Nadere regels bij de Verordening leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regels bij de Verordening leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg,

gelet op

  • artikel 3 van de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2026;

overwegende dat

  • deze nadere regels zijn opgemaakt om de werkwijze van de uitvoering van de verordening leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2026 te verduidelijken;

besluit tot vaststelling van:

Nadere regels bij de Verordening leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2026

Artikel 1. Definities

  • 1.

    De onderstaande definities zijn aanvullend op de verordening. De definities die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de verordening.

  • 2.

    In deze nadere regels wordt verstaan onder:

    • a.

      loosmelding: een leerling die niet op tijd is afgemeld voor de heen- en/of terugreis van het aangepast vervoer;

    • b.

      structureel: een periode van minimaal zes maanden;

    • c.

      VEP (Voor Elkaar Pas): een Voor Elkaar Pas is een reisproduct van Arriva;

    • d.

      verordening: Verordening leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2026.

Artikel 2. Aanvraag leerlingenvervoer

  • 1.

    Een aanvraag voor het volgend schooljaar kan worden ingediend na 1 mei.

  • 2.

    Voor de leerling die aangepast vervoer nodig heeft voor het volgend schooljaar en waarvoor de aanvraag na 30 juni wordt ingediend, is het vervoer niet gegarandeerd vanaf de start van het schooljaar.

Artikel 3. Afstandsbepaling (wijze meten van afstand)

  • 1.

    De afstand van de woning van de leerling naar school: De afstand wordt gemeten met de ANWB-routeplanner met als optie kortste route per fiets; We verwachten dat leerlingen tot 12 jaar 10 kilometer kunnen fietsen en oudere kinderen 20 kilometer tenzij bewezen is dat ze gehandicapt zijn.

  • 2.

    Afstand naar opstapplaats: Een redelijke loopafstand tussen de woning en de opstapplaats is twee kilometer. Dit wordt gemeten via de optie kortste te lopen route met de ANWB routeplanner. Wordt deze afstand overschreden, dan wijst het college geen opstapplaats aan voor de leerling.

Artikel 4. Specifieke voltijds onderwijskundige behoefte

  • 1.

    In de regel kunnen leerlingen met een specifieke voltijds onderwijskundige behoefte terecht bij de dichtstbijzijnde school binnen een samenwerkingsverband. Incidenteel zal dat anders kunnen liggen, bijvoorbeeld als er naast de voltijds onderwijskundige behoefte ook sprake is van een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap.

  • 2.

    Kiezen de ouder(s) in verband met de voltijds onderwijskundige behoefte van de leerling voor een andere dan de dichtstbijzijnde school, dan kan uitsluitend een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar die andere school als de ouders van de voltijds onderwijskundige behoeftige leerling:

    • a.

      aantonen door een verklaring van het schoolbestuur van dichterbij gelegen scholen dat deze dichterbij gelegen scholen voor hun kind niet toegankelijk zijn; en

    • b.

      een verklaring van een SKJ of BIG geregistreerde onafhankelijk deskundige overleggen, niet zijnde de huisarts, dat de leerling is aangewezen op deze niet dichtstbijzijnde school, en dat dit voltijds onderwijskundige onderwijs noodzakelijk is voor de voltijds onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling; en

    • c.

      aantonen dat het gaat om een afzonderlijke klas voor voltijds onderwijskundige behoeftige leerlingen waarvan de docenten opgeleid zijn om leerlingen met deze voltijds specifieke onderwijskundige behoefte te onderwijzen; en

    • d.

      een verklaring van de directie van de school overleggen dat de leerling voltijds aan dit voltijds onderwijskundige onderwijs deelneemt.

Artikel 5. Wachtlijst voor de dichtstbijzijnde toegankelijke school

  • 1.

    Ouders zijn vrij om hun kind naar elke school van hun keuze te laten gaan, echter in het kader van het leerlingenvervoer hoeft slechts een vervoerskostenvergoeding naar de dichtstbijzijnde, toegankelijke school te worden verstrekt.

  • 2.

    Wanneer de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is voor een leerling omdat er een wachtlijst bestaat, dient bekostiging plaats te vinden naar de eerstvolgende dichtstbijzijnde, toegankelijke school. Voorwaarde is wel dat de leerling op de wachtlijst blijft staan van de dichtstbijzijnde school.

  • 3.

    De aanspraak op vervoer naar de verder weg gelegen school blijft bestaan zolang er een wachtlijst is voor de dichtstbijzijnde school. Indien de wachtlijst is opgelost - de ouders dienen de duur van de wachtlijst aan te tonen - kan de bekostiging beperkt worden tot aan de dichtstbijzijnde school, aangezien deze weer toegankelijk is geworden (er is geen wachtlijst meer). Dit is onafhankelijk van het feit of de leerling vanaf dat moment ook daadwerkelijk de dichtstbijzijnde school gaat bezoeken.

  • 4.

    Wanneer de leerling naar het laatste schooljaar gaat van de eerstvolgende dichtstbijzijnde, toegankelijke school en er is plaats op de dichtstbijzijnde school dan kan het college besluiten om de vergoeding naar de verder weg gelegen school in stand te houden.

Artikel 6. Ernstige benadeling van het gezin

  • 1.

    Wanneer een leerling begeleiding nodig heeft tijdens het vervoer, is dat een verantwoordelijkheid van de ouders. Zij zijn en blijven verantwoordelijk voor de schoolgang van hun kind. Werk van ouders of anderszins ontslaat ouders niet van deze verantwoordelijkheid. Wanneer ouders zelf niet in staat zijn om begeleiding te bieden tijdens het vervoer, is het hun verantwoordelijkheid iemand te zoeken, die deze taak van hen tijdelijk en/of deeltijds kan overnemen.

  • 2.

    Ouders moeten ten behoeve van het college aantonen dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is, dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. Het ligt op de weg van de ouder(s) om aannemelijk te maken dat er sprake is van een situatie die tot ernstige benadeling leidt.

  • 3.

    Van een ernstige benadeling van het gezin is in ieder geval sprake als het reizen per openbaar vervoer voor de leerling meer reistijd kost dan 3 uur reistijd per dag voor leerlingen van het basisonderwijs, en meer reistijd kost dan 2 uur per dag voor het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.

  • 4.

    Als de leerling in een instelling verblijft dan is de instelling verantwoordelijk voor het vervoer, indien van de ouders redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij voor het vervoer zorgdragen. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer de ouders op grote afstand van de instelling wonen.

  • 5.

    Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het college sprake als één van de volgende situaties aanwezig is. Er is sprake van een éénoudergezin en:

    • a.

      de bijstandsgerechtigde alleenstaande ouder die gesubsidieerde arbeid verricht kan dit met geen mogelijkheid combineren met het zelf vervoeren van het kind naar school;

    • b.

      de ouders hebben een handicap zoals beschreven in artikel 1 van de verordening.

Artikel 7. Internationale Schakelklas (ISK)

Leerlingen van het voortgezet onderwijs die een Internationale Schakelklas bezoeken vallen voor het leerlingenvervoer onder het voortgezet onderwijs. Dat betekent dat alleen leerlingen die gehandicapt zijn, en daardoor niet zelfstandig de school kunnen bereiken, in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening van de gemeente.

Artikel 8. Vervoer naar een tweede opstap- of brengadres

Het college verstrekt alleen bekostiging van vervoer van of naar een tweede opstap- of brengadres als aan al de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a.

    de leerling heeft recht op bekostiging van het vervoer van de woning naar school en/of andersom;

  • b.

    het tweede opstap- of brengadres ligt in de gemeente Geertruidenberg op de bestaande route van de woning naar school van de leerling;

  • c.

    het tweede opstap- of brengadres is structureel van toepassing op vaste dagen van de week met een terugkerend wekelijks patroon;

  • d.

    het vervoer naar het tweede adres mag niet leiden tot meer dan vijf minuten extra reistijd voor de andere leerlingen in het vervoer;

  • e.

    het vervoer van en naar het tweede adres vindt plaats in aansluiting op de schooltijden genoemd in de schoolgids;

  • f.

    er is geen andere voorliggende voorziening die het vervoer van het tweede adres naar school of van school naar het tweede adres voor haar rekening neemt of zou moeten nemen;

  • g.

    wanneer er een opstapplaats is aangewezen kan er geen tweede opstap- of brengadres worden toegekend;

  • h.

    het tweede opstap- of brengadres geldt niet voor vervoer naar de andere ouder bij co-ouderschap.

Artikel 9. Wachttijden

Als er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten een wachttijd van maximaal twee klokuren in te stellen, om het aangepast vervoer zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Artikel 10. Woning

  • 1.

    In aanvulling op de verordening is de woning de plaats waar de leerling gedurende minimaal 4 vaste dagen per twee weken verblijft en de plaats van waaruit de leerling de school bezoekt.

  • 2.

    Het is niet relevant in welke gemeente de ouders en/of het kind staan ingeschreven, de feitelijke verblijfplaats van de leerling is bepalend in welke gemeente het vervoer moet worden aangevraagd.

  • 3.

    Als een leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, moet in deze andere gemeente (in beginsel) bekostiging van de vervoerkosten van deze leerling aangevraagd worden;

Artikel 11. Loosmeldingen

  • 1.

    Het college kan besluiten om vanaf de 10e loosmelding gedurende één schooljaar € 10 per loosmelding in rekening te brengen als is vastgesteld dat er bekostiging voor het aangepast vervoer is toegekend en de leerling zonder afmelding van de ouders minimaal 10 ritten in één schooljaar niet meerijdt.

  • 2.

    In het geval van een loosmelding op de heenrit wordt de terugrit automatisch afgemeld, wat telt als een tweede loosmelding.

Artikel 12. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente

De maximale afstand tussen de woning van het tijdelijke verblijf buiten de gemeente en de school die de leerling blijft bezoeken, bedraagt 30 km.

Artikel 13. Reistijdbepaling met het openbaar vervoer

Voor het bepalen van de reistijd met het openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van de OV-reisinformatie van www.9292.nl. Hierbij wordt de aankomsttijd gekozen die optimaal aansluit bij de schooltijden.

Artikel 14. Vervoer naar een stageadres

  • 1.

    Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres.

  • 2.

    De school en/of de leerling/ouders wordt geacht een stageadres te zoeken dat inpasbaar is op de route van de woning van de leerling naar school.

  • 3.

    Indien het beoogde stageadres niet inpasbaar is op de route van de woning naar de school dan zal worden bekeken of het stageadres in een andere route binnen het aangepast vervoer inpasbaar is.

  • 4.

    Indien er sprake is van leerlingenvervoer in de vorm van aangepast vervoer, mag het stagevervoer tot maximaal vijf (5) minuten extra reistijd voor de andere leerlingen uit de route leiden.

  • 5.

    Wanneer het stageadres niet op één van de routes van het leerlingenvervoer is gelegen wordt een maximale afstand vanaf de woning of de school gehanteerd van 10 kilometer.

  • 6.

    Er is geen sprake van stage als de leerling het uitstroomprofiel dagbesteding volgt.

Artikel 15. Voor Elkaar Pas (VEP):

  • 1.

    Als een leerling van 11 jaar of ouder zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen of als verwacht wordt dat een leerling van 11 jaar of ouder dit binnen een schooljaar kan leren, kan een VEP worden toegekend.

  • 2.

    Een leerling die het jaar daarvoor in het aangepast vervoer zat, en gebruik gaat maken van het openbaar vervoer komt in het daaropvolgende schooljaar in aanmerking voor een VEP (eventueel met een begeleiderspas).

  • 3.

    Een leerling die het Voortgezet Speciaal Onderwijs bezoekt, behoudt het recht op een VEP zolang hij of zij deze vorm van onderwijs volgt.

  • 4.

    De VEP bevat een persoonlijk abonnement, de begeleiderspas is niet op naam gesteld.

  • 5.

    Bij verlies of breuk van de pas zijn de kosten van vervanging voor rekening van de ouders.

  • 6.

    De gemeente betaalt de kosten voor het abonnement rechtstreeks aan de vervoersmaatschappij.

Artikel 16. Wangedrag

Het college beschouwt gedrag als wangedrag wanneer een leerling of ouder een bedreigende, hinderlijke of gevaarlijke situatie veroorzaakt, of grensoverschrijdend gedrag vertoont in of bij het aangepast vervoer. Er wordt onderscheid gemaakt tussen lichte, ernstige en zeer ernstige misdragingen:

  • a.

    lichte misdragingen: niet volgen van vervoersregels, zoals ongepast gedrag of grof taalgebruik, fotograferen of filmen van anderen in het aangepast vervoer, niet opvolgen van de instructies van de chauffeur of geluidsoverlast.

    De maatregelen die genomen worden bij lichte misdragingen zijn:

    ouders worden uitgenodigd voor een gesprek met de gemeente. Ouders ontvangen een schriftelijke waarschuwing. Bij herhaalde lichte misdragingen volgt een maatregel voor een ernstige misdraging.

  • b.

    ernstige misdragingen: dreigen met fysiek geweld tegen de chauffeur of medeleerlingen of dreigen met beschadiging van goederen, of herhaald ongepast gedrag of grof taalgebruik.

  • De maatregelen die genomen worden bij ernstige misdragingen zijn:

  • ouders worden uitgenodigd voor een gesprek met de gemeente. Ouders ontvangen een brief waarin een tijdelijke opschorting van het vervoer met een minimum van één week tot een maximum van acht weken wordt aangekondigd. Ouders zijn verplicht om alternatieven te regelen voor het vervoer naar school. Bij herhaalde ernstige misdragingen volgt een maatregel voor een zeer ernstige misdraging.

  • c.

    zeer ernstige misdragingen: Fysiek geweld tegen personen of goederen, ernstig overschrijdend gedrag, seksueel overschrijdend gedrag of herhaald ander ernstig grensoverschrijdend gedrag.

  • De maatregelen die genomen worden bij zeer ernstige misdragingen zijn:

  • ouders worden uitgenodigd voor een gesprek met de gemeente. Ouders ontvangen een brief waarin opschorting van het vervoer voor de rest van het schooljaar wordt aangekondigd. Ouders zijn verplicht om alternatieven te regelen voor het vervoer naar school. Bij herhaling van zeer ernstige misdragingen gedurende het volgende schooljaar wordt overgegaan tot een definitieve beëindiging van het vervoer.

Artikel 17. Twee woningen

  • 1.

    Wanneer een leerling in twee woningen verblijft moeten ouders afzonderlijk, in de eigen woongemeente, een aanvraag indienen voor de dagen dat de leerling tijdens een week bij hen verblijft. Het moet wel gaan om minimaal vier structurele, vaste dagen dat de leerling per twee weken bij de ouder verblijft.

  • 2.

    Het college toetst de aanvraag aan de eigen verordening leerlingenvervoer, waarbij onder meer wordt bekeken of er sprake is van een woning in de zin van de verordening, of de school wel de dichtstbijzijnde toegankelijke is en of voldaan wordt aan de afstandsgrens.

  • 3.

    Het komt voor dat slechts in één van beide woningen aanspraak op leerlingenvervoer bestaat, doordat de school vanuit de andere woning niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is.

Artikel 18. Eigen bijdrage

Ouders van leerlingen die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoeken betalen een (inkomensafhankelijke) bijdrage. Deze wordt berekend aan de hand van onderstaande formule:

Basistarief OV + (6x km prijs OV) x retour x 200 schooldagen -34% leeftijdskorting + prijs OV-Kaart (€ 7,50 : 5 jaar = € 1,50 per jaar).

Artikel 19. Afwijkingsmogelijkheid

  • 1.

    Het college kan afwijken van een of meerdere bepalingen in deze nadere regels.

  • 2.

    In gevallen waarin deze nadere regels niet voorziet, beslist het college.

Artikel 20. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze nadere regels worden aangehaald als: ‘’Nadere regels bij de Verordening leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2026’’.

  • 2.

    De Nadere regels bij de Verordening leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2026 treden in werking op de dag na die van bekendmaking. Dit onder gelijke intrekking van de Beleidsregels bij de verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Geertruidenberg 2022.

Ondertekening

Geertruidenberg, 1 juli 2025

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Geertruidenberg,

de loco-secretaris, de loco-burgemeester,

N. Bovenhorst, A. van Rooy