Algemene Subsidieverordening gemeente Sluis 2026

Geldend van 01-10-2025 t/m heden

Intitulé

Algemene Subsidieverordening gemeente Sluis 2026

De raad van de gemeente Sluis,

• gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2025;

• gelet op artikel 149 Gemeentewet;

• gelet op titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht;

besluit vast te stellen de:

Algemene Subsidieverordening gemeente Sluis 2026

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bijzondere subsidieverordening: verordening waarin voor de activiteiten die daarin worden vermeld geheel of ten dele van deze verordening afwijkende of aanvullende regels zijn opgenomen.

  • b.

    budgetsubsidie: een bijdrage in de exploitatie van een rechtspersoon gericht op de uitvoering van gemeentelijk beleid, waarbij de subsidieontvanger deze uitvoering oppakt.

  • c.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis.

  • d.

    Europees steunkader: een verordening, mededeling, richtsnoer, kaderregeling of besluit op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie heeft vastgesteld;

  • e.

    gemeente: de gemeente Sluis

  • f.

    projectsubsidie: een bijdrage bedoeld voor de verwezenlijking van een bepaald project, waarbij de realisatie bijdraagt aan het behalen van een gemeentelijke doelstelling en waarbij een derde door dat resultaat primair wordt begunstigd.

  • g.

    raad: de gemeenteraad van Sluis.

  • h.

    stimuleringssubsidie: een subsidie die bijdraagt aan de uitvoering van gemeentelijk beleid en voornamelijk ondersteunend daaraan is bedoeld, ter blijk van waardering of ter stimulering van de subsidieontvanger en die per tijdvak of activiteit wordt verleend.

  • i.

    subsidie: een budgetsubsidie, projectsubsidie of stimuleringssubsidie.

  • j.

    Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

  • k.

    wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college.

  • 2.

    Het college kan subsidie verstrekken voor de volgende subsidieprogramma’s:

  • a.

    Duurzame woon- en leefomgeving

  • b.

    Economische groei

  • c.

    Toekomstbestendige, duurzame voorzieningen

  • d.

    Vitale inwoners en sociale kernen.

  • 3.

    Van de bepalingen in deze verordening kan worden afgeweken in een bijzondere subsidie-verordening.

Artikel 3 Bevoegdheid college

  • 1.

    Onverminderd het elders in deze verordening bepaalde kan het college in subsidieregelingen nadere regels vaststellen die deze verordening aanvullen met betrekking tot:

  • a.

    de uitwerking van de onder artikel 2 lid 2 genoemde subsidieprogramma’s;

  • b.

    de onderverdeling van subsidies in budgetsubsidies, stimuleringssubsidies en projectsubsidies;

  • c.

    te subsidiëren projecten of activiteiten;

  • d.

    degenen die voor subsidie in aanmerking komen;

  • e.

    de criteria voor subsidieverlening;

  • f.

    de weigeringsgronden;

  • g.

    de verdelingssystematiek;

  • h.

    het bedrag van de subsidie en de maatstaven van berekening.

  • 2.

    Voor zover dat noodzakelijk is om aan een Europees steunkader te voldoen kan het college bij subsidieregeling van deze verordening afwijken en deze aanvullen.

HOOFDSTUK 2: SUBSIDIEPLAFOND

Artikel 4 Subsidieplafonds

  • 1.

    De raad stelt per subsidieprogramma het subsidieplafond vast.

  • 2.

    Het college kan slechts subsidie verlenen binnen de kaders van de door de raad vastgestelde subsidieplafonds.

  • 3.

    Het college kan binnen de subsidieprogramma’s het door de raad vastgestelde subsidieplafond onderverdelen in subsidieregelingen.

  • 4.

    Het college regelt de wijze van verdeling van de subsidieplafonds

HOOFDSTUK 3: SUBSIDIEVERLENING

Artikel 5 De subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag om subsidie wordt schriftelijk of digitaal ingediend op de door het college bepaalde wijze.

  • 2.

    Bij de aanvraag legt de aanvrager in elk geval de volgende gegevens over:

  • a.

    een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • b.

    de doelen en resultaten die met te subsidiëren activiteiten worden nagestreefd;

  • c.

    de mate waarin de subsidie bijdraagt aan de bij subsidieregeling vastgestelde doelen of beleidsterreinen.

  • d.

    een begroting inclusief dekkingsplan van de kosten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

  • e.

    door het college bij subsidieregeling te bepalen nadere gegevens.

  • 3.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt voegt tevens een exemplaar van de meest recente statuten bij, alsmede het jaarverslag en balans van het voorgaande jaar.

  • 4.

    Bij subsidies lager dan € 10.000 kan het college afwijken van het bepaalde in het tweede lid onder a tot en met d en bij subsidieregeling lagere eisen vaststellen.

Artikel 6 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een budgetsubsidie wordt ingediend uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor een bijdrage in de exploitatie wordt gevraagd.

  • 2.

    Een aanvraag om een stimuleringssubsidie of projectsubsidie wordt ingediend uiterlijk 3 maanden voor de start van de activiteit of het project.

  • 3.

    Indien sprake is van een doorlopende activiteit wordt de aanvraag, in afwijking van het tweede lid, ingediend uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 7 Beslistermijn.

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor een bijdrage in de exploitatie wordt gevraagd.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, uiterlijk 4 weken voorafgaand aan de start van de activiteit of het project;

Artikel 8 Subsidieverlening

  • 1.

    Het college verleent een projectsubsidie voor de gehele voorziene periode van het project.

  • 2.

    Het college verleent een stimuleringssubsidie per tijdvak of activiteit, met dien verstande dat de subsidie niet langer dan per begrotingsjaar wordt verleend.

  • 3.

    Het college verleent een budgetsubsidie per begrotingsjaar met dien verstande dat de subsidie voor maximaal 4 jaren ineens kan worden verleend.

Artikel 9 Weigerings- en intrekkingsgronden.

  • 1.

    Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigert het college de subsidie in ieder geval:

  • a.

    als de verlening de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of producties als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag;

  • b.

    als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt;

  • c.

    als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

  • d.

    als de subsidieverstrekking in strijd is met een Europees steunkader omdat:

  • i.

    subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of;

  • ii.

    de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

  • e.

    als subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk voorschrift;

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:

  • a.

    als de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet overeenkomen met of bijdragen aan door de raad of het college vastgesteld beleid;

  • b.

    als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

  • c.

    als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

  • d.

    als de aanvrager doelen nastreeft, activiteiten ontplooit of handelingen verricht die in strijd zijn met het recht, het algemeen belang of de openbare orde;

  • e.

    als de aangevraagde stimuleringssubsidie hoger is dan 50% van de totale subsidiabele kosten voor de activiteit.

  • f.

    als de aanvraag niet uiterlijk is ingediend op het tijdstip genoemd in artikel 7 van deze verordening;

  • g.

    als de subsidieverlening niet past binnen een subsidieplafond zoals genoemd in artikel 4 van deze verordening;

  • h.

    als de financiële continuïteit of continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager onzeker is.

  • i.

    indien de subsidie lager is dan een door het college bij subsidieregeling bepaald drempelbedrag;

  • j.

    in de bij de betrokken subsidieregeling overige bepaalde gevallen.

  • 3.

    Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken in gevallen en onder de voorwaarden genoemd in paragraaf 1.2 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

HOOFDSTUK 4 VERPLICHTINGEN

Artikel 10. Verantwoording

Voor zover dit niet is bepaald in deze verordening of bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

  • 1.

    Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat zo spoedig mogelijk schriftelijk aan het college.

  • 2.

    Een subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

  • a.

    beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

  • b.

    relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

  • c.

    ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;

  • d.

    wijziging van de statuten of inschrijving voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1.

    Bij de beschikking tot het verlenen van budgetsubsidies voor een periode langer dan 1 jaar, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Het college kan in dat geval afdeling 4.2.8 van de wet van toepassing verklaren. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

  • 2.

    Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 3.

    Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt.

  • 4.

    De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het derde lid het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 5: SUBSIDIEVASTSTELLING

Artikel 13. Eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000

  • 1.

    Subsidies tot en met € 10.000 worden direct door het college vastgesteld. Bij subsidieregeling kan hiervan worden afgeweken.

  • 2.

    In geval van een directe vaststelling is de subsidieontvanger verplicht in het kader van een steekproef aan te tonen dat de activiteiten overeenkomstig de verleningsbeschikking zijn uitgevoerd. Indien de activiteiten niet of niet geheel zijn uitgevoerd kan het college de vaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen.

  • 3.

    In geval van een melding of vermoeden dat activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan kan het college, in afwijking van het eerste lid, een eindverantwoording van de verleende subsidie vragen. Indien daartoe aanleiding bestaat kan het college de vaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen.

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 10.000 en € 50.000

  • 1.

    Bij subsidies van meer dan € 10.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 16 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht of nadat het subsidietijdvak is verstreken, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

  • 3.

    Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

  • 4.

    Artikel 13 lid 3 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000

  • 1.

    Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: uiterlijk 16 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht of nadat het subsidietijdvak is verstreken, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag bevat:

  • a.

    een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

  • b.

    een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

  • c.

    een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.

  • 3.

    Het college kan bij subsidieregeling bepalen dat een samenstellings- of controleverklaring nodig is, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

Artikel 16. Subsidievaststelling

  • 1.

    Het college stelt een subsidie als bedoeld in artikel 14 of 15 vast binnen 12 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling of beschikking anders is bepaald.

  • 2.

    Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd.

  • 3.

    Onverminderd artikel 13 kunnen bij subsidieregeling categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

  • 4.

    Het college kan bij subsidieregeling voorschriften stellen voor het berekenen van uurtarieven of overheadkosten.

  • 5.

    Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 17. Betaling en verrekening

  • 1.

    In geval van verlening van stimuleringssubsidie of een budgetsubsidie van ten hoogste € 50.000 per jaar wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

  • 2.

    In geval van verlening van een budgetsubsidie hoger dan € 50.000 per jaar wordt een voorschot verstrekt in 4 gelijke delen per kwartaal;

  • 3.

    In geval van een projectsubsidie bepaalt het college bij collegeregeling de wijze van bevoorschotting.

  • 4.

    Indien subsidie is verleend met toepassing van artikel 9 lid 3 wordt de subsidie jaarlijks verhoogd met de door de raad vastgestelde verhoging.

  • 5.

    Het college kan een geldschuld, ontstaan doordat de subsidie lager is vastgesteld dan de uitbetaalde bevoorschotting verrekenen met een vordering van de subsidieontvanger op de gemeente dan wel terugvorderen.

HOOFDSTUK 6: SLOTBEPALINGEN

Artikel 18. Hardheidsclausule

  • 1.

    Als een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college deze verordening in dat specifieke geval buiten toepassing laten.

  • 2.

    In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

  • 3.

    Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 19. Slotbepalingen

  • 1.

    De Subsidieverordening gemeente Sluis 2015 wordt ingetrokken.

  • 2.

    De verordening Molens en Kerken wordt uiterlijk 1 januari 2027 ingetrokken.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2025.

  • 4.

    De subsidieverordening gemeente Sluis 2015 blijft van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vóór tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening.

  • 5.

    In afwijking van het vierde lid worden aanvragen om budgetsubsidie of stimuleringssubsidie die betrekking hebben op het jaar 2026 en die zijn ingediend vóór 1 november 2025 geacht te zijn ingediend op 1 oktober 2025.

  • 6.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Sluis 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 18 september 2025.

De griffier, De voorzitter,

mr. P.T.G. Claeijs mr. M.M.D. Vermue