Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2026

Geldend van 03-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2026

De raad van de gemeente Staphorst;

gelezen het voorstel van het college van 7 oktober 2025;

gelet op het bepaalde in artikel 229 eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:|

  • a.

    weekmarkt: een door het college van burgemeester en wethouders ingestelde reguliere

  • warenmarkt, gehouden op een van gemeentewege bestemd marktterrein, op daartoe door het

  • college van burgemeester en wethouders aangewezen dagen;

  • b.

    standplaats: ruimte die voor de duur van de markt dan wel de openbare grond die voor de

  • straathandel beschikbaar is voor een standplaatshouder, waaronder mede begrepen worden

  • de plaatsen die voor standwerkers zijn bestemd;

  • c.

    standplaatshouder: de houder van een standplaats;

  • d.

    standwerker: de standplaatshouder die een losse standplaats inneemt.

Artikel 2 Aard van de belasting

Voor het innemen van een standplaats, al dan niet op de weekmarkt, wordt onder de naam markt- en standplaatsgelden een recht geheven overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

Artikel 3 Belastingplicht

Het recht wordt geheven van de standplaatshouder.

Artikel 4 Heffingsmaatstaf

Als maatstaf van de heffing geldt:

  • a.

    als een standplaats op de weekmarkt wordt ingenomen: het aantal door de standplaatshouder strekkende meters ingenomen ruimte of het aantal dozen, kratten e.d.;

  • b.

    als een standplaats elders wordt ingenomen: het aantal door de standplaatshouder ingenomen vierkante meters van de voor de straathandel beschikbare openbare grond.

Artikel 5 Tarief

  • 1. Het recht bedraagt,

    • a.

      als een standplaats op de weekmarkt wordt ingenomen:

      • 1.

        € 1,85 per strekkende meter ingenomen ruimte voor een vaste standplaats; of

      • 2.

        € 2,70 per strekkende meter ingenomen ruimte voor een losse standplaats;

    • b.

      als een standplaats elders wordt ingenomen:

      € 2,00 per vierkante meter ingenomen ruimte voor een vaste standplaats, met een minimum van € 10,00.

  • 2. ls het recht bedoeld in het eerste lid, onderdeel b., jaarlijks wordt geheven, bedraagt het recht 46 maal het tarief voor het éénmaal innemen van een standplaats.

  • 3. voor de berekening van het recht wordt een gedeelte van een strekkende of vierkante meter voor een hele meter gerekend.

  • 4. Het recht is van toepassing voor elke keer dat sprake is van een ingenomen standplaats.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang, bij jaarlijks geheven rechten

  • 1. Het jaarlijks geheven recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Als een belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht bedoeld in artikel 5, eerste lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 7 Wijze van heffen

  • 1. Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur.

  • 2. Het verschuldigde bedrag wordt op de gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur vermeld.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het recht worden betaald op het tijdstip, waarop de in artikel 7 bedoelde gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur wordt uitgereikt.

  • 2. Als de in artikel 7 bedoelde gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur wordt toegezonden, is het recht verschuldigd in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving, nota of andere schriftuur is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 3. In afwijking van het tweede lid geldt dat,

    • a.

      als een machtiging tot automatische incasso is afgegeven, en het verschuldigde bedrag € 20,00 of hoger is, moet het recht als bedoeld in het tweede lid worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van de in het tweede lid genoemde kennisgeving, nota of andere schriftuur, in het kalenderjaar volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand van de dagtekening van de gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur, en elke volgende termijn telkens een maand later.

    • b.

      als een machtiging tot automatische incasso is afgegeven en het totaalbedrag van de schriftuur, nota of kennisgeving is lager dan € 20,00 moet de schriftelijke kennisgeving, nota of andere schriftuur worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand van dagtekening;

    • c.

      als de belastingplicht als bedoeld in artikel 5, tweede lid, in de loop van het belastingjaar eindigt, moeten de kennisgeving, nota of andere schriftuur worden betaald in twee termijnen. Het tweede lid is hierbij van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Als de verschuldigde bedragen genoemd in het derde lid, onderdelen a en b, tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd vervalt de machtiging tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het tweede lid.

  • 5. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Overgangsrecht

De “Verordening marktgelden 2025” van 12 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening markt- en standplaatsgelden 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst van 11 november 2025.

Voorzitter,

Griffier,

TOELICHTING BIJ DE “VERORDENING MARKT- EN STANDPLAATSGELDEN 2026”

1 Algemeen

1.1. Vindplaatsen wet- en regelgeving

De markt- en standplaatsgelden zijn gebaseerd op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b. van de Gemeentewet.

1.2. Doel van de markt- en standplaatsgelden

Het doel van de markt- en standplaatsgelden is het verhaal van de kosten die de gemeente Staphorst maakt in verband met de elke week te houden weekmarkt, alsmede voor het ten dienste van de straathandel innemen van een standplaats elders in de gemeente.

1.3. Karakter van de markt- en standplaatsgelden

Tegenover de heffing van de markt- en standplaatsgelden staat een individueel aanwijsbare tegenprestatie. De opbrengst van het recht mag daarom alleen worden aangewend voor de kosten die de gemeente Staphorst maakt voor het houden van de weekmarkt en het bieden van gelegenheid tot het innemen van standplaatsen elders in de gemeente. Hierbij geldt volgens artikel 229b van de Gemeentewet een limiet. Die limiet betekent dat de totale te ramen opbrengst niet hoger mag zijn dan 100% van de totale te ramen kosten die voor het begrotingsjaar door de gemeente worden gemaakt.

1.4. De inrichting van de heffing

Voor de standplaatsen die deel uitmaken van de weekmarkt in Staphorst werd tot en met het belastingjaar 2025 marktgeld geheven op grond van een marktgeldverordening. De heffing van de standplaatsgelden werd geregeld volgens een tarief dat was genoemd in de tarieventabel die bij de legesverordening behoort.

Door de onderlinge samenhang en vergelijkbaarheid is er voor gekozen om deze beide heffingen in één verordening samen te voegen. Er is veel overeenstemming tussen standplaatsen die er op de weekmarkt zijn en de standplaatsen die elders in de gemeente in gebruik worden genomen. Die overeenstemming blijkt onder andere uit het toezicht dat door de marktmeester van de gemeente houdt op de standplaatsen die elders in de gemeente voorkomen.

De marktgelden en de standplaatsgelden kenden tot en met het belastingjaar 2025 ieder een eigen heffingssystematiek. De verschillen die de heffingsmaatstaf en de opbouw van de tarieven betreffen zijn gehandhaafd, ook als het gaat om de verschillen die bestaan tussen de tarieven voor vaste standplaatshouders en voor standwerkers.

Wel is de wijze van heffing tot één systematiek samengevoegd. De veranderingen laten zich als volgt samenvatten:

  • 1.

    de marktgelden werden per kwartaal gefactureerd, de standplaatsgelden éénmaal per jaar. Voor beide heffingen wordt nu éénmaal per jaar in de maand januari de nota aan de standplaatshouder toegezonden;

  • 2.

    de betaling van een jaarbedrag ineens, zeker als de heffing direct al aan het begin van het kalenderjaar gebeurt, kan voor sommige standplaatshouders bezwaarlijk zijn. We bieden de mogelijkheid om – indien gewenst – de ontvangen jaarnota met behulp van automatische incasso te voldoen. De termijnregeling die in deze verordening is getroffen, is dezelfde die ook bij andere belastingverordeningen voorkomt. Doordat de meeste standplaatshouders hun jaarlijkse nota al in januari ontvangen, vervalt deze nota voor de eerste keer per einde februari en elke volgende termijn steeds één maand later. Daardoor hebben de vaste standplaatshouders de gelegenheid om hun nota in elf termijnen te betalen. Hiermee loopt de betaling van het markt- en standplaatsgeld meer gelijk op met het moment waarop de ondernemer zijn inkomsten uit de verkoop verdient;

  • 3.

    door de overgang van kwartaal- naar jaarfacturering zijn in deze verordening nu aanvullende bepalingen opgenomen voor situaties waarin de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar begint of eindigt. Ook hier is de regeling dezelfde zoals die ook bij andere jaarlijks geheven belastingen voorkomt. Hierdoor wordt het recht geheven voor het deel van het jaar dat van de standplaats gebruik is gemaakt. Is voor het hele kalenderjaar al een nota verzonden, dan volgt na beëindiging van de belastingplicht een correctie van de nota in de vorm van een ontheffingsbesluit. Het bedrag van de nota wordt dan naar tijdsgelang verlaagd.

1.5. Samenhang met de “Marktverordening gemeente Staphorst 2021”

Als het gaat om de standplaatsen die op de weekmarkt worden ingenomen, bestaat een relatie met de gemeentelijke marktverordening. In deze verordening zijn huishoudelijke bepalingen opgenomen die verband houden met de organisatie van de weekmarkt. In deze verordening komen bepalingen voor over het aantal standplaatsen en de afmetingen daarvan, welke branches op de weekmarkt aanwezig zijn en het maximale aantal standplaatsen per branche, op welke dagen de weekmarkt wordt gehouden en op welke plaats. In de gemeente Staphorst geldt hiervoor de “Marktverordening gemeente Staphorst 2021”. De “Verordening markt- en standplaatsgelden 2026” heeft daarom een relatie met de “Marktverordening gemeente Staphorst 2021”.

2 Wijzigingen ten opzichte van de vorige verordeningen

2.1. Vastgestelde tariefswijzigingen

De tarieven van de markt- en standplaatsgelden zijn ten opzichte van het vorige jaar met 2,74% verhoogd.

2.2. Andere wijzigingen

De verordening markt- en standplaatsgelden is een nieuwe belastingverordening.

3 Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1Begripsomschrijvingen

In dit artikel wordt een omschrijving gegeven van een aantal begrippen die voor de heffing van de markt- en standplaatsgelden relevant zijn.

Artikel 2Aard van de belasting

Volgens dit artikel wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats in de gemeente Staphorst. Het recht laat zich hierbij in twee delen splitsen, te weten:

  • 1.

    standplaatsen die deel uitmaken van de weekmarkt die elke woensdag op het marktterrein in Staphorst wordt gehouden;

  • 2.

    standplaatsen die ingenomen worden door individuele ondernemers die elders in de gemeente met gebruikmaking van een verkoopwagen of iets dergelijks hun waren verkopen.

In de meeste gevallen nemen de standplaatshouders elke week een vaste standplaats in. Incidenteel komt het voor dat een standwerker éénmalig of onregelmatig een standplaats inneemt. Omdat dit voor de gemeente hogere kosten met zich meebrengt, gelden voor deze standwerkers hogere tarieven.

Artikel 3 Belastingplicht

Dit artikel regelt van wie het recht wordt geheven.

Artikel 4Heffingsmaatstaf

Standplaatsen op de weekmarkt

Voor de heffingsmaatstaf bij standplaatsen die deel uitmaken van de weekmarkt is gekozen voor een tarief per strekkende meter. Deze heffingsmaatstaf is ook elders in Nederland bij de heffing van marktgeld zeer gangbaar. Marktkramen en de verkoopwagens staan op een weekmarkt meestal in de strakke rij naast elkaar. De beschikbare ruimte die standplaatshouders achter hun kraam beschikbaar hebben is meestal onderling goed vergelijkbaar. Een tarief per strekkende meter is dan het meest eenvoudig uitvoerbaar. Om deze reden is voor de standplaatsen op de weekmarkt deze heffingsmaatstaf gehandhaafd.

Standplaatsen elders in de gemeente

Dit is anders bij standplaatsen die elders in de gemeente worden ingenomen. Deze standplaatsen staan altijd solitair. Het komt vaak voor dat een standplaatshouder bij zijn verkoopwagen nog een terrasje heeft of dat hij reclamevoorwerpen bij zijn verkoopwagen heeft staan. Het gebruik van de openbare ruimte laat zich hierdoor het beste in de vorm van een tarief per vierkante meter bepalen.

Artikel 5Tarief

Eerste lid

In onderdeel a zijn de tarieven voor vaste en losse standplaatshouders opgenomen van de standplaatsen die op de weekmarkt zijn ingenomen. De tarieven in onderdeel b betreffen de standplaatsen die elders in de gemeente worden ingenomen.

Tweede lid

De vaste standplaatshouders die niet op de weekmarkt staan, maar elders in de gemeente, betalen een jaartarief dat de som van 46 keer het tarief dat per enkele keer wordt geheven.

Artikel 6Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang, bij jaarlijks geheven rechten

Eerste lid

In dit artikellid is geregeld dat het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. Dit maakt het mogelijk om de nota direct na het begin van het belastingjaar al voor het hele jaar op te leggen.

Tweede lid

Het tweede lid geeft aan hoe gehandeld moet worden als de belastingplicht pas later in het jaar begint. Het recht is dan verschuldigd over het deel van het jaar dat de houder zijn standplaats in gebruik zal hebben. In dit geval kan de nota direct na het in gebruik nemen van de standplaats voor het resterende deel van het jaar worden opgelegd.

Derde lid

Dit artikellid bepaalt hoe gehandeld moet worden als een vaste standplaatshouder in de loop van het jaar het gebruik van zijn standplaats beëindigt. Het recht wordt dan geheven naar het aantal maanden dat deze houder zijn standplaats in gebruik heeft gehad. In de meeste gevallen is bij het begin van het jaar al een nota voor het hele jaar verzonden. Deze nota wordt in dat geval verlaagd door middel van een ontheffingsbesluit. De ontheffing wordt dan verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van het bedrag van de nota, als er nog volle kalendermaanden in een kalenderjaar overblijven.

Artikel 7Wijze van heffen

De heffing van het recht geschiedt door middel van het uitreiken of door middel van het toezenden van een nota. Het uitreiken van een nota zal alleen het geval zijn bij standwerkers, die slechts incidenteel een standplaats innemen. De marktmeester is in dat geval in de gelegenheid het verschuldigde bedrag direct in ontvangst te nemen. Dit voorkomt eventuele betalingsproblemen achteraf.

Artikel 8Termijnen van betaling

Eerste lid

Het eerste lid regelt de betalingstermijn als een nota wordt uitgereikt. Dit gebeurt doorgaans alleen bij standwerkers die eenmalig een standplaats hebben ingenomen. Omdat er in dat geval gelijk contant wordt afgerekend, is de betalingstermijn hierop afgestemd.

Tweede lid

Het tweede lid regelt de betalingstermijn voor toegezonden nota’s. Alle vaste standplaatshouders krijgen al in de eerste week van het nieuwe jaar de nota voor het hele jaar toegezonden. Als een standplaatshouder niet heeft gekozen voor automatische afschrijving, dan gelden er twee betalingstermijnen. De eerste termijn vervalt na één maand, de tweede twee maanden later.

Derde lid

Het derde lid regelt de betalingstermijn voor toegezonden nota’s, als een vaste standplaatshouder kiest voor betaling met behulp van automatische incasso. In dat geval wordt het totaalbedrag van de nota in elf termijnen afgeschreven. De eerste termijn vervalt dan al aan het einde van de maand februari en de laatste vervalt in december van dat jaar.

Vierde lid

Als een machtiging voor automatische incasso is afgegeven komt het voor dat een termijnbedrag niet kan worden afgeschreven. In de meeste gevallen is het beschikbare saldo van de bankrekening niet voldoende om een termijnbedrag af te schrijven. De standplaatshouder wordt hierover per brief geïnformeerd. Het bedrag van de niet-geïncasseerde termijn wordt dan bij de eerstvolgende termijn meegenomen. Mocht de automatische incasso wederom mislukken, dan wordt de automatische incasso voor het lopende jaar beëindigd. Dit is om te voorkomen dat aan het einde van het jaar nog een groot restbedrag openstaat.

In deze situaties gelden dan weer hetzelfde aantal betalingstermijnen als voor belastingschuldigen die geen machtiging hebben afgegeven. Op het moment van beëindigen van de automatische incasso is het totaalbedrag dan meestal wel geheel vervallen. Het openstaande bedrag is daarmee ineens geheel verschuldigd geworden. In die gevallen wordt een betalingsherinnering toegezonden. Blijft een betaling wederom uit, dan worden indien nodig de gebruikelijke invorderingsmiddelen (aanmaning, dwangbevel en zo nodig beslaglegging) ingezet.

Vijfde lid

In de belastingheffing hebben we soms te maken met zogenaamde “bestuurlijke boetes”. Dit kan ook bij de markt- en standplaatsgelden aan de orde zijn. Een bestuurlijke boete kan bijvoorbeeld zijn een verhoging bij een nagevorderd recht als een standplaatshouder niet heeft voldaan aan bepaalde fiscale verplichtingen. In Staphorst komt dit eigenlijk nooit voor. Voor de situaties waarin toch aan de orde kan zijn, is dit artikellid hier opgenomen.

Zesde lid

De Algemene Termijnenwet is ook van toepassing op gemeentelijke belastingen. Deze wet regelt onder andere hoe bij beslis- of betalingstermijnen omgegaan moet worden met feestdagen en dergelijke. Gemeenten zijn niet verplicht om deze wet te volgen. Om deze reden is de werking van deze wet hier niet overgenomen.|

Artikel 9Overgangsrecht

Dit artikel regelt de intrekking van de “Marktgeldverordening 2025”. Hierbij is eveneens overgangsrecht geregeld. Het is mogelijk dat een nieuwe verordening nog niet in werking is getreden, bijvoorbeeld omdat deze nieuwe verordening nog niet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In dat geval blijft de oude verordening gewoon gelden, zodat heffing in dat geval wel mogelijk blijft.

De standplaatsgelden werden geheven op grond van een bepaling in de bij de “Legesverordening 2025” behorende tarieventabel. De intrekking van deze verordening wordt bij de vaststelling van de “Legesverordening 2026” geregeld, zodat dit tarief hier buiten beschouwing blijft.

Artikel 10Inwerkingtreding

In het eerste lid wordt het moment van inwerkingtreding van de nieuwe, opvolgende belastingverordening geregeld. Eigenlijk worden belastingverordeningen steeds al vóór het begin van het volgende belastingjaar vastgesteld en ook officieel bekendgemaakt. Gelet op het eerste lid zou de nieuwe verordening dan gelijk in werking treden. Volgens het tweede lid is daarom een datum van ingang van de heffing van toepassing. De verordening treedt daarom pas in werking op 1 januari 2026.

Artikel 11Citeertitel

Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening. Meestal is een citeertitel korter dan de volledige naam van een verordening. In de citeertitel wordt veelal het jaartal genoemd waarvoor de verordening van toepassing is of – als deze meerdere jaren geldt - het jaar waarin deze geldig is geworden.