Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748395
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748395/1
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026
Geldend van 03-12-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026De raad van de gemeente Staphorst;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025;
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
B E S L U I T:
vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- 1.
GFT-afval: groente-, fruit- en tuinafval;
- 2.
Restafval: huishoudelijk afval niet zijnde GFT-afval, PMD-afval of PAP-afval;
- 3.
PMD-afval: plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons;
- 4.
PAP-afval: oud papier en karton;
- 5.
verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainers, die kunnen worden ontsloten door middel van chipkaarten.
- 6.
gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
-
1. Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
-
2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
-
1. Voorwerp van de belasting is een perceel.
-
2. Als perceel wordt aangemerkt:
- a.
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16 onderdeel a, c, d en f van de Wet waardering onroerende zaken;
- b.
een gedeelte van een onroerende zaak dat blijkens inrichting bestemd is tot het voeren van een particulier huishouden;
- c.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
- d.
een gedeelte van een in onderdeel c bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- e.
een samenstel van twee of meer in onderdeel c bedoelde roerende zaken of in onderdeel d bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
- f.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel c bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel d bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel e bedoeld samenstel.
- a.
Artikel 4 Belastingplicht
-
1. De belasting wordt geheven van degene die gebruik maakt van een perceel.
-
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt:
- a.
als gebruiker aangemerkt degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel. Bij gebruik door meer leden van een huishouden: een lid van een huishouden;
- b.
gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever). De gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;
- c.
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld; degene die het perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting te verhalen op degene aan wie dat perceel ter beschikking is gesteld.
- a.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
-
1. De maatstaf van heffing is een vast bedrag per perceel en een vast bedrag per lediging van restafval.
-
2. Het belastingbedrag bedraagt per perceel per jaar € 223,00.
-
3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid bedraagt de belasting voor het aanbieden van restafval, per lediging en/of aanbieding:
Containervolume
Bedrag per lediging
240 liter
€ 11,00
140 liter
€ 6,75
40 liter (verzamelcontainer)
€ 1,90
20 liter (verzamelcontainer)
€ 0,95
Artikel 6 Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
-
1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
-
2. Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
-
1. De belasting bedoeld in artikel 5, tweede lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
-
2. De belasting bedoeld in artikel 5, derde lid, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht.
-
3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 5, tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
-
4. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
-
5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
-
6. De belasting genoemd in artikel 5, derde lid, wordt niet geheven, als het totale belastingbedrag van de aanslag, dan wel van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00 bedraagt.
Artikel 9 Geen inzamelplicht
Door het niet nakomen van de inzamelplicht wordt de belasting niet geheven van de gebruikers van de percelen, die zijn gelegen op één van de onderstaande bungalow-/recreatieparken:
- 1.
Landschapspark Striks Erve, Heerenweg 72, 7955 PG IJhorst;
- 2.
Natuurpark De Witte Bergen, Paviljoenweg 1, 7955 PR IJhorst;
- 3.
Parklandgoed ’t Veldhuijs, Veldhuisweg 1, 7955 PP IJhorst;
- 4.
Resort Reestervallei, Veldhuisweg 4, 7955 PP IJhorst;
- 5.
Vakantiepark “De Rieverst”, Paviljoenweg 1, 7955 PR IJhorst.
Artikel 10 Vermindering wegens medisch afval
-
1. De belasting kan op verzoek worden verminderd als in een perceel huishoudelijke afvalstoffen ontstaan die het gevolg is van een medische indicatie. Het verzoek om vermindering moet voor het einde van het belastingjaar worden gedaan onder overlegging van een recent medisch advies of voorschrift van een huisarts of medisch specialist.
-
2. Kan door de belastingplichtige geen advies of voorschrift van de huisarts of een medisch specialist worden overgelegd, moet een eigen verklaring worden overgelegd waarbij aannemelijk kan worden aangetoond dat gebruik moet worden gemaakt van het materiaal dat medisch afval tot gevolg heeft. Een over te leggen verklaring wordt vergezeld door de overlegging van aankoopnota’s of anderszins waaruit het gebruik van het materiaal op het moment van de aanvraag blijkt.
-
3. De hoogte van de te verlenen vermindering van de belasting wordt naar de omstandigheden beoordeeld. De te verlenen vermindering van de belasting bedraagt per belastingjaar niet meer dan de helft van het totale aantal ledigingen voor het restafval van het perceel in dat jaar.
-
4. In verband met een te behandelen verzoek van de belastingplichtige is de heffingsambtenaar bevoegd om medisch advies in te winnen.
-
5. Om de noodzakelijkheid van een te verlenen vermindering te onderzoeken is de heffingsambtenaar bevoegd om de belastingplichtige periodiek te verzoeken om een recent medisch advies of voorschrift, dan wel het overleggen van aankoopnota’s of anderszins waaruit het gebruik van het materiaal nog steeds blijkt.
Artikel 11 Termijnen van betaling
-
1. Een aanslag moet worden betaald in maximaal twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede twee maanden later.
-
2. In afwijking van het eerste lid geldt dat als een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, en het belastingbedrag € 20,00 of hoger is, moet de belasting:
- a.
bedoeld in artikel 5, eerste lid, die bij wege van aanslag geheven, worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later;
- b.
bedoeld in artikel 5, tweede lid, die bij wege van aanslag wordt geheven en waarbij de belastingplicht in de loop van het belastingjaar is geëindigd, worden betaald in drie termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
- a.
-
3. Als de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid, onderdeel a, tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd vervalt de machtiging tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen genoemd in het eerste lid.
-
4. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.
-
5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 Overgangsrecht
De “Verordening afvalstoffenheffing 2025” van 12 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing 2026”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst van 11 november 2025.
Voorzitter,
Griffier,
TOELICHTING BIJ DE “VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2026”
1 Algemeen
1.1. Vindplaatsen wet- en regelgeving
De afvalstoffenheffing is gebaseerd op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
1.2. Het doel van de afvalstoffenheffing
Het doel van de afvalstoffenheffing is het genereren van inkomsten, zodat hiermee de kosten van het inzamelen van huishoudelijk afval in de gemeente Staphorst kunnen worden verhaald.
1.3. Karakter van de afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een belasting. Tegenover de heffing staat geen individueel aanwijsbare tegenprestatie in de vorm van het werkelijk meenemen van huishoudelijke afvalstoffen. Bij de heffing gaat het om de nakoming van de wettelijke inzamelverplichting bij het perceel door de gemeente. Als de gemeente haar wettelijke inzamelverplichting bij een perceel niet nakomt, dan kan voor dat perceel geen afvalstoffenheffing worden geheven.
Hoewel er tegenover de afvalstoffenheffing geen individueel aanwijsbare tegenprestatie staat, is de belasting wel een bestemmingsheffing. De opbrengst van de afvalstoffenheffing mag daarom alleen worden aangewend voor de kosten die de gemeente maakt voor de inzameling van huishoudelijk afval. Volgens artikel 15.33 van de Wet milieubeheer geldt hierbij een limiet. Die limiet betekent dat de totale opbrengst van de afvalstoffenheffing niet hoger mag zijn dan 100% van de totale kosten die door de gemeente voor de afvalstoffeninzameling in een jaar worden geraamd.
1.4. De inrichting van de heffing
De afvalstoffenheffing kent in de gemeente Staphorst twee tariefsoorten:
- a.
een vast bedrag dat voor elk perceel per belastingjaar wordt geheven, ongeacht de vraag of vanuit het perceel afvalstoffen aan de gemeente worden aangeboden en hoe vaak dit gebeurt. Dit tarief wordt in het begin van het belastingjaar opgelegd;
- b.
een bedrag dat per lediging wordt geheven. De hoogte van het bedrag per lediging is afhankelijk van de grootte van de minicontainer (ook wel kliko of rolemmer genoemd) of van de hoeveelheid afval die per keer in een verzamelcontainer wordt aangeboden. De hoogte van het tarief is bepaald door de hoeveelheid huishoudelijk afval die per lediging kan worden aangeboden.
-
Pas na afloop van het kalenderjaar kan worden vastgesteld hoeveel ledigingen er bij een perceel zijn geweest. De aanslag waarmee de ledigingen worden afgerekend, wordt daarom pas na afloop van het belastingjaar opgelegd. Is de belastingplicht al in de loop van het belastingjaar beëindigd, dan kan direct na afloop van die belastingplicht al een aanslag met de afrekening van de ledigingen van dat jaar worden opgelegd.
-
Het tarief voor de ledigingen heeft alleen betrekking op ingezameld restafval. Voor andere soorten huishoudelijk afval die eveneens afzonderlijk worden ingezameld, worden geen afzonderlijke tarieven geheven.
1.5. Samenloop met andere gemeentelijke verordeningen
In de gemeente Staphorst is de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen geregeld in de “Afvalstoffenverordening gemeente Staphorst 2024”, die is uitgewerkt met het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Staphorst 2016”.
De verordening die de afvalstoffenheffing regelt, kent hierdoor een samenloop met deze verordening en het uitvoeringsbesluit. De afvalstoffenverordening regelt onder andere welke inzamelmiddelen worden gebruikt bij de inzameling, hoe en wanneer huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.
De inhoud van zo’n verordening heeft dus gevolgen voor de verordening die de heffing van de afvalstoffenheffing regelt. Tussen beide verordeningen bestaat hierdoor een bepaalde samenhang. De wijze waarop de inzameling wordt georganiseerd bepaalt immers ook hoe de tarieven van de afvalstoffenheffing worden ingericht.
2 Wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening
2.1. Vastgestelde tariefswijzigingen
De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn ten opzichte van het vorige jaar als volgt gewijzigd:
|
Tariefsoort |
Tarief 2025 |
Tarief 2026 |
Wijzigingsperc. |
|
Vastrechttarief, per perceel, per jaar |
€ 217,00 |
€ 223,00 |
+ 2,74% |
|
Tarief per lediging (minicontainer, 240 liter) |
€ 10,60 |
€ 11,00 |
+ 3,78% |
|
Tarief per lediging (minicontainer, 140 liter) |
€ 6,50 |
€ 6,75 |
+3,85% |
|
Tarief per lediging (verzamelcontainer, 40 liter) |
€ 1,80 |
€ 1,90 |
+ 5,56% |
|
Tarief per lediging (verzamelcontainer, 20 liter) |
€ 0,90 |
€ 0,95 |
+ 5,56% |
Het vastrechttarief is met hetzelfde percentage gestegen als de meeste tarieven die met gangbare inflatiecorrectie worden verhoogd. Bij de tarieven voor de ledigingen worden elk jaar de adviestarieven van de ROVA gevolgd die zij aan de deelnemende gemeenten in rekening brengt. De gemiddelde stijging van deze tarieven is het komende jaar 4,35%. Om werkbare tarieven te krijgen, varieert die stijging door afronding tussen de 3,78% en 5,56%. Bij deze stijgingspercentages wordt aangetekend dat deze tarieven in 2025 geen tariefstijging hebben doorgemaakt.
2.2. Andere wijzigingen
In de vastgestelde verordening zijn – ten opzichte van de verordening van het vorig jaar - geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Wel zijn, waar dat mogelijk was, teksten van artikelen beter leesbaar gemaakt. Hierbij is gebruikgemaakt van de modelverordeningen van de VNG. In artikel 10 is de regeling voor vermindering wegens medisch afval opnieuw uitgewerkt, waardoor deze regeling nu beter past bij de uitvoeringspraktijk van deze regeling.
3 Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1Begripsomschrijvingen
In dit artikel wordt een omschrijving gegeven van een aantal begrippen die bij de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en voor de heffing van de afvalstoffenheffing relevant zijn.
Artikel 2Aard van de belasting en belastbaar feit
Eerste lid
In het eerste lid wordt een verwijzing gemaakt naar artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Op grond van dit wetsartikel mag de gemeente afvalstoffenheffing heffen.
Tweede lid
Het tweede lid regelt het de omschrijving van het belastbare feit. Het is toegestaan om voor elk belastbaar feit een afzonderlijke aanslag op te leggen. Dit is uitgewerkt in artikel 7, tweede lid, van deze verordening. Hierdoor kan per belastbaar feit een aparte aanslag worden opgelegd.
In de gemeente Staphorst is er wel voor gekozen om niet per afzonderlijke lediging te heffen maar om alle ledigingen die een jaar hebben plaatsgehad bij elkaar op te tellen en vervolgens in één keer af te rekenen. Een dergelijke regeling betekent dan wel dat de grootte van de belastingschuld pas na afloop van het belastingjaar kan worden vastgesteld, waardoor de ledigingen pas na afloop van het jaar kunnen worden afgerekend.
Als een belastingplichtige in de loop van het belastingjaar verhuist en de gemeente verlaat, eindigt de belastingplicht in Staphorst al in de loop van het kalenderjaar. In dat geval is het mogelijk om de ledigingen al direct na beëindiging van de belastingplicht tussentijds af te rekenen, wat in Staphorst ook gebeurt.
Artikel 3Voorwerp van de belasting
Eerste lid
Het voorwerp van de belasting is een perceel. Door de omschrijving van het belastbare feit in artikel 2 van de verordening beperkt de belasting zich tot percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting heeft. Bij een aantal percelen wordt deze inzamelverplichting niet nagekomen, waardoor de afvalstoffenheffing voor die percelen achterwege blijft. Dit is uitgewerkt in artikel 9 van deze verordening.
Tweede lid
Voor de objectafbakening van het perceel wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de afbakening zoals die eveneens voor de toepassing van de Wet WOZ voor onroerende zaken is. Is het perceel een roerende zaak, dan wordt aansluiting gezocht bij de jurisprudentie die zich rondom de roerendezaakbelastingen in den lande heeft gevormd.
In het tweede lid is eveneens geregeld hoe omgegaan moet worden als een perceel uit meerdere zelfstandig te gebruiken gedeelten bestaat, of wanneer meerdere van die gedeelten bij één en dezelfde gebruiker in gebruik zijn (samenstelbepaling).
Artikel 4Belastingplicht
Dit artikel regelt wanneer voor een perceel een aanslag afvalstoffenheffing kan worden geheven en wie voor deze aanslag in aanmerking komt.
Als belastingplichtige wordt aangewezen degene die, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikmaakt van een perceel waarvoor een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt (zie de artikelen 15.33, 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer). Wie de gebruiker van een perceel is, wordt veelal bepaald aan de hand van de Basisregistratie Personen.
Of een perceel wordt gebruikt kan worden afgeleid door de aanwezigheid van meubilair en andere goederen. Het gaat hierbij om de beschikkingsmacht van een perceel, zodat feitelijke aanwezigheid van personen geen vereiste is. Hierdoor kan een aanslag worden opgelegd aan een persoon die een perceel aan één of meerdere personen ter beschikking stelt, bijvoorbeeld voor kamerverhuur of bij volgtijdig gebruik van bijvoorbeeld vakantiewoningen.
Als gelijktijdig voor één perceel meerdere personen als gebruiker van een perceel kunnen worden aangewezen, dan wordt de aanslag voor dat perceel op naam gesteld van één van hen. Het opleggen van een dergelijke aanslag vraagt dan om het maken van keuze. Bij het maken van die keuze wordt gebruikgemaakt van de regeling zoals die is opgenomen in de “Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie”. In deze beleidsregels is geregeld hoe die keuze gemaakt wordt.
Artikel 5Maatstaf van heffing en belastingtarief
Eerste en tweede lid
In het eerste lid is aangegeven dat als maatstaf van heffing een vast bedrag per perceel per jaar geldt. Het tweede lid geeft de hoogte van het bedrag weer dat voor het belastingjaar van toepassing is.
Derde lid
In het derde lid zijn de tarieven genoemd die per lediging worden geheven. De tarieven verschillen naar de volume van een minicontainer of van de verzamelcontainer waarvan gebruik wordt gemaakt. Op deze wijze wordt op indirecte wijze rekening gehouden met de verschillen in de hoeveelheid afvalstoffen die per lediging kunnen worden aangeboden.
Artikel 6Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7Wijze van heffing
In dit artikel is de wijze van heffing geregeld. De afvalstoffenheffing wordt geheven door middel van een aanslagbiljet. Dit geldt ook voor ledigingen waarvoor afzonderlijk wordt geheven. Zoals hiervoor uiteen is gezet, worden de ledigingen éénmaal per jaar na afloop van dat jaar afgerekend.
Artikel 8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Eerste lid
In dit artikellid is geregeld dat het vastrechttarief (zie artikel 5, tweede lid, van de verordening) is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. Dit maakt het mogelijk om deze aanslag voor dit tarief al direct na het begin van het belastingjaar voor het hele jaar op te leggen.
Tweede lid
Het tweede lid regelt de belastingplicht van de afvalstoffenheffing die voor het aantal ledigingen wordt geheven. Volgens dit artikellid kan een aanslag pas na afloop van het belastingjaar worden opgelegd. Eindigt de belastingplicht van een perceel al in de loop van het belastingjaar, dan kan de aanslag al in de loop van het jaar na de beëindiging van de belastingplicht worden opgelegd.
Derde lid
Als een nieuwe bewoner zich pas in de loop van het jaar in een woning vestigt, en dan pas de gebruiker van dat perceel wordt, dan begint de belastingplicht pas op dat moment in het kalenderjaar. In dit artikellid is geregeld dat die belastingplicht begint op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de nieuwe gebruiker het perceel in gebruik heeft genomen. De aanslag wordt dan voor een deel van het jaar opgelegd. Dat deel van het jaar bestaat dan uit het aantal volle maanden dat er in een jaar resteert.
Vierde lid
De belastingplicht eindigt al in de loop van het kalenderjaar, als de gebruiker in de loop van dat jaar uit een woning vertrekt of overlijdt. De belasting wordt dan geheven naar het aantal maanden dat iemand een perceel in gebruik heeft gehad. Meestal is al in het begin van het belastingjaar een aanslag opgelegd. Die eerder opgelegde aanslag wordt dan gecorrigeerd door een ontheffingsbesluit. De ontheffing wordt verleend voor het aantal volle kalendermaanden die na het beëindigen van de belastingplicht nog in een jaar overblijven.
Vijfde lid
Het derde en vierde lid worden niet toegepast als een belastingplichtige in de loop van het jaar verhuist en binnen de gemeente weer een ander perceel in gebruik neemt. Dit is een efficiencymaatregel waardoor de eerder in dat jaar opgelegde aanslag eveneens voor zijn nieuw betrokken perceel blijft gelden. In dergelijke gevallen is het bedrag van een te verlenen ontheffing (voor het vorige perceel) immers even hoog als het bedrag van de aanslag (voor het nieuwe perceel). Het opmaken van een ontheffingsbesluit en het weer opleggen van een aanslag blijven in die gevallen daarom achterwege.
Zesde lid
Bij de afrekening van de ledigingen kunnen heel kleine aanslagbedragen voorkomen, bijvoorbeeld omdat een perceel bij een gebruikerwisseling maar een deel van het jaar bij dezelfde gebruiker in gebruik is geweest. In dat geval hoeven er maar een beperkt aantal ledigingen te worden afgerekend. Een aanslag blijft volgens dit artikellid achterwege als het op te leggen bedrag minder dan € 5,- bedraagt.
Artikel 9Geen inzamelplicht
Bij een aantal percelen in de gemeente wordt de inzamelverplichting niet nagekomen. Het gaat om een vijftal vakantieparken in IJhorst. Met de exploitanten van deze parken is afgesproken dat zij zelf zorgdragen voor de verwijdering van het huishoudelijk afval dat door de huurders van de vakantiewoningen wordt aangeboden. Hierdoor worden er voor de woningen in deze vakantieparken geen aanslagen afvalstoffenheffing opgelegd.
Artikel 10Vermindering wegens medisch afval
Bij een deel van de inwoners van de gemeente ontstaat gemiddeld genomen meer afval dan bij andere huishoudens, omdat één of meerdere leden van dat huishouden te maken hebben met een ziekte of handicap. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan mensen die thuis dialyseren of als er sprake is van een bovenmatige hoeveelheid incontinentiemateriaal. Door de aanwezigheid van het medisch afval is het aantal ledigingen dat in een jaar bij deze percelen plaatsheeft dan ook hoger dan bij andere percelen.
Voor deze percelen is een verminderingsregeling opgenomen, waardoor niet voor alle ledigingen betaalt hoeft te worden. De regeling in artikel 10 regelt hoe een aanvraag voor een vermindering kan worden gedaan en hoe deze aanvraag in behandeling wordt genomen. In dit artikel is ook een aantal verplichtingen opgenomen die verband houden met de toetsing van een aanvraag.
Artikel 11Termijnen van betaling
Eerste en tweede lid
In de meeste gevallen zijn er voor een belastingplichtige meerdere heffingen van toepassing. Getracht worden de WOZ-beschikking en de aanslagen afvalstoffenheffing, onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en hondenbelasting zoveel mogelijk gezamenlijk op één aanslagbiljet op te leggen. Hierdoor heeft de belastingplichtige al bij het begin van het belastingjaar een overzicht van de omvang van zijn belastingverplichtingen die hij voor dat jaar aan de gemeente Staphorst heeft.
Door de combinatie van meerdere belastingsoorten kan het totaalbedrag van het aanslagbiljet wel oplopen. De belastingplichtige die een aanslag krijgt opgelegd, kan voor de betaling van het aanslagbiljet kiezen voor:
- a.
het afgeven van een machtiging voor automatische incasso. Het totaalbedrag van het aanslagbiljet wordt dan verdeeld over zoveel termijnen als er nog volle maanden in een jaar overblijven. Uitgangspunt is dat het volledige aanslagbedrag aan het einde van het jaar is voldaan. In de meeste gevallen wordt het aanslagbiljet in januari verzonden, zodat het totaalbedrag in elf termijnen (februari tot en met december) wordt afgeschreven. Als een aanslagbiljet pas in het laatste kwartaal van het jaar wordt opgelegd, dan gelden er in ieder geval drie termijnen;
- b.
is geen keuze gemaakt voor automatische incasso, dan is het totaalbedrag verschuldigd in twee termijnen. De eerste termijn moet één maand later zijn betaald, de tweede en laatste termijn drie maanden later. Degene aan wie het aanslagbiljet wordt toegezonden, zorgt in dit geval zelf voor de betaling.
Derde lid
Als een machtiging voor automatische incasso is afgegeven komt het voor dat een termijnbedrag niet kan worden afgeschreven. In de meeste gevallen is het beschikbare saldo van de bankrekening niet voldoende om te kunnen afschrijven. De belastingschuldige wordt hierover per brief geïnformeerd. Het bedrag van de niet-geïncasseerde termijn wordt dan bij de eerstvolgende termijn meegenomen, waardoor dan gelijktijdig twee maandelijkse termijnen worden afgeschreven. Mocht de automatische incasso nogmaals mislukken, dan wordt de automatische incasso voor dat jaar beëindigd. Dit is om te voorkomen dat aan het einde van het jaar nog een groot restbedrag openstaat.
Het stoppen van de automatische incasso betekent dat het aantal betalingstermijnen wordt teruggebracht. Wordt de automatische incasso gestopt, dan geldt hetzelfde aantal termijnen als voor aanslagen waarvoor geen machtiging was afgegeven. Omdat voor deze aanslagen maar twee termijnen gelden, is op het moment van beëindigen van de automatische incasso het aanslagbiljet meestal al helemaal vervallen. Dit betekent dat het volledige openstaande bedrag ineens verschuldigd is geworden. In die gevallen wordt een betalingsherinnering toegezonden. Blijft betaling opnieuw uit, dan worden als dit nodig is de gebruikelijke wettelijke middelen (aanmaning, dwangbevel en zo nodig beslaglegging) ingezet.
Vierde lid
In de belastingheffing hebben we soms te maken met zogenaamde “bestuurlijke boetes”. Dit betreft bijvoorbeeld een verhoging bij een navorderingsaanslag, omdat de belastingplichtige niet heeft voldaan aan bepaalde wettelijke verplichtingen. In de belastingpraktijk van de gemeente Staphorst komt eigenlijk bijna nooit voor. Voor de situaties waarin dit wel nodig is, is dit artikellid hier opgenomen.
Vijfde lid
De Algemene Termijnenwet is ook van toepassing op gemeentelijke belastingen. Deze wet regelt onder andere hoe bij beslis- of betalingstermijnen omgegaan moet worden met feestdagen en dergelijke. Gemeenten zijn niet verplicht om deze wet te volgen. Om deze reden is de werking van deze wet hier niet overgenomen.
Artikel 12Overgangsrecht
Dit artikel regelt de intrekking van de oude verordening als er weer een nieuwe verordening wordt vastgesteld. Hierbij is eveneens overgangsrecht geregeld. Het is mogelijk dat een nieuwe verordening nog niet in werking is getreden, bijvoorbeeld omdat deze nieuwe verordening nog niet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In dat geval blijft de oude verordening gewoon gelden, zodat heffing in dat geval wel mogelijk blijft.
Artikel 13Inwerkingtreding
In het eerste lid wordt het moment van de inwerkingtreding van de nieuwe, opvolgende belastingverordening geregeld. In de gemeente Staphorst worden belastingverordeningen steeds al vóór het begin van het volgende belastingjaar vastgesteld en ook officieel bekendgemaakt. Gelet op het eerste lid zou de nieuwe verordening dan gelijk in werking treden. Volgens het tweede lid is daarom een datum van ingang van de heffing van toepassing. De verordening treedt daarom pas in werking op 1 januari 2026.
Artikel 14Citeertitel
Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening. Meestal is een citeertitel korter dan de volledige naam van een verordening. In de citeertitel wordt veelal het jaartal genoemd waarvoor de verordening van toepassing is of – als deze meerdere jaren geldt - het jaar waarin deze geldig is geworden.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl