Verordening haven- en kadegelden Goeree-Overflakkee 2026

Geldend van 20-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening haven- en kadegelden Goeree-Overflakkee 2026

De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeldenGoeree-Overflakkee 2026.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • beroepsvaartuig: vaartuig dat wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen tegen betaling, waaronder coasters, binnenvaartschepen, tankschepen en (beroeps)vissersschepen;

  • dag: periode van 24 uren, aanvangende bij binnenkomst in de haven, of een gedeelte daarvan;

  • dagdeel: deel van een kalenderdag, tussen 09.00 en 20.00 uur;

  • goederen: alle zaken die in het economisch verkeer een waarde bezitten;

  • haven: het voor de openbare dienst bestemde, uit land en water bestaande gemeentelijk gebied, zoals aangegeven op de in bijlagen behorende bij deze verordening opgenomen kaarten, met werken en voorzieningen ten behoeve van het vervoer over water, het meren van vaartuigen of het laden, lossen of opslaan van goederen;

  • historisch vaartuig: vaartuig dat meer dan 65 jaar oud is, vaart onder Nederlandse vlag, langer is dan 15 m1, een historische uitstraling heeft en niet bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd;

  • kortstondig gebruik: gebruik voor een periode van minder dan vier weken, op een aangegeven ligplaats;

  • laadvermogen: maximale belasting van het schip, uitgedrukt in tonnen, zoals blijkt uit de bij het schip behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt;

  • lengte: grootste van de drie afmetingen van het vaartuig inclusief vaste uitstekende delen (de lengte over alles), uitgedrukt in strekkende meters (m1), zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt;

  • maand: kalendermaand of een gedeelte daarvan;

  • meetbrief: meetbrief die voldoet aan de eisen, neergelegd in het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, Londen 1969 (Traktatenblad 1979, nummers 122 en 194);

  • oppervlakte: product van de lengte over alles en de grootste breedte inclusief vaste uitstekende delen, uitgedrukt in vierkante meters (m²), zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt;

  • passagiersschip: vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van ten minste twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen;

  • pleziervaartuig: vaartuig dat wordt gebruikt voor vermaak, ontspanning of amateurvisserij, zoals kano's, roeiboten, pleziermotor- en zeiljachten en soortgelijke vaartuigen voor vermaak of ontspanning;

  • pontonboot: drijvend platform dat als voornaamste doel heeft het ondersteunen van datgene wat er op staat of ligt;

  • schipper: degene die over een vaartuig het gezag voert of die feitelijk met het gezag is belast of, bij afwezigheid van deze gezagvoerder, de eigenaar van het vaartuig of degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven, dan wel degene die als vertegenwoordiger voor een van dezen optreedt;

  • ton: een massa van 1.000 kilogram;

  • vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;

  • week: periode van zeven achtereenvolgende dagen of een gedeelte daarvan;

  • werkschip: schip dat dient en uitgerust is om werkzaamheden in of aan waterwegen uit te voeren.

Artikel 2 Haven- en kadegeld

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • a.

    havengeld;

  • b.

    kadegeld.

Hoofdstuk 2 Havengeld

Artikel 3 Belastbaar feit

  • 1. Onder de naam havengeld wordt een recht geheven voor het kortstondig gebruik van de haven met een vaartuig of voor het genot van door of vanwege de gemeente in verband hiermee verleende diensten.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt onder de naam havengeld eveneens een recht geheven voor het gebruik van de haven op daartoe aangegeven ligplaatsen gedurende een aaneengesloten periode tussen 1 november tot 1 april met een vaartuig of voor het genot van door of vanwege de gemeente in verband hiermee verleende diensten.

Artikel 4 Belastingplicht

Belastingplichtig voor het havengeld is de schipper van het vaartuig.

Artikel 5 Vrijstellingen

Het havengeld wordt niet geheven voor:

  • a.

    vaartuigen welke dienst doen als roeiboten en behoren bij binnenvaartuigen waarvoor reeds havengeld ingevolge deze verordening is verschuldigd;

  • b.

    vaartuigen van de gemeente, de politie, het leger, de marine, de provincie en Rijkswaterstaat, het loodswezen, of vaartuigen voor de betonning, bebakening en verlichting van vaarwater;

  • c.

    beroepsvaartuigen welke door ijsgang, storm, ondiepte of dergelijke redenen van overmacht gedwongen zijn in de haven te blijven;

  • d.

    baggermachines met bijbehorende sleepboot en vaartuigen, die gebezigd worden voor vervoer van specie, gedurende de tijd dat zij in de haven gebruikt worden;

  • e.

    vaartuigen waarmee een veerdienst wordt onderhouden;

  • f.

    voor het te water laten of uit het water halen van een vaartuig vanaf de gemeentelijke trailerhelling.

Artikel 6 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1. Het havengeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Wanneer een vaartuig kennelijk niet meer overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt, wordt bij de toepassing van de tarieven uitgegaan van de feitelijke omstandigheden.

  • 3. Bij de berekening van het havengeld wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde tijdseenheid of tonnen-, lengte- of oppervlaktemaat als een volle eenheid aangemerkt.

  • 4. De in de tarieventabel opgenomen tarieven gelden per dagdeel, per dag, per week of per kalendermaand van het belastingtijdvak.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1. Het belastingtijdvak voor de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid, is de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet.

  • 2. Indien na afloop van het belastingtijdvak, bedoeld in het eerste lid, het gebruik en of genot van de haven opnieuw aanvangt, vangt een nieuw belastingtijdvak aan.

  • 3. Het belastingtijdvak voor de heffing bedoeld in artikel 3, tweede lid, is de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Het havengeld is verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van de haven of het genot van de dienstverlening.

Hoofdstuk 3 Kadegeld

Artikel9 Belastbaar feit

Onder de naam kadegeld wordt een recht geheven voor het gebruik van de haven voor het laden, lossen of opslaan van goederen of voor het gebruik van de haven voor het verblijf met een camper, of voor het genot van door of vanwege de gemeente in verband hiermee verleende diensten.

Artikel10 Belastingplicht

Belastingplichtig is degene die van de haven gebruik maakt om goederen te laden, te lossen of op te slaan of om er te verblijven in een camper.

Artikel11Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1. Het kadegeld wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Bij de berekening van het verschuldigde kadegeld wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde tijdseenheid of tonnen- of oppervlaktemaat als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel12 Ontstaan van de belastingschuld

Het kadegeld is verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van de haven of het genot van de dienstverlening.

Hoofdstuk 4 Heffing en invordering

Artikel13Wijze van heffing

  • 1. De havengelden en kadegelden worden geheven bij wijze van een mondelinge kennisgeving of schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. De schriftelijke kennisgeving wordt door toezending of uitreiking aan de belastingplichtige bekendgemaakt.

  • 2. Een schriftelijke kennisgeving wordt slechts toegezonden, indien door de belastingplichtige een geldig KvK-nummer wordt verstrekt.

Artikel14 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9 van de Invorderingswet 1990 moeten de havengelden en kadegelden worden betaald op het moment van de mondelinge kennisgeving, dan wel op het moment van het uitreiken van de schriftelijke kennisgeving. Daarbij kan uitsluitend met pin worden betaald.

  • 2. Ingeval van toezending van de schriftelijke kennisgeving moeten de havengelden en kadegelden worden betaald binnen vier weken na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen van betaling.

Artikel15 Kwijtschelding en restitutie

  • 1.

    Bij de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding verleend.

  • 2.

    Restitutie wordt niet verleend.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 16 Overgangsrecht

De Verordening haven- en kadegelden Goeree-Overflakkee 2025 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor de in artikel 17, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing hebben voorgedaan.

Artikel 17 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening haven- en kadegelden Goeree-Overflakkee 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

van de gemeente Goeree-Overflakkee op 18 december 2025

drs. G. Brand mr. A. Grootenboer-Dubbelman

griffier voorzitter

Bijlage I – Tarieventabel

behorende bij de Verordening haven- en kadegelden Goeree-Overflakkee 2026

Hoofdstuk 1 Algemeen

1.1

De bedragen in deze tabel zijn inclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting

1.2

De in deze tabel genoemde havens en camperplaatsen zijn aangegeven op de in bijlagen behorende bij deze verordening opgenomen kaarten

Hoofdstuk 2Maatstaven van heffing en tarieven van het havengeld in de haven ‘Middelharnis’

2.1

Het havengeld in de haven ‘Middelharnis’ bedraagt voor:

2.1.1

een bezoekend pleziervaartuig, in de onder bijlage II bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide groene zone:

2.1.1.1

in de periode 1 april tot 1 oktober, per m1 van de lengte, per dag

€ 1,95

2.1.1.2

in de periode vanaf 1 oktober tot en met 31 maart, per m1 van de lengte, per dag

€ 1,70

2.1.1.3

in de onder bijlage II bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide blauwe zone na een tijdsduur van twee uren:

tot een lengte van 8 m1, per dagdeel

€ 7,50

vanaf een lengte van 8 m1 tot een lengte van 12,5 m1, per dagdeel

€ 15,00

met een lengte vanaf 12,5 m1, per dagdeel

€ 20,00

2.1.2

een passagiersschip, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone, per m1 van de lengte, per dag

€ 0,93

2.1.3

een beroepsvaartuig, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone:

2.1.3.1

dat in de haven geheel of gedeeltelijk geladen of gelost wordt, per ton laadvermogen, per vracht en voor de duur van ten hoogste zeven aaneengesloten dagen

€ 0,14

2.1.3.2

vanaf de 8e dag tot maximaal 21 dagen, per ton per dag

€ 0,01

2.1.3.3

in andere gevallen, per ton laadvermogen, per dag

€ 0,014

met een minimum voor de eerste dag van

€ 25,00

2.1.4

een pontonboot, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone:

2.1.4.1

ongemotoriseerd, per m1 van de lengte, per week

€ 0,25

2.1.4.2

gemotoriseerd, per m1 van de lengte, per week

€ 0,93

2.1.5

een werkschip, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone, per m1 van de lengte, per dag

€ 0,93

2.1.6

een ligplaats voor een pleziervaartuig uitsluitend in de periode tussen 1 november tot 1 april, in de onder bijlage II bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide groene zone

€ 600,00

2.1.6.1

voor een gedeelte van de onder 2.1.6 genoemde periode per vier weken of een gedeelte daarvan

€ 150,00

2.1.7

een vaartuig dat wordt gebruikt als Korpsschip voor het Zeekadettencorps, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone, met een maximale lengte van 40 m1, en een maximale verblijfsduur van zeven aaneengesloten dagen, per dag

€ 10,00

voor de maximale verblijfsduur geldt een maximumbedrag van

€ 50,00

2.1.8

overige bezoekende vaartuigen, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone, per vaartuig, per m² van de oppervlakte, per week

€ 0,25

2.2

Het kadegeld bedraagt voor het te water laten of uit het water halen van een vaartuig vanaf een openbare kade in de haven, per m1 van de lengte, zulks met uitzondering van het gebruik van de gemeentelijke trailerhelling, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone

€ 15,00

2.3

Het havengeld bedoeld in de onderdelen 2.1.1, voor historische vaartuigen wordt geheven over maximaal 17 m1 lengte.

2.4

Het havengeld wordt vermeerderd met de geleverde hoeveelheid elektra uit de daarvoor aangewezen stroomkasten: per kWh

€ 0,57

Hoofdstuk 3 Maatstaven van heffing en tarieven van het havengeld in de overige havens

3.1

Het havengeld in de overige havens, in de onder bijlage IV bij deze verordening opgenomen kaart bedraagt voor:

3.1.1

een beroepsvaartuig:

3.1.1.1

dat in de haven geheel of gedeeltelijk geladen of gelost wordt, per ton laadvermogen, per vracht en voor de duur van ten hoogste zeven aaneengesloten dagen

€ 0,10

3.1.1.2

in andere gevallen dan bedoeld in 3.1.1.1, per ton laadvermogen, per dag

€ 0,01

3.1.1.3

overige bezoekende vaartuigen, per vaartuig, per m² van de oppervlakte, per week

€ 0,25

3.2

Het havengeld bedraagt, in de onder bijlage IV bij deze verordening opgenomen kaart, voor het te water laten of uit het water halen van een vaartuig vanaf een openbare kade in de haven, per m1 van de lengte

€ 15,00

3.3

Het havengeld wordt vermeerderd met de geleverde hoeveelheid elektra uit de daarvoor bestemde stroomkasten: per kWh

€ 0,57

Hoofdstuk 4 Maatstaven van heffing en tarieven van het kadegeld in de haven ‘Middelharnis’

4.1

Het kadegeld in de haven ‘Middelharnis’, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone bedraagt voor:

4.1.1

het laden en lossen van goederen, per ton

€ 0,216

4.1.2

het gebruik van de laad- en loswal anders dan bedoeld onder 4.1.1, per m² van de oppervlakte, per dag

€ 1,55

4.2

Het kadegeld wordt vermeerderd met de geleverde hoeveelheid elektra uit de daarvoor bestemde stroomkasten: per kWh

€ 0,57

4.3

Het kadegeld bedraagt, in de onder bijlage III bij deze verordening opgenomen kaart aangeduide rode zone, voor het te water laten of uit het water halen van een vaartuig vanaf een gemeentelijke kade in de haven, per m1 van de lengte

€ 15,00

Hoofdstuk 5 Maatstaven van heffing en tarieven overige diensten

5.1

Het gebruikmaken van de kade met een camper in de haven van Middelharnis op een plaats zoals aangeduid in de onder bijlage II bij deze verordening opgenomen kaart, per nacht met een maximum van zeven aaneengesloten dagen in een belastingjaar

€ 17,50

Behorend bij raadsbesluit van 18 december 2025.

De griffier van de gemeente Goeree-Overflakkee,

drs. G. Brand

Bijlage II - Haven binnen Middelharnis

afbeelding binnen de regeling

Bijlage III - Haven buiten Middelharnis

afbeelding binnen de regeling

Bijlage IV - Overige havens

afbeelding binnen de regeling