Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750338
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR750338/1
Participatieverordening gemeente Maashorst
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Participatieverordening gemeente MaashorstDe raad van de gemeente Maashorst;
overwegende dat het wenselijk is om met inwoners en andere betrokkenen aan de publieke zaak te werken, waarbij de samenwerking transparant en zorgvuldig geregeld is;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;
gezien het geldende participatiebeleid;
b e s l u i t
vast te stellen de
Participatieverordening gemeente Maashorst
Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen
Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder:
- a.
beleid: het samenhangende en planmatige geheel van doelen, maatregelen en middelen dat door een bestuursorgaan wordt vastgesteld om een maatschappelijk doel te bereiken. Het kan gaan om een gedragslijn, project, programma of plan.;
- b.
bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat wettelijk bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
- c.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maashorst;
- d.
inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
- e.
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
- f.
inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
- g.
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, inwonersplatforms, buurtverenigingen, sociale ondernemingen of ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente Maashorst;
- h.
uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Artikel 2. Reikwijdte
-
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.
-
2. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.
-
3. Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als:
- a.
het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;
- b.
inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;
- c.
de uitkomst van de inwonersparticipatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;
- d.
de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;
- e.
sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- f.
het om interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat;
- g.
het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat;
- h.
het om uitvoeringstaken op het gebied van veiligheid, openbare orde en toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften gaat;
- i.
In het geval bij uitdaagrecht: de aard van de wettelijke bevoegdheid zich hiertegen verzet; of
- j.
In het geval bij uitdaagrecht: de hoofdactiviteit de verwerking van persoonsgegevens betreft.
- a.
Hoofdstuk 2 - Inwonersparticipatie
Artikel 3. Aanpak voor inwonersparticipatie
-
1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het geldende participatiebeleid, een aanpak met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit binnen vier weken openbaar via de gemeentelijke website.
-
2. De aanpak bevat in elk geval:
- a.
een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;
- b.
informatie over het proces en de planning van de inwonersparticipatie; en
- c.
informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.
- a.
-
3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college de aanpak op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
-
4. De gemeenteraad wordt bij majeure participatieprocessen aan de voorkant via een startnotitie betrokken. Het gaat hierbij om grote projecten als bedoeld in de Financiële verordening, waarbij wordt voldaan aan een combinatie van ten minste vier van de aldaar genoemde criteria.
Artikel 4. Inspraak
Inspraak is alleen van toepassing als dit wettelijk verplicht is. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
Artikel 5. Eindverslag inwonersparticipatie
-
1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op en maakt dit binnen vier weken openbaar via de gemeentelijke website.
-
2. Indien het eindverslag onderdeel is van de onderbouwing van een besluit, dan wordt dit tezamen met dit besluit openbaar gemaakt.
-
3. Het eindverslag bevat in elk geval:
- a.
een beschrijving van het proces dat is gevolgd;
- b.
de uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht;
- c.
een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven of en hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en
- d.
een evaluatie van het proces dat is gevolgd.
- a.
-
3. Als het college op grond van artikel 3, derde lid de aanpak voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Hoofdstuk 3 - Uitdaagrecht
Artikel 6. Verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.
-
2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.
-
3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:
- a.
wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is;
- b.
welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
- c.
hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen;
- d.
of er draagvlak is voor de toepassing van het uitdaagrecht en hoe dit is onderzocht;
- e.
hoe continuïteit van het initiatief wordt geborgd;
- a.
-
4. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.
-
5. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
Artikel 7. Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht heeft ingediend.
-
2. Het college zorgt dat er op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.
Artikel 8. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.
-
2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.
-
3. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
- a.
het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;
- b.
het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; of
- c.
het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6, derde lid gestelde eisen dan wel dat dit onvoldoende aannemelijk is gemaakt.
- a.
-
4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:
- a.
het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;
- b.
als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;
- c.
als de taak economische activiteiten bevat waarvoor nog niet is aangetoond dat hiervoor geen concurrerende markt van vraag en aanbod bestaat;
- d.
het verzoek onvoldoende bijdraagt aan leefbaarheid of maatschappelijke meerwaarde; of
- e.
het verzoek onvoldoende inclusief is.
- a.
-
5. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen. Indien de gemeenteraad het bestuursorgaan betreft, kan het college de genoemde termijn met acht weken verdagen.
-
6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar via de gemeentelijke website.
Artikel 9. Uitvoering taak
Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat, de ingangsdatum en de looptijd van de uitvoering van de taak;
- b.
het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;
- c.
het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;
- d.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en
- e.
de verantwoording en evaluatie van de uitvoering van de taak.
Hoofdstuk 4 - Slotbepalingen
Artikel 10. Participatieparagraaf
-
1. Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden en legt deze paragraaf als onderdeel van de begroting ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.
-
2. Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening en legt deze als onderdeel van het jaarverslag ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.
Artikel 11. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
-
1. De Inspraakverordening gemeente Maashorst wordt ingetrokken.
-
2. De Inspraakverordening gemeente Maashorst blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure of inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2025.
De raad voornoemd,
de griffier,
N.E. Gradisen
de voorzitter,
J.A. van der Pas
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl