Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing 2026 en de bijbehorende tarieventabel 2026

Geldend van 04-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing 2026 en de bijbehorende tarieventabel 2026

DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Cranendonck d.d. 30 september 2025;

zaaknummer: 342890;

gelet op artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15:33 van de Wet milieubeheer:

B E S L U I T

Vast te stellen de :

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN DE AFVALSTOFFENHEFFING 2026 en de bijbehorende tarieventabel 2026.

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette afvalbak met een bepaald volume;

  • 2.

    verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainer;

  • 3.

    GFT+E-afval: groente, fruit-, tuinafval en etensresten;

  • 4.

    restafval: al het huishoudelijk afval dat overblijft na scheiding in de andere bestanddelen van het huishoudelijk afval die gescheiden worden ingezameld en qua omvang kunnen worden aangeboden in een minicontainer;

  • 5.

    grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden;

  • 6.

    grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomt, doch dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als GFT+E-afval aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden;

  • 7.

    Brabant Water, gevestigd te ’s-Hertogenbosch;

  • 8.

    verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van Brabant Water voor de levering van water betrekking heeft.

  • 9.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 3. De belasting voor het achterlaten van afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.21 of 10.22 van de Wet Milieubeheer aan de milieustraat wordt geheven van degene die deze afvalstoffen achterlaat.

Artikel 3 Belastingplicht

De afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De afvalstoffenheffing wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingtijdvak

  • 1. Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van afrekeningen van Brabant Water plaatsvindt de verbruiksperiode zoals die voor de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende belastingobject geldt.

  • 2. In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de afrekening van Brabant Water. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval de dagtekening van de afrekening. Als kennisgeving van voorlopig gevorderde bedragen wordt aangemerkt de voorschotnota of de kennisgeving op andere wijze van betaling van voorschotbedragen.

  • 2. De belasting per kalenderjaar wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld voor de heffing terzake van de niet met de periodieke inzameldienst ingezamelde afvalstoffen

De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.6 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1. Ingeval het belastingtijdvak de verbruiksperiode is, moet het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald, tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag onderscheidenlijk het definitieve bedrag van de afrekening van Brabant Water moet worden betaald.

  • 2. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid moet het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Met betrekking tot de in deze verordening opgenomen afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend tot een maximumbedrag dat gelijk is aan het vastrecht.

Artikel 10 Overgangsrecht

  • 1. De “Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing 2025” van 12 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Indien het belastingtijdvak een verbruiksperiode is en deze niet gelijk is aan het kalenderjaar, vangt in afwijking in zoverre van artikel 5, eerste lid, het eerste belastingtijdvak waarvoor deze verordening geldt, aan op 1 januari 2026 en eindigt dat belastingtijdvak op het moment dat de op 1 januari 2027 lopende verbruiksperiode eindigt.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Cranendonck in de openbare vergadering d.d. 4 november 2025.

DE RAAD VOORNOEMD,

De griffier,

P. Strawiarska

De voorzitter,

F.A.P. van Kessel

TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2026

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing.

1.1

De belasting bedraagt per perceel per maand van het belastingtijdvak

€ 14,80

Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing.

2.1

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting per lediging van:

2.1.1

een 140 liter container, bestemd voor groente-, fruit-, tuinafval en etensresten

€ 2,80

2.1.2

een 240 liter container, bestemd voor groente-, fruit-, tuinafval en etensresten

€ 3,85

2.1.3

een 140 liter container, bestemd voor restafval

€ 14,40

2.1.4

een 240 liter container, bestemd voor restafval

€ 24,65

2.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt inworp van:

2.2.1

een ondergrondse restafvalcontainer (0 tot 60 liter)

€ 4,10

2.3

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.1.1 en 2.1.2 zijn de ledigingen van de container bestemd voor groente-, fruit-, tuinafval en etensresten gratis gedurende de periode 19 oktober tot en met 31 december 2026.

2.4

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.1 en 2.2 zijn de witte zakken voor het inzamelen van luiers en incontinentiemateriaal gratis.

2.5

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.1 en 2.2 zijn de gele zakken voor het inzamelen van plastic verpakkingsmaterialen, blik en drankenkartons gratis. Het ophalen van de plastic zakken is eveneens gratis.

2.6

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1. bedraagt de belasting voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats:

Milieustraat

Categorie

Omschrijving

Tarief per

1 m3 (minimale afname 1 m3)

Tarief overigen

1.

  • afgewerkte motorolie (max.10 liter)

  • Asbest en asbesthoudend materiaal (max.35 m2)

  • Autobanden (maximaal 5 stuks)

  • Elektrische apparaten

  • Frituurvet en frituurolie

  • Gasflessen

  • Glas (flessen en potten)

  • Glas (vlakke stukken en platen)

  • Incontinentiemateriaal

  • Kadavers kleine huisdieren

  • Klein Chemisch Afval

  • Metalen

  • Papier en karton

  • Plastic verpakkingsmateriaal

  • Matrassen (maximaal 4)

  • EPS (piepschuim)

gratis

2.

  • Bladafval en gras

  • Snoeihout

€ 5,00

€ 5,00

3.

  • Grond (schoon)

  • Hout (massief, onbehandeld, geverfd, gelakt of verlijmd)

  • Puin (schoon en vervuild)

  • Gips

  • Vloerbedekking

  • Harde kunststoffen

€ 10,00

4.

  • Grof huishoudelijk restafval (brandbaar)

  • Grof huishoudelijk restafval (onbrandbaar)

  • Hout (geïmpregneerd, bielzen)

  • Dakleer

  • Autobanden met velg (max. 5 stuks ook in combinatie met autoband zonder velg)

€ 24,00

5.

  • Huisvuilzakken (max. 2 stuks van 60 liter)

€ 7 per zak

2.7

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag omwisselen van één minicontainer per keer met dien verstande dat indien sprake is van een verhuizing binnen of naar de gemeente, binnen twee maanden nadat de verhuizing heeft plaatsgevonden gratis omruiling kan plaatsvinden naar een mini-container met een ander volume.

€ 21,90

2.8

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 vindt, ingevolge sprake is van beschadiging van de container als gevolg van regulier gebruik dan wel van verlies van de container zonder toerekenbare schuld van de gebruiker, kosteloos herstel dan wel vervanging van de betreffende container plaats.

2.9

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het vervangen van een kantelslot in een minicontainer per keer.

€ 75,00

2.10

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor de aanvraag van een milieupas bij vermissing met dien verstande dat indien sprake is van een verhuizing naar een nieuwbouwwoning de milieupas gratis verstrekt wordt.

€ 10,00

Behoort bij raadsbesluit van 4 november 2025.

De griffier,

P. Strawiarska