factoren minder sterk aanwezig zijn).

Noot
4

Aantal hulpvragen bij toegang is nu nog niet te zien. Ook het onderscheid tussen hulpvragen die enkel door het CJG+ worden opgepakt of een combinatie met een specialistische beschikking is nu nog niet inzichtelijk. Hier wordt aan gewerkt en krijgt ook een plek in Data & Monitoring.

Noot
5

Het Integraal Zorgakkoord (IZA) is een landelijke overeenkomst tussen de overheid, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en andere partijen om de zorg in Nederland toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar te houden. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is een samenwerkingsakkoord tussen Rijk, gemeenten en zorgpartners om de gezondheid van inwoners te bevorderen en gezondheidsverschillen te verkleinen. Het programma ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO)’ is een meerjarige, wetenschappelijk onderbouwde preventieve aanpak voor gemeenten die gericht werkt aan een positieve, gezonde en veilige leefomgeving voor jongeren (10–18 jaar), met als doel middelengebruik te voorkomen en het welzijn te bevorderen. Het programma Kansrijke Start is een actieprogramma van het Ministerie van VWS dat zich richt op de eerste 1.000 levensdagen (vanaf circa 10 maanden vóór de geboorte tot 2 jaar) en met name kwetsbare gezinnen.

Noot
6

De Commissie van Wijzen betreft de Arbitragecommissie Jeugd. Deze deed in 2021 uitspraak in het geschil tussen het Rijk en gemeenten over de financiële dekking van de jeugdhulp. De commissie oordeelde dat de gemeenten aanvullende financiering nodig hebben voor de jeugdhulp en dat er ook na 2022 extra middelen nodig zijn tot en met 2028. De uitspraak van deze commissie leidde mede tot de totstandkoming van de Hervormingsagenda. De commissie bestaat uit een vertegenwoordiging vanuit het rijk en de VNG.

Noot
7

Een onafhankelijke deskundigencommissie die beoordeelt hoe het gaat met de uitvoering van de Hervormingsagenda, of de inspanningen worden geleverd die zijn afgesproken en of dit op de langere termijn het gewenste effect heeft op de uitgaven en zo niet, hoe daarmee om te gaan.

Noot
8

Hoe dit mandaat er in de praktijk uitziet en wat hiervoor mogelijk ingericht dient te worden, dient nader onderzocht te worden.

Noot
9

9Binnen het plan van aanpak doorontwikkeling jeugdopgave werken politie, justitie en de acht Kempengemeenten binnen politie basisteam de Kempen (zorg en veiligheid) samen op het gebied van veiligheid en jonge aanwas op basis van een gezamenlijke aanpak.

Noot
10

Cliëntenparticipatie (artikel 2.10 Jeugdwet): Gemeenten zijn verplicht om cliënten (jeugdigen, ouders/opvoeders) te betrekken bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het jeugdbeleid. “Het college bevordert dat cliënten worden betrokken bij het beleid ten aanzien van de jeugdhulp.” Dit betekent dat gemeenten actief ruimte moeten bieden aan jongeren en ouders om invloed uit te oefenen op beleid en uitvoering.Cliëntervaringsonderzoek (artikel 2.12 Jeugdwet): Gemeenten zijn verplicht jaarlijks een onderzoek te (laten) uitvoeren naar de ervaringen van jeugdigen en ouders met de jeugdhulp. De uitkomsten moeten gebruikt worden om de kwaliteit van hulp te verbeteren. “Het college draagt er zorg voor dat periodiek onderzoek wordt gedaan naar de ervaringen van jeugdigen en hun ouders met de jeugdhulp.”

Noot
11

Een taakstelling betreft een opdracht om bepaalde doelen te behalen met een beperkt budget of om bepaalde taken anders uit te voeren. Het doel van een taakstelling is vaak om de efficiëntie te verbeteren of om nieuwe prioriteiten te stellen.