Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen Hoogheemraadschap van Rijnland

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen Hoogheemraadschap van Rijnland

Bekendmaking

De verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 26 november 2025 de Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen Hoogheemraadschap van Rijnland vastgesteld.

Besluit

De verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Rijnland,

gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 21 oktober 2025 met nummer 25.088018;

gelet op artikel 144 Waterschapswet, artikel 26 Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, artikel 3 Participatiewet en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden;

gelet op eerdere VV kwijtscheldingsbesluiten aangaande het rekening houden met de kosten van kinderopvang (13.02178) van 27 februari 2013 en de verhoging van de vermogenstoets (22.081181);

gelet op de artikelen uit de belastingverordeningen 2025 aangaande kwijtschelding:

  • Art. 22 Verordening verontreinigingsheffing 2025;

  • Art. 22 Verordening zuiveringsheffing 2025;

  • Art. 16 Verordening watersysteemheffing 2025,

overwegende dat het gewenst is om nadere regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van waterschapsbelastingen;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen Hoogheemraadschap van Rijnland

Artikel 1 Verlening van kwijtschelding

  • 1.

    Kwijtschelding wordt uitsluitend verleend ter zake van:

    • de watersysteemheffing van ingezetenen;

    • de heffing voor het lozen vanuit een woonruimte;

    • de heffing voor het afvoeren vanuit een woonruimte.

  • 2.

    Geen kwijtschelding wordt verleend voor de belastingaanslagen watersysteemheffing natuurterreinen, watersysteemheffing ongebouwde onroerende zaken, watersysteemheffing gebouwde onroerende zaken, zuiveringsheffing bedrijven en verontreinigingsheffing bedrijven.

Artikel 2 Berekeningswijze kosten van bestaan

  • 1.

    Bij de kwijtschelding van de watersysteemheffing ingezeten, de zuiveringsheffing woningen en de verontreinigingsheffing woningen wordt, in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100 procent.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt, overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden, voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd.

Artikel 3 Extra toegestane financiële middelen

In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met:

  • a.

    Een bedrag van € 2.000, het maximumbedrag genoemd in artikel 4, onder a van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden, voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot,

  • b.

    75% van het bedrag genoemd onder a. voor een alleenstaande, en

  • c.

    90% van het bedrag genoemd onder a. voor een alleenstaande ouder.

Artikel 4 Intrekking besluiten kwijtscheldingsbeleid

De kwijtscheldingsbesluiten ‘Kwijtschelding en kosten kinderopvang’ (13.02178) en ‘Verruiming kwijtschelding waterschapsbelastingen’ (22.081181) worden ingetrokken met ingang van de in artikel 5 genoemde datum.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 6 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen Hoogheemraadschap van Rijnland”.

Ondertekening

Leiden, 26 november 2025

De verenigde vergadering

R.A.M. van der Sande, dijkgraaf

M. Middendorp, secretaris

Toelichting

1 Algemeen

1.1 Wet- en regelgeving kwijtscheldingsbeleid

1.1.1 Vindplaatsen wet- en regelgeving

Bij de kwijtschelding van waterschapsbelastingen zijn de volgende wettelijke bepalingen en regelingen van toepassing:

  • artikel 26 van de Invorderingswet 1990;

  • hoofdstuk I en II van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;

  • artikel 144 van de Waterschapswet;

  • Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden;

Een nadere toelichting op de uitvoering van de kwijtschelding is opgenomen in de Leidraad Invordering BSGR 2025. De beleidsregels over kwijtschelding van belastingen staan in artikel 26 van deze Leidraad.

1.1.2 Mogelijkheden kwijtscheldingsbeleid waterschappen

Artikel 144 van de Waterschapswet regelt de mogelijkheid om kwijtschelding van belastingen te verlenen. Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. De Invorderingswet 1990 zegt namelijk dat gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen.

Hoofdregel bij het verlenen van kwijtschelding is dat de waterschappen de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (hierna: Uitvoeringsregeling) volgen. Als het waterschap met betrekking tot een belasting niets regelt, geldt deze ministeriële regeling automatisch ook voor de waterschapsbelasting.

De Uitvoeringsregeling stelt onder andere regels over de vaststelling van het vermogen, de uitgaven en het netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige, de wijze waarop kwijtschelding wordt verleend en de omstandigheden die aan het verlenen van kwijtschelding in de weg kunnen staan. Bij de berekeningsgrondslag is de rijksregeling uniform voorgeschreven. Afwijkingen waarbij vermogensbestanddelen, inkomsten of uitgaven niet of maar beperkt worden meegenomen in de vermogens- of inkomenstoets, zijn niet toegestaan.

1.1.3 Strakkere of ruimere kwijtschelding

Op grond van artikel 144, derde lid, van de Waterschapswet kan het algemeen bestuur bepalen dat in het geheel geen dan wel gedeeltelijk kwijtschelding wordt verleend voor specifieke belastingen. Daarnaast kan het algemeen bestuur, op grond van artikel 144, vierde lid, van de Waterschapswet over de manier waarop de kosten van bestaan en de manier waarop het vermogen in aanmerking worden genomen bij verordening afwijkende regels stellen die ertoe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

1.1.4 Afwijken van de Uitvoeringsregeling gebeurt bij besluit van het algemeen bestuur

Het algemeen bestuur bepaalt of en zo ja, van welke belasting(en) kwijtschelding wordt verleend. Het besluit van het algemeen bestuur dat de kwijtschelding regelt is vormvrij. Als het algemeen bestuur kwijtschelding voor één of meer belastingen mogelijk heeft gemaakt, dan is het de invorderingsambtenaar die de kwijtschelding vervolgens verleent bij voor administratief beroep vatbare beschikking.

1.1.5 Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend

Een belastingschuldige komt voor kwijtschelding in aanmerking als hij geen vermogen en geen betalingscapaciteit heeft. Los van de vraag of belastingschuldige al dan niet over voldoende vermogen of betalingscapaciteit beschikt, kunnen zich omstandigheden voordoen waardoor geen kwijtschelding wordt verleend. Een inhoudelijke beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek blijft dan achterwege. De uitzonderingssituaties moeten bij elke aanvraag om kwijtschelding in de beoordeling worden betrokken. Deze bijzondere omstandigheden waardoor geen kwijtschelding wordt verleend, zijn opgesomd in artikel 8 van de Uitvoeringsregeling.

2 Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Uitgesloten van kwijtschelding

Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. De wet zegt namelijk dat gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. Het algemeen bestuur bepaalt op grond van artikel 144, derde lid, van de Waterschapswet voor welke belastingen geen kwijtschelding wordt verleend.

Artikel 2 Berekeningswijze kosten van bestaan

Eerste lid

De Uitvoeringsregeling stelt de kosten van bestaan op 90% van de bijstandsnorm. Op grond van artikel 144, vierde lid, van de Waterschapswet kan het algemeen bestuur dit percentage hoger vaststellen. Het percentage voor de kosten van bestaan mag maximaal 100% zijn van de bijstandsnorm. In de verordening is dit percentage op 100 gesteld. Dit percentage geldt voor alle belastingschuldigen.

Tweede lid

Voor pensioengerechtigden bedoeld in artikel 7a van de Algemene ouderdomswet is in de verordening bepaald dat bij de berekening van de kosten van bestaan in plaats van de bijstandsnorm, het netto-ouderdomspensioen in aanmerking wordt genomen. Hierbij geldt hetzelfde percentage als in het eerste lid. Deze maatregel voorkomt dat pensioengerechtigden minder aanspraak kunnen maken op kwijtschelding.

Artikel 3 Extra toegestane financiële middelen

In artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling is geregeld welk bedrag aan financiële middelen bij het verlenen van kwijtschelding niet tot de bezittingen wordt gerekend.

In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling kan het algemeen bestuur besluiten dat het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen, op een hoger bedrag wordt vastgesteld.

De maximale verhoging is afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige:

  • voor een belastingplichtige met echtgenoot bedraagt de maximale verhoging € 2.000,

  • voor een alleenstaande bedraagt de verhoging 75 procent van € 2.000 en

  • voor een alleenstaande ouder bedraagt de verhoging 90 procent van € 2.000.

De verhoging geldt voor alle belastingschuldigen met dien verstande dat de verhoging per leefsituatie verschilt.

De definitie van ‘echtgenoot’ is bepaald in artikel 3 van de Participatiewet, waarnaar wordt verwezen in artikel 1 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden.

Artikel 4 Intrekking besluit kwijtscheldingsbeleid 2017

Alle eerder genomen besluiten over kwijtschelding worden met deze verordening ingetrokken. In de afzonderlijke verordeningen watersysteemheffing 2025, zuiveringsheffing 2025 en verontreinigingsheffing 2025 is een artikel opgenomen over kwijtschelding. Deze verordeningen worden ingetrokken bij het vaststellen van de Verordening watersysteemheffing 2026 en de Verordening zuiverings- en verontreinigingsheffing. De Verordening kwijtschelding waterschapsbelastingen vervangt het besluit van het algemeen bestuur uit 2017. Deze verordening kwijtschelding vervangt alle eerder genomen besluiten van de verenigde vergadering over kwijtschelding.

Artikel 5 Inwerkingtreding

De verordening is een algemeen verbindend voorschrift en moet dus worden bekendgemaakt voordat deze in werking kan treden (artikel 8 Bekendmakingswet). Bekendmaking vindt plaats door plaatsing van de integrale tekst van het besluit tot vaststelling of wijziging van de verordening in het elektronisch Waterschapsblad.

Op grond van artikel 10, tweede lid, van de Bekendmakingswet treedt het bekendgemaakte besluit standaard in werking met ingang van de achtste dag na de dag van de bekendmaking, tenzij in het besluit een ander tijdstip is aangegeven. In dit geval is dat 1 januari 2026.