Verordening op de heffing en de invordering van leges Delft 2026

Geldend van 10-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van leges Delft 2026

De raad van de gemeente Delft,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2025

gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;

gezien het advies van de commissie Economie, Financiën en Bestuur;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van leges Delft 2026 (Legesverordening Delft 2026).

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • -

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • -

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • -

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • -

    maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • -

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • a.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;

  • b.

    het verlenen van een dienst op aanvraag; of

  • c.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

  • c.

    het afgeven van verklaringen omtrent inkomen en vermogen;

  • d.

    het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, loon of bezoldiging;

  • e.

    het afgeven van een uittreksel uit de basisregistratie personen, nodig voor de aanvraag van een gerechtelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) en volgend op een verklaring ex. artikel 285 Faillissementswet;

  • f.

    het afgeven van beschikkingen op verzoekschriften en bezwaarschriften ter zake van gemeentelijke belastingen, dan wel het eenmalig afgeven van een duplicaat van een aanslag-biljet;

  • g.

    de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissingen op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas;

  • h.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) worden verhaald;

  • i.

    het oprichten of veranderen, of het veranderen van de werking, of het in werking hebben van een (milieu)inrichting of mijnbouwwerk.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen twee maanden na de dagtekening van de kennisgeving

    • c.

      langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen twee maanden na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

    • d.

      langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen twee maanden na dagtekening van kennisgeving.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven volgens het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00.

  • 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt kwijtschelding verleend volgens de Verordening kwijtschelding Delft 2013.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);

    • 2.

      paragraaf 1.3 (rijbewijzen);

    • 3.

      artikel 1.19 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

    • 4.

      artikel 1.27, onder a (verklaring omtrent het gedrag);

    • 5.

      artikel 1.33 (Wet op de kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht

De Legesverordening Delft 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening Delft 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november 2025.

De voorzitter,

De griffier,

Tarieventabel, behorende bij Legesverordening Delft 2026

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening

  • Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand

    Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

    Paragraaf 1.3 Rijbewijzen

    Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

    Paragraaf 1.5 Bestuursstukken

    Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie

    Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken

    Paragraaf 1.8 Gemeentearchief

    Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten

    Paragraaf 1.10 Diversen

Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet

  • Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

    Paragraaf 2.2 Voorfase

    Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

    Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

    Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten

    Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten

    Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten

    Paragraaf 2.8 Overige activiteiten

    Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften

    Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid

    Paragraaf 2.11 Overige tarieven

    Paragraaf 2.12 Modaliteiten

    Paragraaf 2.13 Vermindering

    Paragraaf 2.14 Teruggaaf

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2

  • Paragraaf 3.1 Horeca

    Paragraaf 3.2 Seksbedrijven

    Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet

    Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt

    Paragraaf 3.5 Standplaatsen

    Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014

    Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING

Tarief 2026

Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand

 

Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap

 

1.

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op:

 

 

a.

op maandag tot en met donderdag:

€ 516,10

 

b.

op vrijdag:

€ 708,80

 

c.

op zaterdag:

€ 1.150,55

 

d.

op zon- en algemeen erkende feestdagen:

€ 2.381,85

2.

Het tarief bedraagt voor een eenvoudige huwelijksvoltrekking door een ambtenaar van de publieksbalie in het Stadskantoor:

€ 230,85

Artikel 1.2 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk

 

1.

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op:

 

 

a.

op maandag tot en met donderdag

€ 516,10

 

b.

op vrijdag:

€ 708,80

 

c.

op zaterdag:

€ 1.150,55

 

d.

op zon- en algemeen erkende feestdagen:

€ 2.381,85

2.

Het tarief bedraagt voor een eenvoudige omzetting door een ambtenaar van de publieksbalie in het Stadskantoor:

€ 75,00

Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis

 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

€ 439,30

Artikel 1.4 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis

 

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

€ 439,30

Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag

 

Gereserveerd

 

Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente

 

Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:

€ 22,90

Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum

 

Het tarief bedraagt voor het annuleren of verzetten van een reeds gereserveerde huwelijksvoltrekking, registratie van partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk:

€ 111,30

Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje, carillonspel Nieuwe Kerk

 

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

 

a.

een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering

€ 23,85

b.

een trouwboekje of partnerschapsboekje in een luxe uitvoering

€ 49,35

c.

voor een gekalligrafeerde versie van het trouwboekje of partnerschapboekje wordt het tarief verhoogd met

€ 29,30

d.

carillonspel Nieuwe Kerk bij aankomst en vertrek:

€ 127,15

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

 

Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

 

a.

een nationaal paspoort:

 

 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 86,85

 

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 65,70

b.

een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort):

 

 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 86,85

 

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 65,70

c.

een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 86,85

 

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 65,70

d.

een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

€ 65,70

Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

 

a.

een Nederlandse identiteitskaart:

 

 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 78,50

 

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 42,35

b.

een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:

€ 38,25

Artikel 1.11 Modaliteiten

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

a.

voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:

€ 59,10

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen

 

Artikel 1.12 Rijbewijzen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:

€ 52,10

Artikel 1.13 Modaliteiten

 

Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met:

€ 39,65

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

 

Artikel 1.14 Definities

 

1.

Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

2.

Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.

 

Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:

€ 11,80

b.

tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar:

 

 

1.

voor 100 verstrekkingen:

€ 1.008,55

 

2.

voor 500 verstrekkingen:

€ 3.895,60

 

3.

voor 1.000 verstrekkingen:

€ 6.153,45

Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens:

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van gegevens langs geautomatiseerde weg:

 

 

1.

per persoon:

€ 0,30

 

2.

met een minimum van:

€ 183,50

b.

tot het verstrekken van gegevens per tape:

 

 

1.

per persoon:

€ 0,05

 

2.

met een minimum van:

€ 28,90

c.

tot het verstrekken van gegevens per plaketiket:

 

 

1.

per persoon:

€ 0,05

 

2.

met een minimum van:

€ 28,90

d.

tot het verstrekken van gegevens per fax:

 

 

1.

per eerste 3 vellen A4:

€ 2,20

 

2.

per ieder volgend vel A4:

€ 0,70

Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking

 

Gereserveerd

 

Artikel 1.18 Op verzoek doornemen basisregistratie personen

 

Het tarief bedraagt voor het doen van naspeuringen in de basisregistratie personen, per ieder daaraan besteed uur:

€ 73,90

Paragraaf 1.5 Bestuursstukken

 

Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken

 

Gereserveerd

 

Artikel 1.20 Abonnement op bestuursstukken

 

Gereserveerd

 

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie

 

Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie

 

Het tarief bedraagt voor:

 

a.

het verlenen van inzage of schriftelijke informatie in stukken betreffende een bestaand bouwwerk, bestemmingsplan of bouwvoorschriften voor elk bouwwerk, indien gewenst, inclusief mondelinge bouwkundige toelichting per ½ uur of deel daarvan benodigd voor het leveren van deze informatie (exclusief kosten kopieerwerk):

€ 46,65

b.

Leges als bedoeld onder a. zijn niet verschuldigd bij inzage voor wetenschappelijk onderzoek door een student, die een geldige collegekaart op eigen naam toont.

 

Artikel 1.22 Informatie uit registers

 

Gereserveerd

 

Artikel 1.23 Informatie uit adressenbestanden

 

Gereserveerd

 

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken

 

Artikel 1.24 Gemeentegarantie

 

Gereserveerd

 

Artikel 1.25 Overige publiekszaken

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand: het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

b.

tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn:

€ 11,80

c.

tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening:

€ 11,80

d.

tot het verstrekken van een gewaarmerkt afschrift of stuk:

€ 11,80

e.

tot het verstrekken van een ambtelijke verklaring:

€ 11,80

f.

tot het verstrekken van een verklaring omtrent gedrag: het tarief zoals dat is opgenomen in de "Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden":

 

g.

tot het verkrijgen van een besluit van de burgemeester als bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging:

€ 59,10

h.

tot het verkrijgen van een zogenaamd laissez-passer voor lijken als bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst inzake het vervoer van lijken, Straatsburg 26-10-1973, Trb, 1975, 95:

€ 32,15

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief

 

Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief

 

Gereserveerd

 

Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief

 

Gereserveerd

 

Artikel 1.28 Uitlenen archiefbescheiden

 

Gereserveerd

 

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten

 

Artikel 1.29 Huisvestingswet 2014

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

 

a.

een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:

€ 71,35

 

b.

een voorrangsverklaring (urgentie) op grond van de huisvestingsverordening:

€ 76,30

 

c.

om verlenging van de onder b. genoemde verklaring:

€ 38,05

2.

Het tarief genoemd onder b. wordt niet geheven van degene, die als gevolg van door de overheid getroffen maatregelen verplicht wordt naar een andere woongelegenheid te verhuizen.

 

Artikel 1.30 Leegstandswet

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

 

a.

een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet:

€ 70,75

 

b.

verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:

€ 35,35

Artikel 1.31 Wet op de kansspelen

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

 

a.

voor één speelautomaat, vergunning voor onbepaalde tijd:

€ 226,50

 

b.

voor twee speelautomaten, vergunning voor onbepaalde tijd:

€ 362,00

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de Kansspelen (loterijvergunning):

€ 89,45

Artikel 1.32 Telecommunicatiewet

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming op grond van Hoofdstuk III van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Delft 2015:

 

 

a.

van 0 tot en met 10 strekkende meter sleuf:

€ 91,85

 

b.

van 10 tot en met 100 strekkende meter sleuf:

€ 529,10

 

c.

van 100 tot en met 500 strekkende meter sleuf:

€ 818,90

 

d.

van 500 tot en met 1000 strekkende meter sleuf:

€ 1.359,60

 

e.

van 1000 strekkende meter sleuf en meer:

€ 2.703,05

2.

Het tarief wordt verminderd met de van de melder verkregen of te verkrijgen privaatrechtelijke vergoeding voor beheerskosten in verband met de werkzaamheden, met dien verstande dat de uitkomst van de vermindering niet minder dan nihil kan bedragen.

 

3.

Het tarief bedraagt voor het houden van vooroverleg, eventueel gecombineerd met de afhandeling van een verzoek tot bezichtiging, om een indicatie te krijgen van de mogelijkheden voor medegebruik van publieke infrastructuur van de gemeente voor het plaatsen van small cells als bedoeld in artikel 5c.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet:

€ 469,70

4.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot medegebruik van publieke infrastructuur van de gemeente voor de plaatsing van small cells als bedoeld in artikel 5c 2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet:

€ 469,70

 

a.

en voor medegebruik van 1 tot en met 20 gemeentelijke objecten per object:

€ 176,10

 

b.

en voor medegebruik van 21 en meer gemeentelijke objecten per object:

€ 117,35

5

Als het verzoek bedoeld in onderdeel 1.32, vierde lid is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in artikel 1.32, derde lid, bestaat aanspraak op teruggaaf van:

100,00%

 

van de voor het vooroverleg geheven leges als het verzoek:

 

 

  • a.

    hetzelfde medegebruik betreft als waarop het vooroverleg betrekking had;

  • b.

    in overeenstemming is met de uitkomsten van het vooroverleg en

  • c.

    is gedaan binnen 12 weken na het laatste vooroverleg.

 

Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in de Regels verkeersontheffingen RVV Delft:

 

 

a.

voor een dagontheffing volgens artikelen 1.10 en 1.11 en artikelen 4.5, 4.6, 4.7, 4.8 voor zover de ontheffing één dag geldig is, van deze beleidsregels:

€ 37,90

 

b.

voor een ontheffing langer dan één dag volgens artikel 1.12 en artikelen 4.5, 4.6, 4.7, 4.8 voor zover de ontheffing langer dan één dag geldig is, van deze beleidsregels:

€ 91,10

 

c.

voor een ontheffing volgens artikelen 1.13 lid 2a, 1.14 lid 3a t/m 3e, 1.16 en artikel 3.2 lid 1 van deze beleidsregels:

€ 0,00

 

d.

voor een ontheffing volgens artikel 1.15 en artikel 3.2 lid 2 en lid 3 van deze beleidsregels:

€ 148,25

 

e.

voor een ontheffing volgens artikelen 1.13 lid 2b t/m 2d, 1.14 lid 3f t/m lid 3L, 1.17 en 1.18 en artikel 3.2 lid 5 van deze beleidsregels:

€ 103,80

 

f.

voor een ontheffing volgens artikelen 2.4, 2.5, 2.6 en artikel 4.9 overige ontheffingen:

€ 144,70

 

g.

voor een dagontheffing toegang autoluw-plus volgens artikel 1.9 van deze beleidsregels:

€ 1,00

 

h.

voor een dagontheffing milieuzone volgens artikel 2.3 van deze beleidsregels:

€ 30,30

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) of de Regeling gehandicaptenparkeerkaart of de Regionale gehandicaptenparkeerregeling:

 

 

a.

voor een landelijke of regionale gehandicaptenparkeerkaart waarbij medisch- of dossieronderzoek noodzakelijk is:

€ 265,90

 

b.

Vervallen

 

 

c.

voor een landelijke of regionale gehandicaptenparkeerkaart waarbij geen medisch- of dossieronderzoek noodzakelijk is:

€ 73,80

 

d.

in geval van vervanging van de gehandicaptenparkeerkaart:

€ 14,55

3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning of ontheffing als bedoeld in de Perkeerverordening Delft 2020:

 

 

a.

op grond van artikel 3 lid 3 onder:

a (bewonersvergunning);

b (bedrijfsvergunning);

c (bezoekersvergunning bewoners);

d (bezoekersvergunning bedrijven);

e (zorgverlenersvergunning);

h.(overall parkeervergunning);

i (functionele vergunning);

j (autodeelvergunning);

l (verenigingenvergunning);

m (verhuisvergunning);

n (bezoekersvergunning verhuizen)

van deze verordening:

€ 6,20

 

b.

op grond van artikel 7 lid 3 van deze verordening:

€ 11,00

4.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

 

a.

het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij een woon- of werkadres:

€ 338,85

 

b.

het wijzigen van de locatie van de gehandicaptenparkeerplaats:

€ 240,75

 

c.

het verwerken van de wijziging van een kenteken:

€ 87,50

 

d.

het verwerken van de wijziging van venstertijden:

€ 215,80

 

e.

het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op openbaar toegankelijk eigen terrein:

€ 125,80

 

f.

het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op een locatie die al als zodanig is ingericht:

€ 233,00

 

g.

Indien de aanvraag onder a. t/m f. wordt geweigerd bedraagt het tarief:

€ 0,00

5.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van het aanleggen van een gereserveerde deelautoparkeerplaats:

€ 1.397,50

6.

Het onttrekken van een weg of weggedeelte aan het openbaar verkeer als bedoeld in artikel 11 van de Wegenwet:

€ 1.887,85

Paragraaf 1.10 Diversen

Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per afschrift:

€ 6,50

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van afschriften, gedrukte stukken, fotokopieën, doorslagen en dergelijke, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

 

a.

per pagina formaat A4:

€ 0,30

 

b.

per pagina formaat A4 in kleur:

€ 0,70

 

c.

per pagina formaat A3:

€ 0,50

 

d.

per pagina formaat A2:

€ 9,80

 

e.

per pagina formaat A1:

€ 10,90

 

f.

per pagina formaat A0:

€ 12,15

3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gunstige of niet geheel afwijzende beschikking op een verzoekschrift, een vergunning, dan wel een ander stuk in het persoonlijk belang van de aanvrager opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per beschikking, vergunning of stuk:

€ 6,50

4.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een verklaring in verband met onderhoudswerkzaamheden aan monumenten:

€ 183,75

Artikel 1.35 Verordening openbaar gemeentewater Delft (VOGD)

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de VOGD (het bevaren van openbaar gemeentewater):

€ 116,35

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de VOGD (maximum snelheid):

€ 116,35

3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 6 lid 2 van de VOGD (ontheffing afmeerverbod):

 

 

a.

voor een recreatief schip als bedoeld in artikel 9:

€ 93,10

 

b.

voor een schip langer dan 12 meter als bedoeld in artikel 10:

€ 93,10

 

c.

voor een dekschuit als bedoeld in artikel 12:

€ 116,35

 

d.

voor een terrasboot als bedoeld in artikel 13:

€ 269,55

 

e.

voor een terrasboot als bedoeld in artikel 14:

€ 116,40

 

f.

voor een woonschip als bedoeld in artikel 15:

€ 533,20

 

g.

voor een woonschip als bedoeld in artikel 15- overname:

€ 186,25

4.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 8 lid 4 van de VOGD (algemene afmeerregels):

€ 119,55

5.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 16 lid 2 van de VOGD (exploitatie vaartuigen):

€ 162,35

6.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 17 lid 2 van de VOGD (niet toegestane handelingen):

 

 

a.

om te baggeren, te dreggen, of te steken in de waterbodem als bedoeld in artikel 17 lid 1 sub a:

€ 162,35

 

b.

om veranderingen te brengen in of aan kaden, bermen, groenstroken, beschoeiingen, glooiingen, jaagpaden, ed., in eigendom van of beheer bij de gemeente, grenzend aan openbaar gemeentewater als bedoeld in artikel 17 lid 1 sub b:

€ 162,35

 

c.

om in, of langs of boven openbaar gemeentewater een aanleg-, los- of laadplaats, paal, damwand, trap, stoep, steiger, voetpad, oprit, leuning, ed. te maken, te hebben, te veranderen of op te ruimen als bedoeld in artikel 17 lid 1 sub c:

€ 128,65

 

d.

om schade toe te brengen aan de vegetatie op, of in het water of aan de kademuren als bedoeld in artikel 17 lid 1 sub j:

€ 183,75

7.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 18 lid 2 van de VOGD (voorwerp over of boven gemeentewater):

€ 116,35

Artikel 1.36 APV vergunningen

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:

 

 

a.

het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5.16 van de Algemene plaatselijke verordening voor een reguliere standplaats voor maximaal 5 jaar op gemeentegrond:

€ 322,40

 

b.

het verkrijgen van een vergunning voor een reguliere standplaats als bedoeld in artikel 5.16 op niet-gemeentegrond:

€ 351,65

 

c.

het verkrijgen van een vergunning voor een tijdelijke standplaats als bedoeld in artikel 5.16 ten behoeve van de verkoop van oliebollen, kerstbomen of andere activiteiten:

€ 172,70

 

d.

het verkrijgen van een ontheffing voor het aanleggen, stoken of hebben van een vuur op grond van artikel 5.24, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft:

€ 30,90

 

e.

het verkrijgen van een vergunning voor deeltweewielers zoals bedoeld in artikel 2.7a van de Algemene plaatselijke verordening Delft:  

€ 1.213,95

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding dan wel een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning en/of ontheffing als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening voor Delf voor enig ander vergunning- of ontheffingplichtig feit, niet vallend onder een specifiek artikel van deze tabel:

€ 118,80

3.

Het tarief als bedoeld in dit artikel wordt, indien de aanvraag wordt ingediend nadat de voorziening is uitgevoerd of activiteit is gestart verhoogd met:

50,00%

Artikel 1.37 Huisnummering

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek om intrekking, wijziging of afgifte van één of meer huisnummer(s), per huisnummer:

€ 220,65

2.

Indien het verzoek meer dan 10 huisnummers betreft, bedraagt het tarief:

€ 2.204,20

Artikel 1.38 Milieuvergunningen

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een

 

 

a.

ontheffing afvalwater niet-inrichtingen als bedoeld in artikel 10.63 van de Wet Milieubeheer:

€ 143,95

 

b.

ontheffing route gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen:

€ 356,05

Artikel 1.39 Ontheffingen van de nul-emissiezone

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing van het verbod om toegang te hebben tot de nul-emissiezone, bedoeld in artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990:

 

 

a.

voor een dagonheffing als bedoeld in paragraaf 2 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone Delft:

€ 30,00

 

b.

voor een langdurige ontheffing als bedoeld in paragraaf 1 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone Delft 2025, met uitzondering van de ontheffing voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto´s, bedoeld in artikel 7 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone Delft:

€ 100,00

 

c.

voor een langdurige ontheffing voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto´s als bedoeld in artikel 7 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone Delft:

€ 60,00

 

d.

gemeente-specifieke ontheffing als bedoeld in paragraaf 3 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone Delft:

€ 250,00

 

e.

voor een langdurige ontheffing voor dierenambulances als bedoeld in artikel 10 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone Delft:

€ 25,00

2.

Vervallen

 

HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

 

Artikel 2.1 Definities

 

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

Tarief 2026

1.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

 

2.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

 

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

 

 

-

binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;

 

 

-

binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

 

4.

In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:

  • -

    onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;

  • -

    onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;

  • -

    onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.

 

Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven

 

Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

omgevingsoverleg;

 

b.

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

 

c.

een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

 

d.

toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

 

e.

een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;

 

f.

intrekking van een omgevingsvergunning;

 

g.

wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;

 

h.

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

 

Artikel 2.3 Bepalen tarief

 

1.

De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

 

2.

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

 

3.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

 

4.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

 

5.

Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

 

6.

In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

Paragraaf 2.2 Voorfase

 

Artikel 2.4 Omgevingsoverleg

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, per overleg:

 

 

a.    

als de activiteit betreft het verbouwen van een bestaande woning, en/of (ver)bouw van een bouwwerk op het bijbehorende erf:

€ 188,70

 

b.    

voor alle overige activiteiten:

€ 269,60

2.

Indien in geval van activiteiten als bedoeld in het eerste lid, sub b, sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zonder vereist advies van de gemeenteraad, wordt het tarief bij elk vervolgoverleg verhoogd met:

€ 539,20

3.

Indien in geval van activiteiten als bedoeld onder lid 1 sub b, sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met een vereist advies van de gemeenteraad, wordt het tarief bij elk vervolgoverleg verhoogd met:

€ 1.617,70

4.

Onverminderd het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om informeel overleg of formeel vooroverleg met de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit, per overleg:

€ 215,65

5.

Als omgevingsoverleg is aangevraagd voor activiteiten waarvoor geen vergunningplicht geldt worden hiervoor geen leges geheven.

 

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

 

Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

indien de bouwkosten minder dan € 50.000 bedragen:

1,35%

 

van de bouwkosten, met een minimum van:

€ 109,35

b.

indien de bouwkosten € 50.000 tot € 250.000 bedragen:

1,28%

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 35,00

c.

indien de bouwkosten € 250.000 tot € 750.000 bedragen:

1,21%

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 210,00

d.

indien de bouwkosten € 750.000 tot € 1.000.000 bedragen:

1,13%

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 810,00

e.

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen:

1,11%

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 1.010,00

f.

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 20.000.000 bedragen:

0,86%

 

van de bouwkosten vermeerderd met:

€ 13.510,00

g.

indien de bouwkosten € 20.000.000 of meer bedragen:

0,59%

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 67.510,00

 

met een maximum van:

€ 230.397,60

Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijk deel)

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

indien de bouwkosten minder dan € 50.000 bedragen:

2,04%

 

 

van de bouwkosten, met een minimum van:

€ 350,00

 

b.    

indien de bouwkosten € 50.000 tot € 250.000 bedragen:

1,91%

 

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 65,00

 

c.

indien de bouwkosten € 250.000 tot € 750.000 bedragen:

1,80%

 

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 340,00

 

d.

indien de bouwkosten € 750.000 tot € 1.000.000 bedragen:

1,69%

 

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 1.165,00

 

e.

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen:

1,68%

 

 

van de bouwkosten vermeerderd met:

€ 1.265,00

 

f.

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 20.000.000 bedragen:

1,28%

 

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 21.265,00

 

g.

indien de bouwkosten € 20.000.000 of meer bedragen:

0,88%

 

 

van de bouwkosten, vermeerderd met:

€ 101.265,00

2.

Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een buitenplanse activiteit betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met, afhankelijk van de bouwsom:

 

 

1.

bij bouwkosten tot € 100.000:

€ 296,15

 

2.

bij bouwkosten van € 100.0000 tot € 300.000:

€ 786,80

 

3.

bij bouwkosten van € 300.000 tot € 1.000.000:

€ 2.622,75

 

4.

bij bouwkosten van € € 1.000.000 tot € 20.000.000:

€ 7.868,25

 

5.

bij bouwkosten van € 20.000.000 of meer:

€ 10.491,00

Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 597,45

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

 

Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit of rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

1,36%

 

 

van de sloop- en bouwkosten, met een minimum van:

€ 163,55

 

 

met een maximum van:

€ 163.371,45

Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

1,36%

 

 

met een maximum van:

€ 163.371,45

Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: van de sloopkosten

1,57%

 

a.

met een minimum van:

€ 163,55

 

b.

en een maximum van:

€ 163.371,45

Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed

 

Gereserveerd

 

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten

 

Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 3.688,65

Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.688,65

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.073,90

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.459,10

Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.688,65

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.073,90

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.459,10

Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.688,65

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.073,90

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.459,10

Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.688,65

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.073,90

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.459,10

Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.688,65

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.073,90

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.459,10

Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.688,65

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.073,90

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.459,10

Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 3.688,65

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.073,90

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.459,10

Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten

 

Gereserveerd

 

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten

 

Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 575,80

Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 1.151,65

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten

 

Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg of spoorweg

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:8 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 608,90

Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 608,90

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten

 

Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 1 van de Bomenverordening Delft 2013 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 151,85

Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame

 

Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel […] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:

€ 151,85

b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd:

€ 151,85

Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.34 Andere activiteiten

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk:

€ 135,90

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften

 

Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

 

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:

 

a.

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

 

 

1.    

het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

 

 

2.    

bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

 

 

3.    

het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of

 

 

4.    

het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

 

 

per maatwerkvoorschrift:

€ 786,80

Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

 

1.

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

 

 

a.

één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:

€ 3.688,65

 

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit:

€ 3.073,90

 

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit:

€ 2.459,10

2.

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 3.688,65

Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

 

Gereserveerd

 

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid

 

Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel

 

1.

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:

 

 

a.

een bouwactiviteit, bedraagt het tarief:

€ 786,80

 

b.

een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief:

€ 786,80

 

c.

een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b, of lid 2, bedraagt het tarief:

€ 786,80

2.

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief:

€ 2.459,10

Paragraaf 2.11 Overige tarieven

 

Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:

 

 

a.

als de omgevingsvergunning is aangevraagd voor 1 januari 2024: 60% van het opgelegde legesbedrag;

 

 

b.

als de omgevingsvergunning is aangevraagdop of na 1 januari 2024: het bedrag dat is opgelegd op grond van artikel 2.6

 

Artikel 2.40 Geringe wijziging omgevingsvergunning

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een geringe wijziging van een omgevingsvergunning:

€ 119,90

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van de tenaamstelling van een omgevingsvergunning:

€ 119,90

Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten

 

De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

 

Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan

 

Bij een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan is afdeling 3.6 Omgevingswet (kostenverhaal) van toepassing.

 

Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:

€ 605,45

Paragraaf 2.12 Modaliteiten

 

Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:

10%

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:

€ 539,20

Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:

 

a.

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 345,00

b.

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

€ 119,90

c.

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

€ 3.688,65

d.

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:

€ 345,00

Artikel 2.50 Advies

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

 

 

a.

voor een advies van de gemeenteraad:

€ 345,00

 

b.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit 2022 dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:

€ 345,00

 

c.

voor een verplicht advies van de agrarische commissie indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is:

€ 345,00

 

d.

voor een eenvoudig cultuurhistorisch onderzoek (quickscan) ten behoeve van activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten of een advies van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed:

€ 345,00

 

e.

voor een archeologisch advies wanneer geen archeologisch bodemrapport is ingediend:

€ 345,00

 

f.

voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met e: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Artikel 2.51 Instemming

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:

 

 

het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

 

2.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 2.13 Vermindering

 

Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg of anonimisering

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3, 2.4, 2.7, 2.8 of artikel 2.35 is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt:

100%

 

van de voor het omgevingsoverleg geheven leges.

 

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:

 

 

a.    

voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had;

 

 

b.    

in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en

 

 

c.    

binnen 12 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.

 

3.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3, 2.4, 2.7,2.8 of artikel 2.35, inclusief de bijbehorende documenten geanonimiseerd wordt ingediend, bedraagt de vermindering van de leges:

 

 

a.

indien de bouwkosten minder dan € 100.000 bedragen

€ 75,00

 

b.

indien de bouwkosten € 100.000 tot € 1.000.000 bedragen:

€ 150,00

 

c.

indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 bedragen:

€ 300,00

4.

Bij de toepassing van het eerste en derde lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd:

€ 109,35

Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. De vermindering bedraagt:

 

a.

bij 5 tot 10 activiteiten:

1%

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

b.

bij 10 tot 15 activiteiten:

2%

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

c.

bij 15 of meer activiteiten:

4%

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges.

 

Paragraaf 2.14 Teruggaaf

 

Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

 

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

100%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

 

Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten

 

1.

Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

75%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

 

2.

Als de gemeente een omgevingsvergunning verleent, bestaat aanspraak op gedeeltelijke teruggaaf van de leges van eerdere aanvragen voor dezelfde activiteit(en) die eerder buiten behandeling zijn gesteld of ingetrokken. De aanvraag voor de verleende omgevingsvergunning dient te zijn ingediend binnen één jaar nadat de eerdere aanvragen buiten behandeling zijn gesteld. Bij berekening van de teruggaaf wordt rekening gehouden met de eerder verleende teruggaaf volgens deze paragraaf.

 

 

De teruggaaf bedraagt onder verrekening van eerdere teruggaaf: van de voor de betreffende activiteit verschuldigde leges:

90%

Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

a.

indien de aanvraag langs digitale weg wordt ingetrokken binnen 24 uur nadat deze digitaal is ingediend: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges

100%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

 

b.

indien de aanvraag wordt ingetrokken voordat de brief is verstuurd waarin staat dat de aanvraag volledig is en in behandeling is genomen van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

75%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

 

c.

indien de aanvraag wordt ingetrokken voordat het besluit de vergunning te verlenen of te weigeren is verzonden van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

50%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

 

d.

Als de gemeente een omgevingsvergunning verleent, bestaat aanspraak op gedeeltelijke teruggaaf van de leges van eerdere aanvragen voor dezelfde activiteit(en) die eerder buiten behandeling zijn gesteld of ingetrokken. De aanvraag voor de verleende omgevingsvergunning dient te zijn ingediend binnen één jaar nadat de eerdere aanvragen buiten behandeling zijn gesteld. Bij berekening van de teruggaaf wordt rekening gehouden met de eerder verleende teruggaaf volgens deze paragraaf.

 

 

De teruggaaf bedraagt onder verrekening van eerdere teruggaaf: van de voor de betreffende activiteit verschuldigde leges:

90%

Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure

 

Gereserveerd

 

Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

 

Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 2 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

25%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

 

Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

 

a.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

25%

 

van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.

 

b.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. De teruggaaf bedraagt in dit geval:

75%

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten

 

In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.

 

Artikel 2.61 Minimumbedrag

 

1.

Bij teruggaaf blijft tenminste verschuldigd een bedrag van:

€ 112,40

2.

Lid 1 is niet van toepassing bij de teruggaaf volgensartikel 2.54, artikel 2.56 onder a. en artikel 2.57 onder a.

 

HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING WAAROP DE DIENSTENRICHTLIJN VAN TOEPASSING IS

Tarief 2026

Paragraaf 3.1 Horeca

 

 

 

Artikel 3.1 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

a.

een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet

€ 1.132,85

b.

een wijziging in een (aanhangsel bij een) reeds verleende vergunning als bedoeld onder a.

€ 126,50

c.

een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet

€ 82,55

d.

een ontheffing of verlof als bedoeld in artikel 4 of 5 van de Drank- en horecaverordening

€ 87,00

Artikel 3.2 Exploitatie openbare inrichting

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

a.

een vergunning als bedoeld in artikel 2:27 b, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft als het horecabedrijf een coffeeshop is.

€ 1.097,15

b.

een vergunning als bedoeld in artikel 2:27 b, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft als aan het horecabedrijf een terras is verbonden en de vergunning voor onbepaalde tijd verleend kan worden

€ 264,80

c.

een vergunning als bedoeld in artikel 2:27 b, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft als aan het horecabedrijf een terras is verbonden en de vergunning voor bepaalde tijd verleend kan worden

€ 519,75

d.

een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:27 b, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft

€ 241,45

e.

een voorschrift als bedoeld in 2:28 a, derde lid van de Algemene plaatselijk verordening voor Delft

€ 638,70

f.

een ontheffing als bedoeld in artikel 2:28 b, eerste lid van de Algemene plaatselijk verordening voor Delft

€ 27,05

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven

 

Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft voor een periode van 12 maanden

€ 1.091,05

2.

Indien de vergunning wordt geweigerd, wordt een teruggaaf verleend van de op de op grond van lid 1 betaalde leges van:

50,00%

Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf

 

Niet in gebruik

 

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet

 

Artikel 3.5 Vergunning of ontheffing winkeltijden

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing op grond van de Verordening Winkeltijden Delft 2020:

€ 97,10

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt

 

Artikel 3.6 Organiseren evenement

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement:

 

 

a.

indien het betreft een groot evenement als bedoeld in artikel 2:17, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft

€ 843,30

 

b.

indien het betreft een evenement als bedoeld in artikel 2:17, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft

€ 515,15

 

c.

indien het betreft een klein evenement als bedoeld in artikel 2.17 derde lid van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft

€ 204,25

Artikel 3.7 Organiseren markt

 

Niet in gebruik

 

Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt

 

Niet in gebruik

 

Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt

 

Niet in gebruik

 

Artikel 3.10 Losse standplaatsen

 

Niet in gebruik

 

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014

 

Artikel 3.11 Vergunning onttrekken woonruimte

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014:

€ 1.732,10

Artikel 3.12 Omzettingsvergunning

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014

€ 1.732,10

Artikel 3.13 Woningvormingsvergunning

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een woningvormingsvergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014

€ 2.059,95

Artikel 3.14 Ontheffing artikel 5.28 Huisvestingsverordening

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:28 van de Huisvestingsverordening Delft 2019

€ 1.732,10

Artikel 3.15 Vergunning opkoopbescherming

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een opkoopbeschermingsvergunning als bedoeld in artikel 41 lid 1 van de Huisvestingswet 2014:

€ 2.059,95

Artikel 3.16 Splitsingsvergunning

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014

 

 

a.

bij minder dan 6 te creeren woningen, appartementen of eenheden

€ 574,80

 

b.

vermeerderd per woning, appartement of eenheid met

€ 27,25

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een splitsingsvergunning als bedoeld in de huisvestingsverordening

 

 

a.

bij minder dan 11 te creeren woningen, appartementen of eenheden

€ 602,95

 

b.

vermeerderd per woning, appartement of eenheid met

€ 22,30

3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een splitsingsvergunning als bedoeld in de huisvestingsverordening

 

 

a.

bij meer dan 10 te creeren woningen, appartementen of eenheden

€ 695,95

 

b.

vermeerderd per woning, appartement of eenheid met

€ 11,05

 

c.

tot een maximum van

€ 5.749,40

Artikel 3.17 Toeristische verhuur

 

Gereserveerd

 

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

 

Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor enig ander vergunning- of ontheffingplichtig feit

€ 134,00

Toelichting op de Legesverordening Delft 2026

Tekst van de verordening:

Artikel 7

In artikel 7 is ingevoegd lid 2. Hierin is een verwijzing opgenomen naar het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”. Dit is van toepassing bij automatische incasso. In het nieuw ingevoegde lid 3 is aansluitend daarop het minimumbedrag van € 15,00 opgenomen, conform het reglement van de RBG.

Tarieventabel per hoofdstuk:

Hoofdstuk 1:

  • -

    De tarieven van 2025 zijn geïndexeerd met het CPI-percentage voor inflatiecorrectie voor 2026 van 2,6%. Vervolgens zijn de tarieven naar beneden afgerond op een veelvoud van 5 cent. Bij de landelijk bepaalde tarieven, zoals voor legitimaties en rijbewijzen zijn de tarieven ongewijzigd in afwachting van een rijksbesluit tot wijziging.

  • -

    In paragraaf 1.1 zijn de tarieven voor het huwelijk of een omzetting op zaterdag verlaagd met € 127,15, het tarief voor carillonspel. De reden hiervoor is dat het carillonspel vanaf 2026 niet meer standaard bij trouwen op zaterdag wordt gedaan, men kan dit als een aparte mogelijkheid afspreken. Vanwege een verbouwing is het wellicht niet mogelijk op elke zaterdag het carillon te gebruiken. Verder betekent dit meer mogelijkheid voor maatwerk.

  • -

    In artikel 1.2 is verder opgenomen een tarief voor een eenvoudige omzetting van een geregistreerd partnerschap naar een huwelijk. Dit tarief ontbrak tot nu toe.

  • -

    Artikel 1.33 is aangepast en vernummerd vanwege de invoering van de Regels verkeersontheffingen RVV Delft

  • -

    Nieuw ingevoegd in artikel 1.39 is een tarief van € 25,00 voor de ontheffingen voor de nul-emissiezone voor de dierenambulance. Verder kunnen ontheffingen alleen nog bij het Centraal loket van het CBR worden aangevraagd, daarmee is lid 2 komen te vervallen.

Hoofdstuk 2:

  • -

    Binnen hoofdstuk 2, de omgevingsvergunningen, is er kruisfinanciering tussen de projecten met een hogere bouwsom en projecten uit de categorie met de laagste bouwsommen (tot € 1 miljoen). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb is er de afgelopen anderhalf jaar veel veranderd rond de leges omgevingsvergunningen. Een belangrijk effect is dat een verschuiving gaande is van activiteiten waarvoor leges kunnen worden geheven, zoals toetsing van aanvragen, naar activiteiten die uit algemene middelen bekostigd moeten worden, zoals toezicht en handhaving. Verder staan legesopbrengsten onder druk door langdurende maatschappelijke ontwikkelingen zoals de stikstofproblematiek, stijgende bouwkosten door inflatie en prijsontwikkeling op de woningmarkt voor koop en huur. Dit alles leidt tot een dalende legesopbrengst. In 2024-2025 is daarom door de betrokken afdeling met externe ondersteuning gewerkt aan een vernieuwd model voor de legesheffing bij omgevingsvergunningen. De uitgangspunten daarvoor zijn:

    • 1.

      een realistische raming van de legesopbrengst en de daaraan toerekenbare kosten, wat de voorspellende werking van de begroting vergroot;

    • 2.

      gegrond op landelijke ervaringscijfers maar met doorwerking van Delftse kenmerken, zoals de monumentendichtheid;

    • 3.

      op basis van standaard aantallen, kengetallen en tarieven;

    • 4.

      met goede mogelijkheden voor analyse en sturing via de cyclus van planning & control.

  • -

    Kern van het model is het toepassen van een vast referentiejaar, wat als standaard is bepaald voor de kosten en opbrengsten en het daaruit berekende percentage aan kostendekkendheid. Voor het referentiejaar zijn soorten en aantallen aanvragen, toe te rekenen uren en overige kosten en uurtarieven genormeerd. In de tarieven voor de activiteit bouwen is een stijging van 4,91% verwerkt in de heffingspercentages en de bedragen in euro's. De reden hiervoor is dat de stijging van de cao-lonen van de afgelopen jaren nog niet was verwerkt in de tarieven, doordat deze enkele jaren niet zijn geïndexeerd (met dekking hiervoor uit de egalisatievoorziening). Hiervoor is op dit moment geen saldo meer beschikbaar in de voorziening.

  • -

    Het referentiejaar zal voortaan gebruikt worden als het uitgangspunt voor monitoring, sturing en analyse van de jaarlijkse realisatie. Het model kan ook worden gebruikt om de impact van een aangekondigde verandering in regelgeving te beoordelen. Zo vallen bijvoorbeeld verbouwingen nu nog niet onder de Wkb, maar het voornemen is dat dit op enig moment wel zal gebeuren. In het model kan berekend worden wat dan het effect is op de toerekenbare kosten, de legesopbrengsten en de kostendekkendheid van de leges.

  • -

    De vergunningverlening voor milieubelastende activiteiten wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst Haaglanden. De tarieven zijn geindexeerd met de reguliere CPI van 2,6%

Hoofdstuk 3:

  • -

    Alle tarieven zijn geïndexeerd met het CPI-percentage voor inflatiecorrectie voor 2026 van 2,6%. Vervolgens zijn de tarieven naar beneden afgerond op een veelvoud van 5 cent

Kostendekkendheid van de verordening

Kostendekkenheid Legesverordening

(x € 1.000)

Directe kosten

Overhead

Totale lasten

Totale baten

Kostendekking

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

1.417

1.342

2.759

2.405

87%

Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunning

2.059

1.014

3.073

2.979

97%

Hoofdstuk 3 Europese Dienstenrichtlijn

56

54

110

63

57%

Totaal

3.532

2.410

5.942

5.447

92%