Beleidsregels briefadres gemeente Maassluis

Geldend van 12-12-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels briefadres gemeente Maassluis

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis;

gelet op:

  • de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP);

  • artikel 29 en 30 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP);

  • de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP);

  • de artikelen 4:5 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • de circulaire BRP en briefadres (2016-0000656211) van de minister van BZK van 18 oktober 2016;

Overwegende dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen met betrekking tot de aangifte en registratie van een briefadres om kwetsbare groepen zonder woonadres, te registreren op een briefadres en het oneigenlijk gebruik van het briefadres tegen te gaan;

Besluit vast te stellen:

Beleidsregels briefadres gemeente Maassluis

Artikel 1 Begrippen

Onder deze beleidsregels worden verstaan:

  • a.

    wet: Wet basisregistratie personen.

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders.

  • c.

    aangever: de persoon die het verzoek indient om een briefadres te registreren bij de gemeente.

  • d.

    briefadres: adres waar post voor de betrokkene wordt ontvangen.

  • e.

    briefadresgever: de ingezetene in de Basisregistratie Personen of rechtspersoon bij wie het briefadres wordt gehouden.

  • f.

    briefadreshouder: de ingezetene in de Basisregistratie Personen die een briefadres houdt bij een briefadresgever.

  • g.

    gezinshuishouden:

    • 1.

      twee personen die volgens de Basisregistratie Personen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren);

    • 2.

      twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren);

    • 3.

      een alleenstaande ouder met kind(eren).

  • h.

    BRP: Basisregistratie Personen.

  • i.

    woonadres:

    • 1.

      het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;

    • 2.

      het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder 1, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.

Artikel 2a Redenen briefadres

Het college kan een briefadres toekennen aan een ingezetene zonder vast woonadres, indien sprake is van één de volgende omstandigheden:

  • 1.

    het ontbreken van een woonadres door:

    • a.

      dak- of thuisloosheid;

    • b.

      korte overbrugging tussen twee woonadressen:

    • c.

      de uitoefening van een ambulant beroep;

    • d.

      kort verblijf in het buitenland: voor hoogstens twee derde van een jaar;

    • e.

      korter dan twee jaar verblijf in het buitenland en beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;

    • f.

      een recente ontruiming van de woning op het adres waarop betrokkene in de BRP is ingeschreven;

    • g.

      verblijf in een tijdelijk onderkomen zonder vaste stand- of ligplaats;

    • h.

      een langdurig vermist persoon.

  • 2.

    verblijf in een instelling:

    • a.

      voor opvang van personen (waaronder mede bedoeld blijf-van-mijn-lijfhuizen);

    • b.

      als bedoeld in artikel 2.40, derde en vierde lid van de Wet BRP.

  • 3.

    Verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 van de Wet BRP);

  • 4.

    Het is niet mogelijk om in de BRP met een briefadres geregistreerd te worden als een van de redenen genoemd in de leden 1 tot en met 3 ontbreekt, tenzij er sprake is van een situatie bedoeld in artikel 2b.

Artikel 2b Maatwerk Briefadres

In uitzonderingsituaties, waarbij het voor de voortzetting van het hulpverleningstraject noodzakelijk is, kan het college aan een ingezetene een (gemeentelijk) briefadres toekennen, onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    er is sprake van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen;

  • b.

    de persoon kan door overmacht geen woonadres vinden, waarop de persoon in het BRP ingeschreven kan worden;

  • c.

    de maatwerkoplossing is van tijdelijke aard en erop gericht om de persoon de kans te geven zijn leven ‘weer op de rit’ te krijgen; en

  • d.

    de persoon stemt in met het hulpverleningstraject.

Deze aanvraag wordt in behandeling genomen door het wijkteam van gemeente Maassluis:

VraagRaak.

Artikel 3 Voorwaarden

  • 1. De aangifte van adreswijziging wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres wordt gekozen.

  • 2. De aangever is verplicht om bij de aangifte van adreswijziging waarbij een briefadres wordt gekozen de in het derde lid genoemde stukken te overleggen.

  • 3. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      een geldig identiteitsbewijs van degene die aangifte doet en kiest voor een briefadres, tenzij de adreswijziging is aangevraagd met DigiD;

    • b.

      de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de keuze van een briefadres en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;

    • c.

      een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever;

    • d.

      een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, wanneer een briefadres wordt gekozen op grond van artikel 2a, eerste en tweede lid;

    • e.

      Een instemmingsverklaring, waarin de voorwaarden voor het briefadres worden vastgelegd.

  • 4. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2a, derde lid, is een verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.

  • 5. De briefadresgever die als ingezetene in de BRP ingeschreven staat op het woonadres, kan maximaal twee briefadressen op een woonadres houden.

Artikel 4 Correctie van de onvolledigheid in de aangifte van een adreswijziging waarbij een briefadres is opgegeven.

  • 1. De aangifte is volledig indien alle benodigde gegevens, zoals bedoeld in artikel 3 derde en vierde lid, zijn ingeleverd.

  • 2. Als één of meer gegevens ontbreken, wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen.

  • 3. Indien de aangifte niet binnen de, in het vorige lid bepaalde termijn kan worden aangevuld, dan kan, op verzoek van de aangever, de termijn eenmalig verlengd worden met veertien dagen.

  • 4. Indien de onvolledige aangifte niet binnen veertien dagen na aangifte aangevuld wordt of uitstel gevraagd wordt, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld of met toepassing van artikel 5 een briefadres worden toegekend.

Artikel 5 Briefadres op een adres van de gemeente

  • 1. Het college registreert van een persoon ambtshalve een briefadres in de BRP indien het woonadres ontbreekt, er geen aangifte van adreswijziging wordt gedaan waarbij een briefadres wordt gekozen en betrokkene voldoet aan de criteria voor inschrijving als ingezetene in de BRP.

  • 2. Het college wijst Stichting Onder Een Dak (Stoed) aan om als gemeentelijk briefadresgever op te treden in de gevallen dat een briefadresgever ontbreekt. Het adres van de gemeentelijk briefadresgever, Stoed, is Zuidvliet 111a te Maassluis. Het briefadres zelf betreft PC Hooflaan 11a te Maassluis.

Artikel 6 Rechtmatigheid briefadres

  • 1. Wanneer iemand een briefadres heeft, in de situatie als bedoeld in artikel 2a eerste lid en artikel 2b, wordt:

    • a.

      periodiek opnieuw beoordeeld of de briefadreshouder het briefadres nog steeds nodig heeft;

    • b.

      beoordeeld of er aan de voorwaarden van de instemmingsverklaring wordt voldaan;

    • c.

      bij het niet kunnen bereiken van de briefadreshouder, het niet tijdig ophalen van de post of indien er niet gereageerd wordt op verzoeken van het college om contact op te nemen, wordt de briefadreshouder in de basisregistratie personen in onderzoek geplaatst.

    • d.

      de beoordeling gedaan binnen de termijn zoals beschreven in de beheerregeling briefadres van gemeente Maassluis, zoals opgenomen in bijlage 1.

  • 2. De beoordeling van de briefadresinschrijving wordt gedaan met inachtneming van de artikelen 2a, 2b en 8.

  • 3. Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het derde lid, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na de verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.

Artikel 7 Verplichtingen briefadresgever en briefadreshouder

  • 1. Zowel de briefadresgever als de briefadreshouder zijn verplicht om op verzoek van de gemeente Maassluis inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de registratie van het briefadres.

  • 2. Zowel briefadresgever als de briefadreshouder verschijnen hierbij desgevraagd in persoon.

  • 3. Aan degene die niet voldoet aan de verplichting als bedoeld in het eerste lid, kan op grond van artikel 4.17 van de wet een bestuurlijke boete worden opgelegd van ten hoogste €325.

Artikel 8 Weigeringsgronden

  • 1. Het college kent geen briefadres toe, indien:

    • a.

      de aanvrager een woonadres heeft, tenzij hij in de situatie verkeerd zoals beschreven in artikel 2a, eerste lid, sub f, of artikel 2b;

    • b.

      de aanvrager langer dan acht maanden gedurende één jaar in het buitenland verblijft en niet beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft;

    • c.

      de aanvrager beroepsmatig varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft of zal verblijven;

    • d.

      er een onderzoek loopt naar het woonadres van de briefadresgever.

    • e.

      het briefadres een adres betreft waarop al aan twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens een briefadres is verleend.

    • f.

      het briefadres geen bestaand adres betreft.

    • g.

      het briefadres een postbus is.

Artikel 9 Hardheidsclausule

Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in dit beleid.

Van onbillijkheid kan sprake zijn als in een specifieke situatie het strikt vasthouden aan de regeling als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de dagtekening van het gemeenteblad waarin zij worden gepubliceerd.

  • 2. De “Regeling briefadres gemeente Maassluis 2015” van 5 januari 2015 wordt bij de inwerkingtreding van dit beleid ingetrokken.

Artikel 11 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels briefadres gemeente Maassluis”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 2 december 2025.

de gemeentesecretaris,

Ing. P.D. Verstoep

de burgemeester,

drs. J.G. de Vries

Bijlage 1 Beheerregeling briefadres

Met ingang van de inwerkingtreding van deze beleidsregels briefadres gelden de termijnen, zoals hieronder in de tabel aangegeven, wanneer er een controle op de rechtmatigheid van het briefadres wordt uitgevoerd. In het werkproces kunnen, als daar aanleiding voor is, ook kortere perioden worden gehanteerd.

Reden briefadres

Termijn

Verblijf in het buitenland

Maximaal 8 maanden

Vaart beroepsmatig op schip in internationale wateren onder Nederlandse vlag en heeft geen woonadres

2 jaar

Dak- en thuisloos

1 jaar

Korte overbrugging tussen twee woonadressen

6 maanden

Een recente ontruiming uit de woning, waar aanvrager stond ingeschreven

6 maanden

De uitoefening van een ambulant beroep

1 jaar

Het behoren tot een groep personen in een kwetsbare positie

6 maanden

Langdurig vermist persoon

1 jaar

Verblijf in instelling voor personenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuizen)

1 jaar

Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, derde en vierde lid Wet BRP

Voor de duur dat inwoner in de instelling verblijft

Verblijf op een adres, waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 Wet BRP)

Voor de duur dat de burgemeester dat nodig acht

Overige gevallen (hardheidsclausule)

6 maanden

Bijlage 2 Bewijsstukken

Reden briefadres

Bewijsstukken (indien nodig kunnen aanvullende stukken worden gevraagd)

Verblijf in het buitenland

  • -

    Tickets met datum heen- en terugreis

  • -

    Visa

  • -

    Contracten werkgever met daarop de periode dat u wordt uitgezonden

  • -

    Studieverklaring van onderwijsinstelling in het buitenland met looptijd van de stage of studie

  • -

    Huurovereenkomst woonruimte buitenland

  • -

    Huisbewaringsformulier van uw woning in Nederland

Vaart beroepsmatig op schip in internationale wateren onder Nederlandse vlag en heeft geen woonadres

  • -

    Arbeidsovereenkomst-/contract

Internationale vrachtwagenchauffeur

  • -

    Arbeidsovereenkomst-/contract

Ontruiming van woning, waar de aanvrager was ingeschreven

  • -

    Kennisgeving van ontruiming

Ambulant beroep

  • -

    Arbeidsovereenkomst-/contract

Schulden

Bewijsstukken dat u actief op zoek bent naar een woonruimte zoals:

  • -

    Inschrijving woningcorporatie

  • -

    Inschrijving(en) bemiddelaars antikraak

  • -

    Inschrijving(en) bij kamerverhuursites op het internet

  • -

    Inschrijving(en) voor particuliere huur

Verblijf in instelling voor personen (blijf-van-mijn-lijfhuizen)

  • -

    Toestemming van de instelling

Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, derde en vierde lid wet BRP

  • -

    Verklaring hoofdinstelling

Verblijf op een adres, waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 Wet BRP)

  • -

    Verklaring burgemeester (indien mogelijk)

Echtscheiding

  • -

    Verzoekschrift tot echtscheiding

  • -

    Echtscheidingsvonnis

  • -

    Andere gerechtelijke stukken

Nieuwe woning is nog niet opgeleverd

  • -

    Kopie van het ondertekende huurcontract

  • -

    Kopie van het ondertekende koopcontract of de leveringsakte

Hardheidsclausule

  • -

    Bewijzen, nader te bepalen door de beoordelende instantie, afhankelijk van de situatie.

Toelichting op de beleidsregels briefadres Gemeente Maassluis

De wet BRP heeft als belangrijkste uitgangspunt om de burger in te schrijven op een woonadres. Pas als dat woonadres ontbreekt wordt gekeken naar het gebruik van een briefadres als inschrijfadres.

De beleidsregels briefadres hebben als doel om briefadressen in de BRP mogelijk te maken voor burgers zonder woonadres, voor burgers in een kwetsbare positie en daarnaast het misbruik van briefadressen in de BRP tegen te gaan.

De beleidsregels zijn niet bedoeld om op basis van dit beleid personen niet in te schrijven in de BRP. Immers, iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, moet in beginsel ingeschreven worden in de BRP als ingezetene. Indien de gemeente inschrijving toch weigert, doet zij dat slechts op basis van de wet BRP.

Gemeenten zijn verplicht om ambtshalve een briefadres in de BRP te registreren. Wanneer iemand niet beschikt over een woonadres en er geen verwachting is dat hij zelf een briefadresaangifte zal doen, vanwege uiteenlopende redenen, of hij doet wel aangifte maar er is geen briefadresgever, dan is de gemeente verplicht voor die burger ambtshalve een briefadres te registreren (mits betrokkene voldoet aan de criteria voor ingezetene). Zie verder artikel 2.23 wet BRP.

Daar waar in de regeling gesproken wordt over aangifte van adreswijziging wordt ook een aangifte van verblijf en adres bedoeld, tenzij dit nadrukkelijk anders bepaald is. Het is de burger toegestaan om een briefadres bij inschrijving op grond van aangifte van verblijf en adres te kiezen. Dit is niet in strijd met artikel 2.38 wet BRP.

Hieronder volgt de artikelsgewijze toelichting op de beleidsregels briefadres.

Toelichting artikel 2a, tweede lid, onder a

  • -

    Personen die niet beschikken over een woonadres en gebruik maken van de maatschappelijke opvang (passantenverblijven en dag- en nachtopvang) kunnen met een briefadres ingeschreven worden bij één van de opvanginstellingen.

  • -

    In de circulaire BRP en briefadres van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 oktober 2016 (kenmerk 2016-0000656211) is geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de desbetreffende instelling. Op die manier wordt het feitelijke woonadres van betrokkenen adequaat beschermd tegen ongewenste kennisneming door onbevoegden.

Toelichting artikel 2a, tweede lid onder b

Degene die zijn woonadres heeft in een instelling als bedoeld in artikel 2.40 wet BRP, kan in afwijking van artikel 2.38, eerste lid en artikel 2.39, eerste lid van de wet BRP in plaats van inschrijving op zijn woonadres een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, derde lid wet BRP zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In de artikelen 17 t/m 19 van de Regeling BRP is aangegeven voor welke instellingen een briefadres gekozen kan worden.

Het college is eveneens bevoegd, op grond van artikel 2.40, vierde lid wet BRP, instellingen op het terrein van maatschappelijke opvang aan te wijzen.

Toelichting artikel 2a, derde lid

Als de burgemeester van oordeel is dat het om veiligheidseisen gewenst is een persoon niet op het woonadres in te schrijven, kan inschrijving op een briefadres plaatsvinden. Deze verklaring zal veelal bij de afdeling Publiekszaken terecht komen via de interne kanalen van de gemeente.

Toelichting artikel 2b

Zodra degene die aangifte doet van een adreswijziging een briefadres aanvraagt, wordt deze persoon uitgenodigd bij het wijkteam VraagRaak. Als er dan sprake blijkt te zijn van sociaal-maatschappelijke problemen kan VraagRaak doorverwijzen naar betrokken maatschappelijke organisaties. Bij sociaal-maatschappelijke problematiek kan gedacht worden aan psychische problematiek gecombineerd met problemen zoals schulden, dakloosheid en werkloosheid.

Het beleid rondom briefadressen is erop gericht om maatwerkoplossingen te bieden aan inwoners die, vanwege uitzonderlijke omstandigheden, niet kunnen worden ingeschreven op een regulier (brief)adres conform de geldende regelgeving. Deze inwoners ondervinden hierdoor vaak financiële en/of maatschappelijke problematiek.

Wanneer een inwoner een verzoek tot adreswijziging indient waarbij een briefadres wordt gekozen, en deze persoon aantoonbaar een hulpverleningstraject heeft doorlopen of momenteel in een dergelijk traject zit, kan maatwerk worden toegepast. De afstemming hierover vindt plaats in samenwerking met VraagRaak, zodat de ondersteuning aansluit bij de individuele situatie van de betrokkene.

Toelichting artikel 3, eerste lid

Een briefadres kan, in aanvulling op wat de wet regelt en in afwijking van een woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar voor het laatst een woonadres werd gehouden. Voor gedetineerden of personen die in een psychiatrische inrichting verblijven is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de gemeente van herkomst. Dit is onder andere van belang voor de verworven rechten die de briefadreshouder daar heeft opgebouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting.

Toelichting artikel 3, tweede en derde lid

Bij de aangifte dient een schriftelijke verklaring van instemming te worden gevoegd van degene bij wie het briefadres wordt gehouden op grond van artikel 2.45 tweede lid van de wet BRP. In de schriftelijke aangifte, waarbij een briefadres wordt gekozen, dienen de redenen van het briefadres en de te verwachten duur van het briefadres te worden opgenomen. De aangever dient tevens een (kopie van een) geldig identiteitsbewijs zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van zichzelf als van degene bij wie het briefadres wordt gehouden te overleggen, tenzij de aanvraag via DigiD is gedaan. Tevens wordt in dit artikel en in bijlage 2 aangegeven welke documenten moeten worden overhandigd voor het aanvragen van een briefadres.

Toelichting artikel 3, vierde lid

Het is niet waarschijnlijk dat de briefadreshouder bij zijn aangifte altijd de verklaring van de burgemeester zal kunnen overleggen. De verwachting is, dat deze verklaring veelal bij de afdeling Publiekszaken terecht komt via de interne kanalen van de gemeente.

Toelichting artikel 4

Ontbreekt bij de aangifte van adreswijziging, waarbij een briefadres wordt gekozen, één of meer van de benodigde stukken, dan wordt de aangifte behandeld als een onvolledige aangifte. De aangever wordt schriftelijk in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen na verzending van het verzoek het verzuim te herstellen en de aangifte aan te vullen met de ontbrekende stukken. De aangever kan in reactie daarop verzoeken om de termijn voor het aanvullen van de aangifte eenmalig met veertien dagen te verlengen.

Wanneer de aangever niet binnen veertien dagen zijn/haar aangifte aanvult of uitstel aanvraagt, wordt een brief verstuurd over het besluit dat de aangifte van adreswijziging, waarbij een briefadres wordt gekozen, buiten behandeling wordt gesteld wegens het ontbreken van de gevraagde documenten.

Als de aangifte buiten behandeling wordt gesteld, is er geen brondocument op grond waarvan de aangever op een adres ingeschreven kan worden en is er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 2.23 van de wet BRP. Indien contact niet mogelijk is, kan een onderzoek worden gestart op basis van de circulaire over adresonderzoek in de BRP van 1 november 2018 van het ministerie van BZK.

Toelichting bij artikel 5

De gemeente moet voorzien in een briefadres wanneer alle andere opties voor de ingezetene, die geen woonadres heeft, niet mogelijk zijn. Daarmee wordt voorkomen dat personen die wel rechtmatig in Nederland verblijven, van inschrijving op een adres in de BRP worden uitgesloten.

Omdat de gemeente dan zelf briefadresgever is, zal de gemeente een van haar eigen adressen of die van een aangewezen instelling moeten inzetten als briefadres. Het college heeft Stoed aangewezen om als gemeentelijk briefadresgever op te treden in de gevallen dat een briefadresgever ontbreekt. Het adres van de gemeentelijk briefadresgever is Zuidvliet 111a te Maassluis. Het briefadres zelf betreft PC Hooflaan 11a te Maassluis.

Toelichting artikel 6

Om te voorkomen dat een ingeschrevene ten onrechte met een briefadres geregistreerd blijft terwijl hij of zij een woonadres heeft, voert de gemeente regelmatig een herbeoordeling uit van het geregistreerde briefadres. Hiervoor wordt een administratie bijgehouden, op basis waarvan controles worden uitgevoerd.

De in de beheerregeling opgenomen termijn is bewust gekozen om op deze manier in ieder geval contactmomenten te hebben met de burger, om zo erop toe te zien dat hij/zij niet op het briefadres blijft ingeschreven terwijl hij inmiddels een woonadres heeft. Indien contact niet mogelijk is, kan een onderzoek worden gestart op basis van de circulaire over adresonderzoek in de BRP van 1 november 2018 van het ministerie van BZK.

Als uit het adresonderzoek blijkt dat er geen nieuw adres bekend is, dan kan het college besluiten tot opname van de vertrekgegevens naar een onbekend land met toepassing van artikel 2.22 van de wet, waardoor de gegevens van betrokkene verhuizen naar het Register van Niet-Ingezetenen. Het voornemen kan verzonden worden aan het laatst bekende adres van de persoon in de BRP. Ook het besluit moet bekend gemaakt worden aan de persoon. Als bekendmaking van het besluit niet kan plaatsvinden door toezending of uitreiking zal bekendmaking op een andere geschikte wijze moeten plaatsvinden, dit kan via publicatie in een huis-aan-huisblad, dagblad of via daadkracht op www.overheid.nl.

Als geen aangifte wordt gedaan, of als betrokkene niet voldoet aan de verplichting om inlichtingen te verstrekken of desgevraagd in persoon te verschijnen kan op grond van artikel 4.17 wet BRP een bestuurlijke boete worden opgelegd. Voor de op te leggen bestuurlijke boete geldt een maximaal bedrag van € 325.

Toelichting artikel 6 vierde lid

De wet BRP verplicht een ingezetene om aangifte te doen van zijn nieuwe adres. Zodra hij weer beschikt over een woonadres of over een ander briefadres, moet hij hiervan aangifte doen binnen de daarvoor in artikel 2.39 tweede lid van de wet BRP gestelde termijn van vier weken voorafgaand aan en vijf dagen ná de daadwerkelijke verhuizing. Hij mag hier niet mee wachten totdat de eerder bepaalde of afgesproken termijn van het briefadres is verstreken. Als aangifte wordt gedaan van een ander briefadres, dan wordt dit uiteraard weer getoetst aan de voorwaarden uit dit beleid en die de wet stelt.

Toelichting artikel 7

Zowel de briefadresgever als de briefadreshouder zijn verplicht inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het bijhouden van het briefadres in de BRP. In het geval er een aangifte is, bestaat die verplichting op grond van artikel 2.45 wet BRP, als een aangifte ontbreekt bestaat de verplichting op grond van artikel 2.47 wet BRP.

Toelichting artikel 8

Het betreft hier een (niet-limitatieve) opsomming van weigeringsgronden voor de aangifte briefadres.

Toelichting artikel 8 sub a

Een briefadres kan slechts worden gekozen indien geen woonadres kan worden vastgesteld. Uitzondering wordt gemaakt voor zogenaamde verwarde personen en voor personen waarbij naar het oordeel van de burgemeester het om veiligheidsredenen niet wenselijk is om betrokkene op zijn woonadres in te schrijven.

Toelichting artikel 8 sub b en c

Er dient aangifte van vertrek uit Nederland gedaan te worden als de betrokkene langer dan een periode van acht maanden binnen één jaar buiten Nederland verblijft. In dat geval kan niet gekozen worden voor een briefadres. Hierop is één uitzondering, namelijk in het geval de betrokkene beroepshalve op een schip vaart. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2a, eerste lid, sub e.

Toelichting artikel 8 sub e

Met de hierin vermelde weigeringsgrond wordt bedoeld dat een briefadres uitsluitend kan worden verleend op een woonadres waarop nog geen of maximaal één briefadres is geregistreerd. Een briefadres dat wordt toegekend aan een gezinshuishouden wordt daarbij aangemerkt als één briefadres. Dit betekent dat op één woonadres maximaal twee briefadressen kunnen worden geregistreerd, mits het daarbij gaat om maximaal één of twee alleenstaanden, twee gezinshuishoudens, dan wel één alleenstaande en één gezinshuishouden.

Toelichting artikel 8 sub g

Een briefadres mag geen postbus zijn. Een essentieel kenmerk van een briefadres is dat gewaarborgd is dat geschriften of inlichtingen bestemd voor de briefadreshouder daadwerkelijk aan deze worden doorgegeven of medegedeeld. Indien post naar een postbus wordt gestuurd, is aan deze voorwaarde niet voldaan.

Het is wel toegestaan om een briefadres te vestigen bij een rechtspersoon, mits een natuurlijk persoon namens die rechtspersoon optreedt als briefadresgever en daarvoor expliciet toestemming verleent.

Toelichting artikel 9

Door het opnemen van het maatwerkartikel (art 2b) is de noodzaak van een hardheidsclausule kleiner geworden. Het maatwerkartikel ziet toe op de situatie van het voorkomen van schrijnende situaties, waarbij hulpverlening noodzakelijk is in geval van sociaal-maatschappelijke problemen.

Ook andere bijzondere situaties kunnen zich voordoen, waarbij strikte toepassing van deze regeling tot onbillijkheid kan leiden. Ook in deze uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijken van deze regeling. Het is goed om als gemeentelijk dienstverlener nooit de menselijke maat uit het oog te verliezen. Het belang daarvan kan zo groot zijn dat de gemeente in zeer bijzondere gevallen voorbij kan gaan aan de bepalingen van deze beleidsregeling.

Toelichting artikel 10

In de gevallen waarin deze regeling briefadres niet voorziet, beslist het college.