Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2026

Geldend van 03-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2026

De raad van de gemeente Staphorst;

gezien het voorstel van het college van 7 november 2025;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2026

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.

  • 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

  • 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf van:

  • 1.

    degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;

  • 2.

    een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

  • 3.

    degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen dat vermenigvuldigd wordt met het aantal nachten dat die personen verblijf in de gemeente hebben gehouden.

Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • a.

      kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of een soortgelijk onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht of worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

    • b.

      kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen, merendeels ten behoeve van recreatief nachtverblijf;

    • c.

      vaste standplaats: terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van hetzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar;

    • d.

      volgtijdige standplaats: terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van kampeermiddelen;

    • e.

      woning: huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen;

    • f.

      particulier: natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf;

    • g.

      particulier verhuurde ruimte: woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.

  • 2. Voor particulier verhuurde woningen en voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen bedoeld in artikel 4 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire vaststelling wordt het aantal overnachtingen gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, overeenkomstig het bepaalde in het derde tot en met vijfde lid.

  • 3. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen wordt per standplaats:

    • a.

      het aantal overnachtende personen gesteld op 3 personen;

    • b.

      het aantal malen dat onder de in onderdeel a bedoelde personen is overnacht, bepaald op 56;

  • 4. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op een volgtijdige standplaatsen, wordt:

    • a.

      het aantal overnachtende personen gesteld op de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van ten hoogste drie personen vermenigvuldigd met 2 en de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie personen vermenigvuldigd met 3;

    • b.

      het aantal malen dat onder de in onderdeel a bedoelde personen is overnacht bepaald op 365;

    • c.

      bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde ruimten, per ruimte:

      • 1.

        het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen;

      • 2.

        het aantal malen dat onder de in onderdeel c, onderdeel 1, bedoelde personen is overnacht bepaald op 65;

    • d.

      bij de forfaitaire berekening van woningen wordt:

      • 1.

        voor een verblijf met maximaal 4 slaapplaatsen: het aantal overnachtende personen gesteld op 4;

      • 2.

        voor een verblijf met meer dan 4 slaapplaatsen: het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen;

      • 3.

        het aantal malen dat onder de in onderdeel d., 1 en 2, bedoelde personen is overnacht, bepaald op 200.

Artikel 6 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het inwerkingtreden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks aan de heffingsambtenaar schriftelijk te melden.

Artikel 7 Aangifte

  • 1. De (vermoedelijk) belastingplichtige, aan wie een aangiftebiljet is uitgereikt, is gehouden binnen één maand na dagtekening dit aangiftebiljet ingevuld en ondertekend te retourneren.

  • 2. Indien twee weken na dagtekening van een herinnering om aangifte te doen de (vermoedelijk) belastingplichtige geen aangifte heeft gedaan, kan de gemeente ambtshalve een aanslag opleggen.

Artikel 8 Nachtverblijfregister

  • 1. Iedereen, die een uitnodiging tot het doen van aangifte heeft ontvangen, is verplicht de aangifte ingevuld en ondertekend tezamen met een nachtverblijfregister in te dienen.

  • 2. De vorm van het nachtverblijfregister is vrij, maar bevat tenminste met betrekking tot een ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft, de volgende gegevens:

    • a.

      naam, adres en woonplaats van de (hoofd)persoon die overnacht;

    • b.

      totaal aantal personen;

    • c.

      datum van aankomst en datum van vertrek;

    • d.

      het aantal overnachtingen waarvoor de belasting verschuldigd is.

  • 3. Met betrekking tot verblijf, ter zake waarvan de belasting wordt geheven naar een forfaitaire regeling, is de in het eerste lid genoemde verplichting beperkt tot de in het tweede lid onder sub a genoemde gegevens tezamen met de aanduiding (naam of nummer) van de standplaats waar wordt overnacht.

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting € 1,25.

Artikel 11 Wijze van belastingheffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 12 Voorlopige aanslag

  • 1. Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.

  • 2. De voorlopige aanslag, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op 90% van het aantal overnachtingen gerealiseerd in het voorgaande belastingjaar maal het tarief. Indien vóór het opleggen van de voorlopige aanslag aannemelijk is dat het aantal overnachtingen vermoedelijk lager zal zijn dan 90% van het aantal overnachtingen gerealiseerd in het voorgaande belastingjaar, wordt de voorlopige aanslag bepaald op het vermoedelijke aantal overnachtingen maal het tarief.

  • 3. De voorlopige aanslag wordt met de aanslag verrekend.

Artikel 13 Aanslaggrens

Een aanslag wordt niet vastgesteld indien de verschuldigde belasting minder dan € 5,- bedraagt.

Artikel 14 Betalingstermijnen

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de:

    • a.

      voorlopige aanslagen ingevorderd in 3 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die waarin het aanslagbiljet is gedagtekend, de tweede een maand na de eerste vervaldag en zo vervolgens;

    • b.

      overige aanslagen ingevorderd in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 15 Overgangsrecht

De “Verordening toeristenbelasting 2025” van 12 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst van 11 november 2025.

Voorzitter,

Griffier,

TOELICHTING BIJ DE “VERORDENING TOERISTENBELASTING 2026”

1 Algemeen

1.1. Vindplaatsen wet- en regelgeving

De toeristenbelasting is gebaseerd op artikel 224 van de Gemeentewet.

1.2. Doel van de toeristenbelasting

De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Het doel van de toeristenbelasting is het genereren van inkomsten voor de gemeente, zodat daarmee de instandhouding van algemene voorzieningen kan worden betaald.

De rechtsgrond van de toeristenbelasting bestaat voornamelijk uit de kosten die door gemeente worden gemaakt voor het verblijfstoerisme. Dit kunnen zowel zichtbare kosten (bijvoorbeeld subsidies of promotiekosten die worden gemaakt om toeristen aan te trekken) als onzichtbare kosten zijn (bijvoorbeeld voor investeringen en het onderhoud van openbare wegen, die door de aanwezigheid van de toeristen intensiever worden gebruikt). Met het heffen van een toeristenbelasting wordt voorkomen dat deze extra kosten volledig ten laste van de lokale bevolking komen. In de regel heeft die van de aanwezigheid van de toeristen geen profijt.

1.3. Karakter van de toeristenbelasting

De toeristenbelasting is een echte belasting. Tegenover deze belasting staat geen individueel aanwijsbare tegenprestatie. Hoewel de gemeente wel kosten maakt die verband houden met het houden van (recreatie)verblijf door niet-ingezetenen van de gemeente, kenmerkt deze belasting zich niet als een bestemmingsheffing. Er bestaat daarom geen relatie tussen de opbrengst van de toeristenbelasting en de kosten die door de gemeente worden gemaakt.

Voor de heffing van de toeristenbelasting moet het verblijf houden wel een enigszins duurzaam karakter hebben. Daarom is het nodig dat een persoon die in de gemeente verblijf houdt, ten minste éénmaal in de gemeente overnacht. De toeristenbelasting wordt daarom niet geheven van dagjestoeristen.

1.4. De inrichting van de heffing

De toeristenbelasting wordt geheven van personen of bedrijven die gelegenheid bieden aan personen die in de gemeente nachtverblijf houden zonder hier ingeschreven te zijn in de Basisregistratie Personen. De toeristenbelasting wordt meestal geheven van exploitanten van hotels, pensions, campings, vakantieparken en dergelijke. Ook particulieren die in de zomerperiode één of meer kamers in hun woning verhuren aan toeristen, krijgen met de toeristenbelasting te maken.

Bij de heffing van toeristenbelasting geldt wel als voorwaarde dat het moet gaan om het tegen vergoeding houden van verblijf in de gemeente. Het begrip vergoeding moet ruim worden uitgelegd. Bij een vergoeding gaat het niet alleen om een kamerprijs van een hotel of de huur van een vakantiehuisje of de van een plek op een camping. De betaling van cursusgeld voor een training, waarbij voor die training in de gemeente moet worden overnacht, kwalificeert zich even goed als een vergoeding.

Daarbij moet het begrip “verblijf houden” evenzeer ruim worden genomen. Iedereen die nachtverblijf houdt in de gemeente zonder ingeschreven te zijn in de Basisregistratie Personen valt daardoor onder de werking van de toeristenbelasting. Hoewel de naam van de belasting misschien anders doet vermoeden, hoeft het verblijf in de gemeente geen toeristisch karakter te hebben. Een verblijf in de gemeente kan ook zakelijke doeleinden dienen of omdat nodig zijn omdat iemand een opleiding of training volgt. Door deze ruime interpretatie vallen de in de gemeente wonende arbeidsmigranten ook onder de belastingplicht van de toeristenbelasting. De belasting wordt dan geheven van de bedrijven die voor de huisvesting van de arbeidsmigranten zorgen.

De toeristenbelasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen, waarbij het aantal personen dat verblijf houdt wordt vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij in de accommodatie verblijven. Het aantal overnachtingen wordt bepaald aan de hand van een nachtverblijfregister dat door de exploitant van een accommodatie wordt bijgehouden.

Eénmaal per jaar worden de exploitanten van alle accommodaties uitgenodigd om aangifte te doen. Na de controle van de ingevulde gegevens wordt de hoogte van het aanslagbedrag bepaald en de aanslag voor het betreffende jaar opgelegd.

Op verzoek van de exploitant van een accommodatie kan de toeristenbelasting ook worden afgerekend met een zogenoemd forfaitair tarief. De belasting wordt dan niet meer afgerekend op basis van het werkelijk aantal overnachtingen in een accommodatie. Bij de toepassing van een forfaitair tarief wordt het aantal beschikbare slaapplaatsen vermenigvuldigd met een in de verordening bepaald aantal overnachtingen. Het aantal overnachtingen is volgens artikel 5 van de verordening gerelateerd met het soort accommodatie. Hiermee wordt op indirecte wijze rekening gehouden met het aantal overnachtingen dat in elk type accommodatie gemiddeld genomen plaatsheeft.

1.5. Samenhang tussen forensenbelasting en toeristenbelasting

De toeristenbelasting wordt niet geheven van personen die voor een gemeubileerde woning voor zich beschikbaar heeft en hiervoor belastingplichtig is voor de forensenbelasting. Dit is geregeld in een vrijstelling die in artikel 3 van deze verordening is geregeld.

Het komt voor dat iemand die een gemeubileerde woning in de gemeente voor zichzelf beschikbaar heeft, daarin met enige regelmaat verblijft (en waarvoor belastingplicht voor de forensenbelasting bestaat) zijn woning – naast het eigen gebruik - in zekere periodes in het jaar eveneens aan vakantiegangers verhuurt. Er ontstaat dan eveneens belastingplicht voor de toeristenbelasting. In dergelijke gevallen ontvangt iemand dan zowel een aanslag forensenbelasting als een aanslag toeristenbelasting.

De vrijstelling die in artikel 3 is opgenomen ziet daarom alleen op de overnachtingen die door de eigenaar van de woning (en die belastingplichtig is voor de forensenbelasting) zelf of door zijn gezinsleden in de woning worden gemaakt. Deze overnachtingen tellen dan niet mee voor de toeristenbelasting. Voor de toeristenbelasting moeten dan wel de overnachtingen worden geteld die door andere tijdelijke vakantiegangers in zijn woning zijn gemaakt. Deze overnachtingen moeten dan eveneens worden bijgehouden in een zogenoemd nachtverblijfregister dat volgens artikel 8 van deze verordening moet worden bijgehouden.

2 Wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening

2.1. Vastgestelde tariefswijzigingen

Het tarief van de toeristenbelasting is ten opzichte van het vorig jaar niet gewijzigd. De recreatiesector wil graag tijdig bekendheid over eventuele tariefsverhogingen. Dit met het oog op contractuele verplichtingen die al lang van tevoren met klanten worden aangegaan. Vorig jaar is het tarief verhoogd van € 1,00 naar € 1,25. Met het recreatieve bedrijfsleven is afgesproken dat dit tarief van toepassing blijft tot en met het jaar 2027.

2.2. Andere wijzigingen

In de vastgestelde verordening zijn – ten opzichte van de verordening van het vorig jaar - geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Wel zijn, waar dat mogelijk was, teksten van artikelen beter leesbaar gemaakt of is de volgorde van artikelen aangepast waardoor die in een logischer volgorde bij elkaar staan. Hierbij is gebruikgemaakt van de nieuwste beschikbare versie van de modelverordening toeristenbelasting van de VNG.

3 Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1Belastbaar feit

Volgens dit artikel wordt de toeristenbelasting geheven voor het houden van verblijf dat tegen de betaling van een zekere vergoeding plaatsheeft. Daarbij wordt de toeristenbelasting alleen geheven van die personen die geen inwoner van de gemeente zijn.

Artikel 2Belastingplicht

Dit artikel regelt wie belastingplichtig is. De toeristenbelasting wordt geheven voor het bieden van gelegenheid tot het houden van verblijf in de gemeente. Degene die belastingplichtig is, mag de belasting wel verhalen op degene die verblijf houdt.

Artikel 3Vrijstellingen

In de verordening is een aantal vrijstellingen opgenomen. De heffing van de toeristenbelasting blijft achterwege als iemand:

  • a.

    verblijf houdt in een verpleeghuis of zorginstelling;

  • b.

    als vluchteling rechtmatig verblijf in de gemeente houdt en opgevangen wordt door het COA;

  • c.

    verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf iemand eveneens forensenbelasting verschuldigd is.

Hiervoor is bij de behandeling van de samenhang tussen de forensenbelasting en de toeristenbelasting al ingegaan op de vrijstelling die is opgenomen in onderdeel c. Daarom is hier een verdere toelichting achterwege gelaten.

Artikel 4Maatstaf van heffing

Volgens dit artikel wordt de belasting geheven naar het aantal overnachtingen die in de gemeente worden gemaakt.

Artikel 5Forfaitair tarief

Degene die een accommodatie exploiteert kan verzoeken om de toeristenbelasting af te rekenen naar een forfaitair tarief. In dergelijke gevallen hoeft dan geen nachtverblijfregister meer te worden bijgehouden. Een forfaitair tarief is daarom vooral bedoeld als een administratieve vereenvoudiging voor accommodaties waarin het aantal personen regelmatig wisselt en daardoor soms moeilijk is vast te stellen.

Artikel 6Aanmeldingsplicht

Als een nieuwe verblijfsaccommodatie wordt opgestart dan is de exploitant gehouden zich bij de gemeente te melden. Hierdoor kunnen de gegevens van deze accommodatie worden vastgelegd en kan aan het einde van het jaar tijdig een aangifteformulier worden toegezonden. Als de exploitant niet eerder een accommodatie in de gemeente Staphorst gehad, dan ontvangt hij eveneens informatie over de werking van de toeristenbelasting.

Artikel 7Aangifte

Dit artikel regelt de wijze van het doen van aangifte. Geregeld is wie tot het doen van aangifte verplicht is en binnen welke termijn dat gedaan moet worden.

Artikel 8Nachtverblijfregister

Exploitanten van verblijfsaccommodaties zijn verplicht om een nachtverblijfregister bij te houden. De exploitant is vrij om te bepalen hoe dit register wordt ingericht en op welke wijze dit wordt bijgehouden. Om de juistheid van de jaarlijks ingediende aangifte te kunnen beoordelen is het wel noodzakelijk dat bepaalde gegevens uit het nachtverblijfregister verstrekt kunnen worden. Het tweede lid regelt om welke gegevens dit gaat.

Artikel 9Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10Belastingtarief

In dit artikel is het tarief opgenomen wat per overnachting wordt geheven.

Artikel 11Wijze van belastingheffing

De toeristenbelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 12Voorlopige aanslag

De aanslag toeristenbelasting wordt pas na afloop van het belastingjaar opgelegd, omdat eerst het aantal overnachtingen bekend moet zijn. In sommige gevallen kan het zinvol zijn al eerder een aanslag op te leggen. Dit is bijvoorbeeld denkbaar bij hele grote accommodaties waarvoor het gewenst kan zijn dat de afdracht van de toeristenbelasting al in de loop van het jaar plaatsheeft.

Een voorlopige aanslag kan ook van belang zijn als na afloop van het belastingjaar het aantal overnachtingen in een accommodatie nog niet is vast te stellen. Met het opleggen van een voorlopige aanslag wordt al een zekere belastingopbrengst gerealiseerd.

Dit artikel regelt de bevoegdheid tot het opleggen van een voorlopige aanslag. Wordt een voorlopige aanslag opgelegd, dan volgt er later altijd een definitieve aanslag. Het opleggen van een definitieve aanslag is ook noodzakelijk als het bedrag van de voorlopige aanslag gelijk is aan het bedrag dat uiteindelijk voor dat belastingjaar zal worden geheven.

Artikel 13Aanslaggrens

Een aanslag toeristenbelasting blijft achterwege, als de te heffen belasting minder dan € 5,- bedraagt.

Artikel 14Termijnen van betaling

Eerste lid

Het eerste lid regelt de betalingstermijnen van de op te leggen aanslagen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • a.

    voorlopige aanslagen: hoewel dit in de belastingpraktijk van de gemeente Staphorst niet gewoonlijk gebeurd, regelt dit artikellid dat in voorkomende gevallen voorlopige aanslagen al in de loop van het jaar kunnen worden opgelegd. Op het moment dat de aanslag wordt opgelegd, heeft de exploitant van een accommodatie nog niet alle voor dat jaar af te dragen toeristenbelasting al ontvangen. Het jaar waarvoor aangifte moet worden gedaan, loopt immers nog. Daarom worden bij voorlopige aanslagen – anders dan bij de definitieve aanslagen – drie betalingstermijnen toegepast. Deze termijnen vervallen dan in drie achtereenvolgende maanden na de maand waarin de voorlopige aanslag is opgelegd;

  • b.

    primitieve of definitieve aanslagen: de aanslag moet worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aanslag wordt opgelegd.

Tweede lid

In de belastingheffing hebben we soms te maken met zogenaamde “bestuurlijke boetes”. Dit betreft bijvoorbeeld een verhoging bij een navorderingsaanslag, omdat de belastingplichtige niet heeft voldaan aan bepaalde wettelijke verplichtingen. In de belastingpraktijk van de gemeente Staphorst komt eigenlijk nooit voor. Voor de situaties waarin dit wel nodig is, is dit artikellid hier opgenomen.

Derde lid

De Algemene Termijnenwet is ook van toepassing op gemeentelijke belastingen. Deze wet regelt onder andere hoe bij beslis- of betalingstermijnen omgegaan moet worden met feestdagen en dergelijke. Gemeenten zijn niet verplicht om deze wet te volgen. Om deze reden is de werking van deze wet hier niet overgenomen.

Artikel 15Overgangsrecht

Dit artikel regelt de intrekking van de oude verordening als er een nieuwe verordening wordt vastgesteld. Hierbij is eveneens overgangsrecht geregeld. Het is mogelijk dat een nieuwe verordening nog niet in werking is getreden, omdat deze nog niet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In dat geval blijft de oude verordening nog gelden, zodat heffing in dat geval wel mogelijk blijft.

Artikel 16Inwerkingtreding

In het eerste lid wordt het moment van inwerkingtreding van de nieuwe, opvolgende belastingverordening geregeld. In de gemeente Staphorst worden belastingverordeningen steeds al vóór het begin van het volgende belastingjaar vastgesteld en ook officieel bekendgemaakt. Gelet op de tekst in het eerste lid zou de nieuwe verordening dan gelijk in werking treden. Volgens het tweede lid is daarom een datum van ingang van de heffing van toepassing. De verordening treedt daarom pas in werking op 1 januari 2026.

Artikel 17Citeertitel

Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening. Meestal is een citeertitel korter dan de volledige naam van een verordening. In de citeertitel wordt veelal het jaar genoemd waarvoor de verordening van toepassing is, of – als deze voor meerdere jaren geldt - het jaar waarin deze geldig is geworden.