Voorwaarden voor stookontheffingen

Geldend van 12-12-2025 t/m heden

Intitulé

Voorwaarden voor stookontheffingen

  • 1.

    De omvang van de brandstapel mag niet groter zijn dan 25 m3.

  • 2.

    De aanvrager draagt er zorg voor dat er geen bodemverontreiniging optreedt en daarmee artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) niet wordt overtreden. Het vuur mag uitsluitend worden aangemaakt met stro of andere natuurlijke materialen, daarom niet met vloeibare brandstoffen, autobanden en dergelijke.

  • 3.

    De weersomstandigheden moeten voldoen aan de volgende eisen:

    • -

      de windkracht mag maximaal 5 Beaufort (40 km/h) zijn;

    • -

      er mag geen overlast voor de omgeving optreden.

  • Bij een droogtefactor natuurbrandrisico factor 2 (hoog/zeer hoog) mag er niet worden gestookt (te raadplegen via www.natuurbrandrisico.nl).

  • 4.

    Er moet door een meerderjarige continu toezicht op het vuur worden gehouden. Dit om het overslaan van brand en ongelukken te voorkomen.

  • 5.

    De stookplaats dient zodanig te worden bepaald dat de afstand van de rand van de stookplaats tot de volgende objecten ten minste bedraagt:

    • -

      10 meter tot oppervlaktewater;

    • -

      15 meter van beplantingen, als (knot)bomen bosjes en houtsingels;

    • -

      50 meter tot bebouwing, bos, cluster bomen of geschakelde bomen, of openbare weg.

    • -

      200 meter tot een opslag van brandbare of gevaarlijke stoffen of een gebouw met een rieten kap.

  • In geval van slootmaaisel moet de stookplaats op minimaal 1 meter afstand zijn gelegen van de slootkant of kreekrand en de openbare weg.

  • 6.

    Verbranding mag slechts plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang.

  • 7.

    Er mag geen verbranding plaatsvinden op zon- en feestdagen; er mag eveneens geen verbranding plaatsvinden binnen de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenverkeerswet.

  • 8.

    Het verkeer en omwonenden mogen geen overlast ondervinden van het verbranden.

  • 9.

    De verbrandingsresten worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 5 werkdagen na de verbranding op een verantwoorde wijze verwijderd en/of afgevoerd.

  • 10.

    Op verzoek van een toezichthoudende ambtenaar (gemeente, politie of brandweer) dient de aanvrager/houder van de gemeentelijke ontheffing deze ontheffing als bewijs beschikbaar te hebben

Ondertekening