Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750969
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750969/2
Verordening op de heffing en de invordering van leges Helmond 2026
Geldend van 03-01-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en de invordering van leges Helmond 2026De raad van de gemeente Helmond;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2025,
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid , en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;
besluit:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van leges Helmond 2026 (Legesverordening Helmond 2026);
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
- a.
dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
- b.
jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
- c.
kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
- d.
maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;
- e.
week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;
- f.
gemeentelijke bestuursorganen: de gemeenteraad, het college (van burgemeester en wethouders) en de burgemeester zoals omschreven in de Gemeentewet.
- g.
Commerciële deelmobiliteit: het ‘bedrijfsmatig’ of ‘in coöperatief verband zonder winstoogmerk’ aanbieden van motorvoertuigen, waarbij de voertuigen beschikbaar worden gesteld aan meerdere gebruikers door middel van een abonnement, reserverings- of registratiesysteem, en waarbij de voertuigen eigendom zijn van of onder beheer staan van de aanbieder.
- h.
Peer-to-peer deelmobiliteit: het door particulieren incidenteel of structureel beschikbaar stellen van het eigen motorvoertuig aan derden via een digitaal platform. Peer-to-peer deelmobiliteit wordt voor de toepassing van deze verordening niet aangemerkt als commerciële deelmobiliteit.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:
- a)
het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;
- b)
het verlenen van een dienst op aanvraag; of
- c)
het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;
een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.
Artikel 4 Vrijstellingen
Leges worden niet geheven voor:
- a.
het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst van pensioen, lijfrenten, wachtgelden of andere (periodieke) uitkeringen;
- b.
diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;
- c.
beschikkingen of afschriften daarvan, betrekking hebbende op de uitvoering van rechtspositieregelingen voor het gemeentepersoneel;
- d.
beschikkingen of afschriften daarvan, houdende de beslissing op een verzoek om gemeentelijke subsidie;
- e.
de diensten, andere dan die genoemd onder Hoofdstuk 2 en artikel 1.35 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, in het openbaar belang aangevraagd door openbare besturen, ambtenaren of instellingen;
- f.
het verstrekken van een door het college te bepalen aantal exemplaren van het verslag van de handelingen van de gemeenteraad met inbegrip van de bijlagen, voor zover verstrekt aan in de raad van deze gemeente vertegenwoordigde groeperingen;
- g.
het ten behoeve van een civiele procedure verstrekken van een afschrift uit de Basisregistratie Personen voor één persoon met extra vermeldingen zoals burgerlijke staat, nationaliteit, datum aanvang adreshouding e.d. onder voorwaarde dat belanghebbende in het bezit is van een zogenaamde toevoegingsbewijs, waarop de eigen bijdrage overeenkomt met het ten hoogste het minimumbedrag om in aanmerking te komen voor het recht op rechtsbijstand;
- h.
diensten waarvan de kosten krachtens afdelingen 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;
- i.
huisartsen en verloskundigen, gevestigd of werkzaam in Helmond, uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van hun beroep in noodgevallen, voor een parkeerontheffing als bedoeld in artikel 1.33, onder 1.1 van de tarieventabel.
- j.
hulpdiensten en storingsdiensten (van algemeen belang), uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van hun beroep, voor een parkeerontheffing als bedoeld in artikel 1.33, onder 1.1 van de tarieventabel voor zover deze bedoeld is om toegang te krijgen tot het voetgangersgebied.
- k.
diensten, genoemd onder Hoofdstuk 1, artikel 1.1, onder c van de tarieventabel.
Dit uitsluitend onder de volgende voorwaarden:
- –
op maandag tot en met vrijdag tussen 9.00-18.00 uur in het kasteel, museum Boscotondo of in het Huis voor de Stad;
- –
beiden dienen woonachtig zijn in Helmond; én
- –
beiden dienen een inkomensverklaring te kunnen overleggen, dat zij een inkomen hebben tot maximaal 120% van het bestaansminimum. Deze kan (al dan niet op eigen verzoek) worden opgevraagd bij Senzer of bij het sociaal domein.
- –
Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven
-
1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
-
2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing
De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7 Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:
- a.
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
- c.
langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen dertig dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;
- d.
langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen dertig dagen na dagtekening van de kennisgeving.
- a.
-
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8 Kwijtschelding
Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vermindering of teruggaaf
Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden
Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:
- a.
van zuiver redactionele aard zijn;
- b.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:
- 1.
paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);
- 2.
paragraaf 1.3 (rijbewijzen);
- 3.
artikel 1.17, onder a en b (verstrekkingen uit Basisregistratie Personen met behulp van alternatieve media of schriftelijk);
- 4.
artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag);
- 5.
artikel 1.25, onder e tot en met k (akten burgerlijke stand);
- 6.
artikel 1.31 (Wet op de kansspelen);
- 1.
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11 Overgangsrecht
De Legesverordening Helmond 2025, vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2024, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
-
2. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening Helmond 2026
Ondertekening
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 4 november 2025.
De raad voornoemd,
de voorzitter
de griffier
Tarieventabel bij Legesverordening Helmond 2026
Hoofdstuk 1Algemene Dienstverlening
Paragraaf 1.1Burgerlijke Stand
|
Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetting |
||
|
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk: |
||
|
a. |
op maandagochtend in een door de gemeente Helmond aangewezen vergaderzaal in het Huis voor de Stad, Weg op den Heuvel 35 zonder voorzieningen |
€ 197,00 |
|
b. |
in het Elkerliek Ziekenhuis Wesselmanlaan 25, Helmond als medische omstandigheden een huwelijk daar noodzakelijk maken |
€ 172,00 |
|
c. |
in een door de Gemeente Helmond als Huis der gemeente aangewezen trouwlocatie, exclusief de kosten van de locatie |
€ 454,00 |
|
d. |
Het onder c. genoemd tarief wordt, indien de huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk plaats heeft buiten de normale werkdagen en tijden, zijnde maandag t/m vrijdag van 9.00-17.00 uur , verhoogd met: |
€ 197,00 |
|
e. |
Indien het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk plaats heeft aan de balie van het Huis voor de Stad tijdens de normale openingstijden van het Huis voor de Stad bedraagt het tarief |
€ 85,60 |
|
Artikel 1.2 (gereserveerd) |
||
|
Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis |
||
|
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek |
€ 172,00 |
|
|
Artikel 1.4 Diensten in relatie tot huwelijken e.d. |
||
|
Het tarief bedraagt voor het doen van een melding van een voorgenomen huwelijk of registratie van het partnerschap, indien dit fysiek aan de balie van het Huis voor de Stad plaatsvindt |
€ 41,10 |
|
Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag |
€ 454,00 |
|
|
Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente |
||
|
Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige |
€ 58,80 |
|
|
Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum |
||
|
a. |
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot annulering van een gepland huwelijk of registratie van een partnerschap bedraagt het tarief: |
|
|
1 |
tot 1 maand voor de huwelijksdatum of registratiedatum |
€ 97,90 |
|
2 |
binnen 1 maand voor de huwelijksdatum of registratiedatum |
€ 196,00 |
|
3 |
indien het huisbezoek van de Babs heeft plaatsgevonden |
€ 261,00 |
|
b. |
Indien de huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap dan wel de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, ongeacht de oorzaak, wordt verzet, of indien er een mutatie van getuige(n) plaatsvindt: bedraagt het tarief voor het aanbrengen van deze wijziging: |
€ 26,10 |
|
c. |
Indien een huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap dan wel de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, als bedoeld in artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand, ongeacht de oorzaak wordt geannuleerd, bedraagt het tarief voor de werkzaamheden die daarmee gepaard gaan: |
€ 48,90 |
|
Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje |
||
|
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje, partnerschapsboekje of duplicaat daarvan |
€ 41,10 |
Paragraaf 1.2Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
|
Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten |
||
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: |
||
|
a. |
een nationaal paspoort: |
|
|
1 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is |
€ 88,65 |
|
2 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt |
€ 67,05 |
|
b. |
een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a.1 (zakenpaspoort): |
|
|
1 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is |
€ 88,65 |
|
2 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt |
€ 67,05 |
|
c. |
een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): |
|
|
1 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is |
€ 88,65 |
|
2 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt |
€ 67,05 |
|
d. |
een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: |
€ 67,05 |
|
Artikel 1.10 Nederlandse Identiteitskaart |
||
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: |
||
|
a. |
een Nederlandse identiteitskaart: |
|
|
1 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is |
€ 80,10 |
|
2 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt |
€ 43,20 |
|
b. |
een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon |
€ 39,05 |
|
Artikel 1.11 Modaliteiten |
||
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: |
||
|
a. |
voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen: |
€ 60,30 |
|
b. |
voor het bezorgen van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.9 en 1.10 en onder a genoemde bedragen: |
€ 19,00 |
Paragraaf 1.3Rijbewijzen
|
Artikel 1.12 Rijbewijzen |
||
|
1.12 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: |
€ 53,65 |
|
Artikel 1.13 Modaliteiten |
||
|
1.13 |
De tarief genoemd in onderdeel 1.12 wordt bij spoedlevering verhoogd met: |
€ 39,65 |
Paragraaf 1.4Verstrekkingen in het kader van de Basisregistratie Personen
|
Artikel 1.14 Definities |
||
|
1.14.1 |
Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd. |
|
|
1.14.2 |
Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen |
|
|
Artikel 1.15 Verstrekkingen van gegevens uit de basisregistratie personen |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
a. |
tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking |
€ 12,90 |
|
b. |
tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar: |
|
|
1 |
voor 25 verstrekkingen |
€ 296,00 |
|
2 |
voor 50 verstrekkingen |
€ 560,00 |
|
3 |
voor 100 verstrekkingen |
€ 995,00 |
|
4 |
voor 500 verstrekkingen |
€ 4.382,00 |
|
5 |
voor 1.000 verstrekkingen |
€ 7.547,00 |
|
6 |
voor 5.000 verstrekkingen |
€ 31.325,00 |
|
7 |
voor 10.000 verstrekkingen |
€ 43.842,00 |
|
c. |
tot het afsluiten van een abonnement op het wekelijks verstrekken van een opgave van verhuizingen binnen de gemeente, vertrekken uit de gemeente en vestigingen in de gemeente, per verstrekking |
€ 3,00 |
|
d. |
tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200): |
€ 12,90 |
|
Artikel 1.16 Verstrekken van aangehaakte gegevens |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
a. |
tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking |
€ 12,90 |
|
b. |
tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar: |
|
|
1 |
voor 25 verstrekkingen |
€ 296,00 |
|
2 |
voor 50 verstrekkingen |
€ 560,00 |
|
3 |
voor 100 verstrekkingen |
€ 995,00 |
|
4 |
voor 500 verstrekkingen |
€ 4.382,00 |
|
5 |
voor 1.000 verstrekkingen |
€ 7.547,00 |
|
6 |
voor 5.000 verstrekkingen |
€ 31.325,00 |
|
7 |
voor 10.000 verstrekkingen |
€ 43.842,00 |
|
Artikel 1.17 Verstrekking gegevens op basis van het Besluit BRP |
||
|
a. |
In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: |
€ 3,00 |
|
b. |
In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens met behulp van alternatieve media bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen |
€ 28,70 |
|
|
Artikel 1.18 Verstrekken lijsten BRP |
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
a. |
tot het verstrekken van lijsten met gegevens, welke verkregen zijn op basis van de door de aanvrager opgegeven selectiecriteria, waarvoor de Basisregistratie Personen dient te worden doorlopen: |
€ 201,00 |
|
Voor elke persoon ter zake waarvan de gegevens worden verstrekt te verhogen met: |
€ 0,90 |
|
|
b. |
tot het verstrekken van lijsten met gegevens, zover de verstrekking niet meer inhoudt dan hetgeen is vermeld in artikel 3.9, lid 4, van de Wet Basisregistratie Personen welke verkregen zijn op basis van de door de aanvrager opgegeven selectiecriteria, waarvoor de Basisregistratie Personen dient te worden doorlopen: |
€ 201,00 |
|
Voor elke persoon ter zake waarvan gegevens worden verstrekt te verhogen met: |
€ 0,16 |
Paragraaf 1.5Bestuursstukken
|
Artikel 1.19 Exemplaar bestuursstukken en gemeentelijke regelingen |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: |
||
|
1.19.1 |
een exemplaar van de programmabegroting, of daarbij behorende bijlagen en toelichtingen |
gratis |
|
1.19.2 |
een exemplaar van de gemeenterekening met bijbehorende toelichting en de daarbij behorende bijlagen, het investeringsprogramma, de bestuursrapportage en voorjaarsnota |
gratis |
|
1.19.3 |
een exemplaar van een gemeentelijke regeling (inclusief toelichting) |
gratis |
|
Artikel 1.20 Abonnementen op bestuursstukken |
||
|
1.20 |
Het tarief voor een jaarabonnement op de openbare besluitenlijsten van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders bedraagt |
€ 51,10 |
Paragraaf 1.6Vastgoedinformatie
|
Artikel 1.21 Raadplegen kadastrale gegevens |
||
|
a. |
Het tarief bedraagt voor het verlenen van bijstand bij het raadplegen van kadastrale gegevens voor elk kwartier of gedeelte daarvan |
€ 29,90 |
|
b. |
Vermeerderd met het tarief voor het raadplegen van online informatie via de kadastrale balie van de actuele gegevens dat het Kadaster in rekening brengt |
|
|
c. |
Indien het gaat om administratieve kadastrale informatie vanuit het gemeentelijke kadastrale bestand vermeerderd met 75% van het tarief vastgesteld door het Kadaster |
|
|
Artikel 1.22 Objectgegevens belastingen |
||
|
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van gegevens uit de gemeentelijke belastingadministratie, per belastingobject |
€ 7,20 |
|
|
Artikel 1.23 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) |
||
|
a. |
Het tarief bedraagt voor het verlenen van bijstand bij het vervaardigen van kopieën uit het gemeentelijk register Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) |
gratis |
|
b. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gewaarmerkte verklaring van gegevens uit het gemeentelijk register Wkpb |
gratis |
Paragraaf 1.7Overige publiekszaken
|
Artikel 1.24 Gemeentegarantie |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde geldlening (borgstelling gemeentegarantie) |
€ 75,80 |
|
|
Artikel 1.25 Overige publiekszaken |
||
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
a. |
tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag natuurlijke personen |
€ 41,35 |
|
b. |
tot het verstrekken van een legalisatie van een handtekening of het waarmerken van een foto |
€ 12,20 |
|
c. |
tot het verstrekken van een legalisatie van twee of meer handtekeningen of waarmerken van twee of meer foto’s van dezelfde persoon en voor het hetzelfde geval |
€ 24,40 |
|
d. |
tot het verstrekken van een bewijs van Nederlanderschap, dat niet is bestemd om te dienen als reisdocument |
€ 17,80 |
|
e. |
een afschrift van een akte van de burgerlijke stand |
€ 17,80 |
|
f. |
een uittreksel van een akte van geboorte, van huwelijk, van registratie van een partnerschap of van overlijden |
€ 17,80 |
|
g. |
een verklaring van huwelijksbevoegdheid |
€ 31,10 |
|
h. |
een bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) |
€ 17,80 |
|
i. |
voor elk meertalig uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand |
€ 17,80 |
|
j. |
voor een meertalig modelformulier van een onder e, f, h en i genoemd stuk |
€ 17,80 |
|
k. |
voor een meertalig modelformulier van een onder g genoemd stuk |
€ 24,00 |
|
l. |
tot het waarmerken van een afschrift of een kopie van een stuk, voor zover daarvoor niet elders in deze verordening met bijbehorende tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een ander tarief geldt |
€ 12,20 |
|
2. |
Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot verlening van het Nederlanderschap gelden de tarieven zoals opgenomen in artikel 3 en 9 van het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 of zoals dit besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd, waarbij deze actuele tarieven zijn opgenomen in artikel 13 van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 |
Paragraaf 1.8Gemeentearchief
|
Artikel 1.26 Raadplegen archieven gemeente |
||
|
Voor het verlenen van ambtelijke bijstand bij het raadplegen van gemeentelijke archieven (m.u.v. bouwvergunningdossiers, zie 1.38) voor elk kwartier of gedeelte daarvan bedraagt het tarief: |
€ 29,90 |
|
|
(n.b. dit geldt niet voor toezending van bescheiden welke in de Stadswinkel worden aangevraagd, doch niet ter plaatse leverbaar zijn, zoals groot formaat tekeningen) |
||
|
Artikel 1.27 (gereserveerd) |
||
|
Artikel 1.28 (gereserveerd) |
Paragraaf 1.9Bijzondere wetten
|
Artikel 1.29 Huisvestingswet 2014 |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
||
|
1. |
indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 6 van de vigerende Huisvestingsverordening Helmond: |
€ 45,00 |
|
Het bepaalde in dit artikellid is niet van toepassing op statushouders. |
||
|
2. |
Voor degene aan wie het recht als bedoeld onder 1. in rekening is gebracht bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges, indien het verzoek van de woningzoekende leidt tot het verkrijgen van een urgentiebeschikking. |
|
Artikel 1.30 Leegstandwet |
||
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
a. |
een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: |
€ 58,90 |
|
b. |
verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet: |
€ 58,90 |
|
2. |
Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. |
|
Artikel 1.31 Wet op de kansspelen |
||
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: (jo. artikel 2.3.3.3 APV Helmond 2020): |
|
|
a. |
voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd |
€ 226,50 |
|
b. |
voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd |
€ 90,50 |
|
c. |
vermeerderd met het product van het aantal kansspelautomaten, waarvoor een vergunning geldt en een bedrag van |
€ 136,00 |
|
2. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) |
€ 83,40 |
|
3. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een kansspelautomatenhal als bedoeld in artikel 2.3.3.6, eerste lid APV Helmond 2020 |
€ 310,00 |
|
4. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding tot het bijschrijven van leidinggevende(n) op het aanhangsel bij een vergunning als bedoeld in artikel 1.31.3 |
€ 155,00 |
|
Artikel 1.32 Telecommunicatiewet |
||
|
1. |
Voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en hoofdstuk 3 van de Verordening ondergrondse infrastructuur Helmond 2014, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit artikel als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten: |
|
|
a. bij een sleuflengte < 100 m1 en een lasgat /montagegat > 2 m2 |
€ 227,00 |
|
|
b. bij een sleuflengte ≥ 100 m1 |
€ 454,00 |
|
|
2. |
a. Het tarief onder lid 1.a en 1.b wordt verhoogd voor zover binnen de bebouwde kom gelegen met een bedrag per m1 sleuflengte |
€ 2,19 |
|
b. Het tarief onder lid 1.a en 1.b wordt verhoogd voor zover buiten de bebouwde kom te verhogen met een bedrag per m1 sleuflengte: |
||
|
tot 2000m1 |
€ 1,55 |
|
|
van 2000 tot 10.000 m1 |
€ 0,91 |
|
|
c. vanaf 10.000 m1 wordt een begroting opgesteld van de kosten voor de te voeren procedure (zijnde vergunningverlening, voorbereiding en toezicht). Deze kosten inclusief onderbouwing worden, voorafgaand aan de aanvraagbehandeling schriftelijk medegedeeld aan de aanvrager. Indien een begroting is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
||
|
3. |
Voor degene aan wie leges als bedoeld onder 1.a en 1.b in rekening is gebracht bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges, indien de aanvraag wordt ingetrokken voordat hierop een beslissing is genomen, óf als de gemeente de aanvraag weigert of buiten behandeling stelt. De teruggaaf bedraagt: |
50% |
|
Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving |
||
|
1.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot een verlenging van of een vernieuwing van een ontheffing of vergunning op grond van de Wegenverkeerswet, het Wegenverkeersreglement, Regeling voertuigen (artikel 9.1), APV Helmond 2020 (parkeren grote voertuigen: artikel 5.1.7, derde lid) of het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: |
€ 36,60 |
|
1.1.a |
Bij het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor wat betreft bord G07zb (zonebord) van bijlage I, jo. artikel 66 van dat reglement, anders dan voor het bereiken van een eigen, binnen dat gebied gelegen parkeergelegenheid, dit bedrag te verhogen per maand looptijd, afgerond naar boven op hele maanden, met: |
€ 30,20 |
|
1.1.b |
Bij het verkrijgen van een ontheffing voor aangewezen parkeerplaatsen in het gebied als bedoeld in het vigerende Uitvoeringsbesluit betaald- en vergunninghoudersparkeren Helmond, dit bedrag te verhogen per aanvraag, niet zijnde een verlenging of vernieuwing, met: |
€ 385,00 |
|
1.1.c |
Bij het verkrijgen van een ontheffing voor aangewezen parkeerplaatsen in het gebied als bedoeld in het vigerende Uitvoeringsbesluit betaald- en vergunninghoudersparkeren Helmond, dit bedrag te verhogen per maand looptijd, afgerond naar boven op hele maanden, met: |
€ 94,60 |
|
1.2.a |
tot het verkrijgen van een ontheffing, in afwijking van onderdeel 1.1 van dit artikel, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor wat betreft bord G07zb (zonebord) en C01 (gesloten verklaring) van bijlage I, jo. artikel 66 van dat reglement voor taxi’s en waardetransporten |
gratis |
|
1.2.b |
tot het verkrijgen van een ontheffing, in afwijking van onderdeel 1.1 van dit artikel, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor wat betreft bord G07zb (zonebord) en C01 (gesloten verklaring) van bijlage I, jo. artikel 66 van dat reglement voor marktkooplieden en kermisexploitanten |
gratis |
|
1.2.c |
tot het verkrijgen van een ontheffing, in afwijking van onderdeel 1.1 van dit artikel, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor wat betreft bord G07zb (zonebord) en C01 (gesloten verklaring) van bijlage I, jo. artikel 66 van dat reglement voor een ontheffing voor één dag. |
€ 20,50 |
|
1.2.d |
tot het verkrijgen van een ontheffing, in afwijking van onderdeel 1.1 van dit artikel, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor wat betreft bord C1 (Geslotenverklaring / alle motorvoertuigen) van bijlage I van dat reglement, voor de bewoners van de Broekstraat in Geldrop-Mierlo (alleen ten noorden van het Eindhovens kanaal), de Heiderschoor, Vaarleseweg en Stepekolk (allen gelegen in de gemeente Geldrop-Mierlo) overeenkomstig de inschrijving in de Basisregistratie Personen |
gratis |
|
1.2.e |
tot het verkrijgen van een ontheffing, voor de Rondgang op Sportcampus de Braak, uitsluitend voor de gebruikers van adressen gelegen aan de Rondgang van de Sportcampus: |
gratis |
|
1.3 |
tot het verlenen van een ontheffing, uitsluitend ten behoeve van commerciële deelmobiliteit, is verschuldigd per maand looptijd, afgerond naar boven op hele maanden: |
€ 15,80 |
|
2.1 |
Gehandicaptenparkeren Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW): |
|
|
2.1.a |
bij een geldigheidsduur van één jaar of korter |
€ 33,40 |
|
2.1.b |
bij een geldigheidsduur van langer dan één jaar |
€ 50,20 |
|
2.2 |
tot het verstrekken van een gehandicaptenparkeerkaart, als bedoeld onder 1.33.2.1 na vermissing van een eerder afgegeven document, voor het verstrekken van een duplicaat |
€ 11,80 |
|
3.1 |
Gehandicaptenparkeerplaats: Het tarief bedraagt: Voor het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken, inclusief de kosten die voortvloeien uit de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken |
€ 248,00 |
|
3.2 |
voor het vervangen van het kentekenonderbord bij een gehandicaptenparkeerplaats |
€ 58,80 |
|
3.3 |
voor het verplaatsen van een bestaande gehandicaptenparkeerplaats op kenteken naar een nieuwe locatie. |
€ 248,00 |
|
3.4 |
De aanvrager heeft recht op restitutie van de door de gemeente in rekening gebrachte kosten, als bedoeld in de artikelen 1.33.3.1 en 1.33.3.3, voor zover het benodigde verkeersbesluit dat noodzakelijk is om de gehandicaptenparkeerplaats rechtsgeldig te kunnen effectueren niet wordt genomen of na te zijn genomen in rechte met succes door een derde partij wordt aangevochten. |
Paragraaf 1.10Diversen
|
Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: |
||
|
1 |
andere dan met name in deze tabel of in een andere wettelijke regeling genoemde afdrukken uit analoge bestanden (kopieën), digitale tekst-bestanden (prints) alsmede bouwvergunningtekeningen uit digitale of analoge bestanden, formaat A4 of A3, eerste 10 stuks gratis, bij meerdere exemplaren: |
|
|
a |
A4 per stuk zwart-wit, enkelzijdig |
€ 0,05 |
|
b |
A4 per stuk zwart-wit, dubbelzijdig |
€ 0,10 |
|
c |
A4 per stuk kleur, enkelzijdig |
€ 0,20 |
|
d |
A4 per stuk kleur, dubbelzijdig |
€ 0,40 |
|
e |
A3 per stuk zwart-wit, enkelzijdig |
€ 0,10 |
|
f |
A3 per stuk zwart-wit, dubbelzijdig |
€ 0,20 |
|
g |
A3 per stuk kleur, enkelzijdig |
€ 0,40 |
|
h |
A3 per stuk kleur, dubbelzijdig |
€ 0,80 |
|
i |
A0, A1, A2, per stuk |
€ 3,90 |
|
2 |
afdrukken uit digitale tekeningenbestanden, formaat: |
|
|
a |
A2, per stuk |
€ 10,60 |
|
b |
A1, per stuk |
€ 15,20 |
|
c |
A0, A0+, per stuk |
€ 20,40 |
|
3 |
afdrukken uit de Gemeentelijke Basiskaart benodigd t.b.v. een aanvraag om een bouwvergunning, uitsluitend formaat A4 en A3 |
Gratis |
|
4 |
ieder schriftelijk stuk, waaruit blijkt van een gunstige of althans niet geheel afwijzende beschikking op een aanvraag, voor ieder schriftelijke verklaring of inlichting na daartoe gedane aanvraag, een en ander voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per bladzijde of gedeelte daarvan |
€ 11,70 |
|
5 |
andere dan met name in deze tabel of in een andere wettelijke regeling genoemde digitale bestanden op gegevensdrager zoals CD-ROM en DVD, of via e-mail (m.u.v. bouwvergunningdossiers, zie 1.38.3) |
€ 15,10 |
|
Verzend- en administratiekosten |
||
|
6 |
Bij verzoek (schriftelijk, telefonisch, e-mail, e.d.) om toezending van stukken, zijn naast de hiervoor genoemde leges ook verzend- en administratiekosten verschuldigd. Het tarief daarvan bedraagt |
€ 8,00 |
|
Artikel 1.36 Inzamelen geld (collecten) en goederen |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
Van een vergunning ingevolge artikel 5.2.1, eerste lid APV Helmond 2020 (incidenteel of doorlopend) |
Gratis |
|
|
Artikel 1.37 Begraven, cremeren, opgraven en herbegraven |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: |
||
|
1. |
het verlenen van uitstel van het begraven /cremeren |
€ 28,90 |
|
2. |
het opgraven of herbegraven |
€ 102,00 |
|
Artikel 1.38 Overigen |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
1. |
van een afschrift van een bestemmingsplan of totaal uitwerkingsplan met bijbehorende kaart(en), voorschriften en toelichting |
€ 32,20 |
|
2. |
een afschrift van een ten behoeve van één bouwplan opgesteld (postzegel)bestemmingsplan of uitwerkingsplan |
€ 16,20 |
|
3 |
tot inzage in digitale of analoge Bouw-/omgevingsvergunningenarchief per geraadpleegd adres: |
|
|
3.a |
behorende bij een onherroepelijke bouw-/omgevingsvergunning, |
€ 119,60 |
|
3.b |
Het tarief uit art. 1.38.3.a wordt verhoogd bij analoge toezending van bescheiden, per adres, met: |
€ 59,80 |
|
3.c |
De tarieven onder 1.38.3.a en 1.38.3.b worden niet in rekening gebracht, als sprake is van een nog niet onherroepelijke bouw-/omgevingsvergunning |
|
Artikel 1.39 Exploitatievergunning Kinderopvang |
||
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
1 |
tot het in exploitatie nemen van een kindercentrum of gastouderbureau overeenkomstig artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen |
€ 854,00 |
|
2 |
tot het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal overeenkomstig artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen |
€ 854,00 |
|
3 |
tot het in exploitatie nemen van een kindercentrum of gastouderbureau naar aanleiding van een voorgenomen wijziging van het adres van vestiging van dat kindercentrum overeenkomstig artikel 7, vierde lid, Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk |
€ 854,00 |
|
4 |
tot het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal naar aanleiding van een voorgenomen wijziging van het adres van de peuterspeelzaal overeenkomstig artikel 13, vierde lid, Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk |
€ 854,00 |
|
5 |
tot het in exploitatie nemen van een voorziening voor gastouderopvang overeenkomstig artikel 1.45, tweede lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen |
€ 536,00 |
|
6 |
tot het in exploitatie nemen van een voorziening voor gastouderopvang op een gewijzigd adres (verhuizing) overeenkomstig artikel 7, vierde lid, Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk |
Gratis |
|
7 |
tot het in exploitatie nemen van een extra voorziening voor gastouderopvang (extra opvanglocatie) overeenkomstig artikel 7, vierde lid, Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk |
gratis |
|
8 |
tot het in exploitatie nemen van een voorziening voor gastouderopvang door een gastouder die niet langer dan 3 maanden (peildatum datum van aanvraag) uitgeschreven is geweest uit het LRKP, overeenkomstig artikel 1.45, tweede lid van de Wet kinderopvang |
gratis |
|
Artikel 1.40 Vangnetbepaling |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: |
||
|
1. |
een beschikking op aanvraag voor zover daarover niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen |
€ 31,20 |
|
2. |
stukken of uittreksels, welke op aanvraag moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina |
€ 16,10 |
Hoofdstuk 2Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
|
Artikel 2.1 Definities |
|
|
1. |
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. |
|
2. |
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. |
|
3. |
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: |
|
- |
binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; |
|
- |
binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; |
|
- |
buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
|
4. |
In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:
|
|
5. |
Omgevingsoverleg: beoordeling van een initiatief, op verzoek van de initiatiefnemer, voorafgaand aan een vergunningaanvraag. Het omgevingsoverleg kan op verschillende manieren worden ingevuld, afhankelijk van de vraag van de initiatiefnemer en de impact van het initiatief. |
|
6. |
Bruto-vloeroppervlakte (BVO): Het Bruto-vloeroppervlakte (BVO) is het vloeroppervlak zoals bepaald in Bijlage 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. |
|
7. |
Gebruiksoppervlakte (GO): conform NEN2580: de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. |
|
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven |
|
|
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
a. |
omgevingsoverleg; |
|
b. |
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; |
|
c. |
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; |
|
d. |
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; |
|
e. |
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; |
|
f. |
intrekking van een omgevingsvergunning; |
|
g. |
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; |
|
h. |
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. |
|
Artikel 2.3 Bepalen tarief |
|
|
1. |
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. |
|
2. |
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. |
|
3. |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. |
|
4. |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. |
|
5. |
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. |
|
6. |
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. |
Paragraaf 2.2Voorfase
|
Artikel 2.4 Omgevingsoverleg |
||
|
a. |
Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: |
|
|
a.1 |
Voor een oriënterend initiatief / Informele vraag |
gratis |
|
a.2 |
Voor een conceptverzoek, wat ingeval van de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gepaard gaat met een concreet bouwplan (schetsplan) ten behoeve van een welstandsbeoordeling |
€ 250,00 |
|
a.3 |
Voor een officieel initiatief (BOPA Middelgroot en groot) |
€ 1.000,00 |
|
b. |
Voor een vooroverleg met de Odzob over een enkelvoudige vergunningaanvraag voor een of meerdere milieubelastende activiteiten |
€ 1.750,00 |
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
|
Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel) |
|||||
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, wordt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, bepaald op basis van de gebruiksfunctie(s) en de gebruiksoppervlakte daarvan zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze Legesverordening, waarbij voor het bouwtechnische deel het volgende percentage in rekening wordt gebracht voor de kosten zoals bepaald op basis van Bijlage 1 |
35% |
|||
|
2. |
Wanneer een bouwactiviteit meer dan één gebruiksfunctie kent, wordt het tarief bepaald op basis van de som van de tarieven per gebruiksfunctie en daaraan gekoppelde gebruiksoppervlakte. |
||||
|
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) |
|||||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|||||
|
a. 1. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een percentage van de kosten zoals bepaald op basis van Bijlage 1 |
65% |
|||
|
2. |
als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met: |
€ 422,00 |
|||
|
b. 1. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, verhoogd met: |
€ 839,00 |
|||
|
2. |
Voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit met binnenplanse afwijking, verhoogd met: |
€ 393,00 |
|||
|
c. 1. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met kleine afwijking conform artikel 1 van bijlage 2 bij deze verordening, verhoogd met: |
€ 393,00 |
|||
|
2. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met middelgrote afwijking conform artikel 2 van bijlage 2 bij deze verordening, verhoogd met: |
€ 1.500,00 |
|||
|
3. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met een grote afwijking conform artikel 3 van bijlage 2 bij deze verordening, verhoogd met: |
€ 7.195,00 |
|||
|
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk |
|||||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|||||
|
a. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 326,00 |
|||
|
b. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: |
€ 528,00 |
|||
|
c. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 528,00 |
|||
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
|
Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten |
||
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
a. |
voor een omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel [14] van de Erfgoedverordening Helmond 2011 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: |
|
|
1. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: |
gratis |
|
|
2. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: |
gratis |
|
|
2. |
Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: |
gratis |
|
3. |
Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening Helmond 2011 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:
|
|
|
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
a. |
voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: |
gratis |
|
b. |
voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: |
gratis |
|
Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht |
|||
|
(gereserveerd) |
|||
|
Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed |
|||
|
(gereserveerd) |
|||
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
|
Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 4.650,00 |
|
|
Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
a. |
per milieubelastende activiteit: |
€ 4.650,00 |
|
Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
a. |
per milieubelastende activiteit: |
€ 4.650,00 |
|
Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
a. |
per milieubelastende activiteit: |
€ 4.650,00 |
|
Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
a. |
per milieubelastende activiteit: |
€ 4.650,00 |
|
Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 4.650,00 |
|
|
Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
a. |
per milieubelastende activiteit: |
€ 4.650,00 |
|
Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 4.650,00 |
|
Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten |
||
|
1. |
Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. |
|
|
2. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt. |
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
|
Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit |
|||
|
(gereserveerd) |
|||
|
Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit |
|||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 3.250,00 |
||
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
|
Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven |
||
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Verordening Kabels en Leidingen Helmond 2014 bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit artikel als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten: |
|
|
a. bij een sleuflengte < 100 m1 en een lasgat /montagegat > 2 m2 |
€ 227,00 |
|
|
b. bij een sleuflengte ≥ 100 m1 |
€ 454,00 |
|
|
2. |
a. Het tarief onder lid 1.a en 1.b wordt verhoogd voor zover binnen de bebouwde kom gelegen met een bedrag per m1 sleuflengte |
€ 2,19 |
|
b. Het tarief onder lid 1.a en 1.b wordt verhoogd voor zover buiten de bebouwde kom te verhogen met een bedrag per m1 sleuflengte: |
||
|
tot 2000m1 |
€ 1,55 |
|
|
van 2000 tot 10.000 m1 |
€ 0,91 |
|
|
c. vanaf 10.000 m1 wordt een begroting opgesteld van de kosten voor de te voeren procedure (zijnde vergunningverlening, voorbereiding en toezicht). Deze kosten inclusief onderbouwing worden, voorafgaand aan de aanvraagbehandeling schriftelijk medegedeeld aan de aanvrager. Indien een begroting is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde |
|||
|
(gereserveerd) |
|||
|
Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg |
|||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 326,00 |
||
|
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg |
|||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2.1.5.2] van de APV Helmond 2020 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 326,00 |
||
|
Artikel 2.27 Uitweg/uitrit |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel [2.1.5.3] van de APV Helmond 2020 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
1. |
Per uitweg voor woningen |
€ 422,00 |
|
2. |
Per uitweg voor niet-woningen |
€ 844,00 |
|
Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 894,00 |
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
|
Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie |
|||
|
(gereserveerd) |
|||
|
Artikel 2.30 Kappen van bomen of vellen van houtopstanden |
|||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:3.3 van de Algemene plaatselijke verordening Helmond 2020 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 301,00 |
||
|
Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4.4.2a van de APV Helmond 2020 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
a. |
als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame: |
€ 264,00 |
|
Artikel 2.32 Voorwerpen op of aan de weg |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2.1.5.1 van de APV Helmond 2020 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
||
|
a. |
Voor het in, op of boven gemeentegrond, plaatsen, aanbrengen of hebben van afrasteringen, steigers en andere voorwerpen die verband houden met een bouwplaats of –projecten (werkterreinontheffing) |
€ 185,00 |
|
b. |
Voor het in, op of boven gemeentegrond plaatsen, aanbrengen of hebben van overige voorwerpen en stoffen: |
€ 185,00 |
|
Artikel 2.33 (gereserveerd) |
|
Artikel 2.34 Andere activiteiten |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: |
||
|
a. |
betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 106,00 |
|
b. |
betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 106,00 |
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
|
Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten |
||
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: |
||
|
a. |
voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:
|
|
|
per maatwerkvoorschrift: |
€ 839,00 |
|
|
b. |
in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: |
€ 839,00 |
|
Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten |
||
|
1. |
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit: |
€ 1.600,00 |
|
2. |
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: |
€ 1.600,00 |
|
Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten |
||
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: |
€ 1.600,00 |
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
|
Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel |
||
|
1. |
Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: |
|
|
a. |
een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur: |
€ 106,00 |
|
b. |
een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: |
€ 106,00 |
|
c. |
een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur |
€ 133,00 |
|
d. |
een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: |
€ 106,00 |
|
2. |
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
|
Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: |
€ 211,00 |
|
|
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning |
||
|
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning: |
€ 236,00 |
|
|
Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit: |
€ 3.250,00 |
|
|
Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, : |
gratis |
|
|
Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens |
||
|
(gereserveerd) |
||
|
Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten |
||
|
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. |
||
|
Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: |
||
|
a. |
in het geval dat de gemeente het omgevingsplan opstelt |
€ 12.200,00 |
|
b. |
het onder 2.45 lid a genoemde bedrag wordt verhoogd met het bedrag van de (externe) advieskosten, onderzoeken en benodigde ontheffingen, blijkend uit een begroting die door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld. Als een begroting als bedoeld in dit artikel is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
c. |
In het geval de initiatiefnemer het omgevingsplan opstelt, |
€ 6.862,00 |
|
mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||
|
d. |
artikel 2.45 lid b blijft onverminderd van kracht voor de (externe) advieskosten, onderzoeken en ontheffingen indien deze uitsluitend door de gemeente kunnen worden geleverd of door de gemeente zelf dienen te worden aangevraagd. |
|
Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: |
€ 106,00 |
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
|
Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag |
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: |
10% |
|
|
met een maximum van: |
€ 10.000,00 |
|
Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure |
||
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: |
||
|
a. |
als sprake is van een milieubelastende activiteit: |
€ 4.650,00 |
|
Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten |
||
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: |
||
|
a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: |
€ 850,00 |
|
|
b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: |
€ 850,00 |
|
|
c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: |
€ 850,00 |
|
|
d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: |
€ 850,00 |
|
|
e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: |
€ 850,00 |
|
|
f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): |
€ 3.450,00 |
|
|
g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: |
€ 850,00 |
|
Artikel 2.50 Advies |
||
|
1. |
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over een (concept-)aanvraag, een bouwinitiatief of een (ander) besluit op grond van de Omgevingswet: |
|
|
a. |
(vervallen) |
|
|
b. |
(vervallen) |
|
|
c. |
Voor een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen |
€ 920,00 |
|
d. |
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. |
|
|
2. |
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
Artikel 2.51 Instemming |
||
|
1. |
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: |
|
|
het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. |
||
|
2. |
Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
Paragraaf 2.13 Vermindering
|
Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg |
||
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: |
100% |
|
van de voor het omgevingsoverleg geheven leges. |
||
|
2. |
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:
|
|
Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag |
|||
|
(gereserveerd) |
|||
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
|
Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig |
|||
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: |
85% |
||
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
|||
|
Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten |
|||
|
a. |
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: |
50% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
|||
|
b. |
In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.55, onder a geldt tevens dat, in geval van een buiten behandeling gestelde aanvraag, éénmalig de resterende leges van deze aanvraag met de voor een vervolgaanvraag in rekening te brengen leges verrekend mogen worden, mits deze vervolgaanvraag binnen twaalf weken na de beschikkingsdatum is ingediend en het een gelijksoortig bouwplan betreft. |
||
|
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure |
|||
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: |
50% |
||
|
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure of wijziging omgevingsplan |
|||
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. Dit geldt ook voor een aanvraag tot wijziging van het omgevingsplan. De teruggaaf bedraagt: |
50% |
||
|
Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten |
|||
|
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 3 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: |
50% |
||
|
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten |
|||
|
a. |
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: |
50% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. |
|||
|
b. |
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. |
||
|
Artikel 2.60 Teruggaaf in verband met het realiseren van duurzaamheidsmaatregelen. |
|||
|
(Gereserveerd) |
|||
|
Artikel 2.61 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten |
|||
|
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. |
|||
|
Artikel 2.62 Minimumbedrag voor teruggaaf |
|||
|
Een bedrag minder dan € 100,00 wordt niet teruggegeven. |
|||
Hoofdstuk 3Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
Paragraaf 3.1Horeca
|
Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: |
||
|
1 |
een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in art. 2.3.1.2 APV Helmond 2020. |
€ 310,00 |
|
Indien tevens een aanvraag wordt ingediend op grond van artikel 3.2, onder 1.a van deze tarieventabel wordt het legesbedrag op grond van artikel 3.1 onder 1 niet in rekening gebracht. |
||
|
2 |
een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.9, vijfde lid APV Helmond 2020, per dag |
€ 26,50 |
|
Vermeerderd met een bedrag per 30 minuten of gedeelte daarvan ambtelijke ondersteuning in dit kader (reageren op reacties n.a.v. controles), uitsluitend voor het gedeelte boven de 30 minuten, van: |
€ 59,70 |
|
|
3 |
een melding tot het bijschrijven van leidinggevende(n) op het aanhangsel van de vergunning als bedoeld onder artikel 3.1 onder 1. |
€ 155,00 |
|
Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf |
||
|
1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: |
|
|
a. |
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: |
€ 389,00 |
|
b. |
een melding tot het bijschrijven van leidinggevende(n) op het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet: |
€ 194,00 |
|
c. |
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: |
€ 194,00 |
Paragraaf 3.2Seksbedrijven
|
Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
1.a |
om vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting (niet zijnde een seksbioscoop) ingevolge artikel 3.2.1 APV Helmond 2020. |
€ 3.708,00 |
|
1.b |
tot wijziging van een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting als bedoeld in het vorige lid |
€ 1.854,00 |
|
1.c |
tot wijziging als bedoeld bij 3.3.1.b indien het uitsluitend een wijziging in het beheerderschap betreft |
€ 739,00 |
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
2.a |
om vergunning voor het exploiteren van een seksbioscoop. |
€ 1.854,00 |
|
2.b |
tot wijziging van een vergunning voor het exploiteren van een seksbioscoop |
€ 1.113,00 |
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
3 |
om vergunning voor het exploiteren van een escortbedrijf ingevolge artikel 3.2.1 APV Helmond 2020 |
€ 1.854,00 |
|
Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf |
||
|
1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een verleende vergunning voor het exploiteren van een escortbedrijf |
€ 1.113,00 |
|
2 |
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag als bedoeld in artikel 3.3, onder 1.a tot en met 3 |
|
|
a |
Als een aanvrager zijn aanvraag als bedoeld in artikel 3.3, onder 1.a tot en met 3 intrekt voordat deze in behandeling is genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt 50%. |
|
|
b |
Als op een aanvraag als bedoeld in artikel 3.3, onder 1.a tot en met 3 afwijzend wordt beschikt, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt 50%. |
Paragraaf 3.3Winkeltijdenwet
|
Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
||
|
a. |
Tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden Helmond 2013 |
€ 49,50 |
|
b. |
tot het verlenen van toestemming ingevolge artikel 5 Verordening winkeltijden Helmond 2013 om een in het vorige onderdeel bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander |
€ 49,50 |
|
c. |
Het tarief bedraagt in verband met het wijzigen van één in de onderdelen 3.5.a of 3.5.b bedoelde aanvraag |
€ 49,50 |
Paragraaf 3.4Organiseren van evenementen
|
Artikel 3.6 Organiseren evenement |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag |
||
|
1 |
om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1.2a APV Helmond 2020 en de nota evenementenbeleid als het betreft: |
|
|
a. |
evenementen met de hoogste complexiteit m.b.t. openbare orde en veiligheid (C-categorie evenementen) |
€ 686,00 |
|
b. |
evenementen met een gemiddelde complexiteit m.b.t. openbare orde en veiligheid (B-categorie evenementen) |
€ 359,00 |
|
c. |
evenementen met de laagste complexiteit m.b.t. openbare orde en veiligheid (A-categorie evenementen) |
€ 43,30 |
|
Voornoemd legesbedrag laat onverlet de bevoegdheid om daarnaast van gemeentewege precariobelasting te heffen (zie geldende Verordening Precariobelasting Helmond). |
||
|
Wedstrijden betaald voetbal |
||
|
2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een voetbalvergunning ex artikel 2.2.2.5, eerste lid APV Helmond 2020: |
|
|
a. |
voor zover de aanvraag betrekking heeft op één wedstrijd |
€ 155,00 |
|
b. |
voor zover de aanvraag betrekking heeft op meerdere wedstrijden |
€ 310,00 |
|
Artikel 3.7 Organiseren markt |
||
|
(gereserveerd) |
Paragraaf 3.5Standplaatsen
|
Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt |
||||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: van een vergunning ingevolge artikel 15 “Nadere regels, beleidsregels en uitvoeringsbesluit warenmarkten Helmond 2011” voor het plaatsen van kramen op marktterreinen door kraamverhuurders, per jaar, voor elk per week te plaatsen aantal kramen van 50 stuks of gedeelte daarvan |
€ 72,80 |
|||
|
Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt |
||||
|
(gereserveerd) |
||||
|
Artikel 3.10 Losse standplaatsen |
||||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
||||
|
1. |
een ontheffing ingevolge van artikel 5.2.2, negende lid, APV Helmond 2020 (venten): |
€ 158,00 |
||
|
2. |
een standplaatsvergunning ingevolge artikel 5.2.3 APV Helmond 2020: |
|||
|
a |
een vaste standplaats |
€ 264,00 |
||
|
b |
een incidentele standplaats |
€ 264,00 |
||
Paragraaf 3.6Huisvestingswet 2014
|
Artikel 3.11 tot en met 3.17 |
||
|
(gereserveerd) |
Paragraaf 3.7In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
|
Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag |
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: |
€ 106,00 |
Besloten in de openbare vergadering van 4 november 2025.
Mij bekend,
de raadsgriffier
Bijlage 1: Tariefberekening Omgevingsvergunning bouwactiviteiten (behorend bij artikelen 2.5 en 2.6)
|
|
Gebruiksfunctie |
Basisbedrag |
Vermeerderd met /m2 ** |
|
|
a. Winkelfunctie /sportfunctie /bouwwerken geen gebouw zijnde /bijeenkomstfunctie /overige gebruiksfunctie |
|
|
|
GO =<20m2 |
|
€ 259,00 |
|
|
GO > 20m2 t/m 200m2 |
|
€ 259,00 |
€ 29,00 |
|
GO > 200m2 t/m 500m2 |
|
€ 5.479,00 |
€ 25,00 |
|
GO > 500m2 t/m 2.000m2 |
|
€ 12.979,00 |
€ 19,60 |
|
GO>2.000m2 |
|
€ 42.379,00 |
€ 18,30 |
|
Gebruiksfunctie |
Basisbedrag |
Vermeerderd met /m2 ** |
|
|
|
b. Kantoorfunctie /industriefunctie * |
|
|
|
GO =<20m2 |
|
€ 259,00 |
|
|
GO > 20m2 t/m 200m2 |
|
€ 259,00 |
€ 27,20 |
|
GO > 200m2 t/m 500m2 |
|
€ 5.155,00 |
€ 23,50 |
|
GO > 500m2 t/m 2.000m2 |
|
€ 12.205,00 |
€ 18,50 |
|
GO>2.000m2 |
|
€ 39.955,00 |
€ 17,40 |
|
Gebruiksfunctie |
Basisbedrag |
Vermeerderd met /m2 ** |
|
|
|
c. woonfunctie |
|
|
|
GO =<20m2 |
|
€ 306,00 |
|
|
GO >20m2 t/m 200m2 |
|
€ 306,00 |
€ 28,60 |
|
GO >200m2 t/m 500m2 |
|
€ 5.454,00 |
€ 24,50 |
|
GO >500m2 t/m 2.000m2 |
|
€ 12.804,00 |
€ 19,20 |
|
GO >2.000m2 |
|
€ 41.604,00 |
€ 18,00 |
|
Gebruiksfunctie |
Basisbedrag |
Vermeerderd met /m2 ** |
|
|
|
d. onderwijsfunctie/logies-functie/gezondheids-functie |
|
|
|
GO =< 20m2 |
|
€ 306,00 |
|
|
GO >20m2 t/m 200m2 |
|
€ 306,00 |
€ 28,60 |
|
GO >200m2 t/m 500m2 |
|
€ 5.454,00 |
€ 11,60 |
|
GO >500m2 t/m 2.000m2 |
|
€ 8.934,00 |
€ 5,90 |
|
GO > 2.000m2 |
|
€ 17.784,00 |
€ 3,90 |
|
Gebruiksfunctie |
Basisbedrag |
Vermeerderd met / m2 ** |
|
|
|
e. Overige bouwwerken geen gebouw zijnde |
|
|
|
Gevel-wijzigingen |
|
€ 306,00 |
|
|
wanden/ en andere (erf) afscheidingen |
|
€ 306,00 |
|
|
|
|
|
|
|
BVO > 2m2 en hoogte tot 5m1 |
|
€ 306,00 |
€ 5,90 |
|
BVO > 2m2 en hoogte > 5m1 |
|
€ 686,00 |
€ 12,10 |
|
Idem, niet genoemd per bouwwerk ongeacht hoogte en grondopp. < 2m2 |
€ 242,00 |
|
|
Gebruiksfunctie |
Basisbedrag |
Vermeerderd met / m2 ** |
|
|
f. Tijdelijke gebouwen tot maximaal 5 jaar (woonunit/ kantoorunit of andersoortige werkunit) |
|||
|
GO =< 20m2 |
€ 306, 00 |
||
|
GO > 20m2 |
€ 306, 00 |
€ 6,95 |
* Bij inpandige verbouwingen van een bestaand gebouw wordt het legesbedrag uit bovenstaande tabellen a t/m d van deze bijlage met 50% verminderd.
** Het bedrag uit de kolom “Basisbedrag” wordt vermeerderd met het bedrag per m2 boven het minimum BVO zoals genoemd in de eerste kolom van de bovenstaande tabellen a t/m f.
Bovenstaand overzicht zal worden gehanteerd vanaf 1 januari 2026.
Bijlage 2: Toelichting op begrip afwijkingen
Artikel 1: Kleine afwijking
- 1.
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan bij een woning;
- 2.
overige bijbehorende bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- a)
niet hoger dan 6 m;
- b)
de oppervlakte niet meer dan 150 m2 bedraagt;
- a)
- 3.
een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29, onder p, van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- a)
niet hoger dan 5 m, en
- b)
de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
- a)
- 4.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- a)
niet hoger dan 10 m, en
- b)
de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
- a)
- 5.
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
- 6.
een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
- 7.
een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;
- 8.
het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
- 9.
een functiewijziging van bestaande bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van het bij die bouwwerken behorende aansluitende terrein, mits
- a)
gebruiksoppervlakte niet groter dan 200 m²; en
- b)
geen advies en instemming provincie of bindend adviesrecht gemeenteraad van toepassing is; en
- c)
er niet meer woningen worden gerealiseerd dan rechtstreeks in het omgevingsplan toegestaan is;
- a)
- 10.
tijdelijke (woon)units, mantelzorgwoningen en soortgelijke bouwwerken.
Artikel 2: Middelgrote afwijking
- 1.
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, niet bij een woning, met een hoogte van meer dan 6 meter, of een oppervlakte van meer dan 150 m² ;
- 2.
een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29, onder p, van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, dat:
- a)
hoger is dan 5 m, of
- b)
een oppervlakte heeft van meer dan 50 m²;
- a)
- 3.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, dat
- a)
hoger is dan 10 m, of
- b)
een oppervlakte heeft van meer dan 50 m²;
- a)
- 4.
een antenne-installatie, indien hoger dan 40 m;
- 5.
een functiewijziging van bestaande bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, indien
- a)
deze een groter gebruiksoppervlakte beslaat dan 200 m²; of
- b)
hierop advies en instemming provincie of bindend adviesrecht gemeenteraad van toepassing is; of
- c)
er meer woningen worden gerealiseerd dan rechtstreeks in het omgevingsplan toegestaan is.
- a)
Artikel 3: Grote afwijking
Alle overige afwijkingen die niet onder artikel 1 en 2 zijn benoemd.
TOELICHTING LEGESVERORDENING HELMOND 2026
Algemeen
Wettelijke basis
De leges worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet. De legesheffing voor reisdocumenten en de Nederlandse identiteitskaart berust niet op artikel 229 van de Gemeentewet, maar op artikel 7 van de Paspoortwet, in samenhang met artikel 2, tweede lid, van die wet (wijziging Paspoortwet per 9 maart 2014).
Vanaf 1 januari 1995 komt het begrip ‘leges’ niet meer voor in de Gemeentewet. De reden hiervan is dat er geen wezenlijke verschillen bestaan tussen leges en andere rechten. Het begrip ‘rechten’ in artikel 229 van de Gemeentewet omvat mede de leges. In deze verordening is ervoor gekozen (analoog aan de modelverordening) de rechten ‘leges’ te blijven noemen, omdat het hier gaat om een ingeburgerd en herkenbaar begrip. Bovendien gaat het in vrijwel alle gevallen om het in behandeling nemen van aanvragen en vergunningen e.d. en om het verstrekken van documenten.
In verband met artikel 10 van de modelverordening leges (overdracht van bevoegdheden) is in de aanhef eveneens artikel 156, eerste en tweede lid, onder h, van de Gemeentewet genoemd.
Artikel 4 Vrijstellingen
Regelt de vrijstellingen.
Nieuwe jurisprudentie:
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:5354
Omgevingsvergunning aangevraagd tbv een aanleg van een project behorend tot het voor het publiek openstaande wegennet binnen de gemeente is een publieke taak van de gemeente.
Artikel 10, Overdracht van bevoegdheden:
Omdat een aantal (maximum)-tarieven pas aan het einde van het jaar worden vastgesteld en/of bekendgemaakt is het praktisch erg lastig om die nog mee te nemen bij de begrotingsbehandeling, waarbij ook de belastingverordeningen worden meegenomen. Daarvoor is in dit artikel geregeld, dat voor een beperkt en limitatief genoemd aantal tarieven het college bevoegd is deze te wijzigen.
Tarieventabel:
Algemeen:
Indeling van de tarieventabel
Gelet op artikel 229b van de Gemeentewet en de (on)mogelijkheden tot kruissubsidiëring als gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (zie de toelichting op artikel 5 van de verordening) is de tarieventabel in drie hoofdstukken onderverdeeld:
- –
hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening;
- –
hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet;
- –
hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2.
Kruissubsidiëring
Binnen hoofdstuk 1 is kruissubsidiëring mogelijk tussen de verschillende hoofdstukken. Hetzelfde geldt voor hoofdstuk 2. De wetgever gaat er bij de omgevingsvergunning van uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening daarbuiten. Maar kruissubsidiëring tussen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 is niet verboden, nu de wetgever artikel 229b van de Gemeentewet niet heeft gewijzigd. Dit blijkt ook uit Hoge Raad 13 februari 2015, nr. 14/00655, ECLI:NL:HR:2015:282. De Hoge Raad oordeelt dat de toets aan de opbrengstlimiet van artikel 229b Gemeentewet niet strenger is geworden door de komst van de Wabo. Overigens zijn in hoofdstuk 2 ook een paar andere diensten opgenomen die verband houden met de fysieke leefomgeving of de omgevingsvergunning paragrafen 2, 8 en 9).
Op basis van artikel 13, tweede lid, van de Europese Dienstenrichtlijn geldt voor hoofdstuk 3 dat slechts kruissubsidiëring binnen elk hoofdstuk mogelijk is. Een hoofdstuk in hoofdstuk 3 betreft een individueel vergunningstelsel dan wel een cluster van samenhangende vergunningstelsels. Elke paragraaf van hoofdstuk 3 dient de gemeente te controleren op kostendekkendheid. Indien uit controle blijkt dat er op het betreffende vergunningstelsel of samenhangende vergunningstelsels winst wordt gemaakt, dienen de tarieven te worden aangepast tot of onder 100% kostendekkendheid. Hierbij wordt nog opgemerkt, dat de Hoge Raad prejudiciële vragen heeft gesteld over de toepassing van de Europese Dienstenrichtlijn op legesheffing (Hoge Raad 5 juni 2015, nr. 13/03931, ECLI:NL:HR:2015:1467).
Een en ander betekent dat (ook) bij de leges een nauwkeurige, op controleerbare wijze vastgelegde kostentoerekening nodig is. Voor de tariefstelling moet de gemeente nagaan wat de kostprijs van de verschillende diensten is. Vervolgens kan de gemeente een beslissing nemen over de mate van kruissubsidiëring (voor zover mogelijk) tussen de verschillende diensten en de mate waarin zij het profijtbeginsel wil laten doorwerken in het tarief. Zie het model kostenonderbouwing leges omgevingsvergunning, te vinden op www.vng.nl.
In de eerdergenoemde uitspraak van Hoge Raad 5 juni 2015, nr. 13/03931, ECLI:NL:HR:2015:1467, oordeelt de Hoge Raad:
2.3.4. Het (…) ten aanzien van “kruissubsidiëring” geciteerde uitgangspunt van het kabinet heeft niet geleid tot wetgevende maatregelen. Ook is geen gebruik gemaakt van de in artikel 2.9, lid 2, Wabo opgenomen bevoegdheid om nadere regels te stellen voor de toepassing van artikel 229b, lid 1, letter b, van de Gemeentewet. Evenmin is die bepaling in de Gemeentewet zelf gewijzigd.
2.4. Hetgeen hiervoor in 2.3 is vooropgesteld leidt tot de gevolgtrekking dat de beoordeling van de opbrengstlimiet ook thans nog moet plaatsvinden in het licht van hetgeen ondubbelzinnig uit de ontstaansgeschiedenis van die bepaling volgt, namelijk toepassing van de daarin neergelegde toets op 'het totaal van de geraamde baten van de rechten die in een verordening zijn geregeld, en het totaal van de geraamde lasten die de werkzaamheden meebrengen waarvoor deze rechten geheven worden' (zie HR 4 februari 2005, nr. 38860, ECLI:NL:HR:2005:AP1951, BNB 2005/112).’
Voor de toets aan de opbrengstlimiet blijven de totaal geraamde baten en lasten van alle tarieven uit de legesverordening dus van belang.
Artikel 1.17 Verstrekkingen gegevens obv het Besluit BRP:
In Artikel 1.17 zijn leges opgenomen voor het aan betrokkenen verstrekken van schriftelijke gegevens als bedoeld in artikel 17 van het Besluit brp. In artikel 10, tweede lid, van de Regeling basisregistratie personen is hiervoor een maximumtarief opgenomen van € 7,50.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit tarief moet wijken voor de vrijstelling van artikel 41 van de Wet Uitkeringen vervolgingsslachtoffers en artikel 52 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers, waarin staat dat de gevraagde inlichtingen kosteloos moeten worden verstrekt. In dat geval kunnen deze leges dus niet worden geheven (Hoge Raad 10 juni 2005, nr. 39814, LJN: AT7214).
Artikel 1.33:
1.2.d door de afsluiting van de Broekstraat moet sluipverkeer uit de woonstraten geweerd worden. Afspraken hierover zijn op bestuurlijk niveau bij de opzet van de omgeving tussen gemeente Helmond en gemeente Geldrop-Mierlo gemaakt. Daarbij is bepaald dat de knip in de Broekstraat pas zou worden gemaakt als de wijk Liverdonk gereed is met als voorwaarden dat de inwoners van ’t Broek geen dupe mogen worden van deze afsluiting en dus een ontheffing zouden moeten krijgen
1.2.e Voor een ontheffing voor de Rondgang op Sportcampus de Braak komen uitsluitend de gebruikers van de Sportcampus, behorende bij de volgende adressen in aanmerking:
- –
Rembrandtlaan 26 (Praktijkcollege OMO SG Helmond)
- –
Rembrandtlaan 26B (Helmond Sport)
- –
Rembrandtlaan 26C (SV De Braak)
- –
Rembrandtlaan 26D (Sporthal De Knip OMO SG Helmond)
- –
Rembrandtlaan 30 (Dr. Knippenbergcollege OMO SG Helmond)
- –
Braakse Boschdijk1A (korfbalclub OEC)
- –
Braakse Boschdijk1A (BSO De Sportstuif)
2.1 Gehandicaptenparkeerplaats
Artikel 29 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) bepaalt dat: de kosten, voortvloeiende uit de plaatsing van het bord E06, behorende bij het RVV 1990, kunnen worden verhaald op degene of degenen ten behoeve van wie het bord wordt geplaatst.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl