Verordening op de heffing en invordering van leges 2026

Geldend van 03-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van leges 2026

De raad van de gemeente Staphorst;

gelezen het voorstel van het college van 7 oktober 2025;

gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van leges 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • -

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • -

    maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • -

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • -

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • -

    APV: de Algemene plaatselijke verordening Staphorst 2024;

  • -

    BRP: de Basisregistratie Personen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor het:

  • a.

    in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;

  • b.

    verlenen van een dienst op aanvraag; of

  • c.

    verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag en levering van een document;

een en ander zoals genoemd in deze verordening, de daarbij behorende tarieventabel en de bij deze tarieventabel behorende:

  • -

    bijlage 1: Tarieventabel “Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan Buitengebied) en Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan “Veegplan De Streek”);

  • -

    bijlage 2: Tarieventabel berekening bouwkosten 2026.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4 Vrijstellingen

Geen leges zijn verschuldigd voor diensten:

  • 1.

    waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;

  • 2.

    die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of die kosteloos moeten worden verleend of verstrekt.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel en de bij deze tarieventabel behorende:

    • -

      bijlage 1: Tarieventabel “Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan Buitengebied) en Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan “Veegplan De Streek”)”;

    • -

      bijlage 2: Tarieventabel berekening bouwkosten 2026.

  • 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel dan wel de bij deze tarieventabel behorende bijlagen genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 3. Bij de berekening van de bouwkosten als bedoeld in artikel 2.1, vijfde lid, van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt in afwijking van het tweede lid van dit artikel, als het totaalbedrag van de berekende bouwkosten uit meerdere onderdelen bestaat, de som van de samenstellende onderdelen afgerond op een volle eenheid van een euro naar beneden.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Voorlopig gevorderd bedrag

  • 1. Als na het in behandeling nemen van de aanvraag een definitief te vorderen bedrag nog niet kan worden vastgesteld, kunnen de leges worden gevorderd door middel van een voorlopig gevorderd bedrag. Het voorlopig gevorderd bedrag kan worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop het definitief gevorderd bedrag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

  • 2. Het voorlopig gevorderd bedrag wordt met het definitief gevorderd bedrag verrekend.

Artikel 8 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel dan wel volgens de bij deze tarieventabel behorende bijlagen, opgenomen bepaling.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald:

    • a.

      op het tijdstip, waarop de in artikel 6 bedoelde gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur wordt uitgereikt;

    • b.

      ingeval de in artikel 6 bedoelde gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur wordt toegezonden, binnen één maand na de dagtekening van deze stukken.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leges die zijn geheven volgens artikel 7.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de eerste en tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      paragraaf 1.2 (reisdocumenten);

    • 2.

      paragraaf 1.3 (rijbewijzen);

    • 3.

      artikel 1.17 (schriftelijke verstrekking uit de Basisregistratie Personen);

    • 4.

      artikel 1.25 onder a (verklaring omtrent gedrag);

    • 5.

      artikel 1.31 (Wet op de kansspelen);

  • één en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of een latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht

  • 1. De “Legesverordening 2025” van 12 november 2024, zoals laatstelijk gewijzigd bij collegebesluit van 10 december 2024 (1e wijziging Legesverordening 2025), wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, derde lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór de in artikel 12, derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing.

  • 2. Als de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, derde lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de op grond van het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.

  • 2. De tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2026 alsmede de bij deze tabel behorende:

    • -

      bijlage 1: Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan Buitengebied) en Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan “Veegplan De Streek”);

    • -

      bijlage 2: Tarieventabel Berekening bouwkosten 2026;

    worden gelijktijdig met de verordening bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Legesverordening 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst van 11 november 2025,

Voorzitter,

Griffier,

Tarieventabel, behorende bij de “Legesverordening 2026”

Hoofdstuk 1

Algemene dienstverlening

Paragraaf 1.1Burgerlijke stand

Artikel 1.1

Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap

€ 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie partnerschap op het gemeentehuis:

a.

maandag van 09.00 – 10.00 uur:

nihil

b.

maandag vanaf 10.00 uur, dinsdag tot en met vrijdag van 09.00 - 16.00 uur:

614,50

c.

maandag tot en met vrijdag voor 09.00 uur en na 16.00 uur:

786,50

d.

zaterdag van 09.00 – 16.00 uur:

999,00

e.

Als de voltrekking op een alternatieve locatie is, anders dan het gemeentehuis, wordt het onder a. tot en met d. genoemde tarief verhoogd met:

75,00

Artikel 1.2

Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk

€ 

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk op:

a.

maandag van 09.00 – 10.00 uur:

nihil

b.

maandag vanaf 10.00 uur en dinsdag tot en met vrijdag van 09.00 - 16.00 uur:

614,50

c.

maandag tot en met vrijdag voor 09.00 uur en na 16.00 uur:

786,50

d.

zaterdag van 09.00 – 16.00 uur:

999,00

e.

Als de voltrekking op een alternatieve locatie is, anders dan het gemeentehuis, wordt het onder a. tot en met d. genoemde tarief verhoogd met:

75,00

Artikel 1.3

Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis

€ 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek, de tarieven genoemd in artikel 1.1 van deze tarieventabel.

Artikel 1.4

Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis

€ 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek, de tarieven genoemd in artikel 1.2 van deze tarieventabel.

Artikel 1.5

Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag

€ 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag:

a.

als beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden:

68,50

b.

als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden:

205,50

Artikel 1.6

Getuige beschikbaar stellen

€ 

Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap dan wel de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, per getuige:

37,00

Artikel 1.7

Annuleren of wijzigen

€ 

a.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het annuleren of wijzigen van een huwelijk of partnerschapsregistratie, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel a., dan wel artikel 1.2, onderdeel a.:

33,00

b.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het annuleren of wijzigen van een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, de registratie van het partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in de periode:

1.

tot veertien dagen voorafgaand aan de gereserveerde datum:

33,00

2.

binnen veertien dagen voorafgaand aan de gereserveerde datum

25% van de volgens de artikel 1.1 t/m 1.6 van deze tarieventabel geheven leges.

Artikel 1.8

Trouwboekje of partnerschapsboekje

€ 

a.

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouw- of partnerschapsboekje of een duplicaat daarvan:

9,80

b.

Het tarief bedraagt voor een verzoek tot het kalligraferen van een kinderbijschrijving in een trouw- of partnerschapsboekje:

12,50

c.

Het gelijktijdig bijschrijven van meer dan één kind, bedoeld in onderdeel b., wordt beschouwd als één bijschrijving.

Paragraaf 1.2Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

Artikel 1.9

Paspoorten of andere reisdocumenten

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een:

 

a.

nationaal paspoort:

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

86,85

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

65,70

b.

nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

86,85

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

65,70

c.

reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

86,85

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

65,70

d.

reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

65,70

Artikel 1.10

Nederlandse identiteitskaart

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een:

a.

Nederlandse identiteitskaart:

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

78,50

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

42,35

b.

vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:

38,25

Artikel 1.11

Modaliteiten

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

a.

voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:

59,10

b.

Gereserveerd

Paragraaf 1.3Rijbewijzen

Artikel 1.12

Rijbewijzen

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:

52,10

Artikel 1.13

Modaliteiten

Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een aanvraag tot het verkrijgen van een versnelde uitreiking (spoedaanvraag) vermeerderd met:

39,65

Paragraaf 1.4Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen

Artikel 1.14

Begripsomschrijvingen

1.

Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan de verstrekking van één of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd.

2.

Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan de verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (aangehaakte gegevens).

Artikel 1.15

Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het:

a.

verstrekken van gegevens, per verstrekking:

8,75

b.

bij abonnement verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar:

1.

voor 100 verstrekkingen:

202,75

2.

voor elke verstrekking meer, tot een maximum van € 3.346,00, per verstrekking:

0,90

c.

Gereserveerd

d.

verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200):

8,75

Artikel 1.16

Verstrekking van aangehaakte gegevens

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het:

a.

verstrekken van gegevens, per verstrekking:

8,75

b.

bij abonnement verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar:

1.

voor 100 verstrekkingen:

207,75

2.

voor elke verstrekking meer, tot een maximum van € 3.346,00, per verstrekking:

0,90

Artikel 1.17

Schriftelijke verstrekking

In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen, per verstrekking:

7,75

Artikel 1.18

Op aanvraag doornemen basisregistratie personen

1.

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de Basisregistratie Personen, voor ieder daaraan besteed half uur of een gedeelte daarvan:

37,50

2.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 1.5Bestuursstukken

Artikel 1.19

Afschriften van bestuursstukken

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

a.

een afschrift van een gemeentelijke verordening of een toelichting:

47,30

b.

een afschrift van een gemeentebegroting of een gemeenterekening:

93,50

c.

overige bestuursstukken/besluiten/reglementen, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

0,75

Artikel 1.20

Abonnement op bestuursstukken

Gereserveerd

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie

Artikel 1.21

Plan- of kaartinformatie

Het tarief bedraag voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b:

a.

in A4-formaat of kleiner, per pagina:

0,75

b.

in A3-formaat, per pagina:

1,20

c.

in A2-formaat of groter, per pagina:

5,65

d.

in digitale vorm:

16,00

Artikel 1.22

Informatie uit registers

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit:

a.

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object:

8,25

b.

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet:

8,25

c.

een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet, per ingeschreven rijksmonument:

8,25

d.

het gemeentelijke erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed:

8,25

Artikel 1.23

Informatie uit adressenbestanden

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van:

a.

het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres:

8,25

b.

het relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie:

8,25

c.

het adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat:

8,25

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken

Artikel 1.24

Gemeentegarantie

Gereserveerd

Artikel 1.25

Overige publiekszaken

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het:

a.

verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:

41,35

b.

legaliseren van een handtekening:

8,75

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief

Artikel 1.26

Naspeuringen in gemeentearchief

1.

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed halfuur of een gedeelte daarvan:

37,50

2.

Het in het eerste lid genoemde tarief wordt vermeerderd met de in artikel 1.34 genoemde tarieven, als de aanvraag bedoeld in het eerste lid, mede de verstrekking van (gewaarmerkte) kopieën, stukken of uittreksels ten doel heeft.

3.

Het op grond van de voorgaande leden verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Artikel 1.27

Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.

Als een begroting bedoeld in het eerste lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Artikel 1.28

Uitlenen archiefbescheiden

Gereserveerd

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten

Artikel 1.29

Huisvestingswet 2014

VERVALLEN, zie paragraaf 3.6

Artikel 1.30

Leegstandswet

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van een leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet (eerste aanvraag):

62,25

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van een leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandswet (bij verlenging):

62,25

Artikel 1.31

Wet op de kansspelen

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op kansspelen voor:

a.

een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:

56,50

b.

een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten:

1.

voor de eerste kansspelautomaat:

56,50

2.

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

34,00

c.

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd:

226,50

d.

twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd:

1.

voor de eerste kansspelautomaat:

226,50

2.

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

136,00

2.

Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden.

3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning):

23,00

4.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de APV:

63,75

Artikel 1.32

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

a.

een aanvraag, als bedoeld in artikel 2.2 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur:

625,50

b.

het in onderdeel a. genoemde tarief wordt verhoogd, met een minimum van

€ 49,50, per meter:

2,05

2.

De leges bedoeld in onderdeel 1.32.1., onderdeel b., worden niet geheven als er sprake is van een tracélengte van 1000 meter of meer. Daarnaast wordt een aparte projectovereenkomst met de aanvrager afgesloten, waarin de kosten voor de inzet van de toezichthouder worden vastgesteld.

3.

Wanneer de aanvrager zijn aanvraag als bedoeld in artikel 2.2 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

De volgens artikel 1.32.1 van deze tarieventabel geheven leges bedragen in dat geval:

a.

25% van de oorspronkelijk verschuldigde leges als de aanvraag buiten behandeling wordt gelaten;

b.

25% van de oorspronkelijk verschuldigde leges als de aanvrager zijn aanvraag intrekt binnen twee weken nadat de aanvraag bij de gemeente is ingediend;

c.

40% van de oorspronkelijk verschuldigde leges als de aanvrager zijn aanvraag intrekt meer dan twee weken nadat door hem de aanvraag bij de gemeente is ingediend.

4.

Als de aanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken en binnen één maand wordt gevolgd door een nieuwe aanvraag die voldoet aan het advies, dan worden de leges die volgens dit artikel werden geheven voor de ingetrokken aanvraag in mindering gebracht op de leges die voor de nieuwe aanvraag worden geheven.

Artikel 1.33

Wegenverkeerswetgeving

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een:

a.

ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb.459):

33,90

b.

ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:

33,90

c.

gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):

Nihil

d.

gehandicaptenparkeerkaart, bij vermissing of verlenging:

Nihil

Paragraaf 1.10 Diversen

Artikel 1.34

Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken en uittreksels

€ 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

a.

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

8,75

b.

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

8,75

c.

kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

1.

in A4-formaat of kleiner, per pagina

0,75

2.

in A3-formaat, per pagina

1,20

3.

in A2-formaat of groter, per pagina

5,65

4.

in digitale vorm

16,00

Artikel 1.35

Diverse vergunningen of beschikkingen

€ 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het:

a.

verkrijgen van een vergunning tot het houden van een collecte, algemene inzameling of het aanbieden van intekenlijsten

16,50

b.

verkrijgen van een vergunning tot de verkoop van vuurwerk

48,80

c.

verkrijgen van een reclamevergunning (commercieel), bedoeld in artikel 2:10 APV, voor het plaatsen van:

1.

tot en met vijf reclameborden (waaronder sandwichborden, driehoeksborden, enz.)

54,00

2.

verhoogd voor elk reclamebord meer, met een maximum van vijf extra reclameborden

5,15

d.

verkrijgen van een ontheffing geluidshinder volgens hoofdstuk 4 van de APV

102,75

e.

verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

102,75

Hoofdstuk 2

Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

Artikel 2.1

Begripsomschrijvingen

 

1.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening, in deze tarieventabel dan wel bij deze tarieventabel behorende bijlagen, dan wel in enige andere bij deze legesverordening behorende bijlage anders is bepaald.

2.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening, in deze tarieventabel of in enige andere bij deze legesverordening behorende bijlage anders is bepaald.

 

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

 
 

binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;

 
 

binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

 
 

buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en die niet vergunningvrij voor het bouwen is. Hiermee wordt bedoeld een omgevingsplanactiviteit waarvoor het omgevingsplan bepaald is dat er een omgevingsvergunning nodig is maar waarvoor het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is om een vergunning te verlenen.

 
 

Gemeentelijke erfgoedverordening: de “Erfgoedverordening gemeente Staphorst 2023”;

 

4.

In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip “bouwkosten” betreffen de in die omschrijving:

  • -

    onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;

  • -

    onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;

  • -

    onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.

 

5.

In afwijking van de bij de Omgevingsregeling behorende bijlage I wordt onder bouwkosten verstaan het product van de normbouwkosten voor het uit te voeren werk en de bruto-inhoud c.q. oppervlakte c.q. lengte van het bouwwerk, conform de bij deze tarieventabel behorende bijlage 2 “Tarieventabel berekening bouwkosten 2026”, een en ander exclusief omzetbelasting.

Voor bouwwerken die niet passen binnen het regime van vaststelling van de normbouwkosten als in de vorige volzin bedoeld, wordt onder bouwkosten verstaan de aannemingssom exclusief omzetbelasting, of, als het bouwen geheel of gedeeltelijk geschiedt door zelfwerkzaamheid, de prijs die exclusief omzetbelasting aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het bouwen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 2.1, vierde lid, van deze tarieventabel is hierbij van overeenkomstige toepassing.

 

6.

EPOS: Efficiënte Procesinrichting Omgevingsrecht Staphorst.

 

7.

CPOS: Collectief van Professionals Omgevingsrecht Staphorst.

 

8.

CPOS-professional: een professional die deel uitmaakt van het Collectief van Professionals Omgevingsrecht Staphorst.

 

9.

Omgevingstafel: team van vakspecialisten die in gesprek gaat met indieners van initiatieven die informeert en inspireert.

 

10.

Omgevingskamer: team van vakspecialisten intern en extern die initiatieven beoordeelt.

 

11.

BOPA en brokstuk: als zodanig aangewezen in de “Beleidsnota buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) en (B)OPA uitwerkings- of wijzigingsbevoegdheden” welke te raadplegen is op de website.

 

12.

Aanvragen kunnen op twee manieren ingediend worden:

  • a.

    via een CPOS-professional.

  • b.

    niet via een CPOS-professional.

Als de aanvraag wordt ingediend door een aanvrager die zich

  • a.

    wel laat vertegenwoordigen door een CPOS-professional als bedoeld in de vorige volzin, gelden voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag de tarieven zoals die zijn opgenomen in de kolom “CPOS”;

  • b.

    niet laat vertegenwoordigen door een CPOS-professional als bedoeld in de vorige volzin, gelden voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag de tarieven zoals die zijn opgenomen in de kolom “NIET CPOS”.

 

Artikel 2.2

Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven

 
 

Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

een omgevingsoverleg;

 

b.

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

 

c.

een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

 

d.

toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

 

e.

een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;

 

f.

intrekking van een omgevingsvergunning;

 

g.

wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;

 

h.

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

 

Artikel 2.3

Bepalen tarief

 

1.

De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

 

2.

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

 

3.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

 

4.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

 

5.

Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

 

6.

In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

Paragraaf 2.2 Voorfase

Artikel 2.4

Omgevingsoverleg

CPOS € 

NIET CPOS € 

1.

Omgevingstafeloverleg of een beoordeling conceptverzoek

Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingstafeloverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving of een behandeling van een conceptaanvraag voor toetsing aan het omgevingsplan, bedraagt het tarief:

395,00

659,00

2.

Omgevingskameroverleg na omgevingstafeloverleg of een overleg kleine omgevingskamer

Wanneer reeds een omgevingstafeloverleg is gevoerd en de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, óf een overleg dat via de kleine omgevingskamer plaatsvindt, bedraagt het tarief:

395,00

659,00

3.

Omgevingskameroverleg zonder vooraf omgevingstafeloverleg

Wanneer nog geen omgevingstafeloverleg is gevoerd en de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:

789,50

1.317,75

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

Artikel 2.5

Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

als de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen

239,00

400,25

te vermeerderen met het percentage van de bouwkosten:

+ 1,98%

+ 3,31%

b.

als de bouwkosten € 25.000,00 of meer bedragen, doch minder dan € 50.000,00

748,00

1.250,50

te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten de som van € 25.000,00 te boven gaan:

+ 1,68%

+ 2,82%

c.

als de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 200.000,00

1.181,00

1.975,00

te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten de som van € 50.000,00 te boven gaan:

+ 1,60%

+ 2,64%

d.

als de bouwkosten € 200.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 2.500.000,00

3.649,50

6.035,00

te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 200.000,00 te boven gaan:

+ 1,47%

+ 2,55%

e.

als de bouwkosten € 2.500.000,00 of meer bedragen

38.503,50

66.373,50

te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 2.500.000,00 te boven gaan:

+ 1,45%

+ 2,42%

f.

De leges genoemd in dit artikel zijn niet verschuldigd als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vervangen van een rieten dakbedekking.

 
 

Artikel 2.6

Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

1.

Voor een omgevingsplanactiviteit (binnen- en buitenplans):

 
 

a.

als de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen

119,25

199,50

welk bedrag wordt vermeerderd met het percentage van de bouwkosten:

+ 0,99%

+ 1,66%

b.

als de bouwkosten € 25.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 50.000,00

373,00

606,00

te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 25.000,00 te boven gaan:

+ 0,84%

+ 1,41%

c.

als de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 200.000,00

590,00

987,50

te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 50.000,00 te boven gaan:

+ 0,80%

+ 1,32%

d.

als de bouwkosten € 200.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 2.500.000,00

1.825,00

3.016,50

te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 200.000,00 te boven gaan:

+ 0,74%

+ 1,28%

e.

als de bouwkosten € 2.500.000,00 of meer bedragen

19.251,00

33.187,00

vermeerderd met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 2.500.000,00 te boven gaan:

+ 0,73%

+ 1,21%

f.

De leges genoemd in dit artikel zijn niet verschuldigd als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vervangen van een rieten dakbedekking.

 
 

2.

De tarieven genoemd in het eerste lid worden in voorkomende gevallen verhoogd met:

 
 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit met een afwijking van de bouw- of gebruiksregels zoals opgenomen in het omgevingsplan, niet zijnde een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

299,50

501,00

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

299,50

501,00

 

In afwijking van tweede lid, onderdelen a. en b., geldt voor activiteiten, genoemd in bijlage 1 van deze legesverordening behorende tarieventabel, het tarief dat in deze volzin genoemde bijlage voor deze activiteit wordt genoemd:

 
 

c.

voor een tijdelijke buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

299,50

501,00

d.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

606,00

1.013,00

e.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als sprake is van een brokstuk:

3.944,00

6.816,50

3.

Als een aanvraag een gecombineerde aanvraag (bouw- en omgevingsplanactiviteit) betreft waarvoor zowel het bouwtechnische als het ruimtelijke deel van toepassing is, en beide aanvragen gelijktijdig worden ingediend, wordt enkel het tarief geheven dat in artikel 2.5 wordt genoemd. Is daarnaast sprake van een planologische procedure (binnen- en/of buitenplanse afwijkingen) wordt het tarief genoemd in artikel 2.5 verhoogd met de tarieven genoemd in artikel 2.6., onderdeel 2. Bij niet gelijktijdig ingediende aanvragen geldt voor elke procedure de voor deze procedure geldende tarieven.

 
 

Artikel 2.7

Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

Artikel 2.8

Omgevingsplanactiviteit: monumenten

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de gemeentelijke erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

 
 

1.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

2.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

 
 

1.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

2.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

 
 

1.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

2.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

2.

Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

3.

Het eerste lid, aanhef en onder a, en het tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:

  • a.

    als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; èn

  • b.

    als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

 
 

Artikel 2.9

Rijksmonumentenactiviteit

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

b.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Artikel 2.10

Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht

CPOS € 

NIET CPOS € 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de gemeentelijke erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

2.

Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

3.

Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Artikel 2.11

Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten

Artikel 2.12

Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit

CPOS € 

NIET CPOS € 

1.

Vooroverleg milieu

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het voeren vooroverleg, voorafgaand aan een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning waarbij een milieubelastende activiteit een onderdeel is:

1.265,00

1.265,00

2.

Regulier

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

4.600,00

4.600,00

3.

Uitgebreid

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, waarvoor een uitgebreide voorbereidingsprocedure (afd. 3:4 Awb) moet worden gevolgd bedraagt het tarief in afwijking van het eerste lid en onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

7.130,00

7.130,00

Artikel 2.13

Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.14

Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.15

Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.16

Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.17

Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving)

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.18

Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving)

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.19

Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.20a

Aanvraag voor een gesloten bodemenergiesysteem

 
 
 

Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen dan wel gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem bedoeld in paragraaf 4.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarvan het bodemzijdig vermogen groter is dan 70 kW/h, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

1.725,00

1.725,00

Artikel 2.20b

Samenloop van milieubelastende activiteiten en functioneel ondersteunde activiteiten

CPOS € 

NIET CPOS € 

1.

Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning mede één of meer onderdelen omvat voor een functioneel ondersteunde activiteit bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per functioneel ondersteunde activiteit:

1.725,00

1.725,00

2.

Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning uitsluitend een onderdeel omvat voor een functioneel ondersteunde activiteit bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief in afwijking van de tarieven genoemd in artikel 2.12, per functioneel ondersteunde activiteit:

1.725,00

1.725,00

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten

Artikel 2.21

Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

3.897,50

3.897,50

Artikel 2.22

Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

3.897,50

3.897,50

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten

Artikel 2.23

Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

412,50

690,00

2.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, als bedoeld in het omgevingsplan, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

412,50

690,00

3.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het gebied met archeologische verwachtingen, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

412,50

690,00

4.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

412,50

690,00

5.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

412,50

690,00

6.

De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. De leges worden in dat geval verhoogd met:

50%

50%

Artikel 2.24

Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het:

  • a.

    aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, indrijven van voorwerpen,

  • b.

    ophogen van de grond, of

  • c.

    verharden van de grond,

bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in het omgevingsplan:

412,50

690,00

b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

412,50

690,00

Artikel 2.25

Omgevingsplanactiviteit: geluid weg

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

412,50

690,00

b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

412,50

690,00

Artikel 2.26

Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de APV in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

54,00

90,50

Artikel 2.27

Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de APV in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

41,25

69,00

Artikel 2.28

Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

412,50

690,00

 

en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met:

 
 

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

412,50

690,00

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

412,50

690,00

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten

Artikel 2.29

Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.30

Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in bomenverordening gemeente Staphorst, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

41,25

69,00

Artikel 2.31

Omgevingsplanactiviteit: reclame

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4:15 van de APV in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:

53,00

79,75

b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd:

53,00

79,75

Artikel 2.32

Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de APV in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

a.

als de activiteit bestaat uit het aldaar opslaan van roerende zaken:

132,00

219,50

b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen:

132,00

219,50

Artikel 2.33

Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.34

Andere activiteiten

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit:

 
 

a.

betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

48,00

81,75

b.

betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 
 

1.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

48,80

81,75

2.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

98,25

153,50

3.

voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit:

48,80

81,75

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften

Artikel 2.35

Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:

 
 

a.

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

  • 1.

    het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • 2.

    bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • 3.

    het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of

  • 4.

    het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

per maatwerkvoorschrift:

328,25

504,00

b.

in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:

328,25

504,00

Artikel 2.36

Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

 
 

1.

een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per voorschrift:

2.300,00

2.300,00

2.

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

2.300,00

2.300,00

Artikel 2.37

Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

328,25

504,00

Paragraaf 2.10  Gelijkwaardigheid

Artikel 2.38

Gelijkwaardige maatregel

CPOS € 

NIET CPOS € 

1.

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:

 
 

a.

een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:

107,50

107,50

b.

een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur:

Niet van toepassing

Niet van toepassing

c.

een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur:

105,25

105,25

d.

een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:

114,00

114,00

2.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 
 

Paragraaf 2.11  Overige tarieven

Artikel 2.39

Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:

107,50

107,50

Artikel 2.40

Wijziging omgevingsvergunning

 
 
 

Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een wijziging van een eerder ingediende omgevingsvergunning, waarvoor reeds een vergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden de voor de oorspronkelijke vergunning geheven leges verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing de in dit hoofdstuk genoemde tarieven, met dien verstande dat zij niet minder dan € 36,00 zullen bedragen. Dit artikel vindt geen toepassing als de afwijking zodanig is dat naar de omstandigheden beoordeeld van een nieuwe omgevingsvergunning sprake is.

 
 

Artikel 2.41

Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

98,25

153,50

Artikel 2.42

Intrekken omgevingsvergunning

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Artikel 2.43

Beoordeling aanvullende gegevens

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen:

Niet van toepassing

10%

Artikel 2.44

Beoordeling onderzoeksrapporten

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

De in artikel paragraaf 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.

 
 

Artikel 2.45

Wijzigen van het omgevingsplan

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:

7.785,00

12.477,50

Artikel 2.46

Niet genoemd besluit op aanvraag/overig

CPOS € 

NIET CPOS € 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:

104,50

104,50

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het doen van naspeuringen in een dossier, voor ieder daaraan besteed half uur of een gedeelte daarvan:

37,50

37,50

3.

Het op grond van het tweede lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 
 

4

Voor de verstrekking van stukken, kopieën of digitale afschriften gelden de tarieven als genoemd in hoofdstuk 1.

 
 

Paragraaf 2.12  Modaliteiten

Artikel 2.47

Achteraf ingediende aanvraag

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges, verhoogd met: met een maximum van € 10.000,00.

10%

10%

Artikel 2.48

Uitgebreide voorbereidingsprocedure

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:

 
 

a.

als sprake is van een milieubelastende activiteit:

7.130,00

7.130,00

Artikel 2.49

Beoordeling onderzoeksrapporten

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:

586,25

906,25

Artikel 2.50

Advies

CPOS € 

NIET CPOS € 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

 
 

a.

voor een advies van de gemeenteraad:

425,50

711,00

b.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:

 
 

1.

van het deel van de bouwkosten, dat ligt tussen € 0 tot en met € 230.000 plus:

Niet van toepassing

5,0‰

2.

van het deel van de bouwkosten, dat ligt tussen € 231.000 tot en met € 455.000 plus:

Niet van toepassing

0,9‰

3.

van het deel van de bouwkosten, dat ligt tussen € 456.000 tot en met € 680.000 plus:

Niet van toepassing

0,5‰

4.

van het deel van de bouwkosten dat de € 681.000 te boven gaat:

Niet van toepassing

0,2‰

c.

Het minimumtarief bedraagt onafhankelijk van het bovenstaande per advies van de welstand voor:

  • a)

    reguliere advisering,

  • b)

    voorlopige advisering,

  • c)

    adviezen over handhaving,

  • d)

    adviezen over reclame,

  • e)

    adviezen over erfinrichting, sloop- en kapvergunningen

of indien sprake is van een extra welstandstoets:

Niet van toepassing

98,75

d.

Voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a. tot en met c.: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkens uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 
 

2.

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d., is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 
 

Artikel 2.51

Instemming

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:

 
 

1.

het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

 
 

2.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 
 

Paragraaf 2.13  Vermindering

Artikel 2.52

Vermindering na omgevingsoverleg

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

De voorfase is opgesplitst in verschillende fasen (omgevingstafel en omgevingskamer). Indien van toepassing worden deze tarieven in rekening gebracht. Wanneer geen vervolgproces wordt ingebracht, wordt geen teruggaaf van de geheven leges verleend.

 
 

Artikel 2.53

Vermindering bij meervoudige aanvraag

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

GERESERVEERD

 
 

Paragraaf 2.14  Teruggaaf

Artikel 2.54

Teruggaaf bij een aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt:

85%

85%

Artikel 2.55

Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt:

75%

75%

Artikel 2.56

Teruggaaf in verband met een gecombineerde aanvraag voor bouwwerken (bouw- en omgevingsplanactiviteit)

 
 
 

Als een aanvraag een gecombineerde aanvraag (bouw- en omgevingsplanactiviteit) betreft waarvoor zowel het bouwtechnische als het ruimtelijke deel van toepassing is, en beide aanvragen gelijktijdig worden ingediend, wordt 50% teruggaaf verleend van het volgens artikel 2.6, eerste lid, geheven leges. Bij niet gelijktijdig ingediende aanvragen geldt voor elke procedure de voor deze procedure geldende tarieven.

 
 

Artikel 2.57

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt:

50%

50%

Artikel 2.58

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

50%

50%

Artikel 2.59

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

CPOS

€ 

NIET CPOS € 

1.

Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van de geheven leges, mits van de verleende vergunning geen gebruik is gemaakt.

 
 

2.

De in het eerste lid bedoelde teruggaaf bedraagt:

 
 

1.

als het verzoek is ingediend binnen twaalf maanden na de datum van het verlenen van de vergunning:

30%

30%

2.

als het verzoek na de in onderdeel 1. bedoelde termijn is ingediend:

10%

10%

Artikel 2.60

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

CPOS € 

NIET CPOS € 

1.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt een percentage van de verschuldigde leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd. De teruggaaf bedraagt:

30%

30%

2.

Onder de in het eerste lid bedoelde weigering wordt mede verstaan het bij rechterlijke uitspraak vernietigen van de beschikking waarmee de vergunning is verleend.

 
 

Artikel 2.61

Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten

CPOS € 

NIET CPOS € 

 

In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van de leges die zijn geheven voor de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.

 
 

Artikel 2.62

Minimumbedrag voor teruggaaf

 
 
 

In afwijking van de voorgaande artikelen in deze paragraaf wordt een bedrag van minder dan € 100,00 niet teruggegeven.

 
 

Hoofdstuk 3

Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2

Paragraaf 3.1 Horeca

Artikel 3.1

Exploitatie openbare inrichting

€ 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

a.

een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de APV:

104,25

b.

een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de APV:

38,00

Artikel 3.2

Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

€ 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

a.

een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:

205,50

b.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:

66,80

c.

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:

66,80

d.

een wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a van de Alcoholwet:

66,80

e.

een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:

66,80

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven

Artikel 3.3

Vergunning seksbedrijf

€ 

GERESERVEERD

Artikel 3.4

Wijzigen vergunning seksbedrijf

€ 

GERESERVEERD

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet

Artikel 3.5

Ontheffing winkeltijden

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

a.

tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet (éénmalig):

38,00

b.

tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 3.5a bedoelde ontheffing:

24,25

Paragraaf 3.4Organiseren evenementen of markten

Artikel 3.6

Organiseren evenementen

€ 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement op grond van artikel 2.25 van de APV en volgens de classificaties van de Veiligheidsregio (Live-Events):

a.

voor een A-evenement:

60,75

b.

voor een B-evenement:

275,00

c.

voor een C-evenement:

659,00

Artikel 3.7

Organiseren markt

€ 

GERESERVEERD

Paragraaf 3.5 Standplaatsen

Artikel 3.8

Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt

GERESERVEERD

Artikel 3.9

Overige administratieve dienstverlening

GERESERVEERD

Artikel 3.10

Losse standplaatsen

GERESERVEERD

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014

Artikel 3.11

Vergunning (ontheffing) onttrekken woonruimte

GERESERVEERD

Artikel 3.12

Vergunning (ontheffing) samenvoegen woonruimte

GERESERVEERD

Artikel 3.13

Vergunning (ontheffing) omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte

GERESERVEERD

Artikel 3.14

Vergunning (ontheffing) verbouwen tot meer woonruimten

GERESERVEERD

Artikel 3.15

Splitsingsvergunning (ontheffing)

GERESERVEERD

Artikel 3.16

Vergunning of ontheffing toeristische verhuur

GERESERVEERD

Artikel 3.17

Verhuurvergunning opkoopbescherming

GERESERVEERD

Artikel 3.18

Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte

GERESERVEERD

Paragraaf 3.7 Niet in dit hoofdstuk benoemd besluit

Artikel 3.19

Niet benoemd besluit op aanvraag

€ 

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking voor zover daarvoor niet elders in dit hoofdstuk een tarief is opgenomen:

104,25

Paragraaf 3.8 Teruggaaf

Artikel 3.20

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag vergunning/ontheffing

Als een aanvrager zijn aanvraag om een vergunning intrekt terwijl deze aanvraag al door de gemeente in behandeling is genomen maar daarop nog geen beslissing is genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges. De teruggaaf bedraagt:

50%

Artikel 3.21

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende vergunning/ontheffing

Als de gemeente een verleende vergunning/ontheffing intrekt op aanvraag van de aanvrager bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges, mits deze schriftelijke aanvraag is ingediend binnen twaalf maanden na de datum van het verlenen van de vergunning of ontheffing, mits van de vergunning of ontheffing geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt:

40%

Artikel 3.22

Teruggaaf als gevolg van het weigeren vergunning/ontheffing

Als de gemeente een vergunning/ontheffing weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt:

50%

Artikel 3.23

Teruggaaf als gevolg van het niet in behandeling nemen van een vergunning/ontheffing

Wanneer een aanvraag voor vergunning/ontheffing niet in behandeling wordt genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt:

75%

Bijlage 1 van de bij de “Legesverordening 2026” behorende tarieventabel

Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan Buitengebied)

Omschrijving

Artikelnummer(s)

Leges

CPOS

Leges

NIET CPOS

Verplaatsing intensieve veehouderij

Artikel 3.7 sub c

Artikel 4.8 sub c

Artikel 5.8 sub c

Artikel 6.8 sub c

Artikel 7.8 sub c

€ 10.377,50

€ 17.339,00

Nieuwvestiging dan wel verplaatsing

grondgebonden veehouderij

Artikel 3.7 sub d

Artikel 4.8 sub d

Artikel 5.8 sub d

Artikel 6.8 sub d

Artikel 7.8 sub d

€ 10.377,50

€ 17.339,00

Wijziging agrarisch naar gebruiksgerichte paardenhouderij

Artikel 3.7 sub e

Artikel 4.8 sub e

Artikel 5.8 sub e

Artikel 6.8 sub e

Artikel 7.8 sub e

€ 4.446,00

€ 7.428,00

Bedrijvigheid in vrijkomende agrarische bebouwing

Artikel 3.7 sub f

Artikel 4.8 sub f

Artikel 5.8 sub f

Artikel 6.8 sub f

Artikel 7.8 sub f

€ 4.446,00

€ 7.428,00

Agrarisch naar kwekerijbedrijf in teeltgebied

Artikel 3.7 sub g

€ 4.446,00

€ 7.428,00

Uitbreiden en splitsen woning

Artikel 38.7 sub b

€ 4.446,00

€ 7.428,00

Wijzigen woonbestemming naar grondgebonden agrarisch bedrijf in agrarische linten

Artikel 38.7 sub c

€ 10.377,50

€ 17.339,00

Wonen-1 voor vestiging VAB-bedrijvigheid

Artikel 38.6 sub c

€ 4.446,00

€ 7.428,00

Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan “Veegplan De Streek”)

Omschrijving

Artikelnummer(s)

Leges

CPOS

Leges

NIET CPOS

Monumentaal bijgebouw naar woning

Artikel 4.7 onder b

€ 4.446,00

€ 7.428,00

Vestiging categorie 1 of 2 bedrijf

Artikel 4.6 onder a

€ 1.212,50

€ 2.026,50

Vestiging categorie 1 of 2 bedrijf

Artikel 22.5 onder a

€ 1.212,50

€ 2.026,50

Behoort bij raadsbesluit van 11 november 2025,

De griffier van de raad van de gemeente Staphorst,

Bijlage 2 Tarieventabel berekening bouwkosten behorende bij de legesverordening 2026

Basisbedragen

In de basisbedragen zijn alle kosten opgenomen die voortvloeien uit het bouwen van een bouwproject.

De BTW is buiten de berekeningen gehouden.

In de tabellen worden de basisbedragen (tenzij anders vermeld) per m³ weergegeven.

In de basisbedragen zijn de volgende gebouwelementen opgenomen:

  • 1.

    Funderingen

  • 2.

    Ruwbouw

  • 3.

    Afbouw

  • 4.

    Afwerkingen

  • 5.

    Installaties werktuigbouwkundig

  • 6.

    Installaties elektrotechnisch

  • 7.

    Vaste voorzieningen

  • 8.

    Indirecte projectkosten

Woningtypen

afbeelding binnen de regeling

Normbedragen

1. Parkeervoorzieningen

Bouwkosten

 
 

10001 m3

15001 m3

25001 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

10000 m3

15000 m3

25000 m3

50000 m3

50001 m3

Bovengronds

2-laags

127

127

114

105

101

 

3-laags

108

108

108

97

90

 

4-laags

102

102

102

92

84

Ondergronds

1-laags

298

268

247

238

217

 

2-laags

243

243

218

201

194

 

3-laags

191

191

191

191

172

 

4-laags

182

182

182

182

163

Parkeerdek

2-laags

73

66

61

59

59

 

3-laags

68

61

56

54

54

2. Agrarische voorzieningen

Bouwkosten

 

Conform de meest actuele uitgave van het Taxatieboekje (her)bouwkosten agrarische gebouwen Vakmedianet

3. Administratieve, commerciële en beschermende voorzieningen

Bouwkosten

3.1 Overheidsgebouwen

 

1001 m3

2501 m3

7501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

1000 m3

2500 m3

7500 m3

15000 m3

15001 m3

 

1-laags

428

398

398

398

398

 

2-laags

374

347

306

306

306

 

3-laags

347

323

284

267

267

 

4-laags

310

310

273

257

257

 

5-laags

298

298

262

246

246

 

6-laags

252

252

252

236

229

 

7-laags

241

241

241

227

241

3.2 Commerciële bouwwerken

 

1001 m3

2501 m3

7501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

1000 m3

2500 m3

7500 m3

15000 m3

15001 m3

 

1-laags

421

392

392

392

392

 

2-laags

366

341

300

300

300

 

3-laags

341

317

279

262

262

 

4-laags

304

304

268

252

252

 

5-laags

292

292

257

241

241

 

6-laags

247

247

247

232

225

 

7-laags

237

237

237

223

237

3.3 Winkels met atelier

 

501 m3

751 m3

1001 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

500 m3

750 m3

1000 m3

2500 m3

2501 m3

 

1-laags

487

463

438

414

404

 

2-laags

389

350

333

316

248

3.4 Showroom

 

1001 m3

2501 m3

7501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

1000 m3

2500 m3

7500 m3

15000 m3

15001 m3

 

hoogte tot 5,50 m

194

185

175

165

161

 

hoogte vanaf 5,50 m

155

140

133

126

119

3.5 DHZ-Hal

 

1001 m3

2501 m3

7501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

1000 m3

2500 m3

7500 m3

15000 m3

15001 m3

 

1-laags

153

146

138

130

127

 

2-laags

123

110

105

99

94

3.6 Industriële voorzieningen

Bouwkosten

 

Conform de meest actuele uitgave van het Taxatieboekje (her)bouwkosten bedrijfspanden Vakmedianet

4. Gezondheids- en sociale voorzieningen

Bouwkosten

4.1 Verpleeghuizen

 
 

10001 m3

25001 m3

50001 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

10000 m3

25000 m3

50000 m3

100000 m3

100001 m3

 
 

360

324

298

288

280

5 Recreatieve voorzieningen

Bouwkosten

5.1 Kantines, eetcafés

 
 

751 m3

1001 m3

2501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

750 m3

1000 m3

2500 m3

5000 m3

5001 m3

Vrijstaande

 

299

270

249

249

249

Tussen andere bebouwing

 

279

251

231

231

231

5.2 Restaurants

 
 

751 m3

1001 m3

2501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

Tot

vanaf

 
 

750 m3

1000 m3

2500 m3

5000 m3

5001 m3

Vrijstaande

 

338

304

280

270

246

Tussen andere bebouwing

 

324

292

269

259

237

5.3 Cafés, snackbars, koffiebars, etc.

 

751 m3

1001 m3

2501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

Tot

vanaf

 
 

750 m3

1000 m3

2500 m3

5000 m3

5001 m3

Vrijstaande

 

333

299

276

266

243

Tussen andere bebouwing

 

326

293

271

261

238

5.4 Feestzalen

 
 

751 m3

1001 m3

2501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

Tot

vanaf

 
 

750 m3

1000 m3

2500 m3

5000 m3

5001 m3

Vrijstaande

 

261

235

217

209

191

Tussen andere bebouwing

 

248

224

206

199

181

5.5 Sportvoorzieningen

 
 

1001 m3

2501 m3

7501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

Tot

vanaf

 
 

1000 m3

2500 m3

7500 m3

15000 m3

15001 m3

Gymzalen

 

264

264

235

218

207

Sporthallen

 

242

242

242

225

214

Fitnesscentra

 

343

309

275

256

243

Kleedgebouwen

 

283

255

235

235

235

6. Onderwijsvoorzieningen

Bouwkosten

6.1 Gebouwen voor kleuterscholen

 

1001 m3

2501 m3

7501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

1000 m3

2500 m3

7500 m3

15000 m3

15001 m3

 

1-laags

284

256

236

228

199

 

2-laags

273

246

227

218

191

6.2 Gebouwen voor middelbaar onderwijs

 

5001 m3

10001 m3

15001 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

5000 m3

10000 m3

15000 m3

25000 m3

25001 m3

 

1-laags

269

242

223

215

188

 

2-laags

255

230

212

204

179

6.3 Gebouwen voor middelbaar onderwijs

 

5001 m3

10001 m3

15001 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

5000 m3

10000 m3

15000 m3

25000 m3

25001 m3

 

3-laags

248

223

206

198

174

 

4-laags

237

213

197

190

166

 

5-laags

228

204

189

182

159

6.4 Gebouwen voor bijzonder onderwijs

 

751 m3

1001 m3

2501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

750 m3

1000 m3

2500 m3

5000 m3

5001 m3

 

1-laags

286

258

238

229

200

 

2-laags

272

245

226

218

191

6.5 Tijdelijke units

 
 

per m3

 
 

Nieuwe units

 
 
 

185

 
 

Bestaande units

 
 
 

60

 
 

7. Woonvoorzieningen

Bouwkosten

7.1 Woningen zonder verdieping (seriematig)

 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

Type P1

sociale sector

255

242

232

232

232

 

vrije sector

270

257

246

246

246

Type K1

sociale sector

266

253

242

242

242

 

vrije sector

282

268

257

257

257

Type H1

sociale sector

277

264

252

252

252

 

vrije sector

294

279

268

268

268

7.2 Woningen met 1 verdieping (seriematig)

 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

Tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

Type P2

sociale sector

242

218

201

201

201

 

vrije sector

257

231

213

213

213

Type K2

sociale sector

253

228

210

210

210

 

vrije sector

268

241

223

223

223

Type H2

sociale sector

264

237

219

219

219

 

vrije sector

279

251

232

232

232

Type S2

sociale sector

257

231

213

213

213

 

vrije sector

272

245

226

226

226

7.3 Woningen met 2 of verdiepingen (seriematig)

 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

Type P3

sociale sector

235

211

195

188

188

 

vrije sector

249

224

106

199

199

Type K3

sociale sector

245

221

203

196

196

 

vrije sector

260

234

216

208

208

Type H3

sociale sector

255

230

212

204

204

 

vrije sector

271

243

225

216

213

Type S3

sociale sector

244

219

202

195

195

 

vrije sector

258

232

214

207

207

Type S4

sociale sector

236

212

196

189

189

 

vrije sector

250

225

208

200

200

7.4 Appartementen

 
 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

3-laags P3

sociale sector

306

276

254

245

245

 

vrije sector

325

308

295

260

260

4-laags P4

sociale sector

295

265

245

236

236

 

vrije sector

312

297

284

250

250

5-laags P5

sociale sector

283

255

235

226

226

 

vrije sector

300

285

273

240

240

7.5 Urban Villa's

 
 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

3-laags UV3

sociale sector

337

304

280

270

270

 

vrije sector

357

340

325

286

286

4-laags UV4

sociale sector

324

292

269

259

259

 

vrije sector

343

326

313

275

275

5-laags UV5

sociale sector

311

280

258

249

249

 

vrije sector

330

313

300

264

264

7.6 Recreatiewoningen

 
 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

 
 

247

235

225

211

 

7.7 Vrijstaande woningen

 
 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

Type P1

Projectmatig

311

295

283

283

283

 

Individueel

326

309

296

296

296

Type P2

Projectmatig

295

281

269

231

199

 

Individueel

309

294

281

242

208

Type P3

Projectmatig

286

272

260

224

193

 

Individueel

300

285

273

234

202

Type K1

Projectmatig

328

311

298

298

298

 

Individueel

343

326

312

312

312

Type K2

Projectmatig

311

296

283

244

244

 

Individueel

326

310

297

255

255

Type K3

Projectmatig

286

272

261

224

193

 

Individueel

300

285

273

235

202

Type H2

Projectmatig

321

263

250

240

240

 

Individueel

336

276

262

251

251

Type H3

Projectmatig

311

311

296

283

244

 

Individueel

326

326

310

297

255

Type S2

Projectmatig

315

303

288

275

275

 

Individueel

330

317

301

288

288

Type S3

Projectmatig

297

272

258

247

213

 

Individueel

311

285

271

259

223

Type S4

Projectmatig

285

263

250

240

206

 

Individueel

299

276

262

251

216

7.8 Twee onder een kap

 
 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

Type P1

Projectmatig

277

263

252

252

252

 

Individueel

290

275

264

264

264

Type P2

Projectmatig

263

250

239

206

177

 

Individueel

275

262

251

215

185

Type P3

Projectmatig

255

242

232

199

171

 

Individueel

267

253

243

209

179

Type K1

Projectmatig

292

277

265

265

265

 

Individueel

305

290

278

278

278

Type K2

Projectmatig

277

263

252

217

217

 

Individueel

290

276

264

227

227

Type K3

Projectmatig

255

242

232

199

171

 

Individueel

267

253

243

209

180

Type H2

Projectmatig

286

272

260

224

224

 

Individueel

299

284

272

234

234

Type H3

Projectmatig

345

328

314

270

232

 

Individueel

361

343

329

283

243

Type S2

Projectmatig

281

267

255

220

189

 

Individueel

294

279

268

230

198

Type S3

Projectmatig

331

315

301

259

223

 

Individueel

347

329

316

271

233

Type S4

Projectmatig

 

306

291

279

240

 

Individueel

 

321

305

292

251

7.9 Hotels en motels

 
 

5001 m3

10001 m3

15001 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

5000 m3

10000 m3

15000 m3

25000 m3

25001 m3

 

1-laags

347

313

288

273

254

 

2-laags

330

297

274

264

241

 

3-laags

320

289

266

257

234

 

4-laags

306

276

254

245

223

7.10 Woonwagens

 
 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

 
 

212

191

191

191

191

7.11 Bijgebouwen en aanbouwen

 

26 m3

51 m3

101 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

25 m3

50 m3

100 m3

150 m3

151 m3

Aanbouw, woonruimte

plat dak

400

360

332

320

320

 

hellend dak

460

414

382

368

368

Aanbouw, sanitaire ruimte

plat dak

431

388

358

345

345

 

hellend dak

495

446

411

396

396

Garage

 
 

164

148

136

132

Berging

steen

179

161

148

143

143

 

hout

109

98

91

87

87

Carport

steen

183

165

152

146

146

 

hout

131

118

109

105

105

Tuinhuis

plat dak

134

121

121

121

121

 

hellend dak

154

139

139

139

139

7.12 Onderdelen van woonvoorzieningen

 

eenheid

 
 

Serre

niet geïsoleerd

 

329

m3

 
 
 

geïsoleerd

 

434

m3

 
 

Erker

geïsoleerd

 

464

m3

 
 

Dakkapel

tot 2,50 m

 

1299

m1

 
 
 

vanaf 2,50 m

 

1182

m1

 
 

Kelder

tot 25 m3

 

370

m3

 
 
 

van 25 m3 tot 50 m3

 

325

m3

 
 
 

vanaf 50 m3

 

303

m3

 
 

7.13 Tijdelijke woonunits

 
 

176 m3

251 m3

501 m3

 
 
 

tot

tot

tot

tot

vanaf

 
 

175 m3

250 m3

500 m3

750 m3

751 m3

Nieuwe units

 

276

248

248

248

248

Bestaande units

 

72

68

68

68

68

7.14 (erf)afscheidingen

 

per strekkende meter

Houten (erf)afscheiding/pergola

 
 

80

 
 

Houten + gemetselde (erf)afscheiding

 
 

100

 
 

Gemetselde (erf)afscheiding

 
 

125

 
 

Toeslagen

 

Gebouwsoorten

1

2

3

4

5

6

7

Uiterlijk

Afwijkende architectuur, zoals natuursteen beplating, luxe aluminium of kunststof puien, metalen gevels

 

4%

5%

4%

3%

5%

5%

 

Ondergrondse geschilderde wanden

2%

 
 
 
 
 
 
 

Hoog verlichtingsniveau

3%

 
 
 
 
 
 
 

Betonnen draagconstructie i.p.v. staal

 

3%

 
 
 
 
 
 

Metalen gevelbeplating in kleur

 

1%

 
 
 
 
 
 

Dockshelters met docklevelers

 

2%

 
 
 
 
 
 

Vliesgevel

 
 

7%

6%

 

7%

 
 

Rieten daken

 
 
 
 
 
 

3%

Installatie1

Gebouwbeheersvoorzieningen

 
 
 
 
 
 
 
 

PLC

 

1%

1%

1%

1%

1%

 
 

IBS (Installatie Beheer Systeem)

 

2%

2%

3%

1%

2%

 
 

GBS (Gebouw Beheer Systeem)

 

4%

4%

5%

2%

4%

 
 

GBS Plus

 

6%

6%

7%

4%

6%

 

Indeling

Kantooroppervlak groter dan 15% van het oppervlak bij bedrijfsgebouwen

 

2%

 
 
 
 
 

Projecttoeslag

tot 20 woningen

 
 
 
 
 
 

0%

 

van 21 tot 50 woningen

 
 
 
 
 
 

-5%

 

van 51 tot 100 woningen

 
 
 
 
 
 

-7,50%

 

vanaf 101 woningen

 
 
 
 
 
 

-9,50%

Behoort bij raadsbesluit van 11 november 2025.

De griffier van de raad van de gemeente Staphorst,

TOELICHTING BIJ DE “LEGESVERORDENING 2026” EN DE BIJ DEZE VERORDENING BEHORENDE TABELLEN EN ANDERE BIJLAGEN

1 Algemeen

1.1. Vindplaatsen wet- en regelgeving

De meeste tarieven van de leges, die worden genoemd in deze verordening, zijn gebaseerd op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b. van de Gemeentewet. Op grond van dit artikellid mogen gemeenten rechten heffen voor het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten. In het derde lid van artikel 229 van de Gemeentewet zijn de volgens deze verordening geheven rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.

Het in artikel 229 van de Gemeentewet genoemde begrip rechten is ruimer dan het oudere, meer bekende begrip leges. Het in de wet genoemde begrip rechten omvat daardoor mede het begrip leges. Gemeenten zijn vrij om heffingen anders te noemen. Daarom blijft het begrip leges gehandhaafd als een ingeburgerd en herkenbaar begrip.

Niet alle leges vinden hun wettelijke basis in artikel 229 van de Gemeentewet. Er bestaan de volgende uitzonderingen:

  • 1.

    legesheffing in verband met paspoorten en de Nederlandse Identiteitskaarten zijn gebaseerd op artikel 7 van de Paspoortwet, in samenhang met artikel 2, tweede lid, van diezelfde wet. Deze uitzondering heeft mede te maken met de afdracht die door gemeenten moet worden gedaan van de aan het Rijk verschuldigde kosten (afdracht van het zogenoemde rijksdeel van het tarief);

  • 2.

    legesheffing in verband met de Omgevingswet vindt zijn basis in artikel 13.1a van de Omgevingswet. Volgens dit wetsartikel gaat het om de legesheffing voor het in behandeling nemen van aanvragen om een omgevingsvergunning, het wijzigen van voorschriften van een omgevingsvergunning of het intrekken daarvan.

Bij de heffing van leges die worden geheven op grond van de Paspoortwet en de Omgevingswet, speelt het begrip “dienst” geen rol. Dit heeft onder andere te maken met de legitimatieplicht, waardoor de verstrekking van een paspoort of een Nederlandse Identiteitskaart niet mag worden beschouwd als een dienst.

In deze verordening wordt door de gemeenteraad een gedeelte van de aan hem toekomende verordenende bevoegdheid overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders. Deze overdracht vindt zijn basis in artikel 156 van de Gemeentewet. In de aanhef van deze verordening wordt daarom dit artikel mede genoemd.

1.2. Doel van de heffing van leges

Het doel van de leges is het verhaal van de kosten die de gemeente Staphorst maakt in verband met het leveren van diensten en producten die zijn omschreven in de bij de verordening behorende tarieventabel.

1.3. Karakter van de leges

Tegenover de heffing van de leges staan individueel aanwijsbare tegenprestaties. De opbrengst van de rechten mag daarom alleen worden aangewend voor de kosten die de gemeente Staphorst maakt om de gevraagde diensten en producten te leveren. Hierbij geldt volgens artikel 229b van de Gemeentewet een limiet. Die limiet betekent dat de totale te ramen opbrengst van deze verordening niet hoger mag zijn dan 100% van de totaal te ramen kosten die voor het leveren van alle in de verordening genoemde diensten en producten in het begrotingsjaar door de gemeente worden gemaakt. In deze toelichting wordt verderop hierover nog ingegaan in het deel dat gaat over de tarieventabel.

1.4. De inrichting van de heffing

1.4.1. Grote veelzijdigheid aan legestarieven

De heffing van de leges heeft betrekking op een groot aantal producten en diensten die door de gemeente Staphorst aan haar burgers en bedrijven worden geleverd. De verordening kent dan ook een grote veelzijdigheid in soorten van tarieven. De werkzaamheid van de verordening treft daarom bijna alle organisatieonderdelen van de gemeente. Door het aantal tarieven en de veelzijdigheid hiervan is ervoor gekozen de tarieven op te nemen in een tarieventabel. Op haar beurt gaat deze tarieventabel weer vergezeld met een tweetal bijlagen.

1.4.2. Op welk moment zijn de leges verschuldigd?

In een belastingverordening moet worden aangegeven op welk moment de belasting verschuldigd is of wordt. Dit is ook bij de heffing van leges het geval. Bij de Nederlandse gemeenten zijn meestal tweetal momenten gangbaar, te weten: 1) de leges zijn verschuldigd op het moment dat de aanvraag bij de gemeente wordt ingediend, of, 2) de leges zijn verschuldigd als een product of dienst wordt geleverd.

Net als de gemeente Staphorst heeft gedaan, kiezen bijna alle gemeenten ervoor om leges verschuldigd te laten zijn op het moment dat de aanvraag voor een product of dienst wordt gedaan. De bepalingen die in de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gaan ook van deze werkwijze uit. De leges kan hierdoor al direct na binnenkomst van de aanvraag worden geheven. De leges kan ook worden geheven als er een aanvraag moet worden geweigerd. Juist deze gevallen vragen vaak meer tijd omdat een weigering vaak uitgebreider moet worden gemotiveerd dan bij een positieve beslissing nodig is. De eisen van een zorgvuldige behandeling brengt ook met zich mee dat er soms meer contactmomenten met een aanvrager of de indiener nodig zijn. De legesheffing heeft ten doel de door de gemeente gemaakte kosten verhalen op een de gebruikers/afnemers. Juist bij negatieve beslissingen is de heffing van leges daardoor relevant te noemen.

In sommige gevallen wordt in hogere wet- of regelgeving het moment van het verschuldigd zijn van de leges geregeld. In die gevallen volgen we in deze verordening uiteraard deze wet- of regelgeving. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de tarieven voor burgerlijke stand. Deze tarieven, bijvoorbeeld voor een huwelijksvoltrekking, kennen de Wet rechten burgerlijke stand mede als wettelijke basis. Deze bijzondere wet gaat uit van een heffing op het moment van het verlenen van de dienst. In de tarieventabel is de omschrijving van het belastbare feit hierop aangepast.

Een aantal van de tarieven die betrekking hebben op de burgerlijke stand worden niet genoemd in de tarieventabel. Deze tarieven worden door de gemeente geheven op grond van het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Om die reden blijft het opnemen van deze tarieven in onze eigen regeling achterwege.

1.4.3. De gekozen wijze van heffing

Als een aanvraag in behandeling wordt genomen is op dat moment nog niet altijd vast te stellen welke tarieven er bij die aanvraag van toepassing zullen zijn. Bij de aanvraag van bepaalde baliediensten, zoals het aanvragen van paspoort of rijbewijs, kan eigenlijk altijd wel direct worden aangegeven welk tarief van toepassing is. Deze aanvragen kunnen daardoor gelijk aan de balie worden afgerekend. De betaling vindt meestal met behulp van een bankpas plaats, het contant afrekenen komt niet meer zo heel vaak voor. Door middel van het uitreiken van de kassabon wordt het belastbare feit vastgelegd (lees: geformaliseerd). Deze kassabon geldt dan tevens als betalingsbewijs.

Bij meer uitgebreidere aanvragen, zoals voor een omgevingsvergunning, bestaan de te heffen leges meestal uit meerdere tarieven en bedragen. Vaak wordt pas tijdens de behandeling van een aanvraag duidelijk welke stappen, verplichte toetsen of handelingen precies nodig zijn. De hoogte van de verschuldigde leges wordt immers bepaald door elk van die afzonderlijke stappen, verplichte toetsen of handelingen, of door de hoogte van de bouwsom. Vaak kan daardoor pas tijdens de behandeling of pas achteraf de hoogte van de verschuldigde leges worden bepaald. In de regel sturen we pas een nota aan de aanvrager, als zijn aanvraag geheel is afgehandeld.

1.5. Samenhang met bijzondere wetten en andere regelgeving

Hiervoor kwam al aan de orde dat de legesheffing een groot aantal tarieven kent die voor een veelheid aan producten en diensten worden geheven. Een aantal van die producten en diensten zijn alleen lokaal geregeld, kennen de meeste producten en diensten hun wettelijke basis in een bijzondere wet- of in andere (hogere) regelgeving. Gemeenten voeren immers namens de rijksoverheid veel taken in medebewind uit. Daardoor ontstaat dan ook bij veel van die wet- en regelgeving een samenhang. Bij veel tarieven wordt die basis ook in de omschrijving van het belastbare feit en het tarief genoemd. Daarom blijft op deze plaats een opsomming achterwege.

2 Wijzigingen ten opzichte van de vorige verordeningen

2.1. Vastgestelde tariefswijzigingen

Ten opzichte van het voorgaande jaar zijn de meeste legestarieven met 2,74% verhoogd. In een aantal gevallen zijn de legestarieven door het Rijk bepaald of gemaximeerd. Daarmee wordt in deze verordening rekening gehouden. Hieruit volgt dat bij een aantal tarieven de tariefstijging afwijkt of geheel achterwege blijft.

2.2. Andere wijzigingen

In deze verordening zijn ten opzichte van de vorige verordening de volgende wijzigingen aangebracht:

Vindplaats

Aard van de wijziging

Algemeen

Aan de verordening, de tarieventabel en de bij deze tabel behorende bijlagen, is een toelichting toegevoegd.

Aanduiding bijlagen

Bij de verordening en de tarieventabel behoorden meerdere bijlagen waarvan onduidelijk was waarvan zij de bijlage waren. Deze bijlagen worden nu als bijlage behorende bij de tarieventabel aangeduid.

Artikel 7 verordening

De mogelijkheid van het opleggen van een voorlopig gevorderd bedrag wordt toegevoegd.

Artikel 1.8 tarieventabel

Het tarief voor de luxe variant van het trouwboekje wordt geschrapt.

Artikel 1.35d tarieventabel

Het tarief voor een geleidebiljet op grond van de Wet gevaarlijke stoffen wordt geschrapt.

Artikel 2.6d tarieventabel

Verandering van anticumulatiebepaling in een teruggaafbepaling (overgebracht naar artikel 2.56 tarieventabel) + aanpassing van de teruggaafbepaling

Paragraaf 2.5 tarieventabel

Tarieven voor milieubelastende activiteiten worden, zoals door de Omgevingsdienst IJsselland voorgesteld, worden overgenomen.

Artikel 2.20d tarieventabel

Nieuw tarief voor functioneel ondersteunde activiteiten wordt toegevoegd.

Artikel 2.36 tarieventabel

Nieuw tarief voor gesloten bodemenergiesystemen wordt toegevoegd.

Artikelen 2.59 en 2.60 tarieventabel

Teruggaafbepaling voor het intrekken of vernietigen van een omgevingsvergunning wordt gewijzigd. De percentages van de teruggaaf worden verlaagd.

Artikel 3.10 tarieventabel

Schrappen van de tariefbepaling voor standplaatsgelden. Dit tarief wordt onderdeel van de nieuwe Verordening Markt- en Standplaatsgelden 2026.

Bijlage 2 bij de tarieventabel

Bij de tarieventabel wordt een nieuwe bijlage 2 ingevoegd, waardoor een nieuwe normkostentabel aan de verordening wordt toegevoegd.

3a Artikelsgewijze toelichting (verordening)

Artikel 1Begripsomschrijvingen

In dit artikel wordt een omschrijving gegeven van een aantal begrippen die voor de heffing van de leges relevant zijn.

Artikel 2Aard van de belasting

Dit artikel geeft een omschrijving van het belastbare feit. Omdat de leges worden geheven op basis van tarieven die in de tarieventabel en de bij deze tabel behorende bijlagen worden geheven, wordt in dit artikel hier eveneens naar verwezen.

Artikel 3 Belastingplicht

Dit artikel regelt van wie de leges worden geheven. In de meeste gevallen wordt de leges van de aanvrager geheven. Soms is de aanvrager niet de een direct belanghebbende, maar bijvoorbeeld iemand die een bepaald werk voor een opdrachtgever moet uitvoeren. Met de gekozen omschrijving is het mogelijk om de leges eveneens van die opdrachtgever te heffen.

Artikel 4Vrijstellingen

De meeste vrijstellingen die bij de legesheffing voorkomen, zijn geregeld in de tarieventabel. Dit is gedaan in verband met de leesbaarheid en de vindbaarheid, waardoor vrijstellingsbepalingen zoveel mogelijk worden ondergebracht in het gedeelte van de tarieventabel, waarin ook de tarieven en andere specifieke bepalingen voor een product of dienst zijn geregeld. Enkele vrijstellingen zijn echter niet specifiek aan één product of dienst verbonden. Deze vrijstellingen zijn daarom opgenomen in dit artikel.

Artikel 5Maatstaf van heffing en tarieven

Eerste lid

In het eerste artikellid wordt aangegeven naar welke heffingsmaatstaven en tarieven de leges worden geheven. Omdat de tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel en de bij deze tabel behorende bijlagen, is in dit artikellid een verwijzing naar deze tabel opgenomen. Door de tekstuele formulering hebben de tarieventabel en haar bijlagen daarmee dezelfde juridische status als de verordening.

Tweede lid

In veel gevallen leiden diverse bepalingen zoals de berekening van de grondslag of van het tarief niet tot mooi afgeronde geldbedragen. Om in de praktijk problemen te voorkomen, wordt in dit artikellid de wijze van afronding geregeld. Met de gekozen formulering wordt er steeds naar boven afgerond.

Artikel 6Wijze van heffen

De grote veelzijdigheid aan tarieven die in deze verordening zijn opgenomen worden de leges op verschillende manieren geheven. De tekst in dit artikel voorziet in de in de gemeente Staphorst voorkomende mogelijkheden. Als het gaat om diensten die aan de balie worden geleverd, wordt er direct afgerekend. Het is in deze gevallen nodig dat het tarief direct verschuldigd wordt en dat de wijze van heffing hierop is afgestemd (in dit geval: door mondelinge kennisgeving, een stempelafdruk of het uitreiken van andere schriftuur, zoals een kassabon.

In andere gevallen worden de leges pas later geheven. We verzenden dan een nota, waardoor bij deze wijze van heffing een andere betalingstermijn nodig is.

Artikel 7Voorlopig gevorderd bedrag

Hiervoor is in deze toelichting al aan de orde geweest dat in veel gevallen de heffing van de leges pas mogelijk is als een aanvraag helemaal is afgehandeld. Vooral procedures die met de Omgevingswet te maken hebben kennen vaak een lange doorlooptijd, die soms wel meerdere jaren kunnen duren. Betreft de te heffen leges een aanzienlijk bedrag dan kan het zinvol zijn om de leges al op een eerder moment te heffen, zodat de opbrengst al in een vroeg stadium zeker worden gesteld.

Dit artikel regelt de bevoegdheid tot het mogen opleggen van een voorlopig gevorderd bedrag. Dit gebeurt door middel van het toezenden van een voorlopige nota. De bevoegdheid tot het opleggen van een voorlopig gevorderd bedrag bestond nog niet eerder in deze verordening. Het gaat dus om een nieuwe bevoegdheid.

Het werken met voorlopig gevorderde bedragen betekent wel dat er voor de heffing van de leges extra handelingen nodig zijn. Eveneens wordt het risico genomen dat er meerdere malen bezwaar wordt gemaakt. Er kan immers zowel tegen de voorlopige nota als de definitieve nota bezwaar worden ingediend. Hoewel deze bevoegdheid goede voordelen biedt, zal die bij de gemeente Staphorst alleen in daarvoor in aanmerking komende gevallen worden toegepast.

Daarbij moet in het oog worden gehouden dat er na een voorlopig gevorderd bedrag er altijd een definitief gevorderd bedrag volgt. Dit is ook nodig als de leges met de voorlopige nota al tot het juiste bedrag was geheven. In die gevallen komt het definitief gevorderd bedrag dan op nihil uit. Er is immers niets meer “bij te betalen” of “terug te geven”. Wel is een belangrijk voordeel dat met de definitieve nota nog bedragen of tarieven kunnen toegevoegd, die niet eerder in de toegezonden voorlopige nota (voorlopig gevorderd bedrag) waren meegenomen. Het komt bij de legesheffing met enige regelmaat voor dat op het moment dat een aanvraag bij de gemeente binnenkomt nog niet precies is vast te stellen welke stappen allemaal nodig zijn.

Artikel 8Vermindering of teruggaaf

In deze verordening komen een behoorlijk aantal tarieven voor waarbij een vermindering of teruggaaf mogelijk is. In de bij de verordening behorende tarieventabel is geregeld onder welke voorwaarden een vermindering of teruggaaf mogelijk is.

Artikel 9Termijnen van betaling

Eerste lid

In onderdeel a van dit artikellid regelt de betalingstermijn als het verschuldigde bedrag mondeling aan de aanvrager wordt meegedeeld of wanneer dit aan hem door middel van een kassabon, stempelafdruk of een ander papieren stuk wordt aangereikt. Omdat er in dat geval gelijk contant wordt afgerekend, is de betalingstermijn hierop afgestemd.

In onderdeel b wordt de betalingstermijn in andere gevallen geregeld. Het gaat dan om aanvragen waarbij een nota aan de aanvrager wordt toegezonden. Omdat de betaling dan pas op een later moment kan volgen, is de betalingstermijn gesteld op één maand na dagtekening van de nota.

Tweede lid

Het tweede lid regelt de betalingstermijn van nota’s die als voorlopig gevorderd bedrag worden toegezonden. De betalingstermijn is hierbij gelijk gehouden aan de termijn die voor definitief gevorderde bedragen geldt.

Derde lid

De Algemene Termijnenwet is ook van toepassing op gemeentelijke belastingen. Deze wet regelt onder andere hoe bij beslis- of betalingstermijnen omgegaan moet worden met feestdagen en dergelijke. Gemeenten zijn niet verplicht om deze wet te volgen. Om deze reden is de werking van deze wet hier niet overgenomen.

Artikel 10Overdracht van bevoegdheden

Als het gaat om de gemeentelijke belastingen, beschikt bij alleen de gemeenteraad over de verordenende bevoegdheid. Alleen de gemeenteraad mag daardoor een verordening vaststellen, wijzigen of intrekken.

In een beperkt aantal gevallen is het gewenst die bevoegdheid ook bij het college van burgemeester en wethouders ligt, zoals voor:

  • a.

    wijzigingen die van puur redactionele aard zijn. Het gaat hierbij om de correctie van tekst in “punten en komma’s”, niet om inhoudelijke wijzigingen of tariefswijzigingen;

  • b.

    bepaalde tariefswijzigingen die pas aan het einde van het jaar worden aangekondigd. Het gaat hier om de wijziging van bepaalde tarieven waarvan de rijksoverheid ieder jaar een maximumtarief vaststelt (bijvoorbeeld voor paspoorten of rijbewijzen). Die nieuwe tarieven worden meestal pas kort voor het begin van het volgende kalenderjaar aan de gemeenten bekendgemaakt. Deze nieuwe tarieven konden daardoor nog niet in de verordening worden opgenomen. Doordat tariefswijzigingen om een raadsbesluit vragen, is een bepaalde doorlooptijd nodig en in die tussenliggende tijd kan het aangepaste (lees: hogere) tarief nog niet geheven worden. Dit leidt voor gemeenten tot een financieel verlies. Met dit artikel draagt de gemeenteraad voor een aantal legestarieven zijn verordenende bevoegdheid onder bepaalde voorwaarden over aan het college van burgemeester en wethouders. Dit college kan met deze bevoegdheid de verordening dan aanpassen. Van deze bevoegdheid wordt in de gemeente Staphorst ieder jaar gebruikgemaakt.

Artikel 11Overgangsrecht

Dit artikel regelt de intrekking van de oude verordening als er een nieuwe verordening wordt vastgesteld. Hierbij is eveneens overgangsrecht geregeld. Het is mogelijk dat een nieuwe verordening nog niet in werking is getreden, omdat deze nog niet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In dat geval blijft de oude verordening nog gelden, zodat heffing in dat geval wel mogelijk blijft.

Artikel 12Inwerkingtreding

Eerste en tweede lid

In het eerste lid wordt het moment van inwerkingtreding van de nieuwe, opvolgende belastingverordening geregeld. Het tweede lid regelt dat de verordening, de tarieventabel en bij deze tabel behorende bijlagen bekendgemaakt worden via een uitgave van het Gemeenteblad.

Derde lid

Eigenlijk worden belastingverordeningen steeds al vóór het begin van het volgende belastingjaar vastgesteld en ook officieel bekendgemaakt. Gelet op het eerste lid zou de nieuwe verordening dan vóór het nieuwe kalenderjaar al in werking treden. Volgens het derde lid is een datum van ingang van de heffing van toepassing. De verordening treedt daarom pas in werking op 1 januari 2026.

Artikel 11Citeertitel

Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening. Meestal is een citeertitel korter dan de volledige naam van een verordening. In de citeertitel wordt veelal het jaartal genoemd waarvoor de verordening van toepassing is of – als deze meerdere jaren geldt - het jaar waarin deze geldig is geworden.

3b Artikelsgewijze toelichting (Tarieventabel)

1Algemeen

1.1. Inleiding en indeling van de tarieventabel en de toelichting

De tarieventabel kent een indeling in drie hoofdstukken. Deze indeling is mede ingegeven door de (on)mogelijkheden tot kruissubsidiëring als gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn en de introductie van de omgevingsvergunning. Verderop zal in de toelichting die handelt over hoofdstuk 3 van deze tarieventabel nog aandacht worden besteed aan de (on)mogelijkheden van kruissubsidiëring.

De tarieventabel kent de volgende hoofdstukken:

  • -

    hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

  • -

    hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet

  • -

    hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de Dienstenrichtlijn van toepassing is en die niet valt onder hoofdstuk 2.

Elk hoofdstuk is onderverdeeld in paragrafen. Elke paragraaf bevat één of meer artikelen. Per hoofdstuk is sprake van een doorlopende artikelnummering. In deze toelichting wordt in hoofdstuk 1 een algemene toelichting gegeven, terwijl in hoofdstuk 2 een toelichting volgt die per hoofdstuk van de tarieventabel is ingericht.

1.2. Legesheffing is alleen mogelijk voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte dienst

Artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten leges mogen heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het begrip “dienst” is in de wet echter niet nader gedefinieerd, maar hieraan is in de rechtspraak een nadere invulling gegeven. Hieruit blijkt onder andere dat de werkzaamheden van de gemeente rechtstreeks en in overheersende mate verband moeten houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Dit individuele belang is in beginsel aanwezig als om dienstverlening wordt gevraagd.

Van een individualiseer belang is geen sprake als de gemeentelijke werkzaamheid teveel binnen het gebied van de publieke taakuitoefening komt te liggen. Het algemeen belang prevaleert dan boven het persoonlijk of individuele belang. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het gaat om de handhaving van regels van een bestemmingsplan of een ander besluit van algemene strekking. Het handhaven van deze regels behoort immers tot het algemene belang dat gebaat is bij een goede ruimtelijke ordening (of van een ander belang) in de gemeente. Als een aanvrager echter een verzoek indient om van dit bestemmingsplan af te wijken, dan is wel sprake van een individualiseerbaar belang omdat dit verzoek is gestoeld op een persoonlijke wens van de aanvrager zodat in dergelijke gevallen legesheffing kan plaatsvinden. De Hoge Raad overwoog hierbij dat de omstandigheid dat het gemeentebestuur bij zijn beslissing op het verzoek de belangen van de aanvrager heeft afgewogen tegen de gevolgen voor de ruimtelijke ordening, dit niet anders maakt, zodat in de onderhavige kwestie legesheffing voor dit verzoek mogelijk was.

Door de wijze waarop een dienst in de tarieventabel wordt omschreven heeft een dienst waarvoor de leges zijn verschuldigd uitsluitend betrekking op het in gang zetten van de dienstverlening. Bij de legesheffing is sprake van een inspanningsverplichting, maar niet van een resultaatverplichting.

Als het algemeen belang groter is dan het individuele belang van de aanvrager of voor degene voor wie de dienst wordt verleend, dan is er geen sprake van een dienst die legesheffing rechtvaardigt. In dat geval is er geen legesheffing mogelijk. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij het doen van een melding. Het verwerken van een melding moet worden beschouwd als een administratieve handeling die geen invloed heeft op de activiteit van de melder. In de jurisprudentie is deze opvatting bevestigd. De rechtspositie van de melder verandert door het doen van de melding niet. Met andere woorden, door het doen van een melding krijgt de melder niet meer of minder rechten dan hij al had. De melding dient hiermee alleen het belang van de overheid. Hierdoor wordt de melder niet geacht een dienst door de overheid te zijn geleverd.

1.3. Te heffen legesbedrag moet blijken uit de verordening

Een belastingplichtige moet uit een verordening steeds voorafgaand aan het doen van zijn aanvraag de hoogte van de door hem verschuldigde leges kunnen afleiden. Dit vloeit voort uit artikel 217 van de Gemeentewet waarin is bepaald dat de verordening onder andere het tarief moet vermelden. Dit gaat echter niet zover dat de verordening het verschuldigde bedrag moet vermelden. Het is mogelijk dat de verordening de omvang van het te betalen bedrag ook op een andere manier aangeeft.

Bij de tarieven van bepaalde aanvragen wordt gewerkt met een uurtarief of worden de kosten van een externe adviseur aan een aanvrager in rekening gebracht. In dergelijke gevallen is het niet mogelijk om voor deze aanvragen vaste tarieven te heffen. Bekende voorbeelden zijn het doen van naspeuringen in het gemeentearchief (waarbij per aanvraag de te verwachten tijdsbesteding verschilt) of bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij extern advies moet worden ingewonnen (vooraf is onduidelijk hoeveel een externe adviseur aan de gemeente in rekening brengt). In deze gevallen kan een aanvrager niet vooraf uit de verordening afleiden hoe hoog het uiteindelijk door hem te betalen bedrag zal worden. De aanvrager weet immers niet welke tijdsbesteding er voor zijn aanvraag nodig is of welke kosten er door een externe adviseur aan de gemeente in rekening wordt gebracht.

Het bieden van het vereiste inzicht kan worden geboden met behulp van de zogenoemde “begrotingsconstructie”. Deze constructie komt in de tarieventabel op meerdere plaatsen voor. Het college van burgemeester en wethouders stelt dan een begroting op waarin de hoogte van de in rekening te brengen leges aan de aanvrager worden meegedeeld. De aanvrager kan zijn aanvraag dan binnen een bepaalde korte periode intrekken zonder dat hij voor die aanvraag leges hoeft te betalen. In de verordening gaan we uit van een periode van vijf werkdagen.

Wordt een aanvraag niet in deze periode ingetrokken, dan wordt de aanvraag in behandeling genomen en is de leges verschuldigd zoals die in de toegezonden begroting aan de aanvrager bekend was gemaakt. Aanvragen worden dan niet onbedoeld en onnodig aangehouden omdat we niet weten wat de aanvrager met zijn aanvraag wil. Bij bepaalde aanvragen is dit bijzonder van belang omdat na de binnenkomst van de aanvraag die direct bekendgemaakt en/of ter inzage gelegd moet worden.

1.4. De te heffen leges bestaat uit meerdere tarieven en bedragen

Het komt voor dat voor een aanvraag meer dan één tarief van toepassing is. Dit moet eveneens uit de verordening blijken, zo is in de jurisprudentie bepaald. Waar dit van toepassing is, staat in de betreffende tariefbepaling een tekst dat de leges worden verhoogd of vermeerderd met een ander legesbedrag of dat een bepaling geldt onverminderd wat in een ander onderdeel van de tarieventabel is bepaald.

1.5. Wet open overheid en Wet hergebruik van overheidsinformatie: meestal geen of beperkte legesheffing mogelijk

Niet in alle gevallen mogen alle gemaakte kosten in een legestarief worden verwerkt. Dit is bijvoorbeeld het geval als het gaat om verzoeken die op grond van de Wet open overheid worden gedaan. Dit raakt de legesheffing voor het doen van naspeuringen in het gemeentearchief of het verstrekken van kopieën van documenten. De tarieven waarbij de Wet open overheid betrokken is, zijn vooral te vinden in de paragrafen voor bestuursstukken (paragraaf 1.5), vastgoedinformatie (paragraaf 1.6), gemeentearchief (paragraaf 1.8) en diversen (paragraaf 1.10).

Dat in deze gevallen niet alle kosten in het tarief mogen worden opgenomen is een gevolg van artikel 9 van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Wet open overheid. In deze gevallen mogen alleen de marginale verstrekkingskosten in rekening worden gebracht. Wat onder de marginale verstrekkingskosten wordt verstaan is niet wettelijk geregeld maar wordt volgens vaste jurisprudentie uitgelegd door alleen de kosten van het vervaardigen van die kopieën, afschriften, en dergelijke, in rekening te brengen. Je mag dus wel de arbeidskosten van het kopiëren zelf in rekening brengen, maar weer niet van het opzoeken en weer opbergen van de desbetreffende originelen. Evenmin mogen de kosten voor het doen van naspeuringen in rekening worden gebracht.

Daarbij stelt de Wet open overheid, die op 1 mei 2022 in werking is getreden, nieuwe aanvullende eisen aan de maximale hoogte van het tarief. Volgens deze wet mag een redelijke vergoeding in rekening worden gebracht, mits die vergoeding “de kostprijs van de verstrekte informatiedrager niet overstijgt”. Gaat het om een papieren verstrekking dan mag die kostprijs alleen uit papier en inkt bestaan. De gemeente mag de legestarief van deze diensten niet hoger vaststellen dan de maximumtarieven zoals die zijn opgenomen in het Besluit maximumtarieven open overheid.

2Toelichting per hoofdstuk

2.1. Toelichting bij de inhoud van hoofdstuk 1

De tarieven in de eerste paragrafen in hoofdstuk 1 hebben betrekking op de ambtelijke werkzaamheid voor de burgerlijke stand, de Basisregistratie Personen, de verstrekking van paspoorten, Nederlandse Identiteitskaarten en rijbewijzen en de verstrekking van informatie uit gemeentelijke bestanden met vastgoedinformatie. In de latere paragrafen komt de dienstverlening aan de orde waarbij de gemeentelijke archieven een belangrijke rol spelen. Het gaat dan om het doen van naspeuringen en het verstrekken van kopieën of (gewaarmerkte) afschriften van bijvoorbeeld bestuursstukken. Verderop in dit hoofdstuk komen de tarieven voor diensten aan de orde die door de gemeente op grond van bijzondere wetten worden verleend. Het gaat dan meestal om de aanvraag van vergunningen of andere vergelijkbare toestemmingen.

2.1.1. De bijzondere positie van de Wet rechten burgerlijke stand en het Legesbesluit akten burgerlijke stand bij de gemeentelijke legesheffing

De leges die worden geheven voor de werkzaamheden van de burgerlijke stand kennen een bijzondere positie in deze verordening. De Wet rechten burgerlijke stand bepaalt dat alleen rechten mogen worden geheven voor de diensten die in deze wet worden genoemd. Dat heeft onder andere gevolgen voor het moment waarop de leges verschuldigd worden. Deze wet bepaalt dus wel dat er leges kunnen worden geheven voor het voltrekken van een huwelijk, maar niet voor het aanvragen daarvan. Overigens is in de jurisprudentie wel vast komen te staan dat de voorbereidingskosten van de huwelijksceremonie in het tarief mogen worden meegenomen. Zonder de voorbereiding is immers geen huwelijksvoltrekking of partnerschapsregistratie mogelijk.

Een andere bijzonderheid betreft de verstrekking van kopieën van akten van de burgerlijke stand. In de jurisprudentie is geoordeeld dat het Legesbesluit akten burgerlijke stand geen belastingwet in de zin van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen is. De rechten die op grond van dit besluit worden geheven zijn daarom geen gemeentelijke heffingen en komen daarom niet voor in de tarieventabel. Van belang is verder dat deze rechten volgens artikel 3, tweede lid, van de Wet rechten burgerlijke stand worden “ingevorderd en verantwoord” door de ambtenaar van de burgerlijke stand en niet door de ambtenaren die volgens artikel 231 van de Gemeentewet zijn aangewezen als heffingsambtenaar en als invorderingsambtenaar; het gaat immers niet om gemeentelijke heffingen maar rechten die op grond van een bijzondere wet worden geheven. Hierdoor is bij bezwaar en beroep evenmin de regelgeving van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen van toepassing, maar de algemene regelgeving van bezwaar en beroep die in de Algemene wet bestuursrecht voorkomt.

2.1.2. Het voltrekken van kostenloze huwelijken

Artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand regelt dat de gemeente gelegenheid moet bieden tot het voltrekken van kostenloze huwelijken, kostenloze registratie van partnerschappen en het kostenloos omzetten van een partnerschapsregistratie in een huwelijk. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt de dagen en tijdstippen vast, waarop de kostenloze procedures kunnen plaatsvinden. In de tarieventabel zijn deze tijdstippen aangegeven, zodat op die tijdstippen voor de huwelijksvoltrekking of de partnerschapsregistratie geen legesheffing kan plaatshebben.

Een uitzondering vormt daarop het verstrekken van een trouwboekje of een partnerschapsboekje. Het verstrekken van zo’n boekje is immers niet verplicht en wordt daarom beschouwd als een afzonderlijk verleende dienst. In de tarieventabel is daarom een tarief voor het verstrekken van trouw- of partnerschapsboekje opgenomen.

2.1.3. Het verstrekken van reisdocumenten en de Nederlandse Identiteitskaarten

Bij het verstrekken van een paspoort of een Nederlandse Identiteitskaart spreken we niet van het verlenen van een dienst, maar van het “verrichten van handelingen in verband met een aanvraag”. Reisdocumenten en de Nederlandse Identiteitskaarten worden inderdaad ook als reisdocument worden gebruikt, maar worden in Nederland vooral als identificatiedocument gebruikt. Door deze toepassing is volgens de belastingrechter bij de verstrekking van zo’n document geen sprake van het verlenen van een dienst omdat bij de identificatie van personen juist het algemeen belang voorop staat. Het Gerechtshof ’s Hertogenbosch verbood daarom de legesheffing voor een Nederlands Identiteitskaart. Hierop is de Paspoortwet aangepast om te voorkomen dat er geen legesheffing meer mogelijk zou zijn. Dit betekent dat deze tarieven niet meer geheven met artikel 229 van de Gemeentewet als wettelijke basis, maar op grond van artikel 7 van de Paspoortwet. De wet spreekt daarbij niet meer over het “leveren van een dienst” maar over “het verrichten van handelingen”. Deze omschrijving is in de tarieventabel overgenomen.

Bij gewone aanvragen duurt het in de regel een week voordat een gevraagd document aan de balie in het gemeentehuis aan een aanvrager kan worden afgegeven. Soms wil een aanvrager eerder over het gevraagde document beschikken. In dat geval is een spoedlevering mogelijk, waardoor de afgifte al de volgende werkdag mogelijk is. Vanwege de extra kosten die hiervoor moeten worden gemaakt, gelden bij spoedlevering hogere tarieven. In de artikelen 1.11 en 1.13 van de tarieventabel zijn de tarieven opgenomen die worden geheven als verhoging bij de tarieven die betrekking hebben op de verstrekking van de gevraagde documenten. Omdat de versnelde levering vooral gevolgen heeft voor (de snelheid van) het productie- en distributieproces, worden deze geheven verhogingen volledig afgedragen aan de rijksoverheid.

2.1.4. De samenstelling van het tarief voor reisdocumenten, Nederlandse Identiteitskaarten en rijbewijzen

Voor deze tarieven gelden wettelijke maximumtarieven die bestaan uit een gemeentelijk deel en een rijksdeel. Het gemeentelijke deel wordt geheven voor de werkzaamheden die door de gemeente worden verricht. Het gaat dan om in het in behandeling nemen van de aanvraag, het toetsen of het gevraagde document kan worden verstrekt en het doorgeven van de aanvraag aan de rijksoverheid. Het rijksdeel van het tarief, dat door de gemeente aan de rijksoverheid wordt afgedragen, betreft voornamelijk de productiekosten van de documenten die in Nederland centraal is georganiseerd en de distributiekosten tussen de productielocatie en de gemeenten.

De maximumtarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Om de paar jaren wordt door de rijksoverheid de kostendekkendheid van deze tarieven opnieuw onderzocht. Het is echter al jaren bekend dat de maximumtarieven voor de gemeenten niet toereikend zijn om al hun kosten daaruit te dekken. Een enkele uitzondering daargelaten heffen alle gemeenten, al dan niet afgerond op een dubbeltje of een stuiver naar beneden, de wettelijke maximumtarieven. Dit is ook in de gemeente Staphorst het geval.

2.2. Toelichting bij de inhoud van hoofdstuk 2

Op 1 januari 2024 is de huidige Omgevingswet in werking getreden. Hoofdstuk 2 van de tarieventabel staat geheel in het teken van de aanvragen en diensten die op grond van deze wet door de gemeente Staphorst worden geleverd. De Omgevingswet beoogt de positie van de medeoverheden te versterken en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving van de gemeente te bewerkstellingen. De gemeentelijke dienstverrichtingen hebben hierbij vooral betrekking op de zorg voor een goede ruimtelijke ordening, het reguleren van de realisatie, wijziging of sloop van bouwwerken, de zorg voor het milieu en de leefomgeving door nadelige gevolgen van milieubelastende en lozingsactiviteiten te beperken en het kappen van bomen te reguleren, evenals de gemeentelijke zorg voor onze monumenten.

2.2.1. De opzet en indeling van hoofdstuk 2

In de Omgevingswet zijn een veelheid aan procedures en diensten ondergebracht die voorheen in verschillende wetten waren geregeld. De tarieven die in dit hoofdstuk zijn genoemd hebben betrekking onder andere betrekking op het voeren van vooroverleg, het behandelen van aanvragen in verband met de realisatie van bouwwerken, het uitvoeren van milieubelastende activiteiten of van lozingsactiviteiten en op omgevingsplanactiviteiten zoals afwijkverzoeken.

Enkele vergunningprocedures maakten vroeger deel uit van de lokale Algemene Plaatselijke Verordening, bijvoorbeeld voor alarminstallaties, reclame, opslag van roerende zaken of het plaatsen van objecten op de openbare weg of voor het innemen van standplaatsen zijn nu ook onder de werking van de Omgevingswet gebracht. De inhoud van de achtereenvolgende paragrafen van dit hoofdstuk hebben op al deze procedures betrekking. Aan het einde van dit hoofdstuk komen een aantal paragrafen voor die handelen over het verlenen van vermindering of teruggaaf wanneer zich daarvoor in aanmerking komende situaties voordoen.

2.2.2. Bijlagen bij de tarieventabel

Bij de tarieventabel horen een tweetal bijlagen die daarvan een onderdeel vormen. Deze bijlagen hebben dus dezelfde juridische rechtskracht als de verordening of de tarieventabel. In deze bijlagen zijn een verdere uitwerking van de tariefbepalingen die in hoofdstuk 2 van de tarieventabel voorkomen.

De eerste bijlage heeft betrekking op het tijdelijke deel van het omgevingsplan (zie verder in onderdeel 2.2.3.). De tweede bijlage handelt over de wijze waarop de hoogte van de bouwsom op genormeerde wijze wordt vastgesteld (zie verder in onderdeel 2.2.4.).

2.2.3. Bijlage 1 bij de tarieventabel: leges i.v.m. tijdelijk deel Omgevingsplan

Deze bijlage heeft betrekking op het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikten alle gemeenten van rechtswege over een omgevingsplan. Dit omgevingsplan omvat het geheel van de toen al bestaande planologische regels, bestemmingsplannen, bepaalde regels uit de gemeentelijke erfgoedverordening en de verordening over hemelwater en grondwater als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer. Het tijdelijke deel is beschreven in artikel 22.1 van de Omgevingswet.

Daarnaast maakt een pakket aan rijksregels van rechtswege deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit deel wordt ook wel de “bruidsschat” genoemd en ontstond door de werking van artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om zelf een afweging te maken hoe ze de onderwerpen uit het tijdelijke deel, rekening houdend met de instructies van het Rijk of de provincie, willen overhevelen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.

In bijlage 1 die bij de tarieventabel behoort, gaat het om de werking van de vroegere bestemmingsplannen “Buitengebied” en “Veegplan De Streek” die onderdeel zijn van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In deze bijlage zijn tarieven opgenomen die worden geheven voor het in behandeling nemen van aanvragen die op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan bij de gemeente Staphorst zijn ingediend.

2.2.4. Bijlage 2 bij de tarieventabel: het vaststellen van de genormeerde bouwkosten

Bij het vaststellen van de leges voor aanvragen die betrekking hebben op bouwwerken, worden voor het bepalen van de verschuldigde leges de bouwkosten als uitgangspunt genomen. In de voorliggende verordening en tarieventabel gaat het niet om de geraamde of de werkelijke bouwkosten, maar om de genormeerde bouwkosten.

De inhoud van deze bijlage betreft een overzicht van de genormeerde bedragen waarmee de hoogte van de bouwsommen worden bepaald. In dit overzicht wordt gebruikgemaakt van allerlei voorkomende archetypes van gebouwen, waarbij eveneens rekening wordt gehouden met verschillen in aantallen verdiepingen of de grootte in oppervlakte van een gebouw, enz. In de regel wordt hierbij de hoogte van de bouwsom bepaald aan de hand van de oppervlakte van een te realiseren bouwwerk.

Met ingang van het jaar 2026 geldt een nieuwe tabel die veel uitgebreider is dan de tabel die tot en met 2025 werd gebruikt. In deze nieuwe tabel zijn de genormeerde bouwkosten gebaseerd op de werkelijke bouwkosten zoals die in de provincie Overijssel worden waargenomen. In de vorige tabel werden de normkosten bepaald op basis van een gemiddelde van de bouwkosten die in heel Nederland werden gezien. De nieuwe bijlage sluit eventuele regionale verschillen zo goed als uit. Hierdoor geeft de tabel de bedragen aan die in onze omgeving voor de realisatie van bouwwerken worden betaald. Hierbij gaat om de prijs die door een opdrachtgever aan een derde in het economische verkeer wordt betaald. In onze omgeving worden veel bouwwerken in eigen beheer of in zelfwerkzaamheid gebouwd. Echter, de lagere kostprijs mag niet als bouwsom bij de legesheffing worden toegepast. De gemeentelijke werkzaamheid voor een aanvraag verschilt immers niet doordat een gebouw in zelfwerkzaamheid wordt gerealiseerd in plaats van realisatie door een derde.

Hoewel de tabellen in deze bijlage bouwwerken van allerlei soort en aard omvat, blijft het altijd nog mogelijk dat een bouwwerk zo specifiek is dat die niet in de tabel voorkomt. De bouwsom kan dan niet met behulp van deze bijlage worden bepaald. Voor deze situaties is in de tarieventabel geregeld dat de bouwsom dan wordt bepaald door uit te gaan van de werkelijke bouwkosten. Op deze wijze kan altijd een bouwsom worden bepaald. Deze toepassingswijze wordt ook wel het zogenoemde “hybride systeem” genoemd.

2.3. Toelichting bij de inhoud van hoofdstuk 3

In hoofdstuk 3 zijn de tarieven opgenomen waarbij de Europese Dienstenrichtlijn een belangrijke rol speelt. Europese regelgeving stelt eisen en voorwaarden waaraan nationale vergunningsstelsels moeten voldoen. De Dienstenrichtlijn beoogt een vrij dienstenverkeer, zodat ondernemers zich vrij in de Europese Unie moeten kunnen vestigen en hun diensten kunnen aanbieden.

In Nederland gaat het vooral om tarieven die relevant zijn voor het uitoefening van het horeca- en slijtersbedrijf en het seksbedrijf, diensten in verband met de Winkeltijdenwet, het organiseren van evenementen en markten, standplaatsen en diensten in verband met de Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap. In de tarieventabel zijn de meeste van deze tarieven opgenomen in hoofdstuk 3. Bij enkele tarieven die voor diensten van de Omgevingswet worden geheven, speelt de Dienstenrichtlijn eveneens een rol. Deze tarieven zijn in de tarieventabel niet in hoofdstuk 3 maar in hoofdstuk 2 opgenomen in welk hoofdstuk alle legestarieven die betrekking hebben op de Omgevingswet zijn ondergebracht. De Dienstenrichtlijn is vooral van toepassing op omgevingsvergunningen die worden aangevraagd voor afwijkactiviteiten, milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten.

Gelet op de waarborgen die de Dienstenrichtlijn beoogt te scheppen, bemoeit de richtlijn zich daarom met de wijze waarop tarieven tot stand komen. Eén van de verplichtingen is dat overheden bij de tarieven van de verschillende diensten onderling geen kruissubsidiëring mogen toepassen. Het is hierdoor niet toegestaan om een bepaald tarief voor de ene dienst bewust hoog te houden zodat hiermee het tarief van een andere dienst juist weer laag wordt gehouden.

Om te kunnen toetsen of sprake is van kruissubsidiëring en om de vaststelling van de tarieven controleerbaar te houden is er voor gekozen om de gemeentelijke legestarieven in een apart hoofdstuk van de tarieventabel onder te brengen. Onze eigen tarieventabel volgt daarbij de opzet van de modelverordening die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is opgesteld. Door deze indeling worden de verschillende diensten waarop de Dienstenrichtlijn van toepassing is, elk in afzonderlijke paragrafen opgenomen. De indeling van deze paragrafen is zodanig dat elke paragraaf één soort dienst of een cluster van met elkaar samenhangende diensten voorkomen. Hoewel tussen de opbrengsten van de verschillende paragrafen geen onderlinge kruissubsidiëring mag worden toegepast, mag dit wel tussen de tarieven die binnen één paragraaf voorkomen.


Noot
1

Dit betreft grote installaties die een integraal onderdeel uitmaken van het bouwwerk.