Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750591
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750591/1
Verordening precariobelasting standplaatsen Goeree-Overflakkee 2026
Geldend van 20-12-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening precariobelasting standplaatsen Goeree-Overflakkee 2026De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ;
gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de Verordening precariobelasting standplaatsen Goeree-Overflakkee 2026.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
- –
dag: een kalenderdag;
- –
dagdeel: een periode van maximaal 4 uren op één kalenderdag dat een standplaats in gebruik is genomen met voorwerpen;
- –
jaar: kalenderjaar;
- –
maand: kalendermaand;
- –
standplaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5:17 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goeree-Overflakkee 2020;
- –
vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;
- –
week: een periode van 7 dagen, beginnend op zondag.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'precariobelasting standplaatsen' wordt een belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven een voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ten behoeve van een standplaats.
Artikel 3 Belastingplicht
- 1.
De precariobelasting wordt geheven van degene die de standplaats onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie de standplaats onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig is.
- 2.
In afwijking van het eerste lid wordt, indien burgemeester en wethouders een vergunning hebben verleend voor het hebben van de standplaats onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet de standplaats onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 4 Vrijstellingen
De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
- a.
een standplaats voor maatschappelijk/sociaal-culturele en charitatieve activiteiten of activiteiten op het gebied van volksgezondheid, met een niet-commercieel karakter;
- b.
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarief
- 1.
De precariobelasting standplaatsen wordt berekend naar het aantal dagdelen en bedraagt voor:
aantal dagdelen
per week:
tarief per maand
tarief per jaar
1
€ 26
€ 308
2
€ 52
€ 617
3
€ 73
€ 873
4
€ 95
€ 1.130
5
€ 112
€ 1.335
6
€ 129
€ 1.540
7
€ 142
€ 1.695
8
€ 155
€ 1.848
9
€ 163
€ 1.952
≥ 10
€ 172
€ 2.054
- 2.
Wanneer de standplaats voorzien is van een elektriciteitsvoorziening van de gemeente, wordt de precariobelasting standplaatsen verhoogd met een bedrag van:
aantal dagdelen
per week:
tarief per maand
tarief per jaar
1
€ 7
€ 84
2
€ 12
€ 144
3
€ 16
€ 192
4
€ 19
€ 228
5
€ 22
€ 264
6
€ 24
€ 288
7
€ 26
€ 312
8
€ 27
€ 324
9
€ 28
€ 336
≥ 10
€ 29
€ 348
Deze bedragen zijn inclusief omzetbelasting.
- 3.
Voor de berekening van het aantal dagdelen per week, worden de dagdelen per standplaatshouder binnen de gehele gemeente bij elkaar opgeteld. Per dag worden niet meer dan 2 dagdelen berekend
Artikel 6 Belastingtijdvak
Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderjaar.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang en teruggaaf
- 1.
De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.
- 2.
Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.
- 3.
Indien de belastingplicht bij het begin van het belastingtijdvak bestaat of aanvangt, wordt de precariobelasting standplaatsen geheven naar het jaartarief.
- 4.
Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, wordt de precariobelasting standplaatsen naar het maandtarief geheven.
- 5.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de naar maandtarief geheven precariobelasting standplaatsen verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 6.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt en de precariobelasting standplaatsen naar het jaartarief is geheven, wordt de aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderd met het product van het maandtarief en het aantal maanden van de voor dat jaar verschuldigde precariobelasting standplaatsen als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 7.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt en de precariobelasting standplaatsen naar het maandtarief is geheven, wordt de aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderd tot op het bedrag dat met toepassing van het maandtarief wordt berekend voor het aantal volle kalendermaanden waarin de belastingplicht bestond. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de maand waarin de belastingplicht eindigt als volle kalendermaand aangemerkt.
- 8.
Het zesde en zevende lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige zijn standplaats binnen de gemeente verplaatst en een andere standplaats in gebruik neemt met eenzelfde tarief.
- 9.
Indien vermindering van het aantal dagen per week in de loop van het belastingtijdvak leidt tot indeling in een andere tariefklasse, wordt de aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderd met het verschil tussen de respectievelijke maandtarieven gedurende het resterende aantal volle kalendermaanden in het kalenderjaar.
- 10.
Indien het aantal dagdelen per week in de loop van het belastingtijdvak wordt vermeerderd, wordt een nieuwe aanslag opgelegd naar het verschil tussen de respectievelijke maandtarieven gedurende het resterende aantal volle kalendermaanden in het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing
De precariobelasting standplaatsen wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
- 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting standplaatsen worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
- 2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van precariobelasting standplaatsen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Intrekking oude verordening
- 1.
De Verordening precariobelasting standplaatsen 2016 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026.
- 2.
De in het eerste lid genoemde verordening blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2026 hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding
- 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
- 2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting standplaatsen Goeree-Overflakkee 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad
van de gemeente Goeree-Overflakkee op 18 december 2025
drs. G. Brand mr. A. Grootenboer-Dubbelman
griffier voorzitter
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl