Verordening Begraafplaatsen 2026

Geldend van 05-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening Begraafplaatsen 2026

De raad van de gemeente Dronten,

gelezen het voorstel van het college van Dronten d.d. 7 oktober 2025 met documentnummer 872141

B E S L U I T:

vast te stellen de volgende verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2026 (Verordening Begraafplaatsen 2026).

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    asbus:

  • een bus ter berging van as van een overledene;

  • b.

    begraafrecht:

  • het recht dat verschuldigd is voor de door of vanwege de gemeente bij het bezorgen van een lijk of urn bewezen diensten;

  • c.

    begraafplaatsrecht:

  • het recht dat verschuldigd is voor het bezorgen van een lijk of urn ter dekking van de kosten van aanleg en onderhoud van de algemene begraafplaats;

  • d.

    foetus:

  • een na een zwangerschapsduur van minder dan 24 weken ter wereld gekomen menselijke vrucht;

  • e.

    foetusveld:

  • het deel van de begraafplaats waar de gelegenheid wordt geboden tot het (doen) begraven van een foetus.

  • f.

    gedenktekenrecht:

  • het recht dat enerzijds verschuldigd is voor het aanbrengen of hebben op een graf van een gedenkteken als bedoeld in de Regels grafbedekkingen en anderzijds voor het door of vanwege de gemeente laten schoonhouden en na verzakking opnieuw laten stellen van het gedenkteken;

  • g.

    grafrecht:

  • het recht dat verschuldigd is wegens het verkrijgen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden van lijken in een particulier graf;

  • h.

    kindergraf:

  • graf op een apart deel van de begraafplaats bedoeld voor het begraven/bijzetten van twee stoffelijke overschotten (hetzij lijken, hetzij asbussen, hetzij een combinatie daarvan) van personen jonger dan 12 jaar;

  • i.

    normaal graf:

  • graf bedoeld voor het begraven/bijzetten van twee stoffelijke overschotten (hetzij lijken, hetzij asbussen, hetzij een combinatie daarvan);

  • j.

    particulier graf, algemeen graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis, rechthebbende en gedenkteken:

  • hetgeen daaronder wordt verstaan in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en de op grond daarvan vastgestelde besluiten;

  • k.

    urn:

  • een voorwerp ter berging van een asbus;

  • l.

    urnrecht:

  • het recht dat enerzijds verschuldigd is wegens het verkrijgen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een particulier urnengraf of een particuliere urnennis en anderzijds voor het recht tot plaatsing van een door of vanwege de gemeente verstrekte gedenkplaat of gedenktegel.

Artikel 2. Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3. Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Wijze van heffing

De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld

De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 8. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de in artikel 7 bedoelde schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Artikel 9. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot heffing en invordering van de rechten.

Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De ‘Verordening Begraafplaatsrechten 2025’ van 28 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van het in het derde lid bedoelde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2026 hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Begraafplaatsen 2026’.

afbeelding binnen de regeling

Ondertekening

Tarieventabel behorende bij de Verordening begraafplaatsrechten 2026

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling