Regeling vervalt per 31-12-2029

Subsidieregeling Vergroenen en klimaatadaptatie Zandvoort 2026-2029

Geldend van 01-01-2026 t/m 30-12-2029

Intitulé

Subsidieregeling Vergroenen en klimaatadaptatie Zandvoort 2026-2029

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort,

Overwegende dat:

  • -

    groene daken en gevels, groene tuinen en regentonnen bijdragen aan een groene gemeente, biodiversiteit en klimaatadaptatie;

  • -

    het beleid van de gemeente Zandvoort op het gebied van vergroenen, biodiversiteit en verduurzamen is vastgelegd in het Beleidsplan Duurzaamheid 2023-2026 en het Actieplan Groen Zandvoort (2023);

  • -

    in verband hiermee het wenselijk is om de aanleg van groen en aanschaf van regentonnen te stimuleren, door middel van subsidie;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Zandvoort 2022.

Besluit:

  • 1)

    De Subsidieregeling Vergroenen en klimaatadaptatie Zandvoort 2026-2029 vast te stellen.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1. In deze subsidieregeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a.

      Algemene Subsidieverordening (Asv) : Algemene subsidieverordening gemeente Zandvoort 2022;

    • b.

      Aanlegkosten: kosten die direct betrekking hebben op de aanleg van een groen dak, een groene gevel, een groene tuin of plaatsing van een voorziening voor waterberging;

    • c.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort;

    • d.

      Eigenaar: iedere particulier of privaatrechtelijke rechtspersoon die in de gemeente Zandvoort een bestaand gebouw in eigendom heeft als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;

    • e.

      Vereniging van Eigenaars (VvE): vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

    • f.

      Groen dak: een vegetatiepakket op het dakoppervlak van een bestaand gebouw of overkapping, dat ten minste bestaat uit een drainage-, een substraat- en een vegetatielaag, met een waterbergend vermogen van ten minste 30 liter per vierkante meter;

    • g.

      Gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

    • h.

      Overkapping: vaste dakconstructie op dragende palen (zoals bijvoorbeeld een carport);

    • i.

      Dakconstructie: samenstelling van balken (van hout of staal of ander geschikt materiaal), regels en bebording of (betonnen) plaat, die sterk genoeg is om de dakbedekking van een gebouw te dragen en de wind-/regen-/ en sneeuwbelasting op te vangen. De dakconstructie moet zodanig zijn dat deze beloopbaar is voor onderhoud en inspectie;

    • j.

      Groene gevel: een verticale constructie tegen of voor de gevel waarbij planten in de gehele constructie worden geplant in cassettes of vergelijkbaar of een klimconstructie of spandraden met grondgebonden klimplant(en) die langs de constructie omhoog kan (kunnen) klimmen.

    • k.

      Waterbergend vermogen: de hoeveelheid water (uitgedrukt in liter per vierkante meter) die een groen dak maximaal kan vasthouden na een regenbui.

    • l.

      Onttegelen: het verwijderen van zeer beperkt waterdoorlatende verharding van het bodemoppervlak, zoals tegels, asfalt en beton.

    • m.

      Vergroening van tuin of erf: het deel van de tuin of het erf dat wordt ontdaan van verharding en wordt voorzien van groen en biodiversiteit,

    • n.

      Gazon: een veld met kort gemaaid gras, dat vaak wordt gemaaid en waar de meeste andere planten geen kans krijgen zich te vestigen.

    • o.

      Kruidachtige beplanting: planten zonder houtige delen.

    • p.

      Inheemse soort: een plantensoort die van nature in Nederland voorkomt en zich hier zonder menselijke invloed heeft gevestigd of hier altijd al heeft geleefd.

    • q.

      Invasieve exoot: een plantensoort die van nature niet in Nederland voorkomt maar zich door menselijke invloed in Nederland heeft gevestigd, en die zich zo sterk verspreidt dat hij schade veroorzaakt aan de natuur, de gezondheid en/of de economie.

    • r.

      Voorziening voor waterberging: een voorziening die regenwater opslaat en ervoor zorgt dat het water hergebruikt kan worden, zoals een regenton of regenzuil.

    • s.

      Verhuurdersverklaring: een door de verhuurder ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de verhuurder instemt met het aanbrengen van het groene dak of de groene gevel op het gebouw of overkapping of de plaatsing van de voorziening voor waterberging.

  • 2. Voor zover in deze subsidieregeling begrippen worden gebruikt die niet nader worden omschreven, hebben deze dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene Subsidieverordening.

Artikel 2. Afstemming Algemene subsidieverordening gemeente Zandvoort

Voor zover in deze subsidieregeling daarvan niet wordt afgeweken, is de vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Zandvoort van toepassing.

Artikel 3. Doelstelling

Deze regeling heeft als doel om een bijdrage te leveren aan de vergroening, de verhoging van de biodiversiteit en de klimaatadaptatie, door onder andere vermindering van wateroverlast en hittestress, in de gemeente Zandvoort, door het stimuleren van het vergroenen van tuinen, daken en gevels en het toevoegen van voorzieningen voor waterberging zoals regentonnen.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten en kosten

  • 1. Het college kan een eenmalige subsidie verstrekken voor:

    • a.

      De aanschaf en aanleg van een groen dak, op een gebouw of overkapping

    • b.

      De aanschaf en aanleg van een groene gevel

    • c.

      Het onttegelen van de tuin en het aanbrengen van beplanting in het onttegelde tuinoppervlak (kruiden/struiken/bomen)

    • d.

      Het vervangen van gazon door andere beplanting

    • e.

      De aanschaf en aansluiting van een voorziening voor waterberging

  • 2. De eenmalige subsidie genoemd in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op de kosten van aanschaf van materiaal en/of het aanbrengen van de activiteit genoemd in het eerste lid.

  • 3. De kosten voor een voorziening voor waterberging, zoals genoemd in lid 1 sub e, kunnen enkel worden gesubsidieerd:

    • a.

      In combinatie met een subsidieaanvraag voor een groen dak, groene gevel en/of vergroening van de tuin, of

    • b.

      Afzonderlijk, indien al een subsidie voor een groen dak voor het betreffende adres is verkregen in de periode van 2022 tot en met 2025, of

    • c.

      Afzonderlijk, indien vóór de inwerkingtreding van de Subsidieregeling Groene Daken Zandvoort 2022 op 11 november 2022 al:

      • Een groen dak van ten minste 5 vierkante meter op het adres van de aanvraag is aangelegd, of

      • Een groen dakoppervlak van ten minste 10 vierkante meter op een collectief van twee of meer adressen, waaronder het adres van de aanvraag, is aangelegd.

Artikel 5. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 40.000,00 per kalenderjaar voor de jaren 2026, 2027, 2028 en 2029.

Artikel 6. De aanvrager

  • 1. Subsidie kan worden aangevraagd door een rechtmatige gebruiker van een gebouw, overkapping of erf in de gemeente Zandvoort, waaronder wordt verstaan:

    • a.

      particuliere woningeigenaren;

    • b.

      particuliere woningeigenaren die gezamenlijk een aanvraag indienen voor minimaal twee adressen (waaronder Verenigingen van Eigenaars), met één contactpersoon;

    • c.

      huurders met een verhuurdersverklaring;

    • d.

      instellingen, zoals stichtingen, ondernemingen en verenigingen, die eigenaar zijn van een gebouw, overkapping of erf, of deze voor een langere periode huren en waarvan zij een schriftelijke verhuurdersverklaring kunnen overleggen, waarbij de huurperiode naar redelijkheid voldoende wordt geacht om de subsidiedoelstellingen te realiseren.

Artikel 7. Subsidievoorwaarden

  • 1. Om in aanmerking te komen voor subsidie gelden de volgende algemene eisen:

    • a.

      Het initiatief past binnen de doelstelling en reikwijdte van deze regeling;

    • b.

      Het gebouw, de overkapping of het erf waarop de subsidie betrekking heeft, bevindt zich binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Zandvoort;

    • c.

      Het gebouw, de overkapping of het erf waarop de subsidiabele activiteit wordt aangebracht, is in rechtmatig gebruik door de aanvrager, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1.

    • d.

      Het aan te brengen groen dat wordt gesubsidieerd bevat geen invasieve exoten;

  • 2. Aanvullend op lid 1 gelden de volgende eisen voor subsidie voor een groen dak:

    • a.

      Het groene dak heeft een minimale oppervlakte van 4 m2;

    • b.

      Het waterbergend vermogen van het groene dak bedraagt minimaal 30 liter per vierkante meter;

    • c.

      Het groene dak wordt op een bestaand dak aangelegd;

  • 3. Aanvullend op lid 1 gelden de volgende eisen voor subsidie voor een groene gevel:

    • a.

      De groene gevel heeft een minimale oppervlakte van 4 m2.

    • b.

      De groene gevel bestaat uit:

      • een tegen de gevel geplaatste constructie van cassettes of

      • een klimconstructie of spandraden met grondgebonden klimplant(en) die langs de constructie omhoog kan (kunnen) klimmen;

  • 4. Aanvullend op lid 1 gelden de volgende eisen voor vergroening van tuin of erf:

    • a.

      Het grondoppervlak dat wordt ontdaan van verharding of gazon is minimaal 4 m2;

    • b.

      Het grondoppervlak dat wordt ontdaan van verharding of gazon wordt beplant;

  • 5. Aanvullend op lid 1 sub a tot en met c gelden de volgende eisen voor subsidie voor een voorziening voor waterberging:

    • a.

      De voorziening voor waterberging heeft een inhoud van ten minste 150 liter;

    • b.

      De plaatsing en aansluiting van de voorziening voor waterberging moet deugdelijk en zorgvuldig worden uitgevoerd.

  • 6. De activiteit waarvoor subsidie is verstrekt, dient, indien redelijkerwijs mogelijk, ten minste vijf jaar aanwezig en in goed onderhouden staat te blijven. Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan, kan de verstrekte subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. Het college kan steekproefsgewijs controleren of aan deze verplichting is voldaan.

Artikel 8. Algemene aanvraagprocedure en beslistermijn

  • 1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend via het formulier dat door het college beschikbaar wordt gesteld.

  • 2. Een aanvraag wordt ingediend vooraf aan de aanschaf en aanleg of plaatsing van de subsidiabele activiteit.

  • 3. Per adres kan maximaal éénmaal per subsidiabele activiteit een aanvraag worden ingediend.

  • 4. Bij alle aanvragen dient te worden meegestuurd:

    • a.

      Adres en aanduiding van de locatie van de uit te voeren subsidiabele activiteit;

    • b.

      Een opgave van de andere subsidies die de aanvrager voor de subsidiabele activiteit(en) heeft of zal ontvangen;

    • c.

      Indien de aanvrager een Vereniging van Eigenaars is, een volledig overzicht van deelnemende adressen die onderdeel uitmaken van de Vereniging van Eigenaars.

  • 5. In aanvulling op dit artikel zijn, afhankelijk van de aard van de subsidiabele activiteit, de aanvraagdossiers zoals opgenomen in de artikelen 9 tot en met 12 van toepassing.

  • 6. Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag een besluit op de aanvraag.

  • 7. Het college kan de termijn als bedoeld in het vorige lid eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen.

  • 8. Het college verleent subsidie indien de aanvraag volledig is en voldoet aan de voorwaarden van deze regeling, zolang het subsidieplafond niet is bereikt.

  • 9. Aanvragen kunnen tot en met 1 december 2029 worden ingediend.

  • 10. Indien de activiteit waarvoor subsidie is verleend niet volledig is aangelegd of geplaatst binnen zes maanden na de dagtekening van de subsidiebeschikking, kan het college besluiten de subsidie geheel of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen.

  • 11. Indien uit de verantwoording, zoals beschreven in artikel 16, of uit controle door het college blijkt dat de activiteit niet of niet volledig conform de aanvraag of de subsidievoorwaarden is uitgevoerd, of dat een te hoog bedrag is toegekend, kan het college besluiten de subsidie geheel of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen.

Artikel 9. Aanvraagdossier groene daken

  • 1. Bij een aanvraag voor subsidie voor een groen dak wordt het volgende meegestuurd:

    • a.

      Een offerte van de aanschaf- en eventuele aanlegkosten van het groene dak;

    • b.

      Indien dit niet uit de offerte naar voren komt, ander schriftelijk bewijs (zoals een productinformatieblad) waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden zoals benoemd in Artikel 7, lid 1 en 2;

    • c.

      Als 50% of meer van het oppervlak van het groene dak bestaat uit andere planten dan Sedum (zoals inheemse kruiden) en het dak daarmee een extra meerwaarde heeft voor biodiversiteit, dan blijkt dat uit de offerte of andere meegezonden informatie en bevat deze ook een opgave van de plantensoorten die toegepast worden;

    • d.

      Als het een groen-geel dak betreft (een groen dak gecombineerd met zonnepanelen op hetzelfde dakoppervlak), dan blijkt dat uit de offerte of andere meegezonden informatie;

    • e.

      Als het groene dak een waterbergend vermogen heeft van minimaal 50 liter per vierkante meter, dan blijkt dat uit de offerte of andere meegezonden informatie;

    • f.

      Indien een aanvrager een huurder is, een verhuurdersverklaring.

Artikel 10. Aanvraagdossier groene gevels

  • 1. Bij een aanvraag voor subsidie voor een groene gevel wordt het volgende meegestuurd:

    • a.

      Een offerte of begroting van de aanschaf- en eventuele aanlegkosten van de groene gevel;

    • b.

      Een kleurenfoto van de te vergroenen gevel in de huidige staat;

    • c.

      Indien dit niet uit de offerte of begroting naar voren komt, ander schriftelijk bewijs (zoals een productinformatieblad) waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden zoals benoemd in Artikel 7, lid 1 en lid 3;

    • d.

      Als de groene gevel wordt beplant met inheemse soorten en daarmee een extra meerwaarde heeft voor biodiversiteit, dan blijkt dat uit de offerte of andere meegezonden informatie en bevat deze ook een opgave van de plantensoort(en) die toegepast wordt/worden;

    • e.

      Indien een aanvrager een huurder is, een verhuurdersverklaring.

Artikel 11. Aanvraagdossier vergroening van tuin of erf

  • 1. Bij een aanvraag voor subsidie voor het vergroenen van een tuin of erf wordt het volgende meegestuurd:

    • a.

      Een offerte of begroting van de aanschaf- en eventuele aanlegkosten van de beplanting;

    • b.

      Een kleurenfoto van de te vergroenen locatie in de huidige staat (betegeld of met gazon);

    • c.

      Indien dit niet uit de offerte of begroting naar voren komt, ander schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden zoals benoemd in Artikel 7, lid 1 en 4;

    • d.

      Als 50% of meer van de beplanting bestaat uit inheemse soorten en het vergroende stuk tuin of erf daarmee een extra meerwaarde heeft voor biodiversiteit, dan blijkt dat uit het de offerte of begroting of andere meegezonden informatie en bevat deze ook een opgave van de plantensoorten die toegepast zijn;

    • e.

      Indien 100% van de beplanting bestaat uit biologisch gekweekt plantmateriaal en het vergroende stuk tuin of erf daarmee een extra meerwaarde heeft voor biodiversiteit, dan blijkt dat uit de offerte of begroting of andere meegezonden informatie.

Artikel 12. Aanvraagdossier voorziening voor waterberging

  • 1. Bij een aanvraag voor subsidie voor een voorziening voor waterberging wordt het volgende meegestuurd:

    • a.

      Een offerte of prijsopgave van de aanschaf- en eventuele aanlegkosten van de voorziening voor waterberging;

    • b.

      Schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden zoals benoemd in Artikel 7, lid 1 en 5;

    • c.

      Indien een aanvrager een huurder is, een verhuurdersverklaring.

    • d.

      Indien vóór 11 november 2022 een groen dak is aangelegd op het betreffende adres en alleen subsidie voor een voorziening voor waterberging wordt aangevraagd, dient aanvullend op sub a t/m c een factuur en foto van het groene dak te worden ingediend, en informatie waaruit blijkt dat aan de voorwaarde zoals genoemd in artikel 4, lid 3 sub c.

Artikel 13. Verdeelregels

  • 1. Het college verdeelt het beschikbare bedrag voor de uitvoering van de activiteiten op volgorde van ontvangst van ingediende, complete aanvragen.

  • 2. De datum en het tijdstip van ontvangst is de datum en tijdstip waarop de aanvraag volledig is ingediend. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum en tijdstip van ontvangst de dag waarop de aanvulling is ontvangen door de gemeente.

  • 3. De subsidie wordt toegekend zolang het subsidieplafond nog niet is bereikt.

Artikel 14. Hoogte van de subsidie

  • 1. De hoogte van de subsidie voor de aanschaf en aanleg van een groen dak bedraagt:

    • a.

      € 25,00 per m2 groen dak, maar bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; of

    • b.

      € 35,00 per m2 groen dak indien het groene dak aantoonbaar voor minimaal 50% oppervlakte uit andere planten (grassen en kruiden) dan Sedum bestaat en daarmee een meerwaarde heeft voor de biodiversiteit, maar bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; of

    • c.

      € 35,00 per m2 groen dak indien het een groen-geel dak betreft (een groen dak waarbij zonnepanelen bovenop het groene dak worden geplaatst), maar bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; of

    • d.

      € 35,00 per m2 groen dak indien het waterbergend vermogen van het groene dak minimaal 50 liter betreft per vierkante meter, maar bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten;

  • 2. De hoogte van de subsidie voor de aanschaf en aanleg van een groene gevel bedraagt:

    • a.

      € 25,00 per m2 groene gevel, maar bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; of

    • b.

      € 35,00 per m2 groene gevel indien de groene gevel aantoonbaar uit inheemse soorten bestaat, maar bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten;

  • 3. De hoogte van de subsidie voor de aanschaf en aanleg van de vergroening van de tuin bedraagt:

    • a.

      € 20,00 per m2 verwijderde verharding of gazon; of

    • b.

      € 25,00 per m2 verwijderde verharding of gazon, indien de beplanting

      • voor ten minste 50% uit inheemse soorten bestaat of

      • 100% uit biologisch gekweekt plantmateriaal bestaat

    • c.

      maximaal € 500,00 per aanvraag voor individuele particulieren;

    • d.

      maximaal € 500,00 per adres (wooneenheid) voor collectieven van particulieren (waaronder Verenigingen van Eigenaars), met een totaal van maximaal € 2.500;

    • e.

      maximaal € 2.500 per aanvraag voor instellingen, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 sub d.

  • 4. De hoogte van de subsidie voor de aanschaf en aansluiting van een voorziening voor waterberging bedraagt:

    • a.

      maximaal 50% van de subsidiabele kosten;

    • b.

      maximaal € 500,00 per aanvraag voor individuele particulieren;

    • c.

      maximaal € 500,00 per adres (wooneenheid) voor collectieven van particulieren (waaronder Verenigingen van Eigenaars), met een totaal van maximaal € 2.500;

    • d.

      maximaal € 2.500 per aanvraag voor instellingen, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 sub d.

  • 5. Wanneer de aanvrager voor meerdere subsidiabele activiteiten in één keer subsidie aanvraagt, geldt:

    • a.

      bij een aanvraag voor ten minste twee van de subsidiabele activiteiten wordt € 25 extra subsidie toegekend in verband met een besparing van de administratiekosten; of

    • b.

      bij een aanvraag voor ten minste drie van de subsidiabele activiteiten wordt € 50 extra subsidie toegekend in verband met een besparing van de administratiekosten.

  • 6. Aanvragers die vóór de inwerkingtreding van deze subsidieregeling een groen dak hebben aangelegd (al dan niet met subsidie van de gemeente), komen eveneens in aanmerking voor extra subsidie. In afwijking van lid 5 gelden in dat geval de volgende bedragen:

    • a.

      bij een aanvraag voor één andere subsidiabele activiteit wordt € 25 extra subsidie toegekend; of

    • b.

      bij een aanvraag voor ten minste twee van de subsidiabele activiteiten wordt € 50 extra subsidie toegekend.

  • 7. Indien de aanvrager voor dezelfde activiteit ook andere subsidies ontvangt, wordt de hoogte van de subsidie naar rato zodanig berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke kosten.

  • 8. Indien de aanvrager btw-plichtig is, maakt de btw geen deel uit van de subsidiabele kosten. De btw maakt alleen deel uit van de subsidiabele kosten indien deze niet kan worden teruggevorderd door de aanvrager.

Artikel 15. Weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en in de Asv weigert het college de subsidie wanneer:

  • 1.

    de aanvraag of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, niet voldoet aan het gestelde in deze nadere regels;

  • 2.

    de subsidiabele activiteit(en) waarvoor subsidie is aangevraagd reeds gerealiseerd is/zijn op het moment van de aanvraag;

  • 3.

    de aanvraag het herstel of reparatie van een groen dak, groene gevel, reeds beplante tuin (niet met gazon) of voorziening voor waterberging betreft;

  • 4.

    het college reeds eerder subsidie heeft verstrekt ten behoeve van dezelfde subsidiabele activiteit(en) op hetzelfde adres.

Artikel 16. Verantwoording en vaststelling van de subsidie

  • 1. Bij een subsidieverlening dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt is aangelegd en/of geplaatst een eindverantwoording in te dienen met daarbij de volgende gegevens:

    • a.

      Bij subsidie voor een groen dak en/of groene gevel:

      • een factuur of facturen van de aanschaf en eventuele aanleg/plaatsing van het groene dak/de groene gevel, waaruit blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en hoeveel de werkelijke subsidiabele kosten bedragen;

      • een duidelijke kleurenfoto van het gerealiseerde groene dak of de gerealiseerde groene gevel.

    • b.

      Bij subsidie voor de vergroening van tuin of erf:

      • Een betaalbewijs, factuur of facturen van de aanschaf en eventuele aanleg van het groen, waaruit blijkt hoeveel de werkelijke subsidiabele kosten bedragen;

      • Een duidelijke kleurenfoto van de gerealiseerde vergroening van tuin of erf.

    • c.

      Bij subsidie voor een voorziening voor waterberging:

      • Een betaalbewijs of factuur van de aanschaf en eventuele plaatsing van de voorziening voor waterberging, waaruit blijkt hoeveel de werkelijke subsidiabele kosten bedragen;

      • Een duidelijke kleurenfoto van de geplaatste voorziening voor waterberging.

Artikel 17. Hardheidsclausule

Het college kan in zeer bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling.

Artikel 18. Publicatie

Deze subsidieregeling wordt na vaststelling door het college bekendgemaakt in het Gemeenteblad.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en loopt tot en met 31 december 2029.

Artikel 20. Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Vergroenen en Klimaatadaptatie Zandvoort 2026-2029

Ondertekening

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 lid 1 sub b: Definitie aanlegkosten

Onder aanlegkosten kunnen vallen: de loonkosten van het bedrijf dat het groene dak of gevel aanbrengt, de groene tuin aanlegt of de voorziening voor waterberging plaatst en het materiaal dat nodig is voor de aanleg van het groene dak, de groene gevel of de groene tuin of de aansluiting van de voorziening voor waterberging. De aanleg wordt uitsluitend gesubsidieerd indien kosten worden gemaakt door het laten uitvoeren van de aanleg door een professionele partij.

Artikel 1 lid 1 sub m: Definitie vergroening van tuin of erf

Onder het voorzien van groen en biodiversiteit valt het aanbrengen van beplanting als gras, bloemen, heggen, struiken, bomen of één of meer onderdelen van voorgenoemd groen. Het wijzigen van kortgemaaid gras (gazon) naar een plantsoen met struiken, heggen en/of bomen valt eveneens onder vergroening van tuin of erf.

Artikel 1 lid 1 sub o: Definitie kruidachtige beplanting

Onder houtige delen worden verstaan de harde, stevige onderdelen van een plant (zoals stammen en takken) die uit hout bestaan en de plant stevigheid geven. Houtige delen komen vooral voor bij bomen en struiken.

Artikel 1 lid 1 sub p: Definitie inheemse soort

Een inheems kruid betreft een inheemse soort zonder houtige delen. Zie voor de betekenis van houtige delen de toelichting op artikel 1 lid 1 sub n.

Artikel 3: Doelstelling

De doelstelling van deze subsidieregeling sluit aan bij de bredere duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Zandvoort en draagt bij aan een leefbare, gezonde en toekomstbestendige woonomgeving.

Artikel 4 lid 1: Aanleg subsidiabele activiteiten

De aanleg van de subsidiabele activiteiten kan ook door de aanvrager zelf worden gedaan. In dat geval worden geen aanlegkosten gemaakt en is de aanleg niet subsidiabel. Enkel de aanschafkosten kunnen dan worden gesubsidieerd.

Artikel 7 lid 1 sub a: doelstelling en reikwijdte regeling

Met doelstelling wordt bedoeld de doelstelling zoals omschreven in artikel 3 van de Subsidieregeling. Met binnen de reikwijdte van de regeling wordt bedoeld dat wordt voldaan aan de subsidiabele activiteiten en kosten zoals omschreven in artikel 4 en dat de aanvrager een persoon of instelling is zoals bedoeld in artikel 6.

Artikel 7 lid 4 sub b: Beplant grondoppervlak

Onder beplant grondoppervlak wordt hierbij verstaan dat het grondoppervlak betreft waarin vegetatie (zoals bloemen, heesters en/of bomen) in de volle grond is aangebracht, zodanig dat minimaal 60% van het oppervlak begroeid is met levende planten binnen drie maanden na de aanleg. Eventueel kan het grondoppervlak aangevuld worden met elementen die de biodiversiteit verhogen (zoals insectenhotels, vogelhuisjes, stapelmuurtjes van natuursteen of takkenrillen).

Artikel 7 lid 5 sub b: Plaatsing en aansluiting voorziening voor waterberging

Onder een deugdelijke en zorgvuldige plaatsing en aansluiting wordt verstaan dat de plaatsing dusdanig wordt uitgevoerd, dat de voorziening niet kan omvallen of verplaatsen en dat deze goed wordt bevestigd aan een regenpijp, zodat het opvangen van regenwater zonder lekkage kan plaatsvinden. Daarnaast dient de plaatsing zodanig te gebeuren dat het water goed kan afvloeien en dat de voorziening voor waterberging toegankelijk blijft voor het legen of onderhouden ervan. Het is ook van belang dat de kraan of afvoer van voorziening goed functioneert zonder verstoppingen.

Artikel 7 lid 8: instandhouding gesubsidieerde activiteit

Dit artikel geldt niet wanneer het niet redelijkerwijs mogelijk is voor de aanvrager om deze verplichting na te komen, bijvoorbeeld wanneer de aanvrager verhuisd is of de huur van een pand of erf waarvoor subsidie is aangevraagd, is opgezegd.