Gemeentelijke uitvoeringsregels inzake individuele inkomenstoeslag

Geldend van 12-12-2025 t/m heden

Intitulé

Gemeentelijke uitvoeringsregels inzake individuele inkomenstoeslag

Het college van burgemeester en wethouders van Almere,

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende beleidsregel 'Gemeentelijke uitvoeringsregels inzake individuele inkomenstoeslag' onder intrekking van de op 17 december 2018 vastgestelde beleidsregel 'Gemeentelijke uitvoeringsregels inzake individuele inkomenstoeslag'.

Leeftijd belanghebbende

In artikel 36 Participatiewet staat dat de belanghebbende van 21 jaar en ouder recht kan hebben op de individuele inkomenstoeslag (IIT). In de verordening staat 23 jaar en ouder; dat komt doordat de gemeente Almere een referteperiode van 60 maanden voorafgaand aan de aanvraag hanteert, dus komt men pas in aanmerking als men 23 jaar is. Als één van de partners de pensioengerechtigde leeftijd heeft behaald, voldoet men niet aan het criterium van tussen de 21 en de pensioengerechtigde leeftijd. Als partner moet men samen aan de criteria voldoen.

Onafgebroken periode

Het enkele feit dat belanghebbende in detentie of het buitenland heeft gezeten betekent niet dat er daarom geen recht op individuele inkomenstoeslag is. Als belanghebbende aan de overige criteria voldoet kan er toch recht zijn op IIT. Bij langdurig verblijf in het buitenland moet de belanghebbende wel aantonen met onderbouwende gegevens dat hij aldaar over een laag inkomen beschikte. Op de peildatum moet de belanghebbende wel rechtmatig in Almere verblijven en niet in detentie zitten. Als de partner dan wel in detentie zit kan het alleen voor de aanvrager beoordeeld worden.

Inkomen

Het inkomen mag in de referteperiode niet hoger zijn dan 100% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm. Netto inkomsten die bruto iets hoger zijn dan de geldende bijstandsnorm, voldoen aan het criterium dat het inkomen gelijk is aan de bijstandsnorm. Aan de andere kant als het bruto gelijk is, maar netto iets hoger, is dat ook geen bezwaar. Uit jurisprudentie volgt dat een inkomen van minder dan 5 euro per maand boven de voor de rechthebbende geldende bijstandsnorm gezien kan worden als een kleine overschrijding die geen invloed heeft op het recht op IIT.

De inkomstenbron is niet relevant, de hoogte wel. Dus ook de heffingskortingen die voor belanghebbende niet worden vrijgelaten tellen mee.

Vermogen

Als belanghebbende op de peildatum een vermogen heeft dat hoger is dan het vrij te laten vermogen, komt hij niet in aanmerking voor de IIT.

Terugvordering van teveel ontvangen bijstand

Als in de referteperiode een terugvordering is ontstaan omdat er naast de periodieke bijstand of IOAW andere inkomsten genoten zijn, die niet of niet tijdig gemeld zijn, dan moet de volgende afweging plaatsvinden.

  • Indien in één of meerdere maanden de inkomsten hoger waren dan de bijstandsnorm, dan voldoet de belanghebbende niet meer aan de voorwaarde van een langdurig laag inkomen.

  • Indien de inkomsten lager dan de bijstandsnorm waren en de teveel verstrekte bijstand teruggevorderd wordt, dan is er nog wel sprake van een langdurig laag inkomen, mits de terugvordering (en) betrekking heeft/hebben op een periode van max. 3 maanden (hoeft niet aansluitend te zijn).

Inkomensverbetering

Belanghebbende komt voor de IIT in aanmerking als hij geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. Dat betekent dat belanghebbende wel zijn best moet doen om zijn inkomenspositie te verbeteren. In het algemeen geldt dat een belanghebbende aan wie een bijstand verlagende maatregel (anders dan een schriftelijke waarschuwing) is opgelegd vanwege het niet of onvoldoende nakomen van de arbeids of re-integratieverplichtingen, onvoldoende inspanningen heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Tegelijkertijd moet altijd een beoordeling van individuele omstandigheden plaatsvinden. Het college moet dus niet automatisch uitgaan van het gebrek aan inspanning, maar ook de persoonlijke situatie van de belanghebbende zorgvuldig meenemen in de afweging.

Studenten

Wanneer op de peildatum een opleiding/studie wordt gevolgd als bedoeld in de WTOS respectievelijk WSF 2000, komt men niet voor de Individuele inkomenstoeslag in aanmerking. Wanneer in de referteperiode een studie/opleiding is gevolgd, telt die periode wel mee voor het recht op IIT mits aan alle verdere eisen is voldaan.

Hoogte individuele inkomenstoeslag

De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt aangepast aan de procentuele wijziging van de bijstandsnorm.

Voor de hoogte van het toe te kennen bedrag is de situatie op de peildatum van belang, zowel qua hoogte als qua gezinssamenstelling.

Beslag

Nu de individuele inkomenstoeslag valt onder de bijzondere bijstand is het niet vatbaar voor beslag.

Ambtshalve toekenning

Vanaf 2025 kan het college jaarlijks beoordelen of de individuele inkomenstoeslag ambtshalve wordt verstrekt als het college beschikt over de daarvoor benodigde informatie. Als de ambtshalve toekenning achterwege blijft, dient de individuele inkomenstoeslag schriftelijk te worden aangevraagd door middel van een daarvoor bestemd aanvraagformulier.

Aanvraag/peildatum

De ingangsdatum van het recht op IIT is de aanvraagdatum, dat wordt dan de peildatum mits de belanghebbende dan aan alle criteria voldoet. Op die datum moet de periode van 60 maanden zijn bereikt. Het eerstvolgende recht ontstaat telkens 12 maanden na de vorige aanvraagdatum.

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld,

Almere, 2 december 2025

Burgemeester en wethouders van Almere,

namens hen,

De afdelingsmanager Werk en Inkomen

T. Permentier