Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750996
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750996/1
Regeling vervalt per 31-12-2031
Subsidieregeling activiteitensubsidie samen ouder Den Haag 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m 30-12-2031
Intitulé
Subsidieregeling activiteitensubsidie samen ouder Den Haag 2026Toelichting
Eén van de uitgangspunten uit de Actielijn Seniorvriendelijk Den Haag 2025-2030 (RIS322179) is dat Haagse ouderen elkaar kunnen ontmoeten en samen activiteiten kunnen ondernemen. Met deze subsidieregeling stimuleert het college een uitgebreid en divers aanbod voor ouderen. Subsidie kan worden aangevraagd voor recreatieve activiteiten die bijdragen aan structurele ontmoetingen tussen Haagse ouderen. Voorbeelden hiervan zijn een zangkoor, een tuiniersclub, een bridgegroep of een wandelgroep. Deze subsidieregeling vervangt de subsidieregeling ouderensociëteiten Den Haag 2020. Ten opzichte van deze oude regeling is de doelgroep van de regeling duidelijker gedefinieerd. Daarnaast is het minimaal aantal deelnemers verlaagd en wordt er geen onderscheid meer gemaakt in de kosten van de activiteit en de kosten voor werving.
Besluitvorming
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,
besluit vast te stellen de navolgende Subsidieregeling activiteitensubsidie Samen Ouder Den Haag 2026:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
- ASV: |
Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; |
|
- Awb: |
Algemene wet bestuursrecht; |
|
- college: |
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; |
|
- oudere: |
inwoner van Den Haag van 55 jaar en ouder; |
|
ouderensociëteit: |
een rechtspersoon of natuurlijk persoon, die recreatieve activiteiten organiseert voor ouderen; |
|
- recreatieve activiteiten: |
activiteiten die als doel ontspanning en vermaak hebben; |
|
structureel: |
met regelmaat en continuïteit georganiseerd. |
Artikel 1:2 Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.
Artikel 1:3 Doel van de subsidie
- 1.
Het doel van de subsidieregeling is om ontmoeting en recreatie onder ouderen te stimuleren.
- 2.
Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is dat ouderen gezond en vitaal blijven door het organiseren van recreatieve activiteiten en het elkaar ontmoeten, zodat zij langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen.
Artikel 1:4 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het werven van deelnemers voor en het organiseren van recreatieve activiteiten die structureel worden aangeboden voor ouderen zodat zij elkaar ontmoeten en die:
-
a. minimaal twee keer per maand plaatsvinden; en
b. per bijeenkomst minimaal 8 deelnemers kennen.
Artikel 1:5 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan organiserende ouderen of aan ouderensociëteiten die recreatieve activiteiten organiseren in Den Haag.
Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4.
- 2.
Voor subsidie in aanmerking komen de kosten die gemaakt worden voor het organiseren van de bijeenkomsten en de werving van nieuwe deelnemers voor deze bijeenkomsten.
Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt maximaal € 500,- per aanvrager per kalenderjaar voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4.
Artikel 1:8 Subsidieplafond
- 1.
Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt jaarlijks een subsidieplafond van € 71.596,-.
- 2.
Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.
- 3.
Het college kan de hoogte van het subsidieplafond bij afzonderlijk besluit wijzigen.
Artikel 1:9 Wijze van verdeling
- 1.
Het college verstrekt de subsidie in volgorde van ontvangst van de aanvraag bij het college, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
- 2.
Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.
- 3.
Indien het college op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt, meer dan één aanvraag ontvangt, stelt het de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen
Artikel 2:1 Aanvraag subsidie
- 1.
Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager de volgende gegevens over:
a. een kopie van een bankafschrift op naam van de aanvrager met vermelding van het IBAN-nummer;
b. een omschrijving van de activiteit(en) waarin een toelichting wordt gegeven op:
1° het aantal deelnemers;
2° de frequentie van activiteit(en);
3° de aard van de geplande activiteit(en); en
4° de locatie van de activiteit(en).
- 2.
De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde papieren of digitale aanvraagformulier.
Artikel 2:2 Aanvraagtermijn
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag om een subsidie ingediend uiterlijk 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, maar uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Artikel 2:3 Subsidievaststelling zonder verlening vooraf
Het college stelt de subsidie direct vast.
Artikel 2:4 Beslistermijn
Het college beslist, in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend.
Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden
Artikel 3:1 Weigeringsgronden
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de ASV kan het college de subsidie weigeren als:
-
a. de aanvraag niet voldoet aan het doel van de subsidie als bedoeld in artikel 1:3 of aan de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4; of
b. de aanvraag niet tijdig of volledig is ingediend en deze niet reeds op grond daarvan buiten behandeling is gesteld; of
c. de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar al een subsidie op grond van deze subsidieregeling heeft ontvangen.
Hoofdstuk 4 Overige bepalingen
Artikel 4:1 Evaluatie
Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk drie jaar na inwerkingtreding.
Artikel 4:2 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt op 31 december 2031.
Artikel 4:3 Overgangsrecht
De bepalingen van de Subsidieregeling ouderensociëteiten Den Haag 2020 blijven van toepassing op subsidies die vóór 1 januari 2026 zijn verstrekt op basis van de Subsidieregeling ouderensociëteiten Den Haag 2020.
Artikel 4:4 Citeertitel
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling activiteitensubsidie Samen Ouder Den Haag 2026.
Den Haag, 9 december 2025
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl