Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749271
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749271/1
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 2 december 2025, houdende het verstrekken van subsidies ter behoud van cultureel erfgoed (Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026)
Geldend van 11-12-2025 t/m heden
Intitulé
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 2 december 2025, houdende het verstrekken van subsidies ter behoud van cultureel erfgoed (Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026)Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten het wenselijk achten subsidies te verstrekken ter behoud van het Brabantse cultureel erfgoed;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
§ 1 Restauratie van rijksmonumenten
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
erfgoed: zaken die mensen waarderen, zich mee identificeren en willen bewaren voor toekomstige generaties;
industrieel erfgoed: erfgoed ten behoeve van de dagelijkse arbeid in de vorm van fabrieksgebouwen, bruggen, sluizen of molens en alle andere materiële sporen van de industriële maatschappij;
kasteel: erfgoed in de vorm van een zelfstandig versterkt bouwwerk, dat in oorsprong zowel bewoonbaar als verdedigbaar was;
landgoed: erfgoed in de vorm van een gebied van meerdere hectares, met landerijen en tuinen, waar een buitenplaats, landhuis of kasteel op voorkomt;
militair erfgoed: erfgoed in de vorm van forten, kazematten, bunkers, beveiligde onderkomens uit de Koude Oorlog, inundatievoorzieningen;
religieus erfgoed: erfgoed in de vorm van monumentale kerken, synagogen, kloosters, kapellen, abdijen, devotiekapellen en andere gebouwde uitingen van het religieuze leven of hun interieur, niet zijnde woonhuizen in de vorm van pastorieën;
restauratie: handeling die nodig is om het onroerend erfgoed duurzaam, sober en doelmatig in stand te houden ten behoeve van een stabiele, maatschappelijk verantwoorde of duurzame functie;
rijksmonument: onroerende zaak, niet zijnde een woonhuis, die deel uitmaakt van het erfgoed en is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.
Artikel 1.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel de restauratie van rijksmonumenten te stimuleren ter behoud van het Brabantse cultureel erfgoed.
Artikel 1.3 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de eigenaar van een rijksmonument, zijnde:
- a.
rechtspersonen;
- b.
natuurlijke personen.
Artikel 1.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de restauratie van rijksmonumenten in de vorm van:
- a.
religieus erfgoed;
- b.
militair erfgoed;
- c.
industrieel erfgoed;
- d.
kastelen en landgoederen.
Artikel 1.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan de maximale subsidiehoogte, opgenomen in deze paragraaf;
- b.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- c.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 150.000;
- d.
voor het project reeds subsidie is ontvangen op grond van de Subsidieregeling instandhouding monumenten;
- e.
ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- f.
de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 1.7 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project is gericht op een rijksmonument;
- b.
het project is gericht op de restauratie van:
- 1°.
religieus erfgoed;
- 2°.
militair erfgoed;
- 3°.
industrieel erfgoed;
- 4°.
kastelen of landgoederen;
- 1°.
- c.
het rijksmonument is gelegen in de provincie Noord-Brabant;
- d.
de aanvrager is eigenaar van het rijksmonument, blijkend uit een eigendomsakte;
- e.
voor het rijksmonument is reeds aantoonbaar:
- 1°.
een realistische en duurzame bestemming vastgesteld; of
- 2°.
een realistisch plan opgesteld om het duurzaam te bestemmen;
- 1°.
- f.
blijkend uit een projectplan is het restauratieproject er op gericht:
- 1°.
de omvang van de ingreep zo veel mogelijk te beperken;
- 2°.
de oorzaak van de ontstane schade weg te nemen;
- 3°.
eerdere uitgevoerde restauraties met respect te behandelen;
- 1°.
- g.
de subsidieaanvrager besteedt bij het project aandacht aan het aspect duurzaamheid;
- h.
de staat van het rijksmonument is in de periode van twee jaar voor het moment van indiening van de aanvraag geïnspecteerd door de Monumentenwacht Noord-Brabant;
- i.
de subsidieaanvrager beschikt over een onherroepelijke omgevingsvergunning;
- j.
het project is erop gericht dat het rijksmonument binnen een jaar na afronding van het project in gebruik wordt genomen, volgens de daarvoor geldende bestemming;
- k.
de subsidieaanvrager communiceert over het project;
- l.
de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de financiering van het gedeelte van de restauratiekosten dat niet voor subsidie in aanmerking komt voldoende is gewaarborgd.
Artikel 1.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als subsidiabel zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, die als bijlage is opgenomen bij de landelijke Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Artikel 1.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.8 komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als niet subsidiabel zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, die als bijlage is opgenomen bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Artikel 1.10 Vereisten subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 26 januari 2026 tot en met 2 februari 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een restauratieplan, met daarin opgenomen:
- 1°.
een overzicht van de te verrichten werkzaamheden;
- 2°.
de huidige toestand, inclusief de gebreken, blijkend uit tekeningen behorende bij de verleende onherroepelijke omgevingsvergunning;
- 3°.
een bestektekst opgesteld conform een algemeen erkende berekeningssystematiek;
- 4°.
een bij het bestek behorende begroting, opgesteld in het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde format;
- 1°.
- b.
een inspectierapport van de Monumentenwacht Noord-Brabant;
- c.
een eigendomsakte;
- d.
een afschrift van de verleende onherroepelijke omgevingsvergunning inclusief tekeningen;
- e.
een projectplan conform het door Gedeputeerde Staten vastgestelde format.
- a.
Artikel 1.11 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 1.10, eerste lid, vast op € 3.600.000.
Artikel 1.12 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van de subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 400.000.
-
2. Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan €150.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 1.13 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 1.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger:
- a.
nodigt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uit aanwezig te zijn bij de eerste bouwvergadering ten behoeve van de restauratie;
- b.
rondt het project af voor 1 april 2029;
- c.
het rijksmonument wordt binnen een jaar na afronding van het project in gebruik genomen volgens de bestemming, opgenomen in het projectplan;
- d.
documenteert de verrichte werkzaamheden;
- e.
verzorgt ten minste een publicatie in een regionaal beschikbaar medium over de uitvoering van het project;
- f.
overlegt jaarlijks een voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;
- g.
houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijnen, genoemd in het eerste lid, onder b en onder c, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Artikel 1.15 Verantwoording
De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
- c.
een financieel projectverslag, als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv;
- d.
een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Asv.
Artikel 1.16 Bevoorschotting en betaling
-
1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.
Artikel 1.17 Subsidievaststelling
De subsidie wordt op grond van artikel 22, twaalfde lid, van de Asv vastgesteld.
Artikel 1.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 2 Eco-archeologisch onderzoek
Gereserveerd
§ 3 Instandhouding molens
Gereserveerd
§ 4 Noodmaatregelen rijksmonumenten
Artikel 4.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
cultuurhistorische waarde: betekenis die aan een rijksmonument wordt toegekend vanwege sporen uit het verleden, die inzicht geven in historische ontwikkelingen, menselijk gebruik, en de identiteit van een locatie;
reconstructie: proces van herbouwen of opnieuw vormgeven van iets dat verdwenen, beschadigd of onvolledig is;
rijksmonument: onroerende zaak, niet zijnde een woonhuis, van nationaal belang dat deel uitmaakt van het erfgoed en is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.
Artikel 4.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van noodmaatregelen aan de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen van rijksmonumenten ter behoud van het Brabants cultureel erfgoed.
Artikel 4.3 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de eigenaar van een rijksmonument, zijnde:
- a.
rechtspersonen;
- b.
natuurlijke personen.
Artikel 4.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het treffen van noodmaatregelen aan de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen van een rijksmonument.
Artikel 4.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
de subsidie aanvrager niet beschikt over een afwijzing op basis van het bereiken van het subsidieplafond in paragraaf 1 van deze subsidieregeling;
- b.
het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan € 24.999;
- c.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- d.
voor het project reeds subsidie is verleend op grond van paragraaf 1 van deze subsidieregeling;
- e.
voor het project reeds subsidie is verleend op grond van deze paragraaf;
- f.
voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten;
- g.
sprake is van reconstructie van een rijksmonument;
- h.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 5.000;
- i.
voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze of een andere provinciale regeling;
- j.
ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- k.
de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 4.7 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in deze paragraaf in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;
- b.
het project is gericht op het treffen van noodmaatregelen aan een rijksmonument;
- c.
de subsidieaanvrager is eigenaar van het rijksmonument;
- d.
de staat van het rijksmonument is in de periode van twee jaar voor het moment van indiening van de aanvraag geïnspecteerd door de Monumentenwacht Noord-Brabant en beoordeelt als slecht;
- e.
uit de inspectie, bedoeld onder d, blijkt dat:
- 1°.
er sprake is van schade aan de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen van een rijksmonument;
- 2°.
de herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn om verdere schade te voorkomen;
- 3°.
de herstelwerkzaamheden zijn bedoeld om de veiligheid te waarborgen;
- 4°.
de herstelwerkzaamheden zijn bedoeld om de cultuurhistorische waarde te beschermen.
- 1°.
Artikel 4.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
materiaalkosten;
- b.
kosten derden.
Artikel 4.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 4.8 komen de kosten die gedekt worden door de verzekeraar niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 4.10 Vereisten subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 18 mei 2026 tot en met 10 november 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een inspectierapport van de Monumentenwacht Noord-Brabant;
- b.
een projectplan;
- c.
een realistische en sluitende begroting.
- a.
Artikel 4.11 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in deze paragraaf voor de periode, genoemd in artikel 4.10, eerste lid, vast op € 400.000.
Artikel 4.12 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 24.999.
Artikel 4.13 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 4.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger:
- a.
rondt het project af binnen een jaar na verlening van de subsidie;
- b.
houdt, indien deze een rechtspersoon is, op grond van artikel 7, eerste lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 4.15 Verantwoording
-
1. De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project.
-
2. Onverminderd het eerste lid, toont de subsidieontvanger die een rechtspersoon is, desgevraagd aan dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van facturen van de uitgevoerde werkzaamheden.
Artikel 4.16 Bevoorschotting en betaling
-
1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. Het voorschot, als bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.
Artikel 4.17 Subsidievaststelling
De subsidie wordt op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.
Artikel 4.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 5 Slotbepalingen
5.1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
5.2 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026.
Ondertekening
’s-Hertogenbosch, 2 december 2025
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026
I. Algemeen
Inleiding
Cultureel erfgoed is wat wij hebben geërfd van onze voorouders. Zaken die mensen waarderen, waar men zich mee identificeert en die men wil bewaren om van te genieten en/of te onderzoeken voor en door toekomstige generaties. Dat alles noemen we ‘erfgoed’. Bij erfgoed gaat het niet alleen om gebouwen en landschap (cultuurhistorische waarden) uit het verleden, maar ook om voorwerpen, documenten en gebruiken uit vroeger tijden. Erfgoed kan materieel zijn (roerend en onroerend) en immaterieel (gebruiken en tradities). Erfgoed is van iedereen en iedereen kan meedoen in de zorg voor erfgoed. De intrinsieke waarde van erfgoed gaat vooral over de cultuur-historische betekenis: het verhaal dat vertelt over ons verleden en dat ons maakt tot de Brabanders die we nu zijn. De aanwezigheid van erfgoed en de betrokkenheid van mensen hierbij vergroot de leefbaarheid, gemeenschapsgevoel, verbindt, geeft identiteit, maakt trots, inspireert en biedt houvast in onzekere tijden. Daarom is behoud van erfgoed en haar verhalen belangrijk. Erfgoed levert daarnaast een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving. Het draagt bij aan de profilering van een plek of een regio. Erfgoed kan daarmee richting geven aan regionale ruimtelijke ontwikkelingen.
Juridisch kader
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten dan wel nakomen van de verplichtingen. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant (Ras) nog diverse algemene bepalingen met betrekking tot subsidie vastgelegd. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieregeling. Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus ook de Awb en de Asv in combinatie met de Ras relevant.
Paragraaf 1 Restauratie van rijksmonumenten
Inleiding
Paragraaf 1 is gericht op restauratie van rijksmonumenten. Het behoud van rijksmonumenten is als een doel benoemd in het beleidskader Levendig Brabant. Rijksmonumenten die aansluiten bij de verhalen van Brabant, in de regeling benoemd als religieus erfgoed, militair erfgoed, fabrieken en molens, kastelen en landgoederen, komen in aanmerking om een subsidieaanvraag in te dienen voor het duurzaam en met terughoudendheid te restaureren. Subsidie wordt verleend aan kosten die gemaakt worden voor het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle en monumentale onderdelen van het rijksmonument. Deze kosten zijn door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) opgenomen in de Leidraad Subsidiabele Kosten. In samenwerking met de RCE worden hiermee de subsidiabele kosten bepaald.
Bij de aanvraag voor subsidie is het belangrijk dat het plan voor de restauratie duidelijk en compleet is, daarvoor verwijzen we naar de eisen die zijn gesteld in de subsidieregeling. De aanvraag moet in ieder geval onderbouwd zijn met tekeningen en een overzicht van de te verwachte kosten. We eisen een onherroepelijke omgevingsvergunning om deze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Aanvragen zonder een onherroepelijke omgevingsvergunning en bijbehorende tekeningen worden geweigerd.
Staatssteun
Er is sprake van staatssteun indien steun wordt toegekend aan een onderneming die daarmee een voordeel onder niet marktconforme omstandigheden ontvangt. Onder deze paragraaf zal voor een deel sprake zijn van steun aan particuliere eigenaren van een monument, welke geen onderneming zijn. Indien in een monument wel een onderneming is gevestigd, ontstaat met een vergoeding voor de kosten een voordeel en dus ook staatssteun. Voor die gevallen maken Gedeputeerde Staten gebruik van de vrijstelling onder artikel 53 van de Algemene groepsvrijstelling. Restauratie en reparatie van monumenten past onder materieel erfgoed, bedoeld in lid 2 onder b, waarvoor conform lid 3 investeringssteun mogelijk is.
Paragraaf 2 Eco-archeologisch onderzoek (Gereserveerd)
Inleiding
Staatssteun
Paragraaf 3 Instandhouding molens (Gereserveerd)
Inleiding
Staatssteun
Paragraaf 4 Noodmaatregelen rijksmonumenten
Inleiding
Paragraaf 4 is gericht op het treffen van noodmaatregelen. Doel van subsidie, op grond van deze paragraaf, is om eigenaren van rijksmonumenten, die niet beschikken over een afwijzing op basis van het bereiken van het subsidieplafond in paragraaf 1 van deze regeling, door middel van een financiële impuls een handreiking te doen om zo spoedig mogelijk de schade aan deze waardevolle monumenten te verhelpen. Het gaat hier nadrukkelijk om cultuurhistorische waardevolle onderdelen die verloren zouden gaan als er niet direct wordt ingegrepen. Per rijksmonument is er de mogelijkheid om eenmalig subsidie aan te vragen. Bij ingewikkelde vragen en ingewikkelde restauraties zal de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed worden betrokken. Eigenaren van woningen worden uitgesloten van deze subsidiemogelijkheid omdat voor hen al andere financiële mogelijkheden bestaan.
Staatssteun
Er is sprake van staatssteun indien steun wordt toegekend aan een onderneming die daarmee een voordeel onder niet marktconforme omstandigheden ontvangt. Onder deze paragraaf zal voor een deel sprake zijn van steun aan particuliere eigenaren van een monument, welke geen onderneming zijn. Indien in een monument wel een onderneming is gevestigd, ontstaat met een vergoeding voor de kosten een voordeel en dus ook staatssteun. Voor die gevallen maken Gedeputeerde Staten gebruik van de vrijstelling onder artikel 53 van de Algemene groepsvrijstelling. Restauratie en reparatie van monumenten past onder materieel erfgoed, bedoeld in lid 2 onder b, waarvoor conform lid 3 investeringssteun mogelijk is.
II. Artikelsgewijs
Paragraaf 1 Restauratie van rijksmonumenten
Artikel 1.6 Weigeringsgronden
De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Asv.
Artikel 1.8 Subsidiabele kosten
In de Rijkssubsidieregeling Instandhouding monumenten is bepaald dat alleen de extra kosten voor instandhouding en herstel van het monument voor vergoeding in aanmerking komen. Het gaat om de kosten die uit technisch oogpunt noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het monument. Kosten in verband met verbetering van het comfort of voor uitbreiding van de gebouwen zijn niet subsidiabel. Door aan te sluiten bij de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013, wordt voldaan aan de eisen uit de rijkssubsidieregeling instandhouding monumenten. In de Leidraad zijn de kosten voor comfort of uitbreiding reeds uitgesloten.
Paragraaf 4 Noodmaatregelen rijksmonumenten
Artikel 4.1 Begripsbepalingen
Cultuurhistorische waarden kunnen onder meer bestaan uit bouwkundige elementen, maar ook uit aspecten als schoonheid, ouderdom en uniciteit.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Noodmaatregelen voor erfgoedlocaties en rijksmonumenten omvatten het treffen van snelle acties om verdere schade te voorkomen. De noodmaatregelen zijn bedoeld om de cultuurhistorische waarde van het monument te beschermen.
Artikel 4.6 Weigeringsgronden
Onder f Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten
De Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten betreft een regeling van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl