Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749271
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749271/2
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 2 december 2025, houdende het verstrekken van subsidies ter behoud van cultureel erfgoed (Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026)
Geldend van 22-05-2026 t/m heden
Intitulé
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 2 december 2025, houdende het verstrekken van subsidies ter behoud van cultureel erfgoed (Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026)Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten het wenselijk achten subsidies te verstrekken ter behoud van het Brabantse cultureel erfgoed;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
§ 1 Restauratie van rijksmonumenten
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
erfgoed: zaken die mensen waarderen, zich mee identificeren en willen bewaren voor toekomstige generaties;
industrieel erfgoed: erfgoed ten behoeve van de dagelijkse arbeid in de vorm van fabrieksgebouwen, bruggen, sluizen of molens en alle andere materiële sporen van de industriële maatschappij;
kasteel: erfgoed in de vorm van een zelfstandig versterkt bouwwerk, dat in oorsprong zowel bewoonbaar als verdedigbaar was;
landgoed: erfgoed in de vorm van een gebied van meerdere hectares, met landerijen en tuinen, waar een buitenplaats, landhuis of kasteel op voorkomt;
militair erfgoed: erfgoed in de vorm van forten, kazematten, bunkers, beveiligde onderkomens uit de Koude Oorlog, inundatievoorzieningen;
religieus erfgoed: erfgoed in de vorm van monumentale kerken, synagogen, kloosters, kapellen, abdijen, devotiekapellen en andere gebouwde uitingen van het religieuze leven of hun interieur, niet zijnde woonhuizen in de vorm van pastorieën;
restauratie: handeling die nodig is om het onroerend erfgoed duurzaam, sober en doelmatig in stand te houden ten behoeve van een stabiele, maatschappelijk verantwoorde of duurzame functie;
rijksmonument: onroerende zaak, niet zijnde een woonhuis, die deel uitmaakt van het erfgoed en is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.
Artikel 1.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel de restauratie van rijksmonumenten te stimuleren ter behoud van het Brabantse cultureel erfgoed.
Artikel 1.3 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de eigenaar van een rijksmonument, zijnde:
- a.
rechtspersonen;
- b.
natuurlijke personen.
Artikel 1.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de restauratie van rijksmonumenten in de vorm van:
- a.
religieus erfgoed;
- b.
militair erfgoed;
- c.
industrieel erfgoed;
- d.
kastelen en landgoederen.
Artikel 1.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan de maximale subsidiehoogte, opgenomen in deze paragraaf;
- b.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- c.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 150.000;
- d.
voor het project reeds subsidie is ontvangen op grond van de Subsidieregeling instandhouding monumenten;
- e.
ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- f.
de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 1.7 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project is gericht op een rijksmonument;
- b.
het project is gericht op de restauratie van:
- 1°.
religieus erfgoed;
- 2°.
militair erfgoed;
- 3°.
industrieel erfgoed;
- 4°.
kastelen of landgoederen;
- 1°.
- c.
het rijksmonument is gelegen in de provincie Noord-Brabant;
- d.
de aanvrager is eigenaar van het rijksmonument, blijkend uit een eigendomsakte;
- e.
voor het rijksmonument is reeds aantoonbaar:
- 1°.
een realistische en duurzame bestemming vastgesteld; of
- 2°.
een realistisch plan opgesteld om het duurzaam te bestemmen;
- 1°.
- f.
blijkend uit een projectplan is het restauratieproject er op gericht:
- 1°.
de omvang van de ingreep zo veel mogelijk te beperken;
- 2°.
de oorzaak van de ontstane schade weg te nemen;
- 3°.
eerdere uitgevoerde restauraties met respect te behandelen;
- 1°.
- g.
de subsidieaanvrager besteedt bij het project aandacht aan het aspect duurzaamheid;
- h.
de staat van het rijksmonument is in de periode van twee jaar voor het moment van indiening van de aanvraag geïnspecteerd door de Monumentenwacht Noord-Brabant;
- i.
de subsidieaanvrager beschikt over een onherroepelijke omgevingsvergunning;
- j.
het project is erop gericht dat het rijksmonument binnen een jaar na afronding van het project in gebruik wordt genomen, volgens de daarvoor geldende bestemming;
- k.
de subsidieaanvrager communiceert over het project;
- l.
de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de financiering van het gedeelte van de restauratiekosten dat niet voor subsidie in aanmerking komt voldoende is gewaarborgd.
Artikel 1.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als subsidiabel zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, die als bijlage is opgenomen bij de landelijke Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Artikel 1.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.8 komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als niet subsidiabel zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, die als bijlage is opgenomen bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Artikel 1.10 Vereisten subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 26 januari 2026 tot en met 2 februari 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een restauratieplan, met daarin opgenomen:
- 1°.
een overzicht van de te verrichten werkzaamheden;
- 2°.
de huidige toestand, inclusief de gebreken, blijkend uit tekeningen behorende bij de verleende onherroepelijke omgevingsvergunning;
- 3°.
een bestektekst opgesteld conform een algemeen erkende berekeningssystematiek;
- 4°.
een bij het bestek behorende begroting, opgesteld in het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde format;
- 1°.
- b.
een inspectierapport van de Monumentenwacht Noord-Brabant;
- c.
een eigendomsakte;
- d.
een afschrift van de verleende onherroepelijke omgevingsvergunning inclusief tekeningen;
- e.
een projectplan conform het door Gedeputeerde Staten vastgestelde format.
- a.
Artikel 1.11 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 1.10, eerste lid, vast op € 3.600.000.
Artikel 1.12 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van de subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 400.000.
-
2. Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan €150.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 1.13 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 1.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger:
- a.
nodigt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uit aanwezig te zijn bij de eerste bouwvergadering ten behoeve van de restauratie;
- b.
rondt het project af voor 1 april 2029;
- c.
het rijksmonument wordt binnen een jaar na afronding van het project in gebruik genomen volgens de bestemming, opgenomen in het projectplan;
- d.
documenteert de verrichte werkzaamheden;
- e.
verzorgt ten minste een publicatie in een regionaal beschikbaar medium over de uitvoering van het project;
- f.
overlegt jaarlijks een voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;
- g.
houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijnen, genoemd in het eerste lid, onder b en onder c, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Artikel 1.15 Verantwoording
De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
- c.
een financieel projectverslag, als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv;
- d.
een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Asv.
Artikel 1.16 Bevoorschotting en betaling
-
1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.
Artikel 1.17 Subsidievaststelling
De subsidie wordt op grond van artikel 22, twaalfde lid, van de Asv vastgesteld.
Artikel 1.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 2 Eco-archeologisch onderzoek
Artikel 2.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
C14-dateringsonderzoek: radiometrische datering waarmee de ouderdom van organisch materiaal wordt bepaald met behulp van koolstof-14 isotopen;
conservering: combinatie van maatregelen en handelingen, die nodig is voor de consolidatie van een archeologisch object en het tegengaan van geconstateerd verval of het verhinderen van te verwachten verval van een archeologisch object;
eco-archeologische waarden: archeologische waarden van flora en fauna die goed bewaard zijn gebleven en kwetsbaar zijn;
OSL: Optically Stimulated Luminescence;
OSL-dateringsonderzoek: methode van onderzoek waarmee bepaald wordt hoe lang het geleden is dat een object verdwenen is onder de grond;
programma van eisen: document waarin onderzoekseisen worden opgelegd aan een initiatiefnemer van een ruimtelijk project die voldoen aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie zoals uitgegeven door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer te Gouda;
ruimtelijk project: natuurproject, waterproject of een ander ruimtelijk project;
SIKB: Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer te Gouda, organisatie waar overheid en bedrijfsleven samenwerken, verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging van de archeologie;
specialistisch eco-archeologisch onderzoek: onderzoek van plantaardige en dierlijke overblijfselen en van textiel uit archeologische context, dendrochronologie, C14-dateringsonderzoek, isotopenonderzoek en OSL-dateringsonderzoek.
Artikel 2.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel het behoud van eco-archeologische waarden en het behoud van informatie van of uit eco-archeologische waarden, afkomstig uit het archeologisch bodemarchief van de provincie Noord-Brabant.
Artikel 2.3 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
- a.
waterschappen;
- b.
gemeenten;
- c.
Staatsbosbeheer, stichting Ons Brabants Landschap en Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland;
- d.
universiteiten;
- e.
erkende wetenschappelijke instituten;
- f.
organisaties die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoeren conform het SIKB-protocol 4006, Specialistisch onderzoek.
Artikel 2.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 2.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
- a.
het uitvoeren van specialistisch eco-archeologisch onderzoek;
- b.
het conserveren van eco-archeologische waarden.
Artikel 2.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
het project menselijke skeletonderdelen betreft;
- b.
de uitvoering van het project of een onderdeel ervan door het bevoegd gezag verplicht is gesteld aan de initiatiefnemer van een ruimtelijk project;
- c.
het bevoegd gezag het project redelijkerwijze had kunnen voorzien en dit had moeten opnemen in een programma van eisen van het archeologisch onderzoek, dat is uitgevoerd in verband met een ruimtelijk project, van na 31 augustus 2007;
- d.
het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan de maximale subsidiehoogte, opgenomen in deze paragraaf.
Artikel 2.7 Subsidievereisten
-
1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project is gericht op:
- 1°.
het behoud van eco-archeologische waarden gevonden in de provincie Noord-Brabant; of
- 2°.
het behoud van informatie van of uit eco-archeologische waarden gevonden in de provincie Noord-Brabant en draagt aantoonbaar bij aan de kennis over het klimaat, de flora en fauna, en het menselijk handelen in het verleden;
- 1°.
- b.
het project wordt uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;
- c.
het project komt voort uit een ruimtelijk project;
- d.
aan het project liggen ten grondslag:
- 1°.
een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;
- 2°.
een sluitende begroting, in kalenderjaren uitgesplitst.
- 1°.
- a.
-
2. Onverminderd het eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de opdrachtgever of initiatiefnemer van het ruimtelijk project is:
- 1°.
een waterschap;
- 2°.
een gemeente;
- 3°.
een terreinbeherende instantie;
- 1°.
- b.
het specialistische eco-archeologische onderzoek wordt uitgevoerd door een afgestudeerd academicus;
- c.
de academicus, bedoeld onder b, is verbonden aan:
- 1°.
een universiteit;
- 2°.
een erkend wetenschappelijk instituut; of
- 3°.
een organisatie die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoert;
- 1°.
- d.
aan het project ligt een onderzoeksplan ten grondslag.
- a.
-
3. Onverminderd het eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het conserveren van eco-archeologische waarden wordt uitgevoerd door een persoon die verbonden is aan een organisatie gespecialiseerd in de conservering van organische materialen;
- b.
aan het project ligt een conserveringsplan ten grondslag.
- a.
Artikel 2.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor het project voor subsidie in aanmerking.
Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 20 mei 2026 tot en met 30 oktober 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een projectplan, waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in artikel 2.7, eerste lid, onder d, wordt voldaan;
- b.
een sluitende begroting in kalenderjaren uitgesplitst, waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in artikel 2.7, eerste lid, onder d, wordt voldaan;
- c.
een onderzoeksplan wanneer subsidie wordt aangevraagd op grond van artikel 2.5, onder a, waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in artikel 2.7, eerste lid, onder b, wordt voldaan;
- d.
een conserveringsplan wanneer subsidie wordt aangevraagd op grond van artikel 2.5, onder b, waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in artikel 2.7, eerste lid, onder b, wordt voldaan.
- a.
Artikel 2.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.5 vast op € 40.000.
Artikel 2.11 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.5, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 24.500.
Artikel 2.12 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats op basis van de percentuele hoogte van de eigen bijdrage en die van derden, waarbij een hoger percentage voorgaat op een lager percentage.
-
4. Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op basis van de hoogste eigen bijdrage in absolute zin, waarbij een hogere bijdrage voorgaat op een lagere bijdrage.
-
5. Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijke plaats eindigen, vindt rangschikking van die aanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
6. In geval van loting als bedoeld in het vijfde lid, wordt de trekking schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt in volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
7. In geval van loting als bedoel in het vijfde lid, wordt de subsidie verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger rondt het project af binnen twee jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening.
Artikel 2.14 Verantwoording
De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
beeld- of geluidsmateriaal.
Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag en betalen dit in een keer, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Asv.
Artikel 2.16 Subsidievaststelling
Gedeputeerde Staten stellen de subsidie ambtshalve vast grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv.
Artikel 2.17 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 3 Instandhouding molens
Artikel 3.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
reguliere de-minimis verordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L, 2023/2831);
de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de reguliere de-minimis verordening;
inspectierapport: rapport met overzichts- en detailfoto’s, waaruit de technische staat van de molen nauwkeurig blijkt en waarmee de noodzaak van de ingrepen voldoende wordt onderbouwd;
instandhouding: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde;
molen: al dan niet meer voor de oorspronkelijke functie in bedrijf zijnde wind- of watermolen of molenrestant;
rijksmonument: onroerende zaak die deel uitmaakt van het erfgoed en is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;
Sim: Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Artikel 3.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel om de instandhouding van molens te stimuleren ter behoud van het Brabantse cultureel erfgoed.
Artikel 3.3 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
- a.
natuurlijke personen;
- b.
rechtspersonen.
Artikel 3.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 3.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de instandhouding van molens.
Artikel 3.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan de maximale subsidiehoogte, opgenomen in deze paragraaf;
- b.
aan de subsidieaanvrager reeds eerder subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten voor de instandhouding van de molen voor een of meerdere kalenderjaren van het instandhoudingsplan.
Artikel 3.7 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de molen is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;
- b.
de molen is aangewezen als een rijksmonument;
- c.
de subsidieaanvrager beschikt over de beschikking van het Rijk, strekkende tot subsidieverlening op grond van de Sim voor de betreffende molen, inclusief bijlagen inzake het vaststellen van de subsidiabele kosten;
- d.
aan het project ligt een door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geaccordeerd instandhoudingsplan ten grondslag, dat betrekking heeft op de periode 2026-2031 en waarin in ieder geval zijn opgenomen:
- 1°.
een specificatie van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden;
- 2°.
een omschrijving van de hiermee beoogde resultaten;
- 3°.
een actueel inspectierapport dat uiterlijk is opgesteld twee jaar voorafgaand aan de periode van het instandhoudingsplan;
- 4°.
een sluitende meerjarenbegroting waarin wordt aangegeven in welk jaar de onderscheiden werkzaamheden worden verricht.
- 1°.
Artikel 3.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.5, de door het Rijk bij beschikking strekkende tot subsidieverlening op grond van de Sim voor de betreffende molen vastgestelde totale subsidiabele kosten, voor subsidie in aanmerking.
Artikel 3.9 Vereisten subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 20 mei 2026 tot en met 31 november 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een beschikking van het Rijk, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 3.7, onder c, wordt voldaan;
- b.
een door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geaccordeerd instandhoudingsplan, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 3.7, onder d, wordt voldaan;
- c.
een verklaring, waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voldoet aan artikel 3, tweede lid, van de reguliere de-minimisverordening.
- a.
Artikel 3.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 3.9, eerste lid, vast op € 340.000.
Artikel 3.11 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.5, bedraagt 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 10.000.
-
2. Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat over een periode van drie belastingjaren het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden.
Artikel 3.12 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is geldt, voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 3.13 Verantwoording
De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door toezending van een activiteitenverslag.
Artikel 3.14 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag en betalen dit in een keer, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Asv.
Artikel 3.15 Subsidievaststelling
Gedeputeerde Staten stellen de subsidie ambtshalve vast op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv.
Artikel 3.16 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 4 Noodmaatregelen rijksmonumenten
Artikel 4.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
cultuurhistorische waarde: betekenis die aan een rijksmonument wordt toegekend vanwege sporen uit het verleden, die inzicht geven in historische ontwikkelingen, menselijk gebruik, en de identiteit van een locatie;
reconstructie: proces van herbouwen of opnieuw vormgeven van iets dat verdwenen, beschadigd of onvolledig is;
rijksmonument: onroerende zaak, niet zijnde een woonhuis, van nationaal belang dat deel uitmaakt van het erfgoed en is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.
Artikel 4.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van noodmaatregelen aan de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen van rijksmonumenten ter behoud van het Brabants cultureel erfgoed.
Artikel 4.3 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de eigenaar van een rijksmonument, zijnde:
- a.
rechtspersonen;
- b.
natuurlijke personen.
Artikel 4.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het treffen van noodmaatregelen aan de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen van een rijksmonument.
Artikel 4.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
de subsidie aanvrager niet beschikt over een afwijzing op basis van het bereiken van het subsidieplafond in paragraaf 1 van deze subsidieregeling;
- b.
het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan € 24.999;
- c.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- d.
voor het project reeds subsidie is verleend op grond van paragraaf 1 van deze subsidieregeling;
- e.
voor het project reeds subsidie is verleend op grond van deze paragraaf;
- f.
voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten;
- g.
sprake is van reconstructie van een rijksmonument;
- h.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 5.000;
- i.
voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze of een andere provinciale regeling;
- j.
ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- k.
de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 4.7 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in deze paragraaf in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;
- b.
het project is gericht op het treffen van noodmaatregelen aan een rijksmonument;
- c.
de subsidieaanvrager is eigenaar van het rijksmonument;
- d.
de staat van het rijksmonument is in de periode van twee jaar voor het moment van indiening van de aanvraag geïnspecteerd door de Monumentenwacht Noord-Brabant en beoordeelt als slecht;
- e.
uit de inspectie, bedoeld onder d, blijkt dat:
- 1°.
er sprake is van schade aan de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen van een rijksmonument;
- 2°.
de herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn om verdere schade te voorkomen;
- 3°.
de herstelwerkzaamheden zijn bedoeld om de veiligheid te waarborgen;
- 4°.
de herstelwerkzaamheden zijn bedoeld om de cultuurhistorische waarde te beschermen.
- 1°.
Artikel 4.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
materiaalkosten;
- b.
kosten derden.
Artikel 4.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 4.8 komen de kosten die gedekt worden door de verzekeraar niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 4.10 Vereisten subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 18 mei 2026 tot en met 10 november 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een inspectierapport van de Monumentenwacht Noord-Brabant;
- b.
een projectplan;
- c.
een realistische en sluitende begroting.
- a.
Artikel 4.11 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in deze paragraaf voor de periode, genoemd in artikel 4.10, eerste lid, vast op € 400.000.
Artikel 4.12 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 24.999.
Artikel 4.13 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 4.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger:
- a.
rondt het project af binnen een jaar na verlening van de subsidie;
- b.
houdt, indien deze een rechtspersoon is, op grond van artikel 7, eerste lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 4.15 Verantwoording
-
1. De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project.
-
2. Onverminderd het eerste lid, toont de subsidieontvanger die een rechtspersoon is, desgevraagd aan dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van facturen van de uitgevoerde werkzaamheden.
Artikel 4.16 Bevoorschotting en betaling
-
1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. Het voorschot, als bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.
Artikel 4.17 Subsidievaststelling
De subsidie wordt op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.
Artikel 4.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 5 Slotbepalingen
5.1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
5.2 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026.
Ondertekening
’s-Hertogenbosch, 2 december 2025
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl