Beleidsregels Terugvordering, Invordering & Verhaal Drechtsteden

Geldend van 12-12-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Terugvordering, Invordering & Verhaal Drechtsteden

Intitulé

Beleidsregels Terugvordering, Invordering & Verhaal Drechtsteden

Het Dagelijks Bestuur,

overwegende dat

  • -

    het gewenst is om beleidsregels vast te stellen omtrent de terug- en invordering en verhaal van bijstand in de Drechtsteden, omdat hiermee duidelijkheid gegeven kan worden voor de uitvoering en voor de inwoner over het gebruik van de bevoegdheden en de hierin te nemen belangenafwegingen;

  • -

    de bestaanszekerheid van inwoners van de Drechtsteden te waarborgen doordat de mogelijkheden en sociale omstandigheden van inwoners worden meegenomen in beslissingen, onrechtmatigheden worden voorkomen en misbruik wordt aangepakt.

gelet op

  • -

    Paragraaf 6.2, 6.4 en 6.5 van Participatiewet,

  • -

    paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,

  • -

    paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

  • -

    de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    het Beleidsplan Sociaal Handhaven Sociale Dienst Drechtsteden.

de afstemming met de Regionale Adviesraad Sociaal waaraan de beleidsregels zijn gezonden met verzoek om advies;

b e s l u i t:

vast te stellen, de navolgende Beleidsregels Terugvordering, Invordering & Verhaal Drechtsteden.

Hoofdstuk 1 - Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      de wet: Participatiewet;

    • b.

      IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

    • c.

      IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

    • d.

      Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • e.

      de wetten: de onder a tot en met d genoemde wetten en regelingen tezamen;

    • f.

      Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van de Openbaar Lichaam Sociaal.

  • 2.

    Begrippen die niet nader worden omschreven, dragen dezelfde betekenis als in de genoemde wetten, regelingen, en het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2 Grondslag en doel

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn gebaseerd op de artikelen 54 tot en met 60c, artikel 61, eerste lid, en de artikelen 62 tot en met 62i van de Participatiewet, en artikel 25 en 26 van de IOAW, artikel 25 en 26 van de IOAZ.

  • 2.

    Deze beleidsregels zijn bedoeld om te zorgen voor een rechtmatige en mensgerichte uitvoering, in lijn met het beleidsplan sociaal handhaven, van:

    • a.

      het terugvorderen, verrekenen en invorderen van onterecht of te veel verstrekte bijstand, uitkeringen of geldleningen;

    • b.

      het geheel of gedeeltelijk afzien van invordering, al dan niet ambtshalve;

    • c.

      het verhalen van bijstand op derden, waaronder onderhoudsplichtigen.

Artikel 3 Toepassingsgebied

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op:

    • a.

      vorderingen die voortvloeien uit het niet nakomen van de inlichtingenplicht of geldleningen op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ voor zover het levensonderhoud betreft.

    • b.

      vorderingen als gevolg van onverschuldigde betaling zoals bedoeld in artikel 58, tweede lid, onderdelen a tot en met f van de Participatiewet;

    • c.

      situaties waarin wettelijke bepalingen het Dagelijks Bestuur beleidsruimte bieden om (gedeeltelijk) af te zien van terugvordering;

    • d.

      het verhalen van bijstand op personen met waarbij er sprake is van onderhoudsplicht op het moment dat de bijstand werd verleend, zoals bedoeld in artikel 62b van de Participatiewet.

  • 2.

    Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op:

    • a.

      vorderingen in verband met loonkostensubsidies;

    • b.

      bedrijfskapitaal verstrekt op grond van het Bbz 2004, voor zover het geen betrekking heeft op levensonderhoud;

    • c.

      Krediethypotheken en pandrecht zoals bedoeld in artikel 50 van de Participatiewet;

    • d.

      Bijzondere bijstand voor levensonderhoud in de vorm van een lening.

Hoofdstuk 2 – Terug- en invordering

Artikel 4 Gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur maakt gebruik van de bevoegdheid tot het opschorten van het recht op uitkering op grond van artikel 54, eerste en tweede lid, Participatiewet, dan wel artikel 17, eerste en tweede lid, IOAW/IOAZ met inachtneming van lid 4 van dit artikel.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur maakt gebruik van de bevoegdheid tot het herzien of intrekken van het besluit tot toekenning of voortzetting van een uitkering op grond van artikel 54, vierde lid, Pw, dan wel artikel 17, derde en vierde lid, IOAW/IOAZ met inachtneming van lid 4 van dit artikel.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur vordert de ten onrechte verleende uitkering terug, zoals neergelegd in de artikelen 58 lid 1 en de artikelen 25 tot en met 28, 30 en 31 IOAW/IOAZ met inachtneming van lid 4 van dit artikel.

  • 4.

    Het Dagelijks Bestuur kan de ten onrechte verleende uitkering terugvorderen, zoals neergelegd in de artikelen 58 lid 2 t/m 8 tot en met artikel 60a met inachtneming van lid 4 van dit artikel.

  • 5.

    Bij de totstandkoming van ieder besluit op grond van het eerste tot en met derde lid vindt een evenredige belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb plaats. Dit betekent dat de nadelige gevolgen voor belanghebbende niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het doel van het besluit.

Artikel 5 Ambtshalve kwijtschelding

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur ziet op grond van artikel 58 Participatiewet dan wel op grond van artikel 25 IOAW/IOAZ ambtshalve af van verdere invordering na 60 maanden indien de vordering niet het gevolg is van het opzettelijk niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting en:

    a. belanghebbende gedurende drie jaar volledig aan de aflossingsverplichtingen heeft voldaan; of

    b. belanghebbende in één keer een bedrag overeenkomend met 75% van de restantvordering heeft afgelost.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde kwijtscheldingstermijn kan worden opgeschort indien sprake is van een gehonoreerd verzoek om uitstel van betaling of een periode waarin de aflossing tijdelijk wordt opgeschort. De termijn van kwijtschelding wordt in die gevallen verlengd met de duur van respectievelijk het uitstel of de opschorting.

  • 3.

    Ambtshalve kwijtschelding is uitgesloten als bij de verstrekking van leenbijstand is besloten tot (gedeeltelijke) kwijtschelding.

Artikel 6 Buiten invordering stellen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan op grond van artikel 58 Pw dan wel op grond van artikel 25 IOAW/IOAZ afzien van verdere invordering als de vordering niet het gevolg is van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting, belanghebbende gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat deze nog gaan worden verricht.

  • 2.

    Er kan afgezien worden van een vordering als gevolg van schending inlichtingenplicht, alsmede een bestuurlijke boete opgelegd in de zin van artikel 18a Participatiewet, de IOAW en IOAZ, artikel 14a Algemene bijstandswet en het Boetebesluit socialezekerheidswetten, of waarvoor een aangifte van misbruik van sociale zekerheid is gedaan bij het Openbaar Ministerie, als de verschuldigde tien jaar volledig aan zijn of haar afbetalingsverplichtingen heeft voldaan.

  • 3.

    Wanneer bij belanghebbende van verdere invordering als bedoeld in het eerste lid wordt afgezien, houdt het Dagelijks Bestuur de mogelijkheid in te vorderen bij de persoon die op grond van artikel 59 Pw dan wel artikel 26 IOAW/IOAZ mede hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugbetaling van de kosten van bijstand, ook als zij op dat moment niet meer gehuwd zijn.

  • 4.

    In geval van overlijden van de belanghebbende wordt de openstaande vordering buiten invordering gesteld en vindt er geen aansprakelijkstelling van de erfgenamen plaats.

  • 5.

    Het Dagelijks Bestuur kan van invordering bij boeking afzien als het totaal in te vorderen bedrag minder dan € 150,00 bedraagt, terwijl verrekening met de uitkering of het gereserveerde vakantiegeld niet (meer) mogelijk is.

  • 6.

    Het Dagelijks Bestuur kan van (verdere) invordering afzien wanneer de netto restvordering per vordering minder dan € 50,00 bedraagt.

Artikel 7 Hoogte van het af te lossen bedrag

  • 1.

    Bij de invordering van teruggevorderde bijstand stelt het Dagelijks Bestuur het af te lossen bedrag in beginsel vast op 5% van de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet, inclusief vakantietoeslag.

  • 2.

    Indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden kan het Dagelijks Bestuur besluiten tot:

    • a.

      een lager aflossingsbedrag, indien betaling van 5% onevenredig belastend is;

    • b.

      een hoger aflossingsbedrag, indien de financiële draagkracht van belanghebbende daartoe aanleiding geeft.

  • 3.

    Indien de belanghebbende uitstroomt naar arbeid en na beëindiging van de uitkering een restantvordering resteert, kan het Dagelijks Bestuur besluiten de restantvordering kwijt te schelden indien dit voldoet aan de toets aan dringende redenen en het evenredigheidsbeginsel met het oog op behoud van bestaanszekerheid.

  • 4.

    Indien de terugvordering het gevolg is van schending van de inlichtingenplicht of anderszins sprake is van opzet of grove schuld en de belanghebbende is uitgestroomd naar arbeid blijft de aflossingsverplichting bestaan.

  • 5.

    Opgebouwde vakantietoeslag wordt verrekend met openstaande vorderingen als er sprake is van een betalingsachterstand . Bij een lopende uitkering gebeurt dit met inachtneming van de beslagvrije voet. Bij beëindiging van de uitkering wordt de nog uit te betalen vakantietoeslag volledig verrekend met een nieuw ontstane vordering, tenzij dit onevenredig is gelet op de persoonlijke omstandigheden.

Artikel 8 Terugvordering loonbelasting en premies (brutering)

Over de uitkering afgedragen loonbelasting en premies volksverzekeringen worden teruggevorderd, tenzij:

  • a.

    deze nog verrekend kunnen worden met de door het Dagelijks Bestuur nog af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen; of

  • b.

    de vordering buiten toedoen van de belanghebbende is ontstaan en het deze persoon niet is aan te rekenen dat de schuld niet binnen het betreffende boekjaar is terugbetaald.

Artikel 9 Medewerking aan schuldregeling

  • 1.

    In het kader van medewerking aan een schuldregeling vanwege problematische schulden, ziet het Dagelijks Bestuur af van invordering, met in achtneming van Artikel 60c van de Participatiewet:

    • a.

      als redelijkerwijs te voorzien is dat belanghebbende niet zal kunnen doorgaan met het betalen van zijn schulden; en

    • b.

      het besluit om van verdere invordering af te zien noodzakelijk is om een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen tot stand te brengen; en

    • c.

      de vordering minstens zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van schuldeisers van gelijke rang.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op vorderingen die door pand of hypotheek zijn gedekt.

  • 3.

    Het besluit om op grond van het eerste lid van verdere invordering af te zien, wordt herzien of ingetrokken als:

    • a.

      de schuldregeling niet tot stand komt binnen twaalf maanden nadat het besluit is bekendgemaakt en dit te wijten is aan gedragingen of nalatigheden van de belanghebbende;

    • b.

      de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de juiste gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid; of

    • c.

      De schuldregeling niet is geslaagd.

Artikel 10 Volgorde van invordering

  • 1.

    Wanneer er meerdere openstaande vorderingen bij dezelfde persoon zijn, past het Dagelijks Bestuur de volgende prioritering toe bij het innen:

    • 1.

      Vorderingen die voortkomen uit bestuurlijke boetes zoals beschreven in artikel 18a van de Participatiewet.

    • 2.

      Vorderingen met een strafrechtelijke basis wegens schending van de inlichtingenplicht.

    • 3.

      Vorderingen waarbij er sprake is van een verwijtbare gedraging.

      • a.

        Zodra de vorderingen onder de punten 1, 2 en 3 volledig zijn voldaan, volgt de aflossing van leningen in het kader van bijzondere bijstand.

      • b.

        Recente terugvorderingen zonder misbruikgrondslag, in chronologische volgorde van wanneer ze zijn ontstaan.

  • 2.

    Indien sprake is van meerdere openstaande vorderingen, hanteert het Dagelijks Bestuur bij het bepalen van de looptijd van de aflossing de volgende systematiek:

    • a.

      Alle vorderingen op grond van opzet, grove schuld of schending van de inlichtingenplicht kunnen gezamenlijk worden afgelost binnen een termijn van tien jaar, gerekend vanaf de datum van de eerste aflossing. Met in acht neming van artikel 6 van deze beleidsregels.

    • b.

      Alle vorderingen waarbij geen sprake is van opzet, grove schuld of schending van de inlichtingenplicht kunnen, nadat de eventuele vorderingen genoemd in lid 2a zijn afgelost, worden afgelost binnen een aanvullende termijn van vijf jaar (60 maanden). Met in achtneming van artikel 5 van deze beleidsregels.

    • c.

      Indien een nieuwe vordering of lening ontstaat, begint voor die specifieke vordering of lening een nieuwe looptijd te lopen volgens het schema in dit artikel.

  • 3.

    In bijzondere omstandigheden kan het Dagelijks Bestuur gemotiveerd afwijken van de in dit artikel opgenomen termijnen en aflossingsvolgorde.

Artikel 11 Niet of niet meer nakomen van de betalingsverplichting

Als de belanghebbende geen minnelijke betalingsregeling treft of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet nakomt, kan het terugvorderingsbesluit worden uitgevoerd via executoriaal beslag volgens artikelen 479b tot en met 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met uitzondering van artikel 479e, tweede lid, of via beslag zoals beschreven in het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit op basis van een executoriale titel uit een dwangbevel, zoals aangegeven in artikel 4:114 van de Awb, nadat de betalings- en aanmaningsprocedure van artikel 4:117 Awb is doorlopen.

Hoofdstuk 3 – Verhaal

Artikel 12 Gebruikmaking wettelijke bevoegdheid

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur maakt gebruik van de bevoegdheid de kosten van uitkering van een onderhoudsplichtige te verhalen volgens artikelen 61 t/m 62i.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur verhaalt de kosten van bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot maximaal de totale kosten van bijstand:

    • a.

      op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt;

    • b.

      op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;

    • c.

      op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur weegt bij iedere toepassing van verhaal de individuele omstandigheden van de belanghebbende, met bijzondere aandacht voor:

    • a.

      de financiële draagkracht van de onderhoudsplichtige of derde,

    • b.

      de aanwezigheid van bijzondere of schrijnende omstandigheden,

    • c.

      de evenredigheid van het verhaalsbesluit in het licht van artikel 3:4, tweede lid, Awb (evenwichtige belangenafweging),

    • d.

      en het voorkomen van disproportionele benadeling of stapeling van maatregelen.

  • 4.

    Buiten de situaties zoals aangegeven in lid 2 a t/m c vindt geen verhaal plaats.

Artikel 13 Verhaalsbijdrage

  • 1.

    Indien er geen rechtelijke uitspraak is stelt het Dagelijks Bestuur de verhaalsbijdrage vast aan de hand van de meest recente Tremanormen als vastgesteld door de werkgroep alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (Rapport alimentatienormen). Van deze regeling kan in individuele gevallen worden afgeweken indien het resultaat redelijkerwijs niet aanvaardbaar is.

  • 2.

    De onderhoudsplichtige wordt aangeschreven om gegevens te overleggen zodat er een passende bijdrage kan worden vastgesteld. Wanneer er geen gegevens worden aangeleverd, wordt gebruik gemaakt van de gegevens zoals opgenomen in Suwinet.

  • 3.

    Wanneer er een verhaalsbijdrage is opgelegd wordt er geen heronderzoek meer opgesteld, tenzij er sprake is van een signaal van gewijzigde omstandigheden, of als onderhoudsplichtige hiertoe verzoekt.

Artikel 14 Afzien van verhaal

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan, met toepassing van artikel 61 van de Participatiewet, geheel of gedeeltelijk afzien van verhaal indien:

    • a.

      de verhaalsbijdrage onevenredig gevolgen heeft voor betrokkene in verhouding tot het doel van het besluit;

    • b.

      uit vooronderzoek blijkt dat de onderhoudsplichtige over onvoldoende middelen beschikt om een verhaalsbijdrage op te kunnen leggen, wordt afgezien van verhaal in verband met het ontbreken van draagkracht. Als wordt ingeschat dat het om een tijdelijke situatie gaat, dan wordt tijdelijk afgezien van verhaal en kan middels een heronderzoek bezien worden of alsnog tot verhaal kan worden overgegaan;

    • c.

      er sprake is van problematische schulden of toelating tot een schuldregeling of -sanering;

    • d.

      er sprake is van andere bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot afwijking.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking onder de intrekking van de Beleidsregels Terugvordering Drechtsteden en de Beleidsregels Verhaal Drechtsteden.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Terug- en invordering en Verhaal Drechtsteden.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 1 december 2025,

E.M. Groen, C.C. van Benschop

Secretaris a.i. ,Voorzitter