Regeling vervalt per 31-12-2028

Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028, tweede tranche

Geldend van 05-12-2025 t/m 30-12-2028

Intitulé

Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028, tweede tranche

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere;

Overwegende dat:

  • a.

    het Rijk bij besluit d.d. 24 november 2023 een toekenningsbeschikking van de Specifieke uitkering van de 4e tranche Regio Deal Nieuw Land (Almere-Lelystad) aan de gemeente Almere, in haar rol van Regiokassier, heeft afgegeven;

  • b.

    op 1 november 2023 een Convenant tussen het Rijk (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ministerie van Economische Zaken en Klimaat) en de Regio Almere-Lelystad (gemeenten Almere en Lelystad en provincie Flevoland met steun van onderwijsinstellingen en bedrijfsleven) is gesloten om de Regio Deal Nieuw Land tot uitvoering te brengen;

  • c.

    ter uitvoering van de Regio Deal de gemeente Almere is aangewezen als ontvangende partij voor de middelen van het Rijk in de hoedanigheid als Regiokassier;

  • d.

    de gemeente Almere als Regiokassier ook is aangewezen voor het organiseren van een doelmatige en doeltreffende besteding van deze middelen, waar mogelijk in de vorm van het verstrekken van subsidies op grond van deze Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028;

  • e.

    de Regiokassier op grond van het Convenant verantwoordelijk is voor rechtmatige besteding van deze middelen aan derden;

  • f.

    de Regiokassier in dat kader subsidies kan verlenen;

  • g.

    de ASV een procedureel kader geeft voor subsidiering;

  • h.

    in artikel 3 van de ASV aan het College de bevoegdheid is toegekend om nadere regels vast te stellen die onder meer betrekking hebben op de subsidiecriteria;

  • i.

    de partijen bij het Convenant vooralsnog hebben besloten dat subsidie een geschikt instrument is voor Werkpakket 1 (‘Onderwijs versterken Tech & Transitie’) en Werkpakket 2a (‘Innovatiehub elektrificatie’), Werkpakket 2b (‘Innovatiehub bouw en innovatie’) en Werkpakket 3 (‘Triple helix - thematische triple helix samenwerking’) zoals beschreven in artikel 3 Convenant;

  • j.

    Partijen voor Werkpakket 2c (‘Innovatiehub Chiptechnologie’) gedurende de looptijd van deze Nadere regels vast zullen stellen of subsidie een geschikt instrument is;

  • k.

    Partijen hebben besloten Werkpakket 3 (triple Helix –organisatie Nieuw Land entiteit) via een incidentele subsidie te verstrekken. Deze incidentele subsidie valt niet onder deze Nadere regels.

  • l.

    het College het wenselijk vindt om voor het beschikbaar stellen van subsidie conform het Convenant nadere regels vast te stellen voor subsidiering van Werkpakket 1, Werkpakket 2 en Werkpakket 3, voor zover financiering van deze Werkpakketten door middel van subsidies plaatsvindt;

  • m.

    de ASV onverkort van toepassing is voor zover daarvan in deze Nadere regels niet wordt afgeweken, althans voor zover deze niet wordt aangevuld met deze Nadere regels.

gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Almere 2025;

besluit:

vast te stellen de navolgende Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028, tweede tranche

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

  • a.

    Aanvrager: Penvoerder of individuele aanvrager zoals te vermelden op het aanvraagformulier. Enkel een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid kan fungeren als Aanvrager.

  • b.

    Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land: adviescommissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, ingesteld door het college, bestaande uit meerdere externe deskundigen met inhoudelijke en financiële expertise. De adviescommissie heeft tot taak het College te adviseren over aanvragen om subsidie die zijn ingediend op grond van deze Nadere regels.

  • c.

    Ambitie Regio Deal Nieuw Land: de ambitie beschreven in artikel 3.1 Convenant

  • d.

    ASV: de Algemene subsidieverordening Almere 2025.

  • e.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht.

  • f.

    Besluitvormingskader: het kader dat dient ter beoordeling en rangschikking van de aanvragen en de documenten die als Bijlage 1,2 en 3 bij de Nadere regels zijn gevoegd.

  • g.

    Bijdrage in natura: een bijdrage van eigen arbeid, het verlenen van een dienst en het inbrengen of ter beschikking stellen van (on)roerende goederen zonder dat daar een (evenredige) tegenprestatie tegenover staat.

  • h.

    College: college van burgemeester en wethouders van Almere.

  • i.

    Convenant: het Convenant Regio Deal Nieuw Land van 1 november 2023 van het Rijk met de Provincie Flevoland, de gemeente Almere de gemeente Lelystad waarvoor ROC van Flevoland, Hogeschool Windesheim, Alfen en Yanmar een steunverklaring hebben getekend. Het Convenant is als Bijlage 5 bij deze Nadere regels gevoegd en maakt daarvan onderdeel uit.

  • j.

    FVA: Fonds verstedelijking Almere.

  • k.

    Nadere regels: deze Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028, tweede tranche.

  • l.

    Nieuw Land: het geografische gebied van de gemeenten Almere en Lelystad in de provincie Flevoland.

  • m.

    Penvoerder: een penvoerder is een deelnemer aan een Regio Deal samenwerkingsverband die door de overige deelnemers aan dat samenwerkingsverband is gemachtigd om:

    • -

      hen te vertegenwoordigen ter zake van de subsidieaanvraag, -wijziging en -vaststelling

    • -

      de handelingen te verrichten die nodig zijn voor alle aan de subsidie verbonden (verantwoordings)verplichtingen jegens de verstrekker.

    • -

      De gemeente Almere kan niet optreden als penvoerder in verband met haar rol als Regiokassier.

  • n.

    Project: project (met inbegrip van aanvragen daarvoor) ter uitvoering van een Werkpakket.

  • o.

    Regio Deal samenwerkingsverband: een samenwerkingscollectief tussen verschillende partijen ten behoeve van een de uitvoering van een Project.

  • p.

    Regiokassier: heeft de betekenis die daaraan is gegeven in het Convenant.

  • q.

    Regionale private cofinanciering: heeft de betekenis die daaraan is gegeven in het Convenant.

  • r.

    Regionale publieke cofinanciering: heeft de betekenis die daaraan is gegeven in het Convenant.

  • s.

    Subsidieplafond: het bij nader besluit door het College vast te stellen bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van een of meerdere subsidies voor een Werkpakket.

  • t.

    Tech en Transitie: elektrificatie

  • u.

    Werkpakket: de werkpakketen 1 en 2a, 2b, 2c en 3 zoals beschreven in Artikel 3 Convenant te weten

    • 1.

      Onderwijs versterken Tech & Transitie

    • 2.

      Innovatiehubs voor:

      • Elektrificatie, inclusief elektrisch vliegen en logistiek

      • bouw & innovatie

      • chiptechnologie,

    • 3.

      Triple helix

      • Triple Helix organisatie Nieuw Land (een entiteit)

      • Thematische triple helix samenwerking

Artikel 2. Doel

Het doel van deze Nadere regels is een kader voor verlening van subsidies ten behoeve van Projecten die een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan de ambities en doelstellingen beschreven in artikel 3 Convenant.

Artikel 3. Openstellingsbesluit en aanvraagperiode

  • 1. Het College stelt een of meerdere openstellingsbesluiten vast waarin de aanvraagperiodes en de subsidieplafonds per Werkpakket nader worden vastgesteld.

  • 2. Een aanvraag kan uitsluitend worden ingediend binnen de in een openstellingsbesluit vastgestelde aanvraagperiode(s).

Artikel 4. Subsidieplafond & waarde Aanvraag.

  • 1. Het College stelt tijdig voor aanvang van iedere aanvraagperiode per Werkpakket conform artikel 3 een of meer Subsidieplafond(s) vast voor het verstrekken van subsidies op grond van deze Nadere regels. Daarbij zal het College vermelden voor welk (deel van het) Werkpakket zij een plafond vaststelt. Het College zal alleen overgaan tot subsidieverlening voor een (deel van een) Werkpakket nadat daarvoor een subsidieplafond is vastgesteld. Indien en voor zover het College voor een (deel van een) bepaald Werkpakket niet overgaat tot vaststelling van een subsidieplafond dan wel het subsidieplafond vaststelt op nihil, zal voor dat (deel van het) Werkpakket geen subsidie worden verleend op basis van deze Nadere regels.

  • 2. Wanneer in deze Nadere regels wordt verwezen naar een Subsidieplafond, betreft het een deelplafond voor een Werkpakket.

  • 3. Het nader vast te stellen subsidieplafond zal (in de daartoe strekkende besluiten als bedoeld in het eerste lid) worden onderverdeeld in deelplafonds voor de Werkpakketten:

    • a.

      Onderwijs versterken Tech & Transitie;

    • b.

      Innovatiehubs:

      • i.

        Elektrificatie, inclusief elektrisch vliegen en logistiek

      • ii.

        Bouw en innovatie

      • iii.

        Chiptechnologie.

    • c.

      Triple helix

      • i.

        Triple helix organisatie Nieuw Land (een entiteit)

      • ii.

        Thematische triple helix samenwerking

  • 4. De aanvraag bedraagt:

    • a.

      Voor onderwijs versterken Tech & Transitie minimaal EUR 125.000,-- en maximaal EUR 998.550,--;

    • b.

      Voor Innovatiehubs:

      • i.

        Elektrificatie, inclusief elektrisch vliegen en logistiek minimaal EUR 125.000,-- en maximaal EUR 1.173.940,--;

      • ii.

        Bouw en innovatie, minimaal EUR 125.000,-- en maximaal EUR 1.500.000,--;

      • iii.

        Chiptechnologie, minimaal EUR 125.000,-- en maximaal EUR 1.500.000,--.

    • c.

      Voor Triple helix:

      • i.

        Triple helix organisatie Nieuw Land (een entiteit): wordt niet meegenomen in deze Nadere regels Tender subsidie.

      • ii.

        Thematische triple helix samenwerking minimaal EUR 125.000,-- en maximaal EUR 600.000.

Artikel 5. Criteria subsidieaanvrager

  • 1. Een partij kan als individuele aanvrager of als deelnemer aan een Regio Deal samenwerkingsverband betrokken zijn bij ten hoogste één Aanvraag per Werkpakket. Deze beperking geldt niet voor gemeenten uit Nieuw Land, de provincie Flevoland en onderwijsinstellingen.

  • 2. Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten, die gericht zijn op Nieuw Land. De aanvrager kan daarbuiten gevestigd zijn.

  • 3. Indien een subsidie wordt aangevraagd namens een Regio Deal samenwerkingsverband dient iedere deelnemer aan het Regio Deal samenwerkingsverband gevestigd te zijn in de regio Nieuw Land of daar zijn deel van de projectactiviteiten uit te voeren.

  • 4. Bij Aanvraag door een Regio Deal samenwerkingsverband is de Penvoerder jegens het College verantwoordelijk voor de nakoming van alle (verantwoordings)verplichtingen uit hoofde van de subsidie en kan hij daarop worden aangesproken.

Artikel 6. Bij de Aanvraag in te dienen gegevens

  • 1. Een Aanvraag om subsidie voor een Project wordt per Werkpakket ingediend bij het College door middel van een door het College vastgesteld aanvraagformulier Subsidie Regio Deal Nieuw Land. Het College zal per Werkpakket een aanvraagformulier vaststellen.

  • 2. In aanvulling op de in artikel 6, lid 2 van de ASV genoemde gegevens moet bij de aanvraag om subsidie bij het aanvraagformulier worden gevoegd:

    • a.

      Een projectplan zoals beschreven in artikel 8 conform beschikbaar gesteld format;

    • b.

      Een sluitende projectbegroting zoals beschreven in artikel 7, inclusief planning conform beschikbaar gesteld format;

    • c.

      Door de penvoerder bij Aanvraag namens een Regio Deal samenwerkingsverband:

      • -

        een afschrift van een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers aan het Regio Deal samenwerkingsverband die in ieder geval bevat afspraken over de onderlinge verdeling van de werkzaamheden, de wijze waarop de besluitvorming plaatsvindt, de wijze waarop de kosten en risico’s worden gedeeld en de wijze waarop de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen is geborgd.

      • -

        een volmacht aan de penvoerder van alle deelnemers aan het Regio Deal samenwerkingsverband om:

        • de deelnemers ter zake van de subsidieaanvraag,-wijziging, en -vaststelling te vertegenwoordigen.

        • de handelingen te verrichten die nodig zijn voor alle aan de subsidie verbonden (verantwoordings)verplichtingen jegens het College.

    • d.

      Documenten (zoals een co-financieringsverklaring) waaruit blijkt:

      • -

        de omvang van de verleende en verwachte Regionale publieke cofinanciering en Regionale private cofinanciering, en

      • -

        dat is voldaan aan de voorwaarden daaromtrent zoals genoemd in artikel 7c.

    • e.

      Een motivering waarom verlening van de subsidie in combinatie met overige Regionale publieke cofinanciering niet leidt tot ongeoorloofde staatssteun, bijvoorbeeld omdat staatssteun ontbreekt en/of omdat de Aanvraag en Regionale publieke cofinanciering voldoen aan de voorwaarden van een vrijstellingsverordening. (zie toelichting in Bijlage 4);

Artikel 7. Specifieke criteria projectbegroting en cofinanciering

De bij de Aanvraag ingediende begroting dient te voldoen aan de navolgende criteria:

  • a.

    De projectbegroting is sluitend en verdeeld in jaarschijven;

  • b.

    De projectbegroting bevat een realistische planning;

  • c.

    Uit de projectbegroting blijkt dat het totaal benodigde bedrag voor de uitvoering van het project wordt bekostigd uit tenminste 50% eigen bijdrage (inclusief Cofinanciering), welke eigen bijdrage bestaat uit financiële bijdragen en/of bijdragen in natura.

  • d.

    De hoogte van de cofinanciering, de kosten en de opbrengsten uitgesplitst naar kosten- en opbrengstensoorten worden gespecificeerd en toegelicht;

  • e.

    De projectbegroting bevat een berekening van, en een toelichting op, de waardering van cofinanciering in natura, met daarbij vermeld de uitvoerende partij;

  • f.

    Uit de projectbegroting van publieke aanvragers dient te blijken of, en indien zo, in welke mate / voor welk deel kosten voor het BTW-compensatiefonds in aanmerking komen.

  • g.

    De begroting (inclusief cofinanciering) wordt opgesteld in constante prijzen (geen indexatie).

Artikel 8. Specifieke criteria projectplan

  • 1. Het bij de Aanvraag ingediende projectplan dient te bestaan uit:

    • a.

      Een samenvatting met een korte beschrijving van het Project, de activiteiten en de verwachte resultaten.

    • b.

      Een projectbeschrijving die een motivering bevat waaruit volgt hoe het Project invulling geeft aan de criteria uit het Besluitvormingskader.

    • c.

      Een beschrijving van de projectorganisatie en het projectmanagement, waaronder een projectstructuur, de samenstelling van het projectteam en de verdeling van verantwoordelijkheden.

    • d.

      Een beschrijving waaruit volgt hoe aanvrager monitort en waarborgt dat de doelen en de activiteiten uit de projectbeschrijving worden gerealiseerd.

Artikel 9. Subsidiabele kosten

  • 1. Kosten zijn alleen subsidiabel voor zover deze zijn gemaakt in de periode 1 januari 2026 tot en met 31-12-2028

  • 2. De subsidiabele kosten worden vastgesteld op basis van de werkelijke kosten die aantoonbaar voor de verrichte activiteit waarvoor de subsidie is verleend, zijn gemaakt.

  • 3. Kosten zijn alleen subsidiabel voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteit.

  • 4. Loonkosten

    Per project kan per deelnemer van een project één van de volgende methoden worden gehanteerd voor de waardering van de inbreng van arbeid (in kind). De gekozen methode moet gedurende het gehele project door de betreffende projectpartner worden gehanteerd.

    • a.

      Vast uurtarief van €60,- (voor directe loon- en arbeidskosten en indirecte kosten.)

    • b.

      Loonkosten plus vaste opslagsystematiek: Indien voor deze systematiek wordt gekozen wordt het uurtarief per medewerker berekend door het bruto jaarloon te vermeerderen met 32% voor werkgeverslasten en vervolgens met 15% aan overheadkosten, om het uurtarief te berekenen wordt dit vervolgens gedeeld door 1.720 uur op basis van een 40-urige werkweek.

    • c.

      Integrale kostensystematiek: Op basis van goedgekeurde en gecontroleerde IKS-tarieven. Deze methode kan alleen worden toegepast door onderzoeks- en kennisinstellingen. Voor een indicatie van de voorwaarden die aan deze methode worden gesteld verwijzen we naar de website van RVO (https://www.rvo.nl/onderwerpen/subsidiespelregels/ezk/iks)

  • 5. Afschrijvingskosten

    De subsidiabele afschrijvingskosten voor het gebruik van apparatuur, machines en uitrusting gedurende de looptijd van het project worden berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen. Het moet gaan om activa waarover een economisch risico wordt gelopen (geen huur of operational lease).

  • 6. Bijdragen in natura

    Voor het bepalen van de waarde van de bijdrage is het van belang te bepalen wat de gebruikelijke waarde van de zaak of dienst in het economisch verkeer is. Daarbij kan bijvoorbeeld worden uitgegaan van het standaardtarief of het bedrag dat onder normale omstandigheden in rekening zou worden gebracht. De waarde van een bijdrage in natura is de gebruikelijke waarde van de bijdrage in het economisch verkeer, verminderd met de waarde van een eventuele financiële vergoeding daarvoor. Deze bijdrage moet dus een reële economische waarde hebben of een waarde die gangbaar is in het economische verkeer die controleerbaar is door een accountant. Voor de inbreng van arbeid kan worden aangesloten bij de kosten zoals vermeld onder artikel 9 lid 4(a). Voor de inbreng van studentenuren is een uurtarief van maximaal € 25,- toegestaan.

  • 7. Overige kosten derden

    Andere direct aan de uitvoering van de projectactiviteiten gerelateerde kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd en die naar het oordeel van het College noodzakelijk zijn voor het Project en waarbij de verhouding tussen het totaal van de activiteiten en de kosten daarvan redelijk moet zijn.

Artikel 10. Niet-subsidiabele kosten

Kosten zijn niet subsidiabel wanneer het gaat om of over

  • a.

    Bonussen en afkoopsommen/transitievergoedingen.

  • b.

    Kosten voor het opstellen van de Aanvraag.

  • c.

    Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen en lasten.

  • d.

    Kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties.

  • e.

    bankdiensten, financieringen, debetrente en leges.

  • f.

    Kosten van het aankopen, van onroerende zaken gedurende de (subsidie)periode als beschreven in artikel 9 lid 1.

  • g.

    Kosten voor het inhuren van een subsidieadviesbureau of andere subsidiebemiddelaars.

Artikel 11. Wijze van verdelen beschikbare bedrag

  • 1. Subsidies worden verstrekt ten behoeve van een Project op volgorde van de rangschikking totdat het subsidieplafond is bereikt. De rangschikking wordt bepaald conform artikel 12 van deze Nadere regels en de Besluitvormingskader(s) die als Bijlage 1, 2 en 3 bij deze Nadere regels zijn toegevoegd en hiervan onlosmakelijk onderdeel uitmaken. Het College is bevoegd gemotiveerd af te wijken van de geadviseerde rangschikking nadat dienaangaande bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden tussen de bevoegde wethouders van de gemeente Almere, de gemeente Lelystad en de bevoegde gedeputeerde van de provincie Flevoland.

  • 2. De door het College ingestelde Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land beoordeelt de subsidieaanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en adviseert het College over de rangschikking van de aanvragen op basis van het toepasselijke Besluitvormingskader. Het toepasselijke Besluitvormingskader is afhankelijk waar de aanvraag betrekking op heeft. Er zijn 3 besluitvormingskaders: een voor werkpakket 1, een voor werkpakket 2 en een voor werkpakket 3.

  • 3. Een Aanvraag wordt beoordeeld op basis van de beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 13 van deze Nadere regels.

  • 4. Wanneer aanvragen in de rangschikking gelijk eindigen en toekenning van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, dan vindt een nadere rangschikking plaats. Daarbij worden de aanvragen waaraan op het criterium B een hogere score is toegekend, hoger gerangschikt. Als dat geen verschil maakt wordt er gekeken naar de hogere score op onderdeel C. Wanneer deze score ook gelijk is wordt de onderlinge ranking bepaald door loting.

  • 5. Indien een aanvrager op basis van de rangschikkingen voor de verschillende Werkpakketten in aanmerking komt voor een subsidie voor meerdere Projecten terwijl hij naar zijn oordeel slechts capaciteit heeft voor de uitvoering van een kleiner aantal Projecten dan waarvoor hij subsidie heeft aangevraagd, krijgt hij de keuze welke subsidie(s) hij verleend wenst. De niet aan deze Aanvrager verleende subsidie(s) zal (of zullen) worden verdeeld over de daaropvolgende in rang totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 6. De volgorde van gelijk gerangschikte subsidieaanvragen na toepassing van het vijfde lid, wordt door middel van loting bepaald.

  • 7. Kan een subsidie niet volledig worden verstrekt als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond, dan vindt verstrekking plaats ter hoogte van het nog beschikbare budget, mits de Aanvrager een naar het oordeel van de gemeente betrouwbare aangepaste begroting voor zijn Aanvraag verstrekt op basis van een subsidie ter hoogte van het nog beschikbare budget.

  • 8. Indien het College het niet aannemelijk vindt dat de subsidieontvanger na gedeeltelijke verlening als bedoeld in het zevende lid de activiteiten zal uitvoeren, dan wordt de Aanvraag geweigerd en verstrekt aan de volgende(n) in rang totdat het plafond is bereikt.

  • 9. Indien het College het subsidieplafond tussentijds verhoogt, zal een Aanvraag die wegens bereiken van het plafond gedeeltelijk was toegewezen, alsnog worden toegekend voor zover de Aanvraag op basis van rangschikking in aanmerking komt voor subsidie.

Artikel 12. Beoordelingsprocedure

  • 1. De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land beoordeelt en kent punten toe aan volledig en tijdig ontvangen subsidieaanvragen.

    • -

      Een Aanvraag is compleet als de informatie en stukken zoals genoemd in artikel 6, 7 en 8 zijn ontvangen.

    • -

      De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land heeft de mogelijkheid om een schriftelijke- of mondelinge toelichting op de ingediende Aanvraag te vragen. Dit mag niet leiden tot een wijziging van de Aanvraag en/of de projectbeschrijving op basis waarvan de beoordeling zal plaatsvinden. Een eventueel verzoek tot aanvulling of toelichting heeft geen gevolgen voor de datum van indiening van de Aanvraag.

  • 2. Ieder lid van de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria uit artikel 13 van de deze Nadere regeling en de Besluitvormingskader(s) uit Bijlage 1, 2 en 3, en kent per criterium een score toe.

  • 3. Na de individuele beoordeling door de leden van de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land, komt de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land bijeen om het puntenaantal vast te stellen. De individuele punten worden per (sub)criterium bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal beoordelaars, waardoor er voor de verschillende (sub)criteria een gemiddelde score tot stand komt.

  • 4. De scores worden per (sub)criterium afgerond op 1 cijfer achter de komma en voorzien van een consensusmotivering per (sub)criterium van de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land.

  • 5. De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land telt de scores voor de (sub)criteria bij elkaar op en rangschikt de aanvragen conform de weging uit het toepasselijke Besluitvormingskader op volgorde van het aantal punten. Zij brengt op basis van deze rangschikking een gemotiveerd advies uit aan het College.

  • 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, lid 5 en artikel 13, kan de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land in het kader van de beoordeling van aanvragen binnen het besluitvormingskader voor werkpakket 1 en werkpakket 2, in haar advies ingaan op de mate waarin een aanvraag onderscheidend en vernieuwend is ten opzichte van projecten die reeds zijn gehonoreerd in de eerste tranche. Uitsluitend ingeval de Adviescommissie van oordeel is dat een aanvraag onvoldoende onderscheidend of vernieuwend is en hierdoor geen toegevoegde waarde biedt aan het totaal van projecten binnen de Regio Deal Nieuw Land, kan zij dit aanvullend en gemotiveerd opnemen in haar advies aan het College. Deze aanvulling heeft tot doel overlap te voorkomen en te waarborgen dat de beschikbare middelen bijdragen aan een zo complementair mogelijk portfolio van initiatieven binnen de Regio Deal Nieuw Land.

  • 7. Het College neemt met inachtneming van het advies een besluit op de ingediende aanvragen om subsidie.

Artikel 13. Besluitvormingscriteria

  • 1. De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land beoordeelt en rangschikt aanvragen voor werkpakket 1 en werkpakket 2 aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:

    • a.

      Criterium A: De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regiodeal Nieuw Land.

    • b.

      Criterium B: De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regiodeal Nieuw Land

    • c.

      Criterium C: De kwaliteit van de/(het) samenwerking(sverband)

    • d.

      Criterium D: De kwaliteit van het project

    • e.

      Criterium E: De kwaliteit van de cofinanciering

  • 2. De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land beoordeelt en rangschikt aanvragen voor werkpakket 3, uitsluitend voor zover het betreft de thematische triple helix activiteiten, aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:

    • a.

      Criterium A: De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land.

    • b.

      Criterium B: De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land

    • c.

      Criterium C: De kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking

    • d.

      Criterium D: De kwaliteit van de cofinanciering

  • 3. De beoordelingscriteria als bedoeld in het eerste en tweede lid en de wijze van beoordeling zijn nader uitgewerkt en toegelicht in de Besluitvormingskaders die als Bijlagen bij deze Nadere regels zijn gevoegd en daarvan onlosmakelijk onderdeel uitmaken.

Artikel 14 beslistermijn

Het College neemt een beslissing op de aanvragen binnen 16 weken na sluitingsdatum van een Aanvraagperiode.

Artikel 15. Weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 9 ASV wordt geen subsidie verleend als:

  • 1.

    Het College niet conform artikel 4 lid 1 een subsidieplafond voor het Werkpakket heeft vastgesteld;

  • 2.

    De Aanvraag de bandbreedte als bedoeld in artikel 4 lid 4 over- of onderschrijdt;

  • 3.

    de Aanvraag voor werkpakket 1 en 2 lager scoort dan;

    • a.

      20 punten voor onderdeel I (bestaande uit criterium A en criterium B) uit het Besluitvormingskader, en/of

    • b.

      26 punten voor onderdeel II (bestaande uit criterium C en criterium D) uit het Besluitvormingskader, en/of

    • c.

      10 punten voor onderdeel III (criterium E) uit het Besluitvormingskader.

  • 4.

    de Aanvraag voor werkpakket 3 lager scoort dan;

    • a.

      17 punten voor onderdeel I (bestaande uit criterium A en criterium B) uit het Besluitvormingskader, en/of

    • b.

      23 punten voor onderdeel II (bestaande uit criterium C) uit het Besluitvormingskader, en/of

    • c.

      10 punten voor onderdeel III (criterium D) uit het Besluitvormingskader.

Artikel 16. Subsidievoorwaarde in de zin van artikel 4:33(b) Awb

Indien de ontvangst van de in de Aanvraag beschreven Regionale publieke cofinanciering en/of Regionale private cofinanciering nog (gedeeltelijk) onzeker is, verleent het College de subsidie onder de voorwaarde dat de Aanvrager uiterlijk 4 weken na subsidieverlening een definitieve aanspraak heeft op alle in de Aanvraag beschreven Regionale publieke cofinanciering en/of Regionale private cofinanciering (en hij het College daarvan tijdig in kennis heeft gebracht). Indien en voor zover de Aanvrager niet uiterlijk 4 weken na subsidieverlening over een dergelijke definitieve aanspraak beschikt, heeft de College het recht de subsidie vast te stellen op nihil.

Artikel 17. Bevoorschotting

  • 1. Het College verstrekt een voorschot (in een of meerdere termijnen) tot in totaal het maximum van 90% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2. Het College bepaalt de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van de hoogte van de verleende subsidie.

  • 3. Het College betaalt het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald. Daarbij houdt het College rekening met de doelstellingen, activiteiten, besteding en/of liquiditeitsbehoefte van de aanvrager, zoals die blijken uit het projectplan en de projectbegroting die bij Aanvraag zijn gevoegd.

  • 4. Het college gaat pas over tot bevoorschotting op het moment dat Aanvrager aantoonbaar beschikt over de definitieve aanspraak, zoals bedoeld in artikel 16.

Artikel 18. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. Jaarlijks vóór 15 februari wordt een tussentijdse financiële projectverantwoording verstrekt. In de tussentijdse financiële projectverantwoording worden de kosten van het voorgaande jaar inzichtelijk gemaakt. Voor de (tussentijdse) financiële projectverantwoording wordt het voorgeschreven format gehanteerd. Deze bepaling geldt niet indien u (tussentijds) verantwoordt via de zgn. SISA-systematiek die geldt voor overheden. In dat geval wordt voor de verantwoording aangesloten bij de SISA-systematiek en termijnen.

  • 2. Jaarlijks vóór 1 april wordt een voortgangsrapportage verstrekt met informatie over de verrichte werkzaamheden en de bijbehorende resultaten en daarvoor ingezette middelen. In de beschikking tot subsidieverlening worden de indicatoren en resultaten gespecificeerd waarover gerapporteerd dient te worden.

  • 3. Het College kan bij het besluit tot subsidieverlening bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd die voor de tussentijdse rapportage dan wel voortgangsrapportage van belang zijn.

Artikel 19. Verantwoording van de subsidie

Ter aanvulling van artikel 17 lid 2 (d) ASV dient uit de controleverklaring bij de aanvraag tot vaststelling te blijken dat is voldaan aan:

  • -

    de Nadere regels;

  • -

    de verantwoordingseisen uit artikel 17a lid 2 van de Financiële verhoudingswet, indien het de verantwoording door publieke regionale partners betreft;

  • -

    de bepalingen in het controleprotocol FVA indien er sprake is van cofinanciering vanuit het FVA.

Artikel 20. Citeertitel

Deze nadere regels wordt aangehaald als Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028, tweede tranche.

Artikel 21. Duur van de regels

Deze Nadere regels treden in werking op de dag nadat deze bekend zijn gemaakt en eindigen op 31 december 2028, met dien verstande dat deze Nadere regels van toepassing blijven voor zover nodig is voor de afwikkeling van de verstrekte subsidies.

Artikel 22. Overgangsbepaling

  • 1. Op aanvragen die worden ingediend na de inwerkingtreding van deze regeling is uitsluitend deze gewijzigde regeling (de Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028, tweede tranche) van toepassing.

  • 2. Subsidies die zijn verleend vóór de inwerkingtreding van deze regeling blijven onderworpen aan de bepalingen van de subsidieregeling zoals die gold op het moment van subsidieverlening.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in het college van B en W d.d. 18 november 2025,

burgemeester en wethouders van Almere,

de secretaris,

A. van Mazijk

de burgemeester,

W.H.J.M van de Loo

Bijlage 1 - Besluitvormingskader werkpakket 1 Regio Deal Nieuw Land

Besluitvormingskader Regio Deal Nieuw Land Tweede Tranche

Werkpakket 1: Talentontwikkeling voor Tech & Transitie

Inhoudelijke toelichting op werkpakket 1

Met het werkpakket Talentontwikkeling beogen we dat er in de regio Almere-Lelystad een kwalitatief goed, voldoende divers en flexibel onderwijsaanbod is voor de tech- en transitiesector. We beogen projecten aan te trekken gericht op het ontwikkelen van centra voor innovatief vakmanschap, center of expertises en universitair onderwijs op thema's die aansluiten bij de vraag van bedrijfsleven in de regio en die regio-overstijgend aantrekkingskracht hebben. Daarnaast beogen we projecten die gericht zijn op het ontwikkelen van (betaalde) traineeships bij bedrijven. Tot sloten beogen we projecten die bijdragen aan doorlopende leerlijnen MBO - HBO - WO. Het model van Mindlabs in Tilburg, met co-locaties, onderzoekslabs en proefopstellingen dichtbij de bedrijvigheid van de tech- en transitiesector, is inspiratie voor onze regio.

Toelichting op beoordelingsprocedure

Subsidieaanvragen voor werkpakket 1 worden beoordeeld aan de hand van de Nadere regels en getoetst aan onderstaande criteria. In de nadere toelichting per (sub)criterium is een toelichting opgenomen op de beoordelingscriteria A tot en met E. Voor de beoordeling van de aanvragen is de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land ingesteld.

Bij de beoordeling gaat het erom in hoeverre uit de subsidieaanvraag blijkt dat het project bijdraagt aan de volgende criteria waarop punten worden toegekend:

  • I.

    Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regio Deal Nieuw Land, die volgen uit artikel 3 van het Convenant.

    • A.

      De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land

    • B.

      De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land

  • II.

    Kwaliteit van de samenwerking en het project

    • C.

      De kwaliteit van het samenwerkingsverband

    • D.

      De kwaliteit van het project

  • III.

    Kwaliteit van de cofinanciering

    • E.

      Kwaliteit van de aanvraag

Beoordelingscriteria

  • I.

    Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regiodeal, zoals opgenomen in artikel 3 van het Convenant

Maximaal te behalen punten: 40

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 20

Weging aantal punten in totaal 30%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel I:

Onvoldoende (0 punten): de aanvraag zal in het geheel niet bijdragen aan het criterium.

Matig (1 punt): de aanvraag zal niet op voldoende wijze bijdragen aan het criterium.

Voldoende (3 punten): de aanvraag draagt in voldoende mate bij aan het criterium.

Goed (5 punten): de aanvraag draagt op een goede wijze bij aan het criterium.

  • A.

    De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land.

Criterium

Punten

Score

Toelichting

A1. De mate waarin er wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een innovatief ecosysteem in de regio Almere-Lelystad voor bedrijven die de energietransitie mogelijk maken.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

A2. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het vergroten van de brede welvaart in Flevoland, door het versterken van de regionale binding van talent en/of bedrijven.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

A3. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het vergroten van de brede welvaart in Flevoland door het versterken van de regionale arbeidsmarkt in de sector Tech en Transitie.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel A

...... punten

  • B.

    De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land.

Criterium

Punten

Score

Toelichting

B1. De mate waarin het project bijdraagt aan het opleiden van minimaal 1.200 studenten per jaar in de regio op het thema Tech & Transitie in 2028.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

B2. De mate waarin het project bijdraagt aan het realiseren van 600 traineeships per jaar in de regio op het thema Tech & Transitie in 2028.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

B3. De mate waarin het project bijdraagt aan de ontwikkeling van doorlopende leerlijnen MBO-HBO-WO in de regio op het thema Tech & Transitie in 2028.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

B4. De mate waarin het project bijdraagt aan de ontwikkeling van een centrum voor innovatief vakmanschap en/of een centrum of expertise voor arbeidsmarkt vraagstukken van het bedrijfsleven op het thema tech en transitie.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

B5. De mate waarin de activiteiten van het project bijdragen aan het op de kaart zetten van de regio voor de economische ontwikkeling van de EU en Nederland op het thema Tech & Transitie.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel B

..... Punten

Punten onderdeel A ........ + Punten onderdeel B ......... = ........ Punten

Behaalde aantal punten A + B = ....... maal 30% = totaal aantal punten onderdeel I: ……..

  • II.

    Kwaliteit van de samenwerking & het project

Maximaal te behalen punten: 40

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen voor de subsidie: 26

Weging aantal punten in totaal 40%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel II:

Onvoldoende (0 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager in het geheel niet zal bijdragen aan het criterium.

Matig (1 punt): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager niet op voldoende wijze zal bijdragen aan het criterium.

Voldoende (3 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager in voldoende mate bijdraagt aan het criterium.

Goed (5 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager op een goede wijze bijdraagt aan het criterium.

Alleen voor criterium C1 geldt een afwijkende puntentoekenning:

  • -

    Als enkel 1 O is betrokken: 1 pt.

  • -

    Als 2 O’s zin betrokken: 5 pt.

  • -

    Als 3 O’s zijn betrokken: 10 pt.

  • C.

    Kwaliteit van het samenwerking(sverband)

Criterium

Punten

Score

Toelichting

C1. De mate van actieve samenwerking van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers) bij het project.

1 punt als enkel 1 O betrokken is

5 punten als 2 O's betrokken zijn.

10 punten als 3 O's betrokken zijn.

C2. De mate waarin de samenwerkingspartners beschikken over relevante kennis en ervaring en elkaar daarbij inhoudelijk versterken.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

C3. De mate waarin de middelen en bijdragen van de samenwerkingspartners evenwichtig, transparant en doelmatig zijn verdeeld.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

C4. De mate waarin de projectorganisatie professioneel, realistisch en uitvoerbaar is ingericht.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel C

..... Punten

 
 
 
  • D.

    Kwaliteit van het project

Criterium

Punten

Score

Toelichting

D1. De mate waarin het project aantoonbare en blijvende impact genereert voor de regio.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

D2. De mate waarin helder is wie van het project profiteert, welke mogelijke knelpunten en nadelige effecten kunnen ontstaan, en hoe hiermee wordt omgegaan.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

D3. De mate waarin risico’s zijn geïdentificeerd en adequaat worden beheerd.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel D 

...... aantal punten

Punten onderdeel C ........ + Punten onderdeel D ......... = ........ Punten

Behaalde aantal punten C + D = ....... maal 40% = ....... Punten onderdeel II

  • III.

    Kwaliteit van de cofinanciering

Maximaal te behalen punten: 25

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 10

Weging aantal punten in totaal 30%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel III:

E1:

  • -

    Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering

  • -

    Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering

  • -

    Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering

E2:

  • -

    1 punt voor 100% in kind

  • -

    3 punten voor 75% in kind en 25% cash

  • -

    5 punten 50% in kind en 50% cash

  • -

    8 punten voor 75% in cash en 25% in kind

  • -

    10 punten voor 100% in cash

Criterium

Punten

Score

Toelichting

E1. Mate van cofinanciering

Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering

Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering

Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering

E2. Kwaliteit van cofinanciering

1 punt voor 100% in kind

3 punten voor 75% in kind en 25% cash

5 punten 50% in kind en 50% cash

8 punten voor 75% in cash en 25% in kind

10 punten voor 100% in cash

 
 

Totaal onderdeel E

.... punten

Behaalde aantal punten E = ....... maal 30% = ....... punten onderdeel III

Onderdeel

Aantal behaalde punten

Minimaal te behalen

Maximaal te behalen

Weging

Gewogen score

A

 
 

15

 
 

B

 
 

25

 
 

Subtotaal A+B

 

20

40

30 %

... punten

C

 
 

25

 
 

D

 
 

15

 
 

Subtotaal C+D

 

26

40

40%

... punten

E

 
 

25

 
 

Subtotaal E

 

10

25

30%

... punten

Totaal

 

56

105

 

... punten

ALGEMENE TOELICHTING

Projecten voor de verschillende werkpakketten vereisen verschillende competenties en activiteiten. Van aanvragers die een aanvraag indienen voor meerdere werkpakketten wordt aldus ook verwacht dat zij hun aanvraag specificeren per werkpakket. Een score voor een Aanvraag voor een bepaald werkpakket geeft geen enkele garantie voor eenzelfde score voor een ander werkpakket.

De Nadere regels laten de aanvragers vrij om de hoogte van hun aanvraag voor een project zelf te bepalen (binnen de daartoe nog vast te stellen kaders door het College). De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land zal daarom bij beoordeling van de aanvragen per (sub)criterium in haar beoordeling betrekken hoeveel ‘value for money’ het project waarop de aanvraag betrekking heeft biedt.

Disclaimer

De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land behoudt zich het recht voor om een advies uit te brengen tot weigering van aanvragen binnen werkpakket 1 indien deze naar het oordeel van de Adviescommissie onvoldoende onderscheidend of vernieuwend zijn ten opzichte van projecten die reeds zijn gehonoreerd in de eerste tranche. Dit om overlap te voorkomen en te waarborgen dat de beschikbare middelen bijdragen aan een zo breed en complementair mogelijk portfolio van initiatieven binnen de Regio Deal Nieuw Land.

NADERE TOELICHTING PER (SUB)CRITERIUM

A1: Met dit criterium toetsen we:

  • Welke bedrijven, kennisinstellingen en overheden kunnen profiteren van het innovatieve ecosysteem

  • Hoe het innovatie ecosysteem vormgegeven zal worden

  • Wat voor rol de aanvrager van de subsidie en het project zullen spelen in het creëren en instandhouding van het innovatie ecosysteem

A2: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het project bijdraagt aan een aantrekkelijk en veerkrachtig vestigingsklimaat in de regio Almere-Lelystad voor werknemers en bedrijven in de sector Tech en Transitie.

  • Hoe een aanvrager wil realiseren dat binnen de regio woon-werk afstanden beperkt blijven en de balans tussen wonen en werken verbetert.

A3: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het project aansluit op de vraag van de regionale arbeidsmarkt.

  • In hoeverre het project zou concurreren met de bestaande projecten en marktinitiatieven (het risico van verdringingseffecten).

  • Of de aanvrager een goed beeld heeft van de vraag op de markt/de tekorten in de bestaande markt.

  • Hoe de positie van de markt ten opzichte van andere markten versterkt kan worden.

B1: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het project eraan bijdraagt dat in 2028 minstens 1.200 studenten per jaar op het thema Tech & Transitie in de regio zijn.

  • Met welke sectoren/thema’s het project mogelijk concurreert .

  • Of de aanvrager goed in beeld heeft waar de talent-vraag van het bedrijfsleven ligt.

  • Hoe de aanvrager zorgdraagt dat de studies daar goed op aansluiten.

B2: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het project eraan bijdraagt dat in 2028 minstens 600 traineeships per jaar op het thema Tech & Transitie in de regio zijn.

  • Of de aanvrager goed in beeld heeft waar de vraag van het bedrijfsleven ligt.

  • Hoe de aanvrager zorgdraagt dat de traineeships daar goed op aansluiten.

  • Hoe de aanvrager betaalde traineeships wil realiseren.

  • Hoe de aanvrager wil realiseren dat minstens 50% daarvan door inwoners uit de regio wordt vervuld.

B3: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe een doorlopende leerlijn MBO – HBO – WO wordt ontwikkeld.

  • Welke partners daarbij betrokken zijn.

  • In welke mate de doorlopende leerlijn aansluit op de vraag van het bedrijfsleven.

B4: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe dit project inspeelt op de regionale onderwijs-arbeidsmarkt vraagstukken.

  • Of de aanvrager goed in beeld heeft waar de talent-vraag van het regionale bedrijfsleven ligt, wat betreft de tech en transitie sector.

  • Hoe een centrum voor vakmanschap of een center of expertise wordt vorm gegeven.

B5: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe de aanvrager de regio op de kaart wil zetten, waarbij wordt gekeken naar:

    • De mate van creativiteit

    • De mate van innovatie

    • Het bereik van de aanvrager

  • Welke mogelijkheden de aanvrager ziet in de EU respectievelijk Nederland en hoe de aanvrager dat potentieel in Nederland en de EU kan benutten.

  • Hoe de aanvrager zijn aandacht verdeelt tussen de EU en Nederland

C1: Met dit criterium toetsen we:

  • De actieve samenwerking van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers) in de uitvoering van het project.

  • Welke partijen hebben een actieve rol, en leveren in kind/in cash een bijdrage aan het project?

  • Naast deze samenwerkingspartners kunnen andere partijen betrokken zijn (steunverklaring). Maar dat zijn geen betrokken partijen die worden meegeteld in het scoren van het aantal betrokken O's.

C2: - Met dit criterium toetsen we de kennis en ervaring van aanvragers per werkpakket. Ten aanzien van werkpakket 1 ziet dit toe op kennis en ervaring op het gebied van opleiden.

  • De aanwezige competenties bij partners voor de invulling van het werkpakket op basis van ervaringen.

  • In hoeverre de partners elkaar aanvullen/er sprake is van kennisoverlap.

  • Of er verschil is in de mate van ervaring bij de partners

  • Of de samenwerkingspartners al ervaring hebben met vergelijkbare projecten

  • Of de samenwerkingspartners specifieke kennis hebben op het gebied van het opleiden voor de tech & transitie sector.

C3: Met dit criterium toetsen we de verdeling van de middelen tussen partners. Bij een meer gelijkmatige verdeling zal de aanvraag meer punten krijgen op dit onderdeel:

  • Of de verdeling van de middelen tussen partners gelijkmatig is

  • Welke middelen de partners zelf beschikbaar hebben om het project ten uitvoer te brengen

  • Of de partners elkaar aanvullen en op elkaar kunnen inspringen als een samenwerkingspartner onvoldoende of te veel capaciteit of middelen heeft.

C4: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe de organisatiestructuur eruitziet

  • Waarom voor een bepaalde structuur is gekozen

  • Of dit een duurzame structuur is

  • Hoe het project gemanaged zal worden

  • Hoe zorg wordt gedragen voor een duurzame samenwerking tussen de partners

  • Hoe rekening wordt gehouden met groei

  • Hoe de projectorganisatie flexibel kan inspringen op onvoorziene situaties.

D1: Met dit criterium wordt bijvoorbeeld getoetst

  • Of en hoe snel het project resulteert in meer afgestudeerde studenten

  • Of en hoe snel het project resulteert in beter afgestudeerde studenten

  • Of en hoe snel het project resulteert in meer trainees

  • Of en hoe snel het project resulteert in beter geschoolde werknemers. Etc.

En de aanvrager laat zien:

  • Hoe de activiteiten zelfvoorzienend worden

  • Hoe de subsidie vervangen zal worden, wanneer deze stopt

  • Waar de activiteiten hun inkomsten uit zullen genereren

  • Hoe de aanvrager eraan zal bijdragen dat het animo voor de activiteiten zal blijven bestaan na de looptijd van de Regio Deal Nieuw Land.

D2: Met dit criterium toetsen we:

  • In hoeverre in de aanvraag wordt gespecificeerd welke doelgroep profiteert. (Denk onder meer aan: studenten, werkgevers, ondernemers, onderwijsinstellingen, inwoners uit de regio)

  • Of rekening wordt gehouden met mogelijke nadelige effecten

    • Wegtrekken van werknemers uit andere regio’s

    • Concurrentie met andere regio’s

    • Wegtrekken van kennis uit andere regio’s

    • Concurrentie met andere regio’s op het gebied van onderwijs

    • Of en hoe de trainees betaald krijgen en zo ja, of dit geen nadelig effect levert op de partijen die voor die betaling zorgen

D3: de volledigheid van een risicobeheersing-analyse wordt in kaart gebracht. Daarbij wordt aandacht besteedt aan de inspanning die de aanvrager heeft geleverd om de daadwerkelijke risico’s te doorgronden en daarvoor concrete beheersmaatregelen aan te leveren.

E1 en E2. Behoeven geen nadere toelichting.

Bijlage 2 - Besluitvormingskader werkpakket 2 Regio Deal Nieuw Land

Besluitvormingskader Regio Deal Nieuw Land Tweede Tranche

Werkpakket 2: Innovatiehubs

Inhoudelijke toelichting op werkpakket 2

Met werkpakket 2 Innovatiehubs beogen we de ontwikkeling van een aantal innovatiehubs waar onderzoek en innovatie samenkomen. Deze hubs zijn centra voor vraag-gestuurd onderzoek, in combinatie met living labs waar in de praktijk geëxperimenteerd en opgeleid wordt met de inzichten uit het onderzoek. De focus ligt op Tech & transitie, in het bijzonder op de volgende branches: a) elektrificatie van onze energievoorziening, inclusief elektrificatie van luchtvaart & smart mobility, b) bouwen & innovatie en c) de verdere ontwikkeling van chiptechnologie die cruciaal is voor de volgende generatie chips. Het model van Wetsus in Leeuwarden, sterk specialistisch onderzoek, gericht op vragen uit de markt en de samenleving, goed ingebed in een triple helix samenwerking.

Toelichting op beoordelingsprocedure

Subsidieaanvragen voor werkpakket 2 worden beoordeeld aan de hand van de Nadere regels en getoetst aan onderstaande criteria. In de nadere toelichting per (sub)criterium is een toelichting opgenomen op de beoordelingscriteria A tot en met E. Voor de beoordeling van de aanvragen is de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land ingesteld.

Bij de beoordeling gaat het erom in hoeverre uit de subsidieaanvraag blijkt dat het project bijdraagt aan de volgende criteria waarop punten worden toegekend:

  • I.

    Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regio Deal Nieuw Land, die volgen uit artikel 3 van het Convenant.

    • A.

      De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land

    • B.

      De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land

  • II.

    Kwaliteit van de samenwerking en het project

    • C.

      De kwaliteit van het samenwerkingsverband

    • D.

      De kwaliteit van het project

  • III.

    Kwaliteit van de cofinanciering

    • E.

      Kwaliteit van de aanvraag

Beoordelingscriteria

  • I.

    Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regio Deal Nieuw Land, zoals opgenomen in artikel 3 van het Convenant

Maximaal te behalen punten: 40

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 20

Weging aantal punten in totaal 30%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel I:

Onvoldoende (0 punten): de aanvraag zal in het geheel niet bijdragen aan het criterium.

Matig (1 punt): de aanvraag zal niet op voldoende wijze bijdragen aan het criterium.

Voldoende (3 punten): de aanvraag draagt in voldoende mate bij aan het criterium.

Goed (5 punten): de aanvraag draagt op een goede wijze bij aan het criterium.

  • A.

    De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land.

Criterium

Punten

Score

Toelichting

A1. De mate waarin er wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een innovatie ecosysteem in de regio Almere-Lelystad voor bedrijven die die de energietransitie mogelijk maken.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

A2. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het vergroten van de brede welvaart in Flevoland, door het versterken van de regionale binding van talent en/of bedrijven.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

A3. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het vergroten van de brede welvaart in Flevoland door het versterken van de regionale arbeidsmarkt voor het thema Tech en Transitie.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel A

...... punten

  • B.

    De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land.

Criterium

Punten

Score

Toelichting

B1. De mate waarin het project bijdraagt aan het realiseren van 600 traineeships per jaar in de regio op het thema Tech & Transitie in 2028.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

B2. De mate waarin het project bijdraagt aan het creëren van minimaal 1.000 nieuwe banen in Tech & Transitie tot 2028, waarvan ten minste 50% wordt vervuld door inwoners uit de regio.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

B3. De mate waarin het project bijdraagt aan het genereren van aanvullende publieke en private financiering (streefbedrag €50 mln) voor toegepast onderzoek en innovatie op het thema elektrificatie of innovatieve bouw. 

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

B4. De mate waarin het project bijdraagt aan de ontwikkeling van een innovatiehub op het thema elektrificatie of innovatieve bouw.

 
 
 

B5. De mate waarin de activiteiten van het project bijdragen aan het op de kaart zetten van de regio voor de economische ontwikkeling van de EU en Nederland op het thema Tech & Transitie.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel B

..... Punten

Punten onderdeel A ........ + Punten onderdeel B ......... = ........ Punten

Behaalde aantal punten A + B = ....... maal 30% = totaal aantal punten onderdeel I: ……..

  • II.

    Kwaliteit van de samenwerking & het project

Maximaal te behalen punten: 40

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen voor de subsidie: 26

Weging aantal punten in totaal 40%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel II:

Onvoldoende (0 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager in het geheel niet zal bijdragen aan het criterium.

Matig (1 punt): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager niet op voldoende wijze zal bijdragen aan het criterium.

Voldoende (3 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager in voldoende mate bijdraagt aan het criterium.

Goed (5 punten): Uit de beoordeling blijkt dat de aanvrager op een goede wijze bijdraagt aan het criterium.

Alleen voor criterium C1 geldt een afwijkende puntentoekenning:

  • -

    Als enkel 1 O is betrokken: 1 pt.

  • -

    Als 2 O’s zin betrokken: 5 pt.

  • -

    Als 3 O’s zijn betrokken: 10 pt.

  • C.

    Kwaliteit van het samenwerking(sverband)

Criterium

Punten

Score

Toelichting

C1. De mate van actieve samenwerking van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers bij het project.

1 punt als enkel 1 O betrokken is

5 punten als 2 O's betrokken zijn.

10 punten als 3 O's betrokken zijn.

C2. De mate waarin de samenwerkingspartners beschikken over relevante kennis en ervaring en elkaar daarbij inhoudelijk versterken.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

C3. De mate waarin de middelen en bijdragen van de samenwerkingspartners evenwichtig, transparant en doelmatig zijn verdeeld.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

C4. De mate waarin de projectorganisatie professioneel, realistisch en uitvoerbaar is ingericht.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel C

..... Punten

 
 
 
  • D.

    De kwaliteit van het project

Criterium

Punten

Score

Toelichting

D1. De mate waarin het project aantoonbare en blijvende impact genereert voor de regio.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

D2. De mate waarin helder is wie van het project profiteert, welke mogelijke knelpunten en nadelige effecten kunnen ontstaan, en hoe hiermee wordt omgegaan.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

D3. De mate waarin risico’s zijn geïdentificeerd en adequaat worden beheerd.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel D 

...... aantal punten

Punten onderdeel C ........ + Punten onderdeel D ......... = ........ Punten

Behaalde aantal punten C + D = ....... maal 40% = ....... Punten onderdeel II

 
 
 
  • III.

    Kwaliteit van de cofinanciering

Maximaal te behalen punten: 25

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 10

Weging aantal punten in totaal 30%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel III:

E1:

  • -

    Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering

  • -

    Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering

  • -

    Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering

E2:

  • -

    1 punt voor 100% in kind

  • -

    3 punten voor 75% in kind en 25% cash

  • -

    5 punten 50% in kind en 50% cash

  • -

    8 punten voor 75% in cash en 25% in kind

  • -

    10 punten voor 100% in cash

Criterium

Punten

Score

Toelichting

E1. Mate van cofinanciering

Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering

Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering

Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering

E2. Kwaliteit van cofinanciering

1 punt voor 100% in kind

3 punten voor 75% in kind en 25% cash

5 punten 50% in kind en 50% cash

8 punten voor 75% in cash en 25% in kind

10 punten voor 100% in cash

 
 

Totaal onderdeel E

.... punten

Behaalde aantal punten E = ....... maal 30% = ....... punten onderdeel III

Onderdeel

Aantal behaalde punten

Minimaal te behalen

Maximaal te behalen

Weging

Gewogen score

A

 
 

15

 
 

B

 
 

25

 
 

Subtotaal A+B

 

20

40

30 %

... punten

C

 
 

25

 
 

D

 
 

15

 
 

Subtotaal C+D

 

26

40

40%

... punten

E

 
 

25

 
 

Subtotaal E

 

10

25

30%

... punten

Totaal

 

56

105

 

... punten

ALGEMENE TOELICHTING

Projecten voor de verschillende werkpakketten vereisen verschillende competenties en activiteiten. Van aanvragers die een aanvraag indienen voor meerdere werkpakketten wordt aldus ook verwacht dat zij hun aanvraag specificeren per werkpakket. Een score voor een aanvraag voor een bepaald werkpakket geeft geen enkele garantie voor eenzelfde score voor een ander werkpakket.

De Nadere regels laten de aanvragers vrij om de hoogte van hun aanvraag voor een project zelf te bepalen (binnen de daartoe nog vast te stellen kaders door het College). De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land zal daarom bij beoordeling van de aanvragen per (sub)criterium in haar beoordeling betrekken hoeveel ‘value for money’ het project waarop de aanvraag betrekking heeft biedt.

Disclaimer

De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land behoudt zich het recht voor om een advies uit te brengen tot weigering van aanvragen binnen werkpakket 2 indien deze naar het oordeel van de Adviescommissie onvoldoende onderscheidend of vernieuwend zijn ten opzichte van projecten die reeds zijn gehonoreerd in de eerste tranche. Dit om overlap te voorkomen en te waarborgen dat de beschikbare middelen bijdragen aan een zo breed en complementair mogelijk portfolio van initiatieven binnen de Regio Deal Nieuw Land.

NADERE TOELICHTING PER (SUB)CRITERIUM

A1: Met dit criterium toetsen we:

  • Welke bedrijven, kennisinstellingen en overheden kunnen profiteren van het innovatieve ecosysteem.

  • Hoe het innovatie ecosysteem vormgegeven zal worden.

  • Wat voor rol de aanvrager van de subsidie en het project zullen spelen in het creëren en instandhouding van het innovatie ecosysteem.

A2: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het project bijdraagt aan een aantrekkelijk en veerkrachtig vestigingsklimaat in de regio Almere-Lelystad voor werknemers en bedrijven in de sector Tech en Transitie.

  • Hoe een aanvrager wil realiseren dat binnen de regio woon-werk afstanden beperkt blijven en de balans tussen wonen en werken verbetert.

A3: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het project aansluit op de vraag van de regionale arbeidsmarkt.

  • In hoeverre het project zou concurreren met de bestaande projecten en marktinitiatieven (het risico van verdringingseffecten).

  • Of de aanvrager een goed beeld heeft van de vraag op de markt/de tekorten in de bestaande markt.

  • Hoe de positie van de markt ten opzichte van andere markten versterkt kan worden.

B1: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het project eraan bijdraagt dat in 2028 minstens 600 traineeships per jaar op het thema Tech & Transitie in de regio zijn.

  • Of de aanvrager goed in beeld heeft waar de vraag van het bedrijfsleven ligt.

  • Hoe de aanvrager zorgdraagt dat de traineeships daar goed op aansluiten.

  • Hoe de aanvrager betaalde traineeships wil realiseren.

  • Hoe de aanvrager wil realiseren dat minstens 50% daarvan door inwoners uit de regio wordt vervuld.

B2: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe de aanvrager bijdraagt aan de totale ambitie om tot 2028 minstens 1000 nieuwe banen te creëren in de regio op Tech en Transitie.

  • Hoe de aanvrager wil realiseren dat minstens 50% daarvan door inwoners uit de regio vervuld wordt

  • Of de aanvrager goed in beeld heeft welk arbeidsmarktaanbod er in de regio aanwezig is dat deze gecreëerde banen kan invullen

  • Hoe de aanvrager de toekomstbestendigheid van de banen en invulling uit de regio na 2028 wil bewerkstelligen

  • Of de aanvrager kansen ziet om onbenut arbeidsmarktpotentieel in de regio te benutten.

B3: Met dit criterium toetsen we:

  • Om te meten of de projectsubsidie leidt tot bredere mobilisatie van middelen voor innovatie en (toegepast) onderzoek.

  • In hoeverre de financiering en inspanningen wordt verdeeld tussen onderzoek en innovatie van publieke en private partijen.

  • Hoe ervoor wordt gezorgd dat de geldstromen blijven bestaan na afloop van de looptijd van de Regio Deal Nieuw Land.

B4: Met dit criterium toetsen we:

  • In hoeverre het project bijdraagt aan de ontwikkeling van een innovatiehub voor het thema elektrificatie of innovatieve bouw.

  • In hoeverre deze hub een centra is voor vraaggestuurd onderzoek in combinatie met living labs, waar in de praktijk geëxperimenteerd wordt met de inzichten uit het onderzoek.

  • In hoeverre er sprake is van de ontwikkeling van onderzoeks- en innovatienetwerken.

  • In hoeverre dit project bijdraagt - in een volgende fase - naar de vorming van een permanent instituut of campus.

B5: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe de aanvrager de regio op de kaart wil zetten, waarbij wordt gekeken naar:

    • De mate van creativiteit

    • De mate van innovatie

    • Het bereik van de aanvrager

  • Welke mogelijkheden de aanvrager ziet in de EU respectievelijk Nederland en hoe de aanvrager dat potentieel in Nederland en de EU kan benutten.

  • Hoe de aanvrager zijn aandacht verdeelt tussen de EU en Nederland

C1: Met dit criterium toetsen we:

  • De actieve samenwerking van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers) in de uitvoering van het project.

  • Welke partijen hebben een actieve rol, en leveren in kind/in cash een bijdrage aan het project?

  • Naast deze samenwerkingspartners kunnen andere partijen betrokken zijn (steunverklaring). Maar dat zijn geen betrokken partijen die worden meegeteld in het scoren van het aantal betrokken O's.

C2: Met dit criterium toetsen we de kennis en ervaring van aanvragers per werkpakket. Ten aanzien van werkpakket 2 ziet dit toe op kennis en ervaring op het gebied van innovatie.

  • De aanwezige competenties bij partners voor de invulling van het werkpakket op basis van ervaringen.

  • In hoeverre de partners elkaar aanvullen/er sprake is van kennisoverlap.

  • Of er verschil is in de mate van ervaring bij de partners.

  • Of de samenwerkingspartners al ervaring hebben met vergelijkbare projecten.

  • Of de samenwerkingspartners specifieke kennis hebben op het gebied van innovatie van de sector tech & transitie.

C3: Met dit criterium toetsen we de verdeling van de middelen tussen partners. Bij een meer gelijkmatige verdeling zal de aanvraag meer punten krijgen op dit onderdeel:

  • Of de verdeling van de middelen tussen partners gelijkmatig is

  • Welke middelen de partners zelf beschikbaar hebben om het project ten uitvoer te brengen

  • Of de partners elkaar aanvullen en op elkaar kunnen inspringen als een samenwerkingspartner onvoldoende of te veel capaciteit of middelen heeft.

C4: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe de organisatiestructuur eruitziet

  • Waarom voor een bepaalde structuur is gekozen

  • Of dit een duurzame structuur is

  • Hoe het project gemanaged zal worden

  • Hoe zorg wordt gedragen voor een duurzame samenwerking tussen de partners

  • Hoe rekening wordt gehouden met groei

  • Hoe de projectorganisatie flexibel kan inspringen op onvoorziene situaties.

D1: Met dit criterium wordt bijvoorbeeld getoetst

  • Of en hoe snel het project resulteert in meer werk

  • Of en hoe snel het project resulteert in beter werk

  • Of en hoe snel het project resulteert in meer trainees

  • Of en hoe snel het project resulteert in de realisatie van de innovatiehubs. Etc.

En de aanvrager laat zien:

  • Hoe de activiteiten zelfvoorzienend worden

  • Hoe de subsidie vervangen zal worden, wanneer deze stopt

  • Waar de activiteiten hun inkomsten uit zullen genereren

  • Hoe de aanvrager eraan zal bijdragen dat het animo voor de activiteiten zal blijven bestaan na de looptijd van de Regio Deal Nieuw Land.

D2: Met dit criterium toetsen we:

  • In hoeverre in de aanvraag wordt gespecificeerd welke doelgroep profiteert. (Denk onder meer aan: studenten, werkgevers, ondernemers, onderwijsinstellingen, inwoners uit de regio)

  • Of rekening wordt gehouden met mogelijke nadelige effecten

    • Wegtrekken van werknemers uit andere regio’s

    • Concurrentie met andere regio’s

    • Wegtrekken van kennis uit andere regio’s

    • Concurrentie met andere regio’s op het gebied van onderwijs

    • Of en hoe de trainees betaald krijgen en zo ja, of dit geen nadelig effect levert op de partijen die voor die betaling zorgen

D3: de volledigheid van een risicobeheersing-analyse wordt in kaart gebracht. Daarbij wordt aandacht besteedt aan de inspanning die de aanvrager heeft geleverd om de daadwerkelijke risico’s te doorgronden en daarvoor concrete beheersmaatregelen aan te leveren.

E1 en E2. Behoeven geen nadere toelichting.

Bijlage 3 - Besluitvormingskader werkpakket 3 Regio Deal Nieuw Land

Besluitvormingskader Regio Deal Nieuw Land Tweede Tranche

Werkpakket 3 – Thematische Triple Helix samenwerking

Inhoudelijke toelichting op werkpakket 3

Met het werkpakket Triple Helix willen we in de regio Almere-Lelystad een stevige Triple Helix organisatie (entiteit) opzetten die de uitvoering van de Regio Deal Nieuw Land draagt, en het innovatie-ecosysteem van de regio versterkt. Dit doen we door:

  • 1)

    Een brede, regionale en structurele Triple Helix organisatie te ontwikkelen. Een organisatievorm/entiteit waar overheid, ondernemers, onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen en maatschappelijke partners zeggenschap gaan krijgen. Het doel van deze Triple Helix organisatie (entiteit) wordt het bevorderen van regionale economische ontwikkeling door het verbinden van publiek-private partijen. Met als doel de innovatiekracht en het innovatie-ecosysteem in de regio te versterken. Hierbij wordt aangesloten bij de reeds bestaande triple helix infrastructuur in de regio. Het model van de Brainport organisatie in Eindhoven is inspiratie voor onze regio.

  • 2)

    Thematische triple helix samenwerking organiseren voor clusters van de drie innovatiehubs die staan beschreven in de Regio Deal Nieuw Land: elektrificatie, bouw & innovatie en chiptechnologie.

De opdracht voor de ontwikkeling van een structurele Triple helix organisatie (onderdeel 1), wordt separaat afgehandeld en valt buiten de openstelling van de Tender subsidie Regio Deal Nieuw Land.

Onderdeel 2 van werkpakket 3 staat open in de Tender subsidie voor projectaanvragen.

Met onderdeel 2 van dit werkpakket beogen we triple helix samenwerking(en) voor de economische clusters Elektrificatie, Bouw & Innovatie en Chiptechnologie. In plaats van een algemene economische samenwerking (onderdeel 1), richt een thematische triple helix samenwerking zich op een specifiek onderwerp, wat leidt tot gerichte innovatie en economische ontwikkeling op het cluster. Ook hier zien we graag dat alle drie de partijen (overheid, bedrijven en kennis-/onderwijsinstellingen) als gelijkwaardige partners worden beschouwd. We beogen met dit werkpakket drie projectvoorstellen te honoreren, één voor elk van de economische clusters. In het plan willen we terugzien hoe de thematische triple helix samenwerking in de toekomst organisatorisch gelinkt gaat worden aan de overkoepelende Triple Helix organisatie Nieuw Land (onderdeel 1).

Toelichting op beoordelingsprocedure

Subsidieaanvragen voor werkpakket 3 worden beoordeeld aan de hand van de Nadere regels en getoetst aan onderstaande criteria. In de nadere toelichting onderaan dit document is per (sub)criterium een toelichting opgenomen op de beoordelingscriteria A tot en met D. Voor de beoordeling van de aanvragen is de Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land ingesteld.

Bij de beoordeling gaat het erom in hoeverre uit de subsidieaanvraag blijkt dat het project bijdraagt aan de volgende criteria waarop punten worden toegekend:

  • I.

    Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regio Deal Nieuw Land, die volgen uit artikel 3 van het Convenant.

    • A.

      De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land

    • B.

      De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land

  • II.

    Kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking

    • C.

      Kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking

  • III.

    Kwaliteit van de cofinanciering

    • D.

      Kwaliteit van de cofinanciering

Beoordelingscriteria

  • I.

    Bijdrage van het project aan de ambities en doelstellingen van de Regio Deal Nieuw Land

Maximaal te behalen punten: 35

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 17

Weging aantal punten in totaal 30%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel I:

Onvoldoende (0 punten): de aanvraag zal in het geheel niet bijdragen aan het criterium.

Matig (1 punt): de aanvraag zal niet op voldoende wijze bijdragen aan het criterium.

Voldoende (3 punten): de aanvraag draagt in voldoende mate bij aan het criterium.

Goed (5 punten): de aanvraag draagt op een goede wijze bij aan het criterium.

  • A.

    De mate waarin het project bijdraagt aan de ambities van de Regio Deal Nieuw Land.

Criterium

Punten

Score

Toelichting

A1. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het creëren van een innovatie ecosysteem in de regio Almere-Lelystad voor bedrijven die de energietransitie mogelijk maken.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

A2. De mate waarin wordt bijgedragen aan het innovatieklimaat in de regio op de innovatiedomeinen van werkpakket 2.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

A3. De mate waarin er wordt bijgedragen aan het vergroten van de kennisontwikkeling en innovatie in de regio op de innovatiedomeinen van werkpakket 2.

Onvoldoende (0),

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel A

...... punten

  • B.

    B. De mate waarin wordt bijgedragen aan de beoogde resultaten van de Regio Deal Nieuw Land.

Criterium

Punten

Score

Toelichting

B1. Welke activiteiten door de aanvrager worden verricht om te komen tot het opbouwen van een thematische triple helix samenwerking.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

B2. Hoe de thematische triple helix samenwerking is georganiseerd en de mate waarin deze samenwerking inclusief en ecosysteemgericht is.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

B3. Welke activiteiten door de aanvrager worden verricht en de motivering waarom deze (indirect) bijdragen aan het ontwikkelen van innovatieprojecten en/of Research & Development activiteiten.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

B4 .Welke activiteiten door de aanvrager worden verricht en de motivering waarom deze bijdragen aan het op de kaart zetten / lobby van/voor de regio voor het economisch cluster.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel B

..... Punten

Punten onderdeel A ........ + Punten onderdeel B ......... = ........ Punten

Behaalde aantal punten A + B = ....... maal 30% = totaal aantal punten onderdeel I: ……..

  • II.

    Kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking

Maximaal te behalen punten: 35

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen voor de subsidie: 23

Weging aantal punten in totaal 40%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel II:

Onvoldoende (0 punten): de aanvraag zal in het geheel niet bijdragen aan het criterium.

Matig (1 punt): de aanvraag zal niet op voldoende wijze bijdragen aan het criterium.

Voldoende (3 punten): de aanvraag draagt in voldoende mate bij aan het criterium.

Goed (5 punten): de aanvraag draagt op een goede wijze bij aan het criterium.

Alleen voor criterium C1 geldt een afwijkende puntentoekenning:

  • -

    Als enkel 1 O is betrokken: 1 pt.

  • -

    Als 2 O’s zin betrokken: 5 pt.

  • -

    Als 3 O’s zijn betrokken: 10 pt.

  • C.

    Kwaliteit van de thematische triple helix samenwerking

Criterium

Punten

Score

Toelichting

C1. De mate van actieve betrokkenheid van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers bij het project).

1 O betrokken 1 punt

2 O’s betrokken 5 punten

3 O’s betrokken 10 punten

C2. Aantoonbare kwaliteit en resultaten van de organisatie bij het organiseren van een thematische triple helix samenwerking.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

C3. De mate waarin onderbouwd wordt welke impact het project genereert. Daarmee wordt bedoeld de snelheid waarmee het project resultaat oplevert, de mate waarin dat resultaat behouden blijft en de afwezigheid van negatieve neveneffecten.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

C4. Er wordt inzichtelijk gemaakt wie op welke manier baat heeft bij het project en wie mogelijk onbedoelde effecten ervaren.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

C5. De mate waarin een risico-inventarisatie en -beheerstrategieën van de aanvrager in kaart zijn gebracht.

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

C6. De mate waarin aannemelijk wordt gemaakt dat de activiteiten na afloop van de subsidieperiode behouden en geborgd blijven voor de regio via de binding met de in oprichting zijnde regionale triple helix organisatie (entiteit).

Onvoldoende (0)

Matig (1)

Voldoende (3)

Goed (5)

 
 

Totaal onderdeel C 

...... aantal punten

Punten onderdeel C ........ punten maal 40% = ....... Punten onderdeel II

  • III.

    Kwaliteit van de cofinanciering

Maximaal te behalen punten: 25

Minimaal benodigde punten om in aanmerking te komen: 10

Weging aantal punten in totaal 30%

Toelichting op de puntentoekenning voor onderdeel III:

D1:

  • -

    Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering

  • -

    Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering

  • -

    Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering

D2:

  • -

    1 punt voor 100% in kind

  • -

    3 punten voor 75% in kind en 25% in cash

  • -

    5 punten 50% in kind en 50% in cash

  • -

    8 punten voor 75% in cash en 25% in kind

  • -

    10 punten voor 100% in cash

Criterium

Punten

Score

Toelichting

D1. Mate van cofinanciering

Voldoende (9 punten) bij 50% cofinanciering

Ruim voldoende (12 punten) tussen 50 en 75% cofinanciering

Goed (15 punten) bij meer dan 75% cofinanciering

D2. Kwaliteit van cofinanciering

De cofinanciering kan in kind of in cash ingebracht worden. Geef aan op welke wijze en in welke mate cofinanciering wordt ingebracht.

1 punt voor 100% in kind

3 punten voor 75% in kind en 25% cash

5 punten 50% in kind en 50% in cash

8 punten voor 75% in cash en 25% in kind

10 punten voor 100% in cash

 
 

Totaal onderdeel D

.... punten

Behaalde aantal punten D = ....... maal 30% = ....... punten onderdeel III

Onderdeel

Aantal behaalde punten

Minimaal te behalen

Maximaal te behalen

Weging

Gewogen score

A

 
 

15

 
 

B

 
 

20

 
 

Subtotaal A+B

 

17

35

30 %

... punten

C

 
 

35

 
 

Subtotaal C

 

23

35

40%

... punten

D

 
 

25

 
 

Subtotaal D

 

10

25

30%

... punten

Totaal

 

50

95

 

... punten

ALGEMENE TOELICHTING

Het Besluitvormingskader voor Werkpakket 3 is opgebouwd uit vier (sub)criteria (A t/m D). Van aanvragers die een aanvraag indienen voor meerdere Werkpakketten wordt aldus ook verwacht dat zij hun aanvraag specificeren per Werkpakket. Een score voor een aanvraag voor een bepaald Werkpakket geeft geen enkele garantie voor eenzelfde score voor een ander Werkpakket.

De Nadere regels laten de aanvragers vrij om de hoogte van hun aanvraag voor een project zelf te bepalen (binnen de daartoe vastgestelde kaders door het College). De Adviescommissie Regio Deal Nieuw Land zal daarom bij beoordeling van de aanvragen per (sub)criterium in haar beoordeling betrekken hoeveel ‘value for money’ het project waarop de aanvraag betrekking heeft biedt.

NADERE TOELICHTING PER (SUB)CRITERIUM

A1: Met dit criterium toetsen we:

  • Welke bedrijven, kennisinstellingen en overheden kunnen profiteren van het innovatieve ecosysteem

  • Wat voor rol de aanvrager van de subsidie en het project zullen spelen in het creëren en instandhouding van het innovatie ecosysteem

  • Hoe het innovatie ecosysteem globaal vormgegeven zal worden

A2: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het benoemde economische cluster van het project overeen komt met één van de drie clusters: Elektrificatie, Bouw & Innovatie en Chiptechnologie.

A3: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe het project bijdraagt aan kennisontwikkeling in de regio bij bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden.

  • Hoe het project bijdraagt aan het versterken van de regionale innovatiekracht.

B1: Met dit criterium toetsen we:

  • Is er een gezamenlijke visie, probleemstelling of agenda ontwikkeld?

  • Is de aanleiding voor samenwerking helder beschreven en gedragen door alle triple helix partijen?

  • Hebben partijen al eerder samengewerkt?

  • Is er in het plan aandacht voor rollen, belangen, open communicatie, kennisdeling en het opbouwen van vertrouwen?

  • Zijn er activiteiten gericht op reflectie en gezamenlijk leren?

B2: met dit criterium toetsen we:

  • Hoe de aanvrager wil realiseren dat de triple helix samenwerking op het economische cluster een sterk organiserend vermogen heeft.

  • Hoe de aanvrager ervoor zorgdraagt dat alle relevante stakeholders in de regio uit het onderwijs, van kennisinstellingen en uit het bedrijfsleven inspraak krijgen in de thematische triple helix.

  • Welke organisatievorm de aanvrager voor de thematische samenwerking voor ogen heeft en de motivering daarvan.

  • Worden naast kernpartners ook andere relevante actoren betrokken (zoals toeleveranciers).

  • Hoe open is de samenwerking voor nieuwe partners?

  • Wordt er bewust gewerkt aan netwerkuitbreiding of ecosysteemvorming?

B3: Met dit criterium toetsen we:

  • Op welke manier er wordt samen gewerkt aan het bevorderen van innovatieprojecten en/of Research en Development activiteiten.

  • Leidt de samenwerking tot nieuwe markten en/of toepasbare oplossingen?

  • Leidt de samenwerking tot nieuwe en duurzame geldstromen voor innovatie?

B4: Met dit criterium toetsen we:

  • Hoe de aanvrager de regio op de kaart wil zetten, waarbij wordt gekeken naar:

    • De mate van creativiteit

    • De mate van innovatie

    • Het bereik van de aanvrager

C1: Met dit criterium toetsen we:

  • De actieve samenwerking van de drie O's (Overheid/Onderwijs/Ondernemers) in de uitvoering van het project.

  • Welke partijen hebben een actieve rol en leveren een in kind/in cash bijdrage aan het project?

  • Naast deze samenwerkingspartners kunnen andere partijen betrokken zijn (steunverklaring). Maar dat zijn geen betrokken partijen die worden meegeteld in het scoren van het aantal betrokken O's.

C2: Met dit criterium toetsen we de kennis en ervaring van de aanvrager bij de thematische samenwerking voor de economische clusters van werkpakket 2.

  • De aanwezige competenties bij partners voor de invulling van de thematische triple helix samenwerking op basis van ervaringen.

  • In hoeverre de partners elkaar aanvullen/er sprake is van kennisoverlap.

  • Of er verschillende mate van ervaring is bij de partners

  • Of de samenwerkingspartners al ervaring hebben met vergelijkbare projecten

  • Of de samenwerkingspartners specifieke kennis hebben op het gebied van tech & transitie en in het bijzonder de genoemde economische clusters aansluitend bij werkpakket 2.

C3: Met dit criterium wordt bijvoorbeeld getoetst:

  • Of en hoe snel het project leidt tot concrete en zichtbare resultaten

  • Of en hoe snel het project bijdraagt aan de realisatie van de innovatiehubs benoemd in werkpakket 2

C4: Met dit criterium toetsen we:

  • In hoeverre in de aanvraag wordt gespecificeerd welke doelgroep profiteert. (Denk o.m. aan: studenten, werkgevers, ondernemers, onderwijsinstellingen, inwoners uit de regio)

  • Of rekening wordt gehouden met mogelijke nadelige effecten

    • Concurrentie met andere regio’s

    • Wegtrekken van kennis uit andere regio’s

    • Concurrentie met andere regio’s op het gebied van onderwijs

C5: De volledigheid van een risicobeheersing-analyse wordt in kaart gebracht. Daarbij wordt aandacht besteedt aan de inspanning die de aanvrager heeft geleverd om de daadwerkelijke risico’s te doorgronden en daarvoor concrete beheersmaatregelen aan te leveren.

C6: de aanvrager laat zien

  • Hoe de activiteiten geborgd worden

  • Op welke wijze de activiteiten in de toekomst kunnen aansluiten bij de in ontwikkeling zijnde overkoepelende triple helix organisatie (zie onderdeel 1 inhoudelijke toelichting).

D1 en D2. Behoeven geen nadere toelichting.

Bijlage 4 - Toelichting juridisch kader staatssteuntoets Regio Deal Nieuw Land 2024-2028

In de Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028, tweede tranche (subsidieregeling) is bepaald dat bij de subsidieaanvraag moet worden gevoegd “een motivering waarom verlening van de subsidie in combinatie met overige regionale publieke cofinanciering niet leidt tot ongeoorloofde staatssteun, bijvoorbeeld omdat staatssteun ontbreekt en/of omdat de aanvraag en regionale publieke cofinanciering voldoen aan de voorwaarden van een vrijstellingsverordening.” Dit betekent dat subsidieaanvragers voor hun project een staatssteunbeoordeling moeten uitvoeren en overleggen bij hun aanvraag. Ter ondersteuning van die beoordeling is in deze bijlage een toelichting opgenomen op het juridisch kader voor die staatsteuntoets.

JURIDISCH KADER

  • 1.

    Er is sprake van staatssteun in de zin van het Europees recht wanneer voldaan wordt aan de vijf cumulatieve staatssteuncriteria, zoals genoemd in artikel 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU (VWEU):

    • de steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht;

    • de steun wordt door staatsmiddelen bekostigd;

    • deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit);

    • de maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio;

    • de maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU.

  • Staatssteun is in principe verboden omdat hiermee de mededinging op de Europese markt kan worden verstoord. Een maatregel levert pas staatssteun op als er aan alle voorwaarden van de cumulatieve criteria van het staatssteunverbod wordt voldaan.

  • 2.

    Hoewel staatssteun in beginsel verboden is en moet worden aangemeld bij de Europese Commissie ter goedkeuring, zijn er mogelijkheden om staatssteun in lijn met Europese wetgeving te verlenen dan wel te voorkomen. Er zijn in de kern drie situaties waarin (staats)steun is geoorloofd:

    • wanneer er sprake is van de-minimissteun;

    • wanneer er sprake is van een uitzondering uit één van de vrijstellingsverordeningen, zoals de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV);

    • wanneer er sprake is van een uitzondering op grond van het DAEB-vrijstellingsbesluit.

  • 3.

    De de-minimisverordening maakt het mogelijk om steun in de vorm van kleine bedragen (tot € 300.000,-) staatssteunproof te verlenen. Op grond van de de-minimisverordening kunnen decentrale overheden ondernemingen over een periode van drie jaren tot € 300.000,- steunen. Door het geringe effect van deze steunverlening op het EU handelsverkeer kwalificeert steun onder dit drempelbedrag niet als staatssteun. De de-minimisverordening is van toepassing op alle sectoren, behalve voor de sectoren landbouw en visserij. Daarvoor en voor Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) gelden andere steunplafonds. Voor een geldig beroep op de de-minimisverordening moet de gemeente verifiëren dat de ontvanger door de steun niet meer steun ontvangt dan het drempelbedrag van € 300.000,-. Als een onderneming van meerdere steunverleners steun ontvangt, moet die bij elkaar worden opgeteld om te beoordelen of de de-minimisdrempel wordt overschreden.

  • 4.

    De vrijstellingsverordening die het meest wordt toegepast is de AGVV. De AGVV biedt de meeste opties voor vrijstelling van het verbod op steunverlening en is van toepassing op bijna alle economische sectoren. De AGVV bevat bepaalde categorieën steun (en steunontvangers) die onder (strikte) voorwaarde zijn vrijgesteld van de meldingsverplichting, waaronder steun voor onderzoek en ontwikkeling, opleidingssteun, experimentele ontwikkeling en haalbaarheidsstudies. Wel gelden er per steuncategorie wisselende voorwaarden en percentages die mogen worden vrijgesteld. Daarom verdient het aanbeveling dat de subsidieaanvrager onderbouwt op welke steuncategorie een beroep wordt gedaan en op welk percentage van de in aanmerking komende kosten de aangevraagde subsidie betrekking heeft.

  • 5.

    Diensten die niet, onvoldoende of tegen niet aanvaardbare voorwaarden door de markt worden verzorgd, mogen door de overheid worden belegd bij een onderneming. Decentrale overheden mogen deze onderneming compenseren voor het uitvoeren van deze Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Als de staatssteun wordt verleend ten behoeve van een DAEB is vrijstelling van de meldingsverplichting mogelijk op grond van het DAEB-Vrijstellingsbesluit.

Bijlage 5 - Convenant Regio Deal Nieuw Land

Regio Deal Nieuw Land (Regio Almere-Lelystad)

Partijen: 

  • 1.

    De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Hugo de Jonge, hierna te noemen: BZK;

  • 2.

    De minister van Economische Zaken en Klimaat, mevrouw Micky Adriaansens hierna te noemen: EZK;

Partijen genoemd onder 1 en 2 ieder handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan en hierna samen te noemen: het Rijk;

  • 3.

    Gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, namens deze: de heer Chris Jansen 1 , hierna te noemen: Provincie Flevoland;

  • 4.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, namens deze: wethouder mevrouw Maaike Veeningen, hierna te noemen: Gemeente Almere;

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, namens deze, de heer Dennis Grimbergen, hierna te noemen: Gemeente Lelystad;

  • 6.

    Onderwijs- en kennisinstellingen en bedrijven die namens hun organisatie een steunverklaring hebben getekend: ROC van Flevoland, Hogeschool Windesheim, Alfen en Yanmar.

Partijen genoemd onder 3 tot en met 5 ieder .handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan en onder 6 hierna samen te noemen: Regio;

Alle Partijen hierna allen tezamen te noemen: Partijen.

Begripsbepaling:

In dit convenant wordt verstaan onder:

  • Nieuw Land: de regio Almere - Lelystad;

  • Regio Deal: convenant dat door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en eventueel een andere minister/staatssecretaris en één of meer regiopartners is gesloten om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in een regio te verbeteren;

  • Regio Envelop: het bedrag van €900 miljoen dat beschikbaar is gesteld in het coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' van het kabinet Rutte IV om in de periode van 2022 - 2025 nieuwe Regio Deals af te sluiten;

  • Regiokassier: publieke regiopartner, zijnde een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die ten behoeve van de uitvoering van de Regio Deal de taak van kassier vervult of zal vervullen;

  • Regionale private financiering: voor de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een private regiopartner;

  • Regionale publieke financiering:  voor de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een publieke regiopartner, niet zijnde een specifieke uitkering, opdracht of subsidie van het Rijk;

  • Bijdrage in natura:een bijdrage van eigen arbeid, het verlenen van een dienst en het inbrengen of ter beschikking stellen van (on)roerende goederen zonder dat daar een (evenredige) tegenprestatie tegenover staat;

  • Regeling Specifieke uitkering vierde tranche Regio Deals:  betreft de specifieke uitkering waarin de juridische- en financiële kaders en verplichtingen voor het toekennen van de rijksmiddelen uit de Regio Envelop aan een regiokassier door het Rijk staan;

  • Regio Deal Nieuw Land: betreft het geografische gebied van de gemeenten Almere en Lelystad in de Provincie Flevoland;

  •  Triple helix organisatie: Een structureel samenwerkingsverband van regionaal bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden gericht op het versterken van het innovatie ecosysteem in de regio.

1. Algemene overwegingen

  • 1.

    Krachtige regio's dragen bij aan een veerkrachtige samenleving. In Nederland staan we met elkaar voor grote opgaven. Opgaven, die in elke regio anders tot uiting komen. Elke regio is immers uniek, heeft een eigen verhaal, identiteit en kansen. Het is belangrijk om oog te hebben voor de specifieke opgaven en ontwikkelmogelijkheden per gebied en om de ontwikkeling van stad en landelijk gebied in samenhang te beschouwen.

  • 2.

    Het gaat om regionale opgaven en kansen die de draagkracht van individuele overheidslagen overstijgen en waar interbestuurlijk samenspel en samenwerking met kennisinstituten, maatschappelijke organisaties en/of bedrijfsleven nodig is om de opgaven effectief op te pakken;

  • 3.

    In Regio Deals werken regionale partijen en Rijk samen als partners om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers (met andere woorden, de brede welvaart) te vergroten. De kracht van de regio is hierbij het uitgangspunt.

  • 4.

    Het kabinet stelt voor deze Regio Deals middelen beschikbaar uit de zogenoemde Regio Envelop, waaruit de Regio Deals vanuit het Rijk worden gefinancierd. Ook vanuit de regio zelf wordt gezorgd voor financiering. Ter onderstreping van hun partnerschap hebben Rijk en Regio als vertrekpunt dat de rijksbijdrage gepaard gaat met minimaal eenzelfde bijdrage aan regionale (publieke en/of private) financiering

  • 5.

    De middelen uit de Regio Envelop dienen verder als vliegwiel voor extra investeringen in de regionale ontwikkeling zodat uiteindelijk vanuit de regio nog meer financiering wordt ingezet voor de aanpak van de regionale opgaven.

  • 6.

    Deze integrale en gezamenlijke aanpak met bijbehorende financiering van zowel Rijk als regio is het onderscheidende karakter van de Regio Deals ten opzichte van reguliere beleidsinstrumenten.

  • 7.

    Met de Regio Deal gaan Rijk en Regio een duurzaam partnerschap aan om de opgave die in de regio speelt gezamenlijk aan te pakken. Het ondertekenen van de Regio Deal is daarbij niet het eind, maar slechts het begin van de samenwerking.

  • 8.

    De bijdragen uit de Regio Envelop zijn bedoeld als een tijdelijke impuls voor regionale ontwikkeling met een duurzaam effect, waarbij structurele exploitatiekosten van lange termijn investeringen geborgd moeten zijn.

  • 9.

    Regio Deals gaan om meer dan alleen de gecoördineerde inzet van financiële middelen. Zij kenmerken zich ook door een sterke, continue inzet van alle betrokkenen, creëren nieuwe samenwerkingsvormen en niet-financiële ondersteuning om de, in de regionale opgave gestelde, ambities en doelen te bereiken. De Regio Deals hebben een lerend en adaptief karakter.

  • 10.

    De in de Regio Deal gemaakte wederzijdse afspraken over ambitie, doelen, beoogde resultaten, inzet en aanpak zijn in gezamenlijk overleg en met onderlinge overeenstemming tussen Rijk en Regio tot stand gekomen.

  • 11.

    De middelen uit de Regio Envelop voor de Regio Deals vierde tranche worden door BZK beschikbaar gesteld als een specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering Regio Deals vierde tranche.

2. Specifieke overwegingen

De Regio Deal Nieuw Land draagt bij aan diverse opgaven uit het nationale Coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' en nationale beleidsdoelstellingen, te weten:

  • Iedereen in Nederland verdient een goed bestaan en moet mee kunnen doen. Dat begint bij het bieden van dezelfde kansen aan alle kinderen, jongeren en studenten om zich te ontwikkelen en te ontplooien;

  • Het versterken van het bedrijfsleven en het vestigingsklimaat en stimuleren met een duidelijke strategie een maakindustrie die vooroploopt, door te voorzien in goed opgeleid personeel en het tekort aan technisch en praktisch opgeleide werknemers aan te pakken;

  • Het versterken van de kennisinfrastructuur en kenn.iseconomie waarbij investeren in onderzoek en ontwikkeling plaatsvinden;

  • Het versterken van de basis van onze kennisinstellingen en innovatieve ecosystemen en het stimuleren om in de regio en internationaal samen te werken;

  • De ondersteuning van innovatieve 'startups' en 'scale-ups' en het missie gedreven innovatiebeleid gericht op de drie grote transities: klimaat en energie, digitalisering en sleuteltechnologieën, en de circulaire economie;

  • Versterken bestaanszekerheid en kansengelijkheid door het versterken van het beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs, en het waarborgen sociale veiligheid en gelijke behandeling

  • Continueren publiek-private samenwerking op het terrein van kennis en innovatie;

  • Stimuleren van energiebesparing, hernieuwbare energie en CO2-reductie, klimaatadaptatie, en versnelling en verduurzaming van woningbouw.

Nationale programma's:

  • Programma Sterk beroepsonderwijs (OCW):

  • Actieprogramma Kansrijke Start (VWS):

  • Beter sturen op kwaliteit, met en voor vitale regio's(OCW):

  • Mobiliteitsvisie (IenW):

  • Nationaal Groeifonds (EZK & Financiën): betrekken van toegekende/nog toe te kennen programma's die investeren in innovaties en nieuwe economische activiteiten voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland, incl. human capital programma.

  • Topsectorenbeleid (EZK): investeren in innovaties en wetenschappelijk onderzoek om economische kansen te benutten en maatschappelijke uitdagingen op te lossen, met name de topsectoren Energie, Health Holland en Dutch Digital Delta

  • Smart Industry programma (EZK): transformatie/digitalisering maakindustrie

  • Ruimtelijk-economisch beleid (EZK): Programma Werklocaties & beleidslijn Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen (nog in ontwikkeling)

  • Technologiebeleid (EZK): Nationale Technologiestrategie (nog in ontwikkeling). Deze strategie focust onze inzet op sleuteltechnologieën op basis van een gedegen analyse van Nederlandse sterkten in internationaal verband.

  • Actieplan Groene en Digitale banen (EZK, OCW & SZW) en Aanvalsplan techniek (EZK): maatregelen om krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken, o.a. in sectoren met banen van belang voor de klimaat- en digitale transitie

  • Beleid Leven-Lang-Ontwikkelen (OCW & SZW): om mensen goed inzetbaar te laten blijven op de arbeidsmarkt met o.a. de regelingen SLIM, STAP-budget en Nederland leert.

  • Techniekpact/Platform Talent voor Technologie (EZK, OCW & SZW): stimuleren techniekonderwijs

  • Actieplan Dichterbij dan je denkt (SZW): om krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken

Met de Groeiagenda Nieuw Land is een belangrijke stap gezet richting structurele samenwerking aan de ontwikkeling van de regio Almere-Lelystad al_s regio van Tech & Transitie. De agenda geeft zicht op de ontwikkeling van meer kritische massa in de regionale economie gericht op Tech & Transitie voor steden van de toekomst. Voortbouwend op het DNA van de steden en regio en de aard van het jonge ecosysteem liggen er economische kansen op het snijvlak van technologie en transities, gekoppeld aan stedelijke ontwikkeling van zowel Almere als Lelystad. We doen dat samen met onderwijsinstellingen, kennisinstellingen, het regionale bedrijfsleven en alle betrokken overheden.

Met het Economisch Perspectief Lelystad 2030 zet Lelystad in op het versterken van de kennisinfrastructuur, een essentiële voorwaarde om bestaand en nieuw talent een kansrijke ontwikkeling te bieden, bedrijven te laten groeien en kennis, kunde, vakmanschap en vaardigheden in het kader van een leven lang ontwikkelen te versterken. Ingebed in een regionaal netwerk en ecosysteem draagt de Regio Deal Nieuw Land voor Lelystad op het snijvlak van Tech, Technologie en (energie)transitieopgaven aanknopingspunten bij aan de geformuleerde ambitie en ontwikkelopgaven voor Lelystad Next Level.

KOMEN HET VOLGENDEOVEREEN:

3. Ambitie, doel, beoogde resultaten en aanpak Regio Deal Nieuw Land

Artikel 3.1 - Ambitie

De ambitie van deze Regio Deal is om een substantiële bijdrage te leveren aan de verduurzaming van de Europese economie door een hoogwaardig innovatie ecosysteem te creëren in de regio Almere-Lelystad voor bedrijven die de energietransitie mogelijk maken. Tegelijkertijd is het doel om de brede welvaart in Flevoland te vergroten door meer en betere banen in de regio, het verkorten van woon-werkafstanden en het versterken van de regionale arbeidsmarkt.

Artikel 3.2 - Doel

Partijen hebben tot doel om:

  • a.

    Een sterke impuls te geven aan het technische onderwijs op MBO, HBO en universitair niveau in de regio Almere-Lelystad zodat er meer goed geschoold talent beschikbaar komt voor Tech & Transitie bedrijven in de regio, en er meer goed betaalde banen zijn voor de inwoners van de regio dicht bij huis;

  • b.

    Een innovatiehub te creëren voor elektrificatie, met name gericht op technologische ontwikkelingen die benut kunnen worden om de energietransitie te versnellen zoals de elektrificatie van mobiliteitsvraagstukken zoals smart mobility en luchtvaart;

  • c.

    Een innovatiehub te creëren voor de volgende generatie chiptechnologie, met name gericht op technologische ontwikkelingen die bijdragen aan de energietransitie;

  • d.

    Een innovatiehub te creëren voor bouw en innovatie, met name gericht energiebesparing, hernieuwbare energie en CO2-reductie, klimaatadaptatie, en versnelling en verduurzaming van de woningbouw;

  • e.

    Een triple helix organisatie in het leven te roepen die verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling van het innovatie ecosysteem in Flevoland en die het programma management voor zijn rekening neemt voor de uitvoering van deze Regio Deal.

Artikel 3.3 - Beoogderesultaten

Partijen beogen met de Regio Deal Nieuw Land het doel te verwezenlijken door de volgende resultaten te behalen per pijler/thema/actielijn:

  • a.

    Ten minste 1.200 studenten en 600 traineeships per jaar in de regio op het thema Tech & Transitie in 2028;

  • b.

    Ten minste 1.000 nieuwe banen in Tech & Transitie tot 2028, waarvan 50% vervuld is door inwoners uit de regio;

  • c.

    Ten minste 50 M( aan extra financiering van publieke en private partijen voor toegepast onderzoek en innovatie op het thema elektrificatie, die zicht geeft op de vorming van een permanent instituut;

  • d.

    Ten minste 100 MC aan extra financiering van publieke en private partijen voor toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van volgende generatie chiptechnologie, die zicht geeft op de vorming van een permanent instituut;

  • e.

    Beleidsmatige erkenning van het belang van de regio voor de economische ontwikkeling van de EU en Nederland op het thema Tech & Transitie;

  • f.

    Een inspirerende triple helix organisatie met een sterk organiserend vermogen en ten minste 30 organisaties als betalend lid.

Artikel 3.4 - Inzet en aanpak

Partijen zetten zich samen in om de beoogde doelen in artikel 3.3 als volgt te realiseren.

Werkpakket 1: Onderwijs versterken Tech & Transitie

  • Het ontwikkelen en aantrekken van talent vraagt om kwalitatief goed, voldoende divers en flexibel onderwijsaanbod. We doen dit door het bestaande onderwijs op het gebied van Tech & Transitie te versterken en uit te breiden en in de regio Almere-Lelystad de onderwijs- en kennisinfrastructuur te versterken. We richten daarvoor een aantal centra voor innovatief vakmanschap, center of expertises en universitair onderwijs op thema's die aansluiten bij de vraag van bedrijfsleven in de regio en die regio-overstijgend aantrekkingskracht hebben.

  • Parallel aan de opleidingen ontwikkelen we een aanpak waarbij studenten een traineeship volgen tijdens hun studie, ieder jaar bij een ander bedrijf in de regio. Ze ontvangen daar een gewoon salaris voor, en krijgen ook een tegemoetkoming in hun collegegeld. Ook werken we aan extra studentenhuisvesting in de regio.

  • Onze ambitie dat opleidingen van MBO, HBO en WO onderdak krijgen in één gebouw, naar het inspirerende model van Mindlabs in Tilburg, met co-locaties, onderzoekslabs en proefopstellingen dichtbij de bedrijvigheid die aansluiten op de te behalen doelen voor het versterken van het onderwijsaanbod en economisch profiel in de regio.

Werkpakket 2: Innovatiehubs

  • Om de innovatiekracht van Tech & Transitie bedrijven in de regio te versterken ontwikkelen we een aantal innovatiehubs. Deze hubs zijn centra voor vraaggestuurd onderzoek, in combinatie met living labs waar in de praktijk geëxperimenteerd wordt met de inzichten uit het onderzoek. De focus ligt in Almere op Tech & transitie, in het bijzonder de op de elektrificatie van onze energievoorziening (inclusief elektrificatie van luchtvaart & smart mobility) en de verdere ontwikkeling van technologie die cruciaal is voor de volgende generatie chips. Voor Lelystad ligt de focus op Innovatie bouw en (slimme) mobiliteit in het bijzonder op de verduurzaming van de woningbouw en elektrificatie van de luchtvaart.

  • Ons rolmodel voor deze innovatiehubs is Wetsus in Leeuwarden: sterk specialistisch onderzoek, gericht op vragen uit de markt en de samenleving, goed ingebed in de triple helix en inmiddels erkend als een centrum van nationaal en Europees belang. Zo'n innovatiecentrum versterkt het profiel van de regio voor talent, en vormt door de samenwerking met het bedrijfsleven en de kennisinstellingen in de regio is een cruciale bouwsteen in het innovatie ecosysteem van Noord­ Nederland.

  • Met deze Regio Deal kunnen we een start maken met de ontwikkeling van twee volwaardige instituten waar onderzoek en onderwijs samenkomen. De eerste stap is het creëren van onderzoeks- en innovatienetwerken, naar het model van onder andere ISPT en het CITC, als eerste stap naar instituuts- en campusvorming.

Werkpakket 3: Triple helix organisatie Nieuw Land

  • Cruciaal voor het succes van deze Regio Deal is om structureel een hoogwaardig innovatie ecosysteem te creëren voor Tech & Transitie in de regio. Daarom wordt alsonderdeel van deze Regio Deal een triple helix organisatie gecreëerd, met de Brainport organisatie in Eindhoven als referentie. Alle relevante stakeholders in de regio uit het onderwijs, van kennisinstellingen, van maatschappelijke organisaties en uit het bedrijfsleven krijgen zeggenschap in de triple helix.

  • De triple helix organisatie wordt belast met de uitvoering van de Regio Deal. We streven ernaar om per 1 september 2024 de uitvoering van de Regio Deal wordt ondergebracht bij deze triple helix organisatie.

 4. Uitvoering & Rapportage

Artikel 4.1 - Uitgangspunten

  • 1.

    Partijen beogen een gecoördineerde beleidsmatige inzet van hun gezamenlijke financiële middelen op basis van de afspraken in deze Regio Deal Nieuw Land. De Regio geeft met die middelen uitvoering aan de Regio Deal Nieuw Land zoals het initiëren en/of realiseren van programma's en projecten en andere uitvoeringsactiviteiten in het kader van de ambitie, het doel, de beoogde resultaten en de aanpak van de Regio Deal Nieuw Land zoals bedoeld in artikelen 3.1 tot en met 3.4. Op deze wijze zetten Partijen zich in om de regionale opgave van de regio Regio Deal Nieuw Land te realiseren.

  • 2.

    BZK reserveert maximaal€ 18,2 mln. inclusief eventueel verschuldigde BTW vanuit de Regio Envelop als rijksbijdrage voor uitvoeringsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid. Volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling. Maximaal 3% van de totaal ontvangen rijksbijdrage mag aan uitvoeringskosten oftewel VAT-kosten (Voorbereiding, Administratie en Toezicht) worden besteed.

  • 3.

    De regiopartners reserveren minimaal een bedrag van in totaal€ 18,2 mln. aan regionale financiering voor uitvoeringsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling:

Maximale Rijksbijdrage

Regionale Financiering

Totaal

Werkpakket 1 Onderwijs versterken Tech & Transitie

5,7

5,7

11,4

Werkpakket 2 Innovatiehubs

8,1

8,1

16,2

Werkpakket 3 Triple HelixOrganisatie

3,9

3,9

7,8

Uitvoeringskosten

0,5

0,5

1,0

Bijdragen totaalmaximaal

18,2

18,2

36,4

 
 
 

Dit bedrag is inclusief eventueel verschuldigde BTW.

  • 4.

    De regionale financiering is indicatief als volgt opgebouwd:

 

Rijk

Regio Publiek

Regio Privaat

Totaal Regio

Financiële bijdrage

18,2

4,0

6,2

10,2

Bijdrage in natura

 

5,0

3,0

8,0

Bijdragen totaalmaximaal

18,2

9,0

9,2

18,2

 
 
 
 
  • 5.

    De verdeling opgenomen in de tabel in het vierde lid geldt als uitgangspunt. Partijen zijn zich ervan bewust dat gedurende de looptijd van de Regio Deal omstandigheden en/of prioriteiten kunnen wijzigen. Partijen kunnen, na bespreking in het Rijk-Regio-overleg zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, een gewijzigde verdeling afspreken. Op deze wijziging van Regio Deal Nieuw Land is artikel 7.3 van toepassing.

Artikel 4.2 - Regiokassier

Partijen spreken af dat in het kader van de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal Nieuw Land, de gemeente Almere de rol zal vervullen van regiokassier. De regiokassier draagt zorg voor het nakomen vande financiële kaders, zoals verwoord in de Regeling specifieke uitkering Regio Deals vierde tranche.

5. Governance uitvoering Regio Deal Nieuw Land

Artikel 5.1 - Rijk-Regio-overleg

  • 1.

    Periodiek treden Partijen in overleg over de onderlinge samenwerking in het kader van de Regio Deal Nieuw Land en met andere publieke en/of private samenwerkingspartners. Dit Rijk-Regio­ overleg zorgt voor de coördinatie van de inzet van Partijen in het kader van de uitvoering van Regio Deal Nieuw Land, de daarbij behorende uitwisseling van informatie en voor het bespreken van de voortgang, inclusief de in artikel 6.1 bedoelde monitoring.

  • 2.

    Het Rijk-Regio-overleg vergadert tenminste eenmaal per jaar, uiterlijk in de maand september, ten behoeve van de bespreking van de in artikel 6.1, tweede lid, bedoelde jaarlijkse voortgangsrapportage Regio Deal Nieuw Land.

  • 3.

    Het Rijk-Regio-overleg formuleert en bewaakt de kaders waarbinnen de uitvoering van de Regio Deal Nieuw Land plaatsvindt. Voor de toekenning van projecten vanuit deze Regio Deal is daarvoor het besluitvormingskader richtinggevend, dat als Addendum 1 bij dit convenant is gevoegd.

  • 4.

    Het in het eerste lid bedoelde Rijk-Regio-overleg bestaat uit de volgende vertegenwoordigers:

    • a.

      vanuit de ministeries van het Rijk:

      • i.

        Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties;

      • ii.

        Economische Zaken en Klimaat;

      • iii.

        Infrastructuur & Waterstaat (agenda-lid);

    • b.

      vanuit de Regio:

      • i.

        Provincie Flevoland;

      • ii.

        Gemeente Almere

      • iii.

        Gemeente Lelystad

      • iv.

        Drie vertegenwoordigers vanuit onderwijs- en kennisinstellingen;

      • v.

        Drie vertegenwoordigers vanuit het regionale bedrijfsleven;

  • 5.

    Organisatorisch wordt de uitvoering van deze Regio Deal in het eerste jaar ondergebracht in Almere 2.0, de bestaande samenwerking tussen Rijk, Provincie en gemeente Almere. Die organisatorisch inbedding maakt het mogelijk om op het moment van formele toekenning van de Regio Deal direct te starten met de uitvoering. Waar nodig breiden we de bestaande projectorganisatie uit met participatie vanuit de partners.

  • 6.

    Om het programma van dit convenant succesvol uit te voeren is het cruciaal dat alle partijen zich mede-eigenaar weten van het programma. Om die reden wordt de uitvoering van de Regio Deal na het eerste jaar ondergebracht bij een nog op te richten triple helix organisatie, zoals uiteengezet in Werkpakket 3. Het streven is dat dit per 1 september 2024 gerealiseerd is.

  • 7.

    Het Rijk-Regio-overleg voorziet in zijn eigen werkwijze. Voor de uitvoering van de Regio Deal Nieuw Land maakt het Rijk-Regio-overleg hiertoe nadere werkafspraken en legt deze vast. Onder meer wordt in deze werkafspraken vastgelegd op welke wijze de Partijen verantwoording afleggen aan hun volksvertegenwoordigers en achterbannen.

6. Monitoring, evaluatie en communicatie Regio Deal

Artikel 6.1 - Monitoring en evaluatie

Toelichting: in de Regio Deals zoeken we de balans tussen leren en verantwoorden. We willen dan ook naast de (voortgang op de) te realiseren projecten en resultaten, bekijken wat er is geleerd over wat de regionale opgave veroorzaakt en hoe deze effectief kan worden aangepakt.

  • 1.

    De Regio brengt de beginsituatie van de regionale opgave in kaart. Daarnaast bepaalt de Regio een evaluatie-aanpak waarmee bijgehouden kan worden of de afgesproken inzet en aanpak (artikel 3.4) bijdraagt aan de doelen (artikel 3.2) van de Regio Deals. De beginsituatie en evaluatie-aanpak zijn beschreven in het voorjaar van 2024.

  • 2.

    De Regio stelt éénmaal per jaar een voortgangsrapportage op, met daarin:

    • a.

      de voortgang van de initiatieven en projecten;

    • b.

      in hoeverre partijen op schema liggen om de beoogde resultaten (artikel 3.3) te behalen.

  • 3.

    De jaarlijkse voortgangsrapportage wordt in concept voor 15 juni van ieder jaar voorgelegd aan Partijen.

  • 4.

    De Regio kan met de jaarlijkse voortgangsrapportage de betrokken provinciale staten en gemeenteraden informeren. BZK gebruikt de jaarlijkse voortgangsrapportage als input voor de periodieke voortgangsrapportage van alle Regio Deals voor de Tweede Kamer van de Staten­ Generaal.

  • 5.

    BZK draagt zorg voor onderzoek, betreffende het geheel van de Regio Deals (o.m. de resultaten en effecten van de Deals voor brede welvaart). De Regio verleent haar medewerking hieraan.

Artikel 6.2 - Communicatie

  • 1.

    Partijen communiceren eensluidend over de Regio Deal Nieuw Land. Hiertoe wordt gewerkt met een kernboodschap. De kernboodschap is: 'Met de Regio Deal Nieuw Land wordt een stevige impuls gegeven aan de realisatie van de ambitie van de regio Almere-Lelystad om uit te groeien tot een duurzame economie die toonaangevend is op het gebied van Tech & Transitie'.

  • 2.

    De communicatie over de Regio Deal Nieuw Land verloopt primair vanuit de regio door de Regio, via de triple helix organisatie die dit als uitvoeringsorganisatie voor de Regio Deal coördineert. Het Rijk draagt de kernboodschap ook uit via zijn eigen kanalen.

  • 3.

    Er wordt een gezamenlijk communicatieplan besproken en nader afgesproken door het in artikel 5.1 bedoelde Rijk-Regio-overleg.

  • 4.

    De Regio zal bij projecten die deel uitmaken van de uitvoering van de Regio Deal Nieuw Land vragen om in de communicatie over die projecten kenbaar te maken dat het project mede mogelijk is gemaakt in het kader van de Regio Deal Nieuw Land. Hiervoor worden in het Rijk­ Regio-overleg nadere werkafspraken gemaakt.

7. Slotbepalingen

Artikel 7.1 - Uitvoering in overeenstemming met Unierecht

De afspraken van deze Regio Deal en/of de daaruit voortvloeiende maatregelen worden in overeenstemming met het recht van de Europese Unie uitgevoerd en uitgewerkt in het bijzonder voor zover de afspraken vallen onder de werking van de Europese regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technische normen en voorschriften.

Artikel 7.2 - Gegevensuitwisseling

  • 1.

    De in het kader van (de uitvoering van) deze Regio Deal uitgewisselde dan wel uit te wisselen informatie is in beginsel openbaar. Indien een Partij schriftelijk heeft verzocht om geheimhouding zullen de overige Partijen deze informatie in beginsel geheimhouden en deze geheel noch gedeeltelijk aan enige derde bekendmaken, behoudens voor zover een verplichting tot openbaarmaking voortvloeit uit de wet, een rechterlijke uitspraak of deze Regio Deal.

  • 2.

    Partijen dragen er zorg voor dat concurrentiegevoelige en/of privacygevoelige informatie uitsluitend wordt gedeeld voor zover dit in overeenstemming is met de relevante internationale, Europese en nationale wettelijke kaders. Zij kunnen hiertoe nadere afspraken vastleggen.

Artikel 7.3 - Wijzigingen

  • 1.

    Elke Partij kan schriftelijk verzoeken deze Regio Deal te wijzigen. De wijziging behoeft de instemming van alle Partijen, conform het gestelde in lid 2 tot en met 4 van dit artikel.

  • 2.

    Partijen treden in overleg binnen 6 weken nadat een Partij het verzoek tot wijziging schriftelijk kenbaar heeft gemaakt aan het programmateam Regio Deals BZK. Het programmateam Regio Deals BZK informeert de overige Partijen over de voorgestelde wijziging en draagt iorg voor agendering van het wijzigingsverzoek in het Rijk-Regio overleg. Wanneer vertegenwoordigers van Partijen niet kunnen deelnemen aan het Rijk-Regio overleg, kunnen zij hun instemming kenbaar maken via een e-mail.

  • 3.

    Nadat alle Partijen aan het programmateam Regio Deals BZK kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot wijziging wordt dit vastgelegd in het verslag van het Rijk-regio overleg. Het wijzigingsvoorstel wordt verwerkt in een addendum, die door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties wordt ondertekend. Het addendum, het verslag van het Rijk-Regio overleg en de verklaringen tot instemming worden als bijlage aan deze Regio Deal gehecht.

  • 4.

    Het addendum wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 7.4 - Opzegging

  • 1.

    Elke Partij kan de Regio Deal Nieuw Land met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat deze Regio Deal billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden.

  • 2.

    Wanneer een Partij deze Regio Deal opzegt, blijft de Regio Deal voor de overige Partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten.

  • 3.

    Ingeval van beëindiging van de Regio Deal Nieuw Land krachtens opzegging is geen van de Partijen jegens een andere Partij schadeplichtig.

Artikel 7.5- Toetreding nieuwe partijen

  • 1.

    In overeenstemming met alle Partijen kunnen anderen tijdens de looptijd van de Regio Deal Nieuw Land als nieuwe partijen toetreden tot deze Regio Deal. Een toetredende partij dient de verplichtingen die voor haar uit het convenant voortvloeien te aanvaarden.

  • 2.

    Het schriftelijke verzoek tot toetreding met daarbij de concrete bijdrage aan de Regio Deal Nieuw Land wordt gericht aan het programmateam Regio Deals BZK. Het programmateam informeert Partijen en vraagt hen om instemming.

  • 3.

    Zodra alle Partijen aan het programmateam Regio Deals BZK schriftelijk kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot toetreding, ontvangt de toetredende partij de status van Partij van de Regio Deal Nieuw Land en gelden voor die partij de voor haar uit de deal voortvloeiende rechten en verplichtingen.

  • 4.

    Het verzoek tot toetreding en de verklaringen tot instemming worden als bijlagen aan de Regio Deal Nieuw Land gehecht.

Artikel 7.6 - Nakoming

De Regio Deal is niet in rechte afdwingbaar. Partijen kunnen op tekortkomingen in de nakoming van de Regio Deal of van afspraken die daarmee samenhangen, bij de bevoegde rechter geen beroep doen.

Artikel 7.7 - Counterparts

De Regio Deal Nieuw Land kan worden ondertekend door Partijen in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof deze Regio Deal is ondertekend door alle Partijen in één exemplaar.

Artikel 7.8 - Citeertitel

Deze Regio Deal kan worden aangehaald als Regio Deal Nieuw Land.

Artikel 7.9 - Inwerkingtreding en looptijd

Deze Regio Deal treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door alle Partijen en eindigt op 31 december 2028.

Artikel 7.10 - Openbaarmaking

  • 1.

    Deze Regio Deal zal net als andere Regio Deals openbaar worden gemaakt door publicatie in de Staatscourant, waardoor anderen kennis kunnen nemen van de Regio Deals.

  • 2.

    BZK rapporteert over de Regio Portefeuille, alsmede de hieruit voortvloeiende Regio Deals naar de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Artikel 7.11 - Strijd met Regeling Specifieke uitkering vierde tranche Regio Deals

Enige bepaling in deze Regio Deal die in strijd is met de Regeling Specifieke uitkering vierde tranche Regio Deals (zoals deze luidt op het moment dat de strijdigheid zich voordoet of alsdan in bestuursrechtelijke zin is vastgesteld) moet als niet-bindend worden beschouwd en zal, voor zover nodig, verwijderd en vervangen dienen te worden door een bepaling die bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. Het overige deel van de Regio Deal blijft in een dergelijke situatie ongewijzigd.

Artikel 7.12 - Ongeldigheid

Indien een bepaling van de Regio Deal in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, wordt die bepaling, voor zover nodig, uit de Regio Deal verwijderd en vervangen door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. Het overige deel van de Regio Deal blijft in een dergelijke situatie ongewijzigd.

Artikel 7.13 - Publiekrechtelijke medewerking en toepasselijk recht

  • 1.

    De in het kader van Regio Deal door Partijen te verlenen (publiekrechtelijke) medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van Partijen onverlet.

  • 2.

    Op deze Regio Deal is _uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend,Regio Deal Nieuw Land (Regio Almere-Lelystad)

Plaats: Den Haag

Datum: 2 november 2023

De minister van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties

Hugo de Jonge


Noot
1

Handelend ter uitvoering van het besluit van Gedeputeerde Staten van Flevoland nummer 3177548