Regeling vervalt per 01-01-2029

Tweejarige subsidieregeling cultuur Breda 2027-2028

Geldend van 12-12-2025 t/m 31-12-2028

Intitulé

Tweejarige subsidieregeling cultuur Breda 2027-2028

Bekendmaking

Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat zij op 2 december 2025 de Tweejarige subsidieregeling cultuur Breda 2027-2028 hebben vastgesteld.

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1 Doel van de regeling

Met deze regeling willen we organisaties binnen de professionele kunst en cultuur, die vanuit een heldere missie en visie actief en aantoonbaar bijdragen aan de Bredase culturele infrastructuur, subsidiëren. Daarbij zijn de uitgangspunten uit het Cultuurbeleid 2025-2040 en de Uitvoeringsagenda Cultuurbeleid 2025-2028 leidend. Zo bereiken we onze culturele doelen voor de gemeente Breda.

Artikel 2 Betekenissen

In deze subsidieregeling staat een aantal woorden die wij graag uitleggen:

  • Algemene wet bestuursrecht: bevat algemene regels over de verhouding tussen bestuursorganen en belanghebbenden bij het voorbereiden, nemen en toepassen van besluiten;

  • Subsidieverordening cultuur: Verordening voor meerjarige subsidies Cultuur Breda 2025;

  • Code Diversiteit & Inclusie: een praktische gedragscode die culturele instellingen helpt om meer divers en inclusief te worden;

  • Cofinanciering: een bijdrage van een private of publieke partij in geld naast de subsidiebijdrage van de gemeente Breda;

  • College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;

  • Cultuurbeleid: het document Cultuurbeleid 2025-2040: ‘Stad van creatief talent’. Hierin staan beleidsdoelen die we met deze subsidieregeling willen bereiken en die we als kader gebruiken bij het beoordelen van de aanvragen;

  • Culturele amateurkunstorganisaties: vrijwilligersorganisaties met een artistiek-inhoudelijke doelstelling waarvan de deelnemers een bepaalde kunstvorm beoefenen op een niet-beroepsmatige basis;

  • Culturele codes: de actuele gedragscodes van de cultuursector die bedoeld zijn voor een gezonde en veerkrachtige cultuursector, zoals de Code Diversiteit & Inclusie, Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en eventuele andere geldende codes;

  • Culturele infrastructuur: alle culturele voorzieningen vormen, samen met het aanbod, de culturele infrastructuur van de stad;

  • Culturele organisatie: een organisatie met een in de statuten verankerde culturele doelstelling, die niet valt onder het begrip ‘culturele amateurkunstorganisatie’;

  • De-minimisverklaring: met deze verklaring geeft een organisatie aan dat ze in het lopende en de twee voorgaande belastingjaren niet meer dan € 300.000 aan overheidssteun (staatssteun) heeft ontvangen;

  • Discipline: een bepaalde (uitings)vorm van cultuur, zoals muziek, theater, dans, beeldende kunst, vormgeving, fotografie, film en literatuur;

  • Doorlopende programmering: een reeks van culturele activiteiten, producties of presentaties die gedurende het jaar op regelmatige en consistente basis plaatsvinden;

  • Erfgoedorganisaties: organisaties die het cultureel erfgoed als hun belangrijkste aandachtsgebied beschouwen en met een in de statuten verankerde erfgoeddoelstelling. Cultureel erfgoed omvat die materiële, immateriële, zichtbare en onzichtbare overblijfselen van onze maatschappelijke ontwikkeling, die burgemeester en wethouders waardevol vinden voor ons gemeenschappelijke geheugen en onze identiteit;

  • Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in de kunst-, cultuur- en creatieve industrie;

  • Governance Code Cultuur: normatief kader voor goed bestuur en toezicht in de cultuursector;

  • Podiumkunsten en muziek: omvatten disciplines zoals muziek, muziektheater, theater, dans en crossovers met visuele kunst en vormgeving;

  • Professionele kunst en cultuur: werk dat primair gericht is op het beroepsmatig vervaardigen, produceren, ontwikkelen of tonen van cultureel aanbod. Het gaat om makers die artistiek actief zijn in de cultuursector en die aantoonbaar onderdeel zijn van de professionele kunstpraktijk, in ieder geval binnen de gemeente Breda;

  • Tenderprocedure: een procedure waarbij alle volledige subsidieaanvragen binnen een bepaalde periode en aan de hand van vooraf kenbare criteria moeten zijn ingediend, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt;

  • Uitvoeringsagenda: de Uitvoeringsagenda cultuurbeleid 2025-2028. Hierin staat beschreven hoe we het cultuurbeleid uitvoeren in de periode 2025-2028;

  • Visuele kunst en vormgeving: alle visuele kunsten en vormen van ontwerp, zoals schilderkunst, beeldhouwkunst, fotografie, film, grafische en ruimtelijke vormgeving en crossovers met podiumkunsten en muziek.

Artikel 3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?

  • 1. Culturele organisaties die als rechtspersoon zonder winstoogmerk opereren en die zich richten op ontwikkeling, productie en presentatie van en talentontwikkeling binnen de professionele kunst en cultuur komen in aanmerking voor deze subsidie.

  • 2. De subsidieaanvrager:

    • a.

      is uiterlijk 1 januari 2023 gevestigd in de provincie Noord-Brabant, wat blijkt uit de statutaire zetel of het bezoekadres op het uittreksel van de Kamer van Koophandel;

    • b.

      vervaardigt, produceert, ontwikkelt en toont duurzame activiteiten in de gemeente Breda op basis van doorlopende programmering; en

    • c.

      toont aan structureel actief te zijn binnen de culturele infrastructuur van Breda en structureel samen te werken met één of meerdere in de gemeente Breda gevestigde culturele organisatie(s).

  • 3. Culturele amateurkunstorganisaties en erfgoedorganisaties komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 4 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?

In aanvulling op de Subsidieverordening cultuur moet de aanvraag voldoen aan de volgende vereisten:

  • 1.

    De subsidieaanvrager onderschrijft en implementeert de drie culturele codes:

    • a.

      Code Diversiteit & Inclusie;

    • b.

      Fair Practice Code;

    • c.

      Governance Code Cultuur.

  • 2.

    De activiteiten worden uitgevoerd in de periode 2027 tot en met 2028.

  • 3.

    Uit de aanvraag blijkt:

    • a.

      hoge artistiek inhoudelijke kwaliteit, blijkend uit visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht;

    • b.

      hoge zakelijke kwaliteit, blijkend uit een gezonde bedrijfsvoering, een gezonde financieringsmix met risicoanalyse, ondernemerschap en toepassing van de Fair Practice Code en Governance Code Cultuur;

    • c.

      maatschappelijke betekenis en belang voor Breda, blijkend uit de bijdrage aan de Bredase culturele infrastructuur en lokale maatschappelijke opgaven, aansluiting bij het cultuurbeleid en omgevingsbewustzijn;

    • d.

      toegankelijkheid en publiekswerking, blijkend uit een visie op duurzame publieksopbouw, een passende benadering van (nieuwe) doelgroepen en toepassing van de Code Diversiteit en Inclusie.

Artikel 5 Hoeveel subsidie is er?

  • 1. Het totale door het college te verlenen subsidiebedrag voor de periode 2027-2028 is € 391.020 per kalenderjaar. Dat is het subsidieplafond.

  • 2. Een subsidie op grond van deze regeling bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten. De subsidiabele kosten staan in artikel 6 van de Subsidieverordening cultuur. Het maximaal aan te vragen bedrag is € 50.000,- per kalenderjaar.

  • 3. Alle hiervoor genoemde bedragen zijn exclusief eventuele indexatie voor het jaar 2027 en 2028.

  • 4. Als er subsidie overblijft nadat alle volledig en op tijd ingediende aanvragen die voldoen aan deze regeling zijn toegekend, dan kan het resterende bedrag aan een ander subsidieplafond voor cultuur worden toegevoegd.

Hoofdstuk 2 SUBSIDIEAANVRAAG

Artikel 6 Wat is er nodig bij het indienen van de aanvraag?

  • 1. In de artikel 4 van de Subsidieverordening cultuur staat wat er nodig is bij het indienen van een aanvraag. Daarnaast moeten de volgende documenten worden meegestuurd bij de aanvraag:

    • a.

      een beleidsplan voor de periode 2027-2028 met ambities, doelstellingen en activiteiten, met aandacht voor:

      • i.

        de uitgangspunten zoals geformuleerd in het cultuurbeleid en in de uitvoeringsagenda;

      • ii.

        de wijze waarop de Code Diversiteit en Inclusie, de Fair Practice Code en de Governance Code Cultuur worden geïmplementeerd;

      • iii.

        de vereisten zoals bedoeld in artikel 4.

    • b.

      een sluitende en realistische begroting en een dekkingsplan voor de periode 2027-2028 met daarin een aanvraag voor cofinanciering in de vorm van een bijdrage van een andere overheid, een particulier of een fonds;

    • c.

      een toelichting op de begroting, het dekkingsplan en de wijze van cofinanciering.

  • 2. Als sprake is van een negatief eigen vermogen legt de subsidieaanvrager, ondersteund door een accountant, in een plan van aanpak uit hoe de organisatie zorgt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering.

  • 3. Als sprake is van staatssteun en de Europese de-minimisverordening van toepassing is, wordt een de-minimisverklaring meegestuurd.

Artikel 7 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?

Subsidieaanvragen op basis van deze regeling kunnen via de website worden ingediend vanaf 1 februari 2026 tot en met 1 april 2026.

HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEBEHANDELING

Artikel 8 Hoe wordt de subsidie verdeeld?

  • 1. We verdelen het subsidieplafond door middel van een tenderprocedure. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van het totaal aantal toegekende punten en daarmee de mate waarin ze voldoen aan de beoordelingscriteria in deze regeling. De aanvragen worden toegekend op basis van de rangschikking, startend vanaf de aanvraag met de hoogste score en tot het subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag voldoet aan het criterium. De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      artistiek inhoudelijke kwaliteit, blijkend uit visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht, te waarderen met maximaal 100 punten;

    • b.

      zakelijke kwaliteit, blijkend uit een gezonde bedrijfsvoering, een gezonde financieringsmix met risicoanalyse, ondernemerschap en toepassing van de Fair Practice Code en Code Cultural Governance, te waarderen met maximaal 100 punten;

    • c.

      maatschappelijke betekenis en belang voor Breda, blijkend uit de bijdrage aan de Bredase culturele infrastructuur en lokale maatschappelijke opgaven, aansluiting bij het cultuurbeleid en omgevingsbewustzijn, te waarderen met maximaal 100 punten;

    • d.

      toegankelijkheid en publiekswerking, blijkend uit een visie op duurzame publieksopbouw, een passende benadering van (nieuwe) doelgroepen en toepassing van de Code Diversiteit en Inclusie, te waarderen met maximaal 100 punten.

  • De puntentoekenning is nader uitgewerkt in bijlage 1 van deze subsidieregeling.

  • 3. Als aanvragen na de beoordeling op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking bepaald door het puntenaantal dat is gescoord bij beoordelingscriterium ’maatschappelijke betekenis en belang voor Breda’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking.

  • 4. Als aanvragen na de beoordeling op een gelijk puntenaantal eindigen en een gelijk aantal punten hebben behaald op het beoordelingscriterium ‘maatschappelijke betekenis en belang voor Breda’, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

  • 5. Omdat bij de verdeling van subsidie gebruik wordt gemaakt van een tenderprocedure, gelden de volgende aanvullende regels ter waarborging van gelijke behandeling:

    • a.

      Alle tijdig ingediende aanvragen worden beoordeeld na afloop van de indieningstermijn, aan de hand van gelijke criteria en onder gelijke omstandigheden.

    • b.

      Het is niet toegestaan dat het college inhoudelijk communiceert met aanvragers over hun aanvraag gedurende of na afloop van de indieningsperiode, tenzij dit voor alle aanvragers op gelijke wijze en gelijktijdig plaatsvindt.

    • c.

      De verantwoordelijkheid voor een tijdige en volledige aanvraag rust bij de aanvrager. De aanvraag dient uiterlijk op de dag van sluiting van de aanvraagtermijn te zijn ontvangen, vergezeld van alle noodzakelijke gegevens en documenten zoals voorgeschreven.

  • 6. Een onvolledige aanvraag wordt afgewezen, tenzij het uitsluitend gaat om kennelijke schrijffouten of administratieve omissies die naar het oordeel van het college geen invloed hebben op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. In dat geval wordt de aanvrager een hersteltermijn van twee weken geboden. Als binnen deze termijn correcties worden aangeleverd, geldt als ontvangstdatum de datum van indiening van de oorspronkelijke aanvraag.

  • 7. Gegevens of documenten die ná de sluitingstermijn worden overgelegd en die naar het oordeel van het college van invloed zijn op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, blijven buiten beschouwing.

Artikel 9 Wanneer wordt er besloten op de subsidieaanvraag?

  • 1. Het college beslist binnen dertien weken nadat de indientermijn is gesloten.

  • 2. Het college kan de termijn van dertien weken met nog eens maximaal dertien weken verlengen.

Artikel 10 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?

  • 1. Het college kan de subsidie weigeren als een van de weigeringsgronden van de Subsidieverordening cultuur van toepassing is.

  • 2. Daarnaast kan het college de subsidie (deels) weigeren als:

    • a.

      een aanvrager al een begrotingspostsubsidie krijgt of op de begroting staat om in aanmerking te komen voor een begrotingspostsubsidie in de periode 2025-2028;

    • b.

      een aanvrager al subsidie krijgt vanuit de Subsidieregeling Professionele Kunsten Breda 2025-2028;

    • c.

      een subsidieaanvraag bij de tenderprocedure op een beoordelingscriterium minder dan 41 punten behaalt of als een subsidieaanvraag in totaal minder dan 200 punten behaalt;

    • d.

      de aanvrager niet binnen de doelgroep als bedoeld in artikel 3 valt;

    • e.

      de aanvraag onvoldoende concreet is over de activiteiten;

    • f.

      de uitvoering van de activiteiten niet realistisch is;

    • g.

      uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan noodzakelijk voor de uitvoering van de activiteiten;

    • h.

      de aanvrager in voorgaande jaren niet heeft voldaan aan één of meerdere subsidieverplichtingen, waaronder in elk geval het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de realisatie en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten.

HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEVERSTREKKING

Artikel 11 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?

  • 1. In de Subsidieverordening cultuur staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie:

    • a.

      De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie.

    • b.

      De subsidieontvanger neemt deel aan belangrijke (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft.

    • c.

      De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen.

Artikel 12 Wanneer heeft u onze toestemming nodig?

  • 1. De subsidieontvanger heeft de toestemming van het college nodig voor:

    • a.

      het wijzigen van de statuten;

    • b.

      het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;

    • c.

      het ontbinden van de rechtspersoon;

    • d.

      het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.

  • 2. Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de toestemming.

  • 3. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

  • 4. Bij het ontbreken van toestemming kan het college de subsidie intrekken of lager vaststellen.

Artikel 13 Hoe verantwoordt u de subsidie?

Dit zijn de verantwoordingseisen op grond van de Subsidieverordening cultuur en deze subsidieregeling:

  • 1.

    Bij subsidies boven de € 10.000 levert de subsidieontvanger ieder jaar een tussenrapportage in, bestaande uit:

    • a.

      een inhoudelijk tussenverslag;

    • b.

      een financieel tussenverslag.

  • 2.

    Bij subsidies boven de € 10.000 levert de subsidieontvanger na twee jaar een aanvraag tot vaststelling in, bestaande uit:

    • a.

      een inhoudelijk eindverslag met een reflectie op doelstellingen, de gerealiseerde activiteiten en de wijze waarop is voldaan aan de culturele codes;

    • b.

      een financieel eindverslag met de bij de aanvraag ingediende begroting en in hetzelfde format de werkelijke uitgaven en inkomsten en een reflectie op de verschillen;

    • c.

      de jaarrekeningen van het afgelopen subsidietijdvak.

Artikel 14 Afwijkingsmogelijkheid

  • 1. Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de Subsidieverordening cultuur voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling.

  • 2. Het college kan afwijken van deze regels als het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 15 Inwerkingtreding subsidieregeling

  • 1. Deze subsidieregeling geldt vanaf de dag na de bekendmaking daarvan en geldt voor aanvragen voor activiteiten in 2027 t/m 2028.

  • 2. Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2028, maar blijft gelden voor aanvragen die vallen onder deze subsidieregeling en voor besluiten op die aanvragen.

Artikel 16 Citeertitel

We noemen deze regeling de Tweejarige subsidieregeling cultuur Breda 2027-2028.

Ondertekening

Aldus besloten in Breda, 2 december 2025

Burgemeester en wethouders van Breda,

, burgemeester,

, gemeentesecretaris.

Bijlage 1: Puntentoekenning

Aan ieder van de vier beoordelingscriteria kan maximaal 100 punten worden toegekend. In totaal kunnen er dus maximaal 400 punten worden toegekend. Per beoordelingscriterium wordt op meerdere aspecten beoordeeld en een eindscore toegekend, onderbouwd met argumenten. De basis voor deze beoordeling zijn de bij de aanvraag ingediende documenten.

100: Excellent:

Er zijn geen punten van kritiek. De aanvraag is op het betreffende criterium excellent uitgewerkt, de inhoud is zeer helder beschreven, excellent (want zeer zorgvuldig en overtuigend) onderbouwd en roept geen vragen op.

90: Zeer Goed:

Er zijn bijna geen punten van kritiek. De aanvraag is op het betreffende criterium zeer goed uitgewerkt, de inhoud is helder beschreven, zeer goed (want zorgvuldig en overtuigend) onderbouwd en roept bijna geen wezenlijke vragen op.

80: Goed:

Er zijn weinig punten van kritiek en deze zijn niet van cruciale betekenis. De aanvraag is op het betreffende criterium onderdeel is goed uitgewerkt, de inhoud is helder beschreven en roept slechts een beperkt aantal vragen op.

70: Ruim voldoende:

Er zijn enkele punten van kritiek, maar deze doen weinig afbreuk aan de inhoud. De aanvraag is op het betreffende criterium ruim voldoende uitgewerkt en helder. De vragen die het oproept staan de uitvoering van het plan niet in de weg.

60: Voldoende:

Er zijn wel punten van kritiek maar deze zijn niet van doorslaggevende betekenis. De positieve elementen hebben de overhand. De aanvraag is op het betreffende criterium voor verbetering vatbaar, maar de verwachting is dat de aanvrager deze verbeteringen bij de uitvoering van het plan kan realiseren.

50: Matig:

Er zijn punten van kritiek, maar ook enkele positieve elementen. De aanvraag is op het betreffende criterium matig uitgewerkt en roept vragen op. Op onderdelen ontbreekt concrete informatie of is de informatie inconsistent. Er zijn verbeterpunten die opgepakt moeten worden.

40: Zwak:

De punten van kritiek hebben de overhand. Deze betreffen cruciale aspecten. De aanvraag is op het betreffende criterium zwak uitgewerkt en roept veel vragen op. Veel informatie ontbreekt of de informatie is inconsistent. Er zijn belangrijke verbeterpunten die de uitvoering van het plan in de weg kunnen staan. Als een subsidieaanvraag op een beoordelingscriterium minder dan 41 punten behaalt, is de kwaliteit niet goed genoeg en dan wordt de aanvraag geweigerd.

30: Erg Zwak / 20: Zeer zwak / 10: Slecht

De aanvraag levert zeer veel kritiek op. Er zijn bijna (30) tot geen (10) positieve elementen te benoemen. De aanvraag is op het betreffende criterium slecht uitgewerkt en roept veel significante vragen op. Essentiële informatie ontbreekt of de informatie is inconsistent. Er is gerede twijfel aan de uitvoerbaarheid. De aanvraag wordt geweigerd.

Toelichting Tweejarige subsidieregeling cultuur Breda 2027- 2028

Artikel 3Voor wie is deze subsidie bedoeld?

In dit artikel staat uitgelegd wie in aanmerking komt voor subsidie. Als de subsidieaanvrager niet aan deze omschrijvingen in deze criteria voldoet, komt de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.

De subsidie is bestemd voor culturele organisaties die als rechtspersoon zonder winstoogmerk opereren en die zich richten op ontwikkeling, productie en presentatie van en talentontwikkeling binnen de professionele kunst en cultuur komen in aanmerking voor deze subsidie.

Subsidieaanvragers dienen uiterlijk op 1 januari 2023 gevestigd te zijn in de provincie Noord-Brabant, wat blijkt uit de statutaire zetel of het bezoekadres op het uittreksel van de Kamer van Koophandel. De subsidieaanvrager vervaardigt, produceert, ontwikkelt en toont duurzame activiteiten in de gemeente Breda op basis van doorlopende programmering en toont aan structureel actief te zijn binnen de culturele infrastructuur van Breda en structureel samen te werken met één of meer in de gemeente Breda gevestigde culturele organisatie(s). Dit houdt in dat zij op structurele wijze activiteiten vervaardigen, produceren, ontwikkelen en presenteren op basis van een doorlopende programmering die niet incidenteel van aard is.

Daarnaast moet de aanvrager aantonen structureel onderdeel te zijn van de culturele infrastructuur van Breda, onder meer door langdurige samenwerking met één of meerdere culturele organisaties die gevestigd zijn in de gemeente Breda. Het betreft inhoudelijke samenwerkingen waarbij partijen op artistiek gebied actief meedenken en meewerken aan de inhoud van een activiteit.

De doorlopende programmering betreft een reeks van culturele activiteiten, producties of presentaties die gedurende het jaar op regelmatige en consistente basis plaatsvinden. Deze programmering is planmatig, publiekgericht en draagt bij aan de culturele continuïteit in de gemeente Breda. Het gaat nadrukkelijk niet om incidentele of eenmalige projecten, maar om een structureel aanbod dat zichtbaar is in de stad en toegankelijk is voor een breed publiek.

Duurzame activiteiten zijn culturele activiteiten die niet alleen gericht zijn op eenmalige uitvoering, maar die voortkomen uit een langetermijnvisie en bijdragen aan de structurele (en lange termijn-) ontwikkeling van kunst en cultuur in Breda. Deze activiteiten worden vervaardigd, geproduceerd en gepresenteerd vanuit een fysieke locatie in Breda of de regio, zoals een atelier, studio, oefenruimte of presentatieplek, en zijn ingebed in de lokale culturele infrastructuur. Duurzaamheid verwijst hier zowel naar continuïteit in tijd als naar inhoudelijke en organisatorische verankering.

Artikel 4Aan welke vereisten moet de subsidieaanvraag voldoen?

In dit artikel staat uitgelegd aan welke vereisten de subsidieaanvraag moet voldoen. Als een aanvraag niet voldoet aan één of meerdere vereisten, dan komt de subsidieaanvrager niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling.

Het eerste lid gaat over de drie culturele codes. Hieronder wordt toegelicht wanneer aan de subsidievereisten wordt voldaan.

Code Diversiteit & Inclusie: De Code Diversiteit & Inclusie is een gedragscode voor ondernemen en werken in de culturele en creatieve industrie en gaat over een gelijkwaardige en toegankelijke sector. Te raadplegen via www.codedi.nl.

Relevante aandachtspunten met betrekking tot de Code Diversiteit & Inclusie zijn: Hoe divers en inclusief zijn de artistieke en/of inhoudelijke activiteiten of de maatschappelijke activiteiten? Hoe is het publiek samengesteld? Welke inspanningen levert de instelling om de diversiteit van het publiek te vergroten en de inclusie te maximaliseren? Op welke publieksgroepen richten inspanningen op het gebied van bijvoorbeeld educatie of participatie zich? Met welke partners op dit vlak wordt samengewerkt en hoe bestendig zijn die samenwerkingen? Hoe wordt diversiteit organisatiebreed (inclusief bestuur en raad van toezicht) bevorderd? Hoe zien werving, instroom, doorstroom, uitstroom en loopbaanbevordering eruit in de organisatie?

Fair Practice Code: De Fair Practice Code is een gedragscode voor ondernemen en werken in de culturele en creatieve industrie en gaat over de maatschappelijke kernwaarden solidariteit, duurzaamheid, vertrouwen, diversiteit en transparantie. Te raadplegen via www.fairpracticecode.nl. De subsidieaanvrager reflecteert hierop in diens aanvraag.

Met solidariteit wordt bedoeld hoe de instelling zich inzet voor eerlijke vergoeding en behandeling zowel binnen de eigen organisatie (denk aan de gelijke behandeling en gelijke ontwikkelingsmogelijkheden van vast personeel en zzp'ers), als daarbuiten (denk aan de manier waarop de instelling bijdraagt aan gezamenlijke lobby of overleg binnen de sector). Met duurzaamheid wordt bedoeld hoe de instelling zich inzet voor gezonde bedrijfsvoering op de lange termijn (bijvoorbeeld door scholing, of het beperken van fysieke en mentale belasting van het personeel). Met vertrouwen wordt onder andere bedoeld hoe de instelling investeert in de sociale veiligheid op de werkvloer en in een gezonde werkomgeving. De waarden diversiteit en transparantie worden getoetst aan de Code Diversiteit & Inclusie en de Governance Code Cultuur.

Governance Code Cultuur: De Governance Code Cultuur is een normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties. De subsidieaanvrager zet uiteen hoe de acht principes van de Governance Code Cultuur in praktijk worden gebracht. Te raadplegen via www.cultuur-ondernemen.nl/governance-code-cultuur.

Artikel 8 Hoe verdelen wij de subsidie?

In dit artikel staat uitgelegd hoe wij de subsidie verdelen. Dit gebeurt door middel van een tendersysteem. Hierbij wordt het beschikbare budget verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking en het toewijzen van punten. De beste aanvragen, dus voor activiteiten die het meest bijdragen aan de te halen beleidsdoelen, krijgen de meeste punten en komen als eerst voor subsidie in aanmerking.

Bij het tendersysteem is het uiteraard van belang dat het van tevoren duidelijk is aan welke beoordelingscriteria de aanvragen worden getoetst. De beoordelingscriteria en de wijze van beoordeling worden hieronder nader toegelicht. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het profiel en de context van de subsidieaanvrager.

a. Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

Onder dit criterium wordt getoetst op welke wijze de organisatie erin slaagt om uw artistiek-inhoudelijke activiteiten uit te voeren op een niveau dat kwalitatief hoogstaand is en waarmee een wezenlijke bijdrage wordt geleverd aan het Bredase cultuuraanbod. Met een hoge artistiek-inhoudelijke kwaliteit wordt bedoeld dat er sprake moet zijn van een sterke artistiek-inhoudelijke visie. De artistiek-inhoudelijke kwaliteit wordt getoetst aan de hand van de indicatoren ‘visie’, ‘oorspronkelijkheid’, ‘vakdeskundigheid’ en ‘zeggingskracht’.

Visie

Visie heeft betrekking op het beeld van de artistiek-inhoudelijke ontwikkelingen, die de subsidieaanvrager beoogt op de langere termijn, in relatie tot de positie die de organisatie inneemt in de sector en de disciplines op lokaal, regionaal of nationaal niveau.

Oorspronkelijkheid

Oorspronkelijkheid houdt verband met de herkenbare (artistieke) signatuur die onlosmakelijk is verbonden met de organisatie en de mate van onderscheidende activiteiten. In hoeverre zijn de activiteiten van de subsidieaanvrager onderscheidend ten opzichte van andere makers of soortgelijke instellingen in de stad, regio of het land?

Vakdeskundigheid

Vakdeskundigheid heeft betrekking op de vaardigheid van de makers en professionals die bij de instelling betrokken zijn. De activiteiten moeten een vanzelfsprekende hoogwaardige kwaliteit hebben. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de technische beheersing van instrumenten, spel, regie of choreografie, of uit de wijze waarop een curator, conservator of programmeur een tentoonstelling of festival samenstelt. Het gevolgd hebben van een vakopleiding is daarbij niet doorslaggevend, het gaat om de vaardigheid en het vakmanschap waarmee de activiteiten tot stand komen en worden uitgevoerd. Bij ondersteunende activiteiten heeft het betrekking op de wijze waarop een instelling zich ten dienste stelt van cultuursector en andere relevante sectoren.

Zeggingskracht

Zeggingskracht heeft betrekking op de artistieke impact van de activiteiten op het publiek. Dat wil zeggen dat de activiteiten de bezoeker ook aanspreken. Is de organisatie in staat het publiek te prikkelen, te ontroeren of aan het denken te zetten? Slaagt de organisatie erin om datgene wat zij wil uitdrukken of bereiken, ook daadwerkelijk over te dragen op het publiek of de gebruikers? De subsidieaanvrager dient dan ook blijk te geven van kennis van het publiek dat men er mee hoopt te bereiken.

b. Zakelijke kwaliteit

Met zakelijke kwaliteit wordt bedoeld dat de organisatie financieel, organisatorisch en bedrijfsmatig op orde is. De subsidieaanvrager dient een gezonde bedrijfsvoering te hebben, die voldoende vertrouwen geeft om de voorgenomen activiteiten op verantwoorde en gezonde wijze te realiseren. Een goed onderbouwde begroting is essentieel. In het dekkingsplan en de bijbehorende toelichting wordt inzichtelijk gemaakt welke andere cofinanciering wordt verwacht en wat de status daarvan is. Van belang daarbij is dat er sprake is van een realistische mix van inkomstenbronnen, inclusief een risicoanalyse: hoe wordt omgegaan met tegenvallende inkomsten en uitgaven en welke maatregelen kunnen er dan getroffen worden? Ook van belang is de wijze waarop ondernemerschap wordt ingevuld, qua verbindingen in de stad en samenwerkingen.

Bij het beoordelen van het criterium 'zakelijke kwaliteit' wordt ook gekeken naar de verhouding tussen het bedrag dat de subsidieontvanger aanvraagt (en de daarbij behorende activiteiten) en de meerwaarde voor de stad.

Ook de Governance Code Cultuur en de Fair Practice Code zeggen iets over de zakelijke kwaliteit van een organisatie. Daarom dient een subsidieaanvrager te onderbouwen dat deze codes worden geïmplementeerd.

c. Maatschappelijke betekenis en belang voor Breda

Er wordt gekeken naar de inbedding van de subsidieaanvrager in de lokale culturele infrastructuur. Van belang daarbij is dat de activiteiten van de subsidieaanvrager bijdragen aan een evenwichtige culturele infrastructuur, samenhangend en divers cultuuraanbod en aansluiten op het Bredase cultuurbeleid.

Ook wordt gekeken naar of en hoe een subsidieaanvrager een bijdrage levert aan lokale maatschappelijke vraagstukken of aan andere maatschappelijke sectoren. De subsidieaanvrager dient te getuigen van omgevingsbewustzijn. Omgevingsbewustzijn doelt op de mate waarin de subsidieaanvrager geïnformeerd is over ontwikkelingen in de stad en regio en duurzaam samenwerkt met andere culturele en maatschappelijke partijen.

d. Toegankelijkheid en publiekswerking

Onder dit criterium valt de verantwoordelijkheid om de drempels voor participatie van publiek en deelnemers zo veel mogelijk te verlagen zodat potentieel publiek gemakkelijk toegang heeft tot gesubsidieerd cultureel aanbod.

De toegankelijkheid is deels afhankelijk van het profiel van een organisatie. Het gekozen profiel heeft immers gevolgen voor de samenstelling van het potentiële publiek en de wijze waarop de omgang met diversiteit invulling krijgt. Tegelijkertijd zijn er veel aspecten die een organisatie, ongeacht het profiel, op orde moet hebben. De subsidieaanvrager dient een duidelijke visie op duurzame publieksopbouw (met het oog op de toekomst) en een passende benadering van (nieuwe) doelgroepen te hebben.

Het publieksbeleid (het geheel van educatie-, participatie- en marketingbeleid) dient erop gericht te zijn potentieel publiek daadwerkelijk in staat te stellen activiteiten te bezoeken, bijvoorbeeld door het verlagen van drempels voor doelgroepen die niet eerder bereikt werden, door aan te sluiten op zaken die in de (lokale) maatschappij spelen of door zich te verbinden met bredere doelgroepen dan alleen het bestaande publiek.

Ook de Code Diversiteit & Inclusie heeft betrekking op toegankelijkheid en publiekswerking. Van de subsidieaanvrager wordt verwacht dat deze de code onderschrijft en implementeert.