Mandaatbesluit schuldhulpverlening gemeente Assen 2026

Geldend van 19-12-2025 t/m heden

Intitulé

Mandaatbesluit schuldhulpverlening gemeente Assen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen, hierna te noemen “het college”;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs) en de Faillissementswet (Fw);

overwegende dat Stichting de Gemeentelijke Kredietbank (hierna te noemen: ‘de GKB’) de gemeentelijke schuldhulpverlening uitvoert op grond van een gesloten deelnemings- en uitvoeringsovereenkomst;

Besluit:

Vast te stellen Mandaatbesluit schuldhulpverlening gemeente Assen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen;

  • beleidsregels: de door het college vastgestelde beleidsregels die de toegang tot de gemeentelijke

  • schuldhulpverlening en de voorwaarden voor voortzetting van schuldhulpverlening regelen;

  • overeenkomst: de door de gemeente met de GKB afgesloten deelnemings- en uitvoeringsovereenkomst tot uitvoering van schuldhulpverlening (waaronder budgetbeheer);

  • gemandateerde: directeur-bestuurder van de GKB;

  • mandaat: de bevoegdheid om in naam van het bevoegde bestuursorgaan besluiten te nemen;

  • ondermandaat: de bevoegdheid van de gemandateerde om mandaat te verlenen aan een ander binnen zijn organisatie;

  • beslissingsmandaat: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan een besluit te nemen en te ondertekenen.

Artikel 2 Mandaat

Het college verleent mandaat aan de directeur-bestuurder van de GKB als uitvoerder van schuldhulpverlening. Het mandaat betreft de hierna genoemde bevoegdheden, alsmede de ondertekening van de daaruit voortvloeiende stukken. Het betreft de bevoegdheden voortvloeiend uit de Awb, Wgs, het Bgs en Fw:

  • 1.

    om te beslissen op een verzoek van een inwoner van de gemeente tot toelating tot de schuldhulpverlening (artikel 3 Wgs);

  • 2.

    om te beslissen op een verzoek van een inwoner van een gemeente tot het aanvragen van een afkoelingsperiode (artikel 5 Wgs);

  • 3.

    om namens het college een verzoekschrift tot toepassing van een afkoelingsperiode te richten aan de daartoe bevoegde rechtbank. (artikel 5 lid 1 Wgs) en het college te vertegenwoordigen bij de zitting waarop de rechtbank zal beslissen op het verzoek;

  • 4.

    om namens het college een verzoekschrift tot tussentijdse beëindiging van de afkoelingsperiode te richten aan de daartoe bevoegde rechtbank (artikel 8 Bgs) en het college te vertegenwoordigen bij de zitting waarin op het verzoek wordt beslist;

  • 5.

    om namens het college aan gerechtsdeurwaarders, verstrekkers van signalen, schuldeisers, bewindvoerders en kredietverstrekkers gegevens te verstrekken die voortvloeien uit de uitvoering van deze wet, die deze instanties nodig hebben in verband met de uitoefening van hun taak en dienstverlening (artikel 8 Wgs en artikel 17 Bgs).

  • 6.

    om door middel van het aanbod van één of meer diensten invulling te geven aan een verzoek om schuldhulpverlening van de betreffende inwoner;

  • 7.

    om aan de betreffende inwoner verplichtingen die samenhangen met de goede uitvoering van de aangeboden schuldhulpverlening op te leggen;

  • 8.

    om een verzoek van een inwoner voor een specifieke dienst te weigeren;

  • 9.

    om de schuldhulpverlening aan de inwoner te beëindigen indien deze niet voldoet aan de opgelegde voorwaarden en/of de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en/of gemeentelijke beleidsregels;

  • 10.

    om alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn voor een juiste uitvoering van de schuld- hulpverlening van de betrokken inwoner;

  • 11.

    het afgeven van een verklaring ex Art. 285f Fw, ten behoeve van de aanvraag voor de Wet schuldsanering Natuurlijke Personen;

  • 12.

    het treffen van een buitengerechtelijke schuldregeling zoals vermeld in artikel 288 lid 2 onder b. Fw;

  • 13.

    om gebruik te maken van de bevoegdheden uit hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4 van de Awb;

  • 14.

    om klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 Awb tegen gedragingen in het kader van de uitoefening van de in de voorgaande leden bedoelde taken en bevoegdheden af te handelen.

Artikel 3 Uitzonderingen

  • 1.

    De mandataris legt een namens het college te nemen besluit vooraf aan het college voor, indien:

    • a.

      De uitoefening van de toegekende bevoegdheid politieke consequenties heeft of vermoedelijk zal krijgen;

    • b.

      Van de uitoefening van de toegekende bevoegdheid precedentwerking is te verwachten;

    • c.

      De gemandateerde besluiten de nodige publiciteit kunnen genereren.

  • 2.

    Indien belangrijke financiële consequenties c.q. risico’s uit het te nemen besluit voortvloeien wordt die beslissing aan het college voorgelegd.

Artikel 4 Ondertekening

Ingeval van uitoefening van een beslissingsmandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

“Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen namens deze,” gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde dan wel ondergemandateerde, zijn handtekening en naam.

Artikel 5 Ondermandaat

Gemandateerde is bevoegd om aan functionarissen binnen zijn organisatie voor de genoemde bevoegd- heden ondermandaat te verlenen.

Artikel 6 Afwezigheid

Bij afwezigheid van functionarissen aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervanger.

Artikel 7 Handelingen gemandateerde

Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 van dit besluit handelt de gemandateerde in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften, beleidsregels en de overeenkomst.

Artikel 8 Naam besluit

Dit besluit kan worden aangehaald als “Mandaatbesluit schuldhulpverlening gemeente Assen 2026”.

Artikel 9 Intrekken oud mandaatbesluit

Het Mandaatbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Assen inzake schuldhulpverlening, vastgesteld, 26 maart 2013 wordt ingetrokken.

Artikel 10 Overgangsbepalingen

Besluiten, genomen krachtens het mandaatbesluit bedoeld in artikel 9, die golden op het moment van de inwerkingtreding van dat mandaatbesluit en waarvoor dit mandaatbesluit overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens dit mandaatbesluit.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 9 december 2025

T. Dijkstra M.L.J. Out

secretaris burgemeester

Geaccepteerd door de directeur-bestuurder van de GKB op 11 december 2025

M.B. Nascimento - Poelman

Directeur-bestuurder van de GKB