Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750340
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750340/1
Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek over 2025, 2026 en 2027 Breda
Geldend van 20-12-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek over 2025, 2026 en 2027 BredaHet college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Breda gelet op:
- -
artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
- -
artikel 78gg van de Participatiewet
overwegende dat:
- -
het college van burgemeester en wethouders het wenselijk acht om vast te leggen in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden toegekend of geweigerd en;
- -
daartoe beleidsregels wenst vast te stellen;
- -
het kabinet de tijdelijke regeling tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek heeft vastgesteld voor de jaren 2025, 2026 en 2027;
Besluiten vast te stellen:
Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek over 2025, 2026 en 2027 Breda
Artikel 1 : Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
College: college van burgermeester en wethouders van de gemeente Breda;
- b.
Toeslag: huur- en/of zorgtoeslag;
- c.
Wet: de Participatiewet;
- d.
Problematiek: de samenloop van sociale en fiscale regelingen waardoor gehuwden of samenwonenden die fiscaal- en toeslagenpartner zijn met een ander laag inkomen minder zorg- en/of huurtoeslag ontvangen waardoor zij een lager netto besteedbaar inkomen hebben dan gehuwden met alleen een volledige bijstandsuitkering;
- e.
Alleenverdiener:
- 1.
het huishouden dat een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en;
- 2.
die vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, het huishouden een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en;
- 3.
de som van het netto-inkomen en de ontvangen tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ligt lager dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder 2.
- 1.
- f.
Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagenpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
- g.
Peildatum: 1 januari van het betreffende toeslagjaar;
- h.
Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet.
Artikel 2 Ambtshalve toekenning
-
2.1 Het college kent aan ieder huishouden, waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner aan het college in verstrekt op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.
-
2.2 Het college kent de vaste tegemoetkoming over 2025 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:
- a.
het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
voor 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
- c.
op basis van de bij het college bekende gegevens het college meent dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;
- d.
er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en
- e.
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
- a.
-
2.3 Het college kent de vaste tegemoetkoming over de jaren 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:
- a.
het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
- c.
op basis van de bij het college bekende gegevens het college meent dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;
- d.
er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten en
- e.
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
- a.
Artikel 3 Aanvraag op uitnodiging
-
3.1 Het college kan een huishouden uitnodigen om over 2025 een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming in te dienen indien:
- a.
het huishouden voor het kalenderjaar 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
voor het kalenderjaar 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
- c.
op basis van de bij het college bekende gegevens het college meent dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming en
- d.
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
- a.
-
3.2 Het college kan een huishouden uitnodigen om over 2026 en/of 2027 een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming in te dienen, indien:
- a.
het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
- c.
op basis van de bij het college bekende gegevens het college meent dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming en
- d.
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
- a.
Artikel 4 Aanvraag zelfmelder
-
4.1 Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.
-
4.2 De aanvraag om een vaste tegemoetkoming kan vormvrij worden ingediend bij het college.
-
4.3 Het college beoordeelt of de aanvrager, als bedoeld in artikel 1.1 alleenverdiener is.
-
4.4 Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.
-
4.5 Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee.
-
4.6 Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.
-
4.7 Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.
-
4.8 Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.
-
4.9 Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.
Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.
-
4.10 De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.
Artikel 5 Toekenning
-
5.1 Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag.
Artikel 6 Verstrekking
-
6.1.1 Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer.
Artikel 7 Ingangsdatum
-
7.1 Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2025.
Artikel 8 Titel
-
8.1 Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek over 2025, 2026 en 2027 Breda.
Ondertekening
Aldus vastgesteld 2 december 2025
de burgemeester
de secretaris
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl