Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750530
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750530/1
Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025;
gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning:
een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.
Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht
1. Onder de naam ‘forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen,
die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar
voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Artikel 3. Vrijstellingen
1. Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter
bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend openbaar orgaan, waarvan hij
het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van
zijn hoofdverblijf verblijft.
2. De belasting wordt niet geheven als de belastingplichtige en zijn gezin verblijf houden in de voor zich en
zijn gezin beschikbaar gehouden gemeubileerde woning en ter zake van dit verblijf ook
toeristenbelasting wordt geheven overeenkomstig de verordening toeristenbelasting.
Artikel 4. Maatstaf van heffing
1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die
voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar
valt, is vastgesteld.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf
voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor
het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering
onroerende zaken.
3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting
geheven naar de waarde.
4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig
de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat artikel 16, onderdeel e,
van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
Artikel 5. Belastingtarief
De belasting bedraagt per belastingjaar 0,3086% van de maatstaf van heffing voor de woning als bedoeld in artikel 4, met een maximum van € 2.922,00 per woning en een minimum van € 379,04.
Artikel 6. Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6A. Ontstaan van de belastingschuld
De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.
Artikel 7. Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8. Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald
uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld.
2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien
termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste
werkdag van de daaropvolgende maand.
3. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 50,00 of minder bedraagt, wordt
dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven één maand na dagtekening
van het aanslagbiljet.
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9. Kwijtschelding van belasting
Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10. Overgangsbepaling
De “Verordening forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2025” van 12 december 2024, wordt tezamen met alle wijzigingsverordeningen die hierop van toepassing zijn, ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11. Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026.
|
S.J.A. Bronsveld |
J. Chr. van der Hoek |
|
griffier |
voorzitter |
Ondertekening
Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 11 december 2025
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl