Beleidsregels jeugdhulp Vught 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels jeugdhulp Vught 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught;

Gelet op de Jeugdwet, het Besluit Jeugdwet, de Regeling Jeugdwet, de Verordening jeugdhulp gemeente Vught 2026 en de Nadere regels jeugdhulp Vught 2026;

BESLUIT:

vast te stellen de Beleidsregels jeugdhulp Vught 2026.

Artikel 1. Zak- en kleedgeld aan jeugdigen bij verblijf in een jeugdhulpinstelling

  • 1. Verzoeken die bij het college worden ingediend voor de bekostiging van zak- en/ of kleedgeld voor jeugdigen die verblijven in een instelling voor jeugdhulp worden als volgt onderzocht.

    • a.

      Het college bespreekt met de ouder(s) diens verzoek waarbij de ouder(s) wordt (worden) aangesproken op diens onderhoudsplicht tot en met de leeftijd van 20 jaar van het betreffende kind waar zak- en/of kleedgeld onderdeel van uitmaakt, ook als het kind niet meer thuis verblijft.

    • b.

      Het college bekostigt alleen het betreffende zak- en kleedgeld als:

      • 1.

        het duurzaam onmogelijk is om een bijdrage te ontvangen van ouder(s) namelijk als de onderhoudsplichtige ouder(s) niet in staat (blijkt) blijken om op korte termijn te voldoen aan hun onderhoudsplicht; of

      • 2.

        het onwenselijk is om een bijdrage te ontvangen van de onderhoudsplichtige ouders omdat het in het kader van de hulpverlening aan de jeugdige het van wezenlijk belang is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouder(s) te vermijden; of

      • 3.

        als het niet mogelijk blijkt in contact te treden met ouders over hun onderhoudsplicht.

    • c.

      Het is aan de ouder(s) om aan het college te motiveren dat zij niet kunnen voldoen aan hun onderhoudsplicht.

  • 2. Het college neemt alleen de volgende verzoeken in behandeling:

    • a.

      het betreft jeugdigen zonder maatregel die ten minste gedurende een maand van maandag tot en met vrijdag verblijven in een instelling voor jeugdhulp niet zijnde pleegzorg. Hieronder vallen in ieder geval de volgende verblijfsvormen: kleinschalig verblijf, kamertrainingscentra, leef- en behandelgroepen, crisisopvang, Jeugdzorgplus en gezinshuizen. Uitzondering hierop zijn dus jeugdigen bij wie wel een maatregel is opgelegd: het college heeft met de Gecertificeerde Instellingen aparte tariefafspraken gemaakt over de bekostiging van “bijzondere kosten” waaronder zak- en kleedgeld; en

    • b.

      het betreft jeugdigen tot en met 20 jaar daar van verlengde jeugdhulp sprake kan zijn en de wettelijke zorgplicht van de ouders reikt tot en met 20 jaar. Jeugdigen vanaf 21 jaar kunnen een aanvraag indienen voor algemene bijstand.

  • 3. Het college verstrekt een bijdrage voor zak- en kleedgeld rechtstreeks aan de jeugdhulpaanbieder conform de bedragen zoals opgenomen in de Regeling Jeugdwet.

Artikel 2. Voorwaarden vervoersvoorziening

  • 1. Het uitgangspunt is dat jeugdige en/of ouder(s) zelf het vervoer van en naar de jeugdhulplocatie verzorgen. Hierbij wordt in ieder geval twee keer heen en weer rijden per week als minimaal aangemerkt. Het werkzaam zijn van de (beide) ouder(s) ontheft hen niet van deze primaire verantwoordelijkheid.

  • 2. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een noodzaak bestaat tot het inzetten van de vervoersvoorziening en dat bij een gebrek aan deze voorziening de toegang tot jeugdhulp wordt onthouden. De noodzaak van een vervoersvoorziening is aannemelijk indien:

    • a.

      aantoonbaar is gebleken dat zelf of met hulp van de ouder(s) of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor het vervoersprobleem kan worden gevonden; en

    • b.

      geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening; en

    • c.

      vervoer geen onderdeel uitmaakt van het tarief jeugdhulp, zoals vastgelegd in het productenboek Jeugdhulp en de contactafspraak met de desbetreffende aanbieder; en

    • d.

      sprake is van een medische noodzaak, omdat de jeugdige een beperking heeft met lopen, instappen of staan of wanneer sprake is van desoriëntatie, en om die reden geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer of eigen vervoer; of

    • e.

      er sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid, omdat:

      • i.

        de leeftijd van de jeugdige het niet toe laat zelfstandig te reizen met openbaar vervoer, nadat is aangetoond dat de ouder(s) of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor begeleiding; of

      • ii.

        sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken; of

      • iii.

        andere redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken; of

    • f.

      door een deskundige de medische beperkingen of beperkende omstandigheden bij de jeugdige die individueel vervoer vereisen, zijn vastgesteld; of

    • g.

      de jeugdige of diens vertegenwoordiger medewerking hebben verleend aan het college om aantoonbaar te maken dat er sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid.

Artikel 3. Afwegingskader vervoersvoorziening

  • 1. Wanneer de noodzaak van het inzetten van een vervoersvoorziening is aangetoond, wordt uit onderstaande rangorde een keuze gemaakt, waarbij voor de best passende eerst beschikbare optie wordt gekozen en waarbij eerst optie a in aanmerking komt, dan pas optie b en zo verder, tot in het uiterste geval optie d:

    • a.

      zelfstandig leren reizen met het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel, onder begeleiding van een ouder/netwerk/vrijwilliger/hulpverlener;

    • b.

      onder begeleiding van een ouder/netwerk/vrijwilliger/hulpverlener met het openbaar vervoer reizen, tenzij er sprake is van:

      • o

        beperkingen waardoor jeugdige niet onder begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen; of

      • o

        het ontbreken van openbaar vervoer; of

      • o

        ernstige overbelasting van de ouder(s) vanwege het begeleiden van de jeugdige door henzelf of anderen;

    • c.

      de inzet van een andere vervoersstroom vanuit de gemeente, (zoals bijvoorbeeld regiotaxi of leerlingenvervoer);

    • d.

      taxivervoer.

Artikel 4. Gebruikelijke hulp

Gebruikelijke hulp binnen de opvoeding omvat onder andere:

  • a.

    aanleren van algemene dagelijkse levensverrichtingen, bijvoorbeeld aankleden, eten en persoonlijke verzorging;

  • b.

    aanreiken van spullen of speelgoed na afloop van de maaltijd of na een drinkmoment bij een jeugdige met een lichamelijke beperking.

  • c.

    aansturen tot het maken van huiswerk en het bieden van ondersteuning bij het huiswerk;

  • d.

    oefenen van vaardigheden, zoals oefenen met lezen bij dyslexie of oefenen met pictogrammen;

  • e.

    uitvoeren van oefeningen met jeugdige die door een arts of paramedici (bijvoorbeeld fysiotherapeut, ergotherapeut of logopedist) geadviseerd zijn;

  • f.

    oefenen om met geld om te gaan;

  • g.

    aanleren van huishoudelijke vaardigheden;

  • h.

    toedienen van medicatie.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van Vught op 21 oktober 2025.

Burgemeester en wethouders van Vught

De secretaris,

W. Keijzers

de burgemeester,

C.N.A. Nijkerken-De Haan