Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749245
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749245/1
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026
Geldend van 10-12-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026De raad van de gemeente Delft,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025,
gelet op artikel 228a van de Gemeentewet,
gezien het advies van de commissie Economie, Financiën en Bestuur,
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026
(Verordening rioolheffing Delft 2026)
Artikel 1. Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
- a.
de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en
- b.
de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht
-
1. De belasting wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven van:
- a.
de persoon die bij het begin van het belastingjaar van een perceel het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarendeel; en
- b.
de persoon die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en van waaruit water, niet zijnde hemelwater, direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.
- a.
-
2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt de persoon die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat deze persoon op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
-
3. Voor het gebruikersdeel wordt:
- a.
gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
- b.
gebruik door een persoon aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven;
- c.
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld;
- d.
onder gemeentelijke riolering verstaan: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van water, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente.
- a.
Artikel 3. Voorwerp van de belasting
-
1. Voorwerp van de belasting is een perceel.
-
2. Als perceel wordt aangemerkt:
- a.
de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
- b.
de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden;
- c.
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d.
een samenstel van twee of meer van de in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
- e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
- a.
Artikel 4. Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven van een perceel dat uitsluitend bestaat uit:
- a.
openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;
- b.
waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;
- c.
werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen.
Artikel 5. Maatstaf van heffing
-
1. In dit artikel wordt verstaan onder verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft.
-
2. De belasting voor het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel en de belasting voor het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd.
-
3. Het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Als de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
-
4. Als gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
- a.
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
- b.
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
- a.
-
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig andere wettelijke bepaling.
-
5. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.
-
6. In afwijking van het bepaalde in het derde lid wordt de belasting voor incidentele lozingen geheven naar het aantal kubieke meters water dat in het belastingtijdvak op de gemeentelijke riolering is afgevoerd.
Artikel 6. Belastingtarieven
|
1. |
Het tarief van het eigenarendeel bedraagt: |
€ 209,98 |
|
2. |
Het tarief van het gebruikersdeel bedraagt: |
|
|
a. |
voor de eerste volle eenheid van 500 kubieke meters water: |
€ 58,92 |
|
b. |
Het tarief van a. wordt, indien meer dan 500 m³, maar niet meer dan 500.000 m³ wordt afgevoerd, voor elke m³ boven de eerste 500 m³ verhoogd met: |
€ 0,70 |
|
c. |
Indien meer dan 500.000 m³ wordt afgevoerd, wordt het tarief onder b. voor elke m³ boven 500.000 m³ verhoogd met: |
€ 0,25 |
Artikel 7. Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8. Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
-
1. De rioolheffing is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.
-
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel 365ᵉ gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven.
-
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel 365ᵉ gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven.
-
4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
-
5. De voorgaande leden van dit artikel zijn niet van toepassing ingeval van een incidentele lozing.
Artikel 10. Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
-
2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven volgens het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
-
3. Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00.
-
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11. Overgangsrecht
De Verordening rioolheffing Delft 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, maar zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12. Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing Delft 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering 13 november 2025
De voorzitter,
De griffier,
TOELICHTING bij de Verordening rioolheffing Delft 2026
Artikel 9
Vorig jaar is de Verordening rioolheffing geactualiseerd en afgestemd op de nieuwe modelverordening van de VNG. Na inwerkingtreding bleek artikel 9 nieuw niet helemaal meer afgestemd op de systematiek van de RBG. De RBG rekent bij het ontstaan van de belastingplicht in dagen, waar het nieuwe artikel 9 in maanden rekende. In 2025 heeft de RBG de bestaande systematiek met berekening in dagen gehandhaafd. Er is daarmee geen nadeel ontstaan voor de belastingplichtigen. De verordening op dit punt weer aangepast.
Artikel 10
In artikel 10 lid 2 is een verwijzing opgenomen naar het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”. Dit is van toepassing bij automatische incasso.
Tarieven
De opbrengst van de rioolheffing is gebonden aan de toerekenbare kosten voor die specifieke taak en mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Het uitgangspunt in Delft is om alle kosten die voor doorberekening in aanmerking komen ook door te berekenen in de tarieven. In de enige afwijking hiervan zijn de kosten voor oninbaarheid voor 70% doorberekend. De reden hiervoor is dat deze betrekking hebben op een periode van vijf jaar, waarbij op dit moment een licht dalende trend zichtbaar is bij de oninbaarheid. Hieronder staat de tabel met de geraamde toerekenbare kosten, de geraamde opbrengsten, de kostendekkendheid en de tariefvoorstellen op basis van de prognoses voor de aantallen huishoudens voor 2026.De aan de heffingen toerekenbare kosten en de aantallen huishoudens zijn geactualiseerd.
Bij de rioolheffing is een structurele verhoging van € 800.000 toegepast van de toevoeging aan de voorziening voor onderhoud en vervanging. Deze is noodzakelijk vanwege de stijgende kosten voor deze activiteiten. In 2024 is gestart met een reeks onttrekkingen aan de exploitatievoorziening voor demping van de tariefstijging. Deze bedroeg bij de start € 1.000.000. Dit bedrag loopt jaarlijks met € 200.000 terug. Dit betekent dat de onttrekking in 2026 € 600.000 bedraagt. Vanwege de stijging van de toevoeging aan de voorziening voor onderhoud en vervanging met € 800.000 is de onttrekking met hetzelfde bedrag verhoogd tot € 1.400.000. De tariefstijging wordt daarmee beperkt tot 1%, zonder de onttrekking uit de voorziening zou de noodzakelijke stijging in het voorstel op ongeveer 10% komen. De kostendekkendheid van de rioolheffing komt hiermee op 91,5%.
|
Tariefvoorstel Rioolheffing |
||||
|
Lasten |
|
|
Baten |
|
|
Taakveld |
€ 13.026.941 |
|
Eigenaren |
€ 11.969.131 |
|
Schoonmaak |
€ 1.000.369 |
|
Gebruikers |
€ 3.211.085 |
|
Kwijtschelding |
€ 257.303 |
|
M3 > 500m3 |
€ 243.980 |
|
Overhead |
€ 1.311.000 |
|
Totaal |
€ 15.424.196 |
|
BTW |
€ 710.000 |
|
Kostendekkendheid |
91,50% |
|
Dekking oninbaar |
€ 107.443 |
|
Baten uit de heffing |
€ 15.424.196 |
|
Perceptiekosten |
€ 443.374 |
|
Uit voorziening |
€ 1.400.000 |
|
Totaal lasten taak Riool |
€ 16.856.429 |
|
Gedekte kosten |
€ 16.824.196 |
|
|
|
|
Tarief Eigenaren |
€ 209,98 |
|
|
|
|
Tarief Gebruikers < 500 m3 |
€ 58,92 |
|
|
|
|
Boven 500 m3 |
€ 0,70 |
|
|
|
|
Tariefmutatie |
1,0% |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl