Instructie voor de Consulent leerrecht

Geldend van 31-12-2025 t/m heden

Intitulé

Instructie voor de Consulent leerrecht

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk;

gelet op artikel 16, vierde lid van Leerplichtwet 1969; overwegende dat het wenselijk is om de samenhang tussen het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet in de instructie vast te leggen alsmede om de bestaande instructie voor de Consulent leerrecht aan nieuwe regelgeving en nieuwe inzichten aan te passen;

besluit de volgende ambtsinstructie vast te stellen:

Instructie voor de Consulent leerrecht

Definities

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • -

    administratief medewerker: de ambtenaar die belast is met de ondersteuning van de Consulent leerrecht onder andere door het verrichten van de leerlingenadministratie en controle;

  • -

    brugfunctionaris: de (wijkteam)medewerker met aandachtsgebied V(S)O en MBO die de schakel is tussen het voortgezet (speciaal) onderwijs en de jeugdhulp. Deze ‘brugfunctionaris’ onderzoekt wat nodig is om het schoolse probleem op te lossen en legt zo nodig de verbinding naar de jeugdhulp. De brugfunctionaris kan partijen rondom een leerling verbinden, heeft affiniteit met de leeftijdsdoelgroep 12-26 en heeft kennis van het V(S)O-onderwijsveld en/ of het MBO- onderwijsveld;

  • -

    college: burgemeesters en wethouders van de gemeente Nijkerk;

  • -

    consulent leerrecht: de ambtenaar, door de burgemeester van Gemeente Nijkerk benoemd in hun functie van Consulent leerrecht die de eed of belofte heeft afgelegd als bedoeld in artikel 16 van de Leerplichtwet;

  • -

    de jongere: een persoon in de leeftijd van 5 tot 18 jaar die leerplichtig of kwalificatieplichtig is;

  • -

    de wet: de Leerplichtwet 1969;

  • -

    directeur: hoofd in de zin van artikel 1 onder d van de wet, dat wil zeggen degene die met de leiding van de school of de instelling is belast;

  • -

    DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs

  • -

    MAS: Methodisch Aanpak Schoolverzuim

  • -

    ouder(s)/verzorger(s): de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde persoon/personen (N.B.: in deze ambtsinstructie wordt alleen over ‘ouders’ gesproken);

  • -

    sociaal wijkteam: hieronder wordt ook verstaan Jeugdconsulent, Wijkteam, Buurtteam, Sociaal Team, Jeugdteam, Lokaal Team en Centrum voor Jeugd en Gezin;

Preventie

Artikel 2

  • 1. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat in een zo vroeg mogelijk stadium pro-actief informatie wordt verschaft aan leerlingen, ouders en betrokken instellingen, door middel van voorlichting via het internet, in schoolgidsen, brochures en het beantwoording van telefonische vragen en mails.

  • 2. De administratief medewerker zendt aan de ouders van de 4-jarigen die, 3 maanden voordat zij 5 jaar worden, nog geen schoolinschrijving hebben, tijdig een brief om hen te stimuleren hun kind in te schrijven.

  • 3. De Consulent leerrecht controleert actief bij het MBO of de jongeren die het VMBO hebben verlaten (geslaagd) zich al hebben aangemeld/ingeschreven voor een vervolgopleiding. Hij/zij/zij maakt hierbij gebruik van de doorstroommonitor.

  • 4. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat jaarlijks afstemming plaatsvindt met het onderwijsveld. Het management van de scholen (PO, S(B)O, V(S)O en MBO) in het werkgebied wordt minimaal een maal per jaar geïnformeerd over de werkzaamheden van de Consulent leerrecht. Er wordt gewezen op de aandachtspunten en de afspraken omtrent het melden en vervolgen van verzuim en een toelichting gegeven op de prioriteiten van de Consulent leerrecht, gewijzigde wetgeving etc.

  • 5. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat (preventieve) afstemming en deelname aan overleggen met relevante ketenpartners waaronder het onderwijsveld en zorginstanties (Zorgadviesteams (ZAT)/Aansluiting Onderwijs Jeugdzorg (AOJ), Sociale wijkteams, de jeugdarts, de brugfunctionaris) of multidisciplinaire overleggen plaatsvindt. Ketenpartners bespreken jongeren met een complexe problematiek met toestemming van ouders of jongere vanaf 16 jaar. Er wordt afgestemd welke acties vereist zijn en wie welke taken op zich neemt. Ontwikkelingen rondom ondernomen acties worden teruggekoppeld aan de betrokkenen.

  • 6. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat de voor hem geldende afspraken uit het (regionale) convenant betreffende de Verwijsindex risicojongeren worden nageleefd.

  • 7. De Consulent leerrecht handelt zo veel mogelijk conform de MAS. Indien dit niet mogelijk is dan legt de Consulent leerrecht uit in het dossier van de desbetreffende jongere waarom hij/zij/zij een andere aanpak hanteert. “Pas toe of leg uit” is het principe.

Leerlingenadministratie en controle absoluut verzuim

(artikel 19 Leerplichtwet; artikel 3 Leerplichtregeling)

Artikel 3

  • 1. Er is een leerlingenadministratie, die wordt bijgehouden door de Consulent leerrecht en de administratief medewerker.

  • 2. In de leerlingenadministratie worden de persoonsgegevens opgenomen van alle in de gemeentelijke basisregistratie personen (BRP) opgenomen personen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. De bewaartermijn van de gegevens is conform de selectielijsten van de Archiefwet, de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet politiegegevens. Indien er geen bewaartermijn is aangegeven stelt de gemeente zelf een redelijk bewaartermijn.

  • 3. De mutaties in de basisregistratie personen met betrekking tot de in lid 2 bedoelde personen worden dagelijks in de leerlingenadministratie verwerkt.

  • 4. De administratief medewerker controleert of de mutaties van de verschillende scholen met betrekking tot in- en uitschrijvingen van jongeren binnengekomen zijn. De Consulent leerrecht onderneemt actie naar directeuren van scholen en instellingen die in gebreke gebleven zijn.

  • 5. De Consulent leerrecht kan het verwijtbaar in gebreke blijven van de directeur signaleren bij de Inspectie voor het Onderwijs, indien hij/zij/zij van mening is dat deze maatregel kan bijdragen tot het opheffen van de overtreding dan wel het voorkomen van herhaling daarvan.

  • 6. De administratief medewerker of de Consulent leerrecht controleert aan het begin van het schooljaar en daarna wekelijks of alle leerplichtigen en kwalificatieplichtigen overeenkomstig de bepalingen van de wet als leerling op een school of onderwijsinstelling zijn ingeschreven. Bij een vermoeden van absoluut verzuim wordt een brief verstuurd aan de ouders en/of contact opgenomen met de laatste school van inschrijving. In de brief naar ouders is aangegeven dat binnen 10 werkdagen gereageerd dient te worden. Als wordt teruggemeld dat er wel sprake is van een schoolinschrijving dan wordt dit gecontroleerd. Wanneer er geen reactie is gekomen op een tweede brief en de verdenking van absoluut verzuim blijft bestaan volgt een actie zoals omschreven in artikel 8 van deze instructie (absoluut verzuim).

  • 7. Tegenover een bericht van uitschrijving van de ene school staat voor jongeren tot 18 jaar zonder startkwalificatie een bericht van inschrijving van een andere school of een vrijstelling. Als deze registratie niet sluitend is, volgt in eerste instantie contact met de school die de uitschrijving (zonder kennisgeving van bestemming) gemeld heeft. Wanneer deze geen duidelijkheid kan geven wordt schriftelijk of telefonisch contact gezocht met de ouders van de jongere.

  • 8. Bij verhuizing buiten de regio worden de schoolhistorische gegevens gezonden naar de nieuwe woongemeente.

Leerlingdossier

Artikel 4

  • 1. De Consulent leerrecht legt slechts een leerlingdossier aan over een jongere indien de Consulent leerrecht, telefonische, e-mail- of schriftelijke contacten heeft met de jongere of derden over diens:

    • a.

      vervangende leerplicht; en/of

    • b.

      vrijstelling van inschrijving; en/of

    • c.

      vrijstelling van schoolbezoek; en/of

    • d.

      (vermoeden van) absoluut verzuim; en/of

    • e.

      (vermoeden van) relatief verzuim, langdurig relatief verzuim, luxe verzuim of overig verzuim; en/of

    • f.

      (vermoeden van) voortijdig schoolverlaten; en/of

    • g.

      situatie die leidt tot bespreking in een (preventief) georganiseerd overleg (ZAT/AOJ) indien er sprake is van ongeoorloofd schoolverzuim; en/of

    • h.

      signalen die uiteindelijk kunnen leiden tot een van bovenstaande situaties.

  • 2. In het leerlingdossier neemt de Consulent leerrecht de volgende gegevens op:

    • a.

      burgerservicenummer, onderwijsnummer of administratienummer;

    • b.

      voornamen en achternaam;

    • c.

      geslacht;

    • d.

      geboortedatum en -plaats;

    • e.

      nationaliteit;

    • f.

      naam, voornamen, voorletters, titulatuur, geslacht, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en soortgelijke gegevens van de ouders of gezinsvoogden;

    • g.

      school (scholen) van inschrijving, met gevolgde klassen en/of onderwijssoort;

    • h.

      kennisgeving(en) van beroep op vrijstelling van inschrijfplicht;

    • i.

      melding(en) van het verzuim geleverd door DUO in Register Onderwijsdeelnemers;

    • j.

      verzuimoverzicht en aanvullende informatie van school of onderwijsinstelling;

    • k.

      aanvragen en behandeling van aanvragen voor vrijstelling van schoolbezoek;

    • l.

      afschrift van correspondentie met betrekking tot de jongere indien er sprake is van ongeoorloofd schoolverzuim;

    • m.

      verslagen van gesprekken met dan wel over de jongere, indien er sprake is van ongeoorloofd schoolverzuim;

    • n.

      aantekeningen en notities met betrekking tot de jongere indien er sprake is van ongeoorloofd schoolverzuim;

    • o.

      afschrift van de melding aan de Sociale Verzekeringsbank;

    • p.

      afschrift van de Halt-verwijzing;

    • q.

      afschrift last onder dwangsom;

    • r.

      afschrift van proces-verbaal van de jongere en/of ouders;

    • s.

      eventueel behaalde diploma’s;

    • t.

      persoonlijke omstandigheden die voor het halen van een startkwalificatie meegewogen moeten worden indien er sprake is van ongeoorloofd schoolverzuim.

  • 3. De Consulent leerrecht verstrekt slechts gegevens uit het leerlingdossier aan derden binnen de grenzen die daaraan worden gesteld door de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet politiegegevens.

Verlof wegens andere gewichtige omstandigheden

(artikel 11 onder g en artikel 14, derde lid, tweede volzin Leerplichtwet)

Artikel 5

  • 1. De Consulent leerrecht bevestigt de ontvangst van een aanvraag terstond aan de ouders en vermeldt in de ontvangstbevestiging de termijn waarbinnen de Consulent leerrecht een besluit zal nemen. Indien het een aanvraag is die niet meer dan 10 schooldagen betreft wordt deze doorgezonden naar het hoofd van de school om een besluit te nemen en worden ouders geïnformeerd dat de aanvraag is doorgestuurd, conform artikel 2.3 Algemene wet bestuursrecht.

  • Een afschrift van de brief aan de ouders wordt aan de betreffende directeur van de school gezonden. Indien de periode tussen de ontvangst van de aanvraag en de aanvang van het gevraagde verlof korter is dan de termijn die redelijkerwijs nodig is om tot een besluit te komen, deelt de Consulent leerrecht dit bij de ontvangstbevestiging aan de ouders mee en wijst hij/zij/zij de ouders op de mogelijkheid dat de ouders de wet overtreden indien de aanvraag niet of niet geheel wordt gehonoreerd.

  • 2. De Consulent leerrecht geeft de ouders een termijn van ten minste een week en ten hoogste drie weken om een onvolledig ingediende aanvraag aan te vullen. De Consulent leerrecht kan hiervoor een formulier vaststellen.

  • 3. De Consulent leerrecht hoort de directeur over de aanvraag en draagt er zorg voor dat het oordeel van de directeur over de aanvraag schriftelijk wordt vastgelegd.

  • 4. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat de zienswijze van de ouder(s) en/of belanghebbende bij een voorgenomen beslissing die geheel of gedeeltelijk van de aanvraag afwijkt, schriftelijk wordt vastgelegd.

  • 5. De Consulent leerrecht kan de jongere en/of de ouders in de gelegenheid stellen zijn/hun zienswijze kenbaar te maken.

  • 6. De Consulent leerrecht stelt de belanghebbende, die niet de aanvraag heeft ingediend, maar waarvan bekend is dat hij/zij/zij bezwaren heeft tegen het voorgenomen besluit, in de gelegenheid zijn/hun zienswijze kenbaar te maken.

  • 7. De Consulent leerrecht kan bepalen op welke plaats aan de directeur, de ouders of de jongere de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen aan hem kenbaar te maken.

  • 8. De Consulent leerrecht legt de behandeling van de aanvraag zorgvuldig vast in het leerlingdossier.

  • 9. Bij de beoordeling van een aanvraag van meer dan tien dagen, controleert de Consulent leerrecht of er sprake is van omstandigheden die buiten de wil of invloedsfeer van de ouder of de leerling zijn gelegen, zoals medische of sociale indicatie, familieomstandigheden. De Consulent leerrecht neemt een beslissing en deelt deze schriftelijk mee aan de ouders.

  • Een afschrift van de brief aan de ouders wordt aan de betreffende directeur van de school of instelling gezonden.

  • 10. De Consulent leerrecht kan aan een directeur op diens verzoek advies geven over de behandeling en beoordeling van een aanvraag verlof te verlenen wegens andere gewichtige omstandigheden voor een periode van tien schooldagen of minder. Indien de Consulent leerrecht een dergelijk advies geeft, deelt de directeur aan de Consulent leerrecht de beslissing op de aanvraag mee.

  • 11. De Consulent leerrecht kan aan de directeuren van de betrokken scholen en/of instelling(en) gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot aanvragen voor verlof wegens andere gewichtige omstandigheden voor tien schooldagen of minder, met het oog op het bevorderen van de rechtsgelijkheid.

  • 12. Indien er een bezwaarschrift op een besluit als bedoeld in lid 9 wordt ingediend, dan laat de Consulent leerrecht zich adviseren door de gemeentelijke commissie voor de bezwaarschriften.

Relatief verzuim van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren

(artikelen 2, lid 1, 4a, 21a en 22 Leerplichtwet)

Artikel 6

  • 1. De meldingen van schoolverzuim worden ontvangen door de administratief medewerker of de Consulent leerrecht. Verzuim wordt gemeld via DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs, in het in het Register Onderwijsdeelnemers). Er wordt een leerlingdossier aangemaakt, of de melding wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerlingdossier.

  • Binnen een week meldt de administratief medewerker via DUO welke acties er naar aanleiding van de melding worden ondernomen.

  • 2. De Consulent leerrecht zoekt na ontvangst van een melding onverwijld contact met de ouders, stelt hen in de gelegenheid om nadere uitleg over het gemelde verzuim te geven en informeert hen over de procedures en eventuele consequenties. Dit kan schriftelijk, conform stap 4 uit route A uit de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Indien het verzuim een jongere van 12 jaar of ouder betreft, zoekt de Consulent leerrecht ook contact met de jongere zelf.

  • 3. Indien er daadwerkelijk sprake is van ongeoorloofd verzuim heeft de Consulent leerrecht een gesprek met de ouders/leerling. De Consulent leerrecht maakt een verslag van het gesprek. De Consulent leerrecht verstrekt aan de ouders en/of de jongere op hun verzoek een kopie van het gespreksverslag. De gemaakte gespreksverslagen worden opgenomen in het leerlingdossier.

  • 4. De Consulent leerrecht onderhoudt zo vaak als nodig contact met de ouders/jongere en betrokken organisaties om de ongeoorloofde verzuimsituatie spoedig mogelijk te beëindigen.

  • 5. De Consulent leerrecht draagt zorg voor terugkoppeling binnen een Multi Disciplinair Overleg van haar handelswijze, vorderingen in het onderzoek naar het vermeende verzuim of afspraken met de jongere en/of ouders, voor zover deze bekend zijn bij hem/haar en alleen wanneer de jongere al in een Multi Disciplinair Overleg besproken is.

  • 6. De Consulent leerrecht legt een huisbezoek af wanneer hij/zij/zij dat nodig acht.

  • 7. De Consulent leerrecht kan een bemiddelende rol vervullen ten behoeve van de jongere en de ouders bij het zoeken naar een andere school of een zo goed mogelijk passende leerroute, zo mogelijk in overleg met het Samenwerkingsverband, de brugfunctionaris en het Doorstroompunt.

  • 8. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat een melding van verzuim binnen een zo kort mogelijke periode wordt afgehandeld. De hoogste prioriteit ligt bij het beëindigen van de verzuimsituatie. Ter afronding van de afhandeling zendt de Consulent leerrecht in ieder geval een schriftelijk bericht aan degene die de melding heeft gedaan, de ouders en, wanneer het een jongere van 12 jaar of ouder betreft, ook aan de jongere zelf. De Consulent leerrecht doet mededeling (mondeling of schriftelijk) van de afhandeling aan anderen die bij de verzuimsituatie zijn betrokken. Voor een inhoudelijke terugkoppeling dient er toestemming te zijn verleend door de ouders of de leerling vanaf 16 jaar. De Consulent leerrecht sluit de melding af bij Register Onderwijsdeelnemers van DUO.

  • 9. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat geen sprake is van vrijstelling en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan kan de Consulent leerrecht een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank zoals omschreven staat in artikel 19 van deze instructie. Indien de Consulent leerrecht voornemens is om een melding bij de Sociale Verzekeringsbank te doen, dan roept zij ouders en jongere vanaf 16 jaar op voor een gesprek, waarbij zij betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat zij voornemens is een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank.

  • 10. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van vrijstelling en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de jongere die tevens voldoet aan de criteria voor verwijzing naar Halt, dan kan de Consulent leerrecht besluiten tot een verwijzing naar Halt. Indien de Consulent leerrecht die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar besloten heeft over te gaan tot Haltverwijzing, dan roept zij ouders en jongere vanaf 12 jaar op voor een verhoor, waarin hij/zij/zij toestemming vraagt aan de ouders (voor de jongere tot 16 jaar) en jongere om door te verwijzen naar Halt. De Consulent leerrecht stel middels een verkort proces-verbaal een Haltverwijzing op. De jongere ondertekent de Haltverwijzing en geeft daarmee zijn/haar toestemming voor Halt. Aan de jongere en ouders wordt informatie gegeven betreffende de consequenties bij het niet nakomen van de afspraken. De Consulent leerrecht stuurt de Halt-verwijzing naar Halt. De Consulent leerrecht licht de school in over de verwijzing en over de afloop van de Haltstraf.

  • 11. Bij een negatieve afdoening van de Haltstraf maakt de Consulent leerrecht die tevens bevoegd is als buitgewoon opsporingsambtenaar een proces-verbaal op, nadat er overleg is geweest met het Openbaar Ministerie.

  • 12. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, en komt deze jongere niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Halt (zie de (contra)indicaties van de MAS, dan maakt de Consulent leerrecht die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar proces-verbaal op van zijn/haar bevindingen en zendt dit naar de officier van justitie. Indien hij/zij/zij voornemens is proces-verbaal op te maken, roept de Consulent leerrecht de ouders en de jongere van 12 jaar of ouder op voor een verhoor, waarbij hij/zij/zij de betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij/zij/zij voornemens is een proces-verbaal op te maken.

  • Het opmaken van een proces-verbaal en een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank kan gelijktijdig, maar ook volgend op elkaar plaatsvinden.

  • 13. De Consulent leerrecht is bevoegd, conform de MAS, het (laten) opmaken van proces-verbaal achterwege te laten en de ouders en/of de jongere een schriftelijke waarschuwing te geven indien sprake is van:

    • -

      verwijtbaar handelen of nalaten, doch geen kennelijke opzet tot het plegen van een overtreding; en/of

    • -

      een eerste overtreding waarbij sprake is van (ernstige) zorg; en/of

    • -

      verzuim van lichte aard (overig verzuim volgens DUO), namelijk korter dan 16 uur binnen 4 aaneengesloten weken.

  • 14. De Consulent leerrecht kan aan het college een voorstel doen tot het opleggen van een last onder dwangsom indien zij van mening is, gezien de achtergrond en de aard van de verzuimsituatie, dat deze maatregel kan leiden tot het opheffen van het verzuim dan wel het voorkomen van herhaling daarvan.

  • 15. Zodra de Consulent leerrecht kennis neemt van schoolverzuim waarvan niet door een directeur is kennis gegeven, stelt de Consulent leerrecht een onderzoek in naar de reden waarom de directeur het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt de directeur onwillig of nalatig in het nakomen van deze verplichting, dan kan de Consulent leerrecht een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs.

  • 16. De Consulent leerrecht kan aan de directeur gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van verzuim en het doen van melding van verzuim, met het oog op het bevorderen van een effectief verzuimbestrijdingbeleid/aanwezigheidsbeleid en de rechtsgelijkheid. De Consulent leerrecht kan directeuren verzoeken om eerder een kennisgeving van verzuim in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op de verzuimbestrijding.

  • 17. Het luxe verzuim valt onder relatief verzuim en de Consulent leerrecht handelt overeenkomstig dit artikel.

  • Het opmaken van een proces-verbaal gebeurt bij luxe verzuim door de Consulent leerrecht die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar indien het verzuim meer dan 1 dag bedraagt of indien er sprake is van recidive.

  • Daarnaast kan er een proces-verbaal worden opgemaakt indien het verzuim 1 dag bedraagt, het verzuim plaatsvindt op een laatste schooldag voor een vakantie én er voorafgaand aan deze schoolvakantie een aangekondigde leerrecht-actie plaatsvindt, na overleg met het Openbaar Ministerie.

Absoluut verzuim van leerplichtigen en kwalificatieplichtige jongeren

(artikelen 2, lid 1, 3, 4a en 4b Leerplichtwet)

Artikel 7

  • 1. Indien blijkt dat een leerplichtige en kwalificatieplichtige jongere niet als leerling is ingeschreven zonder dat daarvoor een grond voor vrijstelling aanwezig is, onderzoekt de Consulent leerrecht onverwijld, doch ten hoogste binnen vijf werkdagen, of wegens een administratieve onvolkomenheid een bericht van inschrijving ontbreekt (zie ook artikel 3 lid 7 van deze instructie).

  • 2. Indien de jongere vóór het intreden van de situatie van absoluut verzuim wel op een school of instelling ingeschreven is geweest, neemt de Consulent leerrecht contact op met de directeur van die school of instelling en vraagt diens zienswijze over het opgetreden absolute verzuim.

  • 3. Indien niet is gebleken dat sprake is van een administratieve onvolkomenheid, zoekt de Consulent leerrecht onverwijld, doch ten hoogste binnen vijf werkdagen, contact met de ouders en stelt hen in de gelegenheid om nadere uitleg over het achterwege blijven van een inschrijving te geven. Ouders kunnen worden uitgenodigd om op gesprek te komen. Indien het een jongere betreft die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, zoekt de Consulent leerrecht tevens contact met de jongere.

  • 4. Indien de ouders is aangeraden in het gesprek om de jongere in te schrijven dan wel een andere actie op te volgen, wordt binnen vijf werkdagen gecontroleerd of hier inderdaad gehoor aan is gegeven. Als het advies is opgevolgd wordt dit verwerkt in het dossier. Is het advies niet opgevolgd dan volgt in principe een proces-verbaal en een melding aan de Sociale Verzekeringsbank (indien de jongere de leeftijd van 16 of 17 jaar heeft, conform de procedure opgenomen in artikel 18).

  • De Consulent leerrecht kan aan het college een voorstel doen tot het opleggen van een last onder dwangsom indien zij van mening is, gezien de achtergrond en de aard van de verzuimsituatie, dat deze maatregel kan leiden tot het opheffen van het verzuim dan wel het voorkomen van herhaling daarvan.

Kennisgeving in- en uitschrijvingen, (dreigend) voortijdig schoolverlaten van leerplichtigen (met inbegrip van verwijdering)

(artikel 18, eerste lid, Leerplichtwet, artikelen 8.22 tot en met 8.25 WVO 2020, artikel 47a 162b WEC of artikel 8.1.8 en 8.3.2. WEB))

Artikel 8

  • 1. De kennisgevingen van een (voorgenomen) beslissing tot verwijdering van een leerling en de kennisgeving van uitschrijving worden door de administratief medewerker of de Consulent leerrecht ontvangen. Er wordt een leerlingdossier aangemaakt, of de kennisgeving wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerlingdossier.

  • Artikel 6 van deze ambtsinstructie, leden 3 tot en met 13, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Zodra de Consulent leerrecht kennisneemt van verwijdering van een jongere die niet overeenkomstig de wettelijke bepalingen is gemeld, stelt de Consulent leerrecht een onderzoek in naar de oorzaak hiervan. Als de directeur onwillig of nalatig is in het nakomen van deze verplichting, dan zoekt de Consulent leerrecht contact met de directeur om dit te bespreken. De Consulent leerrecht beslist of het dossier ter signalering aan de Inspectie van het onderwijs wordt gestuurd (bij overtreding van artikel 18 Leerplichtwet).

  • 3. De Consulent leerrecht kan aan een directeur op diens verzoek advies geven over de aanpak van het voorkomen van verwijdering van een bij de school ingeschreven jongere. Indien de Consulent leerrecht een dergelijk advies geeft, deelt de directeur aan de Consulent leerrecht mee op welke wijze hij/zij met het advies omgaat.

Vervangende leerplicht

(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet artikel 5 Leerplichtregeling 1995)

Artikel 9

  • 1. De Consulent leerrecht besluit namens het college over aanvragen tot het toestaan van vervangende leerplicht, als bedoeld in de artikelen 3a en 3b van de wet.

  • 2. De Consulent leerrecht controleert of er een Plan van Aanpak is opgemaakt dat voorziet in een begeleidingsprogramma die tenminste een beschrijving omvat van de onderwijsdoelen en de praktijktijd, opgesteld door de school van inschrijving (artikel 3a) of de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden (artikel 3b).

  • 3. Blijkt aan de Consulent leerrecht dat een jongere vermoedelijk in de omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 3a dan wel 3b van de wet, dan draagt de Consulent leerrecht er zorg voor dat de noodzakelijke gesprekken met betrekking tot het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (artikel 3a) dan wel arbeid van lichte aard (artikel 3b) binnen 10 werkdagen worden gevoerd.

  • 4. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat de afspraken die in de gesprekken worden gemaakt schriftelijk worden vastgelegd. Hij/zij draagt er zorg voor dat de vastgelegde afspraken in het leerlingdossier worden opgenomen en hij/zij draagt er zorg voor dat degenen die betrokken zijn bij het ontwerpen van het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de inrichting van de praktijktijd dan wel de arbeid van lichte aard binnen vijf werkdagen over de gemaakte afspraken worden geïnformeerd.

  • 5. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat het programma op voor hen begrijpelijke wijze aan de ouders en de jongere wordt uitgelegd en hij/zij draagt er zorg voor dat de ouders het verzoek tot het toestaan van vervangende leerplicht ondertekenen en indienen.

  • 6. De Consulent leerrecht draagt zorg voor een goede informatieverstrekking aan het districtshoofd van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Vrijstelling van leerplicht wegens het volgen van ander onderwijs

(artikel 4a en 15 Leerplichtwet)

Artikel 10

  • 1. De Consulent leerrecht besluit namens het college op een aanvraag tot toepassing van de vrijstelling als bedoeld in artikel 15 van de wet.

  • 2. Bij de beoordeling of de jongere op andere wijze voldoende onderwijs geniet, slaat de Consulent leerrecht acht op:

    • -

      de vraag of het onderwijs bijdraagt aan het behalen van een startkwalificatie; en

    • -

      de vraag of de hoeveelheid tijd die met het onderwijs is gemoeid in redelijke verhouding staat tot de omvang van het onderwijs.

    • -

      Indien nodig neemt de Consulent leerrecht voorwaarden op bij zijn/haar besluit.

  • 3. Indien een 17-jarige in dienst wil treden bij defensie, levert hij/zij aan de Consulent leerrecht een kopie van de aanstellingsbrief bij Defensie, waarin Defensie verklaart dat de 17-jarige bij Defensie in dienst is en voor welke functie hij/zij is bestemd (N.B.: Ouders hebben schriftelijk ingestemd met de aanstelling van deminderjarige). In de aanstellingsbrief wordt de 17-jarige opgedragen een kopie van de aanstellingsbrief bij het Team Leerrecht van zijn/haar woongemeente in te leveren.

  • 4. Na marginale toetsing van de kopie aanstellingsbrief verleent de Consulent leerrecht aan de betrokkene en zijn/haar ouders vrijstelling van leerplicht op grond van art 15 van de Leerplichtwet.

  • 5. De Consulent leerrecht vermeldt in de vrijstellingsbrief het defensiepersoneelnummer van de jongere. Het defensiepersoneelnummer staat vermeld in de aanstellingsbrief.

  • 6. De Consulent leerrecht stuurt de vrijstellingsbrief aan de betrokkene en zijn/haar ouders en een kopie aan het Dienstencentrum Human Resources van Defensie (N.B.: Dienstencentrum HR, Deskundigheidscentrum cluster-1, Postbus 295, 7500AG Enschede).

  • 7. Indien de aanstelling bij Defensie van de jongere vóór zijn/haar 18e jaar wordt beëindigd, vermeldt Defensie in de ontslagbrief dat met dit ontslag de grond voor vrijstelling vanuit de Leerplichtwet vervalt, dat de betrokkene zich bij een onderwijsinstelling moet melden voor het behalen van een startkwalificatie en dat Defensie melding doet van dit ontslag aan het Team Leerrecht van de woongemeente.

  • 8. Het Dienstencentrum Human Resources van Defensie meldt aan de Consulent leerrecht van de woongemeente in geval de jongere voor zijn/haar 18e jaar wordt ontslagen.

  • 9. Nadat de 17-jarige is gemeld bij de Consulent leerrecht van zijn/haar woongemeente, als uitgeschreven, controleert de Consulent leerrecht of de kwalificatieplicht voldoende wordt nageleefd.

Vrijstelling van de inschrijvingsplicht

Artikel 5 aanhef en onder a, b en c, alsmede de artikelen 6, 7, 8 en 9 Leerplichtwet artikel 5 Leerplichtregeling 1995)

Artikel 11

  • 1. De Consulent leerrecht neemt de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 van de wet in ontvangst. Hij/zij zendt de ouders een ontvangstbevestiging waarin hij/zij meedeelt op welke termijn de ouders een bericht zullen ontvangen over de ontvankelijkheid van het beroep op vrijstelling.

  • 2. Als ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder a van de wet, dan ontvangt de Consulent leerrecht van de ouders de noodzakelijke onderliggende bescheiden behorende bij het door ouders ingevulde formulier ‘Beroep vrijstelling van de inschrijvingsplicht artikel 5 onder a’.

  • 3. De aanvraag, inclusief de onderliggende bescheiden, gaat naar een team onafhankelijk aangestelde jeugdartsen van de VGGM, de zogenaamde Vrijstellingstafel. Samen gaan zij na of er mogelijkheden zijn voor een kind om naar school te gaan, of dat er een vrijstelling nodig is. Als de Vrijstellingstafel heeft beoordeeld dat een kind (gedeeltelijk) naar school kan, dan zal het Samenwerkingsverband een belangrijke rol spelen t.a.v. de plaatsing van een kind op een passende school.

  • 4. Als de Vrijstellingstafel heeft beoordeeld dat het kind (nog) niet naar school kan, dan zal de onafhankelijke jeugdarts een sociaal medisch advies afgeven waarmee ouders zich bij de Consulent leerrecht kunnen beroepen op vrijstelling.

  • 5. Indien ouders geen toestemming verlenen voor een beoordeling door de Vrijstellingstafel zal de onafhankelijke jeugdarts de kennisgeving anoniem bespreken met de Vrijstellingstafel en vervolgens een verklaring of een sociaal medisch advies afgeven aan ouders.

  • 6. Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder a van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders binnen 10 werkdagen na ontvangst van het beroep op vrijstelling inclusief het sociaal medisch advies van de onafhankelijke jeugdarts.

  • 7. Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de Consulent leerrecht aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling gemeld in DUO.

  • 8. Indien de ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders ten hoogste 20 werkdagen. Als gegronde redenen aanwezig zijn voor een langere termijn, dan deelt de Consulent leerrecht deze termijn binnen 20 werkdagen aan de ouders mee.

  • 9. Indien de ouders een beroep doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan onderzoekt de Consulent leerrecht de bij de kennisgeving overgelegde bescheiden. Hij/zij nodigt de ouders uit voor een mondelinge toelichting op het beroep. Hij/zij onderzoekt of de bedenkingen daadwerkelijk de richting van het onderwijs betreffen. Hij/zij gaat na of de jongere eerder op een school of instelling ingeschreven is geweest.

  • 10. Indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de Consulent leerrecht de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan 20 werkdagen om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling.

  • 11. Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de Consulent leerrecht aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling gemeld in Register Onderwijsdeelnemers van DUO.

  • 12. Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder c van de wet, en de omstandigheden zijn van dien aard dat (nog) geen verklaring van de directeur van de buiten Nederland gelegen school of inrichting van onderwijs kan worden overgelegd, dan deelt de Consulent leerrecht aan de ouders mee op welke wijze, en op welk moment, door hen zal moeten worden aangetoond dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet.

  • 13. Indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de Consulent leerrecht de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan 20 werkdagen om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling.

  • 14. Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de Consulent leerrecht aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling gemeld in DUO.

  • 15. Indien ouders een herhaalberoep doen op vrijstelling op grond van artikel 5 onder c en er zijn vermoedens dat een kind langer dan 8 maanden in het buitenland verblijft, dan zal de Consulent leerrecht een signaal afgeven bij Burgerzaken voor een adresonderzoek.

  • 16. In het geval van vrijstelling van de inschrijvingsplicht op grond van artikel 5 onder a en b informeert de Consulent leerrecht de Arbeidsinspectie over de vrijstelling als deze betrekking heeft op jongeren tussen de 16 en 18 jaar zijn.

Bepalen of een onderwijsvoorziening een school is in de zin van de Leerplichtwet

(artikel 1a, 1 lid 2, 1A1 en 22, lid 4 Leerplichtwet)

Artikel 12

  • 1. Indien ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de Leerplichtwet doordat hun kind gebruik maakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, maar bij nieuw op te richten particuliere school dan neemt de Consulent leerrecht contact op met de Inspectie van het Onderwijs om te verifiëren of deze school bij hen bekend is en informeren wanneer er een advies uitgebracht wordt over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de wet. Indien ouders zelf de school oprichten dan moeten zij binnen 4 weken na de feitelijke start van de school zich bij DUO melden.

  • 2. Staan de kinderen ingeschreven op een school of onderwijsinstelling dan kunnen deze pas overgaan tot uitschrijving, zodra de nieuwe school/instelling erkend is als school in de zin van de wet, zodat de kinderen daar worden ingeschreven.

  • 3. De Consulent leerrecht volgt het advies van de Inspectie van het Onderwijs.

  • 4. Indien een school niet voldoet aan de criteria van de wet en niet langer een school in de zin van de wet is, stelt de Consulent leerrecht de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 7 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in de wet, of verzekert hij/zij er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld.

Aanwijzing deskundige

(artikel 7 Leerplichtwet)

Artikel 13

Er worden ad hoc of structureel afspraken gemaakt met een arts, pedagoog of psycholoog over de wijze waarop hij/zij een verklaring over de geschiktheid tot toelating tot een school of instelling betreffende een jongere geeft. Indien er toestemming is van de ouders (en jongere vanaf 16 jaar) dan zal er contact worden opgenomen met de jeugdarts om de onderwijsmogelijkheden van de jongere te onderzoeken.

Melding aan de Raad voor de Kinderbescherming

(artikel 22, lid 5 Leerplichtwet)

Artikel 14

Indien de Consulent leerrecht een proces-verbaal tegen de jongere en/of ouders in verband met relatief verzuim aan de Officier van Justitie zendt, zendt hij/zij tevens een afschrift van het proces-verbaal naar de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Dit geldt ook voor een recidive proces-verbaal, waar jongere en/of ouders als verdachte(n) is/zijn opgenomen.

Voordat een proces-verbaal opgemaakt, kan de medewerker van het Adviesteam van de RvdK door de Consulent leerrecht worden geconsulteerd over de voor deze jongere en zijn/haar gezin gewenste route: vrijwillige hulp, een civiel en/of strafrechtelijke route.

Melding aan Veilig Thuis

Artikel 15

Indien de Consulent leerrecht bij een onderzoek komt tot het vermoeden van verwaarlozing van de belangen van een jongere/kind, kan hij/zij een rapport van zijn/haar bevindingen naar Veilig Thuis sturen met het verzoek om een onderzoek te doen. Hij/zij deelt zijn/haar beslissing om een rapport aan Veilig Thuis te zenden schriftelijk mee aan de betrokken ouders. Hij/zij neemt het rapport op in het leerlingdossier.

Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

(artikel 16 lid 4 sub e Leerplichtwet)

Artikel 16

  • 1. De Meldcode bestaat uit 5 stappen. De Consulent leerrecht volgt deze stappen.

  • 2. Stap-1: In kaart brengen van signalen.

  • De Consulent leerrecht brengt de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en legt deze vast in het leerlingdossier. Tevens legt de Consulent leerrecht de contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen. De Consulent leerrecht beschrijft de signalen zo feitelijk mogelijk. Hypothesen en veronderstellingen worden vastgelegd, daarbij wordt uitdrukkelijk opgenomen dat het gaat om een hypothese of veronderstelling. De Consulent leerrecht maakt een vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht. De Consulent leerrecht vermeldt de bron als er informatie van derden wordt vastgelegd. Diagnoses worden alleen vastgelegd als ze zijn gesteld door een bevoegde beroepskracht. De Consulent leerrecht doet een kindcheck. De kindcheck valt onder stap-1 van de Meldcode en is aan de orde wanneer een volwassene of adolescent in een situatie verkeert die minderjarige kinderen (ernstige) schade kan berokkenen. Er moet onderzocht worden, in dat geval in een gesprek met ouders, of er (nog meer) kinderen bij ouders wonen en wie er voor hen zorgen. Op basis van deze informatie wordt besloten of er verdere actie ondernomen moet worden door de verdere stappen van de Meldcode te zetten.

  • 3. Indien uit een vertrouwelijk gesprek met een leerling blijkt dat er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling, dan meldt de Consulent leerrecht aan de leerling dat hij/zij conform de Meldcode zal handelen, tenzij er zwaarwegende belangen van de leerling zijn om dit na te laten.

  • 4. Betreffen de signalen huiselijk geweld of kindermishandeling gepleegd door een beroepskracht, dan meldt de Consulent leerrecht de signalen bij de leidinggevende of de directie. In dat geval zijn de verdere stappen niet van toepassing.

  • 5. Stap-2: Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van Veilig Thuis.

  • De Consulent leerrecht bespreekt de signalen met een collega bij voorkeur een Consulent leerrecht lokaal of regionaal. De Consulent leerrecht vraagt zo nodig ook advies aan Veilig Thuis. De Consulent leerrecht legt de uitkomst van de bespreking vast in het leerlingdossier.

  • 6. Stap-3: Gesprek met de leerling (ouder dan 12 jaar) en ouders.

  • De Consulent leerrecht nodigt de leerling en ouders uit om de signalen te bespreken. Dit gesprek wordt bij voorkeur door twee medewerkers gevoerd. In het gesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde: het doel van het gesprek, de feiten die de Consulent leerrecht heeft vastgesteld en de waarnemingen die zijn gedaan. Aan de leerling en ouders wordt gevraagd hierop te reageren. De Consulent leerrecht komt pas na deze reactie zo nodig en zo mogelijk met een interpretatie van hetgeen de Consulent leerrecht heeft gezien, gehoord en waargenomen. De Consulent leerrecht vertelt de ouders wat de vervolgeacties (kunnen) zijn. De Consulent leerrecht legt op zorgvuldige wijze de bevindingen van het gesprek vast in het leerlingdossier.

  • 7. Het doen van een melding zonder dat de signalen zijn besproken met de leerling en ouders, is alleen mogelijk als de veiligheid van de leerling, ouders, de Consulent leerrecht of die van een ander in het geding is, of als er goede redenen zijn om te veronderstellen dat de leerling of ouders door dit gesprek het contact zullen verbreken.

  • 8. Stap-4: Weeg de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling.

  • De Consulent leerrecht weegt op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de leerling en ouders, en na consultatie van een collega bij voorkeur een Consulent leerrecht lokaal of regionaal, het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling. De Consulent leerrecht weegt eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. De Consulent leerrecht legt haar afwegingen vast in het leerlingdossier.

  • 9. Stap-5: Beslissen aan de hand van afwegingskader:

  • Afweging 1: Is melden noodzakelijk,

  • Afweging 2: Is hulpverlening (ook) mogelijk, zelf hulp organiseren of melden.

  • De afwegingen dienen in deze volgorde genomen te worden De Consulent leerrecht registreert de leerling in de Verwijsindex.

  • 10. De Consulent leerrecht doet alsnog een melding van haar vermoeden bij het Veilig Thuis als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint.

  • 11. Alvorens de Consulent leerrecht een melding doet bespreekt hij/zij deze melding met de leerling (ouder dan 12 jaar) en ouders. In dit gesprek geeft de Consulent leerrecht aan waarom hij/zij van plan is de melding te doen, vraagt de leerling en ouders om een reactie, hoort de eventuele bezwaren op de melding aan en probeert hieraan tegemoet te komen en maakt vervolgens de afweging over de noodzaak en de aard en ernst van het geweld en de noodzaak om de leerling of ouders te beschermen. De Consulent leerrecht legt het gesprek vast in het leerlingdossier.

  • 12. De Consulent leerrecht geeft bij de melding aan op grond van welke feiten en gebeurtenissen hij/zij hiertoe besloten heeft. Tevens meldt de Consulent leerrecht of er informatie van anderen afkomstig is. De Consulent leerrecht legt de melding vast in het leerlingdossier.

Melding aan de inspectiedienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

(artikel 23 Leerplichtwet, artikel 5 Leerplichtregeling 1995)

Artikel 17

De Consulent leerrecht draagt zorg voor een goede informatieverstrekking aan het districtshoofd van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot:

  • a)

    Jongeren voor wie vervangende leerplicht is goedgekeurd op grond van artikel 3b van de wet;

  • b)

    Jongeren voor wie vrijstelling van de inschrijfplicht bestaat op grond van artikel 5, onder a of b van de wet, en die 16 jaar of ouder zijn;

  • c)

    Jongeren ten aanzien van wie zij bemerkt dat deze in strijd met de voorschriften arbeid verrichten.

Melding aan de Sociale Verzekeringsbank

(artikel 7 Algemene Kinderbijslagwet)

Artikel 18

  • 1. De Consulent leerrecht kan een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) indien er sprake is van ongeoorloofd verzuim bij een jongere van 16- of 17-jaar zonder startkwalificatie. Onder ongeoorloofd verzuim wordt verstaan: verzuim van 16 uur of meer in een periode van 4 weken, of niet ingeschreven staan op een school, tenzij er sprake is van een vrijstelling.

  • 2. De Consulent leerrecht kan besluiten om over te gaan tot een melding indien er sprake is van verwijtbaarheid van de ouders en/of jongere, ouders en/of jongere niet willen meewerken aan afspraken om het verzuim te stoppen en/of er sprake is van recidive.

  • 3. Alvorens de Consulent leerrecht een melding doet bij de SVB, roept hij/zij ouders en jongere op om hen van de voorgenomen melding op de hoogte te brengen. Tevens worden er afspraken gemaakt binnen welke termijn onder welke voorwaarden de ouders en jongere de melding kunnen voorkomen.

  • 4. De Consulent leerrecht zet de volgende afspraken op papier, welke naar ouders en jongere verstuurd worden:

    • -

      het geconstateerde verzuim (minimaal 16 uur per 4 weken);

    • -

      de ondernomen acties om dit verzuim te stoppen, welke niet hebben geleid tot het resultaat (acties van de Consulent leerrecht, gesprek, waarschuwing, melding ZAT/AOJ, enz.);

    • -

      datum waarop de melding naar de SVB is verstuurd;

    • -

      datum waarop de Kinderbijslag stop gezet zal worden;

    • -

      voorwaarden waar ouders en/of jongere aan moeten voldoen om de melding ongedaan te maken;

    • -

      evaluatiedatum (als de melding aan de SVB is gedaan, kunnen ouders en/of jongere alsnog voldoen aan de voorwaarden de melding aan de SVB ongedaan maken. Hiervoor wordt een uiterste datum genoemd. Op deze wijze hebben ouders en jongere alsnog de kans de melding ongedaan te maken).

Melding aan de Inspectie van het onderwijs

(artikel 16a Leerplichtwet, toezicht op de directeur /Inspectie van het onderwijs)

Artikel 19

  • 1. Wanneer een Consulent leerrecht, bij de uitoefening van haar toezichthoudende rol op leerlingen en ouders, tekortkomingen waarneemt bij een school of onderwijsinstelling in de naleving van de Leerplichtwet, informeert en adviseert de Consulent leerrecht de school of onderwijsinstelling, zodat deze zich bewust is van de geldende wettelijke bepalingen, in verband met de diverse maatregelen ten behoeve van het bestrijden van verzuim en voortijdig schoolverlaten.

  • 2. Wanneer een Consulent leerrecht bij een volgend bezoek in het kader van haar toezichthoudende rol op leerlingen en ouders signaleert dat de school of onderwijsinstelling nog steeds niet voldoet aan de wettelijke bepalingen, dan zal de Consulent leerrecht de school verzoeken om alsnog te voldoen en zal de Consulent leerrecht een schriftelijk signaal afgeven aan de Inspectie van het Onderwijs.

  • 3. Het schriftelijk signaal wordt afgegeven via het contactformulier van de Inspectie van het Onderwijs. De school of onderwijsinstelling wordt hiervan op de hoogte gesteld.

  • 4. Het schriftelijk signaal omvat een omschrijving van de waargenomen feiten door de Consulent leerrecht. Tevens omschrijft de Consulent leerrecht op welke wijze hij/zij heeft gehandeld in relatie tot de signalering.

  • 5. Als de Consulent leerrecht in het kader van toezicht op leerling en ouders, nadat hij/zij de Inspectie van het Onderwijs al een signaal heeft gegeven, opnieuw waarneemt dat een school of onderwijsinstelling in strijd met de Leerplichtwet handelt, doet hij/zij een melding aan de Inspectie van het Onderwijs conform de wijze waarop een schriftelijk signaal wordt gegeven zoals omschreven in lid 3 en 4 van dit artikel.

Jaarverslag Leerrecht

(artikel 25 Leerplichtwet)

Artikel 20

  • 1. De Consulent leerrecht verantwoordt het in het schooljaar gevoerde leerrechtbeleid inzake de handhaving van de leerplicht en de kwalificatieplicht en de resultaten daarvan, aan de raad van Gemeente Nijkerk door middel van een Jaarverslag Leerrecht. Tevens draagt de Consulent leerrecht er zorg voor dat jaarlijks de gegevens aan de minister inzake de omvang en behandeling van het schoolverzuim voor 1 oktober volgend op het schooljaar, beschikbaar zijn.

  • 2. De Consulent leerrecht voert het overleg met de instanties en organisaties wier handelen (mede) in het voorstel voor het jaarlijkse verslag aan de orde wordt gesteld.

Samenwerking in de regio inzake leerrecht

(artikel 16, lid 4 onder c Leerplichtwet)

Artikel 21

  • 1. De Consulent leerrecht voert periodiek overleg met de medewerkers leerplicht van de andere gemeenten in de regio over de uitvoering van de taken krachtens de Leerplichtwet. De Consulent leerrecht neemt zo nodig het initiatief tot het bijeenroepen van het bedoelde overleg. Hij/zij neemt een samenvatting van wat in het overleg is besproken op in het voorstel voor het jaarlijkse verslag over het gevoerde beleid.

  • 2. De Consulent leerrecht draagt bij aan een optimaal toezicht op de naleving van de Leerplichtwet door in het regionale overleg voorstellen in te brengen over onderwerpen waarvoor regionale afspraken bijdragen aan een doelmatige bestrijding van schoolverzuim.

    • -

      Tot deze onderwerpen behoren in ieder geval:

    • -

      afspraken over het onderhouden van contacten met scholen en onderwijsinstellingen in de regio;

    • -

      afspraken over de beleidsregels met betrekking tot de scholen en onderwijsinstellingen in de regio;

    • -

      afspraken over de adviezen met betrekking tot het beleid die medewerkers leerplicht uit de regio geven aan de scholen in de regio;

    • -

      afspraken over de organisatie en inhoud van de contacten met de regionaal werkende instellingen op het gebied van algemeen maatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg en de aansluiting tussen onderwijs en arbeid;

    • -

      afspraken over de organisatie en inhoud van het overleg met het Openbaar Ministerie.

  • 3. De Consulent leerrecht doet in het regionale overleg zo nodig voorstellen over:

    • -

      de toepassing van de wettelijke vrijstellingsgronden;

    • -

      de richtlijnen op regionaal niveau inzake het verlenen van verlof op grond van artikel 11 aanhef en onder f en g van de Leerplichtwet (extra vakantieverlof respectievelijk andere gewichtige omstandigheden).

    • -

      de wijze waarop contact wordt onderhouden met de officier van justitie in het kader van de toepassing van artikel 22 van de Leerplichtwet (onderzoek door de Consulent leerrecht).

  • 4. De Consulent leerrecht pleegt overleg met de Consulent leerrecht van de woongemeente van een jongere indien zij in haar contacten met scholen, instellingen of instanties bemerkt dat sprake kan zijn van een overtreding van de Leerplichtwet of een bedreiging van de schoolloopbaan van de jongere die niet is ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente.

Samenwerking met diensten en instellingen

(artikel 16, lid 4 onder d Leerplichtwet)

Artikel 22

De Consulent leerrecht werkt samen met een of meer van de instellingen, opgenomen in bijlage-1, zo vaak zij dat nuttig en wenselijk acht. Om inzichtelijk te krijgen of jongeren daadwerkelijk aankomen bij een organisatie en verder worden bemiddeld, vervult de Consulent leerrecht een regierol. De Consulent leerrecht controleert of doorverwezen jongeren daadwerkelijk in bemiddeling zijn genomen. Er wordt vastgelegd welke jongeren, waarheen zijn doorverwezen, zolang hierbij geen bijzondere persoonsgegevens worden vastgelegd en het gerelateerd is aan ongeoorloofd schoolverzuim.

Beleidsontwikkeling

Artikel 23

  • 1. De Consulent leerrecht draagt er zorg voor dat de ervaringen met de uitvoering van de leerplichttaken binnen het werkgebied van de regio, kwantitatief en kwalitatief, op een systematische wijze worden verzameld en zorgt voor de verwerking hiervan in voorstellen voor aanpassingen van het gemeentelijke dan wel regionale beleid.

  • 2. De Consulent leerrecht blijft goed op de hoogte van de regionale, provinciale en landelijke ontwikkelingen die voor de uitvoering van de leerplichttaken van belang zijn en zorgt voor de verwerking van die ontwikkelingen in voorstellen voor aanpassingen van het gemeentelijke dan wel regionale beleid.

Slotbepalingen

Artikel 24

  • 1. Het vaststellen van deze instructie wordt bekendgemaakt aan de scholen en instellingen waar leerlingen uit regio Eemland staan ingeschreven en aan de in bijlage 1 genoemde instellingen, door toezending van dit besluit.

  • 2. Deze instructie treedt in werking 14 dagen na de dag van bekendmaking. Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding bij de Consulent leerrecht in behandeling zijn, worden zo veel mogelijk in overeenstemming met deze instructie behandeld, tenzij de belangen van de jongere daardoor geschaad worden.

  • 3. De instructie wordt aangehaald als: Instructie voor de Consulent leerrecht Gemeente Nijkerk.”

  • 4. Met het vaststellen van de instructie komt de ‘regionale instructie voor de leerplichtambtenaar regio Eem’ (mei 2014) te vervallen.

Ondertekening

Aldus besloten in de collegevergadering van 9 december 2025

Burgemeester en wethouders van Nijkerk,

de secretaris,

de heer drs. J.G. de Jager

de burgemeester,

mevrouw T.T.E. de Jonge-Ruitenbeek

Bijlage-1. Diensten en instellingen waarmee ook wordt samengewerkt

De Consulent leerrecht voert zo vaak als zij dit voor het uitoefenen van haar taak nodig acht overleg met:

  • Scholen voor primair onderwijs

  • Scholen voor voortgezet onderwijs

  • Scholen voor speciaal onderwijs

  • Instellingen voor beroepsonderwijs (ROC, AOC en vakinstelling)

  • Regionale Expertise Centra (SO-VSO)

  • Arrondissementsparket

  • Rechtbank

  • Stichting Halt

  • Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

  • Politie

  • Raad voor de Kinderbescherming

  • Veilig Thuis

  • Reclassering

  • Regiogemeenten

  • Provincie

  • Ministerie OC&W

  • Ministerie van Justitie

  • Ministerie van Binnenlandse Zaken

  • Ingrado (branchevereniging voor Leerplicht)

  • Inspctie van het Onderwijs

  • Instellingen voor jeugdhulpverlening (JZ, SMW)

  • Instellingen voor jeugdgezondheidszorg (GGD, VGGM)

  • Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

  • Lokale zorginstanties

  • Arbeidsinspectie

  • Sociale Verzekeringsbank

  • Centrum voor werk en inkomen

  • Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen/UWV Werkbedrijf

  • Inburgering

  • Jongerenloket

  • Centrum voor Jeugd en Gezin

  • Wijkteams

De Consulent leerrecht raadpleegt zo nodig de sociale kaart van de gemeente.

Toelichting op de instructie Consulent leerrecht

Toelichting op de instructie

Volgens artikel 16, lid 4 van de Leerplichtwet 1969 is aan het college opgedragen een instructie vast te stellen voor de Consulent leerrecht. Hierin wordt vermeld hoe de wettelijke taken die de gemeente zijn opgelegd moeten worden uitgevoerd. Ook dient aangegeven te worden hoe overleg wordt gepleegd met de medewerkers leerplicht in de omliggende gemeenten en met welke instanties bij de uitvoering van de taken moet worden samengewerkt. Dit heeft tot doel om ervoor te zorgen dat het het karakter heeft van maatschappelijke zorg. Gezien de doorlopende leerlijn, de aanpak van voortijdig schoolverlaten en de stimulans om op alle gebieden omtrent leerplicht en voortijdig schoolverlaten steeds meer met de elkaar te gaan samenwerken, is de combinatiefunctie echt een pré in een snelle effectieve aanpak bij de bestrijding van het aantal voortijdig schoolverlaters.

De instructie voor de Consulent leerrecht is opgesteld om de gewenste werkwijze met betrekking tot het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet en het beleid op het gebied van voortijdig schoolverlaten zo duidelijk mogelijk, en toegesneden op de situatie in de regio, vast te leggen.

In de instructie zijn weinig tot geen bepalingen opgenomen die in wetgeving zijn opgenomen. De instructie moet dan ook in nauwe samenhang met de wetgeving gelezen worden. Met wetgeving wordt hier niet alleen op de Leerplichtwet en de onderwijswetten gedoeld, maar ook op de andere relevante wetgeving, zoals de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Wetboek van Strafrecht en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg). Ook de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) is naast de instructie een document dat in samenhang met elkaar gelezen en toegepast dient te worden.

In de instructie wordt de aanduiding ‘Consulent leerrecht’ gebruikt in de zin van artikel 16, lid 1 van de Leerplichtwet: de als zodanig aangewezen functionaris die de eed of de belofte heeft afgelegd.

De instructie gaat er van uit dat de Consulent leerrecht over de bevoegdheid als Buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA; Domein III Onderwijs, standplaats gemeente Nijkerk) beschikt.

De artikelen die gebruikt zijn in de instructie komen niet overeen met de artikelen uit de Leerplichtwet. Bij ieder artikel staat wel genoemd met welke wettelijke artikelen er een relatie is.

1.1Taakverdeling

In het totale takenpakket van leerrecht zijn werkzaamheden van uiteenlopend niveau en verschillende complexiteit te onderkennen. De werkzaamheden kunnen worden verdeeld over de functies: Consulent leerrecht en administratief medewerker.

1.2Mandaatverlening

Mandaat betekent letterlijk volmacht. Burgemeester en wethouders kunnen rechtstreeks de Consulent leerrecht mandateren. De gemandateerde Consulent leerrecht neemt dus namens burgemeester en wethouders een beslissing. Anders zou hij/zij dit doen als vertegenwoordiger en dan is er sprake van delegeren.

De Consulent leerrecht is in deze instructie gemandateerd voor de artikelen:

  • 3a Leerplichtwet, vervangende leerplicht;

  • 3b Leerplichtwet, vervangende leerplicht laatste schooljaar, en

  • 15 Leerplichtwet, vrijstelling voor het volgen van ander onderwijs.

1.3Toezichthouder

Artikel 16 Leerplichtwet, eerste lid, bepaalt: ‘Het toezicht op de naleving van deze wet anders dan door de hoofden is opgedragen aan burgemeester en wethouders. Zij wijzen daartoe een of meerdere ambtenaren aan’. Het tweede lid van artikel 16 bepaalt dat deze ambtenaren de eed of belofte moeten afleggen voordat zij hun ambt aanvaarden. In de Leerplichtregeling 1995 is daartoe in artikel 9 de tekst van de ambtseed opgenomen.

De aanwijzing van ambtenaren in artikel 16, eerste lid, Leerplichtwet betekent dat de Consulent leerrecht toezichthouder is zoals bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): een persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.

De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de toezichthouder, en dus ook de Consulent leerrecht, zijn, kort samengevat, de volgende:

  • artikel 5:12: legitimatie tonen (volgens een door de minister van Justitie aangewezen model12);

  • artikel 5:13: redelijk gebruikmaken van bevoegdheden;

  • artikel 5:14: mogelijkheid tot beperking van bevoegdheden bij wet of bij besluit van het bestuursorgaan;

  • artikel 5:15: bevoegdheid tot betreden van elke plaats met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, zo nodig met behulp van de sterke arm, en vergezeld van personen die de toezichthouder aanwijst;

  • artikel 5:16: bevoegdheid tot het vorderen van inlichtingen;

  • 5:16a Awb: bevoegdheid tot vorderen inzage identiteitsbewijs;

  • artikel 5:17: bevoegdheid tot het inzien van zakelijke gegevens en tot het maken van kopie daarvan (ter plekke of na medeneming voor korte tijd);

  • artikel 5:20: een ieder is verplicht aan een toezichthouder alle medewerking te verlenen die de toezichthouder redelijkerwijs kan vorderen.

1.4Termijnen

In diverse artikelen van de instructie zijn termijnen opgenomen, met het oog op een goede voortgang van de werkzaamheden. Deze termijnen zijn soms in de wet te vinden. Als dat het geval is, is dat in de artikelsgewijze toelichting aangegeven. De niet in de wet opgenomen termijnen zijn in de tekst van de instructie opgenomen en gelden als termijn van orde.

1.5Last onder dwangsom (LOD)

In artikel 6, lid 15 van de instructie is de bevoegdheid voor de Consulent leerrecht opgenomen om voorstellen aan het college te doen voor het toepassen van een LOD.

Dit bestuursrechtelijke handhavingsinstrument is op het vlak van de leerrechttaken nog niet veel toegepast. Uit jurisprudentie is wel gebleken dat de bevoegdheid daartoe bestaat. Artikel 125 Gemeentewet geeft aan het college de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen, omdat zij krachtens de Leerplichtwet met de handhaving van die wet zijn belast. Artikel 5:32a Algemene wet bestuursrecht geeft dan aan het college ook de bevoegdheid om een LOD op te leggen.

Deze sancties kunnen onder bepaalde omstandigheden effectiever zijn dan de ‘klassieke’ strafrechtelijke sancties (het opmaken van proces-verbaal), vooral wanneer voor voortzetting van de overtreding, dan wel herhaling daarvan, gevreesd moet worden.

Het onderscheid tussen strafrechtelijk optreden en bestuursrechtelijk optreden kan zo getypeerd worden:

  • in het strafrecht wordt de overtreding als zodanig bestraft;

  • in het bestuursrecht worden maatregelen genomen om de niet toegestane situatie ongedaan te maken of om te zorgen dat de overtreding niet voortduurt of herhaald wordt.

In beginsel kunnen het strafrechtelijke en het bestuursrechtelijke optreden naast elkaar bestaan. Daarover bestaat in de juridische literatuur wel overeenstemming. De overtreding van de verplichting tot inschrijving en/of regelmatig schoolbezoek, die krachtens de Leerplichtwet bestaat, is een zogenaamde duurovertreding: elke dag dat de betrokkenen (ouder, leerling) in verzuim blijven, duurt de overtreding voort. Daarom is het opleggen van een LOD, die volgens artikel 5:32a, tweede lid Awb ertoe strekt de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van overtreding te voorkomen, bij absoluut of relatief verzuim (bijvoorbeeld ernstig luxe verzuim) in principe een passend instrument.

De dwangsom kan tot een hoog bedrag oplopen. Wanneer de overtreders echter niet ruim bij kas zitten, zal dit instrument niet helpen: waar niets is, is niets te halen.

Verder is het goed erop te wijzen dat in artikel 5:32b, derde lid, onder meer staat aangegeven dat het als dwangsom vastgestelde bedrag in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.

Toepassing van de bestuursrechtelijke instrumenten is een taak van het bestuursorgaan, de gemeente. Een besluit tot oplegging van een LOD is een besluit waarop de rechtsbescherming van de Awb van toepassing is. In de instructie is afgezien van het verlenen van mandaat voor deze bevoegdheid. Gezien de relatieve onbekendheid van het toepassen van deze instrumenten in de leerrechtpraktijk, en gezien het karakter ervan, ligt het voorlopig voor de hand om uit te gaan van een collegebesluit in voorkomende gevallen.

Artikelsgewijze toelichting

2.1Toelichting artikel 1

Artikel 1, begripsbepalingen: Hier zijn enkele begrippen omschreven die niet in de Leerplichtwet zijn opgenomen, zoals: administratief medewerker en jongere.

2.2Toelichting artikel 2

Artikel 2, preventie: Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zijn in dit artikel een aantal proactieve informatie-instrumenten genoemd. In lid 4 en lid 5 wordt ingegaan op de afstemming tussen de diverse disciplines. Vooral de ketenpartners spelen bij de preventie een belangrijke rol.

Met invoering van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (eerste versie maart 2017; nieuwste versie maart 2022) is opgenomen dat de Consulent leerrecht zoveel mogelijk conform deze methode handelt. Pas toe of leg uit is het motto van de MAS.

2.3Toelichting artikel 3

Artikel 3, lid 2, leeftijdsgroep in administratie: gekozen is voor een systeem waarbij alle leerlingen waarmee de Consulent leerrecht in de loop van een schooljaar te maken heeft, bij het begin van het schooljaar in de leerplichtadministratie worden opgenomen. De 3-jarigen worden al meegenomen omdat deze kinderen in de loop van het schooljaar 4 jaar worden en bij een school of onderwijsinstelling worden ingeschreven (zo kunnen de kinderen die nog niet worden ingeschreven eenvoudig in beeld komen). Het is uiteraard ook mogelijk om de gegevens vanaf de geboorte op te nemen, in samenhang met monitoren van onderwijsachterstanden.

Er is sprake van een leerplichtadministratie, waarin de jongeren tot en met de leeftijd van 18 jaar worden opgenomen.

Bij de jongeren waarvan bekend is dat deze al een startkwalificatie hebben behaald, wordt een passende aantekening opgenomen.

Artikel 3, lid 3, tussentijdse mutaties: om te voorkomen dat leerlingen door verhuizing in de loop van het schooljaar tussen wal en schip raken, en niet aan onderwijs deelnemen, is het van belang om een goed sluitend systeem van de tussentijdse mutaties te hebben. In de tekst is de suggestie opgenomen om dit wekelijks bij te houden, zodat zowel de actualiteit als de werklast beheersbaar is. Er is een koppeling met de Basisregistratie Personen (BRP) waardoor deze gegevens dagelijks ingelezen worden. De aangifte van verhuizing behoort bij de beheerder van de BRP binnen te komen. Als er sprake is van het ontvangen van een schoolmutatie, kan tevens gecontroleerd worden of de verhuizing op juiste wijze is gemeld.

Mutaties van in- en uitschrijving worden geregeld in de wet en het daartoe behorende besluit Register Onderwijsdeelnemers (in DUO). Op grond van artikel 4 en 5 Regeling Register Onderwijsdeelnemers moeten de in- en uitschrijvingen binnen zeven dagen (lees een week) door de school of instelling worden gemeld. De uitschrijving en de inschrijving moeten op elkaar aansluiten. Als uitschrijfdatum wordt in principe de laatste dag dat de leerling de school bezocht, gehanteerd.

In artikel 3, lid 5, is de mogelijkheid opgenomen om een signaal, betreffende een directeur die volhardend verwijtbaar in gebreke blijft, aan de Inspectie van het Onderwijs af te geven. Verdere uitwerking hiervan is beschreven in artikel 20 van de instructie.

Artikel 3, lid 6, controle op inschrijving: onder ‘scholen en instellingen’ worden begrepen alle scholen en (onderwijs)instellingen waar leerlingen woonachtig in de gemeente zijn ingeschreven, binnen en buiten de gemeente. De genoemde termijn van 10 werkdagen is een termijn van orde (geen wettelijke bepaling). Wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven van de kant van een school of instelling, dan dient daartegen vlot te worden opgetreden. De Consulent leerrecht spreekt de directeur aan wanneer er sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven. Van dit proces wordt een dossier gevormd. Blijft de directeur in gebreke dan kan de Consulent leerrecht dit signaleren bij de Inspectie voor het Onderwijs. Verdere uitwerking hiervan is beschreven in artikel 19 van de instructie.

De strafbaarheid van de directeur van de school of instelling op dit punt is opgenomen in artikel 27 Leerplichtwet.

Artikel 3, lid 8, wijziging van school: de procedures bij in- en uitschrijving voor scholen moeten op elkaar worden afgestemd. Een leerling wordt ingeschreven op de eerste dag dat hij/zij de school bezoekt en uitgeschreven op de laatste dag dat hij/zij de school heeft bezocht bij het PO. Binnen 4 weken na uitschrijving kunnen de data op elkaar worden afgestemd de in- en uitschrijving (artikel 10 Besluit bekostiging WPO 2022). Voor het VO geldt dat leerlingen die ingeschreven staan en de school daadwerkelijk bezoeken en niet meer dan 50% zonder geldige reden afwezig zijn geweest, van de start van het schooljaar tot 1 oktober, meetellen als leerling. Vanuit leerrechtaspecten (artikel 10 Leerplichtwet) mag de oude school pas uitschrijven als een nieuwe gevonden is. In dit artikellid is aangegeven dat de administratief medewerker hier controle uitoefent. Zo nodig kan in administratieve zin bemiddelend worden gehandeld.

Artikel 3, lid 8 verhuizing: de Leerplichtregeling 1995 schrijft voor dat de ‘administratieve gegevens’ aan de nieuwe gemeente worden toegezonden (artikel 3, tweede lid, Leerplichtregeling 1995). De tweede zin van dit lid geeft aan dat niet automatisch het hele leerlingdossier wordt doorgestuurd. Daarvoor is contact tussen de Consulent leerrecht van beide gemeenten wenselijk (zogenaamde warme overdracht). Gegevens die in beginsel wel overgedragen moeten worden, zijn veroordelingen (in verband met eventuele recidive) en recente verzuimmeldingen en vrijstellingen (die een rol kunnen spelen bij nieuwe meldingen).

2.4Toelichting artikel 4

Artikel 4, leerlingdossier: uitgangspunt is dat van een leerling een apart dossier gemaakt wordt, in fysieke zin of in digitale zin, als er sprake is van een vrijstelling of ongeoorloofd schoolverzuim. Voor een groot deel van de leerlingen zal dat nooit het geval zijn, maar deze staan wel opgenomen in de leerlingadministratie in verband met de controle op schoolinschrijvingen. Het dossier wordt in het bijzonder beschermd, wat het gebruik betreft, door de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg). Kern van die bepalingen wordt gevormd door:

  • gebruik beperkt tot de doelstellingen die de wet eraan geeft, namelijk de zorg voor een schoolloopbaan die tot (start)kwalificatie leidt;

  • recht op kennis van de inhoud van het dossier voor de betrokkene (ouders, oudere leerling);

  • recht op correctie van opgenomen gegevens.

Met ingang van 1 januari 2019 is de Wet politiegegevens ook voor alle BOA’s van toepassing. De nieuwe privacywetgeving heeft voor BOA’s vooral gevolgen voor hoe ze hun werk verantwoorden. Dus in welke systemen ze werken en met wie ze de gegevens mogen delen. De Wpg is veel specifieker dan de AVG, vanwege de politiegegevens. Voor deze gegevens gelden andere termijnen, je mag ze voor andere doelen gebruiken en je mag ze verzamelen zonder dat de betrokkene toestemming hoeft te geven. De organisaties moeten voorzieningen treffen om deze gegevens goed te beschermen, bijvoorbeeld door ze te labelen. Ook moeten alle strafrechtelijke politiegegevens een label krijgen, zodat alleen mensen met een opsporingsbevoegdheid erbij kunnen komen.

Grofweg kan er gesteld worden, dat wanneer er verzuim wordt gemeld en is dus een vermoeden is van een overtreding van een Leerplichtwet, dan geldt de Wpg. Betreft het verlof of vrijstelling dan geldt de AVG.

2.5Toelichting artikel 5

Artikel 5 heeft betrekking op de bevoegdheid die de Consulent leerrecht geattribueerd (rechtstreeks uit de wet) heeft gekregen: het nemen van een besluit op een aanvraag voor extra verlof wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’ voor meer dan 10 schooldagen per schooljaar. Dit aantal schooldagen kan bereikt worden in één aanvraag, maar ook in een paar opeenvolgende aanvragen.

De attributie van deze bevoegdheid brengt met zich mee dat hier geen sprake is van mandaat van een aan burgemeester en wethouders toekomende bevoegdheid. De Consulent leerrecht is hier zelf ‘bestuursorgaan’ in de zin van de Awb. Bij bezwaar zal de Consulent leerrecht dan ook zelf een besluit op bezwaar moeten nemen, na advies van de gemeentelijke bezwarencommissie.

Artikel 5, lid 1, ontvangst en termijn voor beslissing: een vaste termijn kan niet worden genoemd, omdat zich gevallen (andere gewichtige omstandigheden) kunnen voordoen waarbij een zeer snel besluit redelijkerwijs gevergd mag worden. Anderzijds, wanneer zo’n grote spoed zich niet voordoet, moet de Consulent leerrecht ook een redelijke termijn kunnen nemen om tot een weloverwogen besluit te komen. Volgens de Awb is een redelijke termijn 8 weken. Als die tijd er niet zou zijn, en de betrokkenen zouden vertrekken voordat het besluit is genomen, dan moet de aanvraag wel verder behandeld worden, maar dient aan de ouders duidelijk gemaakt te worden dat de consequenties voor hun rekening zijn.

Artikel 5, lid 2, onvolledige aanvraag: op grond van artikel 4:5 Awb kan het bestuursorgaan, indien niet tijdig (na een hersteltermijn) een volledige aanvraag voorligt, besluiten om de aanvraag buiten behandeling te laten. De termijn is ‘ten minste een week, ten hoogste drie weken’, als invulling van de algemene bepaling in artikel 4:5 Awb. In de tweede zin is sprake van een formulier. Hier kan een formulier worden gebruikt waarin de ontvangst van een onvolledige aanvraag wordt bevestigd en waarin is aangegeven (bijvoorbeeld met een aangekruiste passage) welke informatie nog ontbreekt.

Artikel 5, lid 3, horen van de directeur: het is mogelijk gebruik te maken van een formulier waarop de aanvrager zijn/haar aanvraag indient en de directeur tevens zijn/haar mening kan aangeven.

Artikel 5, lid 5, zienswijze jongere: met name wanneer oudere leerplichtigen betrokken zijn, kan het wenselijk zijn om hun eigen zienswijze te vernemen.

Artikel 5, lid 6, een belanghebbende, bijvoorbeeld een andere ouder kan worden gehoord, indien bekend is dat de belanghebbende bezwaren zal hebben tegen het besluit. Dit is conform artikel 4:8 Awb.

Artikel 5, lid 7, plaats van gesprek: om onduidelijkheden te voorkomen, is deze bepaling opgenomen. Het kan bijvoorbeeld efficiënt zijn (en ‘klantvriendelijk’) om de desbetreffende gesprekken op een school te laten plaatsvinden. Over het algemeen worden gesprekken betreffende dit onderwerp gevoerd op kantoor. Ouders kunnen teleurgesteld raken door de afwijzing en dan is het van belang dat de Consulent leerrecht haar eigen veiligheid garandeert.

Artikel 5, lid 9, beoordeling aanvraag meer dan tien dagen: artikel 11 onder g van de Leerplichtwet kent de mogelijkheid extra verlof te verlenen wegens andere gewichtige omstandigheden. Dit onderdeel is nader uitgewerkt in artikel 14 van de Leerplichtwet. De hier bedoelde ‘andere gewichtige omstandigheden’ verwijzen naar uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden waarvoor de leerling extra verlof nodig heeft, zodat hiermee een kennelijk onredelijke situatie voorkomen kan worden. Onder ‘andere gewichtige omstandigheden’ vallen situaties die buiten de wil van de ouders en/of de leerling liggen. Daarbij is sprake van een medische of sociale indicatie. Bij een medische of sociale indicatie is een verklaring van een (jeugd)arts van de GGD/VGGM of een sociale instantie noodzakelijk.

Artikel 5, lid 10, advies over individuele aanvraag: het gaat hier om situaties waar de bevoegdheid tot het nemen van een besluit bij de directeur ligt (verlof voor ten hoogste 10 schooldagen) waarbij deze behoefte heeft aan advies. De Consulent leerrecht kan daarbij ook de rechtsgelijkheid (gelijke gevallen van verschillende scholen) in het oog houden.

In voorkomende gevallen kan extra verlof worden gegeven. Zie hiervoor de richtlijnen die opgenomen zijn in de MAS en de beleidsregel uitleg specifieke aard van het beroep en gewichtige omstandigheden.

Artikel 5, lid 11, advies over beleid: het gaat hier over een bevoegdheid van directeuren. Met het oog op rechtsgelijkheid van ouders is het van belang om tot afstemming van het gebruik van deze bevoegdheid te komen. Op basis van een advies kunnen de directeuren elk hun eigen beleidsregels vaststellen voor toepassing van artikel 11 onder g van de Leerplichtwet (verlof wegens andere gewichtige omstandigheden voor ten hoogste 10 schooldagen). Zie ook toelichting op het vorige lid.

Bovengenoemde richtlijn is conform de landelijke afspraken die hierover zijn gemaakt.

Artikel 5, lid 12, indien er een bezwaar wordt ingediend door een belanghebbende is het van belang om daarbij het advies van de bezwaarschriftencommissie in te winnen om een weloverwogen afweging te kunnen maken over het ingediende bezwaar.

2.6Toelichting artikel 6

Artikel 6, relatief verzuim: bij relatief verzuim geldt dat een jongere na inschrijving de school niet geregeld bezoekt (artikel 2, lid 1 Leerplichtwet). Een jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt bezoekt na inschrijving de school niet geregeld (artikel 2, lid 3 Leerplichtwet 1969).

Bij relatief verzuim van de kwalificatieplicht geldt dat een jongere na inschrijving de school niet geregeld bezoekt (artikel 4a Leerplichtwet). Een jongere die als leerling van een (onderwijs)instelling is ingeschreven volgt niet het volledige onderwijsprogramma of een combinatie van leren en werken. Uitgangspunt is dat met het onderwijs alleen of met de combinatie leren en werken een volledige week wordt gevuld (artikel 4c, lid 1 Leerplichtwet).

De Leerplichtwet bepaalt in artikel 21a dat de school een melding van verzuim moet doen aan burgemeester en wethouders. Dit gebeurt via DUO. In artikel 22 staat dat de Consulent leerrecht ‘vanwege burgemeester en wethouders’ een onderzoek instelt.

In de instructie is de werkwijze voor de Consulent leerrecht bij dit onderzoek beschreven. Een instructie kan nooit alle mogelijke situaties beschrijven. Hoofdlijn moet zijn dat afwijking van de beschreven werkwijze mogelijk is, mits gemotiveerd, en dus in het dossier terug is te vinden.

Artikel 6, lid 3, vraagt van de Consulent leerrecht dat zij de personen die bij een onderzoek betrokken raken, goed informeert over de procedure en de (mogelijke) consequenties van hun gedrag.

In artikel 6, lid 8, is met de term ‘afhandelen’ bedoeld het tot een (zo) goed (mogelijk) einde brengen van de geconstateerde verzuimsituatie of het ingezette begeleidingstraject.

Artikel 6, lid 9, melding Sociale Verzekeringsbank: wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven van de kant van de ouders en/of jongere (16 jaar of ouder) dan dient daartegen te worden opgetreden. Dat kan door een melding te doen aan de Sociale Verzekeringsbank, welke de Kinderbijslag stop kan zetten. Verdere uitwerking hiervan is beschreven in artikel 17 van de instructie.

Artikel 6 lid 10, Halt-verwijzing: wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven (zonder verdere problematiek) van de kant van een jongere van 12 tot 18 jaar, dan dient daartegen te worden opgetreden. Dat kan één keer door het opmaken van een Halt-verwijzing door een Consulent leerrecht met BOA-bevoegdheid. De jongere en de ouders (bij een jongere tot 16 jaar) dienen voor deze verwijzing toestemming te verlenen. Het betreft hier minder zware problematiek. De jongere voorkomt op deze wijze aan een strafblad na zijn/haar 18e verjaardag, wanneer de Haltstraf positief wordt afgerond.

Artikel 6, lid 11, proces-verbaal: wanneer een opgelegde Haltstraf niet naar behoren is uitgevoerd en om die reden negatief is afgesloten door Stichting Halt kan de Consulent leerrecht, na overleg met het OM alsnog een proces-verbaal opmaken voor de jongere.

Artikel 6, lid 12, proces-verbaal: wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven van de kant van de ouders en/of de jongere (12 jaar of ouder), dan dient daartegen te worden opgetreden. Dat kan door het opmaken van een proces-verbaal door een Consulent leerrecht met BOA-bevoegdheid.

In artikel 6, lid 13 wordt de bepaling uit de Leerplichtwet (artikel 22, lid 2: ‘... dan zendt hij/zij proces-verbaal aan de Officier van Justitie’) enigszins gerelativeerd om aan te sluiten bij de redelijke praktijk en bij de passage het ‘... trachten hen te bewegen ...’ uit het eerste lid van artikel 22. In de genoemde omstandigheden (én geen kennelijke opzet, én eerste overtreding, én niet meer dan vijf schooldagen verzuim) kan met een serieuze waarschuwing vaak al het beoogde effect bereikt worden.

In artikel 6, lid 14, is de mogelijkheid opgenomen om een last onder dwangsom voor te stellen in gevallen waar ouders volhardend de schoolbezoekplicht overtreden.

Artikel 6, lid 15, andere bron van wetenschap: het is mogelijk dat de Consulent leerrecht op de hoogte raakt van relatief verzuim via een ander kanaal dan de kennisgeving van de kant van de school (het uitgangspunt van de Leerplichtwet). In dit artikellid is beschreven wat de Consulent leerrecht dan te doen staat, en in lid 14 welke maatregel de Consulent leerrecht kan voorstellen jegens een directeur die (verwijtbaar en voortdurend) geen kennisgeving van verzuim doet.

Artikel 6, lid 16 , verzuimbeleid: de Consulent leerrecht kan in een individueel geval (lid 17) en in meer algemene zin een advies geven aan de directeur(en) over het handelen in een bepaalde situatie en het verzuimbeleid in het algemeen. Artikel 21, eerste lid, van de Leerplichtwet geeft de basisregels waarin is aangegeven wanneer melding verplicht is. Er zijn verschillende situaties waarbij eerdere melding wenselijk is.

Denk aan onduidelijke redenen voor afwezigheid zoals: (vage en/of twijfels over) ziekmelding, bepaalde verzuimpatronen bij jongeren of een situatie waarbij twijfel bestaat aan de effectiviteit van het beleid van de school.

Artikel 6, lid 17, luxe verzuim. Bij luxe verzuim kan een proces-verbaal worden opgemaakt indien het verzuim langer dan 1 dag bedraagt of wanneer er sprake is van recidive. Deze richtlijn is afkomstig uit de MAS.

2.7Toelichting artikel 7

Artikel 7, absoluut verzuim: bij absoluut verzuim geldt dat een jongere niet staat ingeschreven van een school in overeenstemming met de bepalingen van de Leerplichtwet (artikel 2, lid 1 Leerplichtwet).

Bij absoluut verzuim ten aanzien van de kwalificatieplicht geldt dat een jongere niet staat ingeschreven als leerling van een instelling overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2a van de Leerplichtwet (artikel 4a in verbinding met artikel 2, lid 1 Leerplichtwet).

Voor de behandeling wordt in hoofdzaak aangesloten bij de werkwijze die in artikel 6 al is beschreven. In artikel 3 is de ‘kapstok’ voor het ontdekken van mogelijke gevallen van absoluut verzuim aangeduid: regelmatige en systematische controle, zeker bij tussentijdse mutaties. In lid 2 van dit artikel wordt daarbij aangesloten door eerst een administratieve check voor te schrijven, voordat de ouders en/of de jongere aangesproken worden.

2.8Toelichting artikel 8

Artikel 8, kennisgeving in- en uitschrijvingen en dreigend voortijdig schoolverlaten: beide situaties zijn in één artikel vermeld; het gaat in essentie om een (dreigende) situatie waarbij de jongere buiten het onderwijs komt te staan.

Wanneer sprake is van verwijdering van een leerling, dan behoort de Inspectie van het

Onderwijs daarover geraadpleegd te zijn. Het is wenselijk dat de Consulent leerrecht in zo’n geval ook contact met de Inspectie van het Onderwijs opneemt om achtergrondinformatie te verkrijgen dan wel om de Inspectie op de hoogte te stellen (als de school dat – ten onrechte – nog niet gedaan zou hebben).

Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs, primair onderwijs en speciaal onderwijs kan een leerling schorsen (voor maximaal één week) of definitief verwijderen van school. Het laatste kan alleen na overleg met de Inspectie van het Onderwijs en na het horen van leerling en/of ouders, voogden of verzorgers. Bovendien kan een leerling alleen worden verwijderd als een andere school bereid is om de leerling op te nemen. Voor het speciaal onderwijs cluster-1 en -2 geldt bij verwijdering een inspanningsverplichting van 8 weken, waarna zij tot uitschrijving kan overgaan. Een besluit tot schorsing wordt aan de betrokken leerling en, als de leerling nog geen 18 is, ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekendgemaakt. Van een schorsing voor een periode langer dan één dag en een definitieve verwijdering moet het bevoegd gezag de Inspectie schriftelijk in kennis stellen onder vermelding van de redenen.

Het voortgezet onderwijs kan een leerling gedurende het overleg met de Inspectie van het Onderwijs over de verwijdering, schorsen. Deze periode is doorgaans langer dan één week.

Voor het middelbaar beroepsonderwijs geldt dat een leerling voor 2 schoolweken geschorst kan worden. Een besluit tot schorsing wordt aan de betrokken leerling en, als de leerling nog geen 18 is, ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekendgemaakt. Er wordt geen melding gedaan bij de inspectie van het onderwijs.

Bij verwijdering geldt een inspanningsverplichting van 8 weken voor leerlingen tot 18 jaar, waarna zij tot uitschrijving overgaan. Een school mag een leerling gedurende het overleg met de Inspectie van het Onderwijs over de verwijdering, schorsen. Deze periode is doorgaans langer dan twee weken.

2.9Toelichting artikel 9

Artikel 9, vervangende leerplicht: besluiten krachtens dit artikel kunnen aan de Consulent leerrecht gemandateerd worden. In de instructie is daarvan uitgegaan. De vervangende leerplicht geldt voor 14- en 15-jarigen die in het algemeen niet in een Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) traject kunnen instromen gezien de leeftijd.

De Leerplichtwet gaat uit van een door de ouders ingediende en ondertekende aanvraag en een opgesteld Plan van Aanpak, door de school van inschrijving (artikel 3a) of door de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden (artikel 3b). De praktijk zal veelal zijn dat de aanvraag door de school wordt voorbereid, in goed overleg met de Consulent leerrecht en bijvoorbeeld het Zorg Advies Team (ZAT). In het derde en vierde lid wordt de werkwijze beschreven die bij deze praktijk past en ook aan de Leerplichtwet voldoet.

De oudere leerplichtige, die gebruikmaakt van artikel 3b, mag arbeid verrichten.

2.10Toelichting artikel 10

Artikel 10, vrijstelling: ook hier betreft het een bevoegdheid die door burgemeester en wethouders aan de Consulent leerrecht gemandateerd kan worden. In de instructie is van deze mandaatverlening uitgegaan. In de tekst is (in het tweede lid) een aanwijzing opgenomen voor de criteria die bij de toetsing van het ‘andere onderwijs’ worden toegepast. Bij de beoordeling slaat de Consulent leerrecht er acht op of er wordt toegeleid dan wel kan worden toegeleid tot een startkwalificatie.

Een startkwalificatie houdt in:

  • het bezit van een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.4 en 2.5 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • dan wel een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (dat wil zeggen MBO niveau-2 of hoger).

De procedure voor leerplichtigen in dienst bij Defensie staat beschreven in artikel 10 vanaf lid 3. Een deel van het bij Defensie werkzame personeel bestaat uit 17-jarige jongeren, waarvan het merendeel de school heeft verlaten zonder startkwalificatie. Om deze jongeren wel in beeld te houden, om te volgen of zij een startkwalificatie behalen of uitvallen voordat ze de 18-jarige leeftijd hebben bereikt, is er in samenspraak tussen ministerie van OCW, Ministerie van Defensie en Ingrado een procedure ontwikkeld om deze jongeren in beeld te houden.

2.11Toelichting artikel 11

Artikel 11, lid 2, aangewezen deskundige: zie hierover artikel 13.

De aanvraag beoordeling vrijstelling leerplicht (artikel 5 onder a Leerplichtwet), wordt waar mogelijk doorgestuurd naar de Vrijstellingstafel welke deze aanvraag bekijkt. Indien er mogelijkheden zijn binnen het onderwijs zal er een passende plek worden gevonden binnen het samenwerkingsverband.

Voor ouders die weigeren hun beroep in te dienen via de Vrijstellingstafel, of waarvoor deze procedure niet geregeld is, worden doorgestuurd naar de aangewezen deskundige voor een verklaring of de jongere wel of niet in staat is om ingeschreven te worden op een school of onderwijsinstelling.

De onafhankelijk arts mag volgens de Leerplichtwet slechts een verklaring afgeven voor één schooljaar of voor de periode totdat de leerling 18 jaar is geworden. Er ligt al enige tijd een wetvoorstel, waarin meer ruimte in de periodes geboden gaat worden. Officieel

mogen er dus geen meerjarige verklaringen afgegeven worden, maar in de praktijk en vertrouwend op de expertise van de onafhankelijk arts, gebeurt dit wel op meerdere plaatsen in Nederland. Het scheelt dure onderzoeken, maar ook is het minder belastend voor ouders en jongeren. Het valt dus uit te leggen waarom er soms gekozen wordt om een verklaring toch voor 2 jaar te laten gelden.

Artikel 11, lid 8, overwegende bedenkingen tegen de richting: de vraag of de bedenkingen werkelijk op de richting van het onderwijs betrekking hebben, dient, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, onderzocht te worden. Er zal onderzocht moeten worden of er sprake is van een fundamentele oriëntatie op basis van een welbepaalde levensovertuiging. De zwaarwegende bedenkingen moeten concreet en duidelijk zijn en gerelateerd worden aan het onderwijs dat een school kan bieden (er mag dus geen sprake zijn van enige ‘overlap’). Als vaststaat dat dat het geval is, ontstaat de vrijstelling van rechtswege en is geen plaats meer voor onderzoek naar het gewicht van de bedenkingen. Dat strookt met de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgens welke er geen sprake is van een bevoegdheid om een besluit te nemen over de bedenkingen.

Artikel 11, lid 9, bericht aan de ouders: bij deze bepalingen uit de Leerplichtwet is het van belang dat het gaat om vrijstellingen die van rechtswege intreden indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, en die van rechtswege niet kunnen intreden indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet.

Aan het bericht over de kennisgeving behoort dan ook geen bezwaar- en beroepsclausule gekoppeld te worden.

Artikel 11, lid 13, vrijstelling wegens onderwijs in buitenland: in dit geval voorziet de wet niet altijd in een regeling die ook in de praktijk hanteerbaar is. Het onderdeel van de instructie geeft de Consulent leerrecht de opdracht om een wel hanteerbare regeling (informatieplicht) te treffen, die hem in staat stelt om na terugkeer van de leerplichtige in Nederland na te gaan of deze daadwerkelijk onderwijs in het buitenland heeft gevolgd. Bij toepassing van dit artikel is het een voorwaarde dat de leerplichtige 4 maanden van een kalenderjaar verblijft in Nederland.

Wordt er voor de tweede keer een beroep gedaan op deze vrijstelling en reist de leerling niet dagelijks heen en weer tussen de school in het buitenland en de woonplaats, dan mag er signaal bij Burgerzaken afgegeven worden om te onderzoeken of de leerling voldoende in Nederland is om hier ingeschreven te blijven staan.

2.12Toelichting artikel 12

Artikel 12 geeft in enkele stappen aan wat de gemeente c.q. de Consulent leerrecht te doen staat als ouders hun kind van een onderwijsvoorziening gebruik laten maken die (nog) niet als school in de zin van de Leerplichtwet is aangemerkt.

2.13Toelichting artikel 13

Artikel 13, aanwijzing deskundige: hier wordt uitgegaan dat er hoc of structureel afspraken worden gemaakt met bijvoorbeeld een schoolarts of een aan de schoolbegeleidingsdienst verbonden psycholoog of pedagoog omtrent een verklaring of een jongere in staat is om op een school of onderwijsvoorziening te worden ingeschreven. Met toestemming kan er in samenspraak met het samenwerkingsverband/Vrijstellingstafel gekeken worden of er alsnog mogelijkheden zijn om passend onderwijs te bieden.

2.14Toelichting artikel 14

Artikel 14, melding aan Raad voor Kinderbescherming: de instructie sluit aan op de plicht die in de Leerplichtwet is opgenomen en heeft betrekking op de zogenoemde strafrechtelijke melding. Daarnaast is het mogelijk om de Raad voor de Kinderbescherming te consulteren over de gewenste route, vrijwillig, civiel of strafrechtelijke aanpak van het schoolverzuim.

2.15Toelichting artikel 15

Artikel 15, melding aan Veilig Thuis: de bepaling biedt de Consulent leerrecht expliciet de mogelijkheid om in gevallen waar zij dat wenselijk acht contact op te nemen met het Veilig Thuis. Het betreft hier de zogenoemde civiele melding.

2.16Toelichting artikel 16

Artikel 16 Meldcode: op 1 juli 2013 is de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling vastgesteld. Vanaf 1 januari 2019 is er een verplicht afwegingskader in 5 stappen opgenomen. Deze Meldcode geldt ook voor de Consulent Leerrecht. Werken volgens de Meldcode is een wettelijke verplichting. De Meldcode op zich is een meldrecht en geen meldplicht.

In dit artikel is vastgelegd op welke wijze de Consulent leerrecht met de Meldcode om dient te gaan en welke stappen er gezet moeten worden. Deze beschrijving is samengesteld aan de hand van het basismodel Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en opgesteld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Afwegingskader: onderdeel van de meldcode

Onderstaand figuur toont de vijf stappen uit de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Ter ondersteuning van de beslissingen in stap-5 is in stappen-4 en -5 een afwegingskader toegevoegd.

Er is een basisdocument Afwegingskader beschikbaar voor alle beroepsgroepen. Het onderliggende Afwegingskader is de uitwerking voor het Onderwijs, inclusief de Consulent Leerrecht.

afbeelding binnen de regeling

In stap-5 worden twee beslissingen genomen:

het beslissen of een melding bij Veilig Thuis noodzakelijk is en, vervolgens het beslissen of het zelf bieden of organiseren van hulp mogelijk is.

Het is van belang dat in stap-5 beide beslissingen en in de genoemde volgorde worden genomen. De Consulent leerrecht (dit kan de aandachtsfunctionaris zijn) vraagt zich op basis van signalen en het gesprek met ouders af of melden noodzakelijk is aan de hand van vijf afwegingsvragen. Vervolgens besluit deze of het bieden of organiseren van hulp tot de mogelijkheden van zowel de Consulent leerrecht als de betrokkenen (ouders) behoort. Als melden volgens het afwegingskader noodzakelijk is, moet de tweede beslissingsvraag over eventuele hulp in overleg met betrokkenen en Veilig Thuis beantwoord worden. Melden is niet verplicht en kan ook anoniem.

Privacy en de meldcode

Op 25 mei 2018 is de nieuwe privacywetgeving (AVG) van kracht geworden. De AVG is Europese wetgeving. De Nederlandse wetgeving, zoals de Leerplichtwet of de wet meldcode, mag daarmee niet in strijd zijn, aangezien de AVG hogere wetgeving is. Het recht om dossier aan te maken en te melden bij Veilig Thuis is niet in strijd met de AVG, dus mag uitgevoerd worden.

Afwegingskader: Uitwerking van de vijf afwegingsvragen en beslissingen in stappen 4 en 5 van de meldcode voor het Onderwijs en Consulent Leerrecht

1. Vermoeden wegen

Ik heb de stappen 1 t/m 3 van de Meldcode doorlopen en

A: op basis van deze doorlopen stappen is er geen actie nodig: dossier vastleggen en sluiten B: ik heb een sterk vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling

Het bevoegd gezag van mijn school is op de hoogte (in geval het vermoeden door schoolmedewerker wordt geconstateerd). Ga verder naar afweging 2.

2. Veiligheid

Op basis van de stappen 1 t/m 4 van de Meldcode schatten wij als school (functionarissen en bevoegd gezag)/leerplicht in dat er sprake is van acute en/of structurele onveiligheid:

A: NEE -> ga verder naar afweging 3

B: JA of twijfel -> direct (telefonisch) (anoniem) melding doen bij Veilig Thuis. De afwegingen hierna worden met Veilig Thuis doorlopen.

3. Hulp

Ben ik, of iemand anders in mijn school¹ of een ketenpartner²/ben ik als Consulent leerrecht in staat om effectieve hulp te bieden of te organiseren en kan de dreiging voor mogelijk huiselijk geweld of kindermishandeling afgewend worden?

A: NEE -> melden bij Veilig Thuis, die binnen 5 werkdagen een besluit neemt en terugkoppelt naar de melder

B: JA -> ga verder met afweging 4.

4. Acceptatie

Aanvaarden de betrokkenen de hulp zoals in afweging 3 is georganiseerd en zijn zij bereid zich actief in te zetten?

A: NEE -> melden bij Veilig Thuis.

B: JA -> hulp in gang zetten, termijn afspreken waarop effect meetbaar of merkbaar moet zijn.

Zo concreet mogelijk maken en documenteren. Speek af wie welke rol heeft en benoem casemanager. Spreek af welke taken alle betrokkenen en specifiek de casemanager heeft, zodat de verwachtingen voor iedereen helder zijn. Leg vast, voer uit en ga verder met afweging 5.

5. Resultaat

Leidt de hulp binnen de afgesproken termijn tot de afgesproken resultaten ten aanzien van de veiligheid, het welzijn en/of het herstel van de direct betrokkenen?

A: NEE -> melden bij Veilig Thuis

B: JA -> hulp afsluiten met vastgelegde afspraken over het monitoren³ van de veiligheid van alle betrokkenen.

¹ Hierbij valt te denken aan functionarissen uit de 2e lijnsondersteuning in de school, altijd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag (dus geen docenten, wel een zorgcoördinator, een vertrouwenspersoon, een orthopedagoog, een schoolpsycholoog, een intern begeleider, een schoolmaatschappelijk werker, etc.)

² Betrokken functionarissen vanuit de gemeente. Per gemeente verschillend; hierbij valt te denken aan de Consulent leerrecht of een medewerker van een wijkteam dat betrokken is bij de school of een medewerker van de GGD/VGGM/Jeugdgezondheidszorg.

³ Aanbeveling: spreek een nazorgtraject af. Leg termijnen en verwachtingen vast.

BIJLAGE bij het afwegingskader: begrippen en definities Algemene meldnormen (leidende principes t.b.v. afwegingskaders)

Het doen van een melding bij Veilig Thuis van mogelijk huiselijk geweld of mogelijke kindermishandeling is een professionele norm en als zodanig noodzakelijk:

Meldnorm A

In ALLE gevallen van acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid.

Meldnorm B

In alle ANDERE gevallen waarin de aandachtsfunctionaris/Consulent leerrecht meent dat hij/zij, gelet op zijn/haar competenties, zijn/haar verantwoordelijkheden en haar professionele grenzen, in onvoldoende mate effectieve hulp kan bieden of kan organiseren bij (risico’s

op) huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

Meldnorm C

Als een aandachtsfunctionaris/Consulent leerrecht die hulp biedt of organiseert om betrokkenen te beschermen tegen het risico op huiselijk geweld en/of kindermishandeling constateert dat de onveiligheid niet stopt of zich herhaalt.

Acute onveiligheid, structurele onveiligheid en disclosure

ACUTE ONVEILIGHEID

Definitie

Een persoon is in direct fysiek gevaar, diens veiligheid is de komende dagen niet gegarandeerd en hij/zij heeft direct bescherming nodig.

Toelichting

Bij het afwegen van signalen van huiselijk geweld en/of kindermishandeling schat een beroepskracht allereerst en voortdurend in of een betrokkene acuut (levens)gevaar loopt. Dit betreft de aanwezigheid van fysiek of seksueel geweld (met of zonder letsel) of, in geval van zorgafhankelijke kinderen of (oudere) volwassenen, de áfwezigheid van de meest basale verzorging (waaronder eten, drinken, kleding en onderdak) maar bijvoorbeeld ook om het onnodig toedienen van medicijnen of het verrichten van onnodige zorg.

Voorbeelden

  • Door geweld toegebrachte verwonding die medische behandeling behoeft.

  • (Ernstig) letsel met een vermoeden dat dit is toegebracht, of een poging daartoe

  • Poging tot verwurging.

  • Wapengebruik.

  • Geweld tijdens de zwangerschap.

  • (Vermoeden van) seksueel misbruik of seksueel geweld of seksuele exploitatie van kinderen jonger dan 18 jaar.

  • Acute bedreiging om zichzelf of een naaste (waaronder (ex)-partner, kinderen of familielid) te doden, ernstig letsel toe te brengen of hun vrijheid te benemen (familiedrama, eerwraak, vrouwelijke genitale verminking).

  • Onthouden van zorg die acuut de gezondheid bedreigt van -9 maanden tot + 100 jaar, waaronder het onthouden van voedsel.

  • Als een ouder (medische) klachten/aandoeningen bij een kind verzint/aandikt, (medische) onderzoeksgegevens betreffende bij het kind bestaande klachten en afwijkingen vervalst of in het kader van een onderzoek selectief verstrek of (medische) klachten en afwijkingen bij het kind daadwerkelijk veroorzaakt.

  • Vrijheidbeperkende maatregel voor pleger loopt af zonder dat er afdoende veiligheidsmaatregelen genomen zijn.

  • Acuut onveilige situatie bestaat of zorg dreigt weg te vallen vanwege suïcidepoging, automutilatie, acuut psychiatrisch beeld, intoxicatie door alcohol of drugs.

  • Noodgedwongen vlucht van huis door (dreiging van) huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

  • Minderjarigen die opgesloten worden in huis en onthouden worden van eten en drinken

  • Minderjarigen die met een alleenstaande ouder leven, waarbij deze ouder een acute psychose krijgt

etc.

STRUCTURELE ONVEILIGHEID

Definitie

Er is sprake van herhaling of voortduren van onveilige situaties of van geweld.

Toelichting

Een voorgeschiedenis van huiselijk geweld of kindermishandeling is de belangrijkste voorspeller voor voortduren van onveiligheid (plegerschap en slachtofferschap) in de toekomst.

Voorbeelden

  • Minderjarigen die opgroeien bij ouders met zodanig ernstige (psychosociale, relationele) problematiek ten gevolge van verstandelijke beperking, middelenverslaving, psychische problematiek dat de fysieke en emotionele veiligheid van het kind bij herhaling en/of voortdurend wordt bedreigd en de ontwikkelmogelijkheden van deze minderjarigen structureel ingeperkt worden.

  • Vergelijkbare situaties met kwetsbare ouderen en een mantelzorger.

  • Ernstige verwaarlozing die voor jonge opgroeiende kinderen blijvende schade kan veroorzaken.

  • Escalerende vormen van stalking in partnerrelaties.

  • Minderjarige die geregeld getuige is van huiselijk geweld tussen ouders.

  • Minderjarigen die een hoog schoolverzuim hebben.

  • Minderjarigen die geregeld fysiek mishandel worden.

etc.

DISCLOSURE

Definitie

Slachtoffers die uit zichzelf een beroepskracht om hulp vragen of zich uiten bij (mogelijk) huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

Toelichting

Als een slachtoffer, kind of volwassene, uit zichzelf een beroepskracht om hulp vraagt bij huiselijk geweld en/of kindermishandeling of zich hierover uit zonder hulp te vragen, betekent dit veelal dat het (minderjarige) slachtoffer een acute crisis ervaart en vreest voor de veiligheid en/of het welzijn van zichzelf of gezinsleden.

Het met onvoldoende voorbereiding met de ouders bespreken van de (door het slachtoffer) geuite zorgen kan leiden tot (verergering van) situaties van acute of structurele onveiligheid. Dit geldt uitdrukkelijk ook voor specifieke vormen van huiselijk geweld zoals (ex)partnerstalking, huwelijksdwang, mensenhandel, eergerelateerd geweld en oudermishandeling.

Een professionelen norm tot melden betekent in dit geval zorgvuldige afstemming over de vervolgacties tussen de beroepskracht, Veilig Thuis en het slachtoffer.

Bij de keuze voor wel/niet melden staat de veiligheid van het slachtoffer altijd voorop.

2.17Toelichting artikel 17

Artikel 17, melding aan Arbeidsinspectie: het verdient aanbeveling om af en toe contact te hebben met de regionale directie van de Arbeidsinspectie over de informatie-uitwisseling en het toezicht op arbeid door jongeren (de mogelijkheden tot werken voor jongeren in de Arbeidstijdenwet zijn afgestemd op die in de Leerplichtwet; de gebruikte termen wijken af: een kind is een persoon jonger dan 16 jaar; een jeugdige werknemer is een persoon van 16 of 17 jaar).

2.18Toelichting artikel 18

Artikel 18 melding aan de sociale verzekeringsbank: met de wijziging van de algemene wet Kinderbijslag heeft de Consulent leerrecht per 1 januari 2010 een nieuw handhavingsinstrument voor 16- en 17-jarigen. Indien er sprake is van ernstig schoolverzuim (16 uur ongeoorloofd verzuim in een periode van 4 weken) heeft de Consulent leerrecht naast zijn/haar huidige instrumentarium de mogelijkheid om een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) met de mededeling dat de Leerplichtwet niet wordt nageleefd. Deze melding kan voor de SVB, uitvoerder van de AKW, aanleiding zijn de Kinderbijslag voor het betreffende kind stop te zetten. Immers de AKW stelt eisen aan de dagbesteding van kinderen van 16 en 17 jaar. Dezelfde regels gelden voor wezen van 16 en 17 jaar. Voor wezen is wel een overgangsregeling opgenomen. Iemand die voor 1 oktober 2009 de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt valt nog onder de oude wetgeving. De melding bij de SVB wat betreft een jongere die een wezenuitkering ontvangt is mogelijk per 1 april 2010.

Het doen van een melding aan de SVB moet gezien worden als een extra instrument dat ingezet kan worden door de Consulent leerrecht om het verzuim van een 16- of 17-jarige leerplichtige te laten eindigen. In bepaalde situaties kan er een melding bij de SVB plaatsvinden alvorens er een proces-verbaal wordt opgemaakt. Er zijn ook situaties denkbaar waarbij de melding aan het SVB en het opmaken van een proces-verbaal gelijktijdig plaatsvindt.

Dit instrument kan een bijdrage leveren aan een vermindering van het aantal processen- verbaal. Het feit dat een gezin (tijdelijk) geen Kinderbijslag ontvangt voor het kind dat de Leerplichtwet overtreedt, zal er aan bijdragen dat de druk op de jongere verhoogd wordt om zijn/haar schoolverzuim te beëindigen. Hierdoor zal een proces-verbaal in een aantal zaken niet meer nodig zijn.

Het uiteindelijke doel is dat de jongere naar school gaat. Ouders en jongere kunnen het stopzetten van de Kinderbijslag voorkomen door alsnog aan de verplichtingen van de Leerplichtwet te voldoen. Doordat de SVB altijd achteraf de Kinderbijslag uitbetaalt (drie maanden na vaststelling van het recht op die Kinderbijslag) is er ook in administratieve zin ruimte om het stopzetten van de Kinderbijslag te voorkomen. Er is dus een herstelmogelijkheid. De strafrechtelijke route kent deze herstelmogelijkheid niet. Een proces-verbaal kan niet meer teruggetrokken worden door de Consulent leerrecht, ook al gaat de jongere inmiddels weer naar school. De rechter bepaalt dan welke sanctie zij nodig acht.

Schoolverzuim door een 16-/17-jarige

De school constateert in eerste instantie het verzuim. Verzuim tot 16 uur in een periode van 4 weken mag een school melden, is er sprake van 16 uur verzuim of meer in een periode van 4 weken dan moet de school het verzuim melden.

De school meldt het schoolverzuim bij DUO. De school geeft daarbij aan welke actie zij zelf onderneemt, of dat de inzet van de Consulent leerrecht onmiddellijk vereist is. Inzet van de Consulent leerrecht kan al plaatsvinden vanuit de preventieve gedachte als er nog geen sprake is van verzuim meer dan 16 uur per 4 weken. Denk bijvoorbeeld aan een leerplichtige die regelmatig te laat komt.

Kennisgeving vermoedelijk ongeoorloofd verzuim

De Consulent leerrecht of de administratief medewerker ontvangt van DUO een verzuimmelding. Hij/zij neemt contact op met de school en stemt af welke stappen er genomen worden. Is het verzuim gestopt dan onderneemt de Consulent leerrecht niets. Duurt het verzuim, ondanks de acties van de school, voort dan onderneemt de Consulent leerrecht actie.

Onderzoek naar de reden van verzuim in het kader van de kwalificatieplicht

De Consulent leerrecht roept de ouder(s) en de leerplichtige ouder dan 16 jaar op voor een gesprek. De Consulent leerrecht onderzoekt de oorzaak van het verzuim. De consequenties van het verzuim worden toegelicht en er worden schriftelijke afspraken gemaakt voor het vervolg.

Daarbij zijn 3 mogelijkheden:

  • a)

    De ouders en/of jongere werken volledig mee. De Consulent leerrecht geeft ouders en jongere de kans om alsnog het verzuim op te heffen.

  • b)

    De ouders en/of jongere werken weliswaar mee aan de afspraken, maar de Consulent leerrecht acht het raadzaam de vinger aan de pols te houden bij het nakomen van de afspraken.

  • c)

    De ouders en/of jongere werken niet mee aan afspraken om het verzuim te beëindigen.

Een leerplichtige moet naar school, ouders zijn hier volgens de leerplichtwet verantwoordelijk voor totdat een jongere 18 jaar is, of een startkwalificatie heeft behaald, tenzij er sprake is van een vrijstelling. De Consulent leerrecht benadrukt in haar gesprek met ouders en jongere. De Consulent leerrecht onderzoekt in hoeverre de ouders (mede)verwijtbaar zijn aan het verzuimgedrag van hun kind. Er moet bij melding aan de SVB onderscheid gemaakt worden tussen verwijtbaarheid van en medewerking door ouders.

  • Verwijtbaarheid: Zodra een jongere niet op school is neemt de school contact op met de ouders om na te gaan wat de reden van afwezigheid is. Het is dan de verantwoordelijkheid van de ouders (en de jongere) om ervoor te zorgen dat, indien er sprake is van ongeoorloofd verzuim, dit eindigt. Indien ouders niets ondernemen, na de melding van school, dan zijn de ouders verwijtbaar. Ondernemen ouders na de melding van school, diverse acties om hun kind op school te krijgen, dan zijn de ouders niet verwijtbaar. De jongere kan in deze situatie wel verwijtbaar zijn, omdat hij/zij ondanks de inspanningen van de ouders, toch blijft verzuimen.

  • Medewerking: Zodra de school de ouders heeft ingelicht over het verzuim van hun kind op school, is het de verantwoordelijkheid van de ouders om er voor te zorgen dat hun kind weer naar school gaat. Indien het verzuim blijft voortduren zal de school en/of Consulent leerrecht met de ouders en de jongere afspraken gaan maken om het verzuim te laten eindigen. Als ouders en jongere zich aan de gemaakte afspraken houden dan werken zij mee om het verzuim te doen eindigen.

Melding aan de SVB

Een melding bij de Sociale verzekeringsbank kan een geëigend middel zijn om te stimuleren dat het schoolverzuim eindigt. Dit is afhankelijk van de verwijtbaarheid van ouders en/of jongere bij het verzuim maar ook van de medewerking die gegeven wordt aan het stoppen van het verzuim.

Hieronder staan deze situaties beschreven waarin melding bij de SVB kan worden gedaan:

  • Nadat de school het verzuim heeft opgemerkt en dit heeft gemeld aan de ouders, stopt het verzuim niet. Ouders en jongere zijn verwijtbaar aan het ontstaan of het voortbestaan van het schoolverzuim. Ouders en/of jongere geven aan te willen meewerken aan afspraken, maar komen deze uiteindelijk niet na.

  • Nadat de school het verzuim heeft opgemerkt en dit heeft gemeld aan de ouders, stopt het verzuim niet. Ouders en jongere zijn verwijtbaar aan het ontstaan en het voortbestaan van het schoolverzuim. Ouders en/of jongere willen niet meewerken aan afspraken om het verzuim te eindigen.

  • Nadat de school het verzuim heeft opgemerkt en dit heeft gemeld aan de ouders, stopt het verzuim niet. Ouders zijn niet verwijtbaar aan het ontstaan of voortbestaan van het schoolverzuim, maar de jongere wel. Ouders willen meewerken aan afspraken, maar de jongere niet. In eerste instantie zal er zorg worden ingezet om het verzuim alsnog te doen eindigen. Heeft deze inzet geen effect dan kan alsnog een melding bij de SVB worden gedaan (reden om de melding te doen is om de via de ouders druk op de jongere uit te oefenen).

Er wordt dus geen melding bij de SVB gedaan als ouders en jongere niet verwijtbaar zijn aan het ontstaan of voortbestaan van het verzuim en meewerken aan de afspraken om

het verzuim te doen eindigen. Denk hierbij aan een jongere die niet naar school gaat omdat hij/zij op de wachtlijst voor bijvoorbeeld een REC-4 instelling is geplaatst, of een gediagnosticeerd depressieve jongere die daardoor niet in staat is om naar school te gaan. Uiteraard is het aanbieden van zorg in deze situatie wel aan de orde.

Als sprake is van ernstig schoolverzuim dat gevolgen moet hebben voor het recht op Kinderbijslag, geeft de Consulent leerrecht een signaal af aan de SVB. De SVB sluit aan bij het oordeel van de Consulent leerrecht. Deze volgt het gemeentelijke beleid met betrekking tot spijbelen en schooluitval (N.B.: Kamerstukken II 2008/2009, 31890, nr. 3, p.8 (MvT).

Indien er een melding wordt gedaan aan de SVB dan zet de Consulent leerrecht de volgende afspraken op papier, welke naar ouders en jongere verstuurd worden:

  • Het geconstateerde verzuim (minimaal 16 uur per 4 weken);

  • De ondernomen acties om dit verzuim te stoppen, welke niet hebben geleid tot het resultaat (acties van de Consulent leerrecht, gesprek, waarschuwing, melding ZAT/AOJ, enz.);

  • Datum waarop de melding naar de SVB is verstuurd;

  • Datum waarop de Kinderbijslag stop gezet zal worden ( SVB werkt met kwartaaltermijnen);

  • Voorwaarden waar ouders en/of jongere aan moeten voldoen om de melding ongedaan te maken;

  • Evaluatiedatum (als de melding aan de SVB is gedaan, kunnen ouders en/of jongere alsnog voldoen aan de voorwaarden de melding aan de SVB ongedaan maken. Hiervoor wordt een uiterste datum genoemd. Op deze wijze hebben ouders en jongere alsnog de kans de melding ongedaan te maken;

Een melding doen aan de SVB is geen besluit in de zin van de Algemene wet Bestuursrecht. De brief hoeft dus niet voorzien te worden van een bezwaar en beroepsprocedure.

Handelwijze SVB

De SVB stuurt na de melding van de Consulent leerrecht een beschikking aan de ouder die bekend is als aanvrager van de Kinderbijslag. De SVB stopt met betalen van de Kinderbijslag per het kwartaal volgend op de datum van de melding door de Consulent leerrecht.

Uiteraard kan een klant van de SVB het niet eens zijn met de maatregel, dan kan de klant bezwaar indienen bij de SVB. De Consulent leerrecht die de melding heeft gedaan dat niet aan de vereisten in de Leerplichtwet wordt voldaan kan inde bezwaarprocedure worden gevraagd schriftelijke informatie te leveren. Eventueel kan de Consulent leerrecht worden gevraagd zelf aanwezig te zijn bij de hoorzitting.

Melding ongedaan maken

De Consulent leerrecht neemt contact op met de SVB om de melding ongedaan te maken als ouders en of jongere voldaan hebben aan de gestelde voorwaarden en het verzuim is geëindigd. Deze ongedaan making wordt schriftelijk bevestigd aan de ouders en jongere.

2.19Toelichting artikel 19

Artikel 19 melden Inspectie van het Onderwijs: Door de wetswijziging van de Leerplichtwet krijgt de minister van Onderwijs per 1 januari 2012 de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen aan de directeur van een school of instelling. De bestuurlijke boete is een nieuwe sanctiemaatregel en kan worden opgelegd in gevallen waar een school volhardend bepalingen overtreedt. Voorheen was het de Consulent leerrecht die de mogelijkheid had een proces-verbaal op te maken in dergelijke gevallen.

De minister heeft de uitvoering bij de Inspectie van het Onderwijs neergelegd. Deze overtredingen kunnen gaan over:

  • a.

    het in strijdt handelen van de Leerplichtwet met betrekking tot

    • -

      het verlenen van verlof voor vakantie dat slechts eenmaal voor ten hoogste tien dagen per schooljaar kan worden verleend en geen betrekking mag hebben op de eerste twee lesweken van het schooljaar.

    • -

      het verlenen van verlof voor andere gewichtige omstandigheden dat voor ten hoogste tien dagen per schooljaar verleend kan worden door de directeur. Indien verlof wordt gevraagd voor meer dan tien dagen per schooljaar, besluit de Consulent leerrecht van de woongemeente van de jongere, de directeur gehoord.

  • b.

    niet voldoen aan

    • -

      het melden van een in- of uitschrijving van een leerling op een school binnen 7 dagen bij de Consulent leerrecht

    • -

      het ter stond melden van een verwijdering van een leerling bij de Consulent leerrecht.

    • -

      het berichten van het programma van de combinatie leren en werken dat door de jongere wordt gevolgd indien de jongere geen volledig onderwijsprogramma volgt aan de Consulent leerrecht.

    • -

      het melden van het verzuim van 16 uur in de 4 weken van een leerling op school bij de Consulent leerrecht en waar mogelijk van DUO.

  • c.

    Het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen.

    Alle inlichtingen die deze in verband met de uitvoering van deze wet verlangen moeten aan de Consulent leerrecht verstrekt worden.

    Doet een school dit niet of onvoldoende, dan meldt de Consulent leerrecht dit bij de inspectie van het Onderwijs. Vervolgens neemt de inspectie dit signaal mee in haar regulier toezicht op de school. Bij urgente signalen neemt de inspectie direct contact op met de school. De inspectie kan de directeur van de school of instelling een bestuurlijke boete opleggen.

Wat betekent dit voor een gemeente?

Voor ouders en leerlingen blijven de bevoegdheden van de Consulent leerrecht als toezichthouder onveranderd. De werkwijze van de inspectie is risicogericht en afgestemd op de gemeente.

Voorheen had de Consulent leerrecht de mogelijkheid een proces-verbaal op te maken wanneer de directeur van de school of instelling de leerplichtwet overtrad. De keus om de signalering naar de Inspectie bij de Consulent leerrecht neer te leggen is hierdoor voor de hand liggend.

Voor een eventuele signalering aan de Inspectie dienen eerst gesprekken ter verbetering van de situatie aan gegaan te worden. Deze stappen worden in een dossier vastgelegd. Dossiervorming is noodzakelijk voor een goede procesbegeleiding en de inhoud wordt bij signalering aan de Inspectie overgedragen.

De Consulent leerrecht is veel in school aanwezig. Hij/zij mag enkel de administratie op aan-/ afwezigheid van leerlingen inzien indien zij een vermoeden heeft van een strafbaar feit. Indien de Consulent leerrecht waarneemt dat de school of onderwijsinstelling de Leerplichtwet niet naleeft, dan kan dit een reden zijn tot het geven van informatie en advies aan de school of onderwijsinstelling betreffende een goede uitvoering dan wel een verbetering van het verzuimbeleid van de school. Indien de school of onderwijsinstelling ondanks het advies van de Consulent leerrecht de Leerplichtwet blijft overtreden dan is dat aanleiding voor een signaal naar de Inspectie van het Onderwijs. De wijze waarop de signalen aan de Inspectie van het Onderwijs worden gegeven zijn opgenomen in dit artikel van de instructie.

Elk van de twee toezichthouders (Consulent leerrecht en Inspectie van het Onderwijs)

heeft de bevoegdheden, die titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verleent aan degenen die als toezichthouder zijn aangewezen, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van de toezichttaak nodig is (5:13 Awb). Daartoe behoren het betreden van plaatsen en de inzage van gegevens en bescheiden. Uit dit systeem volgt dat de Consulent leerrecht toegang heeft tot de school en inzage heeft in de administratie voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van zijn eigen toezichttaak (dus jegens ouders en leerlingen) nodig is. De toezichttaak gericht tot scholen met bijbehorende bevoegdheden is bij de Inspectie van het Onderwijs belegd. De Consulent leerrecht heeft wel een natuurlijke oog- en oorfunctie waar het gaat om het handelen van scholen in het kader van de Lpw, de signaleringsrol.

Verstrekking van informatie aan andere overheidsorganen zoals de Inspectie van het Onderwijs, is toegestaan als gevolg van de Wet Justitiële en Strafvorderlijke Gegevens (WJSG).

2.20Toelichting artikel 20

Artikel 20, Jaarverslag Leerrecht: de bevoegdheid, liever nog de plicht, tot het uitbrengen van een jaarverslag over het gevoerde beleid inzake de handhaving van de leerplicht en de kwalificatieplicht en de resultaten daarvan (Leerplichtwet artikel 25) berust bij het college. Uit de aard van deze bevoegdheid vloeit voort dat deze niet kan worden gemandateerd (zie Awb artikel 10:3, lid 1). Het is de taak van de Consulent leerrecht om de nodige informatie voor het verslag te verzamelen, te ordenen en in de vorm van een voorstel te presenteren. Het verslag zal de kwantitatieve gegevens bevatten die aan het ministerie van OCW moeten worden gemeld, maar tevens ingaan op het gevoerde beleid.

De in dit artikel genoemde data zijn wettelijke termijnen.

2.21Toelichting artikel 21

Artikel 21, samenwerking in de regio inzake leerrecht: in het artikel in de instructie is een ‘gematigd actieve’ rol voor Consulent leerrecht aangegeven: hij/zij neemt zo nodig het initiatief voor het overleg. Een intensieve samenwerking zal in veel regio’s van groot belang zijn, omdat de leerlingstromen gemeentegrens overschrijdend zijn.

De noodzaak is in ieder geval aanwezig als over deze onderwerpen nog geen regionale afspraken bestaan, of als uit de ervaringen blijkt dat de wel bestaande afspraken niet goed functioneren. De afstemming met het Openbaar Ministerie is ook van belang.

Afhankelijk van de regionale situatie kan de Officier van Justitie een vaste of incidentele deelnemer aan het overleg zijn. In de instructie zijn de onderwerpen genoemd die in ieder geval onderwerp van regionaal overleg behoren te zijn. De agenda kan uiteraard (veel) uitgebreider zijn. In het derde lid zijn de punten genoemd waarover niet alleen gesproken moet worden (zoals bij de punten in het tweede lid), maar waarover ook duidelijke afspraken gemaakt moeten worden.

2.22Toelichting artikel 22

Artikel 22, samenwerking met diensten en instellingen: het is de bedoeling om een actuele lijst van samenwerkingspartners te hebben. Gekozen is voor de vormgeving in een bijlage, maar opsomming in de instructie is ook denkbaar. In deze lijst horen de scholen en instellingen, de instanties die met jeugdzorg te maken hebben, de strafrechtelijke instanties en de instanties die met arbeid te maken hebben. Deze instellingen en diensten behoren geïnformeerd te worden over deze instructie. Zij horen ook tot de kring die het jaarverslag ontvangt.

2.23Toelichting artikel 23

Artikel 23, beleidsontwikkeling: in het eerste lid is voorzien dat de ‘eigen’ gegevens op systematische wijze worden verzameld en verwerkt, zodat het regionale en het lokale beleid mede daarop gebaseerd wordt. De beleidscyclus wordt daarmee in belangrijke mate gediend.

Het tweede lid heeft betrekking op de verwerking van ontwikkelingen die zich buiten de eigen regio voordoen in het regionale en landelijke beleid. Daarbij moet uiteraard worden gedacht aan het leerrechtbeleid in strikte zin, maar ook ontwikkelingen in het onderwijs, in de jeugdzorg en dergelijke behoren daartoe, en afhankelijk van de omstandigheden kunnen ook bijvoorbeeld ontwikkelingen in het vreemdelingenbeleid, de justitiële organisatie of de arbeidsmarkt van belang zijn.

2.24Toelichting artikel 24

Artikel 25, slotbepalingen: het eerste lid regelt dat alle betrokkenen op de hoogte worden gesteld van de instructie. Het tweede lid regelt de inwerkingtreding. Gekozen is voor 14 dagen na bekendmaking van het besluit dat een instructie is vastgesteld. Op dat moment wordt ook de ‘oude’ instructie voor de Consulent leerrecht ingetrokken.