Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750568
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750568/1
GEDRAGSCODE INTEGRITEIT VOLKSVERTEGENWOORDIGERS GEMEENTE HILVERSUM
Geldend van 17-12-2025 t/m heden
Intitulé
GEDRAGSCODE INTEGRITEIT VOLKSVERTEGENWOORDIGERS GEMEENTE HILVERSUMDe gemeenteraad van de gemeente Hilversum,
Gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet,
Gelezen het voorstel met zaaknummer 1916343,
besluit:
De ‘Gedragscode Integriteit volksvertegenwoordigers in de gemeente Hilversum’, zoals
opgenomen in bijlage 1, vast te stellen onder intrekking van de bij besluit van 10 juli 2024 vastgestelde ‘Gedragscode Integriteit volksvertegenwoordigers in de gemeente Hilversum’.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 december 2025,
de raadsgriffier, de voorzitter,
dr. M. Pen dr. Ir. G.M. van den Top
GEDRAGSCODE INTEGRITEIT VOLKSVERTEGENWOORDIGERS GEMEENTE HILVERSUM
Inleiding
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al de geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de inwoner en de maatschappij. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: degene zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en de plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
De gemeenteraad stelt zowel voor de eigen leden als voor het college van burgemeester en wethouders een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er, naast de gedragscode voor het college van burgemeester en wethouders, een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de collegeleden gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en van de naleving van de normen vergroten. De gedragscode vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.
Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Neemt de gemeente contra-legem constructies op in de gedrags¬code dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen.
Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. Collegeleden en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De onderhavige regelingen zijn slechts instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.
Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen, gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze. Met de toenemende digitalisering is extra alertheid van de politieke ambtsdragers van groot belang.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met inwoners, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en van grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
Raadsleden opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken (onbewust) een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.1
1 Algemene bepalingen
Wettelijke grondslag
De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor hun leden (artikel 15, derde lid, Gemeentewet).
1.1
De gedragscode geldt voor de raads- en commissieleden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.
Toelichting
Op grond van artikel 15, derde lid, Gemeentewet stelt de raad voor zijn leden een gedragscode
vast. In de gemeente Hilversum is het gebruik dat de fracties commissieleden aanmelden, die worden benoemd door de raad, en die een rol hebben bij de voorbereiding van de raadsbesluiten. Deze commissieleden mogen bijvoorbeeld in de commissievergaderingen het woord voeren, adviezen uitbrengen etc. Op grond hiervan geldt de gedragscode ook voor commissieleden.
1.2
De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
2 Voorkomen van belangenverstrengeling
Wettelijk kader
Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet)
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raads- en commissieleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.”
Bij de beëdiging van commissieleden wordt dezelfde tekst gebruikt, waarbij het woord ‘raadslid’ is vervangen door ‘commissielid’.
Artikel 28 Gemeentewet:
1. Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over:
a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.
2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
3. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.
4. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.
5. Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
[1] Het begrip netwerkcorruptie is geïnspireerd door het promotieonderzoek van ‘Netwerkcorruptie; wanneer sociaal kapitaal corrupt wordt’ van Willeke Slingerland, 2018.
Incompatibiliteiten en nevenfuncties:
• Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar het gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.
( artikel 15, eerste en tweede lid).
Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet)
• Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet)
• Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis en zijn tevens elektronisch te raadplegen op de website van de gemeente (artikel 12 Gemeentewet)
In het Reglement van Orde van de gemeenteraad zijn de artikelen 12, 13, 14, 15 en 28 van overeenkomstige toepassing verklaard op de commissieleden.
2.
1. Het raadslid of commissielid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap dan wel binnen één week na aanvaarding van de (neven)functie en geeft aan de griffier de wijzigingen daarin door.
2. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.
3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Toelichting
Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raads- en commissielid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.
3. Informatie
Wettelijk kader
Informatieplicht
Burgemeester en wethouders en elk van de leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van de toegewezen taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.
De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 167 Provinciewet, artikel 169 Gemeentewet en artikel 89 Waterschapswet)
- De omgang met informatie is essentieel voor een goed en integer bestuur. Bestuursorganen produceren zelf informatie en ontvangen die ook van derden of van andere bestuursorganen. Ook in het kader van verantwoording wordt veel informatie gedeeld tussen het college, de burgemeester en de gemeenteraad. Voor het college bestaat de verplichting de raad alle inlichtingen te verschaffen die de raad voor de uitoefening van de toegewezen taak nodig heeft (artikel 169, tweede lid, Gemeentewet).
- Dezelfde verplichting geldt voor de burgemeester ten aanzien van de aan de raad toegewezen taken als eenhoofdig bestuursorgaan (artikel 180, tweede lid, Gemeentewet). Dit is de actieve informatieplicht. Daarnaast dient het college, respectievelijk de burgemeester, de door een of meer leden van de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken tenzij het verstrekken hiervan in strijd is met het openbaar belang (artikel 169, derde lid, en artikel 180, derde lid, Gemeentewet). De actieve en de passieve informatieplicht zijn van wezenlijk belang voor de controlerende taak van de raad. Onder de Wet open overheid (Woo) is voor stukken en informatie die bij een bestuursorgaan berusten openbaarheid het uitgangspunt. Niettemin kunnen er omstandigheden zijn die aanleiding geven om van die hoofdregel af te wijken waardoor informatie (nog) niet openbaar gemaakt hoeft te worden.
Geheimhouding
Als er aanleiding is om van de hoofdregel van openbaarheid af te wijken, dan kunnen bestuursorganen van de gemeente ook geheimhouding opleggen. Daarmee is voor alle betrokkenen duidelijk wat de status van deze stukken is. Dit is ook relevant voor de hiervoor genoemde informatiestroom van college en burgemeester richting raad. Voor gevallen waarin gemeentelijke organen wel informatie willen uitwisselen, maar op grond van de Woo van openbaarheid mag worden afgezien, bestaat de mogelijkheid tot het verstrekken van informatie onder de verplichting tot geheimhouding.
Met ingang van 1 april 2023 is in de Gemeentewet een apart hoofdstuk gewijd aan de geheimhoudingsregeling (hoofdstuk Va). In de nieuwe regeling wordt nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen het opleggen van geheimhouding, waarmee de status van een stuk wijzigt, en het verstrekken van informatie waarop geheimhouding rust, waarmee de bestuursorganen elkaar aan die status kunnen binden. Onder de oude geheimhoudingsregeling waren deze twee verschillende situaties per bestuursorgaan in één artikel geregeld. Daarmee wordt het uitgangspunt dat alle raadsleden een gelijke informatiepositie dienen te hebben, benadrukt. De enige mogelijkheid die onder de nieuwe regeling bestaat om een verschil in informatiepositie tussen de raadsleden aan te brengen, ziet op raadsleden die de geheimhoudingsplicht schenden. De raad heeft de mogelijkheid om te besluiten dat een lid dat de geheimhouding schendt, voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie verstrekt krijgt.
3.1
Het raadslid of commissielid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover uit hoofde van het lidmaatschap van de Raad wordt beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.
3.2
1. Het raadslid of commissielid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.
Toelichting
3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden
Wettelijk kader
De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
4.1
1. Een raadslid of commissielid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als de onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
2. Het raadslid of commissielid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.
3. Geschenken die het raadslid of commissielid uit hoofde van het ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.
4. De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.
4.2
1. Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raadslid of commissielid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Het raadslid of commissielid maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor rekening heeft/hebben genomen.
2. De informatie is via internet beschikbaar.
4.3
1. Een raadslid of commissielid meldt de griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Het raadslid of commissielid meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren.
2. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Toelichting
4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties.
Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door een raadslid of commissielid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.
4.2 en 4.3 Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raadslid of als commissielid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.
5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
Wettelijk kader
Procedure van declaratie (modelverordeningen VNG)
Er zijn voor raadsleden en commissieleden voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten. Voor Hilversum is dit opgenomen in de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Hilversum, 2025
Buitenlandse excursie of reis voor raads- en commissieleden (modelverordeningen VNG)
De gemeenteraad kan een raadscommissie (of een delegatie daaruit) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de gemeente. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.
5.1
1. De gemeenteraad richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
2. Het raadslid of commissielid verantwoordt zich over het gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.
5.2.
Een raadslid of commissielid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
5.3
Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.
Toelichting
5.1 Aan raads- en commissieleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen:
a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;
b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald;
c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;
d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.
6 Uitvoering gedragscode
6.1
De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.
6.2
1. Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad afspraken over de navolgende onderwerpen:
a. de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in algemeenheid en van de gedragscode en de geldende invulling van de in de gedragscode gebruikte termen in het bijzonder;
b. de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;
c. de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente.
d. In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.
2. De afspraken als bedoeld onder 1, worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode.
Toelichting
6.1
De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
6.2
De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen.
Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.
De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van de eigen gemeente te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.
De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe men elkaar aanspreekt.
Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in het Stappenplan integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers 2020 gemeente Hilversum die als bijlage onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in 6.2, zijn slechts indicatief en niet uitputtend.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl