Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland zoals deze luidt na vaststelling 1e Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland

Geldend van 15-01-2026 t/m heden

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland zoals deze luidt na vaststelling 1e Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland

Het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen en Tholen

overwegende:

dat het uit overwegingen van kwaliteit, continuïteit en efficiency gewenst is een gemeenschappelijke regeling te treffen om hun samenwerking bij de heffing en invordering van waterschapsbelastingen en gemeentelijke belastingen, alsmede bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken vorm te geven op basis van een gemeenschappelijke regeling;

dat het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten van hun algemeen bestuur, respectievelijk raden van de gemeenten daartoe de ingevolge artikel 1, lid 2, van de Wet Gemeenschappelijke regelingen vereiste toestemmingen hebben verkregen;

dat het voornemen bestaat om per 1 oktober 2012 de gemeenschappelijke regeling bestuurlijk op te richten, de organisatie vanaf dat moment verder in te richten en operationeel te maken en de taken met ingang van 1 januari 2013 daadwerkelijk gezamenlijk uit te gaan voeren;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, hoofdstuk V;

besluiten:

de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen:

Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland.

Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    wet: Wet gemeenschappelijke regelingen (WGr);

  • 2.

    regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland;

  • 3.

    SaBeWa Zeeland: het openbaar lichaam Samenwerking Belastingen en Waardebepaling Zeeland;

  • 4.

    deelnemer: een aan de regeling deelnemende gemeente of waterschap;

  • 5.

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur van SaBeWa Zeeland;

  • 6.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van SaBeWa Zeeland;

  • 7.

    voorzitter: de voorzitter van het algemeen en dagelijks bestuur van SaBeWa Zeeland:

  • 8.

    directeur: de door het dagelijks bestuur van SaBeWa Zeeland benoemde directeur;

  • 9.

    heffingsambtenaar: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van SaBeWa Zeeland, als bedoeld in de Gemeentewet en de Waterschapswet, bevoegd tot het heffen van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;

  • 10.

    invorderingsambtenaar: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van SaBeWa Zeeland, als bedoeld in de Gemeentewet of de Waterschapswet, bevoegd tot invordering van belastingen;

  • 11.

    ambtenaar van SaBeWa Zeeland: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van SaBeWa Zeeland, als bedoeld in de Gemeentewet of de Waterschapswet, bevoegd tot de heffing of de invordering van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;

  • 12.

    belastingdeurwaarder: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van SaBeWa Zeeland als bedoeld in de Gemeentewet of de Waterschapswet, dan wel een als belastingdeurwaarder aangewezen gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet;

  • 13.

    belastingen: de in dit artikel onder n en o genoemde belastingen;

  • 14.

    gemeentelijke belastingen. de belastingen die de gemeente heft op grond van Titel IV Hoofdstuk XV van de Gemeentewet of krachtens specifieke wetten;

  • 15.

    waterschapsbelastingen: de belastingen die het waterschap heft op grond van Titel IV Hoofdstukken XVI, XVII, XVlla en XVIlb van de Waterschapswet alsmede op grond van Hoofdstuk 7 van de Waterwet of krachtens specifieke wetten;

  • 16.

    belastingverordening: de verordeningen tot heffing en invordering van belastingen of rechten, vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap of de raden van de gemeenten;

  • 17.

    beleidsregels: beleidsregels in de zin van Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht op het gebied van heffing en invordering van belastingen;

  • 18.

    nadere regels: nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Gemeentewet, Waterschapswet, Waterwet, Wet waardering onroerende zaken en de belastingverordeningen;

  • 19.

    kwijtscheldingsregels: de door het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten vastgestelde regels als bedoeld in respectievelijk artikel 144 van de Waterschapswet en artikel 255 van de Gemeentewet;

Hoofdstuk 2: Het Openbaar Lichaam

Artikel 2 Openbaar lichaam SaBeWa Zeeland

  • 1.

    Er is een rechtspersoonliijjkheid bezittend openbaar lichaam genaamd “Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland" hierna te noemen SaBeWa Zeeland.

  • 2.

    Aan deze regeling kunnen gemeenten en waterschappen deelnemen.

  • 3.

    SaBeWa Zeeland is gevestigd te Terneuzen.

  • 4.

    Het beheergebied waarvoor deze regeling geldt omvat de gebieden van de deelnemers.

Artikel 3 Bestuur

Het bestuur van SaBeWa Zeeland bestaat uit:

  • a.

    het algemeen bestuur;

  • b.

    het dagelijks bestuur;

  • c.

    de voorzitter.

Hoofdstuk 3: Belangen en bevoegdheden

Artikel 4 Te behartigen belangen

  • 1.

    In het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden de belangen van de deelnemers, elk voor zover het hun gebied betreft en niet uitdrukkelijk is uitgesloten van de taakoverdracht aan SaBeWa Zeeland, behartigd op het terrein van:

    • a.

      de heffing en invordering van belastingen, zoals deze zijn opgenomen in de bijlage, categorie A en B, behorende bij deze regeling;

    • b.

      de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

  • 2.

    Een deelnemer kan de heffing en invordering van belastingen die nog niet zijn opgenomen in de in lid 1 sub a bedoelde bijlage aan SaBeWa Zeeland overdragen. Het college van de deelnemer dient een verzoek tot overdracht van de betreffende bevoegdheid in bij het algemeen bestuur. Een overdracht van bevoegdheden behoeft de instemming van ¾ van de uitgebrachte stemmen van het algemeen bestuur. Na instemming van het algemeen bestuur draagt het college van de betreffende deelnemer door middel van een delegatiebesluit de bevoegdheid over.

  • 3.

    Het algemeen bestuur is bevoegd om op verzoek van een college van een deelnemer bevoegdheden terug te leggen bij de deelnemer, met dien verstande dat hierbij een opzegtermijn van één jaar in acht wordt genomen en het een belasting betreft die in de bijlage onder categorie B staat.

  • 4.

    Het algemeen bestuur bepaalt de voorwaarden waaronder bevoegdheden worden overgedragen of teruggelegd.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur past bij overdracht of teruglegging van bevoegdheden de bijlage als bedoeld in het tweede lid aan, zendt deze bijlage aan de deelnemers, en draagt ervoor zorg dat de bijlage wordt bekendgemaakt.

Artikel 5 Overdracht Bevoegdheden

Aan het bestuur van SaBeWa Zeeland worden alle bestuursbevoegdheden overgedragen die samenhangen met de in artikel 4 genoemde taakgebieden, dit met uitzondering van de bevoegdheid om belastingverordeningen vast te stellen.

Artikel 5a Dienstverlening aan derden

SaBeWaZeeland kan met instemming van het algemeen bestuur ook diensten aan andere gemeenten en waterschappen verlenen als deze in lijn zijn met het doel en de missie van het openbaar lichaam.

Hoofdstuk 4: Algemeen bestuur

Artikel 6 Omvang en samenstelling algemeen bestuur

  • 1.

    Aan het hoofd van SaBeWa Zeeland staat een algemeen bestuur, bestaande uit zoveel leden als er deelnemers zijn, waaronder de voorzitter.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur van het waterschap en elk van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wijst uit zijn midden één lid aan.

  • 3.

    Voor elk aangewezen lid wijzen het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten uit hun midden een plaatsvervanger aan die dat lid bij verhindering vervangt.

  • 4.

    Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur geven het dagelijks bestuur van het waterschap of de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die het aangaan terstond kennis aan de voorzitter van SaBeWa Zeeland.

Artikel 7 Onverenigbare betrekking

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met het als ambtenaar werkzaam zijn bij SaBeWa Zeeland, zoals bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017.

Artikel 8 Beëindiging lidmaatschap algemeen bestuur

  • 1.

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat het lid van het algemeen bestuur heeft aangewezen eindigt.

  • 2.

    In de situatie van het eerste lid blijft het lid van het algemeen bestuur zijn functie bekleden tot conform artikel 6 een nieuw lid is aangewezen.

  • 3.

    Zodra een lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders dat het lid heeft aangewezen, eindigt ook het lidmaatschap van het algemeen bestuur, en wordt door het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen.

  • 4.

    Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt zijn ontslag mede aan de deelnemer die hem/haar heeft aangewezen en aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Het lid houdt, onverminderd het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel, zitting in het algemeen bestuur totdat in de opvolging is voorzien.

  • 5.

    Indien tussentijds de plaats van een lid van het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat het aangaat zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het algemeen bestuur aan.

Artikel 9 Vergaderingen van algemeen bestuur

  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of tenminste twee leden dit onder opgaaf van redenen schriftelijk aan de voorzitter verzoeken.

  • 2.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

  • 3.

    De deuren kunnen worden gesloten wanneer tenminste een vijfde gedeelte van de aanwezigen leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

  • 4.

    Met betrekking tot het opleggen van geheimhouding is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen in een vergadering waarin tenminste de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is, tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders is bepaald. Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem.

  • 6.

    Indien de stemmen staken wordt het besluitpunt in een volgende vergadering opnieuw in stemming gebracht. Staken ook dan de stemmen, dan heeft de voorzitter van het algemeen bestuur de beslissende stem.

Artikel 10 Reglement van orde

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van de deelnemers.

Artikel 11 Informatie- en verantwoordingsplicht

  • 1.

    Het algemeen bestuur geeft aan het algemeen- dan wel dagelijks bestuur van het waterschap en de gemeenteraden dan wel colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. Indien informatie gevraagd wordt vanuit een of meerdere deelnemers wordt deze informatie, indien deze ook relevant kan zijn voor andere deelnemers, verstrekt aan alle deelnemers.

  • 2.

    Belangrijke financiële, beleidsmatige en/of organisatorische ontwikkelingen of belangrijke afwijkingen van de samenwerkingsafspraken worden middels een tussentijdse rapportage tijdig ter informatie verzonden naar de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap.

  • 3.

    Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat hem heeft aangewezen, dan wel het algemeen bestuur van het waterschap of de gemeenteraad van die gemeente, alle inlichtingen die door dat algemeen- of dagelijks bestuur dan wel gemeenteraad of college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd.

  • 4.

    Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur van het waterschap dan wel college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat hem heeft aangewezen, dan wel het algemeen bestuur van het waterschap of de gemeenteraad van die gemeente, voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid en wel binnen 3 maanden nadat dit gevraagd wordt door het dagelijks- of algemeen bestuur van het waterschap dan wel het betrokken college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad, of één of meer leden daarvan, op de wijze zoals dit verlangd wordt.

  • 5.

    Een lid van het algemeen bestuur dat niet langer het vertrouwen geniet van het dagelijks bestuur van het waterschap dan wel het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen, kan door dat dagelijks bestuur dan wel college worden ontslagen. In dat geval draagt het dagelijks bestuur van het waterschap dan wel dat college van burgemeester en wethouders er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen.

  • 6.

    Het bepaalde in de voorgaande leden is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12 Bestuur, kaderstelling en controle

Het algemeen bestuur is belast met het algemeen bestuur van SaBeWa Zeeland, waaronder kaderstelling en controle van het dagelijks bestuur.

Artikel 13 Bevoegdheden algemeen bestuur

Tot de bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 66 van de wet, onder meer:

  • a.

    het vaststellen en wijzigen van de begroting;

  • b.

    het vaststellen van de jaarrekening;

  • c.

    het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers in SaBeWa Zeeland;

  • d.

    de benoeming, schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 13a Extra zienswijze

  • 1.

    Indien het algemeen bestuur daartoe aanleiding ziet, kan het alvorens het een besluit neemt, het dagelijks bestuur opdragen om het algemeen bestuur van het waterschap en de gemeenteraden van de gemeenten in de gelegenheid te stellen om een zienswijze in te dienen.

  • 2.

    Voorafgaand aan het te nemen besluit waarover de zienswijze gegeven is, stelt het dagelijks bestuur het algemeen bestuur van het waterschap en de gemeenteraden van de gemeenten en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 13b Participatie

Het algemeen bestuur kan besluiten, voor zover het daartoe bevoegd is, bij de voorbereiding of evaluatie van een besluit van algemene strekking inspraak te verlenen in overeenstemming met artikel 10, lid 7 en 8, van de wet.

Hoofdstuk 5: Dagelijks bestuur

Artikel 14 Samenstelling en verkiezing

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter.

  • 2.

    De samenstelling van het dagelijks bestuur is als volgt:

    • a.

      één lid namens het waterschap;

    • b.

      twee leden namens de gemeenten.

  • 3.

    De voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur worden door en uit het midden van het algemeen bestuur gekozen.

  • 4.

    Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.

  • 5.

    Een lid van het dagelijks bestuur, waaronder de voorzitter, kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer geniet. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

  • 6.

    Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien.

  • 7.

    Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het dagelijks bestuur.

  • 8.

    Gaat het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur, dan wordt het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet.

Artikel 15 Vergaderingen van het dagelijks bestuur

  • 1.

    Het dagelijks bestuur vergadert tenminste vier keer per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of een lid daarom verzoekt.

  • 2.

    In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten indien tenminste twee leden aanwezig zijn.

  • 3.

    Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering.

  • 4.

    De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder één stem. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen.

  • 5.

    Indien de stemmen staken wordt het besluitpunt in een volgende vergadering opnieuw in stemming gebracht. Staken ook dan de stemmen, dan heeft de voorzitter van het dagelijks bestuur de beslissende stem.

  • 6.

    De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald.

  • 7.

    Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur.

Artikel 16 Algemene taken van het dagelijks bestuur

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse aangelegenheden van SaBeWa Zeeland, tenzij de voorzitter bij of krachtens de wet of krachtens deze regeling daarmee is belast.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en besluitvorming moet worden gebracht.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur, tenzij de voorzitter daarmee krachtens deze regeling is belast.

Artikel 17 Specifieke taken van het dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

  • a.

    het beheer van de inkomsten, uitgaven en het vermogen van SaBeWa Zeeland;

  • b.

    de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

  • c.

    het houden van toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door de directeur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder:;

  • d.

    de behartiging van de belangen van SaBeWa Zeeland bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor SaBeWa Zeeland van belang is;

  • e.

    het beheer van een register met de belastingverordeningen, beleidsregels en de kwijtscheldingsregels die SaBeWa Zeeland voor de deelnemers uitvoert.

Artikel 18 Bevoegdheden van het dagelijks bestuur

Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 66 van de wet, onder meer:

  • a.

    het nemen van conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit;

  • b.

    het procederen in kort geding en het voegen in strafzaken als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering, tenzij het algemeen bestuur daaromtrent in voorkomende gevallen een beslissing heeft genomen;

  • c.

    het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep, behoudens de in de Gemeentewet en Waterschapswet in combinatie met de Algemene wet inzake rijksbelastingen en/of de Invorderingswet 1990 rechtstreeks aan de heffingsambtenaar of invorderingsambtenaar geattribueerde bevoegdheden;

  • d.

    het regelen van de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de directeur en het personeel met inachtneming van het bepaalde in artikel 29 lid 2 van deze regeling;

  • e.

    uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuur van 's Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van de deelnemers;

  • f.

    de aanwijzing van een of meer ambtenaren van SaBeWa Zeeland als heffingsambtenaar en als invorderingsambtenaar:;

  • g.

    de aanwijzing van een of meer ambtenaren van SaBeWa Zeeland of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder:;

  • h.

    het aanwijzen van een of meer ambtenaren van SaBeWa Zeeland als ambtenaar van SaBeWa Zeeland als bedoeld in artikel 1 onder k;

  • i.

    het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden;

  • j.

    het stellen van beleidsregels en nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van de belastingen;

  • k.

    het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van belasting, met inachtneming van artikel 144 van de Waterschapswet en artikel 255 van de Gemeentewet;

  • l.

    het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten;

  • m.

    het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van SaBeWa Zeeland, voor zover passend binnen de vastgestelde begroting;

  • n.

    het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen;

  • o.

    het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur en het overige personeel;

  • p.

    het vaststellen van de bezoldiging van de directeur en het overige personeel.

Artikel 18a Participatie

Het dagelijks bestuur kan besluiten, voor zover het daartoe bevoegd is, bij de voorbereiding of evaluatie van een besluit van algemene strekking inspraak te verlenen in overeenstemming met artikel 10, lid 7 en 8, van de wet.

Artikel 19 Informatie- en verantwoordingsplicht

  • 1.

    Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd inlichtingen.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden leggen op verzoek van het algemeen bestuur verantwoording af over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

  • 3.

    Artikel 11 lid 1 en lid 2 zijn van overeenkomstige toepassing voor het door het dagelijks bestuur verstrekken van informatie aan deelnemers.

Artikel 20 Verslag van werkzaamheden

  • 1.

    Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 juni ter vaststelling aan een verslag van de werkzaamheden van SaBeWa Zeeland over het afgelopen jaar.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt het verslag binnen 14 dagen na vaststelling aan het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

Hoofdstuk 6: De voorzitter

Artikel 21 Aanwijzing voorzitter

  • 1.

    De aanwijzing van de voorzitter als bedoeld in artikel 14 lid 3 dient plaats te vinden met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

  • 2.

    Het voorzitterschap dient te rouleren tussen het lid namens het waterschap en een lid namens de gemeenten, met dien verstande dat een voorzitter éénmaal herkozen kan worden voor een nieuwe termijn van vier jaar.

  • 3.

    De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

  • 4.

    Het algemeen bestuur wijst uit de in artikel 14 lid 1 bedoelde leden van het dagelijks bestuur een plaatsvervangend voorzitter aan, die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

Artikel 22 Taken en bevoegdheden van de voorzitter

  • 1.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur

  • 2.

    De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

  • 3.

    De voorzitter vertegenwoordigt SaBeWa Zeeland in en buiten rechte, behoudens de in de Gemeentewet en Waterschapswet aan de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar toegekende bevoegdheden. Hij kan deze vertegenwoordiging met instemming van het dagelijks bestuur aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.

  • 4.

    Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemer die partij is bij een geding waarbij SaBeWa Zeeland is betrokken oefent de plaatsvervangend voorzitter met betrekking tot dat geding de in lid 3 genoemde bevoegdheid uit.

  • 5.

    Indien ook de deelnemer van welks bestuur de plaatsvervangend voorzitter deel uitmaakt bij het in lid 4 bedoelde geding betrokken is, wordt een ander lid van het dagelijks bestuur gemachtigd om SaBeWa Zeeland met betrekking tot dat geding te vertegenwoordigen.

Hoofdstuk 7: De directeur

Artikel 23

  • 1.

    De directeur handelt in overeenstemming met de door het dagelijks bestuurvastgestelde instructie.

  • 2.

    De directeur is belast met de organisatorische inrichting en de bedrijfsvoering van SaBeWa Zeeland en de personele aangelegenheden.

  • 3.

    De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig en heeft geen stemrecht.

  • 4.

    Alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directeur mede ondertekend.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.

Hoofdstuk 8: De heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder

Artikel 24

SaBeWa Zeeland heeft een of meer heffingsambtenaren, invorderingsambtenaren, ambtenaren van SaBeWa Zeeland en belastingdeurwaarders.

Artikel 25 Bevoegdheden heffingsambtenaar

  • 1.

    De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door het algemeen bestuur van het waterschap of de raden van de gemeenten een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing door het dagelijkse bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten is opgedragen aan SaBeWa Zeeland.

  • 2.

    De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet waardering onroerende zaken en de toepasselijke toekomstige wetgeving zijn toegekend aan de inspecteur, respectievelijk ambtenaar belast met de heffing van de deelnemers.

  • 3.

    Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 2 neemt de heffingsambtenaar de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Artikel 26 Bevoegdheden invorderingsambtenaar

  • 1.

    De invorderingsambtenaar is bevoegd tot invordering van alle belastingen die door de heffingsambtenaar op grond van artikel 25 lid 1 van deze regeling worden geheven.

  • 2.

    De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrecht en de toepasselijke toekomstige wetgeving zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk ambtenaar belast met de invordering van de deelnemers.

  • 3.

    De invorderingsambtenaar beslist niet tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg en tot hoger beroep dan nadat hij het dagelijks bestuur van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld.

  • 4.

    Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 2 neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende deelnemer en de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

  • 5.

    De invorderingsambtenaar is bevoegd het dagelijks bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 18 onder 1 van de regeling.

Artikel 27 Bevoegdheden ambtenaar van SaBeWa Zeeland

  • 1.

    De ambtenaar van SaBeWa Zeeland oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet waardering onroerende zaken en de toepasselijke toekomstige wetgeving zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk ambtenaar belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 231, lid 2, sub d van de Gemeentewet en artikel 123, lid 3, sub d van de Waterschapswet.

  • 2.

    Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in lid 1 neemt de ambtenaar van SaBeWa Zeeland de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Artikel 28 Bevoegdheden belastingdeurwaarder

  • 1.

    De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrecht en de toepasselijke toekomstige wetgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.

  • 2.

    Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in lid 1 neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Hoofdstuk 9 : Ambtelijke organisatie

Artikel 29

  • 1.

    SaBeWa Zeeland heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur bepaalt welke sectorale arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is op het personeel van SaBeWa Zeeland.

  • 3.

    SaBeWa Zeeland heeft ten behoeve van de medezeggenschap van de werknemers een ondernemingsraad op basis van de Wet op de ondernemingsraden.

Hoofdstuk 10: Begroting, rekening, administratie en controle

Artikel 30 Begrotingsprocedure

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

  • 2.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken, na ontvangst van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.

  • 4.

    Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een begrotingswijziging uiterlijk 30 september van het betreffende begrotingsjaar door het algemeen bestuur wordt vastgesteld.

  • 5.

    Een begrotingswijziging blijft achterwege voor uitgaven die binnen de eigen begroting kunnen worden opgevangen en/of die geen structurele gevolgen hebben voor de begroting van het volgende jaar en/of volgende jaren.

Artikel 31 Bijdrage deelnemers

  • 1.

    De berekeningswijze van de bijdrage van de deelnemers, als ook het eventueel wijzigen van die berekeningswijze, wordt door het algemeen bestuur bij unanimiteit vastgesteld.

  • 2.

    De door elke deelnemer voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage wordt in de begroting aangegeven.

  • 3.

    De deelnemers betalen bij wijze van voorschot jaarlijks op de eerste werkdag van ieder kwartaal telkens een kwart van de in het tweede lid bedoelde bijdrage.

  • 4.

    De deelnemers dragen er zorg voor dat SaBeWa Zeeland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 5.

    De deelnemers zijn gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door SaBeWa Zeeland af te sluiten langlopende leningen, kasgeldleningen en in rekening courant op te nemen gelden, naar verhouding van de in lid 2 bedoelde bijdrage op 1 januari van het jaar waarin de rente en aflossing is verschuldigd.

Artikel 31a Reserve

  • 1.

    Sabewa Zeeland vormt een reserve ten laste van de bijdragen van de deelnemers aan de uitvoeringskosten conform de richtlijn die jaarlijks door het bestuur van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten wordt vastgesteld.

  • 2.

    Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Bij beslissingen op verzoeken van deelnemers hierover past het dagelijks bestuur de afspraken over het te vormen reserve toe.

Artikel 32 Jaarstukken

  • 1.

    Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemers te betalen bijdragen, naast het rapport van de met de controles belaste accountant.

  • 2.

    De jaarstukken met het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming worden gelijktijdig ter informatie aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden.

  • 3.

    Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming.

  • 4.

    Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt deze vast.

  • 5.

    De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten gezonden, maar vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben.

  • 6.

    Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken strekt - voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft - het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onregelmatigheden.

Artikel 33 Regels m.b.t. administratie

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

  • 2.

    SaBeWa Zeeland houdt de administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van SaBeWa Zeeland.

  • 3.

    De ingevorderde belastingen worden beheerd op een uitsluitend daartoe bestemde rekening.

  • 4.

    Het is SaBeWa Zeeland niet toegestaan te ontvangen of ontvangen belastingen te verrekenen met de bijdragen van de deelnemers.

  • 5.

    Ingevorderde belastingen worden periodiek overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemer. Het algemeen bestuur bepaalt de duur van de periode.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur zendt periodiek aan het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten een overzicht van de te heffen, geheven, in te vorderen en ingevorderde belastingen. Het algemeen bestuur bepaalt de duur van de periode

  • 7.

    SaBeWa Zeeland verstrekt aan de deelnemers de informatie die deze opvragen om hun beleid te kunnen vormen ten aanzien van de in artikel 4 bedoelde onderwerpen.

Artikel 34 Controleregels

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van de vermogenswaarden. De regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.

  • 2.

    De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien onder meer in de aanwijzing van een registeraccountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek belast met het onderzoek van de jaarrekening alsmede het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de rekening bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.

Hoofdstuk 11: Toetreding en uittreding

Artikel 35 Toetreding

  • 1.

    Het dagelijks bestuur van een waterschap dan wel het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat wenst toe te treden, dient het verzoek tot toetreding, met inbegrip van de verkregen toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap dan wel de gemeenteraad, in bij het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur legt het verzoek tot toetreding ter advisering voor aan het algemeen bestuur.

  • 3.

    Vervolgens zendt het dagelijks bestuur het verzoek tot toetreding met het advies van het algemeen bestuur toe aan de dagelijkse besturen van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de verzochte toetreding. Van hun besluit stellen de deelnemers het algemeen bestuur schriftelijk in kennis.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur van het waterschap dan wel het college van burgemeester en wethouders van een gemeente treedt toe tot de regeling, indien tenminste tweederde van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling, na verkregen toestemming van hun gemeenteraden dan wel het algemeen bestuur van het waterschap, hebben ingestemd met de verzochte toetreding.

  • 5.

    Aan de toetreding kunnen door het algemeen bestuur voorwaarden worden verbonden.

  • 6.

    De toetreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgende op het jaar waarin de in lid 3 vermelde instemming tot de toetreding is verleend, met dien verstande, dat tussen de toetredingen de in lid 3 bedoelde instemming een periode van tenminste 6 maanden is gelegen.

  • 7.

    Het toegetreden dagelijks bestuur van een waterschap dan wel college van burgemeester en wethouders van een gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige aanwijzingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van deze regeling.

  • 8.

    In geval van toetreding door een waterschap of gemeente(n) kan door het algemeen bestuur worden besloten om de samenstelling van het dagelijks bestuur, zoals omschreven in artikel 14, uit te breiden tot maximaal vijf leden.

Artikel 36 Uittreding

  • 1.

    Een deelnemer kan uittreden uit de regeling.

  • 2.

    Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling uit te treden.

  • 3.

    Voor uittreding wordt een opzegtermijn van tenminste drie jaar in acht genomen.

  • 4.

    Uittreding uit de regeling vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar.

  • 5.

    De deelnemer zendt, na verkregen toestemming van de algemene vergadering dan wel de gemeenteraad, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan.

  • 7.

    Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding.

Artikel 36a Procedure voor vaststelling uittredingsplan

  • 1.

    Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding.

  • 2.

    Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom.

  • 3.

    Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.

  • 4.

    Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende

  • 5.

    voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer.

  • 6.

    Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36b gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.

  • 7.

    Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36b en de vastgestelde jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.

  • 8.

    Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.

  • 9.

    Bij de voorbereiding van het uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.

Artikel 36b te vergoeden kosten, uittreedsom

  • 1.

    De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, waaronder ook een reëel aandeel in het vermogen van het openbaar lichaam.

  • 2.

    Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.

  • 3.

    Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door SaBeWa Zeeland die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.

  • 4.

    Het algemeen bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 36a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 36, achtste lid, anders is vastgelegd.

  • 5.

    Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.

  • 6.

    De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn tot aan het moment van de daadwerkelijke uittreding.

  • 7.

    Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 36a in relatie tot de verwachtte uittreedsom daartoe aanleiding geeft, kan het algemeen bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%.

  • 8.

    Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.

Artikel 36c Verplichtingen uittreder

  • 1.

    De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van SaBeWa Zeeland die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.

  • 2.

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.

Artikel 36d Overige gevolgen uittreding

  • 1.

    Op moment van uittreding zal SaBeWa Zeeland alle data, benodigd voor het zelf uitvoeren van de belastingtaken van de uittredende deelnemer, eenmalig leveren aan de uittredende deelnemer.

  • 2.

    Van lopende zaken, zoals bezwaar- en beroepsprocedures en nog uit te voeren taxaties, die na het moment van uittreding door Sabewa Zeeland nog moeten worden afgehandeld zullen de kosten worden betaald door de uittredende deelnemer en de eventuele baten ten goede komen van de uittredende deelnemer.

Hoofdstuk 12: Wijziging en opheffing

Artikel 37 Wijziging van de regeling

  • 1.

    De regeling kan door de deelnemers worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur van SaBeWa Zeeland alsmede het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen het algemeen bestuur oproepen om een wijzigingsvoorstel vast te stellen;

  • 2.

    Het dagelijks bestuur doet het ontwerpvoorstel tot wijziging van de regeling toekomen aan de deelnemers ten behoeve van de zienswijzeprocedure zoals voorgeschreven in artikel 61 lid 3 van de wet. Het door het algemeen bestuur vastgesteld voorstel wordt door het dagelijks bestuur aan de deelnemers verzonden met het verzoek tot het nemen van een besluit omtrent de voorgestelde wijziging. Van hun besluit stellen de deelnemers het algemeen bestuur schriftelijk in kennis.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van het algemeen bestuur van het waterschap dan wel de raden van de gemeenten.

  • 4.

    Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer tweederde van de deelnemers op de wijze als vermeld in lid 2 zich daarvoor heeft verklaard.

  • 5.

    Een ingevolge lid 4 tot stand gekomen wijziging van de regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de gemeente Terneuzen conform artikel 62 juncto artikel 26 lid 1 van de wet is bekend gemaakt.

  • 6.

    In afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 31 lid 1 en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling.

Artikel 38 Opheffing en liquidatie

  • 1.

    De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van ten minste tweederde van de deelnemers

  • 2.

    Artikel 37 is van zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Ingeval een besluit tot opheffing volgens het eerste lid is genomen, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het, gehoord de deelnemers, het door een aangewezen onafhankelijk deskundige opgesteld liquidatieplan vast.

  • 4.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing, in de vereffening van de aanwezige middelen, en in de regeling van de personele gevolgen.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.

  • 6.

    Zo nodig blijven het dagelijks bestuur en de overige organen ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat het liquidatieplan is uitgevoerd.

Hoofdstuk 13: Overige bepalingen

Artikel 39 Archief

  • 1.

    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van SaBeWa Zeeland overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften.

  • 2.

    De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.

  • 3.

    Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen bescheiden wijst het dagelijks bestuur een Bewaarplaats aan.

Artikel 39a Informatieveiligheid

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging en gegevensbescherming van de informatie die zij onder zich heeft.

  • 2.

    Bij de informatieveiligheid en gegevensbescherming gelden dezelfde eisen als waaraan de deelnemers moeten voldoen.

Artikel 40 Geschillen

  • 1.

    Indien er een geschil is ontstaan tussen de deelnemers Onderling of tussen een of meer deelnemers en het bestuur van SaBeWa Zeeland omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van deze regeling, wordt het geschil, voorafgaande aan het nemen van een besluit daarover door het algemeen bestuur, ter advisering voorgelegd aan een door het algemeen bestuur samengestelde geschillencommissie of aangewezen mediator. Nadat advies is uitgebracht neemt het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een besluit.

  • 2.

    Indien het geschil overeenkomstig het eerste lid niet is opgelost, wordt hierover door het college van gedeputeerde staten van Zeeland beslist.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien het gevallen betreft behorende tot die vermeld in artikel 112 lid 1 van de Grondwet of tot die waarvan beslissing krachtens artikel 112 lid 2 van de Grondwet is opgedragen aan hetzij de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren.

Artikel 41 Klachtenbehandeling

Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een regeling voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor de behandeling van deze klachten wordt aangesloten bij de Nationale Ombudsman.

Hoofdstuk 14: Slotbepalingen

Artikel 42 Inwerkingtreding

  • 1.

    De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende op die waarop het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen en Tholen hun besluit tot het aangaan van de regeling gezamenlijk hebben bekend gemaakt.

  • 2.

    De bevoegdheden van het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder hebben betrekking op de bevoegdheden met betrekking tot belastbare feiten die zich voordoen vanaf het belastingjaar 2013.

  • 3.

    Ten aanzien van belastbare feiten, die betrekking hebben op de belastingjaren vóór 2013, kunnen het dagelijks bestuur en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers bij afzonderlijke besluiten de bevoegdheden tot heffing en invordering aan het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder van SaBeWa Zeeland opdragen.

Artikel 43 Eerste aanwijzing bestuursleden

Binnen één maand na het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling wijzen het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers op grond van artikel 6 de leden en plaatsvervangend leden van het algemeen bestuur aan.

Artikel 44 Duur van de regeling

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde duur.

Artikel 45 Evaluatie

  • 1.

    De regeling wordt elke 4 jaar geëvalueerd. De evaluatie heeft vooral betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zich heeft gesteld ook heeft bereikt tegen de kosten die hiervoor waren uitgetrokken. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de uitvoering van de specifieke taken en de manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd.

  • 2.

    De evaluatie vindt plaats in het jaar voor de verkiezingen van de gemeenteraden, voor de eerste maal in 2029. De evaluatie wordt voorbereid door het dagelijks bestuur en vastgelegd door het algemeen bestuur. Op de besluitvorming is de extra zienswijze van toepassing zoals bedoeld in artikel 13a.

Artikel 46 Naam van de regeling

De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland".

Ondertekening

Aldus vastgesteld door:

Het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen in de vergadering van …

de secretaris -algemeen directeur, de dijkgraaf,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Bijlage bij artikel 4

Belasting-

soort

Reimers-

waal

Terneuzen

Sluis

Hulst

Goes

Borsele

Tholen

Kapelle

Water-

schap

A:

Afvalstoffenheffing/Reinigingsrecht

x

x

x

x

x

x

x

x

OZB

x

x

x

x

x

x

x

x

Rioolheffing

x

x

x

x

x

x

x

x

watersysteemheffing

x

Zuiveringsheffing

x

Verontreinigingsheffing

x

Watertoeristenbelasting

x

x

x

Toeristen/verblijfsbelasting

x

x

x

x

x

x

Forensenbelasting

x

x

x

x

x

x

x

x

B:

BIZ-Bijdrage

x

zoutwaterafvoerrecht

x

Hondenbelasting

x

x

x

Precario

x

x

x

Reclamebelasting

x

x

Scheepvaartrechten

x