Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749088
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749088/1
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Almere 2025, 2026 en 2027
Geldend van 10-12-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Almere 2025, 2026 en 2027Het college van burgemeester en wethouders van Almere,
gelet op:
- -
artikel 78gg Participatiewet,
- -
Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende:
- -
dat het wenselijk is om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en daartoe beleidsregels wenst vast te stellen;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Almere 2025, 2026 en 2027
Artikel 1. Begripsomschrijving
-
1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
-
2. Verder wordt voor de toepassing van deze beleidsregel verstaan onder:
- -
Alleenverdiener: het huishouden dat:
- a.
een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en;
- b.
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en;
- c.
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.
- a.
- -
Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
- -
Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet.
- -
Artikel 2. Ambtshalve toekenning
-
1. Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.
-
2. Het college kan de vaste tegemoetkoming over 2025 ambtshalve toekennen aan een huishouden als:
- a.
het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
voor 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
- c.
het college heeft vastgesteld dat het huishouden in 2023 en/of 2024 tot de doelgroep behoorde;
- d.
er tussentijds geen relevante wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie van het huishouden of de wetten waarop deze toekenning is gebaseerd;
- e.
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente op de datum waarop de in lid 1 bedoelde lijst met Burgerservicenummers is gebaseerd.
- a.
-
3. Het college kan de vaste tegemoetkoming over de jaren 2026 en/of 2027 ambtshalve toekennen aan een huishouden als:
- a.
het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
- c.
het college heeft vastgesteld dat het huishouden in 2025 tot de doelgroep behoorde;
- d.
er tussentijds geen relevantie wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie van het huishouden of de wetten waarop deze toekenning is gebaseerd; en
- e.
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente op de datum waarop de in lid 1 bedoelde lijst met Burgerservicenummers is gebaseerd.
- a.
Artikel 3. Aanvraag zelfmelder
-
1. Het huishouden kan tot en met 31 december 2028 een aanvraag voor een vaste tegemoetkoming over het kalenderjaar 2025, 2026 en/of 2027 indienen bij het college. Deze aanvraag is vormvrij.
Artikel 4. Beoordeling
-
1. Het college kent de vaste tegemoetkoming toe als:
- a.
de aanvrager een alleenverdiener is, als bedoeld in artikel 1 van de beleidsregels;
- b.
het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- c.
de meestverdienende partner op de datum van de aanvraag ingeschreven staat in de gemeente.
- d.
het vermogen van het huishouden op 1 januari van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd lager is dan de vermogensgrens van de zorgtoeslag op die datum.
- a.
-
2. Bij een aanvraag voor het lopende kalenderjaar wordt het totaalinkomen van het huishouden als volgt vastgesteld:
- a.
bij een vast maandinkomen wordt het totale netto inkomen van de partners in de maand voorafgaand aan de aanvraag omgerekend naar een verwacht netto jaarinkomen;
- b.
Bij een wisselend maandinkomen wordt het totale netto inkomen van de partners in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag omgerekend naar een verwacht netto jaarinkomen.
- a.
-
3. Bij een aanvraag voor een voorafgaand jaar wordt het jaarinkomen vastgesteld op basis van:
- a.
het belastbaar jaarinkomen uit de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het betreffende kalenderjaar, of als deze nog niet aanwezig is;
- b.
de jaaropgave(n) over het betreffende kalenderjaar.
- a.
Artikel 5. Toekenning en verstrekking
-
1. Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag.
-
2. Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer.
Artikel 6. Inwerkingtreding en vervaldatum
-
1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2025.
Artikel 7. Citeertitel
-
1. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Almere 2025, 2026 en 2027.
Ondertekening
Aldus vastgesteld,
Almere, 2 december 2025
Burgemeester en wethouders van Almere,
namens hen,
De afdelingsmanager Werk en Inkomen
T. Permentier
Bijlage 1. Toelichting
Iedereen in Nederland heeft recht op een inkomen dat genoeg is om van te leven. Hoeveel dit is, hangt af van je leeftijd en situatie. Mensen met een laag inkomen krijgen extra geld in de vorm van toeslagen. Een groep huishoudens krijgt, door een ongelukkige samenloop van wet- en regelgeving, te weinig toeslagen. Hierdoor hebben ze minder inkomen dan een vergelijkbaar (echt)paar met bijstand en maximale toeslagen. Dit noemen we de Alleenverdienersproblematiek.
De doelgroep bestaat uit (echt)paren waarbij één van de partners het meeste verdient. Het inkomen bestaat uit een uitkering van het UWV, een privé-uitkering, of een Wajong-uitkering. Het inkomen van de kostwinner kan aangevuld zijn met een bijstandsuitkering of een klein salaris. De partner die minder verdient, heeft misschien een klein inkomen.
Om de alleenverdienersproblematiek op te lossen, zijn er drie stappen. De overheid heeft gemeenten gevraagd om te helpen in stap 1 en 2.
- •
Stap 1: Gemeenten helpen de overheid in 2023 en 2024 met een oplossing via bijzondere bijstand.
- •
Stap 2: Gemeenten helpen de overheid in 2025, 2026 en 2027 met de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek.
- •
Stap 3: Vanaf 2028 komt er een definitieve oplossing via de belasting.
Deze beleidsregels gaan over stap 2, de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap). Deze wet is op 1 januari 2025 ingegaan. De wet is een aparte regeling binnen de Participatiewet en zorgt ervoor dat huishoudens met alleenverdienersproblematiek in 2025, 2026 en 2027 automatisch een vast bedrag krijgen. Dit bedrag wordt elk jaar bepaald door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor 2025 is het bedrag € 1.000 per huishouden.
Artikel 1. Begripsbepalingen
Dit artikel geeft een definitie voor de begrippen alleenverdiener, huishouden en vaste tegemoetkoming.
Artikel 2. Ambtshalve toekenning
Ieder huishouden waarvan het BSN van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De Wtrap biedt hier een grondslag voor.
Elk jaar stelt het IB de lijst met BSN's van de meestverdienende partner van de Belastingdienst beschikbaar aan gemeenten via het gegevensportaal. De lijsten worden bij de start van de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 beschikbaar gesteld. De lijst bevat enkel BSN’s.
Van de inwoners op de lijst van de Belastingdienst staat vast dat zij op de peildatum van de lijst nog in leven waren en woonachtig in de desbetreffende gemeente. Het college keert de tegemoetkoming ook uit aan huishoudens die tussen het opstellen van de lijst (peildatum woonplaats: 15 januari 2025) en het moment van toekennen (mogelijk) uit de gemeente Almere zijn verhuisd. Op deze manier wordt voorkomen dat gemeenten onderling afspraken moeten maken over huishoudens die verhuizen. Ook komen er nooit huishoudens ‘tussen wal en schip’.
Artikel 3. Aanvraag zelfmelder
Alle andere huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep van de alleenverdieners behoren, kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt daarbij wat de criteria zijn om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.
Artikel 4. Beoordeling
Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de tegemoetkoming, is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. Het is vanwege rechtsgelijkheid en de bedoeling van de regeling belangrijk dat gemeenten ook voor zelfmelders met deze vermogensgrenzen rekening houden. In de beleidsregels is daarom de vermogensgrens van de zorgtoeslag opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.
Bij een aanvraag voor het lopende kalenderjaar wordt het inkomen op de volgende manier berekend:
- -
bij een vast maandelijks inkomen: het totale netto inkomen in de maand voorafgaand aan de aanvraag wordt omgerekend naar een jaarinkomen.
- -
bij een wisselend maandelijks inkomen: het totale nette inkomen in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag wordt omgerekend naar een jaarinkomen.
We volgen bij de wijze van berekenen het advies van de VNG.
Bij een aanvraag voor een voorafgaand jaar stellen we het jaarinkomen vast op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting of de definitieve beschikking voor toeslagen. Als deze nog niet aanwezig is, gaan we uit van de jaaropgaven over het betreffende kalenderjaar.
De meeste huishoudens krijgen in het najaar van 2028 hun definitieve beschikking toeslagen over 2027. Daarom staat in de beleidsregels dat alleenverdieners tot en met 31 december 2028 de tijd hebben om een aanvraag in te dienen.
Artikel 5. Toekenning en verstrekking
De vaste tegemoetkoming wordt in één keer verstrekt en niet verdeeld over de resterende maanden in het kalenderjaarjaar. Dit bevordert de eenvoud van de regeling.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl