Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Brunssum 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Brunssum 2026

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 202595988;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025, afdeling Financiën en control;

gelet op het bepaalde in artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990 ,de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden; overwegende dat het gewenst is om nadere regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen ;

Besluit vast te stellen:

"REGELING KWIJTSCHELDING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN BRUNSSUM 2026"

Artikel 1 Uitgesloten van kwijtschelding

Bij de invordering van de volgende belastingen wordt geen kwijtschelding verleend:

  • a.

    onroerende-zaakbelastingen;

  • b.

    rioolheffing;

  • c.

    hondenbelasting;

  • d.

    precariobelasting;

  • e.

    reclamebelasting;

  • f.

    lijkbezorgingsrechten;

  • g.

    marktgelden;

  • h.

    toeristenbelasting;

  • i.

    leges;

  • j.

    de afvalstoffenheffing zoals bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 5 en hoofdstuk 2 van de tarieventabel behorende bij de ‘Verordening afvalstoffenheffing Brunssum 2026’.

Artikel 2 Beperkte kwijtschelding

  • a. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding verleend voor:

    100 procent van het belastingbedrag als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1 van de tarieventabel behorende bij de ‘Verordening afvalstoffenheffing Brunssum 2026’ (belasting per perceel) op jaarbasis;

  • b. Van de belastingbedragen gebaseerd op de belastingtarieven als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 2 en 3, van de tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing Brunssum 2026 (belasting per lediging), wordt per belastingjaar:

    indien het perceel waarop de aanslag afvalstoffenheffing betrekking heeft, op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht:

    wordt gebruikt door:

     

    wordt kwijtschelding verleend tot een bedrag van maximaal:

    één persoon

     

    € 55,00

    twee personen

     

    € 75,00

    drie personen

     

    € 90,00

    vier of meer personen

     

    € 100,00

Artikel 3 Berekeningswijze kosten van bestaan

  • 1. Bij de kwijtschelding wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100 procent.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd.

Artikel 4 Extra toegestane financiële middelen

In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met:

  • a.

    het maximumbedrag genoemd in artikel 4 , onder a, van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot (€ 2.000,-),

  • b.

    75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, -en

  • c.

    90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.

Artikel 5 Overgangsrecht

De ‘Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Gemeente Brunssum 2025’, van 10 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 6 genoemde datum van inwerkingtreding, met dien verstande dat zij van toepassing blijft kwijtscheldingsverzoeken die voor die datum zijn ingediend.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 7 Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Brunssum 2026’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 dec. 2025

De Raad voornoemd,

voorzitter.

griffier.

Wijzigingen t.o.v. 2025

Er zijn enkele tekstuele aanpassingen.