Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749844
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749844/1
Nadere regels subsidie vrijwilligers in gebiedsprocessen van waterschap Brabantse Delta
Geldend van 12-12-2025 t/m heden
Intitulé
Nadere regels subsidie vrijwilligers in gebiedsprocessen van waterschap Brabantse DeltaHet dagelijks bestuur van Waterschap Brabantse Delta;
gelezen het ambtelijk advies over het definitief vaststellen stimuleringsregeling klimaatadaptatieve maatregelen van 28 oktober 2025, nummer 955100;
Overwegende dat:
- •
In het Waterbeheerprogramma 2022-2027, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap op 1 december 2021, op bladzijde 63 is opgenomen dat het waterschap een stimuleringsregeling voor klimaatadapatieve maatregelen opstelt;
- •
In het coalitieakkoord van het bestuur is opgenomen: “We ontwikkelen een stimuleringsregeling om kleine klimaatadaptieve initiatieven van inwoners en bedrijven, zoals bodemopslag van water, te bevorderen.”
- •
Het dagelijks bestuur heeft op 26 maart 2024 de “Contourennota stimuleringspakket klimaatadaptatie” vastgesteld;
- •
Het dagelijks bestuur heeft op 4 juni 2024 het “Handelingsperspectief water en bodem sturend” vastgesteld;
- •
Het algemeen bestuur heeft op 19 februari 2025 de “Algemene Subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta” vastgesteld;
- •
Het waterschap initieert, onder andere vanwege klimaatadaptatie en ‘water en bodem sturend’ gebiedsprocessen waar in toenemende mate vrijwilligers uit het gebied een actievere rol oppakken;
- •
Er echter naast klimaatadaptatie ook andere redenen vanuit de taken van het waterschap kunnen zijn voor opstarten van een gebiedsproces. Het is om die reden praktisch is dit specifieke onderwerp en aparte, breder opgezette nadere regels uit te werken;
- •
Er wordt van deze vrijwilligers, zowel door hun omgeving als door het waterschap veel gevraagd qua tijd en inzet;
- •
Hun inzet is belangrijk voor het slagen van het gebiedsproces.
- •
Het is billijk om een onkostenvergoeding beschikbaar te stellen, als tegemoetkoming in de kosten die zij maken en als waardering voor hun vrijwillige inzet;
- •
Het ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen van 18 augustus 2025 tot en met 28 september 2025, dat gedurende die periode een ieder zienswijzen kon indienen, maar dat er geen zienswijzen zijn ingediend;
Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta;
B E S L U I T :
Vast te stellen de volgende ‘Nadere regels subsidie vrijwilligers in gebiedsprocessen van waterschap Brabantse Delta’
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
-
a. Dagelijks Bestuur: Dagelijks Bestuur van Waterschap Brabantse Delta;
-
b. Het waterschap: Waterschap Brabantse Delta;
-
c. ASV: Algemene Subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta;
-
d. Subsidie: Subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
-
e. Subsidieplafond: Het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op basis van deze nadere regels.
-
f. Vrijwilliger: natuurlijk persoon, of persoon namens een rechtspersoon, die onbetaald en onverplicht zich inzet binnen het gebiedsproces, voor anderen of voor de samenleving.
-
g. Gebiedsproces: een proces georganiseerd door het waterschap, gericht op het koppelen van belangen en het verbinden van partijen in een gebied voor een goede afweging van te realiseren doelen van onder andere het waterschap.
Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta
De ASV is van toepassing op deze nadere regels, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Artikel 3 Doel Nadere regels
Het stimuleren van vrijwilligers die een maatschappelijke rol oppakken binnen gebiedsprocessen die worden georganiseerd door het waterschap als trekker van het proces.
Artikel 4 Doelgroep
1. Subsidie op grond van deze nadere regels kan worden aangevraagd door:
a. rechtspersonen, met uitzondering van overheidsorganen;
b. natuurlijke personen;
c. een samenwerkingsverband van rechtspersonen;
d. een samenwerkingsverband van rechtspersonen en/of natuurlijke personen.
2. Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
a. wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer die als aanspreekpunt fungeert voor toekomstige correspondentie en;
b. geschiedt de aanvraag met instemming van alle partners van dat samenwerkingsverband.
Artikel 5 Subsidievorm
-
1. Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze nadere regels activiteitensubsidies.
-
2. Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van het desbetreffende gebiedsproces in de vorm van:
-
a. het bijwonen en voorbereiden van vergaderingen, bijeenkomsten en dergelijke ten behoeve van het gebiedsproces;
-
b. het doen van inhoudelijke werkzaamheden zoals onderzoek, uitwerking, raadpleging, en dergelijke ten behoeve van het gebiedsproces;
-
c. het organiseren, of deelnemen aan de organisatie van lezingen, excursies, werkbezoeken, en andere activiteiten van soortgelijke aard ten behoeve van het gebiedsproces;
-
d. Het uitvoeren van een specifiek kleinschalig project dat bijdraagt aan de doelen van het gebiedsproces.
Artikel 7 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 6 in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:
-
a. de activiteit wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van het waterschap;
-
b. de activiteit wordt uitgevoerd binnen de kaders van een gebiedsproces van het waterschap;
-
c. de activiteit wordt uitgevoerd door een vrijwilliger die onderdeel uitmaakt van het gebiedsproces. De vrijwilliger mag zich daarbij laten vervangen en mag zich indien nodig laten ondersteunen door een inhoudelijk deskundige vrijwilliger.
Artikel 8 Weigeringsgronden
Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien:
-
a. de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van het waterschap heeft ontvangen;
-
b. de subsidieaanvrager een ondernemer is en de activiteiten in diens hoedanigheid als vrijwilliger naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur niet voldoende te onderscheiden zijn van diens hoedanigheid als ondernemer;
-
c. de activiteit plaatsvindt binnen een ander gebiedsproces dan als bedoeld in deze nadere regels;
-
d. de activiteit zoals bedoeld in artikel 6 onder d, reeds is gestart vóór aanvraag van de subsidie;
-
e. de activiteit in strijd is met wet- of regelgeving, niet te verenigen zijn met doelstellingen van het gebiedsproces, of naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur schadelijk kunnen zijn voor de positie van het waterschap;
-
f. de activiteit voortvloeit uit een bestaande wettelijke verplichting.
Artikel 9 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 6, komen alle kosten die rechtstreeks verband houden met de betreffende activiteiten voor subsidie in aanmerking.
Artikel 10 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 9 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
a. personeelskosten;
b. kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;
c. kosten om te voldoen aan gangbare minimumkwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen.
Artikel 11 Vereisten subsidieaanvraag
Subsidieaanvragen worden ingediend:
1. uiterlijk 6 weken vóór start van de uitvoering van de activiteit;
2. onverminderd het bepaalde in het eerste lid mogen activiteiten als bedoeld in artikel 6 onder a, b en c ook met terugwerkende kracht aangevraagd worden tot ten hoogste de aanvang van het lopende kalenderjaar.
Artikel 12 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie, bedoeld voor de activiteiten bedraagt:
1. voor activiteiten benoemd in artikel 6, onder a, b en c:
a. een vergoeding van €5 per uur, tot een maximum van €250 per kalenderjaar;
b. een vergoeding van €50 bureaukosten indien meer dan 30 uren in het kalenderjaar besteed wordt aan het gebiedsproces;
c. een vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten voor een activiteit, tot een maximum van €500;
2. voor activiteiten benoemd in artikel 6, onder d een vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten voor een activiteit, tot een maximum van €500;
3. de vergoeding uit lid 1 bedraagt minimaal €30 per kalenderjaar.
Artikel 13 Tussentijdse uitkering
Voor activiteiten benoemd in artikel 6, onder d, kan worden verzocht deze eerder dan pas aan het einde van het kalenderjaar al te vergoeden.
Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger heeft de verplichting om:
1. Een urenverantwoording bij te houden waaruit blijkt welke activiteiten uitgevoerd zijn en hoeveel uur (afgerond op halve uren) daaraan besteed is.
2. Voor activiteiten benoemd in artikel 12 lid 1, onder c en artikel 12 lid 2, per activiteit een kostenoverzicht in te dienen voorzien van facturen en kassabonnen.
Artikel 15 Subsidieplafond en verdeelwijze
1. Het Dagelijks Bestuur stelt een subsidieplafond vast per kalenderjaar.
2. Aanvragen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen tot het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 16 Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 17 Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als ‘Nadere regels subsidie vrijwilligers in gebiedsprocessen van waterschap Brabantse Delta’.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 28 oktober 2025,
De dijkgraaf
B.J.J. Bengevoord
De secretaris-directeur
dr. A.F.M. Meuleman
Toelichting bij de ‘Nadere regels subsidie vrijwilligers in gebiedsprocessen’
1 Algemene toelichting
Het waterschap initieert om allerlei redenen, maar vaak vooral vanwege klimaatadaptatie en ‘water en bodem sturend’ regelmatig gebiedsprocessen waar in toenemende mate mensen uit het gebied vanwege participatie een actievere rol oppakken in dat gebiedsproces. Zij organiseren initiatieven in het gebiedsproces, zijn een voortrekker in hun omgeving en dragen daarbij actief bij aan het gebiedsproces. Zij vervullen op vrijwillige basis een zekere maatschappelijke rol, die verder gaat dan hun eigen persoonlijke belang. Zij doen dat vanuit betrokkenheid met de gemeenschap of met het gebied. Maar zij doen dat wel binnen de context van een gebiedsproces die vanuit het waterschap georganiseerd wordt omdat het waterschap aan bepaalde overheidsdoelen werkt. Het doel dat de vrijwilliger nastreeft hoeft nadrukkelijk niet hetzelfde doel te zijn als die van het waterschap. Het gaat er hier om er in het gebied, binnen het gebiedsproces een dialoog ontstaat en dat initiatieven tot stand kunnen komen die kunnen bijdragen aan dat gebiedsproces.
De praktijk is dat deze vrijwilligers tot op zekere hoogte een intermediairsrol tussen het waterschap en de buurtgemeenschap gaan vervullen. Gaandeweg wordt dan meer en meer van de vrijwilliger gevraagd, zowel door de omgeving als door het waterschap. Denk aan het bijwonen van vergaderingen, met buurtbewoners praten en terugkoppelen, zaken navragen of uitzoeken, meedoen aan excursies, etc. Er wordt van deze vrijwilligers veel gevraagd qua tijd en inzet, wat bijdraagt aan (en regelmatig zelfs cruciaal is voor) het halen van doelen in het gebiedsproces die het waterschap belangrijk vindt. Om die reden is het logisch om hier een onkostenvergoeding voor beschikbaar te stellen, als tegemoetkoming in de kosten die zij maken en als waardering voor hun vrijwillige inzet.
Het waterschap maakt hier wel de afbakening dat het moet gaan om een gebiedsproces waar het waterschap zelf de organisator van is vanuit de wettelijke taken van het waterschap. De reden hiervoor is dat als het om gebiedsprocessen gaat die vanuit een ander overheid getrokken wordt (vaak een gemeente of de provincie) een gezamenlijke regeling van deze overheden samen logischer is. Immers: de taken van een gemeente of provincie zijn per definitie breder dan die van een waterschap en dan komen ook meer en bredere initiatieven in aanmerking.
2 Artikelsgewijze toelichting
In dit gedeelte is een nadere toelichting per artikel opgenomen indien en voor zover dat relevant is.
Artikel 4 Doelgroep
Vrijwilligers kunnen individuele personen zijn, maar vaak gaat het ook om (bestuurs-)leden van verenigingen of stichtingen, zoals bijvoorbeeld dorpsraden, wijkverenigingen, lokale natuur- of agrarische verenigingen, heemkundekringen, ondernemersverenigingen.
Daar waar een vrijwilliger, of meerdere vrijwilligers vanuit één organisatie zoals een vereniging optreden geldt dat de subsidie zich richt op die vereniging, niet op de aparte personen. De organisatie vraagt aan, verantwoord en ontvangt. Hoe de onkostenvergoeding intern uitgekeerd wordt is niet aan het waterschap.
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten
De activiteiten onder a, b en c zijn vrij algemene reguliere activiteiten die men in een gebiedsproces uitvoert. Men woont vergaderingen bij, er vinden werkbezoeken plaats, soms moeten dingen uitgezocht worden, nagevraagd bij de achterban, etc.
Activiteiten onder d zijn echter van een andere orde. Daar gaat het om een specifieke, unieke activiteit die niet onder de reguliere zaken valt, maar die wel past bij de doelstellingen van het gebiedsproces. Dat kan een eenmalig evenement zijn, maar dat ook een fysieke ingreep zijn. Bijvoorbeeld het plaatsen van een voorlichtingsbord over het gebiedsproces, of een herdenkingsobject voor een waterstaatsobject (ruimtelijke kwaliteit). Het is niet bedoeld voor grote zaken, maar wel om het mogelijk te maken iets tastbaars toe te voegen aan het gebied binnen het gebiedsproces. Deze veelheid aan mogelijkheden, hebben wel als eigenschap dat ze qua aanpak als een klein project gezien kunnen worden. Daarom worden deze ook als project aangeduid in deze nadere regels.
Artikel 7 Subsidievereisten
De formulering onder b is bewust breder getrokken zodat een vrijwilliger ten eerste zich bij ziekte of verhindering mag laten vervangen met behoud van vergoeding. Ten tweede kan het nodig zijn dat de vrijwilliger, ten behoeve van het gebiedsproces, zich laat ondersteunen door een tweede vrijwilliger en dat deze ondersteuner ook een keer een vergadering bijwoont. De formulering onder b staat toe dat deze inzet ook onder de vergoeding kan komen te vallen.
Artikel 8 Weigeringsgronden
Weigeringsgronden a en c hebben betrekking op de afbakening van gebiedsprocessen in deze nadere regels zoals in de algemene toelichting beschreven.
Weigeringsgrond b gaat specifiek over ondernemers. Ook zij kunnen evengoed optreden als vrijwilliger en als vrijwilliger zich inzetten. Dat kan iets heel anders zijn dan waar hun zakelijk belang vanuit de onderneming ligt. Vrijwilligerswerk is per definitie onbetaald en onverplicht. Maar zodra hun rol als vrijwilliger niet meer goed onderscheiden valt van hun rol als ondernemer, komt de onkostenvergoeding in de sfeer van overheidssteun en de daarvoor geldende regels rondom staatsteun. Daarom wordt dat uitgesloten. Weigeringsgrond e heeft betrekking op het strijdig zijn met regels zoals die van de waterschapsverordening. Het is niet logisch subsidie te verlenen voor iets dat niet is toegestaan vanuit de waterschapsverordening. De activiteit moet ook altijd blijven passen binnen de brede doelen van het gebiedsproces om voor subsidie in aanmerking te komen. Met schadelijk zijn voor de positie van het waterschap wordt bedoeld dat het waterschap geen activiteiten subsidieert die gevoelig liggen in het gebied, of die bedoeld zijn om het waterschap in een positie te dwingen.
Artikel 9 Subsidiabele kosten
In feite komen er 2 soorten kosten in aanmerking. Een tarief per uur, conform de tarieven uit artikel 10, of werkelijk gemaakte kosten die direct met de activiteit te maken heeft en voor zover de activiteit hoort bij het gebiedsproces. Dat laatste speelt nadrukkelijk bij de kleinschalige projecten.
Artikel 10 Niet subsidiabele kosten
Uitgangspunt is dat de nadere regels gericht zijn op vrijwilligers en gaat over relatief kleine bedragen. Daarom worden alleen de meest voor de hand liggende kosten die niet voor vergoeding in aanmerking komen, uitgesloten.
Artikel 11 Vereisten subsidieaanvraag
Het is gebruikelijk dat subsidie eerst aangevraagd wordt, en dan pas gestart. De praktijk bij gebiedsprocessen is echter dat vrijwilligers op enig moment instappen, in hun rol groeien en dan pas bewust worden van kosten. Uit coulance wordt daarom mogelijk gemaakt met terugwerkende kracht al besteedde uren en kosten alsnog mee te nemen in een aanvraag.
Uitzondering hierop zijn de kleinschalige projecten, omdat die feitelijk pas kunnen starten als de vrijwilliger al een rol in het gebiedsproces heeft en hier gaat ook altijd een plan of voorstel aan vooraf.
Artikel 12 Subsidiehoogte
De bedragen voor de subsidiehoogte zijn gebaseerd op bedragen die in de praktijk redelijk blijken te zijn bij het soort inzet dat beloond wordt. Omwille van administratieve lasten wordt wel een minimum van €30 euro per kalenderjaar gehanteerd.
Artikel 13 Tussentijdse uitkering
Voor subsidies geldt dat deze normaal gesproken pas na afronding definitief vastgesteld en uitgekeerd worden. Voor vergaderkosten etc. die voortkomen uit het regulier bijdragen aan het gebiedsproces is dat een prima balans tussen vergoeding en waardering van vrijwilligers enerzijds, en administratieve lasten anderzijds.
Voor activiteiten benoemd in artikel 4, onder d (de kleinschalige projecten), geldt dat dit gaat over een specifiek project of activiteit die niet valt onder de reguliere deelname maar aanvullend daarop is (ad hoc). De vrijwilliger maakt daar meestal kosten voor door deze zelf voor te schieten. In dat geval is het niet logisch om het voorschieten van die kosten pas te vereffen aan het einde van het jaar. De vrijwilliger kan is dat geval verzoeken om dat deel van de kosten al eerder vast te stellen en uit te keren.
Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Het bijhouden van de urenverantwoording is vormvrij in die zin dat de aanvrager een redelijke
verantwoording kan geven over de uitgevoerde activiteiten. Voor een klein project geldt dat hiervoor kosten gemaakt worden door zaken te kopen of af te nemen, hetgeen met bonnen en facturen eenvoudig aangetoond kan worden.
Artikel 15 Subsidieplafond en verdeelwijze
Het Dagelijks Bestuur stelt een subsidieplafond vast per kalenderjaar. Dat gebeurd in een apart besluit, zodat het subsidieplafond voor deze nadere regels, in samenhang wordt vastgesteld met de subsidieplafonds van andere nadere regels.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl