Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749111
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749111/1
Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein 2025
Geldend van 11-12-2025 t/m heden
Intitulé
Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein 2025Uitvoeringsregeling als bedoeld in artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening (ASV) Zuidplas 2025
1. Algemeen
1.0 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
- a.
aanbodgerichte activiteit: een activiteit die de gemeente zelf dient of wenst aan te bieden op basis van wetgeving en/of beleid.
- b.
ASV: Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2025.
- c.
Awb: Algemene wet bestuursrecht.
- d.
BCF: Beleidsgestuurde ContractFinanciering.
- e.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas.
- f.
instelling: rechtspersoon die subsidie aanvraagt op basis van deze uitvoeringsregeling
- g.
raad: de raad van de gemeente Zuidplas.
- h.
sponsoractiviteiten: activiteiten georganiseerd om geld op te halen voor een specifiek doel
- i.
subsidiebeleid: de inhoud van de Nota Subsidiebeleid (herijking 2025), vastgesteld door de raad op 16 september 2025.
- j.
subsidieovereenkomst: een overeenkomst die is afgesloten met een instelling, waarin gemeente en instelling onder andere hebben vastgelegd welke producten/activiteiten de instelling zal aanbieden tegen welke prijs, de hoogte van het subsidiebedrag en de wederzijdse verplichtingen.
- k.
vermogensplan: een plan dat bij de (meer)jaarlijkse subsidieaanvraag door een instelling wordt ingediend en waarin staat welke reserves gevormd gaan worden, wat de gewenste maximale omvang per reserve is en wat de verwachte storting in of onttrekking uit de verschillende reserves is.
- l.
vraaggestuurde activiteit: een activiteit die vanuit de samenleving worden geïnitieerd.
- m.
subsidieplafond: het budget dat per deelterrein (paragraaf of cluster van paragrafen in deze uitvoeringsregeling) beschikbaar is voor activiteitensubsidies. Er is ook een apart subsidieplafond voor incidentele subsidies.
Artikel 2 Aanspraak op subsidie
Onverminderd het bepaalde in de ASV en de Awb dient de instelling, om voor subsidie in aanmerking te komen, te voldoen aan de onderstaande voorwaarden:
- a.
de subsidieontvanger moet volledig rechtsbevoegd zijn;
- b.
de te subsidiëren instelling en haar activiteiten moeten een bijdrage leveren aan het bereiken van de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid op het Sociaal en Maatschappelijk Domein, zoals omschreven in de meest actuele beleidsdocumenten1 op het betreffende beleidsterrein;
- c.
de instelling dient naast de aangevraagde gemeentelijke subsidie over eigen (via derden verkregen) middelen te beschikken, die aan de te organiseren activiteit(en) ten goede komen;
- d.
de te subsidiëren activiteiten en voorzieningen dienen algemeen toegankelijk te zijn:
- 1°
in fysieke zin (zo goed mogelijk bereikbaar en toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking);
- 2°
in algemene zin, dat geen sprake is van uitsluiting van deelnemers voor wat betreft taalvaardigheid, geloof, politieke overtuiging, etniciteit, sekse en/of seksuele geaardheid;
- 1°
- e.
in aanvulling op de voorwaarde onder d. geldt dat instellingen slechts voor subsidie in aanmerking kunnen komen voor ondersteuning in activiteiten en/of voorzieningen die:
- 1°
een openbaar karakter hebben en (ook in de praktijk) niet alleen voor eigen leden of cliënten zijn;
- 2°
geen politiek en/of religieus karakter of doel(en) hebben.
- 1°
Artikel 3 Procedurebepalingen
In afwijking van artikel 6, lid 2 van de ASV is het instellingen die werkzaam zijn in meerdere gemeenten toegestaan om de aanvraag voor subsidie in te dienen zonder daarvoor een door het college vastgesteld formulier te gebruiken.
Artikel 4 Subsidie voor leges
Aanvullend op artikel 2 onder b, zijn de legeskosten 100% subsidiabel als het gaat om evenementen die worden georganiseerd door non-profit-instellingen en vrijwilligers(organisaties) zonder winstoogmerk die publiek toegankelijke activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard organiseren in het belang van de gemeente Zuidplas en haar inwoners en waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers. Het gaat om leges voor een:
- a.
evenementenvergunning;
- b.
ontheffing voor het tijdelijk in gebruik houden van een bouwwerk en/of inrichting ten behoeve van een evenement;
- c.
stookontheffing;
- d.
ontheffing geluidhinder;
- e.
tijdelijke ontheffing Drank- en Horecawet, art.35;
- f.
ontheffing recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein;
- g.
loterijvergunning;
- h.
ontheffing Wegenverkeerswet.
Artikel 5 Wijze van uitbetalen
-
1. Voor alle subsidiesoorten (instellingssubsidies, activiteitensubsidies en incidentele subsidies) geldt dat het college voorschotten verleent. De voorschotten bedragen 100% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. De uitbetaling van de voorschotten geschiedt volgens de in de subsidiebeschikking genoemde termijnen.
-
3. Subsidies die op basis van artikel 13 van de ASV (binnen de gemeentelijke organisatie) intern worden verrekend met verschuldigde bedragen ter zake leges voor vergunningen, worden niet uitbetaald. Hierbij geldt dat in de vergunningsbeschikking wordt opgenomen welk subsidiebedrag op basis van een interne verrekening wordt verleend om de kosten voor de leges één-op-één te compenseren.
Artikel 6 Hardheidsclausule
Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze uitvoeringsregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken. Dit kan voor zover toepassing van deze artikelen leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
1.1 Algemene bepalingen instellingssubsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
-
1. Op grond van deze paragraaf 1.1 kan het college subsidie verstrekken aan instellingen die activiteiten verrichten die aanbodgericht zijn en die onderdeel uitmaken van de basis-infrastructuur van de gemeente Zuidplas.
-
2. Subsidies op basis van deze paragraaf 1.1 betreffen instellingssubsidies zoals bedoeld in artikel 1 onder g. van de ASV.
Artikel 2 Aanspraak op subsidie volgens BCF-methodiek
-
1. Voor de subsidies boven de € 50.000 wordt de BCF-systematiek gehanteerd zoals beschreven in het subsidiebeleid.
-
2. De gemeente gaat een overeenkomst aan met partijen die activiteiten organiseren die de gemeente wettelijk en/of op basis van beleid wil aanbieden.
-
3. Aan de overeenkomst gaat vooraf:
- a.
een vraagverkenning (door gemeente en instelling)
- b.
een opdrachtformulering (door de gemeente) en
- c.
een offerte (van de instelling).
- a.
-
4. Een andere partij dan de instelling waarmee in een eerder stadium een subsidieovereenkomst is afgesloten, die voor dezelfde activiteit(en) een offerte uitbrengt, kan in aanmerking komen voor subsidie bij aanvang van een nieuwe BCF-cyclus. Indien dit aan de orde is informeert de gemeente de betreffende partij over de termijn die hierbij wordt gehanteerd.
Artikel 3 Aanspraak op subsidie overige instellingssubsidies (niet-BCF)
Als meerdere instellingen een subsidieaanvraag (niet volgens de BCF-methodiek) indienen voor het uitvoeren van activiteiten op hetzelfde beleidsterrein terwijl het subsidiebudget in de gemeentebegroting hiervoor niet toereikend is, maakt het college een keuze welke instelling zij zal subsidiëren.
Mocht er een nog lopende meerjaren-subsidieovereenkomst zijn met een of meer instelling(en) op het betreffende beleidsterrein, wordt de subsidie in eerste instantie aan deze instelling(en) toegekend.
Vervolgens worden achtereenvolgens de volgende criteria afgewogen om de keuze te kunnen maken:
- a.
de mate waarin het aanbod bijdraagt aan de doelstellingen per beleidsterrein;
- b.
de mate waarin het aanbod gericht is op inwoners uit meerdere dorpen van Zuidplas;
- c.
de mate waarin het aanbod ondersteunend werkt aan andere activiteiten op dit beleidsterrein of andere beleidsterreinen;
- d.
de prijs-/kwaliteitverhouding van het aanbod.
Artikel 4 Subsidieovereenkomst
Met de instellingen die een subsidie ontvangen boven € 5.000 worden (meer)jaarlijkse subsidieafspraken gemaakt, tenzij er in de betreffende paragraaf van deze uitvoeringsregeling specifieke regels zijn vastgesteld om het subsidiebedrag te bepalen.
De afspraken worden vastgelegd in een subsidieovereenkomst die gekoppeld wordt aan de (meer)jaarlijkse) subsidiebeschikking. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
- a.
in de beschikking wordt opgenomen voor welk jaar/welke jaren subsidie wordt verleend;.
- b.
voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een gemeentebegroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, zal in de beschikking het voorbehoud gemaakt worden van voldoende financiële middelen;
- c.
het voorbehoud vervalt, indien het college niet binnen vier weken na vaststelling of goedkeuring van de gemeentebegroting een beroep daarop heeft gedaan;
- d.
in de subsidieovereenkomst staan afspraken over de uit te voeren activiteiten en de daarbij behorende financiële middelen;
- e.
in de subsidieovereenkomst staan afspraken over het indienen van rapportages en de momenten waarop er overleg plaats vindt;
- f.
onverminderd artikel 4:51 Awb staat in de subsidieovereenkomst hoe opdrachtgever en opdrachtnemer omgaan met de situatie van afloop of beëindiging van de overeenkomst.
Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de taken die zijn overeengekomen in de afgesloten subsidieovereenkomst met de instelling.
Artikel 6 Indexering instellingssubsidies
De budgetten die beschikbaar zijn voor de instellingssubsidies worden geïndexeerd met dezelfde (geschatte) percentages die in de gemeentebegroting van het betreffende jaar worden gehanteerd voor de gemeentelijke budgetten.
Artikel 7 Vormen van reserves
-
1. Het is een instelling toegestaan om een positief jaarresultaat te gebruiken om een algemene reserve te vormen.
-
2. Er geldt een totaal reservepercentage van maximaal 10% van alle ten laste van de exploitatie komende uitgaven. Bestemmingsreserves worden in dit percentage niet meegerekend.
-
3. Het is een instelling toegestaan om bestemmingsreserves te vormen mits er bij de subsidieaanvraag een vermogensplan is toegevoegd en het college op grond van dit plan van oordeel is dat de reserves noodzakelijk zijn.
Artikel 8 Verantwoording
-
1. In afwijking van artikel 15, lid 2 van de ASV geldt voor instellingen met een subsidie tussen de € 5.000 en de € 50.000 dat hun aanvraag tot vaststelling naast een inhoudelijk verslag (waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd), tevens een financieel verslag of jaarrekening dient te bevatten.
-
2. Op basis van artikel 16 lid 3 van de ASV kan het college afzien van de verplichting tot het bijvoegen van een accountantsverklaring bij de 'aanvraag tot subsidievaststelling' van een instelling met een subsidie hoger dan € 50.000. Het college maakt van deze bevoegdheid gebruik door per afzonderlijke instelling in de subsidieovereenkomst vast te leggen of een accountantsverklaring een verplicht onderdeel is van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
-
3. Op basis van artikel 16 lid 3 van de ASV kan het college in plaats van een 'controleverklaring' ook een 'beoordelingsverklaring' of een ‘samenstellingsverklaring’ verlangen van een instelling met een subsidie hoger dan € 50.000.
Het college maakt van deze bevoegdheid gebruik door per afzonderlijke instelling in de subsidieovereenkomst vast te leggen welke soort accountantsverklaring een verplicht onderdeel is van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Artikel 9 Beoordelen en afrekenen/terugvorderen
Voor alle subsidies geldt dat als minder resultaten en inspanningen geleverd zijn dan afgesproken, de subsidie lager kan worden vastgesteld. In dat geval wordt (een deel van) het bevoorschotte subsidiebedrag teruggevorderd via de vaststellingsbeschikking.
1.2 Algemene bepalingen activiteitensubsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
-
1. Op grond van deze paragraaf 1.2 kan het college subsidie verstrekken aan instellingen die activiteiten verrichten die in het subsidiebeleid zijn benoemd als vraaggestuurde activiteiten. Instellingen organiseren deze activiteiten vanuit de vraag van hun leden, doelgroepen of cliënten en vragen de gemeente -indien nodig- een ondersteunende bijdrage te leveren.
-
2. Subsidies op basis van deze paragraaf 1.2 betreffen activiteitensubsidies zoals bedoeld in artikel 1 onder h. van de ASV.
Artikel 2 Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
- a.
de activiteit behoort tot de reguliere activiteiten van een instelling die uitsluitend voor leden zijn bedoeld;
- b.
met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd is begonnen, voordat de aanvraag is ontvangen en het college een beslissing op deze aanvraag heeft genomen.
Artikel 3 Bepaling van subsidiabele kosten
-
1. Niet voor subsidie in aanmerking komen: reis- en verblijfkosten, consumptie- en cateringkosten, kosten voor uitgeloofde prijzen, kosten voor entree en sponsoractiviteiten (ongeacht het te sponsoren doel).
-
2. De kosten voor materialen met een levensduur van meer dan één jaar worden op afschrijvingsbasis vergoed, waarbij wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 3 jaar.
Artikel 4 Berekening subsidiebedragen
-
1. Voor de berekening van de hoogte van een activiteitensubsidie wordt een puntensysteem gehanteerd dat de subsidiëring van een activiteit koppelt aan:
- a.
het bereik van de activiteit, gemeten in deelnemer-uren (te weten: aantal deelnemers per keer * duur activiteit per keer * aantal keren dat een activiteit plaatsheeft in een jaar);
- b.
het gegeven of er een (extra kwetsbare) doelgroep wordt bediend met de activiteit;
- c.
de mate waarin de activiteit een 'inclusieve samenleving' bewerkstelligt/gericht is op integratie van doelgroepen van inwoners in de lokale samenleving als geheel;
- d.
de mate van samenwerking met andere instellingen die zich inzetten voor het bereiken van door de gemeenteraad bepaalde maatschappelijke effecten voor het Sociaal Domein;
- e.
de noodzaak van het maken van extra kosten die met de aard van de activiteit samenhangen.
- a.
-
2. In totaal kunnen voor deze vijf onderdelen maximaal 100 punten worden behaald.
Het maximumaantal punten per onderdeel kan per beleidsonderdeel verschillen. In de paragrafen 2.2 (Werk & inkomen en inburgering), 2.3.2 (Jeugd), 2.4.5 (Maatschappelijke ondersteuning en Gezondheid), 3.1.5 (Wijk- en buurtwerk) en 3.3.6 (Cultuur en Evenementen) worden per beleidsonderdeel de betreffende onderverdelingen genoemd.
-
3. De hoogte van het subsidiebedrag wordt als volgt berekend: het aantal punten berekend op basis van lid 1 wordt vermenigvuldigd met het door het college vastgestelde normbedrag van € 50 (daarmee is het maximale bedrag voor een activiteitensubsidie in principe € 5.000).
-
4. Wanneer het bedrag dat uit de berekening komt hoger is dan het aangegeven of blijkende tekort op de begroting van de instelling, wordt maximaal dit tekort als subsidie verleend, waarbij het tekort slechts betrekking heeft op de kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het doen slagen van de activiteit.
Artikel 5 Verdeling van het subsidiebudget bij het bereiken van het subsidieplafond
-
1. Indien honorering van alle aanvragen die op een deelterrein voor subsidie in aanmerking komen (niet meegerekend de aanvragen die op basis van een weigeringsgrond uit artikel 4:35 van de Awb, artikel 9 ASV of artikel 2 uit deze regeling al afvallen), zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond op dat deelterrein, worden de aanvragen op een prioriteitenlijst gerangschikt.
-
2. De volgorde op de prioriteitenlijst wordt bepaald door een weging op basis van de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid op het betreffende deelterrein van het Sociaal of Maatschappelijk Domein.
-
3. Indien na verlening van de subsidies (via de subsidiebeschikkingen, uiterlijk verzonden op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft), het subsidieplafond op een bepaald beleidsterrein nog niet is bereikt, worden subsidieaanvragen die zijn binnengekomen na sluitingsdatum (1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar) en die voldoen aan de uitvoeringsregels voor dit beleidsterrein, gehonoreerd in volgorde van binnenkomst, tot het subsidieplafond is bereikt.
-
4. Voor de toepassing van het derde lid geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvraag ontvangen en volledig is.
Artikel 6 Steekproefsgewijze controle
-
1. Het college zal bij subsidies die direct bij verlening worden vastgesteld, steekproefsgewijs controleren of de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de subsidieaanvraag en eventuele overige vereisten en voorwaarden zijn uitgevoerd.
-
2. De gesubsidieerde instelling dient hiertoe een deugdelijke administratie te voeren en deze gedurende een periode van 7 jaar te bewaren.
Artikel 7 Actieve terugbetalingsactie subsidieontvangers
Indien bij een direct vastgestelde subsidie een instelling een gesubsidieerde activiteit niet of niet geheel uitvoert, als gevolg waarvan het verkregen subsidiebedrag niet of niet geheel is aangewend, draagt de instelling er zorg voor dat het niet dan wel deels niet benutte subsidiebedrag onverwijld aan het college wordt geretourneerd.
1.3 Algemene bepalingen incidentele subsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
-
1. Op grond van deze paragraaf 1.3 kan het college subsidie verstrekken aan instellingen die activiteiten verrichten die in het subsidiebeleid zijn benoemd als vraaggestuurde activiteiten, onder het kopje ‘incidentele subsidies’.
-
2. Subsidies op basis van deze paragraaf 1.3 betreffen incidentele subsidies zoals bedoeld in artikel 1 onder i. van de ASV, te weten: startsubsidies, aanjaagsubsidies en subsidies voor eenmalige activiteiten.
Artikel 2 Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
- a.
de activiteit behoort tot de reguliere activiteiten van een instelling;
- b.
met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd is begonnen, voordat de aanvraag is ontvangen en het college een beslissing op deze aanvraag heeft genomen.
Artikel 3 Bepaling van subsidiabele kosten
-
1. Uitsluitend kosten die direct aan de betreffende activiteit/het betreffende product zijn toe te rekenen (onder aftrek van de ingebrachte eigen middelen of middelen van derden), kunnen voor subsidie in aanmerking komen.
-
2. Niet voor subsidie in aanmerking komen: reis- en verblijfkosten, consumptie- en cateringkosten, kosten voor uitgeloofde prijzen, kosten voor entree en sponsoractiviteiten (ongeacht het te sponsoren doel).
Artikel 4 Berekening subsidiebedragen
-
1. De subsidie bedraagt, wanneer deze voor de eerste keer wordt verleend, maximaal 50% van de subsidiabele kosten in de totale begroting voor de betreffende activiteit of instelling.
-
2. De subsidie bedraagt, wanneer deze voor de tweede keer wordt verleend, maximaal 30% van de subsidiabele kosten in de totale begroting voor de betreffende activiteit of instelling.
-
3. De subsidie bedraagt, wanneer deze voor de derde keer wordt verleend, maximaal 20% van de subsidiabele kosten in de totale begroting voor de betreffende activiteit of instelling.
-
4. Voor het deel van een startsubsidie dat de instelling (in oprichting) specifiek wil bestemmen ter compensatie van de notariskosten die samenhangen met de daadwerkelijke oprichting van de instelling, geldt dat 100% van deze kosten kunnen worden vergoed.
Artikel 5 Verdeling van het subsidiebudget bij het bereiken van het subsidieplafond
-
1. De honorering van alle aanvragen die voor incidentele subsidie in aanmerking komen (niet meegerekend de aanvragen die op basis van een weigeringsgrond uit artikel 4:35 van de Awb, artikel 9 ASV of artikel 2 uit deze regeling al afvallen), geschiedt op volgorde van binnenkomst tot het subsidieplafond is bereikt.
-
2. Voor de toepassing van het eerste lid geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvraag ontvangen en volledig is.
-
3. Aanvragen voor incidentele subsidies die voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar zijn ingediend worden opgenomen in het Subsidiejaarprogramma Sociaal en Maatschappelijk Domein van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.
Artikel 6 Steekproefsgewijze controle
-
1. Het college zal bij subsidies die direct bij verlening worden vastgesteld, steekproefsgewijs controleren of de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de subsidieaanvraag en eventuele overige vereisten en voorwaarden zijn gerealiseerd.
-
2. De gesubsidieerde instelling dient hiertoe een deugdelijke administratie te voeren en deze gedurende een periode van 7 jaar te bewaren.
Artikel 7 Actieve terugbetalingsactie subsidieontvangers
Indien bij een direct vastgestelde subsidie een instelling een gesubsidieerde activiteit niet of niet geheel uitvoert, als gevolg waarvan het verkregen subsidiebedrag niet of niet geheel is aangewend, draagt de instelling er zorg voor dat het niet dan wel deels niet benutte subsidiebedrag onverwijld aan het college wordt geretourneerd.
2. Sociaal Domein
2.1 Algemeen Sociaal Domein
Instellingssubsidies Algemeen Sociaal Domein
|
Wettelijk
|
2.1.1 Bepalingen voor onafhankelijke cliëntondersteuning
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Het versterken van de positie van mensen die ondersteuning nodig hebben, zodat ze zelf de regie kunnen houden over hun leven en de zorg en ondersteuning die ze ontvangen.
Artikel 2 Doelgroep
Onafhankelijke cliëntondersteuning is beschikbaar voor alle inwoners van de gemeente Zuidplas, zoals bepaald in artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015. Onafhankelijke cliëntondersteuning richt zich met name op de inwoners die geen beroep kunnen doen op het eigen netwerk of wanneer ondersteuning van andere organisaties niet passend is.
Artikel 3 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
aanbieder: een rechtspersoon die een subsidie ontvangt van het college voor de uitvoering van onafhankelijke cliëntondersteuning.
- b.
bemiddeling: ondersteuning in het contact met organisaties in het belang van de inwoner.
- c.
formele onafhankelijke cliëntondersteuning: beroepsmatige onafhankelijke cliëntondersteuning.
- d.
generalist: een aanbieder die zich niet richt op een specifieke doelgroep of specifieke levensgebieden, maar op alle inwoners en alle levensgebieden.
- e.
informele onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke cliëntondersteuning door vrijwilligers en/of vrijwillige ervaringsdeskundigen.
- f.
inwoner: persoon die op basis van het bevolkingsregister ingeschreven staat in de gemeente Zuidplas.
- g.
levensgebieden: aspecten van het dagelijks leven waarop de inwoner ondersteuningsvragen kan hebben: wonen, welzijn, maatschappelijke ondersteuning, werk, inkomen en schulden, onderwijs, jeugdzorg, (preventieve) zorg, mobiliteit en zingeving.
- h.
makelaarsfunctie: het ondersteunen van de inwoner bij het vinden en verkrijgen van passende zorg en ondersteuning.
- i.
onafhankelijk: een aanbieder is onafhankelijk wanneer deze:
- 1°
het belang van de inwoner als uitgangspunt neemt.
- 2°
niet betrokken is bij het nemen van toegangsbesluiten;
- 3°
niet zelf geïndiceerde zorg biedt.
- 1°
- j.
onafhankelijke cliëntondersteuner: een natuurlijk persoon die onafhankelijke cliëntondersteuning biedt namens de aanbieder.
- k.
onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen (= artikel 1.1.1. lid 1 van de Wmo 2015).
- l.
organisatie: een rechtspersoon die zorg of ondersteuning biedt aan inwoners van de gemeente Zuidplas.
- m.
overbruggingszorg: zorg die geleverd wordt door de onafhankelijke cliëntondersteuner gedurende de periode waarin de inwoner (nog) niet terecht kan bij een organisatie.
- n.
specialist: een aanbieder die zich op basis van expertise op een specifieke doelgroep of levensgebied(en) richt.
- o.
waakvlamcontact: regelmatig contact tussen de onafhankelijke cliëntondersteuner en de inwoner na afloop van het traject van onafhankelijke cliëntondersteuning.
Artikel 4 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
-
1. Voor subsidie komen in aanmerking activiteiten voor onafhankelijke cliëntondersteuning die:
- a.
gaan om: informatie, advies en algemene ondersteuning gedurende de oriëntatie op, toegang tot en tijdens zorg of ondersteuning; en
- b.
gericht zijn op het bieden van een luisterend oor, het invullen van een makelaarsfunctie tussen domeinen en bemiddeling tussen inwoners en organisaties; en
- c.
kortdurend zijn;
- d.
generalistisch of specialistisch van aard zijn; en
- e.
formeel van aard zijn, zoals genoemd in artikel 3 onder c van deze paragraaf .
- a.
-
2. Overbruggingszorg en waakvlamcontact komen alleen per uitzondering in aanmerking voor subsidie.
- a.
Overbruggingszorg en waakvlamcontact komen in aanmerking voor subsidie wanneer de aanbieder kan motiveren dat:
- 1°
deze noodzakelijk zijn en
- 2°
de inwoner (nog) niet bij een andere organisatie terecht kan.
- 1°
- b.
Het college maakt aanvullende afspraken over overbruggingszorg en waakvlamcontact met de aanbieder. Deze afspraken worden vastgelegd in de subsidie-overeenkomst.
- a.
Artikel 5 Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
- a.
met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen;
- b.
de activiteiten hulpverlening, begeleiding en/of behandeling van inwoners betreffen, anders dan overbruggingszorg artikel 4 lid 2 van deze paragraaf 2.1.1.;
- c.
de activiteiten het karakter van langdurige ondersteuning gericht op het behalen van doelen met de inwoner hebben;
- d.
de activiteit niet kosteloos wordt aangeboden aan inwoners;
- e.
de activiteit niet onafhankelijk is.
Artikel 6 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.1.2 Bepalingen voor crisisdienst (BBK) Jeugd en Wmo
Artikel 1 Doelstellingen
- •
Voor alle inwoners ongeacht de doelgroep en de hulpvraag is directe interventie bij crisissituaties beschikbaar, bereikbaar en oproepbaar.
- •
Het hulpverleningsperspectief wordt meegewogen bij de beoordeling van het al dan niet opleggen van een tijdelijk huisverbod.
Deze doelstellingen worden nader geconcretiseerd in de (BCF-) overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
BBK: Bereikbaarheid Buiten Kantooruren (= crisisdienst)
- b.
Crisissituatie: een situatie waarbij een fysiek of psychisch belang van de betrokkene is aangetast of dreigt te worden aangetast.
- c.
Meewegen: het onderdeel vanuit het hulpverleningsperspectief binnen de advisering aan de burgemeester -in overleg met de hulpofficier van Justitie (HOvJ)- over het wel of niet opleggen van een tijdelijk huisverbod.
- d.
Ketenpartners: instellingen binnen het Sociaal Domein die direct betrokken zijn bij inwoners in een crisissituatie, zoals: politie, reclassering, Veilig Thuis, GGZ-instellingen, crisisinterventieteam (CIT), Leger des Heils, Stichting ZO!, huisartsen en andere (lokale/regionale) hulpverlenende instanties.
- e.
HOvJ: Hoofdofficier van Justitie.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen in aanmerking:
- a.
het beschikbaar en bereikbaar zijn na kantoortijden voor alle inwoners, alle ketenpartners en de HOvJ en
- b.
het oproepbaar zijn voor alle inwoners en ketenpartners ongeacht de doelgroep en de hulpvraag en
- c.
het bieden van directe interventie en/of het meewegen bij crisissituaties voor alle inwoners door de BBK-medewerker ongeacht de doelgroep en de hulpvraag.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor cliëntondersteuning. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.1.3 Bepalingen voor maatschappelijke begeleiding bij opleggen Tijdelijk Huisverbod
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Achterblijvers worden ondersteund na de uitspraak van een huisverbod, gedurende de eerste 10 dagen of -bij verlenging van het huisverbod- gedurende in totaal 28 dagen.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Huisverbod: een beschikking houdende een last tot het onmiddellijk verlaten van een bepaalde woning en een verbod tot het betreden van, zich ophouden bij of aanwezig zijn in die woning en een verbod om contact op te nemen met degenen die met de persoon tot wie de beschikking is gericht in dezelfde woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven
- b.
Achterblijver: de echtgenoot, geregistreerde partner, andere levensgezel of andere meerderjarige of minderjarige persoon met wie de uithuisgeplaatste het huishouden deelt.
- c.
Uithuisgeplaatste: degene aan wie het huisverbod is opgelegd.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen in aanmerking de ondersteuning aan achterblijvers gedurende de duur van het huisverbod die bestaat uit:
- a.
het komen tot een goed veiligheidsplan en
- b.
het borgen van het veiligheidsplan bij de vervolghulpverlening.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor cliëntondersteuning. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.2 Werk & inkomen en inburgering
Instellingssubsidies Werk & inkomen en Inburgering
|
Vanuit wettelijk en/of beleidsmatig oogpunt
Vanuit beleidsmatig oogpunt
|
2.2.1 Bepalingen voor integratiebevorderende activiteiten voor mensen met een achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Mensen met een achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond nemen zo snel en volwaardig mogelijk deel aan de samenleving (van Zuidplas en Nederland).
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
integratie: een persoon of groep is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving wanneer er sprake is van gelijke juridische positie, gelijkwaardige deelname op sociaal-economisch terrein, kennis van de Nederlandse taal en samenleving en wanneer gangbare waarden, normen en gedragspatronen worden gerespecteerd.
- b.
achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond:
- 1°
een nog niet optimale integratie veroorzaakt door een te geringe kennis van de Nederlandse taal, samenleving, gangbare waarden, normen en gedragspatronen (o.a. wanneer iemand nog niet is ingeburgerd en wettelijk nog inburgeringsplichtig is);
- 2°
een belemmering in de maatschappelijke participatie als gevolg van het naleven van gangbare waarden, normen en gedragspatronen vanuit de oorspronkelijke cultuur vanuit het land van herkomst (van ouders/(over)grootouders), die niet (geheel) overeenkomen met de in de Nederlandse gangbare waarden, normen en gedragspatronen;
- 3°
een belemmering in de maatschappelijke participatie als gevolg van vooroordelen die bestaan over mensen die (of: wiens voorouders) niet afkomstig zijn uit uit Nederland en een andere cultuur kennen.
- 1°
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
-
1. Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in dit hoofdstuk kan worden verstrekt voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de integratie, waaronder maatschappelijke, juridische en financiële begeleiding van asielmigranten, participatieverklaringstrajecten voor asiel- en gezinsmigranten en activiteiten gericht op emancipatie, participatie en kennisbevordering over de Nederlandse samenleving en de gemeente Zuidplas.
-
2. De in lid 1 genoemde activiteiten dienen los te staan van de activiteiten die worden uitgevoerd door de partij die voor Zuidplas het discriminatie-meldpunt verzorgt - op basis van de 'Verordening Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen' van de gemeente Zuidplas (op basis van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen').
-
3. Activiteiten gericht op deze paragraaf die samen met de uitvoerder van het discriminatie-meldpunt worden georganiseerd, kunnen wel voor subsidie in aanmerking komen. Zie verder paragraaf 2.4.1.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor integratiebevorderende activiteiten voor mensen met een achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.2.2 Bepalingen voor de organisatie van een Voedselbank
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling:
- •
Het bestrijden van armoede door mensen die tijdelijk onvoldoende geld hebben om eten te kopen gratis voedselpakketten te geven, en
- •
het tegengaan van voedselverspilling door het inzamelen van overschot aan voedsel dat anders weggegooid zou worden.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Inwoners van de gemeente Zuidplas die onvoldoende geld hebben om eten te kunnen kopen:
de betreffende inwoners worden bij de voedselbank aangemeld via organisaties in de gemeente die veel te maken hebben met mensen met een laag inkomen. Vervolgens vindt er door de administratie van de voedselbank een toetsing van de aangemelde inwoners plaats, volgens de normering van Voedselbanken Nederland
NB: Een voedselbank kent geen specifieke leeftijdsgrens voor begunstigden; iedereen die te weinig geld heeft om in zijn of haar basisbehoeften, waaronder voedsel, te voorzien, kan in aanmerking komen. Een veelvoorkomende leeftijdsgroep onder de klanten is de leeftijdscategorie tussen de 30 en 49 jaar, maar ouderen en kinderen kunnen zeker ook tot de gebruikers behoren.
- b.
Tijdelijk: In principe is de hulp van de Voedselbank eindig, er wordt maximaal 3 jaar ondersteuning verleend. Met behulp van andere hulpverlenende instanties wordt geprobeerd de klanten weer zelfredzaam te maken.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het verstrekken van gratis voedselpakketten aan inwoners van de gemeente Zuidplas die tijdelijk onvoldoende geld hebben om eten te kunnen kopen.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor de organisatie van een Voedselbank. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.2.3 Bepalingen voor coachingsaanbod voor jongeren t.a.v. aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Kwetsbare jongeren en jongvolwassen in de leeftijd 16 tot 27 jaar activeren met als doel de kwetsbare jongeren en jongvolwassenen te (her)plaatsen op school of te begeleiden naar werk.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Kwetsbare jongeren en jongvolwassenen: inwoners in de leeftijd van 16 tot 27 jaar die niet deelnemen aan school of werk en geen startkwalificatie bezitten.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het coachen van jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 16 tot 27 jaar met als doel deze inwoners te activeren zodat men teruggaat naar school of een betaalde baan vindt. De betreffende instelling of coach werkt hierbij nauw samen met het de kwalificatieplicht ambtenaar van het RMC (Regionaal Meld en Coördinatiepunt) en de Sociale Dienst van IJsselgemeenten.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor de coaching van kwetsbare jongeren en jongvolwassenen. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
Activiteitensubsidies Werk & inkomen en Inburgering
|
2.2.4 Bepalingen voor (regionale) nonfood-ondersteuning aan minimahuishoudens
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling:
- •
Kleding en goederen en diensten voor de inrichting van het huis ter beschikking stellen aan minimahuishoudens en inwoners die zijn doorverwezen vanuit Stichting ZO! of IJsselgemeenten.
- •
Het op laagdrempelige wijze bieden van producten op het gebied van persoonlijke verzorging.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Minimahuishoudens: huishoudens met een inkomen tot 120% van het minimuminkomen voor de betreffende huishoudenssamenstelling.
- b.
Minimuminkomen: het minimuminkomen zoals tweemaal per jaar vastgesteld wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het verstrekken van goederen en/of het bemiddelen ten aanzien van diensten om niet, of tegen een gereduceerd tarief, aan minimahuishoudens en/of doorverwezen huishoudens van Stichting ZO! of IJsselgemeenten. Het gaat om bijvoorbeeld kleding, persoonlijke verzorgingsproducten, meubilair en witgoed of diensten gericht op woninginrichting.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Het subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van het in de aanvraag geraamde tekort op de begroting van de activiteit, waarbij de bijdrage aan het oplossen van het genoemde tekort vanuit de gemeente Zuidplas is gebaseerd op:
- a.
het aantal Zuidplasinwoners dat gebruik maakt van de voorziening ten opzichte van het totaal aantal gebruikers van de voorziening;
- b.
in geval van persoonlijke verzorgingsproducten eveneens: de kosten van de verstrekte producten.
2.2.5 Bepalingen voor verjaardagsactiviteiten voor kinderen in gezinnen met armoede- en schuldenproblematiek
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Kinderen uit mimimahuishoudens de mogelijkheid bieden om hun verjaardag te kunnen vieren.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Minimahuishoudens: huishoudens met een inkomen tot 120% van het minimuminkomen voor de betreffende huishoudenssamenstelling.
- b.
Minimuminkomen: het minimuminkomen zoals tweemaal per jaar vastgesteld wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het verstrekken van benodigdheden aan minimahuishoudens (op indicatie van het CJG) om de verjaardag van kinderen te kunnen vieren. Versiering, een kaart, uitdeeltraktaties en een taart zijn daar voorbeelden van.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Het subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van het in de aanvraag geraamde tekort op de begroting van de activiteit, waarbij dit tekort nadrukkelijk moet zijn gebaseerd op het aantal minimumgezinnen zoals geïndiceerd door het CJG.
2.3 Jeugd
Instellingssubsidies Jeugd
|
Vanuit beleidsmatig oogpunt
|
2.3.1 Bepalingen voor (preventieve) activiteiten gericht op (kwetsbare) jeugd
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Er zijn (preventieve) activiteiten beschikbaar voor (ouders) van jeugd (kinderen en jongeren) die in een kwetsbare positie verkeren of daarin dreigen te belanden.
Interventies/activiteiten zijn erop gericht om (ouders/gezinsleden van) kinderen en jongeren te ondersteunen en te informeren.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in een overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Jeugd: iedereen die kind is en dus nog niet volwassen. De gemeente Zuidplas sluit hierbij aan bij de leeftijdsgrens die het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) hanteert: iedereen tot 23 jaar.
- b.
Kwetsbare positie: (een combinatie van): het hebben van taal-/spraakproblemen, het ontbreken van een sociaal netwerk rondom het gezin, het hebben van een verstandelijke beperking, ontwikkelings- en/of gedragsproblematiek, in aanraking geweest zijn met politie.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in het kader van deze paragraaf in aanmerking komen, zijn:
- a.
algemene preventieve logopedische zorg;
- b.
directe ondersteuning, bijvoorbeeld cursusaanbod, hulpverleningstrajecten, bemiddeling, advisering en preventieprojecten aan ouders en/of hun kinderen;
- c.
indirecte ondersteuning, door advisering, voorlichting en netwerkvorming en door het realiseren van een betere afstemming tussen verschillende hulpverleners.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor activiteiten die gericht zijn op kwetsbare jongeren. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het bepaalde subsidiebedrag hoger ligt dan € 50.000).
Activiteitensubsidies Jeugd
|
2.3.2 Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies Jeugd
In paragraaf 1.2, artikel 4 werd aangegeven dat:
- •
voor de berekening van de hoogte van een activiteitensubsidie een puntensysteem wordt gehanteerd (lid 1)
- •
dat voor vijf onderdelen maximaal 100 punten kunnen worden behaald (lid 2);
- •
het maximum aantal punten per onderdeel per beleidsonderdeel kan verschillen;
- •
de hoogte van het subsidiebedrag wordt als volgt wordt berekend: het aantal punten berekend op basis van lid 1 wordt vermenigvuldigd met het door het college vastgestelde normbedrag van € 50 (daarmee is het maximale bedrag voor een activiteitensubsidie in principe € 5.000).
Hieronder wordt de puntenverdeling voor 'Jeugd' genoemd:
|
te scoren onderdeel |
maximaal aantalte scorenpunten |
beoordeling |
|
|
30 |
aantal deelnemeruren |
aantal punten |
|
0 t/m 1.000 |
10 |
||
|
1.000 t/m 2.000 |
20 |
||
|
≥ 2.001 |
30 |
||
|
20 |
In het onderdeel 'Jeugd’ gaat het altijd om de doelgroep jeugd. Activiteiten die zich richten op de (extra kwetsbare) doelgroep ‘kinderen of jongeren met een beperking’ kunnen een extra score krijgen van 20 punten. |
|
|
10 |
Activiteiten die zich richten op integratie van doelgroepen van inwoners in de lokale samenleving als geheel kunnen een score krijgen van 10 punten. Deze activiteiten bevorderen de sociale cohesie |
|
|
10 |
Activiteiten waarbij instellingen samenhang of samenwerking bewerkstelligen met andere instellingen die zich inzetten voor het bereiken van door de raad bepaalde maatschappelijke effecten voor het Sociaal Domein kunnen een score krijgen van 10 punten. |
|
|
30 |
Activiteiten waarbij instellingen voor het slagen van de activiteit extra/bijzondere kosten moeten maken, kunnen extra punten krijgen. Voorbeeld:
|
|
|
TOTAAL |
100 |
€ 50 per punt = maximaal € 5.000 |
|
2.3.3 Bepalingen voor recreatieve/deelnamebevorderende activiteiten voor jeugd/jongeren
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Er worden activiteiten georganiseerd die aansluiten op de wensen van kinderen en jongeren en die een meerwaarde leveren op het reeds aanwezige voorzieningenniveau in de dorpen.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Jeugd: iedereen die kind is en dus nog niet volwassen. De gemeente Zuidplas sluit hierbij aan bij de leeftijdsgrens die het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) hanteert: iedereen tot 23 jaar.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Algemene jeugdactiviteiten, die eraan bijdragen dat kinderen/jongeren gezond en veilig kunnen opgroeien tot zelfstandige volwassenen en dat zij naar vermogen actief kunnen deelnemen aan het sociale, economische, culturele, educatieve en sportieve leven.
2.4 Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid
Instellingssubsidies Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid
|
Wettelijk
Vanuit beleidsmatig oogpunt
|
2.4.1 Bepalingen voor het discriminatie-meldpunt
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Uitvoering geven aan de taken die in het kader van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen moeten worden uitgevoerd en non-discriminatie en sociale inclusie in de gemeente bevorderen.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Discriminatie: er is sprake van discriminatie als iemand of een bepaalde groep mensen anders wordt behandeld op grond van kenmerken die er niet toe (mogen) doen.
- b.
Bevorderen non-discriminatie en sociale inclusie: activiteiten gericht op het bespreekbaar maken, voorkomen en bestrijden van discriminatie en sociale uitsluiting.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in dit hoofdstuk kan worden verstrekt voor:
- a.
activiteiten die door de aanbieder in het kader van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen moeten worden uitgevoerd;
- b.
flankerend aanbod: lokale activiteiten gericht op het bespreekbaar maken, voorkomen en bestrijden van discriminatie en sociale uitsluiting, die door (of samen met) de aanbieder worden georganiseerd.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor de uitvoering van de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen.
Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.4.2 Bepalingen voor de organisatie van vrijwillige respijtzorg (Wmo 2015)
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Mantelzorgers in de gemeente Zuidplas worden ondersteund en ontlast.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instellingen.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Mantelzorger: iemand die -niet in het kader van een hulpverlenend beroep- langdurige zorg (voor 8 uur per week of meer en gedurende 3 maanden of meer) biedt aan (een) hulpbehoevend(e) perso(o)n(en) uit hun directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie, waarbij de zorg -qua duur en intensiteit- de gebruikelijke zorg overstijgt.
- b.
Vrijwillige respijtzorg: de (door vrijwilligers georganiseerde coördinatie van) inzet van vrijwilligers die zorg en hulp bieden aan mensen met een (chronische) ziekte en/of beperking opdat de mantelzorger tijdelijk is vrijgesteld van het bieden van de benodigde hulp of zorg.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
het organiseren van vrijwillige respijtzorg;
- b.
aan vrijwilliger respijtzorg gekoppelde voorlichting voor de vrijwillige respijtzorgers en (specifieke groepen van) mantelzorgers en hun zorgvragers.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor mantelzorgondersteuning en -waardering. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.4.3 Bepalingen voor de inzet van ervaringsdeskundigheid in het Sociaal Domein ten behoeve van herstel
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Inwoners in de gemeente Zuidplas worden ondersteund en geholpen door de inzet van ervaringsdeskundigheid in het Sociaal Domein. Deze inzet heeft tot doel om hen te helpen herstellen en participeren in de samenleving.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Ervaringsdeskundigheid: derde bron van kennis, naast wetenschappelijke kennis en praktisch-professionele kennis.
- b.
Ervaringsdeskundige in het Sociaal Domein: iemand die ervaring heeft met een (psychiatrische) aandoening of kwetsbaarheid en een herstelproces heeft doorlopen (ervaring), op de eigen ervaringen gereflecteerd heeft en die gedeeld met anderen (ervaringskennis) en die geleerd heeft hoe deze kennis in te zetten om anderen te ondersteunen (ervaringsdeskundigheid).
Een ervaringsdeskundige heeft niet simpelweg '(een) ervaring'. Er moet een vorm van reflectie hebben plaatsgevonden en men moet hebben geleerd hoe de kennis in te zetten is om anderen te helpen. Het hebben gevolgd van een relevante training is daarvoor een vereiste.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
Het bieden van ondersteuning aan inwoners of mantelzorgers door de inzet van coaches met ervaringsdeskundigheid;
- b.
Het organiseren van bijeenkomsten waar het delen van ervaringen centraal staat;
- c.
Het trainen en opleiden zodat mensen hun ervaringen kunnen omzetten naar ervaringsdeskundigheid;
- d.
Het bieden van ervaringsdeskundigheid aan de gemeente ter bevordering van het beleid;
- e.
Het informeren en voorlichten van inwoners en professionals over het perspectief van ervaringsdeskundigheid.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor de inzet van ervaringsdeskundigheid. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.4.4 Bepalingen voor algemeen toegankelijke inloop/dagbesteding
Artikel 1 Doelstellingen
Met (het stimuleren van) algemeen toegankelijke inloop/dagbesteding wordt ingezet op (één van) de volgende doelen:
- •
inwoners kunnen langer thuis blijven wonen;
- •
er is sprake van inzet en/of scholing van mensen met een uitkering;
- •
er wordt een kleiner beroep op formele zorg gedaan;
- •
er wordt gebruik gemaakt van collectieve ‘wijkdiensten’;
- •
eenzaamheid wordt voorkomen/verminderd/bestreden.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Algemeen toegankelijke inloop/dagbesteding: een initiatief dat gelegenheid biedt tot inloop en/of dagbestedingsactiviteiten die algemeen toegankelijk is/zijn (dat wil zeggen zonder indicatie) en dat bijdraagt aan (één van) de doelen zoals omschreven in artikel 1 van deze paragraaf.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
De initiatieven die in aanmerking willen komen voor subsidie dienen aan de onderstaande criteria (a. t/m g.) te voldoen. Per criteria kunnen er twee punten worden gescoord. Er zijn minimaal 10 punten nodig om in aanmerking te komen voor een subsidie.
- a.
Initiatieven die in aanmerking willen komen voor subsidie moeten bijdragen aan één (of meerdere) van de volgende doelen:
- •
Langer thuis blijven wonen
- •
Inzet en/of scholing van mensen met een uitkering
- •
Kleiner beroep op formele zorg
- •
Gebruik van collectieve ‘wijkdiensten’
- •
Het bestrijden van eenzaamheid
- •
-
Deze doelen dragen bij aan een inclusieve samenleving waarbij kwetsbare inwoners meedoen in de maatschappij.
- b.
Bij beoordeling wordt gekeken naar het soort activiteiten dat het initiatief wil organiseren. Activiteiten die inwoners in beweging brengt (letterlijk en figuurlijk) worden hierbij positiever beoordeeld.
- c.
De activiteiten sluiten aan bij het profiel (o.a. leeftijdsopbouw) per dorp/wijk.
- d.
De activiteiten van het initiatief zijn duurzaam. De activiteiten zijn voor de looptijd van de subsidieaanvraag geborgd. Het betreft geen eenmalige activiteit.
- e.
Nieuwe initiatieven voor inloop-activiteiten verschillen van bestaand aanbod, dat wil zeggen dat het initiatief zich kenmerkt door een specifieke aanpak, activiteiten en/of kennis die niet al door een andere partij in (het betreffende) Zuidplas (-dorp) wordt ingezet. Bij de beoordeling zal gekeken worden naar reeds bestaande initiatieven en de mate waarin er overlap tussen initiatieven bestaat. Hiermee wordt voorkomen dat initiatieven met elkaar gaan concurreren om bezoekers en subsidie en dat er te weinig vernieuwing ontstaat.
- f.
Het initiatief en de activiteiten zijn aangesloten op het lokale netwerk van huisartsen, welzijn, gemeente e.d. Indien dit niet het geval is, heeft men plannen om zich wel aan te sluiten en/of kenbaar te maken. Door actief aansluiting met het lokale netwerk te leggen kunnen het initiatief en het netwerk elkaar versterken.
- g.
De kosten die het project maakt bestaan uit meerdere onderdelen. Huisvesting, reclamemateriaal, kosten voor activiteiten, vrijwilligersvergoedingen en eventueel betaalde krachten (bijvoorbeeld een coördinator). De kosten voor de betaalde krachten (professionele inzet) worden niet (kostendekkend) gesubsidieerd.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
- a.
Het totale subsidiebudget dat beschikbaar is voor aanvragen algemene inloop/dagbesteding bedraagt € 50.000. Er wordt rekening gehouden met een evenredige verdeling van subsidie over de vier dorpen. Op basis van inwoneraantallen betekent dit de volgende indicatieve bedragen:
Nieuwerkerk aan den IJssel
€ 20.000
Moordrecht
€ 10.000
Zevenhuizen
€ 10.000
Moerkapelle
€ 10.000
- b.
De hoogte van de subsidie per aanvrager is afhankelijk van het gemiddeld aantal individuele bezoekers per week dat heeft deelgenomen in het aan het subsidiejaar voorafgaande jaar. Per individuele bezoeker per week is er € 375 subsidie beschikbaar met een maximumsubsidie per aanvragende instelling van € 10.000 per jaar. Dit maximum wordt bereikt als er gemiddeld 27 inwoners per week deelnemen aan het initiatief.
Aanvragers dienen zelf het aantal bezoekers inzichtelijk en aannemelijk te maken, bijvoorbeeld door het bijhouden van een deelnemerslijst.
Activiteitensubsidies Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid
|
2.4.5 Algemeen 2.4.6 Algemene Wmo-diensten aangeboden voor vrijwilligers(organisaties) 2.4.7 Deelnamebevorderende activiteiten doelgroepen 2.4.8 Algemene belangenbehartiging voor de doelgroepen 'ouderen' en 'mensen met een beperking' 2.4.9 Voorlichting doelgroepen 2.4.10 Gezondheidsbevorderende activiteiten doelgroepen 2.4.11 EHBO |
2.4.5 Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid
In paragraaf 1.2, artikel 4 werd aangegeven dat:
- •
voor de berekening van de hoogte van een activiteitensubsidie een puntensysteem wordt gehanteerd (lid 1)
- •
dat voor vijf onderdelen maximaal 100 punten kunnen worden behaald (lid 2);
- •
het maximumaantal punten per onderdeel, per beleidsonderdeel kan verschillen;
- •
de hoogte van het subsidiebedrag als volgt wordt berekend: het aantal punten berekend op basis van lid 1 wordt vermenigvuldigd met het door het college vastgestelde normbedrag van € 50 (daarmee is het maximale bedrag voor een activiteitensubsidie in principe € 5.000).
Hieronder wordt de puntenverdeling voor 'Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid ' genoemd:
|
te scoren onderdeel |
maximaal aantalte scorenpunten |
beoordeling |
|
|
30 |
aantal deelnemeruren |
aantal punten |
|
0 t/m 500 |
5 |
||
|
501 t/m 1.000 |
10 |
||
|
1.001 t/m 1.500 |
15 |
||
|
1.501 t/m 3.000 |
20 |
||
|
≥ 3001 |
30 |
||
|
10 |
In het onderdeel 'Maatschappelijke Ondersteuning' gaat het in principe altijd om doelgroepen. Activiteiten die zich richten op de (extra kwetsbare) doelgroep 'mensen met een beperking' kunnen een 'extra' score krijgen van 10 punten. |
|
|
10 |
Activiteiten die zich richten op integratie van doelgroepen van inwoners in de lokale samenleving als geheel kunnen een score krijgen van 10 punten. |
|
|
10 |
Activiteiten waarbij instellingen samenhang of samenwerking bewerkstelligen met andere instellingen die zich inzetten voor het bereiken van door de raad bepaalde maatschappelijke effecten voor het Sociaal Domein kunnen een score krijgen van 10 punten. |
|
|
40 |
Activiteiten waarbij instellingen voor het slagen van de activiteit extra/bijzondere kosten moeten maken, kunnen extra punten krijgen. Voorbeelden:
|
|
|
TOTAAL |
100 |
€ 50 per punt = maximaal € 5.000 |
|
2.4.6 Bepalingen voor algemene Wmo-diensten aangeboden door vrijwilligers(organisaties)
Artikel 1 Doelstellingen
Mensen met een beperking en ouderen participeren (zoveel mogelijk samen met niet-doelgroepen) aan de samenleving en kunnen zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving blijven, waarbij het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie zo dicht mogelijk bij de inwoners zelf is belegd.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Mensen met een beperking: mensen die door een handicap, chronische ziekte, een chronisch psychisch probleem en/of een psychosociaal probleem beperkingen ondervinden in hun dagelijks leven en hun maatschappelijke deelname;
- b.
Ouderen: mensen in de leeftijdscategorie van boven de 65 jaar;
- c.
Algemene Wmo-diensten: voorzieningen die zonder indicatie toegankelijk zijn voor mensen met een beperking en ouderen en die passen binnen de doelstelling zoals genoemd in artikel 1 van paragraaf 2.4.6.
Het gaat hierbij met name om voorzieningen die (deels) vervangend of voorliggend kunnen zijn voor Wmo-maatwerkvoorzieningen op het gebied van wonen en vervoer.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in deze paragraaf kan worden verstrekt voor het organiseren/(laten)uitvoeren van algemene Wmo-diensten door vrijwilligers, te weten:
- a.
organiseren van zelfhulp in de vorm van bijvoorbeeld bezoekdiensten of telefooncirkels voor mensen uit kwetsbare doelgroepen, opdat zij langer zelfstandig kunnen blijven wonen;
- b.
klussendiensten: kleine reparaties/klusjes bij ouderen/mensen met een beperking in huis;
- c.
vervoersdiensten: vervoer van ouderen/mensen met een beperking, tegen kleine (brandstofkosten-) vergoeding; de coördinatie hiervan komt in aanmerking voor subsidie;
- d.
overige algemene Wmo-diensten door vrijwilligers, op het gebied van wonen, vervoer en ondersteuning bij algemene dagelijkse levensverrichtingen, die een beroep op maatwerkvoorzieningen kunnen voorkomen.
2.4.7 Bepalingen voor deelnamebevorderende activiteiten doelgroepen
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Mensen met een beperking en ouderen participeren (zoveel mogelijk samen met niet-doelgroepen) aan de samenleving.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Mensen met een beperking: mensen die door een handicap, chronische ziekte, een chronisch psychisch probleem en/of een psychosociaal probleem beperkingen ondervinden in hun dagelijks leven en hun maatschappelijke deelname;
- b.
Ouderen: mensen in de leeftijdscategorie van boven de 65 jaar.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in deze paragraaf kan worden verstrekt voor sociaal-recreatieve activiteiten die de maatschappelijke deelname van ouderen en/of mensen met een beperking bevorderen.
2.4.8 Bepalingen voor algemene belangenbehartiging voor de doelgroepen 'ouderen' en 'mensen met een beperking'
Artikel 1 Doelstellingen
Mensen met een beperking en ouderen participeren (zoveel mogelijk samen met niet-doelgroepen) aan de samenleving.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Mensen met een beperking: mensen die door een handicap, chronische ziekte, een chronisch psychisch probleem en/of een psychosociaal probleem beperkingen ondervinden in hun dagelijks leven en hun maatschappelijke deelname;
- b.
Ouderen: mensen in de leeftijdscategorie van boven de 65 jaar;
- c.
Belangenbehartiging: het opkomen voor de individuele en collectieve belangen en rechten van ouderen en mensen met een beperking, alsmede het bevorderen van hun materiële, sociale en culturele ontwikkeling.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in deze paragraaf kan worden verstrekt voor het uitoefenen van belangenbehartiging, door:
- a.
het vertegenwoordigen van de doelgroep op alle terreinen van de samenleving en binnen alle instellingen waar belangenbehartiging van de doelgroep bijdraagt tot meer en betere maatschappelijke deelname van deze doelgroep;
- b.
het voeren van overleg met en het beïnvloeden van de besluitvorming binnen gemeentelijke en particuliere instellingen;
- c.
het bieden van of het bemiddelen bij het verkrijgen van gerichte informatie, scholing, vorming en training of het bevorderen van deskundigheid;
- d.
indien nodig, het bemiddelen bij sportieve, recreatieve, creatieve, culturele, dienstverlenende en maatschappelijke activiteiten;
- e.
het onderhouden van contact met de achterban en met andere organisaties op het gebied van ouderen en mensen met een beperking (hieronder valt ook het vertegenwoordigd zijn in de Adviesraad Sociaal Domein Zuidplas).
Artikel 4 Bijzondere bepalingen
In aanvulling op paragraaf 2.4.3: omdat bij een orgaan voor belangenbehartiging meestal geen sprake is van reguliere activiteiten waar inwoners aan deel kunnen nemen, is het begrip 'deelnemer-uur' bij deze categorie niet aan de orde. Ook hebben deze instellingen geen leden die contributie of een eigen bijdrage betalen.
Daarom wordt bij deze categorie instellingen -bij het puntensysteem waarmee het subsidiebedrag wordt bepaald- een basisaantal van 20 punten toegekend bij 'bereik van de activiteit'.
2.4.9 Bepalingen voor voorlichting doelgroepen
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Mensen met een beperking en hun mantelzorgers worden ondersteund en ontlast en kunnen daardoor meer en beter participeren aan de samenleving.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Mensen met een beperking: mensen die door een handicap, chronische ziekte, een chronisch psychisch probleem en/of een psychosociaal probleem beperkingen ondervinden in hun dagelijks leven en hun maatschappelijke deelname;
- b.
Mantelzorger: iemand die -niet in het kader van een hulpverlenend beroep- langdurige zorg (voor 8 uur per week of meer en gedurende 3 maanden of meer) biedt aan (een) hulpbehoevend(e) perso(o)n(en) uit hun directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie, waarbij de zorg -qua duur en intensiteit- de gebruikelijke zorg overstijgt.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten en/of lotgenotencontact voor (specifieke groepen) mensen met een beperking en/of hun mantelzorgers.
2.4.10 Bepalingen voor gezondheidsbevorderende activiteiten doelgroepen
Artikel 1 Doelstellingen
Mensen met een beperking en ouderen kunnen deelnemen aan speciaal op hen toegesneden bewegingsactiviteiten die hun algehele conditie bevorderen.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Mensen met een beperking: mensen die door een handicap, chronische ziekte, een chronisch psychisch probleem en/of een psychosociaal probleem beperkingen ondervinden in hun dagelijks leven en hun maatschappelijke deelname.
- b.
Ouderen: mensen in de leeftijdscategorie van boven de 65 jaar.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor bewegingsactiviteiten die speciaal zijn toegesneden op ouderen en mensen met een beperking.
Artikel 4 Bijzondere bepalingen
In aanvulling op paragraaf 2.4.5: voor bewegingsactiviteiten waarvoor extra verwarmd zwembadwater en/of speciale instructie nodig is, kan een extra bedrag aan subsidie worden toegekend, bovenop het bedrag waarop een instelling volgens het puntensysteem recht heeft.
Daarbij kan het totale subsidiebedrag nooit hoger zijn dan het aangegeven of blijkende tekort op de totale begroting van de instelling, waarbij het tekort slechts betrekking heeft op de kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het doen slagen van de activiteit.
2.4.11 Bepalingen voor EHBO-instellingen
Artikel 1 Doelstellingen
De kennis en vaardigheid van EHBO is en blijft in Zuidplas op een zo hoog mogelijk niveau zodat de kans dat op benodigde momenten hulp kan worden geboden, zo groot mogelijk is.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
EHBO-instelling: een instelling met als hoofddoel de Eerste Hulp Bij Ongelukken te bevorderen. De leden worden in staat gesteld een diploma eerstehulpverlener te behalen, dit te vernieuwen of zich te bekwamen in diverse extra modules.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in dit hoofdstuk kan aan EHBO-instellingen worden verstrekt voor:
- a.
het organiseren van cursussen;
- b.
deskundigheidsbevordering/bijscholing;
- c.
het bieden van ondersteuning bij evenementen, sporttoernooien, etc..
3. Maatschappelijk Domein
3.1 Sport, Multifunctionele accommodaties en Wijk- & buurtwerk
Instellingssubsidies Sport, MFA's en Wijk- & buurtwerk
|
3.1.1 Bepalingen voor binnensportaccommodaties
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: de zwembaden, sporthallen en gymzalen zijn er voor alle inwoners van Zuidplas die zich sportief willen ontwikkelen en/of voor recreatief gebruik.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Binnensportaccommodatie: een maatschappelijke instelling zonder winstoogmerk die één of meer sporthallen, gymzalen en/of zwembaden exploiteert en beheert, die in eigendom zijn van, of in langdurige erfpacht of huur zijn bij, de gemeente Zuidplas;
- b.
Beheer: de organisatie van (en het toezicht op) het gebruik en het gebruikgeschikt houden van de accommodatie voor de gebruikers. Beheer omvat werkzaamheden op de gebieden huisvesting, diensten en middelen;
- c.
Exploitatie: verantwoordelijkheid voor het dragen van kosten, het genereren van inkomsten en het dragen van risico;
- d.
Gezonde leefstijl: gedragingen die een positieve invloed hebben op de gezondheid;
- e.
Sociale binding/cohesie: mate waarin inwoners verbondenheid ervaren en zich mede verantwoordelijk voelen voor het algemeen welzijn.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
exploitatie van binnensportaccommodaties;
- b.
sportactiviteiten die een gezonde leefstijl bevorderen en bijdragen aan sociale binding/cohesie.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor binnensportaccommodaties. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.1.2 Bepalingen voor maatschappelijke buiten(sport)-accommodaties
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: De maatschappelijke buiten(sport)-accommodaties zijn er voor alle inwoners in Zuidplas die zich sportief- en maatschappelijk willen ontwikkelen en/of voor recreatief gebruik.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Buitensportaccommodatie: een instelling die zich krachtens haar doelstellingen bezighoudt met het faciliteren van een aanbod op het gebied van sport in een veilige accommodatie.
- b.
Maatschappelijke buitenaccommodatie: een accommodatie gericht op vrijetijdsactiviteiten die voor een belangrijk deel buiten plaatsvinden en die als doelstelling hebben om diverse doelgroepen uit de maatschappij te laten participeren.
- c.
Beheer: de organisatie van (en het toezicht op) het gebruik en het gebruikgeschikt houden van de accommodatie voor de gebruikers. Beheer omvat werkzaamheden op de gebieden huisvesting, diensten en middelen;
- d.
Exploitatie: verantwoordelijkheid voor het dragen van kosten, het genereren van inkomsten en het dragen van risico;
- e.
Gezonde leefstijl: gedragingen die een positieve invloed hebben op de gezondheid;
- f.
Sociale binding/cohesie: mate waarin inwoners verbondenheid ervaren en zich medeverantwoordelijk voelen voor het algemeen welzijn.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
exploitatie van maatschappelijke buiten(sport)-accommodaties;
- b.
(sport)activiteiten die een gezonde leefstijl bevorderen en/of bijdragen aan sociale binding/cohesie.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
- a.
Voor de huurprijs van gemeentelijke maatschappelijke buiten(sport)-accommodaties wordt allereerst door de gemeente Zuidplas in de grondprijzenbrief een kostendekkend tarief vastgesteld dat de instelling dient te betalen voor de betreffende accommodatie(s).
Vervolgens hebben sport- en maatschappelijke instellingen die gebruik maken van gemeentelijke buiten(sport)- en maatschappelijke accommodaties recht om 90% van deze huurprijs gesubsidieerd te krijgen.
- b.
Het pachten van gemeentelijke gronden voor maatschappelijke buiten(sport)-accommodaties gaat kostendekkend op basis van de grondprijzenbrief. Sport- en maatschappelijke instellingen die gebruik maken van gemeentelijke gronden hebben recht om 90% van de erfpacht gesubsidieerd te krijgen.
Artikel 5 Subsidievaststelling bij huur- en erfpachtsubsidie
Op basis van artikel 17 lid 2 ASV Zuidplas2 worden instellingssubsidies die zijn verleend op basis van deze paragraaf (3.1.2), direct vastgesteld bij verlening.
Artikel 6 Wijze van uitbetaling huur- en erfpachtsubsidie
Instellingen ontvangen op basis van de huur- of erfpachtovereenkomst jaarlijks een factuur waarin los van elkaar beschreven is:
- a.
de hoogte van het huurtarief of de erfpachtcanon (100%) en de juridische grondslag hiervan;
- b.
de hoogte van de te verlenen subsidie (namelijk 90% van het bedrag genoemd onder a.) en de juridische grondslag daarvan;
- c.
het op basis van a. + b. te betalen bedrag (10% van het huurtarief of de erfpachtcanon).
3.1.3 Bepalingen voor multifunctionele accommodaties/dorpshuizen
Artikel. 1 Doelstellingen
Doelstelling: De dorpshuizen bieden aan alle inwoners van Zuidplas letterlijk de ruimte voor sportieve, sociale en/of culturele ontwikkeling.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Dorpshuis: een laagdrempelige, multifunctionele ontmoetingsplek:
- 1°
waar inwoners van verschillende doelgroepen terecht kunnen voor een zo breed mogelijk aanbod aan activiteiten en
- 2°
waarin onderdak wordt geboden aan het verenigingsleven tegen maatschappelijk verantwoorde tarieven die verenigingen in staat stellen hun activiteiten toegankelijk te houden.
- 1°
- b.
Beheer: de organisatie van (en het toezicht op) het gebruik en het gebruik geschikt houden van de accommodatie voor de gebruikers. Beheer omvat werkzaamheden op de gebieden huisvesting, diensten en middelen;
- c.
Exploitatie: verantwoordelijkheid voor het dragen van kosten, het genereren van inkomsten en het dragen van risico;
- d.
Sociale/binding cohesie: mate waarin inwoners verbondenheid ervaren en zich mede verantwoordelijk voelen voor het algemeen welzijn.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
Exploitatie van multifunctionele accommodaties/dorpshuizen;
- b.
Het organiseren van activiteiten die bijdragen aan sociale binding/cohesie binnen de gemeente Zuidplas, het dorp, de wijk of de buurt.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor multifunctionele accommodaties/ dorpshuizen.
Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.1.4 Bepalingen voor buurtbemiddeling
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: In Zuidplas is buurtbemiddeling beschikbaar om:
- a.
preventieve ondersteuning te leveren aan de leefbaarheid en sociale cohesie in straten en buurten;
- b.
escalaties te voorkomen in conflicten tussen buren of buurtgenoten;
- c.
de communicatie tussen buren of buurtgenoten te herstellen of te verbeteren;
- d.
buren of buurtgenoten de gelegenheid te bieden hun ruzie op te lossen door middel van gesprekken;
- e.
de zelfredzaamheid en het oplossend vermogen van burgers te bevorderen;
- f.
wederzijds begrip tussen buren of buurtgenoten te stimuleren en te verbeteren.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Buurtbemiddeling: een methode, die wordt gehanteerd om de leefbaarheid in de buurt te vergroten en te voorkomen dat problemen tussen buren escaleren. Hierbij worden geschoolde vrijwilligers ingeschakeld. Buurtbemiddeling wordt niet toegepast als er lichamelijk geweld is gebruikt of wanneer een partij niet aanspreekbaar is.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het aanbieden van een pakket van diensten op het gebied van Buurtbemiddeling voor de inwoners van de gemeente Zuidplas, bestaande uit:
- a.
beschikbaarheid van de expertise en het dienstenpakket van Buurtbemiddeling door inzet van een team getrainde vrijwillige buurtbemiddelaars, een professionele projectcoördinator en facilitaire voorwaarden;
- b.
het leveren van buurtbemiddelingsdiensten aan conflicterende buren of buurtgenoten door de projectcoördinator en buurtbemiddelaars op onregelmatige tijdstippen;
- c.
goede bereikbaarheid tijdens kantoortijden voor verwijzende instanties;
- d.
het maken van samenwerkingsafspraken met lokale of regionale organisaties die een functie vervullen in situaties van burenoverlast.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor buurtbemiddeling. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
Activiteitensubsidies Wijk- & buurtwerk
|
3.1.5 Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies Wijk- en buurtwerk
In paragraaf 1.2, artikel 4 werd aangegeven dat:
- •
voor de berekening van de hoogte van een activiteitensubsidie een puntensysteem wordt gehanteerd (lid 1)
- •
dat voor vijf onderdelen maximaal 100 punten kunnen worden behaald (lid 2);
- •
het maximum aantal punten per onderdeel per beleidsonderdeel kan verschillen;
- •
de hoogte van het subsidiebedrag wordt als volgt wordt berekend: het aantal punten berekend op basis van lid 1 wordt vermenigvuldigd met het door het college vastgestelde normbedrag van € 50 (daarmee is het maximale bedrag voor een activiteitensubsidie in principe € 5.000).
Hieronder wordt de puntenverdeling voor ‘activiteitensubsidies Wijk- en buurtwerk' genoemd:
|
te scoren onderdeel |
maximaal aantalte scorenpunten |
beoordeling |
|
|
30 |
aantal deelnemeruren |
aantal punten |
|
0 t/m 1.000 |
10 |
||
|
1.000 t/m 2.000 |
20 |
||
|
≥ 2.001 |
30 |
||
|
20 |
Activiteiten in het 'Maatschappelijk Domein’ die zich richten op speciale doelgroepen kunnen een 'extra' score krijgen van 20 punten. |
|
|
10 |
Activiteiten die zich richten op integratie van doelgroepen van inwoners in de lokale samenleving als geheel kunnen een score krijgen van 10 punten. Deze activiteiten bevorderen de sociale cohesie |
|
|
10 |
Activiteiten waarbij instellingen samenhang of samenwerking bewerkstelligen met andere instellingen die zich inzetten voor het bereiken van door de raad bepaalde maatschappelijke effecten voor het Sociaal Domein kunnen een score krijgen van 10 punten. |
|
|
30 |
Activiteiten waarbij instellingen voor het slagen van de activiteit extra/bijzondere kosten moeten maken, kunnen extra punten krijgen. Voorbeelden:
|
|
|
TOTAAL |
100 |
€ 50 per punt = maximaal € 5.000 |
|
3.1.6 Bepalingen voor wijk- en buurtinstellingen
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Sociaal recreatieve activiteiten in de wijk of buurt dragen bij aan het versterken van de woon- en leefomgeving.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Wijk- of buurtgebonden activiteiten: eenmalige of jaarlijks terugkerende sociaal recreatieve activiteiten die tegen betaling of gratis toegankelijk zijn, maar die in ieder geval bijdragen aan het doel om de leefbaarheid van de woon- en leefomgeving te versterken;
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Wijk- of buurtgebonden activiteiten komen voor subsidie in aanmerking.
3.2 Onderwijs
Verwijzing t.a.v. subsidies voor onderwijs
Op het gebied van onderwijs zijn er een drietal bekostigingswijzen die ook subsidie (kunnen) worden genoemd. Deze vallen echter niet onder de Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016 en/of deze Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein. Het gaat om:
|
Onderwijs'subsidie' |
grondslag |
toelichting |
|
Subsidies op het gebied van Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) |
Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2023 |
De achtergrond hiervan is (met name) een geheel ander bekostigingsstelsel. De bekostiging aan instellingen voor voorschoolse educatie of andere vormen van bestrijding van onderwijsachterstanden door de gemeente Zuidplas vindt plaats vanuit de Specifieke Uitkering ('SPUK') van het rijk voor GOAB, de gemeente dient hierover periodiek verantwoording af te leggen aan het rijk. |
|
Bijdrage/vergoeding van de kosten voor voorzieningen ter ondersteuning van scholen |
Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Zuidplas 2019 |
Ook dit betreft een geheel ander bekostigingsstelsel. De regelgeving komt voort uit de onderwijswetgeving die het openbaar onderwijs (dat onder toezicht van de gemeente staat) en het bijzonder onderwijs beoogt gelijk te stellen in financiële en materiële zin. |
|
Bijdrage/vergoeding van de kosten voor met name allerlei vormen van (al dan niet tijdelijke) (her)huisvesting van scholen, alsmede de inrichting ervan voor zover daar niet op andere wijze in is voorzien. |
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zuidplas 2015 |
Ook dit betreft een geheel ander bekostigingsstelsel, wat zich richt op (het gebruik van) gebouwen, niet zozeer op inhoudelijke beleidsdoelen van het sociaal/maatschappelijk domein. |
3.3 Cultuur en Evenementen
|
Vanuit beleidsmatig oogpunt
|
3.3.1 Bepalingen voor muziekonderwijs
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Het muziekonderwijs is er voor alle inwoners van Zuidplas die zich muzikaal willen ontwikkelen.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Activiteiten muziekonderwijs: eenmalige of jaarlijks terugkerende activiteiten die vanuit de instelling worden georganiseerd, zoals algemene muzieklessen (zoals jaarcursussen en korte cursussen) overige muzikale activiteiten (zoals voorspeelavonden, concerten en projecten) en samenwerkingsactiviteiten (o.a. met scholen);
- b.
Voorziening voor muziekonderwijs: een instelling die zich krachtens haar doelstellingen bezighoudt met het bieden van individuele en groepslessen op het gebied van Algemene Muzikale Vorming, klassieke muziek, popmuziek, musical en dans.
- c.
Exploitatie: verantwoordelijkheid voor het dragen van kosten, het genereren van inkomsten en het dragen van risico;
- d.
Vestiging: een (deel van een) accommodatie in de gemeente Zuidplas waar de instelling de activiteiten voor muziekonderwijs laat plaatsvinden.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
Exploitatie van vestigingen;
- b.
Activiteiten muziekonderwijs.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor muziekonderwijs. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.3.2 Bepalingen voor bibliotheekwerk
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: De bibliotheek is er voor alle inwoners van Zuidplas voor informatie, educatie, leesplezier, cultuur en ontmoeting.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Activiteiten bibliotheekwerk: door een bibliotheek-instelling georganiseerde eenmalige of jaarlijks terugkerende activiteiten zoals algemene activiteiten (toegang tot informatie, boekstart- en leesbevorderingsactiviteiten, ontmoeting en debat, deelname landelijk bibliotheeknetwerk), overige activiteiten (zoals activiteiten die gericht zijn op specifieke doelgroepen) en samenwerkingsactiviteiten (o.a. met scholen);
- b.
Bibliotheekvoorziening: een instelling die voor alle inwoners en instellingen van de gemeente Zuidplas een laagdrempelige toegangspoort is tot informatie en media, een betrouwbare partner in educatie en leesbevordering, een aantrekkelijk podium voor cultuurparticipatie en een ontmoetingsplaats voor jong en oud.
- c.
Exploitatie: verantwoordelijkheid voor het dragen van kosten, het genereren van inkomsten en het dragen van risico;
- d.
Vestiging: een (deel van een) accommodatie in de gemeente Zuidplas waar de instelling de bibliotheekwerkactiviteiten laat plaatsvinden.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
Exploitatie van vestigingen;
- b.
Activiteiten bibliotheekwerk.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor bibliotheekwerk. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.3.3 Bepalingen voor cultuureducatie en -participatie
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Het cultureel netwerk is er om culturele uitingen in de dorpen te inventariseren, stimuleren en te coördineren en om cultuureducatieve activiteiten mogelijk te maken.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de subsidie-overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Culturele uitingen: eenmalige of jaarlijks terugkerende activiteiten die ‘kleur geven’ aan de samenleving en die aansluiten bij de uitgangspunten van de vastgestelde cultuurvisie;
- b.
Cultuur educatieve activiteiten: activiteiten waarmee beoogd wordt om leerlingen van basisscholen of voortgezet onderwijs in contact te brengen met culturele uitingen.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
coördinerende activiteiten m.b.t. cultuur in de gemeente Zuidplas;
- b.
cultuur educatieve activiteiten.
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor cultuureducatie en -participatie. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het bepaalde subsidiebedrag hoger ligt dan € 50.000).
3.3.4 Bepalingen voor cultuurhistorische activiteiten
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Historische instellingen zijn er voor alle inwoners van Zuidplas om kennis over te dragen over de geschiedenis van (een van de dorpen binnen) de gemeente. Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Cultuurhistorische activiteiten: eenmalige of jaarlijks terugkerende activiteiten zoals lezingen, tentoonstellingen, publicaties en dia-avonden of andere activiteiten die worden genoemd in de gemeentelijke cultuurvisie;
- b.
Historische instelling: een instelling die zich krachtens haar doelstellingen bezighoudt met het bewaren en uitdragen van de geschiedenis van een dorp of stad.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
Professioneel collectiebeheer;
- b.
Lokale cultuurhistorische activiteiten.
Artikel 4 Wijze van berekening van het subsidiebedrag
Instellingen komen in aanmerking voor:
- a.
een standaardbedrag als basisbedrag per jaar en
- b.
een bedrag per jaar per inwoner van het betreffende dorp en
- c.
eventueel een aanvullend bedrag als er in overleg met gemeente (en andere relevante partners) aanleiding is voor een uitgebreider programma.
3.3.5 Bepalingen voor evenementen en herdenkingen
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Evenementen en herdenkingen in verband met Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag en interklaas(intocht) dragen bij aan de sociale cohesie en leefbaarheid binnen de lokale gemeenschap.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Evenement: een evenement is een bijzondere en unieke gebeurtenis, van beperkte duur, die tegen betaling of gratis voor iedereen toegankelijk is, met een eenmalig of terugkerend karakter, gericht op een relatief groot publiek;
- b.
Lokale middenstand: sociale groep van kleine winkeliers en ondernemers van kleine bedrijven in de dorpen van de gemeente Zuidplas.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Evenementenactiviteiten in verband met Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag en Sinterklaas(intocht) en afgestemd met de gemeente en de lokale middenstand komen voor subsidie in aanmerking.
Artikel 4 Wijze van berekening van het subsidiebedrag
Instellingen komen in aanmerking voor:
- a.
een standaardbedrag per evenement of herdenking als basisbedrag per jaar en
- b.
een bedrag per inwoner van het dorp waar het evenement of de herdenking plaatsvindt en
- c.
eventueel een aanvullend bedrag als er in overleg met gemeente (en lokale middenstand) aanleiding is voor een uitgebreider programma.
Activiteitensubsidies Cultuur en Evenementen
|
3.3.6 Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies voor Cultuur en Evenementen
In paragraaf 1.2, artikel 4 werd aangegeven dat:
- •
voor de berekening van de hoogte van een activiteitensubsidie een puntensysteem wordt gehanteerd (lid 1)
- •
dat voor vijf onderdelen maximaal 100 punten kunnen worden behaald (lid 2);
- •
het maximum aantal punten per onderdeel per beleidsonderdeel kan verschillen;
- •
de hoogte van het subsidiebedrag wordt als volgt wordt berekend: het aantal punten berekend op basis van lid 1 wordt vermenigvuldigd met het door het college vastgestelde normbedrag van € 50 (daarmee is het maximale bedrag voor een activiteitensubsidie in principe € 5.000).
Hieronder wordt de puntenverdeling voor activiteitensubsidies 'Cultuur en Evenementen' genoemd:
|
te scoren onderdeel |
maximaal aantalte scorenpunten |
beoordeling |
|
|
30 |
aantal deelnemeruren |
aantal punten |
|
0 t/m 1.000 |
10 |
||
|
1.000 t/m 2.000 |
20 |
||
|
≥ 2.001 |
30 |
||
|
20 |
Activiteiten in het 'Maatschappelijk Domein’ die zich richten op speciale doelgroepen kunnen een 'extra' score krijgen van 20 punten. |
|
|
10 |
Activiteiten die zich richten op integratie van doelgroepen van inwoners in de lokale samenleving als geheel kunnen een score krijgen van 10 punten. Deze activiteiten bevorderen de sociale cohesie. |
|
|
10 |
Activiteiten waarbij instellingen samenhang of samenwerking bewerkstelligen met andere instellingen die zich inzetten voor het bereiken van door de raad bepaalde maatschappelijke effecten voor het Sociaal Domein kunnen een score krijgen van 10 punten. |
|
|
30 |
Activiteiten waarbij instellingen voor het slagen van de activiteit extra/bijzondere kosten moeten maken, kunnen extra punten krijgen. Voorbeelden:
|
|
|
TOTAAL |
100 |
€ 50 per punt = maximaal € 5.000 |
|
3.3.7 Bepalingen voor culturele instellingen
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Inwoners van Zuidplas worden in staat gesteld om zich op cultureel gebied te ontwikkelen (actief en passief).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
- a.
Cultuur: alles wat de mens maakt en gemaakt heeft, in de ruimste zin van het woord;
- b.
Culturele activiteiten: eenmalige of jaarlijks terugkerende activiteiten die gericht zijn op aandachtsvelden of -groepen die worden genoemd in de gemeentelijke cultuurvisie;
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Culturele activiteiten, die de ontwikkeling van creativiteit, expressie, en sociaal emotionele vaardigheden bevorderen en zorgen voor verbinding in de samenleving komen voor subsidie in aanmerking.
3.3.8 Bepalingen voor evenementeninstellingen (activiteitensubsidies)
Artikel 1 Doelstellingen
Doelstelling: Evenementen en volksfeesten dragen bij de aan de versterking van de woon- en leefomgeving en bevorderen de sociale cohesie binnen de dorpen van Zuidplas.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Evenement/volksfeest: een evenement of volksfeest is een bijzondere en unieke gebeurtenis, van beperkte duur, die tegen betaling of gratis voor iedereen toegankelijk is, met een eenmalig of terugkerend karakter, gericht op een relatief groot publiek.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Publieksgerichte activiteiten die als evenement of volksfeest kunnen worden beschouwd, komen voor subsidie in aanmerking.
4. Slotbepalingen
Artikel 1 Slotbepalingen
-
1. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein 2025’.
-
2. De Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein 2023 wordt per 3 december 2025 ingetrokken.
-
3. Deze regeling treedt in werking op 3 december 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 2 december 2025 (B25.000626)
Het college van burgemeester en wethouders
M. Burgmans
Gemeentesecretaris
J.F. Weber
burgemeester
TOELICHTING
1Algemeen
Inleiding/juridische en beleidskaders
Op 16 september 2025 heeft de raad van Zuidplas de Nota Subsidiebeleid (herijking 2025) vastgesteld. In lijn met de Nota Subsidiebeleid 2025 heeft de raad eveneens op 16 september 2025 de Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2025 (hierna te noemen ASV) vastgesteld. Deze verordening bevat procedurele voorschriften die van toepassing zijn bij de subsidieverstrekking. De ASV geeft het college van Zuidplas de mogelijkheid om ter uitwerking van de verordening uitvoeringsregelingen vast te stellen.
Om bij het verlenen van de subsidies beleidsinhoudelijk zo actueel mogelijk te zijn, is de laatste uitvoeringsregeling (versie 2023) aangepast.
In deze Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein wordt per beleidsterrein ingegaan op de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie (gelet op de vanuit landelijke wetgeving en gemeentelijk beleid beoogde maatschappelijke effecten/doelstellingen en doelgroepen), procedurebepalingen, kosten die voor subsidie in aanmerking komen, berekening van de subsidies, verdeling van de subsidiebudgetten per subsidieplafond, specifieke weigeringsgronden en eventuele aanvullende verplichtingen.
NB: een lijst van onderliggende inhoudelijke (meest actuele) beleidsstukken per paragraaf is opgenomen bij de toelichting voor de hoofdstukken 2 en 3.
Algemene deel van de beleidsregels
In het eerste algemene, inleidende hoofdstuk komen algemene zaken aan de orde die voor alle subsidievormen relevant zijn. Het zijn regels die het college hanteert ten aanzien van bijvoorbeeld bevoorschotting en indexering van budgetten.
Vaststelling budgetten en plafonds
Jaarlijks zullen, bij het vaststellen van de gemeentebegroting, de subsidiebudgetten (instellingsubsidies) en subsidieplafonds (activiteiten- en incidentele subsidies) worden vastgesteld. In de uitvoeringsregeling zijn de verdeelregels voor de subsidies opgenomen waarbij de plafonds het maximum te verstrekken subsidiebedrag per beleidsterrein en eventueel delen daarvan bepalen.
Evaluatie en aanpassing
De uitvoeringsregeling is zo opgesteld dat er, indien gewenst per beleidsterrein wijzigingen of aanvullingen kunnen worden aangebracht.
Soorten subsidies in relatie tot subsidiebedragen
|
subsidiebedrag |
aanbodgerichte activiteiten |
vraaggestuurde activiteiten |
|
>€ 50.000 |
|
n.v.t. |
|
€ 5.000 - € 50.000 |
|
n.v.t. |
|
€ 0 - € 5.000 |
|
|
1.0Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
Behoeft geen toelichting.
Artikel 2 Aanspraak op subsidie
Een subsidieaanvrager moet volledig rechtsbevoegd zijn. Ook moet de subsidieaanvrager altijd een rechtspersoon zijn. Dit laatste (rechtspersoon) staat al omschreven in de Awb, artikel 4:66 en wordt daarom niet nogmaals opgenomen in deze uitvoeringsregeling.
Artikel 3 Procedurebepalingen
Met dit artikel kunnen regionaal werkende instellingen zelf kiezen of ze wel of niet gebruik willen maken van het door het college vastgestelde aanvraagformulier. Het idee hierachter is dat het voor instellingen niet handig is als ze bij iedere gemeente met een ander subsidieformulier moeten werken. Het college gaat ervan uit dat de betreffende instellingen wel alle gegevens aanleveren die nodig zijn om de aanvraag goed te kunnen beoordelen. Als dat niet het geval is dan dient de instelling deze gegevens alsnog zo spoedig mogelijk aan te leveren.
Artikel 4 Subsidie voor leges
Met dit artikel is het mogelijk om op een eenvoudige manier subsidie te ontvangen voor de legeskosten die optreden in verband met het organiseren van een evenement. In de aanvraagformulieren voor de evenementenvergunning kan een instelling aangeven of men in aanmerking wil komen voor subsidie voor de legeskosten.
Artikel 5 Wijze van uitbetalen
Dit artikel gaat over de bevoorschotting. Voor de subsidies die bij verlening direct worden vastgesteld, geldt dat er geen sprake is van een bevoorschotting. Hier wordt de subsidie na verlening en vaststelling immers direct uitbetaald. Voor de subsidies waarbij de vaststelling plaatsvindt nadat de activiteiten zijn verricht, geldt dat er in de beschikking wordt opgenomen volgens welke termijnen de bevoorschotting plaatsvindt.
Voor het intern verrekenen van subsidies is een apart lid opgenomen. Zoals ook in de Awb (artikel 4:93) en in de ASV (artikel 13) is opgenomen gaat het hierbij om vorderingen die worden verrekend met een publiekrechtelijke schuld (subsidie) waarbij een nauw verband is tussen de twee bedragen.
Artikel 6 Hardheidsclausule
Behoeft geen toelichting.
1.1Algemene bepalingen instellingssubsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
Behoeft geen toelichting.
Artikel 2 Aanspraak op subsidie volgens BCF-methodiek
In dit artikel wordt in het kort aangegeven hoe de BCF-methodiek werkt. Er wordt verwezen naar de Nota Subsidiebeleid voor meer informatie. Belangrijk bij de BCF-methodiek is dat er, op basis van dialoog, voor een bepaald aantal jaar (een cyclus duurt in principe 4 jaar) een overeenkomst wordt aangegaan tussen instelling en gemeente. In de uitvoeringsregeling wordt de mogelijkheid open gehouden om in een volgende periode met nieuwe aanbieders in gesprek te gaan.
Over de termijn die wordt gehanteerd, kunnen we zeggen dat dit minimaal een jaar voor afloop van de overeenkomst moet zijn. Dus: als de overeenkomst afloopt op 31 december 2029, dan moet uiterlijk voor 31 december 2028 bekend zijn met wie de gemeente de nieuwe cyclus gaat voorbereiden. De gesprekken hierover moeten dan tussen september en november 2028 al worden gevoerd met zowel de huidige als de (eventuele) nieuwe partij.
Artikel 3 Aanspraak op subsidie overige instellingssubsidies (niet-BCF)
In dit artikel zijn criteria opgenomen om een keuze te maken welke instelling(en) subsidie kan/kunnen ontvangen en welke niet. Dit artikel wordt toegepast als er meerdere subsidieaanvragers zijn voor een bepaalde werksoort. De criteria zijn gerangschikt op prioriteit. Scoort de ene instelling beter op criterium a. dan de andere instelling dan hoeven de andere criteria niet meer te worden afgewogen.
Artikel 4 Subsidieovereenkomst
In dit artikel wordt aangegeven dat een subsidieovereenkomst altijd gekoppeld wordt aan een subsidiebeschikking. Het is mogelijk om ieder jaar een beschikking af te geven bij een overeenkomst die voor meerdere jaren is afgesloten. In beginsel is het ook mogelijk om een meerjaarlijkse subsidiebeschikking af te geven maar daarbij wordt altijd een begrotingsvoorbehoud gemaakt.
Voor alle instellingssubsidies geldt dat er sprake is van maatwerk en dat er in de gesprekken over de subsidie kan worden bepaald voor hoeveel jaar er een overeenkomst wordt afgegeven en wat voor soort beschikking daar het beste bij past.
Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Behoeft geen toelichting.
Artikel 6 Indexering
De indexering wordt ook opgenomen in de subsidieovereenkomst.
Artikel 7 Vormen van reserves
In dit artikel is opgenomen in hoeverre het vormen van reserves is toegestaan voor alle instellingen die een instellingssubsidie ontvangen.
Artikel 8 Verantwoording
- 1.
In het eerste lid staat dat instellingen met een subsidie tussen de € 5.000 en € 50.000 wel een financieel verslag of jaarrekening bij hun aanvraag tot vaststelling dienen te voegen. Hoewel het college een inhoudelijk verslag van groter belang vindt dan een financieel verslag, vraagt zij toch om de financiële gegevens te mogen ontvangen. Het college wil graag een volledig beeld van de activiteiten, ook met het oog op de subsidieverstrekking in een volgend jaar.
- 2.
In het tweede lid is opgenomen dat per instelling afspraken worden gemaakt over of de goedgekeurde accountantsverklaring moet worden overlegd bij de aanvraag tot vaststelling. Als een instelling aan kan tonen dat de financiën goed gecontroleerd worden (bijvoorbeeld aan de hand van een uitgebreid verslag van een kascontrolecommissie) dan kan zij vrijgesteld worden van de verplichting om een accountantsverklaring te overleggen.
- 3.
In het derde lid is opgenomen dat bij instellingen waarvan een accountantsverklaring wordt verlangd, dat per instelling afspraken worden gemaakt over welke soort dit moet zijn. Van zwaarder naar lichter: een 'controleverklaring', een 'beoordelingsverklaring' of een ‘samenstellingsverklaring’.
Artikel 9 Beoordelen en afrekenen
In dit artikel gaat in op de mogelijkheid om subsidie terug te vorderen. Dit artikel sluit aan op artikel 4:57 van de Awb waarin bepaald is dat onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen worden teruggevorderd. Het subsidiebeleid gaat er vanuit dat verantwoording vooral moet gebeuren in termen van bereikte inhoudelijke resultaten, maar wanneer er duidelijk minder producten zijn geleverd dan afgesproken dan kan de subsidie (deels) worden teruggevorderd.
1.2Algemene bepalingen activiteitensubsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
Behoeft geen toelichting.
Artikel 2 Weigeringsgronden
Als extra weigeringsgrond (ten opzichte van de ASV) is opgenomen dat een instelling niet voor subsidie in aanmerking kan komen als de activiteit behoort tot de reguliere activiteiten van een instelling die alleen voor leden zijn bedoeld. Het idee hierachter is dat intern gerichte activiteiten door de leden zelf bekostigd kunnen worden en dat de gemeente met subsidiëring alleen wil bijdragen aan activiteiten die in principe ook voor niet-leden toegankelijk zijn, omdat dit de sociale samenhang binnen de dorpen bevordert en de participatie van de individuele burgers stimuleert.
Als tweede extra weigeringsgrond (ten opzichte van de ASV) is opgenomen dat de activiteit nog niet mag lopen op het moment van aanvragen. Het college moet bovendien al een beslissing hebben genomen voordat de activiteit begint. Formeel staat daar 13 weken voor, daarom is de indientermijn ook op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar vastgesteld.
Voor nakomende aanvragen (benoemd in artikel 5 lid 3) geldt dat er, net als bij de incidentele subsidies, rekening kan worden gehouden met indientermijn van 6 weken voor de betreffende activiteit.
Artikel 3 Bepaling van subsidiabele kosten
In dit artikel staat welke kosten wel en niet subsidiabel zijn. Iedere aanvraag wordt hierop getoetst.
Artikel 4 Berekening subsidiebedragen
In de Nota Subsidiebeleid staat in paragraaf 4.1 over het gelijkheidsbeginsel:
"Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden en ongelijke gevallen naar de mate waarin zij verschillen. We passen dit beginsel toe door een subsidieaanvraag voor activiteiten te toetsen aan normen in de uitvoeringsregels. Met de normen in de uitvoeringsregels voorkomen we dat willekeur ontstaat. Daartoe stelt het college in de uitvoeringsregels bijvoorbeeld normbedragen per deelnemer of bezoeker, normbedragen per aanvraag (in veel gevallen een organisatie) en/of normbedragen per activiteit vast. Tegelijk beseffen we dat initiatieven vanuit de samenleving - met name bij vraaggestuurde activiteiten - zelden exact hetzelfde zijn. De normen die we hanteren mogen goede maatschappelijk initiatieven niet in de weg staan. Daarom kunnen we beargumenteerd afwijken van de normen in de uitvoeringsregels. Heel concreet betekent dit dat aan vergelijkbare initiatieven toch een verschillend subsidiebedrag kan worden toegekend."
Om aan deze uitgangspunten uit de Nota Subsidiebeleid te voldoen, wordt gewerkt aan de hand van een systematiek met een puntensysteem, waarbij instellingen per aanvraag maximaal 100 punten kunnen krijgen door te 'scoren' op een vijftal onderdelen.
Artikel 5 Verdeling van het subsidieplafond
Behoeft geen toelichting.
Artikel 6 Steekproefsgewijze controle
Als het college gebruik wil maken van de mogelijkheid om een steekproefsgewijze controle te doen dan zal zij dit in haar beschikkingen moeten aankondigen.
Artikel 7 Actieve terugbetalingsactie subsidieontvangers
Met dit artikel wordt de verantwoordelijkheid voor het terugbetalen van subsidie die niet is aangewend voor het doel waarvoor deze was bestemd, bij de instellingen gelegd.
In de beschikkingen wordt een meldplicht opgenomen.
1.3Algemene bepalingen incidentele subsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
Behoeft geen toelichting.
Artikel 2 Weigeringsgronden
Net als bij de activiteitensubsidies is als extra weigeringsgrond (ten opzichte van de ASV) opgenomen dat een instelling niet voor subsidie in aanmerking kan komen als de activiteit behoort tot de reguliere activiteiten van een instelling die alleen voor leden zijn bedoeld.
Ook is als tweede extra weigeringsgrond (ten opzichte van de ASV) opgenomen dat de activiteit nog niet mag lopen op het moment van aanvragen. Het college moet bovendien al een beslissing hebben genomen voordat de activiteit begint. Formeel staat daar 13 weken voor, daarom is de indientermijn ook op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar vastgesteld. Voor de nakomende aanvragen geldt dat er rekening kan worden gehouden met de indientermijn van 6 weken voor de betreffende activiteit (op grond van artikel 7 lid 3 van de ASV).
Artikel 3 Bepaling van subsidiabele kosten
In dit artikel staat welke kosten wel en niet subsidiabel zijn. Iedere aanvraag wordt hierop getoetst.
Artikel 4 Berekening van subsidiebedragen
Met de incidentele subsidies wordt beoogd om binnen de subsidiesystematiek ruimte te creëren voor nieuwe initiatieven. Door middel van startsubsidies, aanjaagsubsidies en subsidies voor eenmalige activiteiten wil het college instellingen tegemoetkomen die met iets nieuws komen en daarbij een steuntje in de rug nodig hebben.
Net als bij de activiteitensubsidies (zie artikel 4 lid 3 van paragraaf 1.2) zijn de subsidies voor de incidentele subsidies gemaximeerd op € 5.000.
Bij incidentele subsidies geldt verder dat maximaal 50% van de subsidiabele kosten ook daadwerkelijk gesubsidieerd wordt. Als er een volgend jaar weer subsidie wordt gevraagd voor dezelfde activiteit dan is de maximale subsidie lager.
Uitzondering op bovenstaande betreft de notariskosten die samenhangen met de feitelijke oprichting van de instelling. Deze worden voor 100% vergoed.
Artikel 5 Verdeling van het subsidieplafond
Behoeft geen toelichting.
Artikel 6 Steekproefsgewijze controle
Als het college gebruik wil maken van de mogelijkheid om een steekproefsgewijze controle te doen dan zal zij dit in haar beschikkingen moeten aankondigen.
Artikel 7 Actieve terugbetalingsactie subsidieontvangers
Met dit artikel wordt de verantwoordelijkheid voor het terugbetalen van subsidie die niet is aangewend voor het doel waarvoor deze was bestemd, bij de instellingen gelegd.
In de beschikkingen wordt een meldplicht opgenomen.
Hoofdstukken 2 en 3
Voor alle werksoorten is een aparte paragraaf opgenomen waarin de doelstellingen, begripsomschrijvingen en activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen en de bepaling van het subsidiebedrag zijn opgenomen. Dit is gedaan om een helder kader neer te leggen waarbinnen de subsidiëring plaats kan vinden.
Hieronder worden nog de onderliggende, meest actuele, beleidskaders per paragraaf aangegeven:
NB: De Integrale Visie Sociaal Maatschappelijk Domein (A25.001938)4 is overkoepelend aan hieronder genoemde thema-/werksoort-specifieke beleidsdocumenten of uitvoeringsprogramma’s.
|
§ |
deelterrein |
beleidskader(s) |
Corsa-nr |
|
2 |
Sociaal Domein |
Beleidskader Sociaal Domein |
A20.000665 |
|
2.1 |
algemeen sociaal domein |
||
|
2.1.1 |
onafhankelijke cliëntondersteuning |
Plan van aanpak koploperstraject onafhankelijke cliëntondersteuning Integrale Verordening Sociaal Domein |
Z22.002403 periodieke update |
|
2.1.2 |
crisisdienst (BBK) Jeugd en Wmo |
Geweld thuis samen aanpakken; regiovisie HG Hollands Midden 2024-2028 Jeugdwet en Wmo 2015 |
A23.001541 |
|
2.1.3 |
maatschappelijke begeleiding bij opleggen tijdelijk huisverbod |
Geweld thuis samen aanpakken; regiovisie HG Hollands Midden 2024-2028 Wet Tijdelijk Huisverbod |
A23.001541 |
|
2.2 |
werk & inkomen en inburgering |
||
|
2.2.1 |
integratiebevorderende activiteiten voor mensen met een achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond |
Actieplan Veranderopgave Inburgering 2020-2022 Wet inburgering 20221 |
Z20.002573 |
|
2.2.2 |
organisatie van een voedselbank |
Beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027 |
A23.001975 |
|
2.2.3 |
coachingsaanbod voor jongeren t.a.v. aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt |
Actieplan Op weg naar Werk 2019 |
A19.001337 |
|
2.2.4 |
regionale non-foodbankinitiatieven |
Beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027 |
A23.001975 |
|
2.2.5 |
verjaardagsactiviteiten voor kinderen in gezinnen met armoede- en schuldenproblematiek |
Beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027 |
A23.001975 |
|
2.3 |
jeugd |
||
|
2.3.1 |
activiteiten specifiek gericht op kwetsbare jeugd/jongeren |
Integraal Uitvoeringsplan Jeugd 2025 Integraal Uitvoeringsplan Jeugd 2026-2028 |
Z24.001585 A25.002910 |
|
2.3.2 |
Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies Jeugd |
Nota Subsidiebeleid 2025 Integrale Visie Sociaal-Maatschappelijk Domein |
A25.000982 A25.001938 |
|
2.3.3 |
recreatieve/deelnamebevorderende activiteiten voor jeugd/jongeren |
Integraal Uitvoeringsplan Jeugd 2025 Integraal Uitvoeringsplan Jeugd 2026-2028 |
Z24.001585 A25.002910 |
|
2.4 |
maatschappelijke ondersteuning en gezondheid |
||
|
2.4.1 |
discriminatie-meldpunt |
Verordening Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen Lokale Inclusie-Agenda |
R10.000021 Z22.002076 |
|
2.4.2 |
mantelzorgondersteuning en -waardering |
Integrale Visie Sociaal-Maatschappelijk Domein Kadernota mantelzorg en vrijwilligers Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 |
A25.001938 A14.002498 |
|
2.4.3 |
Bepalingen voor de inzet van ervaringsdeskundigheid |
Plan van aanpak Personen met verward gedrag (2020) |
A20.000713 |
|
2.4.4 |
algemeen toegankelijke inloop/ dagbesteding |
Kader 'eigen-kracht-initiatieven' 2017 |
A16.001798 |
|
2.4.5 |
Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid |
Nota Subsidiebeleid 2025 Integrale Visie Sociaal-Maatschappelijk Domein |
A25.000982 A25.001938 |
|
2.4.6 |
algemene Wmo-diensten aangeboden door vrijwilligers(organisaties) |
notitie 'van Wmo-maatwerkvoorziening naar algemene Wmo-voorziening' - uitbreiding Uitvoeringsregels Subsidies Sociaal Domein om het aanbod van algemene Wmo-voorzieningen aangeboden door vrijwilligers (-organisaties) te bevorderen |
A17.001155 |
|
2.4.7 |
deelnamebevorderende activiteiten doelgroepen |
Beleidskader Sociaal Domein (H6) Plan van Aanpak 'Zuidplas verbindt' |
A20.000665 A19.000543 |
|
2.4.8 |
algemene belangenbehartiging voor de doelgroepen 'ouderen' en 'mensen met een beperking' |
Beleidskader Sociaal Domein (H6) |
A20.000665 |
|
2.4.9 |
voorlichting doelgroepen |
Beleidskader Sociaal Domein (H6) |
A20.000665 |
|
2.4.10 |
gezondheidsbevorderende activiteiten doelgroepen |
Beleidskader Sociaal Domein (H6) Nationaal Preventieakkoord Landelijke Nota Gezondheidsbeleid |
A20.000665 |
|
2.4.11 |
EHBO-instellingen |
Lokaal gezondheidsbeleid en Veiligheidsbeleid (waarborg veiligheid bij evenementen e.d.) |
n.t.b. |
|
3 |
Maatschappelijk Domein |
|
|
|
3.1 |
sport en wijk- & buurtwerk |
||
|
3.1.1 |
binnensport(accommodaties) |
Sport- en accommodatievisie 2020-2030 Visie Maatschappelijke voorzieningen 2025-2040 |
R20.000028 Z25.001556 |
|
3.1.2 |
buiten(sport)- en maatschappelijke accommodaties |
Sport- en accommodatievisie 2020-2030 Visie Maatschappelijke voorzieningen 2025-2040 |
R20.000028 Z25.001556 |
|
3.1.3 |
multifunctionele accommodaties/dorpshuizen |
Sport- en accommodatievisie 2020-2030 Visie Maatschappelijke voorzieningen 2025-2040 |
R20.000028 Z25.001556 |
|
3.1.4 |
buurtbemiddeling |
B&W-besluit voorzetting Buurtbemiddeling in 2016 en verder |
B15.001165 |
|
3.1.5 |
algemene bepalingen voor activiteitensubsidies wijk- en buurtwerk |
Nota Subsidiebeleid 2025 Integrale Visie Sociaal-Maatschappelijk Domein |
A25.000982 A25.001938 |
|
3.1.6 |
wijk- en buurtinstellingen |
Integrale Visie Sociaal-Maatschappelijk Domein |
A25.001938 |
|
3.2 |
onderwijs |
||
|
3.3 |
cultuur en evenementen |
||
|
3.3.1 |
muziekonderwijs |
Cultuurvisie 2025 |
A25.001551 |
|
3.3.2 |
bibliotheekwerk |
Cultuurvisie 2025 |
A25.001551 |
|
3.3.3 |
cultuureducatie en -participatie |
Cultuurvisie 2025 |
A25.001551 |
|
3.3.4 |
cultuurhistorische activiteiten |
Cultuurvisie 2025 |
A25.001551 |
|
3.3.5 |
evenementen en herdenkingen |
Cultuurvisie 2025 |
A25.001551 |
|
3.3.6 |
algemene bepalingen voor activiteitensubsidies cultuur en evenementen |
Nota Subsidiebeleid 2025 Cultuurvisie 2025 |
A25.000982 A25.001551 |
|
3.3.7 |
culturele instellingen |
Cultuurvisie 2025 |
A25.001551 |
|
3.3.8 |
evenementeninstellingen |
Cultuurvisie 2025 |
A25.001551 |
4.Slotbepalingen
In dit hoofdstuk wordt een drietal slotbepalingen genoemd. Er is gebruik gemaakt van de daarvoor gebruikelijke formuleringen
Noot
1De meest actuele beleidsdocumenten worden genoemd in de toelichting op deze uitvoeringsregeling t.a.v. de hoofdstukken 2 en 3
Noot
2Dit artikel luidt: "Bij uitvoeringsregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend".
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl