Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748713
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748713/1
Subsidieregeling peuteropvang en VE 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling peuteropvang en VE 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten,
overwegende dat het voor subsidieverlening aan een aanbieder van peuteropvang en VE noodzakelijk is om nadere regels vast te stellen;
gelet op de Wet Kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, de Wet op het primair onderwijs en de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang;
gelet op artikel 156, derde lid van de Gemeentewet;
gelet op artikel 3, eerste lid van de Algemene subsidieverordening 2017 gemeente Dronten;
B E S L U I T:
Vast te stellen de volgende Subsidieregeling peuteropvang en VE 2026
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Artikel 2: Doel
Deze regeling heeft als doel om peuteropvang en dagopvang met een aanbod van VE toegankelijk te maken voor reguliere en doelgroeppeuters, om hen een zo goed mogelijke start op de basisschool te geven. Deze subsidieregeling is van toepassing op de voorschoolse educatie, de vroegschoolse educatie valt onder de verantwoordelijkheid en binnen de financiering van het basisonderwijs.
Artikel 3: Subsidiabele activiteiten
Subsidie wordt verleend aan een aanbieder die peuteropvang en/of dagopvang aanbiedt met een aanbod van VE, ten behoeve van:
- a.
reguliere peuters met een contract voor peuteropvang,
- b.
doelgroeppeuters met een contract voor peuteropvang en/of
- c.
doelgroeppeuters met een contract voor dagopvang.
Artikel 4: Aanvraag subsidie
- 1.
De aanvraag wordt ingediend conform de geldende ASV.
- 2.
Aanbieders kunnen subsidie aanvragen voor peuters die gebruik maken van een kindercentrum dat met VE in het LRK in de gemeente Dronten is geregistreerd.
- 3.
Voor de aanvraag worden door het college vastgestelde formulieren gebruikt: het aanvraagformulier activiteitensubsidie en het format subsidieaanvraag peuteropvang en VE Dronten.
- 4.
Voor de peuteraantallen in het subsidiejaar wordt in de aanvraag uitgegaan van het aantal geplaatste peuters op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. In uitzonderlijke gevallen kan een aanbieder hiervan afwijken. Dit dient dan expliciet onderbouwd te worden en vooraf afgestemd te worden met het college.
- 5.
De aanvraag moet vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar worden ingediend. Het college kan besluiten om aanvragen die na 1 november zijn ingediend toch in behandeling te nemen.
- 6.
Op het moment dat gedurende het subsidiejaar blijkt dat voor meer peuters subsidie nodig is, kan de aanbieder tot uiterlijk 1 oktober van het lopende jaar een aanvraag voor een aanvullende subsidie indienen.
Artikel 5: De grondslag voor de subsidie
- 1.
De grondslag voor de subsidie is het aantal peuters en het aantal uren dat een peuter gebruik maakt van het aanbod van peuteropvang met VE-aanbod gedurende het subsidiejaar, zoals in lid 2 tot en met lid 6 van dit Artikel verder gespecificeerd.
- 2.
Voor de subsidie voor alle reguliere peuters in de peuteropvang geldt een plaatsing voor twee dagdelen per week als voorwaarde. Voor reguliere peuters die één dagdeel per week zijn geplaatst, is geen kwaliteitssubsidie beschikbaar. De kosten van eventuele extra dagdelen per week betalen de ouders volledig zelf.
- 3.
Voor doelgroeppeuters is subsidie beschikbaar als de doelgroeppeuter een aanbod van VE krijgt dat, naar rato van de geplaatste periode, overeenkomt met tenminste gemiddeld 640 uur per jaar.
- 4.
Het college subsidieert voor de peuteropvang per peuter, naar rato van de plaatsingsperiode, subsidiebedragen aan de hand van de volgende indeling:
De bijbehorende bedragen zijn in de bijlage opgenomen.
- 5.
Het college subsidieert per doelgroeppeuter, naar rato van de plaatsingsperiode, voor de (hele) dagopvang de volgende bedragen aan de aanbieder per jaar:
De bijbehorende bedragen zijn in de bijlage opgenomen.
- 6.
De subsidie voor de inzet van de PBM’er VE is beschikbaar voor doelgroeppeuters die op peildatum 1 januari van het subsidiejaar zijn geplaatst.
Artikel 6: Ouderbijdragen
- 1.
De aanbieder hanteert voor ouders zonder recht op KOT van reguliere- en doelgroeppeuters de VNG-adviestabel voor het eerste kind. De ouderbijdrage wordt in rekening gebracht over 320 uur per jaar, naar rato van de plaatsingsperiode. Met uitzondering van de ouders uit de laagste twee inkomensgroepen, deze ouders betalen geen ouderbijdrage. Deze ouderbijdrage wordt in mindering op de subsidie gebracht. De tabel met de ouderbijdragen is in de bijlage opgenomen.
- 2.
Voor doelgroeppeuters van ouders met recht op KOT wordt door de aanbieder het landelijk maximum uurtarief in rekening gebracht.
- 3.
Voor het toetsen of ouders recht hebben op KOT en voor het bepalen van de hoogte van het gezinsinkomen, vraagt de aanbieder de meeste recente inkomensverklaring(en) van (bei)de ouder(s). Ouders die geen recht hebben op KOT vullen tevens een Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag in.
- 4.
Indien het werkelijke verzamelinkomen afwijkt van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de inkomensverklaring(en), dan kan deze verklaring aangevuld worden met documenten waaruit de hoogte van het werkelijke verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan de startdatum van de peuter.
- 5.
Wanneer een wijziging van het gezinsinkomen zodanig is dat ouders in een andere inkomensgroep van de VNG adviestabel vallen, dan kunnen zij een aanvraag doen tot aanpassing van de ouderbijdrage. Zij doen dit op basis van de meest recente inkomensverklaring of bijvoorbeeld met een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is.
- 6.
Aanbieders hebben een inspanningsverplichting om ouders goed en blijvend te informeren over hetgeen in lid 5 is bepaald. Bij de toetsing en verwerking van aangeleverde gegevens of informatie, behandelt de aanbieder de ouder(s) met coulance bij eventuele fouten of vergissingen die ouders hebben gemaakt.
- 7.
Indien ouder(s) zonder recht op KOT geen inzicht geven in de hoogte van het inkomen, dan wordt de ouderbijdrage in rekening gebracht die hoort bij de hoogste inkomensgroep van de VNG adviestabel.
- 8.
Aanbieders innen zelf de ouderbijdragen en dragen het risico van niet-betalers. Over een voorgenomen besluit om een plaatsing te beëindigen als gevolg van het niet betalen van de ouderbijdrage, vindt vooraf overleg met de gemeente plaats.
Artikel 7: Verplichtingen voor de aanbieder
- 1.
Aanbieder geeft peuters woonachtig in de gemeente Dronten voorrang bij plaatsing.
- 2.
Aanbieder geeft doelgroeppeuters voorrang bij plaatsing.
- 3.
Aanbieder heeft een inspanningsverplichting om doelgroeppeuters vanaf 2,5 jaar tenminste 640 uur per jaar gebruik te laten maken van het VE-aanbod.
- 4.
Aanbieder neemt actief deel aan de beleidsontwikkeling en -uitvoering op het gebied van VVE van de gemeente Dronten en neemt daartoe ook actief deel aan de overlegstructuur.
- 5.
Aanbieder verschaft op verzoek informatie aan gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van OCW of aan andere door het college aangewezen instanties. Een voorbeeld hiervan is de medewerking aan de jaarlijkse VVE monitor.
- 6.
De aanbieder maakt gebruikt van het door het college beschikbaar gestelde format voor monitoring en eindverantwoording. Voor het eind van de maanden april, juli en oktober wordt het college geïnformeerd over de gerealiseerde peuteraantallen en gefactureerde ouderbijdragen over respectievelijk het eerste, tweede en derde kwartaal.
- 7.
Onverminderd de bepalingen in de ASV beschikt de aanbieder over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan het college. Het gaat daarbij onder meer om:
- •
de door ouders ondertekend contract van de plaatsing van de peuter waarop de subsidie betrekking heeft;
- •
per peuter het aantal uren peuteropvang of dagopvang per week, de hoogte van de ouderbijdrage, de startdatum en de (verwachte) einddatum van de plaatsing;
- •
inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op KOT;
- •
van ouders die geen recht hebben op KOT een door ouders ingevulde en getekende ‘Verklaring geen recht op KOT’ en
- •
voor doelgroeppeuters: een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het consultatiebureau van de Jeugdgezondheidszorg.
- •
Artikel 8. Aanvraag vaststelling subsidie
- 1.
De aanbieder dient uiterlijk op 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar, de aanvraag tot vaststelling in.
- 2.
De aanvraag tot vaststelling bestaat uit het door het college vastgesteld format met gerealiseerde aantallen en uren van reguliere- en doelgroeppeuters en de gefactureerde ouderbijdragen.
- 3.
Bij een subsidiering van meer dan € 50.000,- dient bij de aanvraag tot vaststelling een controleverklaring te worden overlegd, over de peuteraantallen, uren en ouderbijdragen, opgesteld door een extern accountant.
- 4.
Het college stelt, binnen 12 weken na ontvangst, op basis van de aanvraag tot vaststelling het definitieve subsidiebedrag vast.
- 5.
Het college kan de subsidie op een lager bedrag vaststellen als de aanbieder minder peuters heeft geplaatst, minder peuteruren gerealiseerd en/of hogere ouderbijdragen heeft gefactureerd, dan waarop de hoogte van de subsidie was gebaseerd.
Artikel 9: Weigeringsgronden
Onverminderd de subsidieverplichtingen zoals opgenomen in deze regeling, kan de subsidie worden geweigerd indien voor één van de Drontense vestigingen van de aanbieder vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening vanuit Toezicht en Handhaving een bestuurlijke sanctie is opgelegd door het daarvoor bevoegde bestuursorgaan. Een sanctie kan worden opgelegd als een gebrek door de GGD is geconstateerd en de hersteltermijn is verlopen.
Artikel 10 Hardheidsclausule
Het college kan afwijken van de bepalingen in deze regeling voor zover de toepassing daarvan kan leiden tot onbillijkheden van overwegende aard in niet precies te voorziene gevallen of groepen van gevallen.
Artikel 11: Slotbepalingen
- 1.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026. Op subsidieaanvragen voor het kalenderjaar 2026 die zijn ingediend voor 1 januari 2026 wordt beslist op grond van deze regeling.
- 2.
De regeling Subsidieregeling peuteropvang en VVE 2025 komt per 1 januari 2026 te vervallen.
- 3.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling peuteropvang en VE gemeente Dronten 2026.
|
Dronten, 11 november 2025. R. Hammenga MA Secretaris |
drs. J.P. Gebben Burgemeester |
Ondertekening
BIJLAGE - SUBSIDIEBEDRAGEN GEMEENTE DRONTEN 2026
De subsidiebedragen voor 2026 zijn als volgt:
De ouderbijdragetabel voor ouders zonder recht op KOT is als volgt:
Onderstaande subsidietabel is zichtbaar voor welke peuters deze subsidiebedragen beschikbaar zijn:
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl