Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR751291
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR751291/1
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Brunssum 2026
Geldend van 25-12-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Brunssum 2026De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 202595988;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025 , afdeling Financiën en control;
gelet op het bepaalde in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
Besluit vast te stellen:
“VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING BRUNSSUM 2026”
(Verordening afvalstoffenheffing Brunssum 2026)
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
- b.
minicontainer: een vanwege de gemeente verstrekt inzamelmiddel met een bepaald volume;
- c.
GFT-afval: groente, fruit- en tuinafval;
- d.
restafval: huishoudelijk afval niet zijnde GFT-afval;
- e.
grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden;
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
-
1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
-
2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt, dan wel het aanbieden van afvalstoffen bij een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel behorende bij deze verordening.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
-
1. Voorwerp van de belasting is een perceel.
-
2. Als perceel wordt aangemerkt:
- a.
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
- b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
- c.
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d.
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
- e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
- a.
Artikel 4 Belastingplicht
-
1. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
-
2. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven van degene die afval aanbiedt bij een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 6 Reductie heffing medisch afval
-
1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 4, eerste lid, komt in aanmerking voor vermindering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 2 en 3 van de tarieventabel, indien de belastingplichtige als gevolg van chronische ziekte of handicap dan wel chronische ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra afval moet aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst.
-
2. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt 60 % van de totaal verschuldigde belasting als gevolg van het aantal aangeboden ledigingen, met een maximum van € 60,00 per belastingjaar.
-
3. De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor vermindering op grond van het eerste lid, dient uiterlijk binnen 6 maanden na dagtekening van de opgelegde belasting, zoals bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een schriftelijke verklaring van de huisarts of medisch specialist te worden overgelegd, waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra afval wordt aangeboden.
-
4. De berekening van de vermindering als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt plaats na afloop van het betreffende belastingjaar.
-
5. Er wordt slechts één vermindering per huishouden verleend.
Artikel 7 Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing
-
1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1 , 2 , 3 en 5, onder a van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.
-
2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 5, onder b en c, en hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
-
3. Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
-
1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 1 en 5, onder a van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 5 onder b en c, en hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
-
2. De belasting in hoofdstuk 1, onderdelen 2 en 3, van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar.
-
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1 van de tarieventabel verschuldigd, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
-
4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1, van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.
-
5. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
-
6. Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel die bij wege van aanslag wordt geheven, geldt dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven.
-
7. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 10 Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
-
2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van een of meerdere op een aanslagbiljet vermelde aanslagen niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.
-
3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid:
- a.
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen één maand na dagtekening van de kennisgeving.
- a.
-
4. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 alsmede lid 3, onder b, bij toezending van de kennisgeving, is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).
-
5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Overgangsrecht
De ‘Verordening afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2025’ van 10 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing Brunssum 2026’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 dec. 2025
De Raad voornoemd,
voorzitter.
griffier.
Tarieventabel
behorende bij de ‘Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Brunssum 2026’
Algemeen
De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing
|
1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: |
€ |
262,44 |
|
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting per lediging van: |
||
|
€ |
Gratis |
|
€ |
Gratis |
|
€ |
Gratis |
|
€ |
8,10 |
|
€ |
11,00 |
|
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op het ondergrondse inzamelsysteem per aanbieding:
|
€ € |
2,00 1,05 |
|
4. a. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de aanbieding van een zak voor verpakkingsmateriaal: plastic, metaal en drankkartons
|
Gratis Gratis |
|
|
5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 t/m 5 bedraagt het tarief voor: |
||
|
€ € € |
10,00 25,00 25,00 |
|
6. In afwijking van het bepaalde in het zesde lid, onderdelen b. en c. kan: |
||
|
||
|
Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing
- 1.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van de volgende (grove) huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats:
|
|
Afvalsoort |
Hoeveelheid |
Tarief 2025 |
Tarief 2026 |
|
a. |
Afgewerkte (motor-)olie |
max. 20 liter |
Gratis |
Gratis |
|
b. |
Asbest en asbestgelijkend materiaal dat voldoet aan inpakspecificaties (zie website Rd4) maximaal 35 m2 |
max. 35 m2 |
Gratis |
Gratis |
|
c. |
Autobanden (max. 20 inch, 4 stuks) zonder velg |
Max. 20 inch en max. 4 stuks |
Gratis |
Gratis |
|
d. |
BEST-tas |
onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
e. |
Elektronische apparatuur (ook defecte) |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
f. |
Frituurvet en -olie |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
g. |
Gasflessen (voor huishoudelijk gebruik) |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
h. |
Gips (geen cel- of gasbeton) |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
i. |
Harde kunststoffen |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
j. |
Houtafval (A- en B-hout) A-hout: schoon en onbehandeld hout. B-hout: geverfd en gelakt hout, zoals plaat-materialen |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
k. |
Kerstbomen |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
l. |
Klein chemisch afval (KCA: accu’s, batterijen etc.) |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
m. |
Kringloopspullen (schoon - heel - compleet) |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
n. |
Matrassen (matrassen schoon en droog) |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
o. |
Metaal |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
p. |
Motorbanden zonder velg |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
q. |
Papier en karton |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
r. |
Piepschuim |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
s. |
PMD-verpakkingen |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
t. |
Snoei- en tuinafval |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
u. |
Textiel |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
v. |
Verpakkingsglas wit en bont |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
|
w. |
Vlakglas (schoon, geen gewapend glas, geen autoruiten) |
Onbeperkt |
Gratis |
Gratis |
- 2.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van de volgende (grove) huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats:
|
|
Afvalsoort |
Hoeveelheid |
Tarief 2025 |
Tarief 2026 |
|
a. |
Auto- en motorband met velg (max. 4 stuks) |
per stuk |
€ 1,60 |
€ 1,60 |
|
b. |
Autoband vanaf 20 inch (max. 4 stuks) |
per stuk |
€ 3,50 |
€ 3,50 |
|
c. |
Vrachtwagenband (max. 2 stuks) |
per stuk |
€ 15,- |
€ 15,- |
|
d. |
Tractorband (max. 2 stuks) |
per stuk |
€ 22,- |
€ 22,- |
|
e. |
Bouwafval (ongesorteerd) |
Per m3 |
€ 90,- |
€ 90,- |
|
f. |
Dakleer (max. 0,25 m3) * |
Per m3 |
€ 30,- |
€ 30,- |
|
g. |
C-hout: geïmpregneerd hout * |
Per m3 |
€ 15,- |
€ 15,- |
|
h. |
GFT- en/of restafval en ongesorteerd afval |
Per 50 liter zak |
€ 1,70 |
€ 1,70 |
|
i. |
Grof huishoudelijk afval/ grote huisraad * |
Per m3 |
€ 30,- |
€ 30,- |
|
j. |
Schone puin, max. 10% vervuiling bevatten |
Per m3 |
€ 0,- |
€ 0,- |
|
k. |
Vervuild puin |
Per m3 |
€ 90,- |
€ 90,- |
|
l. |
Schone grond |
Per m3 |
€ 0,- |
€ 0,- |
|
m. |
Vervuilde grond |
Per m3 |
€ 90,- |
€ 90,- |
*) In 2026 kunnen de burgers van Brunssum 2 maal gratis grofvuil aanbieden op het milieupark in Brunssum.
- 3.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het van gemeentewege ophalen van grove huishoudelijke afvalstoffen en houtafval aan huis:
per keer maximaal 1m3: € 44,00
Hoofdstuk 3 Inwerkingtreding
- 1.
Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van haar bekendmaking.
- 2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 9 dec. 2025
De voorzitter,
De griffie
Wijzigingen verordening afvalstoffenheffing t.o.v. 2025
- •
De belasting per perceel wordt € 262,44 (was € 248,40 voor 2025).
- •
Er zijn tekstuele wijzigingen aangebracht met als doel de tekst te verduidelijken en de verwijzingen helder te formuleren.
- •
Bij art. 9 is lid 6 vervallen omdat deze tekst overbodig is en al in lid 1 staat beschreven.
- •
Hoofdstuk 1.4 het tarief voor de vuilniszak is niet meer van toepassing en komt daarom te vervallen. De daaropvolgende artikelen zijn hernummerd.
- •
De indeling van de tabellen 1 en 2 (hoofdstuk 2) is aangepast aan de indeling zoals gehanteerd wordt door Rd4.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl