Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR751248
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR751248/2
Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing Hellendoorn 2026
Geldend van 06-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing Hellendoorn 2026Nijverdal, 16 december 2025, kenmerk 2025-012128
De raad van de gemeente Hellendoorn;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;
gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;
b e s l u i t vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing Hellendoorn 2026
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
- a.
gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking of transport van afvalwater, hemelwater, opgepompt grondwater of ingenomen oppervlaktewater in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;
- b.
verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;
- c.
water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.
Artikel 2 Aard van de belasting
Onder de naam riool- en waterzorgheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
- a.
de inzameling, verwerking en het transport van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, opgepompt grondwater en ingenomen oppervlaktewater en
- b.
de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht
-
1. De belasting wordt geheven van degene die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt of persoonlijk recht gebruikt en waar voor dat perceel de gemeente één of meerdere voorzieningen heeft getroffen voor wat betreft de gemeentelijke taken, genoemd in artikel 2.
-
2. De belasting wordt ook geheven van degene die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt of persoonlijk recht gebruikt en waar voor dat perceel een andere gemeente één of meerdere voorzieningen heeft getroffen wat betreft de gemeentelijke taken, genoemd in artikel 2 en de gemeente Hellendoorn hiervoor kosten in rekening brengt.
-
3. Met betrekking tot het eerste en tweede lid wordt:
- a.
gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
- b.
gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven;
- c.
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
- a.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting
-
1. Voorwerp van de belasting is een perceel.
-
2. Als perceel wordt aangemerkt:
- a.
de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
- b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
- c.
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d.
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
- e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
- a.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
-
1. De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel met een verhoging naar het aantal kubieke meters water dat van het perceel wordt afgevoerd.
-
2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
-
3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
- a.
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen of
- b.
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren, dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen.
- a.
-
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
-
4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.
Artikel 6 Vrijstelling
De belasting wordt niet geheven:
- a.
terzake van bronneringswater dat wordt geloosd op de gemeentelijke riolering;
- b.
terzake van zelfstandige objecten in gebruik bij een nutsvoorziening;
- c.
terzake van garageboxen.
Artikel 7 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 8 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 9 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
-
1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
-
2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
-
3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 11 Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
-
2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
-
3. In afwijking van het tweede lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
-
4. In afwijking van het derde lid geldt dat, in geval op enig moment het openstaande verschuldigde bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen kleiner of gelijk is aan € 10,00, het voornoemde bedrag in de eerstvolgende termijn volledig geïncasseerd wordt.
-
5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 Kwijtschelding
Aan de belastingschuldige die niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan bij de invordering van de riool- en waterzorgheffing kwijtschelding worden verleend. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad kwijtschelding gemeentelijke belastingen van de gemeente Hellendoorn, waarbij 100 procent van de bijstandsuitkering wordt aangemerkt als kosten van bestaan.
Artikel 13 Overgangsrecht
De ‘Verordening riool- en waterzorgheffing 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, nr. 2024-020313, gewijzigd bij raadsbesluit van 28 januari 2025, nr. 2025-000749, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
Artikel 14 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 15 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening riool- en waterzorgheffing Hellendoorn 2026’.
Ondertekening
De raad voornoemd,
de griffier,
de voorzitter.
Tarieventabel
Behorende bij de Verordening riool- en waterzorgheffing Hellendoorn 2026.
|
Hoofdstuk 1 Hemelwater |
||||
|
1.1 |
Indien er vanuit het perceel alleen hemelwater wordt afgevoerd, bedraagt de belasting per perceel |
€ |
270,48 |
|
|
Hoofdstuk 2 Afvalwater |
||||
|
2.1 |
Voor afvalwater bedraagt de belasting per perceel |
|||
|
a. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 0 m³ tot en met 500 m³ |
€ |
270,48 |
|
|
b. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 501 m³ tot en met 1.000 m³ |
€ |
374,04 |
|
|
c. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 1.001 m³ tot en met 1.500 m³ |
€ |
1.213,92 |
|
|
d. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 1.501 m³ tot en met 10.000 m³, |
€ |
1.213,92 |
|
|
verhoogd met |
€ |
472,08 |
||
|
voor elke 500 m³ of een gedeelte daarvan waarmede het aantal van 1.500 m³ wordt overschreden, |
||||
|
2.2. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd meer is dan 10.000 m³, zijn de tarieven van artikel 3.1, onder punt e tot en met punt s van overeenkomstige toepassing. |
|||
|
Hoofdstuk 3 Opgepompt grondwater of ingenomen oppervlaktewater |
||||
|
3.1. |
Voor opgepompt grondwater of ingenomen oppervlaktewater bedraagt de belasting per perceel |
|||
|
a. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 0 m³ tot en met 500 m³ |
€ |
270,48 |
|
|
b. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 501 m³ tot en met 1.000 m³ |
€ |
374,04 |
|
|
c. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 1.001 m³ tot en met 1.500 m³ |
€ |
1.213,92 |
|
|
d. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 1.501 m³ tot en met 10.000 m3, |
€ |
1.213,92 |
|
|
verhoogd met |
€ |
472,08 |
||
|
voor elke 500 m³ of een gedeelte daarvan waarmede het aantal van 1.500 m³ wordt overschreden |
||||
|
e. |
Indien het aantal kubieke meters dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 10.001 m³ tot en met 25.000 m³ |
€ |
11.725,00 |
|
|
f. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 25.001 m³ tot en met 50.000 m³ |
€ |
23.450,00 |
|
|
g. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 50.001 m³ tot en met 100.000 m³ |
€ |
35.175,00 |
|
|
h. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 100.001 m³ tot en met 150.000 m³ |
€ |
52.765,00 |
|
|
i. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 150.001 m³ tot en met 200.000 m³ |
€ |
70.355,00 |
|
|
j. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 200.001 m³ tot en met 250.000 m³ |
€ |
82.080,00 |
|
|
k. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 250.001 m³ tot en met 300.000 m³ |
€ |
93.805,00 |
|
|
l. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 300.001 m³ tot en met 350.000 m³ |
€ |
105.530,00 |
|
|
m. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 350.001 m³ tot en met 400.000 m³ |
€ |
111.392,00 |
|
|
n. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 400.001 m³ tot en met 450.000 m³ |
€ |
117.254,00 |
|
|
o. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 450.001 m³ tot en met 500.000 m³ |
€ |
123.116,00 |
|
|
p. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 500.001 m³ tot en met 550.000 m³, |
€ |
128.978,00 |
|
|
q. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 550.001 m³ tot en met 600.000 m³ |
€ |
134.840,00 |
|
|
r. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 600.001 m³ tot en met 650.000 m³ |
€ |
140.702,00 |
|
|
s. |
Indien het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt boven 650.001 m³ |
€ |
152.427,00 |
|
Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025, nr. 2025-012128.
De griffier,
Toelichting op de Verordening riool- en waterzorgheffing Hellendoorn 2026
ALGEMENE TOELICHTING
Waarom deze heffing?
De gemeente Hellendoorn heeft wettelijke taken voor water. Het gaat om:
- het inzamelen en afvoeren van afvalwater;
- het opvangen en verwerken van regenwater (hemelwater);
- het nemen van maatregelen bij te hoge of te lage grondwaterstanden.
Met de riool- en waterzorgheffing betalen we deze taken. De opbrengst gebruiken we alleen voor deze kosten.
Wat is er gekozen in Hellendoorn?
Hellendoorn kiest voor een combinatie:
- iedereen betaalt een vast bedrag per perceel én
- wie meer water afvoert, betaalt extra op basis van het aantal kubieke meters.
Zo betalen alle gebruikers mee en dragen grote verbruikers meer bij. Dit sluit aan bij het idee dat veel afvoer meer werk en kosten geeft voor het stelsel.
Voor wie is de heffing?
De heffing is voor de gebruiker van een perceel. Een perceel is bijvoorbeeld een woning, bedrijfspand of een roerende woon- of bedrijfsruimte die duurzaam op één plek ligt of staat (zoals een woonwagen met een vaste standplaats). Als meerdere mensen één woning gebruiken, wijst de gemeente één persoon aan als degene die de aanslag krijgt. Bij verhuur van delen van een pand (bijvoorbeeld kamers) kan de verhuurder worden aangewezen. Bij volgtijdig gebruik (bijvoorbeeld vakantiewoningen die steeds achtereenvolgens voor korte tijd worden verhuurd) wordt de eigenaar als gebruiker gezien.
Hoe bepalen we het waterverbruik?
We kijken naar de laatste verbruiksperiode van het waterbedrijf vóór 1 januari. Gaat het om opgepompt grondwater of ingenomen oppervlaktewater? Dan moet er een watermeter of bedrijfsurenteller zijn. Als een deel van het aangevoerde of opgepompte water niet wordt afgevoerd naar de riolering (bijvoorbeeld omdat het in een product verdampt), dan trekken we dat af. U moet dit wel kunnen aantonen.
Vrijstellingen
Er zijn enkele vrijstellingen. Zo willen we onnodige heffing voorkomen en houden we de uitvoering eenvoudig. Hellendoorn heft niet voor:
- bronneringswater dat op de gemeentelijke riolering wordt geloosd tijdens tijdelijke grondwaterverlagingen;
- zelfstandige objecten die in gebruik zijn bij een nutsvoorziening;
- garageboxen.
Tarieven en tarieventabel
De exacte bedragen staan in de tarieventabel bij de verordening. De tabel werkt met schijven van waterafvoer (kubieke meters). Het vaste deel en de opslag per schijf vormen samen uw aanslag. Voor veel huishoudens valt het gebruik in de laagste schijf.
Verder wordt er in de tarieventabel onderscheid gemaakt tussen hemelwater, afvalwater en opgepompt grondwater en ingenomen oppervlaktewater.
Alleen voor waterzorgkosten
De gemeente mag met deze heffing niet méér ophalen dan de geraamde kosten voor de watertaken. We rekenen daarom zorgvuldig door wat nodig is voor beheer, onderhoud, vervanging en maatregelen tegen droogte en piekbuien. Eventuele verschillen verrekenen we in volgende jaren binnen de geldende regels.
Betalen en kwijtschelding
U betaalt standaard in twee termijnen. Afhankelijk van het aanslagbedrag kunt u in vier termijnen of met automatische incasso betalen in maximaal tien termijnen. Wie de aanslag niet kan betalen, kan onder voorwaarden kwijtschelding krijgen.
Relatie met andere regels
De heffing is mogelijk door de Gemeentewet. De inhoud van de watertaken staat in de Omgevingswet. Voor de afbakening van percelen sluiten we aan bij de Wet waardering onroerende zaken.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1 – Definities
Hier leggen we begrippen uit die in de verordening terugkomen, zoals gemeentelijke riolering, verbruiksperiode en water. Dit maakt duidelijk wat we precies bedoelen in de volgende artikelen.
Artikel 2 – Aard van de belasting
Dit artikel zegt waarom we heffen: om de kosten te betalen van afvalwater, hemelwater en grondwater-maatregelen. Het gaat om een bestemmingsheffing: het geld mag alleen hiervoor worden gebruikt.
Artikel 3 – Belastbaar feit en belastingplicht
We heffen bij de gebruiker van het perceel. Het maakt niet uit of iemand gebruikt op basis van eigendom, huur of een ander recht. Ook als een andere gemeente voorzieningen heeft aangelegd die wij aan u doorbelasten, kan Hellendoorn heffen.
Aanwijzingsregels helpen bij wie de aanslag krijgt als er meerdere gebruikers zijn (huishouden), bij deelgebruik (bijvoorbeeld kamers) of bij volgtijdig gebruik (bijvoorbeeld recreatieve verhuur).
Artikel 4 – Voorwerp van de belasting
Het perceel is het object waarover we heffen. Voor onroerend objecten sluiten we aan bij de WOZ-objectafbakening. Voor roerende objecten gaat het om zaken die duurzaam aan een plaats zijn gebonden (zoals een woonwagen met een vaste standplaats). Door deze aansluiting zijn minder aparte objecten nodig en is de uitvoering eenvoudiger.
Artikel 5 – Maatstaf van heffing
De heffing heeft twee delen:
- een vast bedrag per perceel en
- een verhoging op basis van m³ water dat wordt afgevoerd.
We nemen de verbruiksperiode van het waterbedrijf als uitgangspunt. Is de periode korter dan 12 maanden? Dan rekenen we dit tijdsevenredig om. Bij pompen is een meter of urenteller nodig. Water dat niet op de riolering terechtkomt, trekken we af als u dit aannemelijk maakt.
Artikel 6 – Vrijstelling
Dit artikel voorkomt heffing waar dat niet doelmatig is of niet past bij het doel van de heffing:
- bronneringswater op de riolering;
- zelfstandige nutsobjecten;
- garageboxen.
Artikel 7 – Maatstaf en tarief
De tarieventabel hoort bij de verordening. Daarin staat per schijf hoeveel u betaalt. Dit maakt de heffing voorspelbaar en controleerbaar.
Artikel 8 – Belastingjaar
Het belastingjaar is het kalenderjaar. Dit sluit aan bij andere gemeentelijke belastingen en maakt uitvoering eenvoudig.
Artikel 9 – Wijze van heffing
U krijgt een aanslagbiljet van de gemeente.
Artikel 10 – Ontstaan van de schuld en tijdsgelang
De belasting is verschuldigd op 1 januari of bij de start van het gebruik in de loop van het jaar. Start of stopt het gebruik tijdens het jaar? Dan passen we de aanslag aan. U betaalt alleen voor de gebruiksperiode.
Artikel 11 – Termijnen van betaling
Hier staan de betaaltermijnen en de voorwaarden voor automatische incasso. Bij een heel klein restbedrag kan dit in de eerstvolgende termijn in één keer worden geïnd.
Artikel 12 – Kwijtschelding
Wie onvoldoende draagkracht heeft, kan kwijtschelding krijgen volgens de landelijke regels en de leidraad van de gemeente. Zo willen we voorkomen dat mensen met een laag inkomen in de problemen komen.
Artikelen 13 t/m 15 – Overgang, inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 13 regelt dat de oude verordening per 1 januari 2026 vervalt, maar nog geldt voor oude gevallen. Artikel 14 gaat over de bekendmaking en ingangsdatum. Artikel 15 geeft de naam van de verordening.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl