Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749898
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749898/1
Verordening parkeerbelastingen 2026
Geldend van 16-12-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening parkeerbelastingen 2026De raad van de gemeente Beverwijk;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 oktober 2025, documentkenmerk D-157092;
gehoord de raadscommissie;
gelet op;
- •
Gemeentewet artikel 156 eerste en tweede lid aanhef en onderdeel h, 216, 220 tot en met 220h, 221, 224, 225, 228, 228a, 229, 234, 255.
- •
Parkeerverordening 2013 (2012/44466).
- •
Paspoortwet artikelen 2, tweede lid en 7.
- •
Artikel 13.1a van de Omgevingswet.
- •
Wet milieubeheer, artikel 15.33.
- •
Invorderingswet 1990.
- •
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
- •
Cocensus Leidraad Invordering 2020.
- •
Begroting gemeente Beverwijk 2026-2029.
besluit:
Vast te stellen:
- 1.
Verordening afvalstoffenheffing 2026 (D-150055);
- 2.
Verordening binnenhavengelden 2026 (D-150056);
- 3.
Legesverordening 2026 (D-150058);
- 4.
Verordening marktgelden 2026 (D-150059);
- 5.
Verordening parkeerbelastingen 2026 (D-150060)
- 6.
Verordening precariobelasting 2026 (D-150061);
- 7.
Verordening rioolheffing 2026 (D-150063);
- 8.
Verordening toeristenbelasting 2026 (D-150064);
- 9.
Verordening zeehavengelden 2026 (D-150065);
- 10.
Besluit kwijtscheldingsregels 2026 (D-150066).
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
- b.
motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
- c.
houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;
- d.
parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
- e.
autodate / autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden.
- f.
Centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Beverwijk een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel
- g.
Parkeerontheffing/regeling: een digitale parkeerontheffing, waarmee toestemming is gegeven om te parkeren zonder het voldoen van de parkeerbelasting.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:
- a.
een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
- b.
een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende parkeerontheffing voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die ontheffing aangegeven plaats en wijze
- c.
een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende parkeerregeling voor bezoekers voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die regeling aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht
-
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
-
2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
- a.
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
- b.
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat
- b.1
als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
- b.2
als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
- b.1
- a.
-
3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
-
4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de ontheffing heeft aangevraagd.
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
-
1. De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
-
2. Voor de berekening van de parkeerbelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde tijdseenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 5 Wijze van heffing
-
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven:
-
2. bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften of dat bij de aanvang van het parkeren telefonisch of elektronisch aangifte is gedaan via de centrale computer van een van de mobiele parkeeraanbieders.
-
3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van aanslag wanneer er sprake is van het jaarlijks verlenen van een parkeerontheffing.
-
4. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de ontheffing geldt worden opgegeven.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
-
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
-
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de ontheffing wordt verleend.
-
3. Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel 365ste /366e (schrikkeljaar) gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
-
4. Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel 365ste /366e (schrikkeljaar) gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande dat ontheffing achterwege blijft indien het restitutie bedrag minder dan € 28,47 bedraagt.
-
5. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, is verschuldigd op het moment waarop de bezoekersregeling wordt verleend.
-
6. Indien de bezoekersregeling binnen het geldende kalenderjaar niet ten volle is benut, blijven de resterende uren staan en kan de bezoekersregeling aangevuld worden tot het maximaal aantal uren voor het nieuwe kalenderjaar. Alleen voor de aanvullende uren geldt in dat geval de belastingplicht.
Artikel 7 Termijnen van betaling
-
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
-
2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
-
3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de ontheffing wordt verleend.
-
4. De belasting als bedoeld in artikel 2 onderdeel b, wanneer deze wordt geheven bij wege van aanslag wanneer er sprake is van het jaarlijks verlenen van een parkeerontheffing, moet uiterlijk betaald worden op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
-
5. In afwijking van het eerste lid vindt, in door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar besluit aangewezen gevallen, de voldoening van de parkeerbelasting achteraf plaats.
-
6. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 8 Vrijstelling invaliden
Houders van een geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart, landelijke invalidenparkeerkaart (zowel voor bestuurders als passagiers), gewestelijke invalidenparkeerkaart of buitenlandse invalidenparkeerkaart zijn vrijgesteld, mits deze parkeerkaart
- •
met de daartoe bestemde zijde op een van buiten duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst of:
- •
op een van buitenaf zichtbare plaats te worden aangebracht, indien plaatsing achter de vooruit niet zichtbaar is van buitenaf.
Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 10 Bevoegdheid tot naheffingsaanslag, wielklem en wegsleepregeling
-
1. Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2 lid 1, onderdeel a, kan aan het motorvoertuig een wielklem worden aangebracht;
-
2. Bij deze belastingverordening worden, zoals bedoeld in artikel 235 lid tweede lid van de Gemeentewet, alle terreinen en/of weggedeelten aangewezen, waar de wielklem wordt toegepast;
-
3. Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken, kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.
Artikel 11 Kosten
De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00.
Artikel 12 Overgangsrecht
De Verordening parkeerbelastingen Beverwijk 2025 en de bijbehorende tarieventabel worden ingetrokken met ingang de van in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening, de bijbehorende tarieventabel en het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelasting treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening parkeerbelastingen 2026”.
Ondertekening
Beverwijk, 20 november 2025,
de raad voornoemd,
de griffier,
de voorzitter,
TARIEVENTABEL PARKEERBELASTINGEN 2026, behorend bij de verordening parkeerbelastingen 2026
Artikel 1.1
Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur in de straten als bedoeld in de Verordening parkeerbelastingen 2026 artikel 2, onderdeel a, bedraagt:
|
In het gebied |
Bedrag per 60 minuten |
Minimale inworp |
|
|
1.1 |
Beverwijk Centrum |
€ 1,70* |
€ 0,10 |
|
1.2 |
Beverwijk Bazaar |
€ 1,70 |
€ 0,10 |
* Tenzij het kenteken is aangemeld via parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet in werking stellen van parkeerapparatuur via een telefoon of ander communicatiemiddel. Indien hieraan is voldaan bedraagt het tarief de eerste 60 minuten € 0,00
Artikel 1.2
Het maximum dagtarief bedraagt € 14,30 voor de zone Beverwijk Centrum. In Beverwijk Bazaar is er geen sprake van een maximum dagtarief.
Artikel 2
Het tarief voor een parkeerontheffing als bedoeld in de Verordening parkeerbelastingen 2026, artikel 2, onderdelen b en c, bedraagt:
|
1 Bewonersontheffing (tarief per kalenderjaar per adres) |
Tarief |
|
|
1.a Beverwijk Centrum |
i 1e ontheffing |
€ 28,47 |
|
ii 2e ontheffing |
€ 91,12 |
|
|
* Alleen verlenging, geen nieuwe aanvragen mogelijk |
iii 3e ontheffing* |
€ 91,12 |
|
1.b Wijk aan Zee |
i 1e ontheffing |
€ 28,47 |
|
ii 2e ontheffing |
€ 91,12 |
|
|
1.c Beverwijk Bazaar |
i 1e ontheffing |
€ 28,47 |
|
ii 2e ontheffing |
€ 91,12 |
|
|
1.d Lau Mazirelstraat |
i 1e ontheffing |
€ 28,47 |
|
Ii 2e ontheffing |
€ 91,12 |
|
|
2 Bezoekersontheffing (tarief per kalenderjaar) |
||
|
2.a Beverwijk Centrum, per uur ** Per jaar maximaal 200 uur te gebruiken per BAG-adres |
€ 0,27** |
|
|
2.b Beverwijk Theaterzone, per uur *** Per jaar maximaal 260 uur te gebruiken per BAG-adres |
€ 0,20*** |
|
|
2.c Wijk aan Zee |
€ 28,47 |
|
|
2.d Beverwijk Bazaar |
€ 28,47 |
|
|
2.e Lau Mazirelstraat |
€ 28,47 |
|
|
3 Bedrijvenontheffing (tarief per kalenderjaar) |
||
|
3.a Beverwijk Centrum |
i 1e ontheffing |
€ 227,79 |
|
**** Aanvraag niet mogelijk wanneer er 2 bewoners-ontheffingen zijn op zelfde BAG-adres |
ii 2e ontheffing**** |
€ 398,64 |
|
3.b Weekmarktontheffing |
€ 113,89 |
|
|
3.c Beverwijk Bazaar |
€ 113,89 |
|
|
4 Zorgverlenersontheffing (tarief per kalenderjaar) |
||
|
4.a Algemeen |
€ 381,28 |
|
|
4.b Mantelzorgers |
€ 28,47 |
|
|
5 Algemene ontheffing, tarief per |
||
|
Gemeentepersoneel |
€ 0,00 |
|
|
Autodate en autodelen |
€ 0,00 |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl