Protocol op overeenstemming gericht overleg voorzieningen in de onderwijshuisvesting gemeente Brunssum 2025

Geldend van 18-12-2025 t/m heden

Intitulé

Protocol op overeenstemming gericht overleg voorzieningen in de onderwijshuisvesting gemeente Brunssum 2025

De raad van de gemeente Brunssum;

Gelezen het verslag van het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen;

  • -

    gelet op artikel 102.5 Wet op het primair onderwijs en artikel 6.12.5 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • -

    gelet op het advies van de Commissie d.d. 7 oktober 2025;

  • -

    gelet op het gevoerde overleg met de schoolbesturen d.d. 21 augustus 2025

Besluit

  • 1.

    Het Protocol op overeenstemming gericht overleg voorzieningen in de onderwijshuisvesting gemeente Brunssum 2025 vast te stellen en bekend te maken

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    Schoolbestuur: het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school voor basisonderwijs of school voor voortgezet onderwijs, die gelegen is op het grondgebied van de gemeente;

  • b.

    Advies: het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders.

  • d.

    OOGO: Op Overeenstemming Gericht Overleg conform de Wpo (Wet Primair Onderwijs) en Wvo (Wet Voortgezet Onderwijs), is van toepassing op het Integraal Huisvestingsplan onderwijs gemeente Brunssum 2025 en de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Brunssum 2025.

  • e.

    Voorzieningen onderwijshuisvesting: verwijzing naar art. 2 Verordening Huisvesting Onderwijs gemeente Brunssum 2025

  • f.

    Onderwijsraad: onafhankelijk adviesorgaan dat op verzoek van de gemeente of schoolbesturen advies uitbrengt over onderwerpen binnen het lokaal onderwijsbeleid

Artikel 2 Functie overlegorgaan

  • 1. Er is een overlegorgaan voorzieningen in de onderwijshuisvesting waarin het College met de vertegenwoordigers van alle schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en uitvoering van de voorzieningen in de onderwijshuisvesting.

  • 2. In het overlegorgaan komen aan de orde:

    • a.

      de onderwerpen waarop het OOGO van toepassing is als bedoeld in de Wet Primair Onderwijs en de Wet Voortgezet Onderwijs betreffen met name de voorzieningen in de onderwijshuisvesting;

    • b.

      overige onderwerpen van overleg aangaande de voorzieningen in de onderwijshuisvesting.

  • 3. Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is artikel 7 niet van toepassing.

Artikel 3 Samenstelling overlegorgaan

  • 1. Schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het overlegorgaan. Ze wijzen daartoe maximaal 3 vertegenwoordigers per schoolbestuur aan.

  • 2. De portefeuillehouder onderwijs, de coördinator Vastgoed & Accommodaties en de Beleidsmedewerker Vastgoed vertegenwoordigen het College in het overlegorgaan. De portefeuillehouder onderwijs fungeert als voorzitter van het overlegorgaan. De coördinator Vastgoed & Accommodaties fungeert als secretaris van het overlegorgaan.

Artikel 4 Derden

Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan of een vertegenwoordiger van de schoolbesturen, genoemd in artikel 3, dit wenst, deelnemen aan een overleg.

Artikel 5 Uitnodiging

  • 1. Alvorens het College een besluit neemt over een OOGO-onderwerp of een voorstel doet aan de Gemeenteraad over een OOGO-onderwerp, zenden zij de voorgenomen inhoud van dit Collegebesluit of Raadsvoorstel met een toelichting daarop toe aan alle schoolbesturen.

  • 2. De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de vastgestelde datum van het overleg ligt ten minste twee weken.

  • 3. Een afgevaardigde van een schoolbestuur kan één of meerdere OOGO-onderwerpen op de agenda plaatsen, mits deze onderwerpen voldoen aan de criteria zoals gesteld in artikel 2, lid 2 onder a en b. Deze onderwerpen kunnen tot ten minste één week voor de vastgestelde datum van het overleg worden ingediend.

  • 4. De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan het College. Het College stelt de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis.

  • 5. Het OOGO vindt plaats buiten de vastgestelde schoolvakanties, zoals opgenomen in de landelijke schoolvakantiekalender van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap.

Artikel 6 Voorbereiding

Het College kan een voorbereidend overleg tussen vertegenwoordigers van de schoolbesturen en het College instellen dat voorafgaat aan het overleg in het overlegorgaan. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een inventarisatie van voorstellen die voor op overeenstemming gericht overleg in het overlegorgaan geagendeerd worden. Per onderwerp wordt aangegeven of het gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a of b.

Artikel 7 Advies Onderwijsraad

  • 1. Indien één of meer schoolbesturen of het College een advies wensen van de Onderwijsraad over een onderwerp waarop het OOGO van toepassing is, maken ze dit uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen:

    • a.

      het onderwerp en de vrijheid van richting en van inrichting van het onderwijs, of

    • b.

      tussen het onderwerp en het beginsel van gelijke behandeling van openbaar en bijzonder onderwijs.

  • 2. Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om advies. Het College is belast met de indiening van een verzoek om advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop van het overleg. Daarbij informeren zij tevens de Onderwijsraad over de dit lid bedoelde zienswijzen.

  • 3. De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Onderwijsraad het College uitnodigt het verzoek voor het uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die de Onderwijsraad nodig heeft voor een goede vervulling van haar taak, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld.

  • 4. Het College en de Gemeenteraad nemen gedurende de termijn voor het uitbrengen van het advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is gevraagd. Het advies van de Onderwijsraad is niet bindend. Afwijking hiervan is enkel mogelijk indien deze wordt voorzien van een deugdelijke motivering.

  • 5. Het College zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle schoolbesturen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van het voorstel over een onderwerp waarover advies is gevraagd, worden de schoolbesturen bij de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het College of nader overleg over het advies wenselijk is. Zij geven dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies.

  • 6. Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen twee weken plaats nadat het advies is uitgebracht. Het College informeert de Gemeenteraad over het overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 8.1.

Artikel 8 Verslaglegging; informeren raad

  • 1. Het College maakt een verslag van het overleg.

  • 2. Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen, waarbij per onderwerp wordt aangegeven:

    • a.

      of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b van toepassing is;

    • b.

      of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is bereikt;

    • c.

      of er een advies van de Onderwijsraad ten grondslag ligt aan het onderwerp en -indien van toepassing- wat dit advies was en in hoeverre dit in de conclusie van het onderwerp is verwerkt;

    • d.

      de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte zienswijzen en - indien van toepassing - de zienswijzen als bedoeld in artikel 5, vierde lid;

    • e.

      de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel.

  • 3. Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan kan het College spoedheidshalve het verslag ter commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen 10 werkdagen na de dag waarop het conceptverslag is toegezonden, maken de schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg schriftelijk hun opmerkingen over het concept van het verslag kenbaar. Het College stelt het verslag vast met inachtneming van de opmerkingen.

  • 4. Het College brengt het verslag gelijktijdig met het voorgenomen collegebesluit of raadsvoorstel over het onderwerp ter kennis van respectievelijk de collegevergadering c.q. de raadsvergadering. Voor zover het College afwijkt van de tijdens het overleg naar voren gebrachte zienswijzen of van het advies van de Onderwijsraad, wordt dit gemeld in de collegevergadering en het voorstel aan de raad. Daarbij geven zij de redenen aan van het niet of niet geheel overnemen van deze zienswijzen en/of het advies van de Onderwijsraad.

Artikel 9 Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin dit protocol niet voorziet

In gevallen waarin dit protocol niet voorziet, beslist het College, gehoord de vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het overleg.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Dit protocol treedt de dag na bekendmaking van deze beleidsregel in werking.

Artikel 11 Citeertitel

Dit protocol kan worden aangehaald als: Protocol op overeenstemming gericht overleg voorzieningen in de onderwijshuisvesting gemeente Brunssum 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december

De Raad voornoemd,

de voorzitter

de griffier