Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748616
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748616/1
Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang Goirle 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang Goirle 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle;
Gelet op de Wet Kinderopvang, Het Besluit basisvoorwaarden Kwaliteit Voorschoolse Educatie, het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidie Verordening van de gemeente Goirle 2017;
Besluit vast te stellen de volgende regeling:
Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang Goirle 2026
Art. 1 Begripsomschrijvingen
In deze nadere regeling wordt verstaan onder:
- a)
Aanbieder: een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet Kinderopvang, geregistreerd bij het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), met een locatie in gemeente Goirle;
- b)
Algemene subsidieverordening (ASV): de algemene subsidieverordening gemeente Goirle;
- c)
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle;
- d)
Fiscaal maximum: het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang door de Rijksoverheid;
- e)
Inkomensafhankelijke ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die ouders aan de aanbieder moeten betalen voor de deelname van hun kind aan peuteropvang of voorschoolse educatie;
- f)
Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen, een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar;
- g)
Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van de Belastingdienst bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang die onder de wet Kinderopvang valt;
- h)
LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;
- i)
Minimuminkomen: inkomens die vallen in de laagste groep van de Kinderopvangtoeslagtabel;
- j)
Ouder: ouder(s) of verzorger(s) van de (VE-)peuter die gebruik maakt van peuteropvang of voorschoolse educatie;
- k)
Peuter: bij de gemeente Goirle in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven kind van 2 tot 4 jaar oud;
- l)
Peutermonitor: het door de gemeente Goirle gefaciliteerde digitale monitoringsysteem waar Aanbieders gegevens in uploaden dat als basis dient voor de uitbetaling van de subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie;
- m)
Subsidiabel uurtarief voorschoolse educatie (VE): het jaarlijks door de gemeente Goirle vastgestelde maximaal te subsidiëren uurtarief voor voorschoolse educatie, aangeboden op een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK;
- n)
Subsidiabel uurtarief peuteropvang: het jaarlijks wettelijk vastgesteld maximaal te subsidiëren uurtarief voor kinderopvang (peuteropvang), vastgesteld door de Rijksoverheid;
- o)
VE-peuter: peuter in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die op basis van een indicatie van de JGZ in aanmerking komt voor voorschoolse educatie;
- p)
Reguliere peuteropvang: het aanbod van een kindcentrum zonder een VVE-registratie in het LRK gericht op peuters van 2,5-4 jaar, die wonen in de gemeente Goirle;
- q)
Voorschoolse voorziening: organisatie voor peuteropvang of kinderopvang, die ingeschreven staat in het LRK en die een locatie hebben binnen de gemeente Goirle;
- r)
Voorschoolse educatie: voorschoolse educatie (als onderdeel van voor- en vroegschoolse educatie (VVE)) voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin aan de hand van een VVE-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling, in een kindercentrum met een VVE-registratie in het LRK. Wanneer de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) inschat dat het wenselijk is om eerder te starten, mogen kinderen met een VVE-indicatie vanaf 2 jaar instromen. Dit gaat in overleg met de gemeente;
- s)
VVE-indicatie: een indicatie die afgegeven wordt door de JGZ, waarbij de JGZ op basis van de gemeentelijke doelgroep definitie inschat dat er sprake is van een risico op een achterstand in één of meerdere domeinen van de ontwikkeling (taal, spel, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling) en die recht geeft op extra uren voorschoolse educatie;
- t)
VE-registratie: een registratie van de aanbieder in het LRK, waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van voorschoolse educatie.
Art. 2 Reikwijdte
-
1. Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten.
-
2. Deze regeling is niet van toepassing op peuterplaatsen voor een peuter met een SMI-indicatie.
-
3. Op deze subsidieregeling is de ASV van toepassing, met dien verstande dat van de afwijkingsmogelijkheden van de ASV gebruik is gemaakt.
Art. 3 Doel
Het doel van deze subsidieverordening is het toegankelijk maken van peuteropvang en voorschoolse educatie voor in de gemeente Goirle wonende of verblijvende kinderen, zodat er optimale ontwikkelkansen zijn voor alle kinderen in de gemeente.
Art. 4 Subsidieontvanger
Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die voldoet aan de vereisten uit de Wet Kinderopvang en de hieruit voortvloeiende regelgeving.
Art. 5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanbieders voor:
- 1.
Het aanbieden van reguliere peuteropvang aan ouders van de peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag;
- 2.
Het aanbieden van voorschoolse educatie aan:
- a.
de ouders van de peuter met recht op kinderopvangtoeslag;
- b.
de ouders van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag;
- c.
de ouders van de VE-peuter met recht op kinderopvangtoeslag;
- d.
de ouders van de VE-peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag;
- a.
- 3.
De wettelijk verplichte inzet van een HBO-beleidsmedewerker VE.
- 4.
Het bieden van extra ondersteuning op VE-locaties.
Art. 6 Subsidieduur
-
1. De subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar, voor een periode van maximaal 40 (school)weken in dat kalenderjaar.
-
2. De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter geen gebruik meer maakt van de voorschoolse voorziening of uiterlijk op de dag dat de peuter 4 jaar wordt.
Art. 7 Subsidie reguliere peuteropvang Dit onderdeel is van toepassing voor locatie de bezige bijtjes en andere peuteropvang in Goirle
De hoogte van de subsidie voor reguliere peuteropvang als bedoeld in artikel 5 onder 1. wordt als volgt berekend:
- 1.
Het college stelt het subsidiabel uurtarief voor peuteropvang vast op basis van het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid.
- 2.
Subsidie voor peuteropvang wordt uitsluitend verleend aan ouders van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag.
- 3.
De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 440 uur per jaar (11 uur x 40 weken).
- 4.
Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 1.
Tabel 1:
|
Ouder recht op kinderopvangtoeslag |
Uurtarief vanaf 0 tot en met 11 uur per week |
|
Nee |
Fiscaal maximum – (minus) ouderbijdrage |
Art. 8 Subsidie voorschoolse educatie
De hoogte van de subsidie voor voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 5 onder 2. wordt als volgt berekend:
- 1.
het college stelt het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van:
- a.
het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid.
- b.
een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door gemeente Goirle gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie.
- a.
- 2.
De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 660 uur per jaar (990 gedurende anderhalf jaar).
- 3.
Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 2.
Tabel 2:
|
Ouder recht op kinderopvangtoeslag |
Uurtarief van 0 tot en met 11 uur |
Uurtarief vanaf 11 tot en met 16,5 uur per week |
|
Ja |
Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage |
Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE |
|
Nee |
Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage |
Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE |
Art. 9 Hoogte van de subsidie voor HBO-beleidsmedewerker VE
De hoogte van de subsidie voor een HBO-beleidsmedewerker als bedoeld in artikel 5 onder 3. wordt als volgt berekend:
- 1.
De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een pedagogisch coach/-beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor 10 uur per jaar per VE-peuter per locatie met voorschoolse educatie;
- 2.
De peildatum voor het vaststellen van de subsidie op basis van het aantal VE-peuters per locatie betreft 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar.
- 3.
Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 9, trede 34. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald.
Art. 10 Hoogte van de subsidie voor het bieden van extra ondersteuning op VE-locaties
De hoogte van de subsidie voor het bieden van extra ondersteuning op VE-peutergroepen als bedoeld in artikel 5 onder 4. wordt als volgt berekend:
- 1.
De subsidie wordt versterkt voor inzet van een extra pedagogisch medewerker per locatie met voorschoolse educatie met meer dan 50% VE-peuters op locatieniveau. Dit percentage betreft de verhouding tussen reguliere peuters versus VE-peuters gebaseerd op basis van unieke peuters, die in juni van voorgaand jaar staan ingeschreven op de locatie met een gemiddelde bezetting van minimaal 75%. Dit wordt geverifieerd via de Peutermonitor-module;
- 2.
Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 6, trede 23. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald.
Art. 11 Ouderbijdrage
-
1. Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de eerste twee dagdelen van maximaal 440 uur per jaar (660 uur per anderhalf jaar).
-
2. De hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de aanbieder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar en wordt gebaseerd op de meest recente Kinderopvangtoeslagtabel.
-
3. Aan ouders die geen recht op kinderopvangtoeslag hebben en een minimuminkomen (een inkomen dat valt in de laagste groep van de Kinderopvangtoeslagtabel) hebben, wordt geen ouderbijdrage in rekening gebracht door de aanbieder voor de eerste twee dagdelen 11 uur per week. Deze ouders dienen hun minimuminkomen aan de aanbieder aan te tonen middels een inkomensverklaring.
-
4. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de aanbieder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de aanbieder. De aanbieder verplicht de ouder wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De aanbieder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente.
-
5. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren.
Art. 12 Aanvullende verplichtingen voorschoolse educatie en peuteropvang
-
1. Voor de aanbieder die subsidie voor voorschoolse educatie ontvangt:
- a.
verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten;
- b.
int de ouderbijdrage;
- c.
neemt actief deel aan overleg over peuteropvang in het kader van doorlopende leerlijn 0-13 jaar en voert voorschoolse activiteiten uit gericht op het zorgen voor samenhang in de voorschoolse educatie en het zo goed mogelijk bereiken van de doelgroep;
- d.
levert jaarlijks de gevraagde informatie voor monitoring van voorschoolse educatie en peuteropvang door de gemeente;
- e.
verleent VE-peuters, zoveel als mogelijk, voorrang bij de plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, wanneer er een wachtlijst is;
- f.
het aanbod van voorschoolse educatie aan een VE-peuter bedraagt minimaal 960 uur over een periode van 1,5 jaar, waarbij het aanbod maximaal 6 uur aaneengesloten per dag is.
- g.
er dienen minimaal gemiddeld 2 VE-peuters gebruik te hebben gemaakt van voorschoolse educatie in het kalenderjaar van de subsidieaanvraag.
- a.
Art. 13 Aanvraag
-
1. Een aanbieder vraagt jaarlijks subsidie aan bij het college door gebruik te maken van een door de gemeente versterkt formulier;
-
2. De subsidieaanvraag kan digitaal worden ingediend bij de gemeente via info@goirle.nl
Art. 14 Aanvraagtermijn
-
1. Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vanaf 1 september tot uiterlijk 1 november voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar.
-
2. In afwijking van het eerste lid kan een eerste aanvraag om subsidie worden aangevraagd gedurende een subsidiejaar. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het college de aanvraag heeft goedgekeurd.
-
3. Als een aanvraag niet volledig is ingediend, geeft het college de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een hersteltermijn om de aanvraag aan te vullen. Als datum van aanvraag geldt dan de datum van ontvangst van de volledige aanvraag. Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is aangevuld kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen.
Art. 15 Beslistermijn
-
1. Het college beslist binnen acht weken vanaf de uiterste indieningstermijn voor het aanvragen van subsidie.
-
2. Het college kan de in het eerste lid genoemde beslistermijn, met redenen omkleed, met ten hoogste acht weken verdagen en stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
Art. 16 Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de weigeringsgronden genoemd in de ASV, weigert het college de subsidie in ieder geval indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in deze regeling;
Art. 17 Verlening, voorschotten, betaling
-
1. Op aanvraag van de aanbieder neemt het college een besluit over verlening van de voorlopige subsidie.
-
2. De verleende subsidie wordt in halfjaarlijkse voorschotten in januari en juli van het lopende subsidiejaar betaald.
-
3. Berekening van het subsidievoorschot per halfjaar vindt plaats op de wijze zoals aangegeven in deze regeling met dien verstande dat de subsidiabele uren voor het desbetreffende halfjaar voor de berekening in aanmerking worden genomen.
Art. 18 Verantwoording subsidie
-
1. De subsidieontvanger verantwoordt de besteding van de subsidie door kwantitatieve gegevens in de Peutermonitor aan te leveren. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod. Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanvrager.
-
2. Voor 1 april van het jaar, dat volgt op het betrokken kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in.
-
3. Op de omvang en inhoud van de verantwoording zijn de artikelen 18 tot en met 20 van de ASV van toepassing.
-
4. Voor de verantwoording van de subsidie levert de aanbieder in ieder geval de in lid 1 bedoelde gegevens via de Peutermonitor, alsmede een inhoudelijk verslag aan van maximaal 2 A4 waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
Art. 19 Wijziging verleningsbeschikking
Indien gedurende het lopende subsidiejaar recht op een hogere subsidie bestaat omdat het bezette aantal gesubsidieerde peuterplekken afwijkt van het in de beschikking vermelde aantal, kan een heroverweging van de subsidie plaatsvinden. Als de heroverweging leidt tot verhoging van de subsidie, dan ontvangt de aanbieder een vervangend besluit waarin de hoogte van de resterende voorschotbedragen opnieuw wordt vastgesteld.
Art. 20 Subsidievaststelling
-
1. Het college beslist op een aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk op 1 augustus van het jaar, dat volgt op het betrokken kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, conform artikel 21 van de ASV.
-
2. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 18 is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
-
3. Het college vordert onverschuldigd betaalde subsidie terug.
-
4. Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door de gemeente, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden:
- a.
een gedagtekende overeenkomst tussen de aanbieder en de ouder van het kind;
- b.
het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang en voorschoolse educatie;
- c.
een ondertekende ouderverklaring van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage;
- d.
een indicatieformulier van het consultatiebureau van peuters met een VVE-indicatie.
- a.
Art. 21 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen bij of krachtens deze subsidieregeling is bepaald, als daaraan vasthouden voor een subsidie-aanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
Art. 22 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze subsidieregeling treedt in werking per 1 januari 2026.
-
2. Dit besluit wordt aangehaald als Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang gemeente Goirle 2026.
Ondertekening
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders op 7 oktober 2025.
De secretaris,
de burgemeester,
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl