Verordening afvalstoffenheffing 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening afvalstoffenheffing 2026

De raad van de gemeente Hoogeveen;

Gelet op het voorstel van het college;

Gelet op artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026.

(Verordening afvalstoffenheffing 2026).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1. 'gebruik maken': gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

  • 2. GFT: groente-, fruit- en tuinafval;

  • 3. GFE: groente-, fruit- en etensresten;

  • 4. PMD: plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken;

  • 5. OPK: (oud) papier en karton;

  • 6. HHA: (fijn) huishoudelijk(rest)afval;

  • 7. Medisch afval: onvermijdbaar (medisch) restafval als gevolg van een chronische aandoening.

  • 8. GHA: grof huishoudelijk (rest)afval dat naar aard, samenstelling of omvang (volume of afmetingen) zo afwijkt dat dit buiten de reguliere inzameldienst moet worden aangeboden;

  • 9. GTA: grof tuinafval dat naar aard, samenstelling of omvang (volume of afmetingen) zo afwijkt dat dit buiten de reguliere inzameldienst om moeten worden aangeboden;

  • 10. PVA: particulier verbouwingsafval als gevolg van het bouwen, renoveren, verbouwen en/of slopen van gebouwen en/of constructies door particuliere huishoudens (materialen die 'aard- en/of nagelvast' aan een bouwwerk zijn, worden of waren gemonteerd en/of verhardingsmaterialen, bestrating, inclusief ongebruikte bouwmaterialen en/of verpakkingsmaterialen);

  • 11. Minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette afvalcontainer ten behoeve van de inzameling van de genoemde afvalsoorten in de leden 2, 4, 6 en 7 van dit artikel;

  • 12. Verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste container ten behoeve van de inzameling van genoemde afvalsoorten in de leden 3, 4, 5, 6 en 7 van dit artikel;

  • 13. (Medisch) bewijsmiddel: Een verklaring van een (huis)arts/apotheek en/of eenaankoopbewijs waaruit blijkt dat een ingeschreven bewoner van een perceel voor langere periode gebruik maakt van medische materialen, in verband met een (chronische) aandoening;

  • 14. Eenpersoonshuishouden: een perceel welke door 1 persoon wordt bewoond;

  • 15. Meerpersoonshuishouden: een perceel welke door meer dan 1 persoon wordt bewoond;

  • 16. Recreatiewoning: een perceel welke niet permanent mag worden bewoond en wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).

  • 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

  • 1. Voorwerp van de belasting is een perceel.

  • 2. Als perceel wordt aangemerkt:

    • a.

      de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;

    • b.

      de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

    • c.

      een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    • d.

      een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

    • e.

      het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht, of persoonlijke recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1. De belasting, als bedoeld in Hoofdstuk 1, Hoofdstuk 2 de artikelen 2.3 en 2.4 en Hoofdstuk 3 artikel 3.2, wordt geheven bij wege van aanslag of andere schriftuur.

  • 2. De belasting van de overige, niet in lid 1 van dit artikel opgenomen, belastingen uit de tarieventabel wordt geheven bij wege van een gedagtekende bon of nota.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting, als bedoeld in Hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. De belasting, als bedoeld in Hoofdstuk 2 de artikelen 2.3 en 2.4 en Hoofdstuk 3 artikel 3.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, als dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht.

  • 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar begint, is de belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel verschuldigd over de in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, resterende volledige kalendermaanden. De hoogte van de belasting wordt berekend door het tarief per belastingjaar te delen door twaalf en de uitkomst te vermenigvuldigen met het resterende aantal volledige kalendermaanden.

  • 4. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat recht op ontheffing van de verschuldigde belasting bedoeld in Hoofdstuk I van de tarieventabel voor de in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, resterende volledige kalendermaanden. De hoogte van de ontheffing wordt berekend door het tarief per belastingjaar te delen door twaalf en de uitkomst te vermenigvuldigen met het resterende aantal volledige kalendermaanden.

  • 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar van een ander perceel gebruik maakt en van hetzelfde type inzamelmiddel gebruik blijft maken.

  • 6. In afwijking van het bepaald in voorgaande leden is de belasting, verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. De aanslag moet worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, niet meer dan € 5.000 bedraagt en, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag moet worden betaald in tien termijnen, waarvan negen gelijke termijnen en een tiende termijn waarin de compensatiebetaling plaats zal hebben.

  • 3. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 4. De belasting, als bedoeld in 2.6b en 2.6c en hoofdstuk 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, dient te worden voldaan binnen één maand na dagtekening van de bon of nota waarop het verschuldigde bedrag is vermeld.

Artikel 10 Kwijtschelding

  • 1. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing genoemd in artikel 1.1. en 1.2, van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend.

  • 2. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing genoemd in artikel 2.3 en 2.4 van de tarieventabel (lediging 240 en 270 liter minicontainer HHA) kan kwijtschelding worden verleend tot maximaal 6 maal het tarief. Eventuele kwijtschelding vindt plaats op de heffing na aftrek van de gratis ledigingen op grond van de artikelen 2.5a en 2.5b van de tarieventabel.

  • 3. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing genoemd in artikel 3.2 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend tot maximaal 48 maal het tarief. Eventuele kwijtschelding vindt plaats op de heffing na aftrek van de gratis stortingen op grond van artikel 3.3b en 3.3.c van de tarieventabel.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening afvalstoffenheffing 2025, vastgesteld op 4 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing 2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hoogeveen,

gehouden op 4 december 2025.

De griffier, De voorzitter,

C. Elken-van Mierlo M. Breukelman

Tarieventabel, behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026

Hoofdstuk 1

Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing (vast bedrag)

Voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen stelt de gemeente op aanvraag per perceel 1 (één) minicontainer voor HHA en 1 (één) minicontainer voor GFT en 1 (één) minicontainer voor PMD of 1 (één) milieupas die toegang geeft tot verzamelcontainers en inzamelzakken voor PMD ter beschikking.

1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

1.1

voor een éénpersoonshuishouden:

€ 152,12

1.2

voor een meerpersoonshuishouden:

€ 196,80

1.3

voor een recreatiewoning:

€ 152,12

Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing (variabel bedrag) en mini containers

2

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op het gebruik van minicontainers per geregistreerde aanbieding voor lediging van:

2.1

een minicontainer bestemd voor GFT:

€  0,00

2.2

een minicontainer bestemd voor PMD:

€  0,00

2.3

een 240 liter minicontainer bestemd voor HHA:

€ 10,00

2.4

een 270 liter minicontainer bestemd voor HHA:

€ 11,25

2.5

een minicontainer uitsluitend bestemd voor medisch afval als gevolg van een chronische aandoening van een ingeschreven bewoner van een perceel:

€  0,00

2.5a

Een huishouden met een kind/kinderen tot 6 (zes) jaar, die op hetzelfde adres is/zijn ingeschreven, heeft i.v.m. luierafval recht op gratis ledigingen (per kwartaal: 1) van de minicontainer voor HHA.

2.5b

Een huishouden dat bestaat uit 6 (zes) of meer personen, die op hetzelfde adres zijn ingeschreven, heeft recht op gratis ledigingen (per kwartaal: 1) van de minicontainer voor HHA.

2.5c

Indien het recht op gratis ledigingen, als bedoeld in artikel 2.5a en b, in de loop van een kwartaal aanvangt of eindigt, gaat het recht voor het eerst in of eindigt dit met ingang van het eerstvolgende kwartaal. Het recht op het aantal gratis ledigingen wordt dan berekend naar tijdgelang (1 per kwartaal);

2.5d

De gratis ledigingen zoals bedoeld in de artikelen 2.5a en 2.5b kunnen niet tegelijk plaatsvinden (maximaal 1 gratis lediging per kwartaal)

2.6a

1 (één) minicontainer uitsluitend bestemd voor medisch afval zoals bedoeld in artikel 2.5 wordt op aanvraag verstrekt na overlegging van een (medisch) bewijsmiddel. Het eenmalige tarief voor verstrekking, transport en registratie van deze minicontainer bedraagt:

 

€ 0,00

2.6b

1 (één) extra minicontainer bestemd voor GFT wordt op aanvraag verstrekt aan een huishouden met een totale perceeloppervlakte van 1.000 m2 of meer. Het eenmalige tarief voor verstrekking, transport en registratie van deze minicontainer bedraagt:

€ 50,00

2.6c

1 (één) extra minicontainer bestemd voor PMD wordt op aanvraag verstrekt aan een huishouden dat bestaat uit 6 of meer personen, die op hetzelfde adres zijn ingeschreven. Het eenmalige tarief voor verstrekking, transport en registratie van deze minicontainer bedraagt:

€ 50,00

2.6d

Het recht op een extra minicontainer zoals bedoeld in de artikelen 2.6a t/m 2.6c wordt periodiek, al dan niet door steekproeven, administratief getoetst.

Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing (variabel) verzamelcontainers c.q. -zuilen en inzamelzakken

3

Onverminderd het bepaalde in de Hoofdstukken 1 en 2, bedraagt de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op het gebruik van verzamelcontainers en inzamelzakken, per geregistreerde aanbieding van:

3.1

een storting in de verzamelcontainer voor GFE:

€ 0,00

3.2

een storting in de verzamelcontainer voor HHA:

€ 1,25

3.3

een storting in de verzamelcontainer voor PMD of een aanbieding van een inzamelzak voor PMD:

€ 0,00

3.3a

Na overlegging van een (medisch) bewijsmiddel betreffende een persoon die op het perceel is ingeschreven heeft een huishouden op aanvraag recht op gratis stortingen (per kwartaal: 13) in de verzamelcontainer voor HHA.

3.3b

Een huishouden met een kind/kinderen tot 6 (zes) jaar die op hetzelfde adres is/zijn ingeschreven heeft in verband met luierafval recht op gratis stortingen (per kwartaal: 4) in de verzamelcontainer voor HHA.

3.3c

Een huishouden dat bestaat uit 6 (zes) of meer personen, die op hetzelfde adres zijn ingeschreven, heeft recht op gratis stortingen (per kwartaal: 4) in de verzamelcontainer voor HHA.

3.3d

Indien het recht op gratis stortingen, als bedoeld in artikel 3.3a t/m c, in de loop van een kwartaal aanvangt of eindigt, gaat het recht voor het eerst in of eindigt dit met ingang van het eerstvolgende kwartaal. Het recht op het aantal gratis stortingen wordt dan berekend naar tijdgelang (artikel 3.3a: 13 per kwartaal, artikelen 3.3b en 3.3c: 4 per kwartaal).

3.4e

De gratis stortingen zoals bedoeld in de artikelen 3.3b en 3.3c kunnen niet tegelijk plaatsvinden (maximaal 4 gratis stortingen per kwartaal).

Hoofdstuk 4 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

4.1

Onverminderd het bepaalde in de Hoofdstukken 1 t/m 3 bedraagt de belasting voor het op aanvraag verwijderen van GTA, per m³ of gedeelte daarvan:

€ 31,15

4.2

In afwijking van het bepaalde onder 4.1 wordt geen belasting geheven over de eerste m³ GTA per belastingjaar.

4.3

Onverminderd het bepaalde in de Hoofdstukken 1 t/m 3 bedraagt de belasting voor het op aanvraag aan huis ophalen van GHA (incl. herbruikbare huisraad), per m³ of gedeelte daarvan:

€ 31,15

4.4

Onverminderd het bepaalde in de Hoofdstukken 1 t/m 3 bedraagt de belasting voor het aanbieden van GHA op het afvalbrengstation/de milieustraat aan De Vos van Steenwijklaan, per belastingjaar, per belastingplichtige:

4.4.1

Vanaf 450 kg GHA, per 100 kg:

€ 18,60

4.4.2

Vanaf 1.000 kg GTA, per 100 kg:

€ 4,95

4.5

De belasting voor de verstrekking van een vervangende milieupas, die toegang geeft tot het afvalbrengstation/de milieustraat aan De Vos van Steenwijklaan of verzamelcontainers, bedraagt

€ 10,00

4.6

De belasting voor een vervangende minicontainer ingeval van beschadiging of vermissing door toedoen van de gebruiker bedraagt

€ 50,00

Behorende bij raadsbesluit van 4 december 2025.

De griffier,

C. Elken – van Mierlo