Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748859
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748859/1
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Wassenaar 2026 (Verordening afvalstoffenheffing Wassenaar 2026)
Geldend van 06-12-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Wassenaar 2026 (Verordening afvalstoffenheffing Wassenaar 2026)De gemeenteraad van Wassenaar,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 september 2025;
overwegende ;
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
b e s l u i t:
vast te stellen de volgende verordening:
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING GEMEENTE WASSENAAR 2026 (Verordening afvalstoffenheffing Wassenaar 2026)
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
-
1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
-
2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
-
1. Voorwerp van de belasting is een perceel.
-
2. Als perceel wordt aangemerkt.
- a.
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
- b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
- c.
een gedeelte van in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d.
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
- e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
- a.
Artikel 4 Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
-
1. De belasting bedraagt voor het per perceel bedraagt per belastingjaar:
- a.
Indien het perceel wordt gebruikt door één persoon in een etagewoning € 429,84
- b.
Indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen in een etagewoning € 617,04
- c.
Indien het perceel wordt gebruikt door één persoon in een overige woning € 438,48
- d.
Indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen in een overige woning € 631,20
- a.
-
2. De belasting als bedoeld in het eerste lid onderdelen c en d wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt)
- a.
Container van 120, 140 of 240 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per extra container, met: € 62,88
- b.
Container van 120, 140 of 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container, met: € 631,20
- a.
-
3. Onverminderd het bepaalde in het hiervoor genoemde bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van (maximaal 1m3) grove huishoudelijke afvalstoffen, per aanvraag € 26,43
-
4. Onverminderd het bepaalde in het hiervoor genoemde bedraagt de belasting voor het aanbieden van grove huishoudelijke afvalstoffen bij de brengplaats aan de Hogeboomseweg 6 in Wassenaar per bezoek: € 25,90
-
5. Het in het vierde lid bedoelde bedrag wordt in rekening gebracht voor het dertiende en ieder volgende bezoek in een kalenderjaar.
Artikel 6 Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
-
1. De belasting bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, wordt bij wege van aanslag geheven.
-
2. De belasting bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid, wordt geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
-
1. De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
-
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
-
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
-
4. De belasting als bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
-
5. Belastingaanslagen van € 5,- of minder worden niet opgelegd. Voor toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 9 Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
-
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,-, doch minder dan € 10.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal acht termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
-
3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid:
- a.
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, danwel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving;
- c.
langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving;
- d.
langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving.
- a.
-
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Overgangsrecht
De ‘Verordening afvalstoffenheffing Wassenaar 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening afvalstoffenheffing Wassenaar 2026’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wassenaar
gehouden op dinsdag 4 november 2025.
de griffier,
drs. J. Kleinhesselink
de voorzitter,
drs. L.A. van der Lange
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl